Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201026643 nr. 149

26 643
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

32 123 X
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2010

nr. 149
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 maart 2010

Tijdens de behandeling van de defensiebegroting heb ik naar aanleiding van de motie van de leden Knops (CDA), Voordewind (CU) en Eijsink (PvdA) (32 123 X, nr. 66) toegezegd uw Kamer te informeren over de voortgang van de gekozen aanpak op het terrein van digitale verdediging. In deze brief informeer ik u over de stand van zaken.

In onze technologisch hoogontwikkelde, open samenleving is sprake van een toenemende afhankelijkheid van ICT. Ook in de toekomst blijft ICT zich snel ontwikkelen en tot nieuwe toepassingen en afhankelijkheden leiden. Dit brengt ook dreigingen met zich mee. Het digitale domein wordt moedwillig gebruikt en misbruikt voor criminele of verstorende activiteiten. Deze activiteiten worden aangeduid met begrippen als digitale criminaliteit, digitale inlichtingen, digitaal terrorisme en digitale oorlogsvoering. Maatschappelijke ontwrichting kan ontstaan wanneer kwaadwillenden vitale ICT-systemen ontregelen, open informatiesystemen misbruiken en zich onbevoegd toegang verschaffen tot afgeschermde (persoons-)gegevens, gevoelige bedrijfsinformatie of overheidssystemen om deze te manipuleren.

Digitale verdediging en digitale oorlogsvoering zijn thema’s die nauw verbonden zijn met het veelomvattende beleidsterrein digitale veiligheid, waarvoor meer departementen een verantwoordelijkheid dragen. In de brief van 12 december 2007 (Kamerstuk 26 643, nr. 103) van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en de staatssecretaris van Economische Zaken is beschreven hoe de coördinatie en de samenhang aangaande het ICT-veiligheidsbeleid worden versterkt. De interdepartementale samenwerking wordt voor een belangrijk deel vorm gegeven binnen het door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gecoördineerde Programma Nationale Veiligheid. Op het gebied van digitale criminaliteit is het ministerie van Justitie leidend en wat digitaal terrorisme betreft is dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Wat digitale verdediging betreft hebben mijn departement en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het voortouw. Het ministerie van Economische Zaken vervult een leidende rol als het gaat om de veiligheid en betrouwbaarheid van de nationale informatie-infrastructuren. Vanzelfsprekend wordt ook het bedrijfsleven betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van het beleid rondom digitale veiligheid.

Defensie gebruikt digitale netwerken voor haar bedrijfsvoering in Nederland en voor training, oefening en inzet over de gehele wereld. Deze netwerken worden beschermd tegen verstoring of manipulatie door derden. Daartoe beschikt Defensie onder meer over een eigen Computer Emergency Response Team (DE FCERT) en over eigen beveiligde netwerken.

Gezien de onderkende dreiging werkt Defensie momenteel aan de ontwikkeling van een beleidsvisie op het terrein van digitale verdediging. Hierin zal worden ingegaan op de rol die Defensie moet spelen bij het beschermen en garanderen van netwerken en ICT-infrastructuren voor de eigen taakuitvoering. Daarbij wordt uiteraard gekeken naar de relatie tot de hoofdtaken van Defensie. Naast bescherming van de eigen infrastructuur zal ook aandacht worden besteed aan thema’s zoals respons en inlichtingenvergaring. Ook de relevante juridische aspecten worden onderzocht en er zal worden bezien welke rol onderzoeksinstellingen en de industrie kunnen spelen. De uitwerking van deze studie geschiedt nadrukkelijk in overleg met de andere betrokken departementen.

Van belang zijn voorts de ontwikkelingen in de Navo en het Cooperative Cyber Defence Centre of Excellence, het aan de Navo gelieerde onderzoeksinstituut in Estland. Daarnaast zijn er bilaterale contacten om informatie en ervaringen te delen en te komen tot best practices. Met interesse worden ontwikkelingen gevolgd in landen zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Ook in deze landen wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van nationale strategieën en daarbij passende capaciteiten.

Ik zal u voor de zomer nader informeren over de voortgang van dit dossier.

De minister van Defensie,

E. van Middelkoop