Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201326642 nr. 124

26 642 Europees Sociaal Fonds (ESF)

Nr. 124 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2013

Met deze brief leg ik u mijn keuzes voor betreffende de inzet van het Europees Sociaal Fonds (ESF) voor de nieuwe programmaperiode 2014–2020. Dit is een vervolg op mijn brief van 15 juni 2012.1

Aanleiding

De Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement hebben recent een akkoord bereikt over het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie (EU). Nederland ontvangt voor 2014–2020 ongeveer 450 miljoen euro ESF. In aanloop naar de nieuwe programmaperiode bereid ik het beleidskader (Operationeel Programma) voor dat ik wil voorstellen aan de Europese Commissie.

Welke thema’s?

De Europese verordeningen bieden een breed kader voor de besteding van ESF. Dit kader sluit aan op de Europa 2020 strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en de landenspecifieke aanbevelingen die de Europese Raad daarvoor vaststelt. De invulling van het Operationeel Programma gebeurt in afstemming met de Europese Commissie. Deze heeft Nederland onder andere aanbevolen om ESF te benutten voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en voor versterking van de inzetbaarheid van werknemers op de arbeidsmarkt. Dit sluit goed aan bij de thema’s ter verkenning die mijn ambtsvoorganger schetste in zijn brief van 15 juni 2012: (1) actieve inclusie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en (2) bevorderen van duurzame arbeidsinzet van werkenden. Er heeft een verkenning plaatsgevonden met vertegenwoordigers van UWV, de gemeenten en VNG, van sociale partners, van het onderwijsveld en van diverse Ministeries. Hieruit bleek dat de twee thema’s kunnen rekenen op een breed draagvlak. De verkenning heeft voorts aanbevelingen opgeleverd voor de uitvoering. Dit betrof nadruk op een brede doelgroep, eenvoudige uitvoeringsstructuur en vermindering van administratieve lasten. Ik benut dat bij de uitwerking.

Verdeling van de middelen

De omvang van het ESF-budget is fors minder dan voorheen: met 450 miljoen euro iets meer dan de helft van het budget voor de huidige programmaperiode en een vierde van de periode daarvoor. Concentratie van de inzet van de middelen is daarom nodig. Ik wil het merendeel van het budget ter beschikking stellen aan gemeenten voor actieve inclusie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het gaat om een groot aantal mensen dat moeite heeft om op de arbeidsmarkt te komen en/of nauwelijks deelneemt aan de samenleving. De economische crisis en de gevolgen daarvan leggen de komende jaren een grote hypotheek op juist deze kwetsbare groep. Ik wil daarom voor het thema «actieve inclusie» circa 70% van het ESF-budget reserveren. Op termijn zal de situatie op de arbeidsmarkt weer aantrekken en zullen de gevolgen van de vergrijzing zich sterker doen gelden. Langer doorwerken wordt dan een centraler thema. Ik wil voor het thema «duurzame inzetbaarheid werkenden» circa 20% reserveren. Daarnaast reserveer ik 5% voor geïntegreerde gebiedsontwikkeling door de G4 (zie hierna onder «Sturing en synergie»). De resterende 5% gebruik ik voor uitvoeringskosten en voor transnationale samenwerking, sociale innovatie, het waarborgen van gelijke kansen en het tegengaan van discriminatie. Deze zogenoemde horizontale thema’s zijn op grond van de EU-verordening verplichte onderdelen van het ESF-programma 2014–2020.

Wie kan subsidie aanvragen en waarvoor?

Thema actieve inclusie

Op voordracht van de regio’s zijn 35 arbeidsmarktregio’s geformeerd.2 Ik vind deze infrastructuur van groot belang, omdat op regionaal arbeidsmarktniveau concrete aansluiting kan worden gecreëerd tussen sociale en economische doelstellingen. Regionale ontwikkeling van werkgelegenheid, aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt en re-integratie van mensen die een steun in de rug nodig hebben kunnen op dit niveau tot win-win-win-situaties leiden. Ik vraag de arbeidsmarktregio’s ieder één gemeente binnen de regio te kiezen als hoofdaanvrager voor het thema actieve inclusie. Ook het UWV, ten behoeve van hun uitkeringsgerechtigden en het Ministerie van V&J (mede namens VWS), ten behoeve van ex-gedetineerden, TBS-ers en jongeren in een (gesloten) jeugdinrichting, kunnen aanvragen voor dit thema.

Subsidie voor het thema actieve inclusie bestem ik voor een brede groep van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, door gemeenten te benutten voor een ruim scala aan subsidiabele activiteiten. Het gaat onder meer om het terugdringen van jeugdwerkloosheid en om re-integratie van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals mensen met een arbeidsbeperking, werkloze 50-plussers, mensen zonder werk of uitkering waaronder (laagopgeleide) vrouwen. Goede beheersing van de Nederlandse taal is een belangrijke factor bij het vinden van werk. Onder actieve inclusie valt daarom ook het wegwerken van taalachterstand. Van het beschikbare budget wil ik 30% oormerken voor de arbeidstoeleiding van (ex-)leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs. Het gaat om schoolverlaters die geen startkwalificatie kunnen behalen en voor het vinden van een werkgever hulp nodig hebben.

Een bijzondere uitdaging voor alle arbeidsmarktpartijen vormt de arbeidsparticipatie van mensen met een arbeidsbeperking. In de brief over het sociaal akkoord van 11 april jongstleden constateert het kabinet dat hun arbeidsparticipatie achterblijft. Sociale partners hebben voorgesteld om samen met gemeenten er zorg voor te dragen dat deze mensen een werkplek krijgen. ESF kan via de aanvraag van gemeenten daarbij helpen.

Ik wil begin 2014 een aanvraagronde openstellen voor de periode 2014/2015 voor gemeentelijke projecten. Eind 2015 volgt een aanvraagronde voor 2016/2017 en eind 2017 een laatste ronde voor 2018/2019. Het jaar 2020 kunnen we gebruiken als uitloopjaar.

Thema duurzame inzetbaarheid

Als aanvragers van ESF-subsidie om duurzame arbeidsinzet van werkenden te bevorderen, wijs ik onder andere O&O fondsen, samenwerkingsverbanden van sociale partners, bedrijven en (overheids-)instellingen aan. Zij kunnen de subsidie gebruiken voor regionale en intersectorale projecten, bijvoorbeeld voor een transfercentrum voor intersectorale scholing en mobiliteit of voor een sectoraal stappenplan duurzame inzetbaarheid. Te denken valt ook aan ontwikkeling van een loopbaanadviesstructuur of een bedrijfsstappenplan. In het kader van duurzame inzetbaarheid kunnen O&O-fondsen en bedrijven/instellingen ook inzetten op betere beheersing van Nederlandse taal op de werkvloer. Ik handhaaf voor dit thema het systeem van een aanvraagtijdvak, budgetplafond en inhoudelijke beoordeling en ranking voor toekenning van subsidie. Nog bezien zal worden hoe aanvragen voor dit thema zich verhouden tot sectorplannen en hoe dubbele aanvragen kunnen worden voorkomen.

Wat kan beter?

Ik streef in de nieuwe programmaperiode naar: (1) efficiëntere uitvoering en verbetering van resultaten en (2) een eenvoudiger verantwoording. De eerste doelstelling is te bereiken door potentiële aanvragers te informeren wat zij over meerdere jaren aan ESF-subsidie kunnen verwachten. Ik stel vervolgens aanvragers in staat om meerjarige projecten aan te vragen, waardoor investeringen in goed projectmanagement en adequate projectadministratie meer profijt opleveren. De tweede doelstelling bereik ik door alleen simpel te verantwoorden kosten te subsidiëren, zodat de verantwoording en controle eenvoudiger worden. Ingewikkelde projecten met complexe kostenstructuren komen niet meer voor ESF-subsidie in aanmerking.

Sturing en synergie

De Europese Commissie vergroot de sturing op resultaat van de Europese fondsen. Voor de nieuwe programmaperiode geldt de eis dat de beleidsprogramma’s van de lidstaten nauwgezet aangeven welke tussentijdse resultaten met de middelen worden behaald. Bij achterblijvende resultaten kan een financiële maatregel volgen van de Commissie. Tevens bepleit de Europese Commissie dat benutting van de budgetten wordt versterkt door synergie – samenwerking of samenhang – tussen verschillende EU-fondsen van de lidstaat. Ik verken daarom met de Staatssecretaris van Economische Zaken de mogelijkheid van programmatische samenwerking tussen het ESF en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), in de vorm van een gebiedsgerichte investering van beide fondsen in elk van de vier grote steden. Bij die samenwerking kan EFRO zorgen voor werkgelegenheid en ESF voor toeleiding van werkzoekend arbeidsaanbod. Ook breder wordt verkend hoe synergie tussen EFRO en ESF en zo mogelijk andere fondsen gestimuleerd kan worden bij de ontwikkeling van projecten en programma’s. Dit om samenhang tussen sectorale en regionale arbeidsmarktplannen te bewerkstelligen en daarmee goede aansluiting van het arbeidsaanbod bij de vraag naar arbeid vanuit het bedrijfsleven.

Youth Employment Initiative

Zes miljard euro van het ESF is gereserveerd voor bestrijding van de jeugdwerkloosheid in de EU, onder de noemer Youth Employment Initiative (YEI). Lidstaten komen in aanmerking voor een toedeling uit dit fonds als de jeugdwerkloosheid 25% of meer bedraagt. Dit is in Nederland niet het geval en daarom komt ons land niet in aanmerking voor een bijdrage uit dit fonds. Ondanks het feit dat in Nederland de jeugdwerkloosheid nog niet tot deze hoogte is gestegen, heeft het kabinet aanvullende maatregelen genomen om verdere toename tegen te gaan. Over de maatregelen bent u bij brief van 5 maart jongstleden geïnformeerd en de maatregelen zijn met u besproken in een Algemeen Overleg van 3 april 2013. Inmiddels is een aantal aangekondigde acties in uitvoering genomen, waaronder het aantreden van een ambassadeur Bestrijding jeugdwerkloosheid in de persoon van mw. Mirjam Sterk.

Uitvoering motie Van Hijum/Spekman

Eind 2011 heeft uw Kamer de motie Van Hijum/Spekman aangenomen3. Ik informeer u hierbij hoe de motie is betrokken bij de ontwikkeling van het beleidskader ESF en hoe, afgezien van ESF, met het nationale beleid invulling wordt gegeven aan de motie. De motie vraagt ESF in de nieuwe programmaperiode te benutten om: «...ter uitwerking van de doelstelling «sociale inclusie en armoede» samen met gemeenten een ambitieus programma op te stellen dat taal- en ontwikkelingsachterstanden en schooluitval van kinderen tegengaat en maatschappelijke participatie bevordert».

Met de bovenstaande uitwerking van het nieuwe ESF-programma richt ik mij op sociale inclusie en armoedebestrijding. Dit is in overeenstemming met de kabinetsopvatting dat werk en scholing, armoede het beste kunnen voorkomen en bestrijden en sociale inclusie bewerkstelligen. Vanuit deze opvatting heeft Nederland in het kader van de EU2020 strategie zich ten doel gesteld het aantal personen in huishoudens zonder betaald werk te verminderen. Ik vraag gemeenten om bij hun inzet van middelen voor arbeidstoeleiding, voorrang te geven aan ouders met kinderen in een kwetsbare positie. Voor inkomensondersteuning aan gezinnen in verband met kosten voor maatschappelijke participatie van kinderen worden via het Gemeentefonds middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten.

De Minister van OCW bindt daarnaast op verschillende fronten succesvol de strijd aan met het voortijdig schoolverlaten van jongeren, onder andere door een verbeterde verzuim- en uitvalregistratie. De Minister van OCW stelt tevens jaarlijks aan gemeenten een bedrag van 360 miljoen euro beschikbaar om taal- en ontwikkelingsachterstanden en schooluitval van jonge kinderen tegen te gaan. Een aanvullend ESF-programma voor kinderen ligt daarom niet in de rede. De ESF-verordening voorziet overigens ook niet in besteding van subsidie rechtstreeks aan kinderen; zij worden op deze wijze via de ouders bereikt. OCW en SZW werken gezamenlijk aan een verkenning om kwaliteitsverbetering van de vroegtijdige- en voorschoolse educatie tot stand te brengen. Tenslotte heeft het kabinet op grond van het Regeerakkoord middelen gereserveerd voor een intensivering van het armoedebeleid voor de meest kwetsbaren.

Proces en planning

Naar verwachting worden de Europese structuurfondsenverordeningen in de tweede helft van 2013 aangenomen door de Raad en het Europees parlement. Daarna kan het Operationeel Programma ESF 2014–2020 voor goedkeuring aan de Europese Commissie worden aangeboden. Ik streef erna om begin 2014 het nieuwe ESF-programma open te stellen voor aanvragen, mits het uitblijven van definitieve besluiten binnen de EU dat niet verhinderen. Ik werk, uitgaande van het Operationeel Programma, aan de benodigde subsidieregeling dat ik bij een gebruikerspanel toets. De Europese Commissie beoordeelt de huidige uitvoeringsstructuur voor ESF in Nederland met één landelijke Managementautoriteit (het Agentschap van SZW), Certificeringsautoriteit (Ministerie van EZ) en Auditautoriteit (Ministerie van Financiën) als zeer toereikend. Ik laat deze structuur daarom ongewijzigd.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Kamerstuk 26 642, nr. 120.

X Noot
2

Zie voor de arbeidsmarktregio’s:www.samenvoordeklant.nl

X Noot
3

Kamerstuk 24 515, nr. 223.