nr. 252
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2008
In het plenair overleg van 12 maart 2008 inzake spoeddebat PGB (Handelingen
der kamer II, vergaderjaar 2007–2008, nr. 62, blz. 4437-4455) heeft
mevrouw Van Miltenburg een motie ingediend (TK vergaderjaar 2007–2008,
26 631, nr. 245) die vervolgens is aangenomen.
Over de uitvoering van de motie wil ik u als volgt informeren.
De motie wil bevorderen dat instellingen zoals scholen, zorgaanbieders
en welzijnsinstellingen hun reguliere zorg ook uitstrekken naar kinderen die
soms gedrags-, leer- en sociale problemen hebben waardoor ze even niet helemaal
vanzelf meekomen met de andere kinderen.
De motie vraagt de regering in dit verband concreet te bepalen wat de «gebruikelijke
zorg» is die openbare instellingen zoals scholen, zorgaanbieders en
welzijnsinstellingen zelf geacht worden te leveren aan kinderen met gedrags-,
leer- en sociale problemen en dit vast te leggen in een indicatiedocument.
De wijze waarop in de AWBZ het begrip «gebruikelijke zorg»
is gedefinieerd wordt hierbij als voorbeeld genoemd.
Het indicatiedocument waarin dit nu is vastgelegd zijn de beleidsregels
indicatiestelling AWBZ. Het CIZ heeft deze beleidsregels nader uitgewerkt
in instructies voor de indicatiestellers AWBZ. Op die manier is in de AWBZ
voorzien in een uniforme werkwijze als het gaat om het toepassen van «gebruikelijke
zorg», bijvoorbeeld voor kinderen met gedrags-, leer- en sociale problemen.
Bij het bepalen van een AWBZ-aanspraak weegt het CIZ ook mee, op titel
van voorliggende voorzieningen, de zorg die andere openbare instellingen zoals
scholen en welzijnsinstellingen gebruikelijk bieden aan kinderen met gedrags-,
leer- en sociale problemen. Richtinggevend voor het CIZ hierbij is met name
de afbakening van het AWBZ-pakket ten opzichte van andere sectoren zoals onderwijs
en welzijn zoals het CVZ die formuleert.
Zoals ik reeds in het plenaire debat op 12 maart heb aangegeven ben
ik voornemens in de AWBZ te komen tot een «glasheldere polis».
Het verduidelijken van de zorg die andere openbare instellingen
zoals scholen en welzijnsinstellingen gebruikelijk bieden aan kinderen met
gedrags-, leer- en sociale problemen zal in dat kader plaatsvinden. Ik zal,
gezien de in de motie genoemde doelgroep, hierover in contact treden met de
Minister van Jeugd en Gezin.
Het is vervolgens aan de betreffende Inspecties c.q. gemeenten om erop
toe te zien dat genoemde instellingen hun reguliere taken ook op dit punt
naar behoren uitvoeren. Ik zie daarom geen aanleiding om met flankerend beleid
te komen anders dan hetgeen reeds in dit kader plaatsvindt.
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker