Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 26642 nr. 85 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 26642 nr. 85 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 januari 2006
Tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste kamercommissie voor SZW op 14 december 2005 (kamerstuk 26 642, nr. 84) heb ik toegezegd de Kamer schriftelijk antwoord te zullen geven op alle nog openstaande vragen rondom de sluiting van het ESF-loket. Deze vragen zijn geformuleerd in mijn brief van 16 december (Tweede Kamer, 2005–2006, 26 642 nr. 82) en aangevuld in uw brief van 21 december 2005 (uw kenmerk 05-SZW-B-179). Tevens voldoe ik aan uw verzoek van 26 januari 2006 (uw kenmerk 06-SZW-B-003) een reactie te geven op de uitspraak van de rechtbank te Den Haag inzake een voorlopige voorziening (onderdeel IV) en aan te geven welke andere rechtszaken nog lopen (onderdeel II). Separaat zend ik u de toegezegde interne rapportages vertrouwelijk toe.1
In deze brief ga ik achtereenvolgens in op:
I. Informatievoorziening vanuit het departement in relatie tot het grote aantal ESF-aanvragen op 27 en 28 oktober 2005
II. ESF-aanvragen rond 27 en 28 oktober 2005
III. Proces van besluitvorming op 27 en 28 oktober
IV. Wijze van sluiting
V. Andere toezeggingen in het kader van ESF
VI. Aanvragen via fax of mail
I. INFORMATIEVOORZIENING VANUIT DEPARTEMENT IN RELATIE TOT HET GROTE AANTAL ESF-AANVRAGEN OP 27 EN 28 OKTOBER 2005
De vraag die voorligt, is of en hoe de buitengewone stijging van het aantal ESF-aanvragen op donderdag 27 en vrijdag 28 oktober 2005 verklaard kan worden.
Tot donderdag 27 oktober om 12.30 uur was er geen sprake van een voornemen tot onmiddellijke algemene sluiting van het ESF-loket. Op dat moment werd ambtelijk gesignaleerd dat er sprake was van een buitengewone stijging van het aantal ESF-aanvragen ten opzichte van de dag daarvoor, wat aanleiding was mij te adviseren per direct het ESF-loket voor alle maatregelen te sluiten. Dit besluit heb ik om 15.15 uur diezelfde middag genomen.
Vóór 27 oktober 2005 om 12.30 uur werd ambtelijk besluitvorming voorbereid met als doel in de relevante regelgeving subsidieplafonds voor alle maatregelen vast te stellen. Van dit voornemen om de plafonds vast te stellen, waaraan nog geen datum was gekoppeld, waren alleen de betrokken medewerkers van mijn departement op de hoogte, als ook enkele medewerkers bij drie andere departementen. Ik ga daarop verder in deze brief nader in.
Hoewel dit voornemen om plafonds vast te gaan stellen niet was meegedeeld aan «het veld» (aanvragers, adviesbureaus en andere belanghebbenden), kan men, doordat breed was gecommuniceerd dat «de bodem van het budget in zicht was», wel hebben vermoed dat een dergelijk voornemen bestond, mede omdat die mogelijkheid door leden van het toezichthoudend Monitorcomité op 4 oktober 2005 naar voren was gebracht.
De vraag is of de snelle oploop van aanvragen, die al begon vóórdat er sprake was (ook binnen SZW) van algemene sluiting, het gevolg was van een vermoeden in het veld dat het budget bijna op was en dat men «er snel bij moest zijn», dan wel of het grootste deel van de hausse het gevolg was mijn besluit om 15.15 uur op donderdag 27 oktober om het ESF-loket in zijn geheel te sluiten. Dit laatste zou alleen het geval kunnen zijn indien mijn besluit op enigerlei wijze voortijdig naar buiten was gekomen. Voorzover mij bekend is dit in een drietal gevallen gebeurd. Ik heb u hierover ook eerder geïnformeerd. Deze gevallen hebben tot één tijdig ingediende aanvraag geleid; niet valt uit te sluiten dat zij indirect tot meerdere aanvragen hebben geleid. Het is echter mijn overtuiging dat deze gevallen, mede gezien de beperkte tijd tussen mijn besluit en de effectuering van dat besluit, en het feit dat de hausse al eerder was begonnen, géén verklaring voor het overgrote deel van de hausse vormen.
Zoals ik tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissie voor SZW op 14 december 2005 heb aangegeven, moet de verklaring voor het grote aantal subsidie-aanvragen ESF eind oktober 2005 worden gezocht in de combinatie van de volgende drie factoren:
1) Officiële communicatie vanuit het ministerie van SZW over opraken van het ESF-budget;
2) De relatief kleine kring van aanvragers en andere belanghebbenden, waardoor een snelle uitwisseling van informatie mogelijk is.
3) Contacten met belanghebbende andere ministeries in de weken voorafgaand aan de sluiting van het ESF-loket over eventuele maatregelen in verband met de uitputting van het beschikbare budget.
Officiële communicatie vanuit SZW
Wat betreft een chronologisch overzicht van de officiële communicatie tussen SZW en alle aanvragers en belanghebbenden verwijs ik naar bijlage 3 van het rapport «Sluiting loket ESF-3» van de Inspecteur-Generaal de heer Kokhuis. Ook in mijn brief van 9 december 20051 en tijdens het algemeen overleg van 14 december 2005 ben ik op dit onderwerp ingegaan.
Vanaf eind augustus is door de berichtgeving in de media naar aanleiding van mijn brief aan uw Kamer van 22 augustus 20052 een duidelijke toename zichtbaar in het aantal vragen dat aan SZW-medewerkers wordt gesteld door aanvragers, subsidieadviseurs en accountants. De vragen worden vooral gesteld tijdens de door het Agentschap uitgevoerde beoordelings- en monitorbezoeken. Door consultants van het Agentschap wordt aangegeven dat over de uitputting bij hen niets bekend is. In een enkel geval wordt aangegeven dat het wel druk is, in de zin dat er veel aanvragen binnenkomen.
Mede door de informatie die wordt uitgewisseld in gebruikersoverleggen, het Monitorcomité en tijdens een seminar (over de mogelijke invoering van het «assurancerapport», een alternatief voor de accountantsverklaring) in de eerste helft van oktober, wordt duidelijk dat het opraken van het ESF-budget «rondzoemt». Vragen over de mate van uitputting van het ESF-budget en de termijn van sluiting van het loket komen nu vrijwel bij ieder gesprek aan bod en het aantal telefonische vragen over dit onderwerp loopt op in de loop van de tweede helft van oktober. De consultants van het Agentschap zijn op dat moment niet geïnformeerd over de actuele stand van de cijfers en kunnen dan ook geen informatie verstrekken over de exacte uitputting.
Contacten met andere departementen
Op 12 oktober vindt een regulier overleg plaats, ter voorbereiding op de uitvoering van het project TaalTotaal, met een medewerker van Justitie/V&I. Daarin meldt een SZW medewerker dat er veel ESF-aanvragen binnenkomen. Justitie vreest dat het project TaalTotaal, dat voor 45 miljoen euro mede uit ESF zou worden gefinancierd, vooral aan het eind in de knel komt omdat V&I twee tijdvakken wilde hanteren (de jaartranches 2006 en 2007). Ambtelijk V&I informeert de Minister van V&I met een notitie. Deze overhandigt aan mij op 13 oktober de betreffende notitie. Daarna volgen diverse ambtelijke telefonische en mailcontacten waarin V&I op de hoogte wordt gesteld van de ambtelijke voorbereidingen om eventueel subsidieplafonds vast te stellen, met als mogelijk direct effect sluiting van maatregel C (scholing werkenden).
Vanaf 17 oktober 2005 is ook ambtelijk met het ministerie van Financiën overleg gestart, omdat een beslissing over het te hanteren realisatiepercentage mogelijk consequenties zou hebben voor de rijksbegroting.
Op 26 oktober 2005 vindt er ambtelijk overleg plaats met het ministerie van OC&W. In dit overleg wordt aangegeven dat SZW ambtelijk voorbereidingen treft om subsidieplafonds vast te stellen voor alle maatregelen. Met het oog op een eventuele wijziging van regeling en beleidskader is het noodzakelijk om van OC&W een accurate en actuele raming te krijgen van het benodigde budget voor de kabinetsprioriteiten waarbij men betrokken was (te weten: Dagarrangementen & Combinatiefuncties, en Leven Lang Leren) om de juiste subsidieplafonds te kunnen vaststellen.
In de periode van 12 tot 26 oktober werd bij medewerkers van drie departementen bekend dat binnen SZW gewerkt werd aan een wijziging van de ESF-regelgeving, met als strekking dat subsidieplafonds zouden worden vastgesteld.
Op donderdag 27 oktober 2005 (na 15.15 uur) heb ik persoonlijk de bewindspersonen Van der Hoeven en Rutte van OCW geïnformeerd over mijn besluit. De Minister van V&I heb ik hierover pas op vrijdag 28 oktober gesproken. Contacten van mij met deze bewindslieden hebben niet geleid tot aanvragen van de desbetreffende ministeries.
Ambtelijk is er met de betrokken departementen contact geweest op donderdag 27 oktober 2005 na 15.15 uur ’s middags, waarbij is aangegeven dat het loket ging sluiten. Bij ambtelijk OCW was dit toen overigens al bekend vanwege mijn telefonisch contact met staatssecretaris Rutte. Binnen het Agentschap wordt op 27 oktober aan het eind van de middag een vooraankondiging per e-mail rondgestuurd aan alle ESF-consultants. Dit bericht attendeert op de naderende sluiting van het ESF-loket later die dag (daarbij is geen concreet tijdstip genoemd). Verder vermeldt het bericht dat er geen uitspraken mogen worden gedaan door medewerkers van het Agentschap aan anderen en dat gewacht moet worden tot bevestiging van moment van feitelijke sluiting.
Zoals ik u heb geschreven in mijn brief van 9 december 2005 en ook heb gezegd in het Algemeen Overleg van 14 december, heeft, voorzover bekend, een drietal medewerkers ná mijn besluit van 15.15 uur op donderdag 27 oktober 2005, maar vóór de effectuering van dat besluit op vrijdag 28 oktober 2005 om 9 uur, gerept over sluiting van het ESF-loket op 27 oktober naar aanvragers.
Van de drie aanvragers die over deze informatie beschikten, hebben twee een aanvraag ingediend. Eén daarvan werd na de sluiting van het loket ingediend. Eén aanvraag werd tijdig ingediend, maar omdat niet aan de formele eisen is voldaan, zal deze aanvraag worden afgewezen.
Wat betreft het netwerk van aanvragers en andere belanghebbenden: het ESF-uitvoeringsveld is een beperkt en relatief klein veld. Er is een aantal accountants- en adviesbureaus actief, dat vaak meer aanvragers ondersteunt bij het opstellen van aanvragen en het uitvoeren van projecten. Bijgevoegd is een geanonimiseerd overzicht van het netwerk. In dit relatief kleine netwerk kan informatie zich snel verspreiden, waardoor veel betrokkenen snel op de hoogte kunnen zijn van een naderende uitputting c.q. het mogelijk instellen van subsidieplafonds, met als gevolg sluiting van maatregel C dan wel een bericht of gerucht over algehele sluiting. Een vermoeden van opraken van het budget en van de urgentie snel een aanvraag in te dienen bij één partij, heeft zo een vliegwieleffect en kan leiden tot een hausse.
Op basis van bovenstaande informatie ben ik van mening dat de hausse aan aanvragen op 27 en 28 oktober 2005, gezocht moet worden in een combinatie van de hierboven genoemde factoren.
De combinatie van de open communicatie vanuit SZW en de vele contacten tussen spelers in het ESF-veld, hebben geleid tot een versnelling in indiening van vele aanvragen, resulterend in de hausse van 27 en 28 oktober.
Hiermee wordt niet volledig verklaard waarom de hausse precies op 27 en 28 oktober plaatsvond. Feit is dat tot donderdag 27 oktober 2005 om 12.30 uur niemand (noch binnen, noch buiten het departement) kon weten dat het ESF-loket in zijn geheel zou worden gesloten; de directe aanleiding tot dit besluit was de start van de hausse die op die dag werd geconstateerd. En hoewel er wel ambtelijk gewerkt werd aan het vaststellen van de subsidieplafonds en daarmee waarschijnlijk de facto een sluiting van maatregel C (scholing van werkenden) was hieraan nog geen datum of tijdstip gekoppeld. De raming van SZW was vanaf medio oktober dat er, uitgaande van een realisatiepercentage van 60%, tot december 2005 zeker nog voldoende budget was.
Hoewel deze cumulatie van factoren m.i. de versnelling in het aantal aanvragen aannemelijk maakt, kan niet worden uitgesloten dat er nog een andere verklaring is. Ook uit de inbreng van verschillende fracties tijdens het Algemeen Overleg op 14 december 2005 in de Tweede Kamer blijken nog vragen. In overleg met mij heeft de Secretaris-Generaal daarom de Rijksrecherche gevraagd de mogelijkheden van een onderzoek naar eventuele onregelmatigheden te bezien. In dat kader wordt momenteel nadere informatie verzameld. Vanzelfsprekend zal ik u nader informeren, zodra hierover meer bekend is.
U heeft verder verzocht aan te geven hoeveel personen binnen het departement op de hoogte waren van de aanstaande sluiting van het loket. Zoals ik ook tijdens het Algemeen Overleg op 14 december 2005 heb gezegd, stelden twee ambtenaren om 12.30 uur vast dat algemene sluiting van het ESF-loket noodzakelijk was. Zij hebben hiertoe een nota opgesteld die mij om 15.00 uur bereikte. Uiteraard is de inhoud van die nota vóór 15.00 uur afgestemd met betrokken ambtenaren van de directies die verantwoordelijk zijn voor financiële aspecten, juridische zaken en communicatie.
Na 15.15 uur (het tijdstip van mijn besluit), werden meer personen binnen SZW betrokken in de voorbereiding van de effectuering van het besluit. Ook werden, zoals hierboven aangegeven, de medewerkers van het Agentschap geïnformeerd over de aanstaande sluiting van het loket.
Buiten SZW werden, na 15.15 uur, in de loop van de middag en avond de betrokken departementen van Justitie/V&I, OCW en Financiën bestuurlijk en/of ambtelijk op de hoogte gesteld van mijn besluit.
II. ESF-AANVRAGEN ROND 27 EN 28 OKTOBER 2005
Op 27 oktober 2005 is in totaal voor 322,5 miljoen euro aan ESF-aanvragen ingediend. Op 28 oktober tot 9 uur is in totaal voor 70,2 miljoen euro aangevraagd. In totaal gaat het om 170 aanvragen door 44 aanvragers. Na de sluiting van het loket is op 28 oktober nog € 298,2 miljoen euro aangevraagd in 154 aanvragen.
Schematisch wordt dit als volgt weergegeven:
Tabel: Verdeling aanvragen op 27 en 28 oktober (bedragen in mln. Euro)
| Ontvangst | gemeenten | O&O-fondsen | overige aanvragers | Eindtotaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| 27-okt-05 reguliere post | Aantal | 5 | 89 | 94 | |
| Bedrag | € 4,3 | € 142,2 | € 146,5 | ||
| 27 + 28-okt voor 09:00 u niet-reguliere post | Aantal | 12 | 16 | 1 | 29 |
| Bedrag | € 16,0 | € 43,7 | € 27,7 | € 87,4 | |
| 28-okt-05 voor 09:00 uur reguliere post | Aantal | 3 | 44 | 47 | |
| Bedrag | € 2,8 | € 156,0 | € 158,8 | ||
| 28-okt-05 na 09:00 uur | Aantal | 30 | 123 | 1 | 154 |
| Bedrag | € 34,7 | € 260,5 | € 3,0 | € 298,2 | |
| Totaal aantal aangevraagd | Aantal | 50 | 272 | 2 | 324 |
| Totaal bedrag aangevraagd | Bedrag | € 57,8 | € 602,5 | € 30,7 | € 690,9 |
Voor en op 27 oktober is het overgrote deel per reguliere post binnengekomen, dat wil zeggen ’s ochtends met de postzak. Relevant voor de registratie en behandeling van de aanvraag is de datum van ontvangst. Alleen aanvragen die aangetekend zijn verstuurd hebben op die dag een exact tijdstip, evenals de aanvragen die per fax zijn verstuurd. Uitsplitsing van de aanvragen op 27 en 28 oktober naar sectoren en dagdelen is daarom slechts ten dele mogelijk. De gevraagde uitsplitsing naar voor en na 15:00 uur is niet mogelijk omdat op 27 oktober geen tijdstippen van binnenkomst zijn genoteerd.
Op 27 oktober en 28 oktober tot 9.00 uur zijn 170 aanvragen binnengekomen, voor bijna 393 miljoen euro subsidie. Van deze 170 aanvragen zijn er 29, voor ruim 87 miljoen euro, niet per reguliere post binnengekomen maar per fax of aangetekend. Dit betreft aanvragen van het CWI, de gemeenten Zwolle, Nijmegen, Groningen, Vlissingen, Heerenveen, Oosterhout en Roerdalen en van de O&O fondsen SOLLT (land- en tuinbouw), STAZ (ziekenhuizen), SOB (Beveiliging), Lift-groep, FOOR (reisbranche), SOVAM (Ambulancezorg), TBB (Bouwnijverheid), Woonwerk, Energie- en Nutsbedrijven en SOL (levensmiddelenindustrie).
Op 28 oktober is na 9:00 uur exact elke aanvraag voorzien van een tijdstip van binnenkomst.
Op vrijdag 28 oktober na 9.00 uur is het beeld duidelijk anders: 30 aanvragers hebben 154 aangetekend aanvragen ingediend, waarvan 9 gemeenten, 1 provincie en 20 O&O-fondsen, waaronder ook STAZ en SOLLT. Die dag vormden de aanvragen met reguliere post een minderheid: veel is of per koerier dan wel zelf gebracht.
Alle categorieën aanvragers zijn vertegenwoordigd in de aanvragers die te laat hebben ingediend. Zie hiervoor ook de lijst met aanvragers en aangevraagde bedragen (onderverdeeld in aanvragen vóór 27 oktober, op 27 en 28 oktober vóór de sluiting, en na 28 oktober 9 uur) die als bijlage bij deze brief is gevoegd.
Tot op heden heb ik 237 bezwaarschriften tegen afwijzende beschikkingen en/of de sluiting van het loket in het algemeen ontvangen.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift tegen de afwijzende beschikkingen van 14 november is inmiddels verstreken en de behandeling van de bezwaarschriften is ter hand genomen. Naast de bovengenoemde bezwaarschriften zijn er ook vier meldingen van verzoeken voor een voorlopige voorziening ontvangen. Het eerste verzoek is op 13 januari jl. behandeld. Ik ga hierop in onderdeel IV van deze brief nader in.
III. PROCES VAN BESLUITVORMING OP 27 EN 28 OKTOBER 2005
Tot medio 2005 was de algemene inschatting van alle bij ESF-3 betrokken partijen dat er vooral voor onderbenutting van de beschikbare middelen moest worden gevreesd. Om deze onderbenutting zoveel mogelijk tegen te gaan, is er bewust voor gekozen om in de regelgeving geen maximale budgetten per maatregel op te nemen. Hiermee bleef de flexibiliteit aanwezig om tussen maatregelen met budgetten te schuiven, zodat goedlopende maatregelen de onderbenutting in andere maatregelen (met achterblijvende aanvragen) konden compenseren. Desondanks bleef er in de eerste drie jaren (2000 tot en met 2002) in totaal 294 miljoen euro onbenut (ruim 1/3 van het voor die periode beschikbare budget).
Na een verruiming van de mogelijkheden om ESF in te zetten per 15 juli 2004, steeg het aantal aanvragen. In mijn voortgangsrapportage van 1 februari 20051 meldde ik u dat deze verruiming effect leek te sorteren. Vervolgens kon ik u in de voortgangsrapportage van 22 augustus 20052 meedelen dat de stijging van het aantal aanvragen zich doorzette. Op dat moment waren de cijfers tot en met juni meegenomen. Toen in september, op basis van de cijfers tot en met augustus 2005, bleek dat de stijging zich verder doorzette, werd gesignaleerd dat er maatregelen moesten worden genomen om te voorkomen dat er uiteindelijk sprake zou zijn van overbenutting van ESF-3, met als consequentie dat uitgaven ten laste van de rijksbegroting zouden komen. De raming toen was dit moment van volledige benutting, afhankelijk van het gekozen realisatiepercentage, op zijn vroegst in december 2005 zou zijn.
Tijdens het Algemeen Overleg op 9 november 2005 refereerde ik al aan een notitie waarin een aantal scenario’s met betrekking tot de volledige benutting van ESF werd geschetst. Zoals ik toen aangaf heb ik deze notitie 19 oktober 2005 behandeld. Op basis van deze notitie en mijn besluit is er toen voor gekozen om geen enkel risico te nemen voor de rijksbegroting en slechts verplichtingen aan te gaan uitgaande van een realisatiepercentage van 60%. Ook werd besloten de regelgeving zodanig aan te passen dat er subsidieplafonds voor de verschillende maatregelen zouden worden vastgelegd. Doel hiervan was het voorkomen van risico’s voor de rijksbegroting. Ter uitvoering van mijn besluit werd ambtelijk een wijziging van de regelgeving als ook de afstemming met het Monitorcomité voorbereid, en werd overleg met het Ministerie van Financiën gevoerd over het te hanteren realisatiepercentage.
Een effect van het opnemen van subsidieplafonds in de regelgeving zou waarschijnlijk zijn geweest dat in maatregel C (scholing van werkenden) het plafond per direct was bereikt, terwijl andere prioriteiten en maatregelen langer konden doorgaan. Zoals ik ook op 9 november en 14 december heb aangegeven, zou ik het vaststellen van de subsidieplafonds, en daarmee de facto de sluiting van maatregel C, ook zonder vooraankondiging hebben moeten doen. Dit omdat communicatie vooraf altijd het risico van een hausse aan aanvragen met zich meebrengt.
Op het moment dat ik dit besluit nam, leek er nog voldoende tijd te zijn om dit door te voeren; de inschatting op basis van historische gegevens was dat (rekening houdend met een realisatiepercentage van 60%) het budget begin december 2005 volledig zou zijn benut. Ter uitvoering van mijn besluit werd ambtelijk de regelwijziging voorbereid. Op 27 oktober 2005 bleek ’s ochtends de versnelling in de oploop van de aanvragen dusdanig dat ik genoodzaakt was om het ESF-loket zo snel mogelijk te sluiten voor alle maatregelen, teneinde verdere risico’s voor de rijksbegroting te voorkomen.
Op donderdag 27 oktober om 12.30 uur bleek namelijk dat er ten opzichte van de vorige dag al voor circa 100 miljoen euro was aangevraagd. Op basis van dit signaal, werd door twee medewerkers een nota opgesteld waarin werd geadviseerd het ESF-loket onmiddellijk in zijn geheel te sluiten. Deze nota bereikte mij om 15.00 uur, waarop ik rond 15.15 uur besloot tot sluiting van het ESF-loket. Ik ben daartoe bevoegd. Voor effectuering van dit besluit vond ik het echter noodzakelijk, mede in het licht van gedane toezeggingen door het kabinet, eerst met de minister van SZW te overleggen. Dezelfde overweging heeft mij ook doen besluiten mijn collega’s van OCW en V&I persoonlijk op de hoogte te stellen. Staatssecretaris Rutte sprak ik die middag nog, ’s avonds minister Van der Hoeven en de volgende ochtend minister Verdonk. Ambtelijk werd de uitvoering van mijn besluit, door middel van publicatie daarvan via een persbericht en een brief aan de Tweede Kamer, voorbereid. Inmiddels had minister De Geus aangegeven nader geïnformeerd te willen worden door de betrokken medewerkers. Dit gebeurde aan het begin van de avond. Later op de avond hebben minister De Geus en ik elkaar gesproken. Tegelijkertijd moesten de teksten van het persbericht, een brief aan de Tweede Kamer en een bericht op de internetsite van het Agentschap worden afgerond.
Deze afronding vond vrijdag 28 oktober om 8.30 uur plaats, waarna de sluiting van het ESF-loket de facto om 9.00 uur plaats vond.
Zoals ook geschreven in mijn brief van 9 december 2005 worden de projectaanvragen voor subsidie onder ESF-3 behandeld in volgorde van binnenkomst. De Subsidieregeling ESF-3 biedt geen mogelijkheden tot een onderlinge inhoudelijke vergelijking van de projecten.
Op basis van de beleidsmatige keuzes in het Enig Programmeringsdocument (EPD) en de daarop gebaseerde juridische vertaling in de ESF-subsidieregeling1 en het beleidskader ESF, was alleen prioriteren op maatregelniveau mogelijk, niet op projectniveau. Prioritering op projectniveau was alleen mogelijk geweest als eerst de subsidieregeling en het beleidskader waren gewijzigd. Ik stuur de relevante artikelen uit de regelgeving als bijlage bij deze brief mee.
Regelwijziging met terugwerkende kracht op het punt van de onderlinge inhoudelijke vergelijking zou ten nadele strekken van die aanvragers die op grond van een meer inhoudelijke beoordeling worden afgewezen terwijl zij op grond van volgorde van binnenkomst een toewijzing zouden krijgen. Aan belastende regelingen wordt, behoudens in uitzonderlijke gevallen, geen terugwerkende kracht verleend. Immers, terugwerkende kracht betekent in beginsel een aantasting van de rechtszekerheid van de burger. In casu is naar mijn oordeel niet een zodanig uitzonderlijk geval aan de orde dat een dergelijke regeling terugwerkende kracht kan worden toegekend. Immers een dergelijke regeling beoogt niet om misbruik of oneigenlijk gebruik tegen te gaan noch om een evidente ommissie in de subsidieregeling weg te nemen. Ook het zogenoemde aankondigingseffect is hierbij niet aan de orde noch het voorkomen van ingrijpende budgettaire gevolgen. Dit laatste is uiteraard wel aan de orde waar het het vaststellen van het subsidieplafond betreft. Voor een nadere beschouwing over de uitzonderlijke gevallen waarin aan een belastende regeling terugwerkende kracht kan worden toegekend verwijs ik naar de beleidslijn bij het toekennen van terugwerkende kracht aan belastende fiscale maatregelen, zoals omschreven in Kamerstukken II 1996/97, 25 212, nrs. 1–3. Deze beleidslijn wordt ook toegepast buiten het terrein van de fiscale regelgeving.
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:27 Awb) moet een subsidieplafond worden bekendgemaakt, alvorens het aan aanvragers kan worden tegengeworpen. Daarbij gaat het naar mijn oordeel om een materieel bekendmakingsbegrip. (Artikel 4:27, eerste lid Awb bepaalt niet dat het besluit tot vaststelling van het plafond wordt bekendgemaakt). Nu de Awb terzake geen eisen stelt aan de wijze van bekendmaking, is de bekendmaking op de wijze zoals in dit geval op 28 oktober 2005 is gebeurd (door middel van een persbericht, een brief aan de Tweede Kamer, een bericht op www.agentschapszw.nl en een brief en een mailbericht aan alle bekende potentiële aanvragers), naar mijn oordeel rechtsgeldig. Het besluit tot vaststelling van het subsidieplafond (dat op 27 oktober 2005 is genomen) is nadien ook formeel gepubliceerd (in de Staatscourant van 1 november 2005), maar het werkt dus vanaf 28 oktober 2005, 9.00 uur). De voorzieningenrechter van rechtbank Den Haag heeft op 20 januari 2006 anders geoordeeld en uitgesproken dat voor bekendmaking in de zin van dat artikel 4:27 Awb moet worden aangesloten bij de eisen zoals die gelden voor bekendmaking van besluiten. Ik leg mij bij deze uitspraak niet neer. Zoals hierboven betoogd is de sluiting naar mijn oordeel rechtsgeldig. In de bodemprocedure zal hierover dan ook verder worden geprocedeerd. De verwachting is dat de Raad van State zich hierover op z’n vroegst aan het eind van het jaar zal kunnen uitspreken.
Ter informatie stuur ik de uitspraak van de rechtbank te Den Haag als bijlage bij deze brief mee. Met betrekking tot het verzoek van SOG heeft de voorzieningenrechter als voorlopige voorziening uitgesproken dat de aanvragen van SOG alsnog inhoudelijk moeten worden beoordeeld.
V. ANDERE TOEZEGGINGEN IN HET KADER VAN ESF
Naast de kabinetsprioriteiten genoemd in mijn brief van 25 november 2005, zijn er geen andere toezeggingen gedaan door het kabinet in het kader van ESF, ook niet in het kader van het Langman-akkoord.
Op 16 april 1998 zijn kabinetsbreed bestuurlijke afspraken (inspanningsverplichtingen) gemaakt met Noord-Nederland («Langman-akkoord»), waarbij het kabinet heeft aangegeven ernaar te streven om in de structuurfondsenperiode 2000–2006 het budget voor het Noorden op hetzelfde peil te houden als in de periode daarvoor. Door SZW is dit als volgt ingevuld:
– De rijksbijdrage aan het Centraal Bureau Arbeidsvoorziening werd gecontinueerd waardoor jaarlijks tot en met 2006 een bedrag van 104 miljoen gulden (47,2 miljoen euro) beschikbaar zou zijn voor de drie noordelijke RBA’s. In totaal ging het om 728 miljoen gulden (TK 1998–1999, 25 017, nr. 19). Dit is geen ESF-geld. Bij brief van 19 april 2002 is de Tweede Kamer erover geïnformeerd (TK 2001–2002, 25 017, nr. 42) dat deze afspraak anders ingevuld ging worden, vanwege het opheffen van Arbeidsvoorziening. Voortaan zou SZW de omvang van de ESF-bestedingen in Noord-Nederland monitoren. Dit is ook gebeurd.
– In het kader van het ESF zijn binnen het Langman-akkoord geen andere afspraken gemaakt. Wel is besloten dat er een gezamenlijk project van de Stichting Noord-Nederland (SNN) en SZW werd gestart om het gebruik van ESF in het Noorden te stimuleren, mede gezien de toen achterblijvende benutting van het ESF door gemeenten. SZW verstrekt met dit doel aan SNN een subsidie (geen ESF) van 375 000 euro over de periode van 1 maart 2004 tot en met 1 maart 2007. Dit is u eerder gemeld in de brief van 19 december 2003 (TK, 2003–2004, 26 642, nr. 60).
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een bericht elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Op de website van het Agentschap is echter vermeld dat de aanvraag alleen rechtsgeldig is als de papieren versie is ondertekend. Deze moet worden opgestuurd naar het Agentschap. De elektronische weg staat dus niet open. Faxen van de ondertekende stukken kan wel volgens de voorschriften van het Agentschap.
Normaal gesproken dienen aanvragers overigens de aanvraag zowel op papier als elektronisch in. De elektronische versie dient voor de verdere efficiënte verwerking in het systeem van het Agentschap. De papieren versie is de formele aanvraag.
Er zijn aanvragen die op 27 oktober per mail zijn ingediend, en waarvan de papieren versie te laat is ontvangen. Deze aanvragen zijn afgewezen.
• O&O-fonds Podiumkunstwerk: 3 aanvragen
• STOOF (uitzendwerk): 3 aanvragen
• Gemeente Groningen: 1 aanvraag
• Provincie Brabant: 1 aanvraag
• Gemeente Heerlen, 2 aanvragen
• Metalectro, 3 aanvragen
• OOF, 3 aanvragen
• SOG, 13 aanvragen
Ter informatie stuur ik als bijlagen bij deze brief mee:
1. Overzichten aanvragen tot 1 november, gesplitst in drie perioden: vóór 27 oktober, 27 en 28 oktober tot 9 uur, 28 oktober tot 1 november;
2. Relevante passages regelgeving;
3. Geanonimiseerd overzicht netwerk van aanvragers, adviesbureaus en accountants;
4. Uitspraak rechtbank te Den Haag inzake voorlopige voorziening d.d. 13 januari 2006.
Ik vertrouw erop dat ik met deze brief en de bijlagen, in combinatie met de informatie die ik reeds in eerdere brieven en overleggen gedurende de afgelopen maanden heb verstrekt, uw vragen vooralsnog in voldoende mate heb beantwoord.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H. A. L. van Hoof
Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
In deze brief (TK 2004–2005, 26 642 nr. 72) wordt onder meer een overzicht gegeven van de uitputting van het ESF-budget en het verloop van de aanvragen.
De ESF-subsidieregeling en het beleidskader zijn op 13 juni 2001 naar de Tweede Kamer gezonden, vergaderjaar 2000–2001, 26 642 nr. 19. Over de inhoud van het EPD is de Tweede Kamer zowel aan de start van het programma geïnformeerd (bij brief d.d. 30 september 1999, TK 1999–2000, 26 642 nr. 4) als na de herziening van het EPD bij de midterm review in 2004 (brieven d.d. 19 december 2003, TK 2003–2004, 26 642 nr. 60 en d.d. 24 augustus 2004, TK 2004–2005, 26 642 nr. 68).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26642-85.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.