Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200826643 nr. 102

26 643
Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

nr. 102
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 december 2007

Mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Economische Zaken wil ik u informeren over de invulling van de toezegging in de nota Vitaal (26 643, nr. 75) die in september 2005 naar de Tweede Kamer is gestuurd om de beveiliging van de sectoren olie en chemie te verbeteren. In die nota is toegezegd om op basis van een convenant beveiligingsmaatregelen af te spreken met bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen met de grootste risico’s voor de omgeving. Hierbij werd aanbevolen om voor security een managementsysteem per bedrijf te gebruiken. Op basis van het nu voorliggende convenant zal de oliesector en de (petro-)chemische sector samen met de overheid zorgdragen voor een adequaat weerstandsvermogen van de bedrijven. Dit convenant richt zich voor wat betreft de oliesector ook op leveringszekerheid van olie en olieproducten: de bedrijvengroep overlapt in hoge mate. Achtergrond is het gevaar dat een kwaadwillende bij deze bedrijven mogelijk een incident kan veroorzaken waardoor veel slachtoffers kunnen vallen of de leveringszekerheid van olie en olieproducten in gevaar komt.

Onder de werkingssfeer van het convenant vallen ruim zeventig bedrijfslocaties. In de afgelopen maanden is intensief met de betrokkenen in de sectoren overlegd. Er is gesproken hoe het weerstandsvermogen van de oliesector en (petro-)chemische sector kan worden vergroot en welke taken de sectoren respectievelijk de overheid hierbij op zich nemen.

De overlegpartijen uit de sectoren zijn de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), de Vereniging Nederlandse Petroleum Industrie (VNPI) en de relevante bedrijven die niet zijn aangesloten bij één van de brancheverenigingen. De sectoren zijn bereid beveiligingsmaatregelen verder te verbeteren. Zij werken op een positieve wijze mee om te komen tot een praktische en haalbare uitvoering. Het implementeren en onderhouden van een securitymanagementsysteem bij de bedrijven en/of het actualiseren van dit systeem door gewijzigde dreigingsscenario’s, vormt de kern van de uitwerking van het convenant. Het systeem betekent dat security op een structurele wijze wordt vormgegeven en uitgevoerd binnen het bedrijf. Onderdelen van het systeem zijn: een securitybeleid dat door het management is vastgesteld, risico-identificatie en risico-analyse, het aan de hand hiervan ontwikkelen van scenario’s, opschaling, beveiligingsmaatregelen en -voorzieningen en afspraken over de interne en externe beveiligingsorganisatie. Op deze wijze kan het weerstandsvermogen van de sectoren worden verhoogd en is de kans groter dat personen die bij de olie en (petro-)chemische industrie een incident willen veroorzaken, kunnen worden gedetecteerd. Uiteindelijk worden hiermee de risico’s verkleind van incidenten die tot een substantieel aantal slachtoffers in de Nederlandse samenleving kunnen leiden of de risico’s die samenhangen met leveringszekerheid.

De belangrijkste afspraken in het convenant zijn:

• Invoeren (binnen een jaar) of verder ontwikkelen van een securitymanagementsysteem bij de bedrijven met als onderdelen: een vastgesteld securitybeleid, risico-identificatie en -analyse, beveiligingsmaatregelen en -voorzieningen en afspraken over de interne en externe beveiligingsorganisatie;

• gezamenlijk opstellen van standaard scenario’s die worden opgenomen in de securitymanagementsystemen en waar passende maatregelen op worden genomen;

• stimulatie van bedrijven om zich aan te sluiten op het alerteringssysteem van de NCTb om zo opschaling van de sector mogelijk te maken;

• verdergaande informatie-uitwisseling tussen de sector en overheid.

Om de bedrijven te ondersteunen bij het invoeren of verder ontwikkelen van een securitymanagementsysteem, ontwikkel ik samen met de ministeries van BZK en van EZ mede op basis van input van de deelnemende bedrijven hiertoe een handreiking securitymanagement. De ministeries zullen de openbare orde en veiligheid en terrorismebestrijding tussen de lokale en provinciale overheid, de veiligheidsregio’s en de bedrijven bevorderen. Dit vindt plaats door onderlinge uitwisseling van informatie en afstemming tussen de interne beveiligingsorganisaties van de bedrijven en de lokale en provinciale overheid. Er zal tevens periodiek overleg tussen de VNCI, VNPI, het Nationaal Adviescentrum Vitale Infrastructuur (NAVI) en de rijksoverheid plaatsvinden om trends en ontwikkelingen te bespreken. De ministeries gaan zich inspannen om voor onderwerpen die in dit convenant zijn afgedekt, voor de bedrijven geen additionele verplichtingen te laten ontstaan op basis van wet- en/of regelgeving. De monitoring van de afspraken uit het convenant wordt gedaan door de VROM-Inspectie.

Ongeveer veertig van de relevante bedrijven zijn lid van de VNCI en/of VNPI. Zij zullen zich aansluiten bij het convenant door tussenkomst van de brancheorganisatie. De ongebonden bedrijven doen dit in rechtstreeks contact met de ministeries. De bedrijven betrokken vanuit het oogpunt van leveringszekerheid van olie en olieproducten doen dit via het ministerie van Economische Zaken.

VROM heeft in samenwerking met de VNCI en VNPI, het ministerie van BZK en het ministerie van EZ, de opzet en inhoud van dit convenant uitgewerkt. Het ontwerpconvenant is door het bestuur van de VNCI en het bestuur van de VNPI goedgekeurd.

Dit convenant vormt daarmee het instrument om het weerstandsvermogen bij de risicovolle inrichtingen te verhogen en de afstemming met de nationale en lokale overheid te verbeteren. Het convenant staat ook open voor de andere bedrijven dan de hiervoor bedoelde bedrijven, maar die hun beveiliging op soortgelijke wijze willen inrichten. Zij kunnen toetreden tot het convenant.

Het convenant voorziet in de oprichting van een beheergroep. Deze zal bestaan uit vertegenwoordigers van de ministeries van VROM, BZK, EZ, VNPI en VNCI en zal de voortgang en de uitvoering van het convenant bewaken. De VROM-Inspectie rapporteert over de resultaten van haar monitoring van de afspraken aan de beheergroep. Jaarlijks zal de beheergroep rapporteren over de voortgang en, op basis van deze voortgangsrapportage, zal ik de Tweede Kamer eveneens jaarlijks rapporteren. Het convenant doet geen afbreuk aan de bevoegdheid van ministeries om specifieke eisen met betrekking tot security te stellen aan bedrijven of een groep van bedrijven indien omstandigheden zulks vereisen of zich tussentijds buitengewone omstandigheden voordoen. Binnen vijf jaar na ondertekening zal de beheergroep nut en noodzaak van voortzetting en aanpassing van het convenant onderzoeken.

Gezien het feit dat de VNCI en VNPI er van uitgaan dat hun leden deelnemen en een aanzienlijk deel van de ongebonden bedrijven reeds heeft aangegeven deel te nemen, zijn er naar verwachting maar weinig bedrijven die zich aan de afspraken uit het convenant zullen onttrekken. De VNCI en VNPI verplichten zich hun leden die onder de criteria van het convenant vallen, aan te sporen toe te treden. De bedrijven uit de oliesector die vanuit leveringszekerheid van olie en olieproducten relevant zijn, zijn grotendeels lid van de VNPI en vanuit die hoedanigheid al betrokken. VROM treedt in overleg met het bevoegd gezag Wet milieubeheer van de bedrijven die zich niet willen conformeren aan de afspraken uit het convenant, om soortgelijke maatregelen op te leggen.

Via dit convenant geef ik invulling aan de toezegging richting de Tweede Kamer in het kader van het project Vitaal. Samen met mijn collega’s van BZK en EZ, ben ik voornemens dit convenant te ondertekenen, tenzij u daartegen zwaarwegende bezwaren heeft.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. M. Cramer