Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201826642 nr. 139

26 642 Europees Sociaal Fonds (ESF)

Nr. 139 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 januari 2018

Het Europees Sociaal Fonds (ESF) draagt in Nederland bij aan het activeren van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en het ondersteunen van arbeidsorganisaties bij de bevordering van duurzame inzetbaarheid van hun werknemers. Deze voortgangsbrief gaat in op de bijdrage vanuit dit fonds in Nederland en de voortgang van de huidige programmaperiode 2014 – 2020.

Nederland heeft in de programmaperiode 2014 – 2020 een bedrag van € 510 miljoen te besteden. Nationaal komt daar ongeveer een zelfde bedrag bij aan cofinanciering: gemeenten en scholen dragen financieel bij aan het thema Actieve Inclusie en arbeidsorganisaties, Onderwijs en Ontwikkelingsfondsen en samenwerkingsverbanden dragen bij aan het thema Duurzame Inzetbaarheid. In totaal is dus sprake van een investering van ruim € 1 miljard verspreid over 7 jaar.

In deze brief beschrijf ik hoe die bijdrage wordt geleverd, welke doelgroepen met het ESF worden bereikt en hoe de budgetten worden benut. Over dat laatste leest u verder dat een groot deel van het beschikbare ESF budget voor Nederland reeds halverwege de programmaperiode is verleend. Ook heb ik een paar praktijkvoorbeelden in deze brief opgenomen.

1. Voortgang ESF programmaperiode 2014-2020

In bijlage 1 vindt u een schematisch overzicht van de ESF-programmaperiode 2014–2020 en informatie over de verschillende thema’s van het ESF-programma.

Het programma is solide opgebouwd. Het beeld van een goede en rechtmatige uitvoering in de vorige programmaperiode, zet zich in de huidige programmaperiode voort. Dat betaalt zich nu uit, ESF 2014–2020 is op stoom. Halverwege de programmaperiode kan ik stellen dat er sprake is van een hoge realisatie, een gedegen uitvoering en een constante instroom van deelnemers.

Per thema ga ik kort in op de stand van zaken.

1.1 Actieve inclusie

Het thema Actieve inclusie richt zich op mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze doelgroep, inclusief statushouders, profiteert nog onvoldoende van de aantrekkende economie. Het totale ESF-budget voor dit thema bedraagt € 363 miljoen. Hiervan gaat het grootste gedeelte naar de arbeidsmarktregio’s. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s vragen subsidie aan voor de gemeenten en (ex-) leerlingen van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (VSO/PrO scholen). Andere aanvragers onder dit thema zijn de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en UWV.

Waar bij vorige programmaperiodes de eerste jaren werden getypeerd door opstartproblemen en een flinke onderbenutting, kan ik voor het programma 2014–2020 stellen dat de benutting binnen het thema Actieve Inclusie boven verwachting hoog is.

Dit is mede de verdienste van de vereenvoudigingen in de verantwoording van kosten die in deze periode zijn ingevoerd en de toegenomen begeleiding van de aanvragers voorafgaand, tijdens en na afloop van de ESF-projecten. Het resultaat is dat het merendeel van de aanvragers het aangevraagde subsidiebudget nu al vrijwel geheel lijken te gaan benutten, waar dat voorheen aanzienlijk meer moeite kostte. De efficiëntie van de projectuitvoering is daarmee fors toegenomen. Dit succes heeft als keerzijde dat na afloop van de huidige projectenronde, die doorloopt tot in het jaar 2019, binnen de huidige periode geen nieuw ESF-budget beschikbaar kan worden gesteld aan de arbeidsmarktregio’s. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s zijn hier onlangs per brief over geïnformeerd.

In de eerste helft van de programmaperiode hebben ruim 100.000 mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een ESF-project geparticipeerd in bijvoorbeeld re-integratietrajecten en begeleidingstrajecten voor (ex-)leerlingen van VSO/Pro scholen. Het betreft hier voorlopige indicaties op basis van voortgangsinformatie van projecten. Pas na ontvangst van de definitieve gegevens, de controles daarop en de verwerking daarvan door het CBS, kan een goed beeld van de instroom worden gegeven. Dat geldt uiteraard ook voor de uitstroomresultaten. Hierover kan ik in deze fase van het ESF-programma nog geen gerichte details geven. Er zijn veel ruwe data, waarop een nadere analyse nog noodzakelijk is. De tot nu toe beschikbare informatie sterkt mij in mijn vertrouwen dat er goede resultaten bereikt gaan worden. Zodra meer definitieve data beschikbaar zijn zal ik uw Kamer nader informeren.

Zaanstad Werkt!, gemeente Zaanstad

Gemeente Zaanstad investeert in haar burgers door trainingen aan te bieden gericht op Persoonlijke Ontwikkeling: het project «Zaanstad Werkt!». In dit project zijn 137 deelnemers ingestroomd. Van deze mensen participeert 93% duurzaam op de arbeidsmarkt en/of in de maatschappij. Hiervan is de helft deels of volledig onafhankelijk van een uitkering geworden. Een kwart van de deelnemers is gestart op een werkervaringsplek, met vrijwilligerswerk of op een traject om werkfit te worden. Bovengenoemde resultaten en de hoge tevredenheid van de deelnemers hebben geleid tot verankering van Zaanstad Werkt! in het aanbod van de gemeente. Dit type trainingen is kostbaar en daarom voor mensen met een uitkering onbereikbaar, terwijl deze mensen dit het hardst nodig hebben. De ESF bijdrage helpt hierbij. Menselijk gedrag wordt bepaald door de gedachten die eraan ten grondslag liggen. Logischerwijs betekent dit dat negatieve gedachten leiden tot een negatieve presentatie in taal en gedrag en is dit zichtbaar en voelbaar in gesprek met een potentiële werkgever. De vicieuze cirkel is rond wanneer dit leidt tot een afwijzing op een sollicitatie. De training beoogt het doorbreken van deze cirkel. Voor de toekomst van onze samenleving én economie is het belangrijk dat elke inwoner vanuit eigen kracht «durft» te participeren in deze samenleving. https://youtu.be/zipYMyacFy4

Onderdeel van het thema Actieve Inclusie is Sociale Innovatie en Transnationale Samenwerking (SITS). De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s, DJI en UWV kunnen ESF-subsidie aanvragen, indien zij zich bezighouden met het onderzoeken, innoveren en implementeren van bestaande of nieuwe instrumenten gericht op arbeidstoeleiding van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het totale budget voor het onderdeel SITS bedraagt ruim € 5 miljoen. Voor dit onderdeel zijn 22 aanvragen ingediend. Sinds 2017 kunnen deze middelen ook ingezet worden voor experimenten die op grond van het Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet worden uitgevoerd.

Bij alle onderdelen binnen het thema Actieve Inclusie is aandacht voor Gelijke Kansen en Non-Discriminatie (GKND). De eerste twee jaren van de programmaperiode is vooral aandacht besteed aan bewustwording van de noodzaak om aandacht te blijven besteden aan gelijke kansen en non-discriminatie. De komende jaren wordt dit element onder begeleiding van een campagnebureau verder uitgebouwd.

1.2 Duurzame Inzetbaarheid

Een belangrijke ontwikkeling in de Nederlandse samenleving is dat de leeftijd waarop werknemers met pensioen gaan steeds hoger wordt. Maatregelen waarmee we ondersteunen dat mensen nu en in de toekomst langer gezond, gemotiveerd en productief kunnen werken zijn daarom van groot belang. Dit thema kent onderdelen in het ESF-programma die dit ondersteunen, te weten subsidie voor bedrijven en instellingen en subsidie voor regio’s en sectoren. Subsidie voor bedrijven en instellingen is bedoeld voor arbeidsorganisaties die advies inwinnen op het gebied van bevordering van duurzame inzetbaarheid. Subsidie voor regio’s en sectoren richt zich op het versterken van (inter)sectorale en regionale structuren ten behoeve van duurzame inzetbaarheid van werkenden in de betreffende sector en/of regio.

Subsidie voor bedrijven en instellingen

Halverwege de programmaperiode is ongeveer 50% van het beschikbare budget voor dit onderdeel benut. Met deze subsidie zijn tot nu toe meer dan 2.800 adviezen voor de bevordering van duurzame inzetbaarheid in een arbeidsorganisatie uitgebracht. De verwachting is dat de rest van het beschikbare budget voor dit onderdeel volledig zal worden besteed tijdens de tweede helft van de programmaperiode.

Subsidie voor regio’s en sectoren

Dit onderdeel is later in het programmaperiode gestart, namelijk eind 2016. Ook in 2017 is geld beschikbaar gesteld in de vorm van een aanvraagtijdvak. De projecten zijn momenteel in de uitvoerings- dan wel in de opstartfase. In 2018 zal een nieuwe aanvraagronde worden opengesteld. In 2017 is een onderzoeksrapport1 uitgebracht met een procesevaluatie van het eerste tijdvak in 2016. De uitkomsten daarvan hebben, in overleg met de sociale partners, geleid tot een aantal wijzigingen in de subsidieregeling. Een voorbeeld hiervan is een verduidelijking in de subsidieregeling en de toelichting daarop over subsidiabele scholing bij dit onderdeel van het ESF-programma. Mijn ministerie overlegt daarnaast met de sociale partners over hoe de regeling door meer regio’s en sectoren kan worden benut.

1.3 Geïntegreerde territoriale investeringen

Het (derde) ESF-thema Geïntegreerde Territoriale Investeringen (GTI) biedt subsidie voor een duurzame stedelijke ontwikkeling en het tegengaan van een sociaaleconomische tweedeling waar met name de grote steden mee kampen. Het gaat dan concreet om het aanpakken van de mismatch op de arbeidsmarkt. Dit betreft een gemeenschappelijke doelstelling uit het Operationeel Programma van ESF en het programma «Kansen voor West II», dat wordt medegefinancierd vanuit het Europees Fonds voor de Regionale Ontwikkeling (EFRO). De subsidie voor GTI-projecten heeft betrekking op de vier grote gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.

De projecten uit het eerste tijdvak lopen tot en met maart 2018. Tijdens de uitvoering van de projecten is veel contact met de G4 over de voortgang. De G4 geven allen aan dat zij het aan hen toegekende budget nagenoeg geheel gaan realiseren. In februari van dit jaar start het tweede aanvraagtijdvak. Een evaluatie van deze geïntegreerde aanpak volgt in 2020.

House of Skills, gemeente Amsterdam

Het werk in het lagere en middensegment verandert in hoog tempo, een baan is niet meer voor het leven. Waar mensen vroeger vaak hun hele carrière in één branche werkten, verdwijnen nu branches en ontstaan nieuwe banen. Verder is het te verwachten dat de duurzame inzetbaarheid van mensen op onze toekomstige regionale arbeidsmarkt erg onder druk komt te staan door de toenemende digitalisering, diverse technologische ontwikkelingen en verdere globalisering. Het is mede daarom wenselijk om intersectorale mobiliteit mogelijk te maken, blijvend te investeren in mensen en mensen aan te spreken ook zelf te investeren in de eigen inzetbaarheid. In het project House of Skills (HoS) wil de gemeente met een aantal partners werkenderwijs sleutelen aan de organisatiestructuur van de regionale arbeidsmarkt. Er wordt een samenhangend pakket aan maatregelen opgezet: skillsassesment, modulaire scholingsprogramma’s en nieuwe vormen van matching. HoS is een plek waar de partners samenwerken en experimenteren om programma’s te maken voor het middensegment. Werkgevers, vakbonden, overheden, onderwijs en kennis-instituten zijn uitgenodigd om mee te werken aan deze vernieuwing; met iedereen die een innovatieve bijdrage kan leveren. Het betreft een project, begroot op € 10,6 miljoen, waarbij zowel een EFRO bijdrage € 3,7 miljoen als een ESF bijdrage € 1,6 miljoen wordt ingezet.

2. De toegevoegde waarde van ESF in Nederland

Het ESF is een belangrijk Europees financieringsinstrument om werkgelegenheid te ondersteunen, mensen aan werk te helpen en te zorgen voor eerlijkere arbeidskansen voor alle EU-burgers. In Europees perspectief draagt het ESF in Nederland bij aan het bereiken van de Europa 2020-doelstellingen gericht op het terugdringen van de armoede en het verhogen van de arbeidsparticipatie.

Hoewel we de financiële crisis achter ons hebben gelaten, blijven bepaalde groepen in de samenleving kwetsbaar. Redenen hiervoor zijn, naast de financiële crisis van de afgelopen jaren, lange termijn trends zoals globalisering en technologische ontwikkelingen. Deze trends brengen veranderingen in de manier van werken met zich mee en vragen om nieuwe vaardigheden. Dit heeft invloed op de mensen die al een baan hebben of die moeite hebben om aansluiting te krijgen met de arbeidsmarkt. Met name voor die laatste, veelal kwetsbare, doelgroepen brengt dit extra uitdagingen met zich mee. De middelen uit het ESF worden mede ingezet om deze doelgroepen in hun traject naar werk te ondersteunen.

Om zicht te krijgen op de effectiviteit van ESF in Nederland, worden periodiek de resultaten en effecten van het huidige ESF-programma met onderzoek objectief gemeten. De onderzoeksresultaten worden onder andere gebruikt om de ESF-subsidieregeling zo nodig bij te stellen en de ESF-middelen daar in te zetten waar ze het meest nodig zijn. Uit de reeds uitgevoerde onderzoeken blijkt dat we ook daadwerkelijk van toegevoegde waarde kunnen spreken als het gaat om de inzet van ESF in Nederland. In 2017 zijn twee onderzoeksrapporten over ESF gepubliceerd.

Inzet ESF voor Actieve Inclusie

Het eerste rapport is een verdiepend onderzoek over het onderdeel Actieve Inclusie2. In dit onderzoek is onder andere de toegevoegde waarde van ESF in relatie tot de reguliere activiteiten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt onderzocht.

Met de inzet van ESF-subsidie hebben de aanvragers het aanbod waarmee zij de doelgroep voor toeleiding naar de arbeidsmarkt ondersteunen vergroot en hebben zij meer mensen uit de beoogde doelgroep bereikt. Aanvragers zetten met ESF ook instrumenten aanvullend op het reguliere re-integratiebeleid in. Naast dit volume-effect is ook kwaliteitsverbetering van de instrumenten voor toeleiding tot de arbeidsmarkt bereikt, bijvoorbeeld door meer maatwerk aan te kunnen bieden aan moeilijkere doelgroepen.

Onder andere de centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s kunnen voor dit thema ESF subsidie aanvragen. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s vragen ook subsidie aan voor begeleiding van (ex-)leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en praktijkonderwijs (VSO/PrO). Een positief neveneffect hiervan is dat het ESF in de periode 2014–2020 eraan heeft bijgedragen dat in 80% van de arbeidsmarktregio’s de regionale samenwerking is verbeterd, bijvoorbeeld tussen gemeenten en scholen bij de re-integratie van jonge mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Eigen Kracht, gemeente Leeuwarden

Deelproject «Eigen Kracht» van de gemeente Leeuwarden richt zich op de participatie en emancipatie van laagopgeleide vrouwen. De gemeente probeert deze groep te bewegen naar een opleiding of de arbeidsmarkt door ze een traject te laten volgen in de beroepsbegeleidende leerweg, waarbij werk gecombineerd wordt met school. De vrouwen zijn geselecteerd op basis van een van te voren vastgelegd profiel zodat eventuele problemen tijdig in beeld gebracht kunnen worden. Naast het «reguliere» werk-school traject, worden deze vrouwen intensief begeleid door een jobcoach en een studieloopbaanbegeleider. Doel is het bereiken van een startkwalificatie in één jaar, waar normaal twee jaar voor staat. Niet alle deelnemers zullen het traject met een diploma afronden – de verwachting is dat ongeveer de helft dat zal halen – maar het project heeft de deelnemers gemotiveerd en geactiveerd.

Inzet ESF Duurzame Inzetbaarheid

Het tweede onderzoek in 2017 is gericht op het onderdeel Duurzame Inzetbaarheid (DI) voor regio’s en sectoren.3 Uit het eerste tussenrapport van het onderzoek blijkt dat volgens de betrokken aanvragers voor bijna alle projecten de ESF-subsidie van groot belang is geweest om het projectplan te ontwikkelen. Zonder de ESF-subsidie zou het plan in een groot deel van de gevallen niet of in afgeslankte en/of gewijzigde vorm zijn doorgegaan. Hieruit blijkt dat financiering vanuit het ESF vaak net de (extra) impuls geeft om werk te maken van het ontwikkelen van beleid op het gebied van duurzame inzetbaarheid, juist in bedrijven en sectoren waar dit nodig is. Sterk vertegenwoordigd zijn bijvoorbeeld de bouw en de industrie.

Uit een onderzoek dat in 2016 heeft plaatsgevonden voor het onderdeel Duurzame Inzetbaarheid voor arbeidsorganisaties4, blijkt dat bij negen van de tien arbeidsorganisaties zaken in gang zijn gezet die anders niet of in mindere mate zouden hebben plaatsgevonden.

Duurzaam weken in het hout, Stichting Sociaal Fonds voor de Houtverwerkende Industrie

De houtverwerkende industrie wordt gekenmerkt door veel laaggeschoolde arbeid en door medewerkers die veelal niet van nature bezig zijn met hun loopbaanontwikkeling, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid (DI). Het gaat in deze sector relatief veel om werknemers met een hoge gemiddelde leeftijd en om werknemers die veelal laaggeletterd zijn. De sector dreigt hierdoor geconfronteerd te worden met structurele inzetbaarheidsproblemen. Ook de verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd vergroot de urgentie om aandacht te besteden aan duurzame inzetbaarheid.

Sociale partners hebben dit thema opgepakt en hebben een paritaire commissie ingesteld. Deze commissie heeft een nulmeting laten uitvoeren. De conclusies uit en de ervaringen met dit onderzoek, zoals een gebrek aan bewustzijn van de relevantie van het thema DI en de laaggeletterdheid van de werkenden in de sector, vormen de uitgangspunten van het plan van aanpak van dit ESF-project. Het project bevat o.m. instructies voor personeelsmedewerkers, inzetbaarheidscans met follow-up gesprekken en voorlichting over duurzame inzetbaarheid.

ESF-Event

Dat het ESF werkt, heb ik zelf ervaren tijdens het jaarlijkse ESF-Event dat op 8 november jongstleden plaatsvond. Deze editie was extra feestelijk, omdat het ESF in 2017 60 jaar bestond. Het ESF-Event biedt projecten een podium om te laten zien wat de extra ESF-middelen bijdragen aan het helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een aantal projecten heb ik de ESF-Award mogen uitreiken, omdat zij zich in 2017 extra hebben onderscheiden. Ook in een welvarend land als Nederland, waar het relatief goed gaat op de arbeidsmarkt, wordt op zo’n bijeenkomst nogmaals duidelijk dat er nog altijd mensen zijn die extra hulp nodig hebben. ESF levert hieraan een belangrijke bijdrage.5

3. Tot slot

De toegevoegde waarde van ESF is in Nederland substantieel. ESF doet er in Nederland nog steeds toe en is van groot belang voor het bereiken van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en de verhoging van de arbeidsparticipatie. Dit jaar zal de Europese Commissie de eerste voorstellen voor de volgende begrotingsperiode van zeven jaar vanaf 2021 presenteren in een Meerjarig Financieel Kader. Dan zal ook bekend worden in hoeverre vervolg wordt gegeven aan de sociale doelstellingen vanuit de Europese Commissie.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

Bijlage 1: ESF-programma 2014 – 2020

Dit ESF-budget wordt geprogrammeerd en uitgevoerd in medebewind met de Europese Commissie (EC). Er wordt gewerkt met een zevenjarig programma dat de Europese begrotingscyclus volgt. In de programmaperiode 2014–2020 heeft Nederland een bedrag van ruim € 510 miljoen te besteden (€ 72,8 miljoen per jaar). De besteding van het budget is uitgewerkt in een zevenjarig nationaal ESF-programma, waarin een aantal bestedingsdoelen is vastgelegd en waarin de Tweede Kamer destijds is gekend. Dit programma is in 2013 goedgekeurd door de EC. Eventuele wijzigingen moeten eveneens worden goedgekeurd door de EC.

In Nederland worden de ESF-middelen vooral ingezet om de arbeidsparticipatie te verhogen, door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te helpen en werknemers in staat te stellen langer actief en gezond aan het werk te blijven.

Aanvrager

Doelgroep

Doelstelling

Budget (*)

Investeringsprioriteit A: Actieve Inclusie

Actieve Inclusie

363

Centrumgemeenten arbeidsmarktregio’s: Gemeentelijke projecten

Jongeren (onder de 28 jaar), ouderen (vanaf 50 jaar), arbeidsbelemmer-den, langdurig werklozen, niet-uitkeringsontvangers, statushouders (vluchtelingen)

Het bevorderen van Actieve Inclusie, door middel van het vergroten van mogelijkheden tot arbeidsinpassing van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Een project in dit kader heeft mede tot doel de bevordering van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen en de bevordering van gelijke kansen en non-discriminatie.

 

Centrumgemeenten arbeidsmarktregio’s:

VSO/PrO scholen

(Ex-)leerlingen Voortgezet Speciaal Onderwijs en Praktijkonderwijs (VSO/PrO)

Ministerie van JenV

(Ex-)gedetineerden, jongeren in een jeugdinrichting, tbs’ers

 

UWV

Personen met een arbeidsongeschiktheids-uitkering (WIA, WAO, ZW en Wajong)

 

Sociale Innovatie en Transnationale Samenwerking

 

Centrumgemeenten

arbeidsmarktregio’s, UWV en het Ministerie van VenJ

Doelgroepen Actieve Inclusie, Internationale partnerschappen

Het bevorderen van sociale innovatie of het bevorderen van transnationale samenwerking op het terrein van Actieve Inclusie.

 

Investeringsprioriteit B: Actief en gezond ouder worden

Duurzame Inzetbaarheid Bedrijven en instellingen

102

Arbeidsorganisaties

Werkenden

Het bevorderen van duurzame inzetbaarheid van werkenden.

 

Duurzame Inzetbaarheid regio’s en sectoren

 

Onderwijs & Ontwikkelingsfonds, samenwerkingsverbanden van werkgevers- en werknemersorganisaties, College van B&W of een O&O-fonds.

Werkenden

Het vergroten van de bewustwording, ontwikkeling, uitvoering en verspreiding van maatregelen op het terrein van duurzame inzetbaarheid van werkenden.

 

Investeringsprioriteiten C: Toegang tot werkgelegenheid voor werkzoekenden en niet-actieven

Geïntegreerde Territoriale Investeringen

25

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht

Werklozen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Het bevorderen van de toegang tot werkgelegenheid en ondersteuning van de arbeidsmobiliteit, als onderdeel van een uitvoeringsplan van de subsidieaanvrager.

 

Technische bijstand

Agentschap SZW

 

Bijdrage uitvoeringskosten

20

Totaal budget

510

Toelichting op de tabel

Actieve Inclusie

Veruit het grootste deel van het budget voor het ESF-programma 2014–2020 (circa 71%) is gericht op het naar werk begeleiden van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt (doelgroep Participatiewet) met name binnen de 35 arbeidsmarktregio’s. Een deel van dit budget wordt gebruik om leerlingen van het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (VSO/PrO) te helpen met het vinden van een baan of vervolgopleiding. Activiteiten die worden gefinancierd met ESF lopen uiteen van scholing, tot jobcoaching of het verstrekken van loonkostensubsidies. ESF is een zeer welkome aanvulling op het participatiebudget van gemeenten. Een deel van dit budget wordt ingezet om de doelgroep van UWV (met name Wajong) en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) aan het werk te helpen.

Duurzame Inzetbaarheid

Naast het toeleiden naar werk, wordt ongeveer 20% van het ESF-budget ingezet om (werkende) mensen hun hele werkzame leven duurzaam inzetbaar te houden. Dit in verband met de stijgende pensioenleeftijd. Deze projecten zijn vooral gericht op bedrijven en sectoren om een duurzame inzetbaarheidbeleid te ontwikkelen en gaat met name om planvorming, ontwikkeling, testen en implementatie.

Dit thema is opgedeeld in twee onderdelen. Er is een bedrag van maximaal € 10.000 subsidie beschikbaar voor bedrijven en instellingen voor het inschakelen van een adviseur. De adviseur geeft advies over bijvoorbeeld het bevorderen van gezond en veilig werken of het bevorderen van een leercultuur voor de werkenden. Het andere onderdeel betreft subsidie aan regio’s en sectoren. Aanvragers hiervan zijn O&O fondsen, samenwerkingsverbanden van sociale partners en, indien daarbij aangesloten, gemeenten. De subsidie is bedoeld voor de ontwikkeling van een breed (inter)sectoraal of regionaal plan gericht op bijvoorbeeld beleidsvorming en onderzoek ter bevordering van duurzame inzetbaarheid van werkenden. Eventueel daaruit voortvloeiende scholing van werknemers valt ook onder deze regeling, alsmede op innovatie gerichte opleidingen van het huidige vak van werknemers.

Geïntegreerde Territoriale Investeringen

Tot slot wordt 5% van het budget ingezet voor het aanpakken van de mismatch op de arbeidsmarkt in de G4. Dit wordt gedaan door enerzijds subsidie vanuit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) in te zetten om de arbeidsvraag te ontwikkelen (dit fonds wordt beheerd door het Ministerie van EZK) en anderzijds ESF-subsidie in te zetten om arbeidsaanbod te ontwikkelen aansluitend op de vraag: een geïntegreerde territoriale investering vanuit twee Europese fondsen.

Uitvoeringsbudget

De overige 4% betreft uitvoeringsbudget voor de uitvoering van ESF in Nederland.

Overige informatie

Er is sprake van zeven jaarlijkse subsidietranches, die binnen een periode van 3 jaar moeten zijn omgezet in concrete projecten, dat wil zeggen: toegekend, uitgevoerd, gecontroleerd (eerstelijnscontrole) en gedeclareerd bij de EC. De EC laat vervolgens een tweedelijnscontrole uitvoeren. In Nederland is dit belegd bij de Auditdienst Rijk. De tweedelijnscontrole, overige administratieve verplichtingen en inrichting van projecten (met deelnemersadministratie en financiële administratie) zijn afgeleid uit Europese verordeningen.

Al bij de opzet van het ESF-programma is vereenvoudiging van de regelgeving en vermindering van de administratieve lasten als uitgangspunt gehanteerd. Ook tijdens de uitvoering van de lopende ESF-programmaperiode (2014–2020) wordt samen met de aanvragers en waar nodig in afstemming met de Europese Commissie onderzocht of verdere vereenvoudiging mogelijk is. Er is al een aantal successen op dit gebied behaald. En ook in de toekomst wordt nog gezocht naar mogelijke nieuwe vereenvoudigingen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark


X Noot
1

Gelderblom, A., Gravesteijn, J., de Koning, J., Driessen, T. & Buiskool, B-J. (juli 2017), Evaluatie ESF-regeling Duurzame Inzetbaarheid Regio’s en sectoren. Eerste tussenrapport, Rotterdam (SEOR bv).

X Noot
2

Oostveen, O.,Witvliet, M.,Mallee L. & Mevissen,J.(juni 2017),Verdiepend onderzoek Evaluatie ESF Actieve Inclusie over de periode 2014–2016, Amsterdam (Regioplan bv)

X Noot
3

Zie voetnoot 2.

X Noot
4

Bureau Bartels B.V. (juli 2016), Eindevaluatie eerste openstelling ESF-regeling Duurzame Inzetbaarheid bedrijven/ instellingen. Amersfoort