26 631
Modernisering AWBZ

nr. 70
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 februari 2004

Conform de toezegging die ik heb gedaan tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie van VROM op 5 november 2003 over met name de brief van 15 september 2003 «Investeren voor de toekomst: de kwantitatieve opgave voor wonen, zorg en welzijn» (TK 2002–2003, 26 631, nr. 57), zend ik u de brochure: «Het nieuwe Bouwbesluit; integrale toegankelijkheid».

Op 1 januari 2003 zijn de gewijzigde Woningwet en Bouwbesluit 2003 in werking getreden. Deze brochure gaat in op integrale toegankelijkheid in het Bouwbesluit en specifiek op de inhoudelijke wijzigingen per 1 januari 2003. Daarnaast komt de gewijzigde systematiek kort aan de orde.

De regelgeving in het Bouwbesluit met betrekking tot de toegankelijkheid van woningen kan als volgt worden samengevat:

Het Bouwbesluit kent voor woon- en utiliteitsgebouwen het begrip integrale toegankelijkheid. Dit houdt – voor woningen – in dat rolstoelgebruikers en andere mensen met een functiebeperking (bewoners en bezoekers) de woning zelfstandig moeten kunnen bereiken en binnengaan. Voor ten minste één toegang tot een woning geldt dat het hoogteverschil met de vloer van de aansluitende verkeersruimte of het aansluitende terrein niet meer dan enkele centimeters mag bedragen. Ook een drempel ter plaatse van de toegang tot een woning mag niet hoger zijn dan enkele centimeters.

Voor nieuw te bouwen alsook voor bestaande woningen geldt dat hoogteverschillen groter dan ca. 20 cm binnen die woningen moeten worden overbrugd door een vaste trap of vaste hellingbaan.

Daarnaast kent het Bouwbesluit het begrip «Toegankelijkheidssector». In nieuwe woongebouwen moet onder bepaalde voorwaarden een toegankelijkheidssector aanwezig zijn. Dit is een gedeelte van een gebouw dat mede toegankelijk is voor rolstoelgebruikers. In algemene zin geldt hiervoor dat er een maximaal hoogteverschil van slechts enkele centimeters is tussen vloeren binnen die toegankelijkheidsruimte en tussen de vloer van die toegankelijkheidsruimte en daarop aansluitende vloeren of het aansluitend terrein.

Voor de toegang (=deuropening) tot een ruimte en voor verkeersruimten in woningen geldt een breedte van minimaal 0,85 meter. Voor de overige afmetingen van (gemeenschappelijke) verkeersruimten in relatie tot integrale toegankelijkheid verwijs ik naar genoemde brochure.

In nieuw te bouwen woongebouwen (meergezinswoningen, appartementengebouwen) moet een lift aanwezig zijn indien de gebruiksoppervlakte van het gebouw een bepaalde waarde overschrijdt (3500 m2) en er een woningtoegang is die boven een bepaalde hoogte (12,5 meter) boven het maaiveld ligt. In de praktijk kan als vuistregel worden gehanteerd dat er een lift moet zijn in nieuw te bouwen woongebouwen vanaf vier woonlagen. Voor de overige nieuw te bouwen appartementen- en meergezinswoongebouwen geldt dat er tenminste ruimte moet worden gereserveerd voor een lift, opdat deze later desgewenst kan worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

Naar boven