26 605
Toekomstige samenwerking met de Nederlandse Antillen en Aruba

nr. 4
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 25 augustus 1999

Algemeen

Van 15 tot en met 20 juni jl. heb ik in het in het kader van de presentatie van de nota «Toekomst in Samenwerking» een bezoek gebracht aan de Nederlandse Antillen en Aruba. Hieronder treft u een verslag aan van dit bezoek.

Doel van het bezoek

Na vaststelling door de ministerraad van de nota «Toekomst in Samenwerking»1 is deze nota aan de regeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba aangeboden. Doel van het bezoek was zo spoedig mogelijk na de vaststelling van de nota in persoon aan de bestuurders in de Nederlandse Antillen en Aruba en via de pers aan het publiek de inhoud van de nota uiteen te zetten. Bij dit bezoek ging het er met name om met de locale autoriteiten over het voorgenomen beleid van gedachten te wisselen. Daartoe hebben op alle eilanden van de Nederlandse Antillen, met uitzondering van Bonaire, in aanwezigheid van de Gevolmachtigd Minister gesprekken plaatsgevonden met de gezaghebbers en vertegenwoordigers van de eilandbesturen en hebben bijeenkomsten met de pers plaatsgevonden. Daarnaast is van de gelegenheid gebruik gemaakt om op Sint Eustatius en Saba een goed beeld te verkrijgen van het herstel van de stormschade van vorig jaar. Op Aruba is onder meer gesproken met de minister-president, de waarnemend minister van Financiën en de minister van Economische Zaken.

Hierna wordt kort de inhoud van de gevoerde gesprekken aangegeven.

Gesprek met de gezaghebber van Curaçao

In het gesprek is uiteengezet dat de nota het standpunt van de Nederlandse regering bevat, waarover in een dialoog nog verder zal worden gesproken. Geconstateerd werd dat de beoogde vernieuwing een cultuuromslag en een andere wijze van werken zal vereisen, waarbij de nota aanvullend kan werken ten opzichte van de maatregelen voorgesteld in het Nationaal Plan. Geconstateerd werd voorts dat de nota aansluit op het rapport-Wawoe. Verder werd van gedachten gewisseld over de uitvoering van het Nationaal Plan, waarbij aandacht werd geschonken aan de positie van Sint Maarten. Van Nederlandse zijde is aangegeven in een status aparte voor Sint Maarten geen oplossing te zien voor de huidige problemen. Wat betreft de vorming van een nieuw bestuurscollege op Curaçao werd geconstateerd dat de formatie gepaard zal moeten gaan met het bieden van oplossingen voor de consequenties van de maatregelen voortvloeiend uit het Nationaal Plan, waarbij met name moet worden gedacht aan de afslanking van het overheidsapparaat met 2500 man.

Bezoek aan Aruba

Bij het gesprek met de regering van Aruba waren naast de minister-president, de waarnemend minister van Financiën en de minister van Economische Zaken aanwezig. De minister-president wees op de verschillende posities van Aruba en de Nederlandse Antillen. Voor Aruba ligt de betekenis van het Koninkrijk met name bij de buitenlandse betrekkingen, de defensie en de samenwerking bij de bestrijding van de (internationale) criminaliteitsbestrijding. In dit verband is gesproken over de gevolgen van de drugscriminaliteit voor het justitieel systeem van Aruba. De minister-president vond de aandacht voor het onderwijs in de nota zeer terecht. Deugdelijkheid van bestuur is conform het Statuut een verantwoordelijkheid van Aruba zelf. Er wordt daaraan goed gewerkt door de uitvoering van het rapport Calidad.

Naast het gesprek met de regering is gesproken met de fractievoorzitters van de regeringspartijen in de Staten en met de oppositie. Ook in deze gesprekken werd de dialoog benadrukt die op basis van de nota kan worden gevoerd. De verschuiving naar programmahulp werd ondersteund, waarbij werd genoemd dat het voorgestelde periodieke overleg kan bijdragen aan het wegnemen van misverstanden. Voorts kwam de voortgang van de uitvoering van het rapport Calidad aan de orde. In het algemeen bestaat er tevredenheid over de voortgang van het wetgevingsproces. Daarnaast zijn er zorgen over de deugdelijke naleving van de regels, waarbij is benadrukt dat deugdelijk bestuur niet alleen een zaak is van het opstellen van regels, zoals nu in het kader van Calidad gebeurt, maar dat het ook een kwestie van mentaliteit is.

Bezoek aan Sint Maarten

De gezaghebber van Sint Maarten betoonde zich een voorstander van programmafinanciering, waarbij hij wees op de ervaringen met het wederopbouwprogramma dat na de orkaan Luis is opgezet. Aandacht moet worden besteed aan de verschillen tussen de eilanden, die elk hun eigen problemen hebben. Differentiatie tussen de eilanden kan passende oplossingen bieden, waarbij de afstemming tussen de eilanden verzekerd moet zijn. Wat betreft de financiële situatie van het Land kwam de positie van Sint Maarten ter sprake. Over het Nationaal Plan werd gesteld dat de voorstellen niet in voldoende mate rekening zouden houden met de specifieke situatie van Sint Maarten. Voorts heb ik aandacht gevraagd voor het onderwijsbeleid ten behoeve van kinderen van illegale ouders. Met betrekking tot de mogelijkheden om deze kinderen onderwijs te verschaffen, meende de gezaghebber dat de financiële middelen ontbreken om dit probleem op korte termijn op te lossen. Een oplossing kan alleen in een periode van meerdere jaren worden bereikt. Over de veiligheidssituatie op Sint Maarten werd geconstateerd dat de criminaliteit in algemene zin gedaald is ten opzichte van de jaren '80. Er is evenwel een meer structurele en systematische aanpak door de politie nodig, waarvoor op dit moment de benodigde capaciteit ontbreekt.

Vervolgens is gesproken met delegaties van de Sint Maarten Patriotic Alliance (SPA), de National Progressive Party (NPP) en de Democratic Party (DP). De delegaties betoonden zich voorstander van programmafinanciering, waarbij werd gewezen op de ervaringen opgedaan bij de wederopbouw. Ook hier benadrukten de sprekers de verschillen tussen de eilanden. De rol van het Land zou, naar de mening van de gesprekspartners, beperkt moeten zijn. In dit verband werd gesproken over het te gelegener tijd te houden referendum, waaruit zou moeten blijken in hoeverre de bevolking nog bij de Nederlandse Antillen wil behoren. Wat betreft de uitvoering van het Nationaal Plan was de algemene opvatting dat het eenvoudig is inkomsten-verhogende maatregelen te treffen, maar moeilijker om de uitgaven-besparende maatregelen te verwezenlijken. Geconstateerd werd dat iets moet worden gedaan aan de nadelen van de dubbele bestuurslaag. Voorts werd opgemerkt dat de voorstellen uit het Nationaal Plan niet integraal toepasbaar zijn op Sint Maarten, omdat de concurrentiepositie van het Nederlandse deel ten opzichte van het Franse deel van Sint Maarten ernstig zou kunnen worden aangetast.

Bezoek aan Sint Eustatius

Op Sint Eustatius is gesproken met vertegenwoordigers van de Sint Eustatius Alliance (SEA) en de Democratische Partij Sint Eustatius (DP). In beide gesprekken kwam de watervoorziening aan de orde, waarbij de prioriteit van dit project werd benadrukt. Voorts werd vermeld dat ook Sint Eustatius een medische school zal krijgen. Men verwacht tussen de 400 á 500 studenten en ongeveer 40 man aan staf. Gewezen werd voorts op de situatie met betrekking tot het Solidariteitsfonds. Wat betreft de wens van mijn gesprekspartners om in de toekomst rechtstreeks met Nederland te onderhandelen over de ontwikkelingsgelden, is erop gewezen dat, mede gelet op de macro-economische verhoudingen, afstemming met de Landsregering noodzakelijk blijft.

Tijdens het verblijf op Sint Eustatius is een werkbezoek gebracht aan de door de orkaan Georges beschadigde woningen. Geconstateerd werd dat fase I van het herstel van de Golden Rock woningen bijna voltooid is en dat er geen beletselen meer zijn voor de voltooiing op korte termijn van de tweede fase van het herstelplan.

Bezoek aan Saba

Ook in het gesprek met de eilandsraad van Saba kwam de rol van het Solidariteitsfonds aan de orde. De financiële problemen van Saba werden geschetst, waarbij werd opgemerkt dat Saba voor de kapitaalinvesteringen volledig afhankelijk is van Nederland. Door het gebrek aan draagvlak voor herziening van de verdeelsleutel bestaat evenwel geen snelle en eenvoudige oplossing. Duidelijk werd gesteld dat Saba wil vasthouden aan de positie die het tijdens de Ronde Tafelconferentie in 1983 heeft ingenomen. Over het Nationaal Plan werd meegedeeld dat Saba de voorstellen ondersteunt. Men is echter bang dat het voorstel zal worden geamendeerd met als gevolg dat er een te klein pakket overblijft. Wat betreft een mogelijke status aparte voor Sint Maarten werd aangegeven dat Saba in dat geval een financiële garantie wil, waarbij alle opties bekeken moeten worden. Wat betreft de prioriteiten voor 1999 geeft Saba prioriteit aan een nieuw luchthavengebouw met ingebouwde brandweerkazerne. Het oude gebouw is inmiddels op aangeven van de Sector Intern Deskundige en het Departement van Luchtvaart afgebroken. De nieuwbouw is evenwel als project nog niet goedgekeurd. Wat betreft de steun die beschikbaar is gesteld na de orkaan Georges werd geconstateerd dat deze gestadig wordt aangewend. Door Nederland werd aangekondigd een externe evaluatie van deze hulp te willen laten uitvoeren. Tenslotte werden afspraken gemaakt over het herstel van de gymnastiekhal in Sint Johns.

Slot

Bij alle gesprekspartners vond de nota «Toekomst in Samenwerking» een positief onthaal. Vooral de gedachte dat op den duur de, versnipperde, projecthulp plaats zou kunnen maken voor programmahulp mocht zich in de sympathie van alle gesprekspartners verheugen, waarbij op de bovenwindse eilanden aandacht werd aandacht voor differentiatie per eilandgebied in de samenwerkingsrelatie. Duidelijk zal zijn dat vele discussies in het licht stonden van de uitvoering van het kort tevoren gepresenteerde Nationaal Plan. Geconstateerd kan worden dat een groot aantal gesprekspartners de conclusie onderschreef dat de lijn zoals uitgezet in de nota, goed aansluit bij de veranderingen zoals voorgesteld in het Nationaal Plan. Op Sint Maarten bestaan, althans onder politici, sterke opvattingen dat de relatie met het land en meer in het bijzonder met Curaçao, aan herziening toe is. Hierbij wordt verwezen naar het referendum dat naar het zich laat aanzien dit najaar zal worden gehouden. Op dit moment valt niet aan te geven waartoe dit zal leiden. De indruk bestaat dat de mate waarin overeenstemming over de uitvoering van het Nationaal Plan mogelijk is, op de verhoudingen binnen de Nederlandse Antillen van grote invloed zal zijn.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. M. de Vries


XNoot
1

Toegezonden aan de Tweede Kamer bij brief van 14 juni 1999 (Tweede Kamer, 1998–1999, 26 605, nrs. 1–2).

Naar boven