nr. 136
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 januari 2009
In het AO van 2 oktober 2008 over grote ICT projecten (Kamerstuk
30 146, nr. 23) heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
toegezegd dat de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
de gestelde vragen over dienstverlening en e-overheid schriftelijk zal beantwoorden.
Met deze brief ga ik daar nader op in. Deze brief is aanvullend op de brief
van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 12 december
2008.
Het betreft de volgende vragen:
1. Welke betekenis heeft architectuur voor mede-overheden en de manier
van deskundigheidsbevordering (niet alleen gericht op ICT maar ook op werkprocessen).
2. Verzoek van de Tweede Kamer om in te grijpen als er problemen zijn
in het uitwisselingsproces tussen basisregistraties.
1. Betekenis van architectuur voor mede-overheden
Voor het ontwerp en de ontwikkeling van een goede inrichting van de dienstverlening
en vermindering van regeldruk met behulp van e-overheid wordt binnen de publieke
sector gewerkt met gezamenlijke bouwstenen, inrichtingsprincipes, modellen
en standaarden. Het accent daarbij ligt op het mogelijk maken van een goede
samenwerking tussen overheidsorganisaties in ketens en netwerken.
Voor het verkrijgen van deze goede samenhang in de infrastructuur is met
de directe betrokkenheid van mede-overheden en het bedrijfsleven de zogenaamde
Nederlandse Overheids Referentie Architectuur (NORA) tot stand gekomen. De
NORA is hiermee een erkende architectuur van de e-overheid. In het Nationaal
Uitvoeringsprogramma Betere Dienstverlening en e-overheid (NUP) zijn afspraken
gemaakt tussen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen om
de potentie van de inmiddels bestaande infrastructuur van de e-overheid te
benutten voor betere dienstverlening.
De NORA is leidend voor de sectoren en verschillende bestuurslagen en
daarmee voor overheidsorganisaties richtinggevend voor de ontwikkeling van
hun dienstverleningsprocessen en informatievoorziening.
Voor een nadere invulling zijn sectorspecifieke architecturen ontwikkeld,
voor de rijksoverheid (MARIJ) en voor de gemeenten (GEMMA). Deze architecturen
zijn van de NORA afgeleid. Daarmee heeft architectuur en in bijzonder de NORA,
een directe betekenis voor de mede-overheden.
De regie op het informatie- en architectuurbeleid van de overheid als
geheel, inclusief het bevorderen van uitwisselbaarheid van gegevens (interoperabiliteit)
tussen overheidsorganisatie, het gebruik van standaarden en de doorontwikkeling
van de NORA geschiedt vanuit BZK. Het sturen op en afstemmen van een samenhangende
architectuuraanpak binnen de overheid zal een belangrijk onderdeel zijn van
het overleg in de bestuurlijke regiegroep dienstverlening en e-overheid, waarvan
ik voorzitter ben. In deze regiegroep zullen gezamenlijke afspraken worden
gemaakt.
De ontwikkeling van genoemde architecturen is daarbij niet alleen gericht
op ICT, maar in eerste instantie op producten en diensten met de daarbij behorende
bedrijfsprocessen, besturings- en organisatievraagstukken.
Deskundigheidsbevordering vormt een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling
van werken met architectuur. Ondersteuning hiervoor geschiedt vanuit het Kenniscentrum
e-overheid, EGEM en i-teams.
2. Regie op stelsel van basisregistraties
Voor de regie op de samenhang van het stelsel van basisregistraties ben
ik verantwoordelijk. Vanuit die verantwoordelijkheid kan ik ingrijpen wanneer
dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld als er problemen zijn in het uitwisselingsproces
tussen basisregistraties. In ambtelijke overleggen wordt de samenhang en uitwisseling
van overheidsinformatie besproken en worden knelpunten tot oplossing gebracht.
In het geval dat bestuurlijke interventie nodig is, komen de onderwerpen
aan de orde in de eerder genoemde bestuurlijke regiegroep dienstverlening
en e-overheid. In deze regiegroep vindt het overheidsbrede overleg over voortgang
en samenhang op politiek-bestuurlijk niveau plaats. Leden zijn bestuurders
en voorzitters van de koepelorganisaties van mede-overheden, hoogambtelijke
vertegenwoordigers van de meest betrokken departementen en een vertegenwoordiger
van de Manifestgroep (grote uitvoeringsorganisaties). Hiermee zijn alle relevante
overheidspartijen die noodzakelijk zijn voor gezamenlijke regie op gebruik
van en aansluiting op de e-overheid, en daarmee de basisregistraties, op bestuurlijk
niveau vertegenwoordigd.
Deze structuur is opgezet om in de ketens over verschillende overheidsorganisaties
en bestuurslagen heen tot een samenhangende invulling van de dienstverlening
en informatie-uitwisseling van de overheid te komen.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A. Th. B. Bijleveld-Schouten