26 642
Europees Sociaal Fonds (ESF)

nr. 106
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 april 2008

Inleiding

De projecten van het EQUAL-programma zijn eind 2007 afgerond. Hierbij wil ik u informeren over de resultaten van de tweede tranche EQUAL (2005 t/m 2007) en u de vijf eindrapporten van de EQUAL Nationale Thematische Netwerken aanbieden. Over de eerste tranche EQUAL (2001–2004) is de Tweede Kamer geïnformeerd op 6 december 2005, Kamerstukken II 2005/2006, 26 642, nr. 79). Omdat volgens mijn ervaring beelden vaak zoveel meer zeggen dan woorden, raad ik u van harte aan de bijgesloten dvd te bekijken, waarop vijf EQUAL-projecten zich in korte filmpjes presenteren1.

Wat is EQUAL?

EQUAL is een transnationaal programma van de Europese Unie, gericht op het creëren van gelijke kansen en het bestrijden van discriminatie op de arbeidsmarkt. Het gaat hierbij om vijf thema’s:

• ondernemerschap

• gelijke kansen voor vrouwen en mannen

• activering

• leren & werken

• integratie & arbeidsmarkt

In de tweede tranche zijn van 2005 tot 2008 ruim 100 projecten uitgevoerd (zie bijlage 1 factsheet EQUAL voor meer informatie)1. Evenveel nieuwe methodieken zijn ontwikkeld, getest, geëvalueerd en voor zover mogelijk verspreid. Bij de projecten waren circa 15 000 deelnemers betrokken.

Vier aanpakken blijken in EQUAL goed te werken: intensieve bemiddeling, empowerment, samenwerking tussen ketenpartners en ondernemerschap. EQUAL heeft organisaties de mogelijkheid geboden om te experimenteren met (zeer) intensieve bemiddeling van cliënten, wat in veel gevallen succesvol is gebleken. Uitgaan van de eigen kracht van mensen en ze zich daarvan bewust maken, empowerment, is een sterk instrument gebleken bij activering naar samenleving, arbeidsmarkt en school. Daarnaast blijkt intensieve samenwerking tussen ketenpartners, waar in EQUAL de nadruk op ligt, cruciaal voor het slagen van een project. Mensen moeten elkaar kennen om afspraken te kunnen maken waarbij niet de organisaties centraal staan, maar de mensen. Tenslotte is gebleken dat, tegen de beeldvorming in, zelfstandig ondernemerschap voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een goede, en zeker geen«tweede keuze» optie is.

Veel organisaties en deelnemers hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheden van EQUAL en ervan geleerd. Maar het gaat niet alleen om het project, dat duurt maar kort. Het doel van EQUAL is dat er in de projecten methodieken worden ontwikkeld, getest en geëvalueerd. Het gaat er vervolgens om dat de geleerde lessen worden verspreid en goede aanpakken worden overgenomen door andere organisaties of dat er effecten zijn op beleid (in EQUAL termen: mainstreaming).

Nationaal Thematische Netwerken EQUAL

Om te bevorderen dat resultaten worden verspreid en overgenomen, heeft mijn voorganger voor elk thema een Nationaal Thematisch Netwerk ingesteld met daarin experts op de verschillende gebieden, onder andere vertegenwoordigers van andere departementen, UWV en CWI, gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties, Kamers van Koophandel en onderzoeksinstellingen. Deze netwerken hebben twee taken: het ondersteunen van projecten bij het overdragen van hun projectresultaten en het, onafhankelijk, doen van aanbevelingen op basis van hun kennis van de projecten.

Leeswijzer

In de afgelopen jaren is veel werk verzet in de projecten en door de vijf netwerken. Dit heeft vele innovatieve praktijkvoorbeelden opgeleverd en een groot aantal aanbevelingen. Het voert hier te ver om op alle, in totaal 75, aanbevelingen uit de vijf eindrapporten in te gaan. Een groot deel van de aanbevelingen en resultaten van de projecten draagt bij aan de ambities van het kabinet, vooral op het terrein van sociale samenhang. Om dit te laten zien heb ik ervoor gekozen om via deze kapstok de belangrijkste aanbevelingen te presenteren (voor een totaaloverzicht zie bijlage 2 Matrix EQUAL aanbevelingen)1. Onder de kopjes Iedereen doet mee, Deltaplan inburgering, Krachtwijken, voortijdig schoolverlaten en emancipatie en mantelzorg, presenteer ik een aantal NTN aanbevelingen die relevant zijn voor dit onderwerp of project. Om een beeld te geven van de activiteiten in de projecten, zijn in de tekst boxen opgenomen met daarin korte informatie over vijf EQUAL-projecten.

Lessen uit EQUAL

Iedereen doet mee

Via het actieplan Iedereen doet mee wil het kabinet 200 000 mensen extra met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aan de slag helpen (bemiddeling en trajecten). Binnen EQUAL is geëxperimenteerd met verschillende aanpakken voor deze doelgroep.

Bijvoorbeeld bij de re-integratie van (verslaafde) dak- en thuislozen. Hier speelt vaak ook de justitiële keten een rol. Het NTN beveelt aan dat gemeenten regionaal met Justitie afspraken maken zodat wordt gewaarborgd dat cliënten die een op arbeid gericht traject doorlopen daarmee kunnen doorgaan. Zo kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat taakstraffen binnen en in het kader van het traject worden uitgevoerd. De ontwikkeling van de Locaties Werk en Inkomen, waarin verschillende dienstverleners op terrein van arbeidsbemiddeling samenkomen die kampen met problemen rond de bemiddeling van (ex)gedetineerden, zou kunnen bijdragen aan het maken van dergelijke afspraken. Dat deel van de keten moet nog verkend worden en kan nieuwe inzichten bieden in de bemiddeling van werkzoekenden met een justitieel verleden. Ik zal stimuleren dat hierin stappen worden gemaakt.

Werk: een zorg minder

Het project Werk: een zorg minder richt zich op WWB-gerechtigden met psychische of psychosociale problemen die vrijgesteld zijn van de arbeidsplicht en op vrijwillige basis willen deelnemen. De deelnemers zijn ondermeer geworven via huisbezoeken. In een activeringscentrum voeren de deelnemers verschillende werkzaamheden en klussen uit. Ten behoeve van de begeleiders is een instrument ontwikkeld waarmee de zorgvraag op de verschillende leefgebieden kan worden geïnventariseerd. Ook is een beroepscompetentiemodel ontwikkeld met leerdoelen voor de deelnemers. De uitkomst van het project is dat bijna alle deelnemers worden geactiveerd en doorstromen naar een vervolgtraject. De effectiviteit is aangetoond met een controlegroep. Zie www.werkeenzorgminder.nl

Ook ondernemerschap biedt kansen voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. De NTNs geven aan dat gemeenten, UWV en CWI meer aandacht zouden moeten besteden aan ondernemen vanuit een achterstandspositie. Re-integratie richt zich nu veelal in eerste instantie op uitstroom naar werknemerschap, terwijl zelfstandig ondernemerschap ook vaak leidt tot duurzame uitstroom. De overheid zou de uitvoering van ondernemerstrajecten voor mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidmarkt meer dienen te promoten en te faciliteren. Ik ben van mening dat ook voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt ondernemerschap een goede mogelijkheid kan zijn. Vanuit SZW is het afgelopen jaar bij de SUWI-keten aangedrongen op meer aandacht voor ondernemerschap als reële en volwaardige uitstroommogelijkheid. Het UWV en de CWI hebben aangegeven dat zij het zelfstandig ondernemerschap inderdaad als een gelijkwaardige optie zien ten opzichte van uitstroom naar loondienst. Ook bij de gemeenten is de aandacht voor ondernemerschap als een reële uitstroomoptie voor mensen met een WWB-uitkering toegenomen. Het UWV, de CWI en de gemeenten hebben inmiddels een aantal verbeteringen doorgevoerd. Het IWI-rapport «Een zaak van belang» (Kamerstuk 2007–2008, 26 448, nr. 354) dat onlangs naar de Kamer is gestuurd, bevestigt dit beeld. Uit het IWI-rapport komt wel naar voren dat het UWV, de CWI en gemeenten actiever kunnen samenwerken op het gebied van ondernemerschap en hun hulpaanbod aan een startende ondernemer vanuit de uitkering meer zouden moeten inrichten vanuit diens perspectief.

Verder zou volgens de NTN-aanbevelingen sterker kunnen worden ingezet op het faciliteren van ondersteuningsstructuren die al werkzame allochtone ondernemers helpen zichzelf te professionaliseren. Ondernemerschap is een kansrijke manier om de arbeidsparticipatie van allochtonen te vergroten. Ondersteuningsstructuren kunnen een belangrijke rol spelen bij het vergroten van de overlevingskansen van ondernemers. Het kabinet zal zich daarom inzetten voor het versterken van de ondersteuningsstructuur voor allochtone ondernemers. Op 24 januari jl. is door de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Economische Zaken en Wonen, Wijken en Integratie een conferentie georganiseerd over nieuw ondernemerschap. Tijdens deze conferentie zijn voorstellen gedaan voor het vergroten van de kansen van (startende) allochtone ondernemers. Bekeken wordt hoe de resultaten van deze conferentie om kunnen worden gezet in gezamenlijke concrete beleidsmaatregelen. De coördinatie hiervoor ligt in handen van de minister voor WWI. Het streven is om nog vóór het zomerreces de Tweede Kamer over de maatregelen te informeren. Daarnaast zal in het inburgeringsexamen een profiel ondernemerschap opgenomen worden. Dat zal ertoe leiden dat er inburgeringsprogramma’s ontstaan die toegesneden zijn op inburgeraars die zich wensen voor te bereiden op het ondernemerschap.

Binnen het project Iedereen doet mee is veel aandacht voor contact binnen de regio, onder andere door regiobijeenkomsten. Ook vanuit EQUAL wordt duidelijk dat het voor een goed werkende keten belangrijk is om op het nationale niveau ruimte, zo niet prioriteit, te geven aan het lokale en bijzondere. Op het terrein van de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt geeft de projectdirectie Leren en Werken ruimte aan het lokale en bijzondere, door regionale samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, bedrijfsleven en de SUWI-keten te ondersteunen gericht op het realiseren van duale trajecten, EVC en het opzetten van een regionale infrastructuur voor leren en werken. En met succes. Er zijn de afgelopen twee jaar zogenoemde leerwerkloketten opgezet en ruim 28 000 duale trajecten en 15 000 EVC-trajecten gestart.

Daarnaast wordt steeds duidelijker dat structuren, methoden en financiële instrumenten niet toereikend zijn om succesvolle resultaten te halen bij de verdere ontwikkeling van mensen. Het succes blijkt veeleer te liggen in persoonlijke begeleiding door gemotiveerde en capabele coaches. De coaches begeleiden mensen van de start tot het eind van het (leerwerk)traject. Ook kan meer gewerkt worden met rolmodellen bij het verbeteren van onderwijs en arbeidsparticipatie van allochtonen. Bijvoorbeeld door het inzetten van promotieteams voor allochtone jongeren. Voor de effectiviteit van deze teams is het belangrijk dat zij verbonden zijn met lokale en regionale bestuurders en werkgeversorganisaties. Ook aandacht voor de persoonlijke interesse en belevingswereld van deelnemers bij trajecten gericht op empowerment en activering van geïsoleerde allochtone vrouwen blijkt een succesvolle aanpak.

Kleurrijk Brabant Werkt/Empowerment Brabantse Allochtonen

In dit project is aan de ene kant ingezet op verbetering van de beeldvorming over allochtone jongeren, onder andere bij werkgevers. Aan de andere kant is ingezet op begeleiding van allochtone scholieren om hun schoolprestaties te verbeteren en schooluitval te voorkomen. Het eerste is gedaan via promotieteams, het laatste via mentorteams.

Een promotieteam bestaat uit een groep gemotiveerde en enthousiaste jongeren die er als team aan werken hun positie, en die van hun achterban, in de samenleving en op de arbeidsmarkt te verbeteren. De teams richten zich, afhankelijk van de gestelde beleids- en werkdoelen (bijvoorbeeld terugdringen van schooluitval, verkrijgen van stages, verbeteren van de toegankelijkheid van voorzieningen), in hun activiteiten op bijvoorbeeld werkgevers, leerkrachten, medeleerlingen, ouders, politici en bestuurders.

Mentorteams bestaan uit afgestudeerde en studerende MBO’ers, HBO’ers en academici die individuele leerlingen in het voortgezet onderwijs begeleiden en ondersteunen. Mentoren begeleiden jongeren onder meer in het maken van de juiste studiekeuze en stimuleren leerlingen in hun studieloopbaan. De mentoren functioneren daarbij als een positief rolmodel. Zie ook: www.kleurrijkbrabantwerkt.nl -> promotieteams en www.kleurrijkbrabantwerkt.nl -> mentorprojecten

Deltaplan Inburgering

In het Deltaplan inburgering streeft het kabinet naar een kwaliteitsverbetering van de inburgering. Het is de bedoeling dat in 2011 80% van de inburgeringsprogramma’s een duaal karakter heeft waarbij inburgering wordt gekoppeld aan participatie. De behoefte hieraan blijkt ook uit de aanbeveling van de NTN’s tot meer verknoping van inburgering en arbeidsmarkttoeleiding. Hierbij is het belangrijk dat gemeenten middelen vanuit de inburgering, werkdeel WWB en educatiemiddelen gecombineerd kunnen inzetten. In de praktijk lopen projecten nu soms tegen belemmeringen aan bij het realiseren van gecombineerde en geïntegreerde trajecten. Ik verwacht dat met het het voorgenomen participatiebudget dat beter en eenvoudiger zal gaan. Met 24 gemeenten zal vooruitlopend op de introductie van het participatiebudget een voorbereidingstraject worden uitgevoerd.

Kunst werk(t) in de tertiaire sector (Kunstenaars & Co)

Kunstenaars & Co heeft met EQUAL experimenten opgezet om podiumkunstenaars in te zetten bij de re-integratie en inburgering van kwetsbare doelgroepen. Verschillende kunstenaars zijn gekoppeld aan:

– migrantenvrouwen en -mannen om acteertechnieken in te zetten bij het leren van de Nederlandse taal;

– verstandelijk gehandicapten om hen te assisteren bij het aanleren van sociale vaardigheden en het leren werken in een restaurant;

– vrouwelijke gedetineerden om met hen door middel van koorzang te werken aan de resocialisatie en aan het eigen zelfvertrouwen;

– kansarme jongeren om hen sociale vaardigheden aan te leren door samen te werken aan een theaterstuk.

Het Kohnstamm Instituut heeft in opdracht van Kunstenaars & Co een onderzoeksprogramma opgezet en uitgevoerd om de effecten van de aanpak van de kunstenaars op de vier doelgroepen te meten. In de eerste twee gevallen is volgens het onderzoek de meerwaarde aangetoond en heeft Kunstenaars & Co een stevige business case in handen om partijen rond Inburgering en Zorg ertoe aan te zetten om meer kunstenaars te gaan inzetten voor deze trajecten. Bij de derde en de vierde doelgroep is door het effectonderzoek duidelijk geworden waarom deze trajecten niet hebben gewerkt en wordt gewerkt aan het opzetten van aangepaste trajecten en een (opnieuw gemonitord) vervolgexperiment. Zie www.toolkitkunstwerkt.nl

Krachtwijken

De doelstelling van het Actieplan Krachtwijken is 40 wijken met een cumulatie van problemen om te vormen tot wijken waar mensen kansen hebben en weer graag wonen. Het resultaat moet zijn, dat deze wijken in 8–10 jaar weer vitale, woon-, werk-, leer- en leefomgevingen zijn. Vanuit de NTNs zijn diverse aanbevelingen gericht op het betrekken van de gehele leefomgeving van een deelnemer. Het (sociaal) netwerk van een deelnemer is vaak van grote invloed op het succes van activeringstrajecten voor moeilijke doelgroepen. Het NTN beveelt aan dat hier in het klantmanagement voldoende aandacht aan wordt geschonken, zodat de omgeving van de cliënt ook empowerend werkt. De omgeving kan ruim zijn: de bemiddelaar, de woonsituatie, de cliënt zelf, de werkgever/plek waar de cliënt terecht moet komen. Richt je dus niet alleen op de persoon die bemiddeld moet worden of die hulp nodig heeft, maar betrek zijn omgeving ook. Denk aan allochtone jongeren en vrouwen die veranderingsprocessen kunnen zien stranden omdat de eigen omgeving niet meegaat.

Voortijdig schoolverlaten

Met het project om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan (Aanval op Schooluitval) wil het kabinet het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters in 2012 met de helft hebben teruggebracht tot 35 000. De focus ligt daarbij op preventie: het zoveel mogelijk voorkómen van voortijdige schooluitval. Een aantal NTN’s heeft aanbevelingen op het gebied van voortijdige schooluitval geformuleerd. Deze variëren van goede leerlingbegeleiding door mentorteams en het betrekken van ouders bij studie- en beroepskeuze tot het verantwoordelijk maken van scholen voor (begeleiding op) stageplekken. Zij benadrukken daarbij het belang van een goed functionerende regionale «leren en werken»-keten, bestaande uit onderwijs, werkgevers, individu/gezin, zorginstellingen, re-integratiebureaus en bemiddelende organisaties als het CWI.

Ik deel de mening dat preventieve maatregelen zoals meer zorg op school, leerlingbegeleiding en loopbaanoriëntatie- en begeleiding belangrijke maatregelen zijn om voortijdige uitval tegen te gaan. Daarom wordt hier in het project Aanval op Schooluitval ook extra op ingezet. Daarnaast is er veel aandacht voor de aanpak van de zogenaamde «groenpluk». Werkgevers worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om hun jongere werknemers zonder startkwalificatie alsnog op te leiden tot het niveau van startkwalificatie. Doelstelling is om 20 000 werkende jongeren aan een startkwalificatie te helpen, o.a. met EVC-trajecten. De samenwerking in de regionale keten wordt verder versterkt door prestatieconvenanten die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de komende tijd met gemeenten en onderwijsinstellingen afsluit in alle 39 RMC-regio’s om voortijdig schoolverlaten te reduceren.

Bonifatius

In het project Bonifatius is sprake van een samenwerkingsverband tussen onderwijs, gemeenten, RMC’s (Regionaal meld- en coördinatiepunt) en jeugdhulpverlening.

De vernieuwende aanpak van Bonifatius bestaat uit:

  • ontwikkeling van een op maat gesneden opleidingsprogramma dat structureel rendabel en uitvoerbaar is; samenwerking in het opzetten en uitvoeren van opleiding en beroepspraktijkvorming (contrast tussen landelijke en stedelijke omgeving);

• de inzet van risicojongeren in het kader van hun opleiding als «assistenten» bij AZC, scholen, supermarkten, winkelstraten en werkplekken waar agressie veel voorkomt;

• Risicojongeren en drop-outs vanuit de ontwikkelde methode op basis van hun eigen motivatie begeleiden naar een opleiding of werk.

De gezamenlijke aanpak stelt jongeren in staat een opleiding te volgen en werkervaring op te doen in bedrijven. Elk voortraject bestaat uit een groep van ongeveer 15 jongeren, jongens en meisjes van uiteenlopende afkomst en herkomst. Per traject mogen maximaal drie jongeren met een «zware rugzak» meedoen. Deze jongeren worden via agogische zorg, jeugdreclassering of jeugdhulpverlening doorverwezen naar Bonifatius. Door de op maat gesneden aanpak met veel persoonlijke aandacht lukt het veel jongeren om aansluiting te vinden bij het reguliere onderwijs of de reguliere arbeidsmarkt. De «Bonifatius» aanpak zal in 2008 deel uitmaken van het reguliere lesprogramma van ROC de Friese Poort. ROC Amsterdam en het Albeda College volgen de ontwikkelingen en nemen delen van de methodiek over. Zie ook www.project-bonifatius.nl.

Emancipatie en mantelzorg

Het NTN gelijke kansen pleit voor meer aandacht voor de werkende mantelzorger. Er is een bewustzijn aan het ontstaan dat werknemers en werkgevers meer met elkaar in gesprek moeten over mantelzorg om overbelasting van werknemers te voorkomen. Tegelijk worden verlofmogelijkheden voor mantelzorg onvoldoende benut. Voorlichting door sociale partners lijkt de aangewezen weg. Aan het belang van mantelzorg en vrijwilligerswerk, ook als mogelijke opstap naar een betere positie op de arbeidsmarkt, wordt in het kader van «Iedereen doet mee» nadrukkelijk aandacht besteed. Vrijwilligerswerk is ook van belang bij de wijkaanpak. Door de wijkaanpak met activering van achterstandsgroepen te verbinden kunnen meerdere doelen worden gediend.

Daarnaast wijst het NTN op de achterblijvende en stagnerende doorstroom van vrouwen binnen de wetenschap. Mede op basis van de resultaten van het EQUAL-project over dit onderwerp, zijn OCW en NWO in gesprek met de universiteiten om te bezien hoe activiteiten op het gebied van vrouwen en wetenschap kunnen worden gecontinueerd. Doorstroom van vrouwen naar hogere posities, waaronder die in de wetenschap, is een van de doelstellingen die worden genoemd in de recent uitgebrachte nieuwe beleidsnota over emancipatie.

Je verdiende loon

Het doel van het project is om de financiële positie van agrarische vrouwen, in het bijzonder van de meewerkende partner, te verbeteren. Meewerkende vrouwen van zelfstandigen regelen hun zaakjes vaak niet goed genoeg en trekken dan bij situaties als het overlijden van de partner, echtscheiding of faillissement aan het kortste eind.

Met voorlichtingsmateriaal, 110 themabijeenkomsten en 8 verdiepende cursussen heeft het project zich tot de doelgroep gericht. Onderwerpen die hierin aan bod komen zijn onder andere huwelijksgoederenrecht, erfrecht, ondernemerschap, beloningsvormen, vermogensopbouw en sociale zekerheid.

Ook intermediaire adviseurs (banken, accountants, notarissen, juristen) zijn betrokken bij het project. Mede dankzij medewerking van de Gibo, Arvalis en de Rabobank slaagde de LTO-commissie «Vrouw en Bedrijf» erin om drieduizend mensen direct bij het project te betrekken. Ook is samengewerkt met FNV Zelfstandigen en het NAJK. Hierdoor hebben ook partners uit de binnenvaart en visserij aan de activiteiten deelgenomen.

De aanpak is goed overdraagbaar gemaakt door het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal, handleidingen voor de themabijeenkomsten en een cursusmap. Er zijn initiatieven voor voortzetting van de activiteiten. Zo wil de Rabobank zelf themabijeenkomsten organiseren voor zijn leden. Ook op Europees niveau is er veel interesse in de thematiek en aanpak van het project.

Zie ook www.jeverdiendeloon.nl

Tenslotte wijst het NTN op het belang van emancipatiedeskundigheid. Binnen departementen, netwerken en andere organisaties moet emancipatiedeskundigheid opgebouwd worden en structureel geborgd en uitgedragen. Het kabinet wil de bijdrage van de vakdepartementen aan het emancipatiebeleid zo transparant en toetsbaar mogelijk maken, de emancipatiedeskundigheid vergroten en de samenwerking bevorderen tussen de departementen op emancipatie-onderwerpen.

Verankering van resultaten

De ontwikkelde instrumenten en werkwijzen dragen bij aan de ambities van het kabinet en ik zal toezien op de verspreiding van resultaten door ze actief onder de aandacht te brengen van de ketenpartners en op diverse bijeenkomsten in de regio. Op de EQUAL-slotconferentie op 4 december 2007 hebben de NTN’s en de projecten hun resultaat gepresenteerd aan een groot en divers publiek. Tijdens de SZW-gemeentedagen is aan de bezoekers informatie op maat gegeven over voorbeelden uit EQUAL-projecten die bruikbaar zijn in de eigen praktijk. In de «Tour d’ Activering» van Stimulansz en de RWI worden goede voorbeelden uit EQUAL-projecten over activering onder de aandacht gebracht op zes regionale bijeenkomsten. Ook heb ik de resultaten van EQUAL in een bijeenkomst voorgelegd aan de projectdirecteuren uit de pijler Sociale Samenhang. Daarnaast heb ik de aanbevelingen die (ook) gericht zijn op andere departementen bij hen onder de aandacht gebracht. Tenslotte heb ik, om ervoor te zorgen dat iedereen kennis kan nemen van de met EQUAL ontwikkelde producten, zoals methodiekbeschrijvingen, een digitale productenbank in ontwikkeling. Deze gaat dit voorjaar online op www.agentschapszw.nl. Hieraan zal zoveel mogelijk bekendheid worden gegeven.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. Aboutaleb


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven