26 597
Media- en minderhedenbeleid

nr. 3
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 25 oktober 1999

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen1 heeft op 7 oktober 1999 overleg gevoerd met staatssecretaris Van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over:

– de brief van de staatssecretaris Nuis van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, d.d. 22 juni 1998 betreffende onderzoek minderhedenprogrammering (OCW-98-583);

– de brief van de staatssecretaris Van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 9 juni 1999 ter aanbieding van de notitie Media- en minderhedenbeleid (26 597, nr. 1);

– het advies van de Raad voor cultuur inzake de notitie Media- en minderhedenbeleid (RC.99833/2) d.d. 17 september 1999;

– de brief van de staatssecretaris Van der Ploeg van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.d.d. 5 oktober 1999 over het advies van de Raad voor cultuur inzake de notitie Media- en minderhedenbeleid (26 597, nr. 2).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissie

Mevrouw Van Zuijlen (PvdA) toonde zich zeer positief over de nota, maar miste een financieel overzicht. Kan dat alsnog worden toegevoegd?

Natuurlijk moet het programma-aanbod een meer multicultureel gezicht krijgen en meer gericht zijn op specifieke groepen. Er wordt een zeer actief gestreefd naar integratie van het minderhedenbeleid in het cultuurbeleid.

De transparantie moet worden vergroot. Daarbij zou sprake kunnen zijn van een versterkte controle. Uit de Concessiewet blijkt duidelijk dat een aantal van de gestelde doelen ook daadwerkelijk wordt uitgewerkt. Dat is zeer positief.

Verantwoording over de samenstelling van het personeelsbestand is ontzettend belangrijk. Als dat echter gedaan wordt op een hoog geaggregeerd niveau, geeft dat geen helder inzicht. Het gaat immers om doordringing op alle niveaus: programmamakers, redacties, bestuurders, gezichten op de televisie, stemmen op de radio enzovoorts. Hoe moet die verslaglegging er in de praktijk uitzien?

Heeft de staatssecretaris met de raad van bestuur van de NOS gesproken over de BBC-variant, waarbij sprake is van een soort vrijwillige quotering?

Is dat een optie voor de omroep? Daarbij kan worden gedacht aan een diversiteitsunit.

De representativiteit van de programmaraden bij de lokale omroepen geeft aanleiding tot zorg. Is het mogelijk dit verplicht te stellen? Is de representativiteitseis voldoende? Moet niet bekeken worden hoe daaraan beter kan worden voldaan, of moet door samenwerking van de programmaraden de representativiteit verzekerd worden?

Mevrouw Van Zuijlen kon zich vinden in de keuze voor lokaal mediabeleid. Er wordt gesproken over professionalisering van het lokale mediabeleid. De bedragen die worden uitgetrokken in het kader van de fiscalisering van de omroepbijdragen zijn daarmee in tegenspraak. Het gaat om een bedrag van 3 mln., terwijl voor migranten- en lokaal televisieaanbod in de vier grote steden 6 mln. à 8 mln. beschikbaar is. Die bedragen staan niet tot elkaar in verhouding. Kan er niet gekeken worden naar een grootstedelijke aanbod waaraan ook de programma's van NPS en Teleac een bijdrage kunnen leveren en waar steden c.q. conglomeraties van steden kunnen inkopen? Op die manier wordt iets flexibeler omgegaan met dat bedrag van 6 mln. à 8 mln.? Zou de constructie van een matching fund hierbij een belemmering vormen?

Voor de radio wordt alleen een experiment van de OLON (Organisatie van lokale omroepen in Nederland) gesubsidieerd dat zich juist richt op drie middelgrote gemeenten. Moet de radio dan ook niet professionaliseren in de vier grote steden?

Het is positief dat er méér ruimte komt voor de fondsen. In een reactie van het Bedrijfsfonds voor de pers wordt internet genoemd als een mogelijkheid om méér allochtonen te betrekken bij de pers.

Waarom ontbreken de nieuwe media in deze nota, terwijl elders in het regeringsbeleid daaraan wel aandacht wordt besteed?

Het stimuleringsfonds mag in voorkomende gevallen het taalcriterium ondergeschikt maken aan het belang van honorering van kwalitatief hoogwaardige programmavoorstellen van of over in Nederland wonende migranten. Welke belemmeringen zijn er nog? Moeten de statuten daartoe worden gewijzigd? Hoe kan het stimuleringsfonds worden aangespoord om creatief na te denken over het meer en beter honoreren van initiatieven van allochtonen?

Er ontbreken richtlijnen voor de regionale omroep, alsmede innovatiegeld voor een aanjaagfunctie bij de regionale omroepen. TV-Rijnmond en TV-Oost willen graag interculturaliseren. Misschien kan daarbij gedacht worden aan een pilot?

Er zijn veel verschillende etnische minderheden. Moet je dan wel één een landelijke multiculturele radio- en televisiezender maken? Het aanbod wordt voortdurend geïndividualiseerd. Televisie is niet per definitie een samenbindend element. Bovendien is het de vraag, of zo'n aparte televisiezender desintegrerend werkt. Mevrouw Van Zuijlen stelde zich in dezen een open houding voor, zowel voor televisie als radio.

De conferentie van de NPS heeft interessante programmavoorstellen opgeleverd. Een multiculturele radiozender kan een kweekvijver van jong talent zijn en dat is zeer belangrijk.

Het is essentieel dat in de beroepsopleiding aandacht besteed wordt aan interculturalisatie. Dat geldt zowel voor filmacademies, media-academies als de school voor de journalistiek. Het is belangrijk dat ook «witte» mensen zich bewust zijn van de manier waarop zij communiceren en dat in de beroepsoriëntatie juist allochtone kinderen erop worden gewezen dat zij de mediawereld in kunnen en moeten gaan als zij daarvoor talent hebben.

De heer Nicolaï (VVD) kon zich vinden in de in de notitie gekozen benadering. De bevolkingssamenstelling verandert inderdaad sneller dan het media-aanbod. Men zou verwachten dat de problematiek kleiner wordt omdat er sprake is van een verschuiving naar tweede en derde generatie allochtone mensen. Er moet voorzichtig worden omgegaan met de eigenheid, want er moet voor worden gewaakt te veel af te schermen.

De heer Nicolaï sloot zich aan bij de heer Jos de Beus, die bepleit dat allochtonen en autochtonen voor hun zaak moeten opkomen, dat is dus iets anders dan dat autochtonen voor de belangen van allochtonen opkomen, laat staan die interpreteren en invullen et cetera.

De maatregelen zijn vooral gericht op het publieke aanbod, terwijl de voorkeur van allochtonen – evenals van autochtonen – meer commercieel is. Hoe is tegen die achtergrond de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen?

De publieke omroep behoort aandacht te hebben voor de verschillende voorkeuren binnen zijn publiek. Geldt dat ook voor de commerciële omroep? Het ligt wel voor de hand dat de commerciële omroep zich daarmee bezighoudt, maar dan om simpele redenen van marketing op middellange termijn.

De culturele diversiteit zou bij de commerciële omroep zo weinig tot haar recht komen. Hoe is dat gemeten en is daarvoor een verklaring te geven? In andere meer marktafhankelijk sectoren in de cultuur worden die ontwikkelingen namelijk wel redelijk gevolgd, omdat daarbij de marktwerking een rol speelt.

De publieke omroep is bestemd voor de publieke informatievoorziening en moet zich daarom concentreren op onderscheidende en aanvullende programmering. Dat geeft juist een heel bijzondere verplichting voor het multiculturele-interculturele aanbod.

De heer Nicolaï stemde in met de voorgestelde aanscherpingen in de Concessiewet en toonde zich eveneens een voorstander van een vergroting van het programmabudget van de raad van bestuur van de NOS (Nederlandse omroepstichting) van 10% naar 25%.

De raad voor cultuur is enigszins kritisch over de verzwaring voor de NPS van het programmavoorschrift op minderhedengebied. Is het niet beter om in dezen de omroep als geheel te benaderen?

De heer Nicolaï kon zich vinden in het voorstel geen landelijke televisiezender voor minderheden in te stellen. Bij de radio is een aparte landelijke zender misschien wel goed. De raad voor cultuur is daarvan een warm voorstander.

Voor het meer specifieke aanbod functioneert de formule met de zogenaamde toegangsomroepen heel adequaat. De luisterdichtheid daarvan is zeer behoorlijk.

Het is terecht dat apart aandacht wordt gevraagd voor de vier grote steden. Het is erg jammer te moeten constateren dat de lokale televisie, behalve in Amsterdam, eigenlijk niet goed van de grond is gekomen. Er wordt niet aangegeven hoe de regering lokale televisie denkt te bevorderen.

De raad voor cultuur wijst terecht op het feit dat in de notitie vrij beperkt wordt gesproken over de pers. Wat heeft de staatssecretaris in dezen concreet voor ogen? Uitbreiding van de werkingssfeer van het Bedrijfsfonds voor de pers is een goede zaak. De manier waarop dat gebeurt, luistert wel nauw. Het is immers geen subsidiefonds! Zou de staatssecretaris nader kunnen ingaan op het punt van de media-educatie? Het is vreemd dat internet geen belangrijk onderdeel vormt van een overzicht van media en minderheden. Internet wordt immers relatief veel gebruikt onder jongeren, ook onder allochtone jongeren. Uit een recent onderzoek van de universiteit van Nijmegen blijkt dat allochtone jongeren steeds meer de krant lezen als die op het net staat.

De heer Atsma (CDA) toonde zich in grote lijnen ingenomen met de notitie. Aandacht voor minderheden is op alle fronten noodzakelijk. Terecht wordt in de notitie nadrukkelijk aandacht besteed aan het onderscheid tussen landelijk, regionaal en lokaal en wordt niet alleen gekeken naar het programma-aanbod maar ook naar samenstelling van redacties, omroepbesturen en programmaraden. Maar kan alles op dezelfde wijze benaderd worden? Generiek beleid is natuurlijk voor de handliggend maar het is de vraag of je de lokale omroep in een van de vier grote steden moet en wil vergelijken met een lokale omroep ergens in de Achterhoek, of welke regio dan ook. Er moet geen sprake zijn van een keurslijf.

De heer Atsma had geen bezwaar tegen de voorgestelde verzwaring van de programmavoorschriften. De publieke omroep heeft echter zelf de taak daaraan royaal aandacht te besteden. Hij zou dan ook niet nog meer voorschriften ten aanzien van percentages willen uitvaardigen. De doelstellingen zijn goed; het gaat immers om de intenties en niet zozeer om de cijfers achter de komma.

In de Concessiewet wordt de doorgifteplicht voor de lokale omroepprogramma's beperkt tot één kanaal. In een aantal grote steden wordt gebruikgemaakt van meer dan één kanaal. Is dat wenselijk en hoe verhoudt zich dat tot de standpuntbepaling ten aanzien van het frequentiebeleid? En hoe denkt de minister van Verkeer en Waterstaat daarover?

De Stichting omroep allochtonen (STOA) is een voorstander van een omroepfonds voor multiculturele producties. Wat vindt de staatssecretaris daarvan? En wat vindt hij van een verruiming van de mogelijkheden van het stimuleringsfonds?

De Organisatie van lokale omroepen in Nederland (OLON) werkt mee aan het pilotproject, dat gericht is op deelname van migranten aan bestuur en programmering van lokale omroepen, met name in de middelgrote steden. Het resultaat van het project kan meebepalend zijn voor de vraag, of voor heel Nederland hetzelfde generieke beleid van toepassing verklaard kan worden. Waarschijnlijk zitten daaraan wel wat haken en ogen.

Het kabinet zal zowel met het Interprovinciaal overleg (het IPO) als met de regionale omroepen (ROOS) in overleg treden om te bezien hoe het aanbod voor de minderheden kan worden bevorderd. In de notitie staat echter buitengewoon weinig over de positie van het IPO en ROOS. Dat is jammer, temeer omdat beide organen beschikken over een heel heldere structuur die snel duidelijkheid kan verschaffen over wat haalbaar en betaalbaar is. De heer Atsma maakte zich zorgen over de betaalbaarheid van een aantal initiatieven op regionaal en lokaal niveau, zeker in relatie tot het keurslijf van de voorgenomen fiscalisering. De middelen zijn in feite afgeschermd. Hoe wil de staatssecretaris dit oplossen? Zit in de Integratienotitie van minister Van Boxtel een aanknopingspunt met betrekking tot de financiering?

De heer Atsma miste een passage over de haalbaarheid van een landelijke publieke televisiezender voor minderheden. De Concessiewet zou in principe ruimte moeten bieden voor nieuwe toetreders, zeker als die kunnen bogen op een eigen achterban. Dat is een zeer wezenlijk punt. Nieuwe groepen moeten een kans krijgen.

Ook de heer Atsma wees op het ontbreken van een visie met betrekking tot de kansen en het benutten van de nieuwe media en sloot zich aan bij de desbetreffende vragen.

De heer Bakker (D66) wees op de betekenis die de media kunnen hebben voor integratie en toonde zich een warm voorstander van het thema minderheden en media en van minderhedenmedia. De realiteit gebiedt echter wel te zeggen dat het bestaande media-aanbod ten behoeve van minderheden nog lang niet alle minderheden in de gewenste mate bereikt. Onderzoek heeft uitgewezen dat minderheden het meest luisteren naar Sky radio en dat beter wordt gekeken naar Goede tijden, slechte tijden dan naar Paspoort. Een allochtoon in een hoofdrol in GTST zou wel eens veel effectiever kunnen werken dan een heleboel doelgroepprogramma's. Door de landelijke publieke omroep maar ook door de regionale en lokale omroepen moet meer nadruk worden gelegd op minderhedenprogrammering, niet zozeer als aparte programmering, maar als een geïntegreerd deel van de totale programmering. De heer Bakker was voor aanscherping van de publieke taakopdracht van de publieke radio en televisie en van het verscherpen van de verantwoordingsplicht in de jaarverslagen en dergelijke, maar had wel bedenkingen bij de voorschriften die de staatssecretaris via de Concessiewet wil opleggen. Het is goed om voorschriften te verscherpen, maar of het goed is om aan te geven wat politiek correct is en hoe men dat precies moet inrichten, daarbij kunnen vraagtekens geplaatst worden. Het moet geen«staatstutteltelevisie» worden!

De heer Bakker was zeer voor uitbreiding van het programmaversterkingsbudget en zou het toejuichen als de NOS besluit een zeer groot deel van dat geld te besteden aan de versterking van programmering gericht op integratie van minderheden, maar het is niet aan de regering om dat voor te schrijven.

Ten aanzien van landelijke migrantenzenders op radio en televisie bespeurde de heer Bakker bij zichzelf dezelfde dubbele houding als mevrouw Van Zuijlen. Hij had de indruk dat er geen behoefte aan nog méér doelgroepenprogrammering. Daar wordt immers niet zo erg veel naar geluisterd. Er bestaat ook geen behoefte aan programmering voor een kleine groep mensen die toch al geïntegreerd zijn of voor een kleine groep hulpverleners, welzijnswerkers en professionals. Als het gaat om het bereiken van een groot publiek onder minderheden, zou de publieke opdracht in dit geval wel eens eerder kunnen bestaan uit massaprogrammering dan uit een scherpe toegespitste gesegmenteerde programmering. Een eventuele landelijke radiozender voor migranten moet wel vallen binnen de publieke ruimte inzake de verdeling van frequenties.

De heer Bakker toonde zich een zeer warm voorstander van grotestedenzenders als die een afspiegeling zijn van de multiculturele samenleving die in de grote steden een feit is. Ook hier geldt niet de hele dag Paspoort en programma's in eigen taal en cultuur, maar liever een programmering die met name voor minderheden aantrekkelijk is.

De landelijke frequentieverdeling is iets anders dan de verdeling van de lokaal en regionaal beschikbare frequenties. Daar zit wat meer ruimte.

Hij steunde van harte de initiatieven van de staatssecretaris ten aanzien van lokale televisie, lokale radio en toegangsomroepen. De financiële vertaling daarvan blijft echter enigszins achter. Er is geen financiële helderheid gekoppeld aan hetgeen de staatssecretaris precies wil.

Ten slotte vroeg de heer Bakker om een reactie geven op de voorstellen van het bedrijfsfonds voor de pers en sloot zich aan bij de vragen over de nieuwe media. Dat is immers een buitengewoon aantrekkelijk terrein, waarop met name nieuwe initiatieven vaak heel kansrijk zijn, zeker in combinatie met de digitale trapveldjes zoals de minister voor grote steden en integratiebeleid die voor zich ziet.

Mevrouw Halsema (GroenLinks) vond het met deze staatssecretaris af en toe ondankbaar oppositie bedrijven. Zij had veel waardering voor de toonzetting en de invalshoek van deze nota. De positieve waarde van de multiculturele samenleving staat centraal.

Is de staatssecretaris zich ervan bewust dat, als televisie een spiegel van de samenleving is, televisie niet op alle fronten even goed functioneert? Dat geldt in iets mindere mate ook voor de radio.

Er wordt af en toe onnodige verwarring geschept, bijvoorbeeld door het door elkaar halen van de verschillende begrippen. Er wordt bijvoorbeeld enerzijds aansluiting gezocht bij het denken van de heer De Beus – cultuur als confrontatie – en anderzijds wordt gesproken van cultuur als ontmoeting. Er worden af en toe onnodige tegenstellingen geschapen die soms leiden tot Pavlovreacties, zoals ook blijkt uit brieven vanuit het veld. Er wordt een tegenstelling geschapen tussen multicultuur- en doelgroepenbeleid. Het is goed als de nadruk komt te liggen op multiculturalisering. Doelgroepenbeleid staat sociale cohesie en integratie helemaal niet in de weg. Doelgroepenbeleid kan leiden tot bewustwording en emancipatie en daarmee sociale cohesie versterken. Doelgroepenbeleid kan ten dienste staan van multiculturalisering. Het betrekken van minderheden bij het omroepbestel en de samenleving in algemene zin is een van de hoofddoelstellingen.

Mevrouw Halsema stemde in met een verhoging van het programmaversterkingbudget alsmede met een verzwaring van de programmavoorschriften en sloot zich aan bij de opmerking dat over het algemeen geldt dat terughoudend moet worden omgegaan met verdere verzwaring van programmavoorschriften. De eigen verantwoordelijkheid en autonomie van de publieke omroep zijn belangrijk. Dit punt komt uitgebreid aan de orde bij de behandeling van de Concessiewet.

Mevrouw Halsema had het gevoel dat er allerlei misvattingen over het nationale televisiethemakanaal. De staatssecretaris is steeds geneigd te spreken over een nationale minderhedenzender. Is dat inderdaad het geval? Zij was erg gecharmeerd van het voorstel van het Landelijk overleg minderheden (LOM) waarin wordt gesproken over een horizontale programmering binnen de bestaande drie netten van bijvoorbeeld twee uur per dag, waarbij dan sprake zou zijn van multiculturele programmering.

Mevrouw Halsema toonde zich een groot voorstander van een nationale multiculturele radiozender. Zij was het ook eens met de herziening van het taalcriterium van het stimuleringsfonds omroepproducties en sloot zich aan bij de vraag, waarom de statuten niet gewijzigd worden. Zij ondersteunde de opmerkingen over het Omroepfonds voor multiculturele producties.

De staatssecretaris spreekt over noodzakelijke professionalisering van lokale televisie, doch trekt diezelfde consequentie niet voor de lokale radiozenders. Dat is jammer. Waarom wil de staatssecretaris niet ingaan op het voorstel van de OLON om te starten met vier pilots in de grote steden?

De geleidelijke toetreding van allochtonen in de echelons van de programmamakers zie je helemaal niet terug in de meer bestuurlijke functies bij de omroepen. Omdat de Nederlandse cultuur werkelijk verandert en er sprake is van een grotere invloed van andere culturen, moeten met name op het niveau waarop de besluitvorming plaatsvindt mensen van andere culturen aanwezig zijn.

Mevrouw Halsema onderschreef het grote belang van evenredige arbeidsdeelname bij de publieke omroep. Zij miste echter concrete maatregelen in dezen.

De passage over scouting vormt een zwak punt in de nota. Het zou toch vooral moeten gaan om het verbeteren van de toegang tot de reguliere beroepsopleidingen. Daartoe moeten concrete maatregelen genomen.

Zij ondersteunde van harte de verruiming van de werkingssfeer van het bedrijfsfonds voor de pers, doch meende dat in meer algemene zin het persbeleid er bekaaid afkomt. Vooral bij de geschreven pers schiet het arbeidsmarktbeleid tekort. Het percentage journalisten van allochtone herkomst ligt over het algemeen nogal laag.

Mevrouw Halsema sloot zich aan bij de opmerkingen van de heer Nicolaï over de nieuwe media. Zij verzocht om een uitgebreide financiële paragraaf ook in verband met de nog te bespreken Concessiewet en om een tijdpad voor implementatie van maatregelen.

Welke rol de staatssecretaris ziet weggelegd voor de omroepen bij de herdenking van 50 jaar minderhedenbeleid? Het zou niet zozeer een herdenking moeten zijn maar een viering van de multiculturele samenleving.

Antwoord van de regering

De staatssecretaris bevestigde dat de maatregelen passen binnen zijn op diversiteit gerichte beleid. Omdat het percentage allochtonen in de grote steden beduidend hoger ligt dan in de rest van het land, is een aantal van de maatregelen wat meer daarop gericht. Er is dus sprake van differentiatie. Centraal uitgangspunt daarbij is dat dit zichtbaar moet zijn in het aanbod en in het publiek van de Nederlandse media. Pas dan kunnen de Nederlandse media de culturele minderheden, zowel eerste als latere generaties, aan zich binden. Natuurlijk kan er verschil in benadering bestaan. De tweede en derde generaties kunnen misschien veel beter bereikt worden met een brede programmering dan met doelgroepenbeleid. Ook het autochtone publiek kan daarvan profiteren. Inspelen op de multiculturele samenleving betekent ook het aanboren van nieuwe bronnen voor verscheidenheid, creativiteit en kwaliteit in het media-aanbod. Het kan leiden tot een verrijking van het medialandschap die voor iedereen interessant kan zijn.

De heer De Beus is niet voor niets aangehaald. Zijn stelling is dat autochtonen niet de zaken voor allochtonen moeten regelen, maar dat het vanuit de mensen zelf moet komen. Natuurlijk moeten allochtonen en autochtonen voor hun eigen zaak opkomen, maar eventuele belemmeringen moeten worden weggenomen en indien er niet voldoende mogelijkheden zijn, moeten die worden geschapen.

Zowel de inspraakorganen van minderheden als de raad voor cultuur hebben in grote lijnen positief gereageerd op de nota.

De Concessiewet komt nog apart aan de orde. De publieke omroep behoort er te zijn voor veel verschillende doelgroepen in de samenleving. Iedereen moet daarin iets van zijn gading kunnen vinden. Daarbij horen ook de kwaliteit en de onderscheidenheid van de commerciële omroepen. De Concessiewet probeert nu juist die lat wat hoger te leggen, maar het is niet de bedoeling om Hilversum als het ware in een soort keurslijf van allerlei programmavoorschriften te persen. De NPS is onlangs gekomen met een grote versterking van de minderhedenprogrammering met een fantastische kwaliteit. Het is de bedoeling voor alle omroepen gezamenlijk programmavoorschriften voor informatie, educatie en cultuur op te leggen. De NPS is echter een speciale eend in de bijt want die heeft een bijzondere taakopdracht voor minderhedenprogrammering. Daarom is voor de NPS een apart percentage vastgesteld. Er moet echter op alle zenders in alle genres meer aandacht komen voor de multiculturele samenleving, alsmede een beter bereik van het allochtone publiek. Uit sommige onderzoeken blijkt dat allochtonen graag naar RTL 4 kijken en dat bijvoorbeeld iemand als André van Duin zeer populair kan zijn, omdat die programma's vrij laagdrempelig zijn. In series zoals Goede tijden, slechte tijden zouden inderdaad ook allochtone acteurs kunnen meedoen.

Er wordt soms een dilemma gecreëerd maar het is een kwestie van en-en. Dat ontslaat een publieke omroep echter niet van de plicht meer aandacht te geven aan de multiculturele samenleving. De staatssecretaris kon zich voorstellen dat vooral in de grote steden bepaalde programma's meer gericht zijn op specifieke doelgroepen. Daarnaast moet geprobeerd worden het brede publiek te voorzien van informatie over de multiculturele samenleving. In de praktijk is het ook steeds meer een kwestie van en-en.

Het programmaversterkingsbudget van de Raad van bestuur is nu maximaal 10%. In de Concessiewet wordt voorgesteld dit te verruimen tot maximaal 25%. Dat biedt de raad van bestuur inderdaad mogelijkheden om uitvoering te geven aan de nieuwe taakopdracht, desnoods met een centraal budget. Overigens komt dat elk jaar bij de Kamer terug tijdens de begrotingsbehandeling.

Het voorstel van de heer Bakker tot het oprichten van een omroepfonds waarin heel gericht bepaalde programmasoorten gestimuleerd worden, behelst een wezenlijk andere benadering. Bij een fonds wordt het in handen gelegd van onafhankelijke deskundigen op het gebied van multiculturaliteit. Die kunnen de aanvragen van de omroepen beoordelen. Bij het programamversterkingsbudget wordt het meer aan Hilversum zelf overgelaten. De raad van bestuur komt in gezamenlijk overleg met de omroepen elk jaar met voorstellen. Wanneer de route van een speciaal stimuleringsfonds voor multiculturele omroepproducties gevolgd wordt, is het niet verinnerlijkt door alle omroepen en over de hele linie van het omroepbestel. Hij sloot niet uit dat van jaar tot jaar de raad van bestuur samen met de omroepverenigingen een bepaald extra budget vragen specifiek voor dit doel.

Het huidige stimuleringsfonds is bedoeld voor kwalitatief hoogwaardige programma's. Daar wordt overigens behoorlijk veel gedaan aan minderhedenprogrammering. In de structuur van de wet zitten voor heel Hilversum voldoende mogelijkheden om de handschoen op te pakken. Achteraf kan beoordeeld worden, of de taakopdracht waargemaakt is.

De STOA is in het verleden altijd de aanjager geweest van multiculturalisering van de publieke omroep. De verwachting is dat het initiatief nu veel meer bij de omroepen zelf komt te liggen. Ongetwijfeld zal er een beroep gedaan worden op de STOA, want daar zit veel deskundigheid. De STOA zal voorlopig een belangrijke luis in de pels zijn en waakzaam blijven.

De veranderende samenstelling van de Nederlandse bevolking is een bron van inspiratie en innovatie voor mediamakers. Dit wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de plannen van de STO en de NPS voor een nieuwe multiculturele radiozender: radio Nu. Daarbij wordt gedacht aan een formule van muziek en lichte informatie voor een jongerenpubliek van zowel allochtone als autochtone luisteraars. Het is een zeer interessant initiatief. Het moet een echt brede zender worden. De STOA zegt dat nadrukkelijk dat het geen doelgroepenzender moet zijn. De programmering moet echt publiek zijn. Het moet geen kloon worden van commerciële muziekzenders. Hoe kan zo'n multiculturele radiozender een plek krijgen binnen het bestel? De kabelradio heeft een slecht bereik. Op termijn biedt digitalisering van de ether natuurlijk perspectieven, maar zover is het nog niet. De raad voor cultuur pleit voor een experimentele opzet van Radio Nu. De raad van bestuur kan worden gevraagd daarvoor ruimte te maken binnen het bestaande spectrum van frequenties van de publieke omroep, bijvoorbeeld door tijdelijk de etherfrequentie vrij te maken voor AM 747. Daarop kan een formule ontwikkeld en getest worden zonder onmiddellijk consequenties voor de programmering van radio 1 t/m 5. Dat kan na een of twee jaar geëvalueerd worden. De staatssecretaris stelde zich voor dit voor te leggen aan de raad van bestuur van de NOS en dit eveneens in te brengen in de besluitvorming over het zero-baseonderzoek naar frequentieruimte voor de radio. De Kamer zal zo snel mogelijk geïnformeerd worden over de uitkomsten van dat onderzoek.

De staatssecretaris toonde zich bereid het LOM-voorstel voor een horizontale programmering binnen de bestaande drie netten van bijvoorbeeld twee uur per dag in te brengen in het overleg met de raad van bestuur en de raad van toezicht en hen te verzoeken dat op een positieve manier te bekijken. De Kamer zal daarover schriftelijk worden gerapporteerd.

Iets anders is een televisiethemakanaal. Televisie is een ander medium dan radio, nog indringender. De landelijke omroep biedt andere mogelijkheden dan lokale of regionale omroepen. De staatssecretaris pleitte ervoor bij landelijke televisie het accent te leggen bij multiculturalisering van de algemene programmering. Bij lokale televisie kan een iets groter accent liggen op specifieke doelgroepen, zeker in de grote steden. Het idee van de STOA is dat lokale, bovenlokale en landelijke aanbieders hun programma's voor minderheden samenbrengen op één landelijk dekkend netwerk. De staatssecretaris wilde minderhedenprogrammering niet op een aparte zender afzonderen. De landelijke televisie moet een plek blijven voor ontmoeting tussen culturen. Daar ligt haar kracht.

Het voorstel heeft ook een moeilijke bestuurlijke constructie vanwege het feit dat er sprake is van een combinatie van privaat en publiek. Daarbij moeten de nodige zaken opgelost worden. Een televisiethemakanaal kan in de toekomst veel mogelijkheden bieden, met name de digitale televisie. Digitale multiplexen moeten dan ook zo snel mogelijk beschikbaar gemaakt worden. Het is de bedoeling ook multiplex te reserveren voor de publieke omroep.

De publieke regionale omroepen hebben dezelfde bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheden als de landelijke publieke omroep. Ook zij moeten rekening houden met de multiculturele samenleving, zowel in de programmering, de werving als de samenstelling van het bestuur. Bij de versterking van de lokale migrantentelevisie zullen TV West en TV Rijnmond waarschijnlijk een rol krijgen, misschien als leveranciers van programma's of van lokale correspondenten, misschien gaan zij een totaalpakket van lokale en bovenlokale minderhedenprogrammering uitzenden. Het overleg daarover is op een haar na gevild. Bekeken wordt of het nodig is bepaalde projecten te subsidiëren.

Het is jammer dat lokale migrantentelevisie niet goed van de grond is gekomen. Juist de grote steden zijn immers bij uitstek geschikt om migranten te bereiken. Op de radio gebeurt natuurlijk heel veel, maar de ontwikkeling van lokale migrantentelevisie blijft achter. SOM-media worden gesubsidieerd om bovenlokale programma's te maken als aanvulling op het lokale aanbod van migrantentelevisie in de grote steden. De gemeenten zullen zorgdragen voor het totstandkomen van het lokale deel. Helaas werkt het echter alleen in Amsterdam. De staatssecretaris had samen met minister Van Boxtel gesproken met de vier desbetreffende wethouders van de grote steden en geprobeerd enige vaart erin te krijgen. Er moet sprake zijn van betere kwaliteit en professionaliteit, van een gezamenlijke aanpak en gezamenlijk investeren.

Van Naem & Partners stellen in hun advies dat regie en budget voor lokale migrantentelevisie ondergebracht worden in één organisatie. Een aanzienlijk deel van de programmaproductie moet uitbesteed worden aan lokale omroepen en programmamakers. Het moet echter geen moloch worden. Er moeten langjarige afspraken gemaakt worden met regionale en lokale omroepen over de uitzending van de migrantenprogrammering. De kosten daarvan zijn geschat op 6 mln. a 8 mln. Er is 4 mln. gereserveerd in de omroepmiddelen. De bedoeling is dat dit bedrag gematcht wordt. Dat is best moeilijk voor de grote steden. Zoals het er nu uitziet kan Amsterdam 1 mln. bijdragen en zijn de andere steden bereid samen ook 1 mln. bij te dragen, maar het zou eigenlijk fiftyfifty moeten zijn. Het zou mooi zijn als de vier steden gezamenlijk ook 4 mln. zouden fourneren. Men wil een niet al te centralistisch apparaat met goede garanties dat migrantentelevisie echt een couleur locale heeft. Daarvoor worden nadere waarborgen uitgewerkt.

Het is zeer belangrijk dat lokale migrantenradio zich verder ontwikkelt. Hierbij is de subsdiariteitsvraag aan de orde. Het is vooral iets van de grote steden. De rijksoverheid kan echter wel proberen voorwaarden te scheppen. Dat betekent dat participatie van migranten in het beleidsbepalend orgaan van de publieke lokale omroepen meer aandacht moet krijgen. Ook het frequentiebeleid is erg belang. Een plek in de ether kan immers het bereik van de lokale migrantenradio sterk vergroten. Er zijn twee opties: het reserveren van etherfrequenties voor commerciële initiatieven van migranten in de vier grote steden, of de publieke omroep in grote steden een tweede frequentie gunnen speciaal voor minderhedenprogrammering. In het zero-baseonderzoek wordt geprobeerd ruimte te maken voor de lokale initiatieven. Het kabinet wil bij de verdeling van de frequenties ruimte vrijmaken voor de lokale radiozenders. De besluitvorming zal eind 1999 plaatsvinden en wordt uiteraard met de Kamer besproken.

De staatssecretaris voelde zich niet veel voor het voorstel van de STOA voor een wettelijke beroepsmogelijkheid voor toegangsomroepen. Er is namelijk geen enkel bewijs dat er veelvuldig conflicten zijn tussen regulier lokale zendgemachtigden en allochtone toegangsomroepen. Het gaat om incidenten. Het representatieve orgaan van de lokale omroep is hiervoor het eerste aanspreekpunt.

Het projectvoorstel van OLON betreft de lokale migrantenradio in de drie middelgrote steden. Daarvoor is dit jaar een ton gereserveerd. Er wordt nog overleg gevoerd met de OLON over een goede uitwerking van de plannen. In de grote steden gebeurt reeds ontzettend veel op dit gebied.

Inderdaad wordt in de nota weinig aandacht besteed aan de pers, omdat het in het voornemen ligt nog dit jaar een aparte nota daarover uit te brengen. Daarin zitten in ieder geval ook de voorstellen voor de verruiming van de werkingssfeer van het bedrijfsfonds voor de pers. Later volgend jaar zal de desbetreffende wetgeving aan de orde komen.

Voor bladen gericht op minderheden komt een geoormerkt budget van 1,5 mln. vrij. Het project zal na drie jaar geëvalueerd worden. Voor een dergelijke experimentele regeling moet de wet wel worden aangepast.

De raad voor cultuur doet suggesties om gewone dagbladen aantrekkelijk te maken voor migranten. Daarbij wordt gedacht aan vaste correspondenten in herkomstlanden, werving van allochtone journalisten en aan gebruik van het internet. Het is in eerste instantie aan de pers zelf om die handschoen op te pakken.

De staatssecretaris had zich de opmerkingen over het internet zeer ter harte te genomen en stelde zich voor in ieder geval de publieke omroep mogelijkheden te bieden om ook op internet activiteiten te ontplooien. Het gaat daarbij om de programma's en niet om het medium. Bij incidentele projecten wordt reeds een en ander gedaan om internet en minderheden te stimuleren. Goede voorstellen voor de ontwikkeling van ICT bij minderhedencategorieën zullen de nodige aandacht krijgen. Er wordt nu bijvoorbeeld subsidie gegeven voor het multicultureel plein bij de digitale stad Amsterdam. Een en ander zal uitgebreid worden besproken bij de behandeling van de Concessiewet.

De lokale omroepen zijn kweekvijvers voor multicultureel talent. Verder wordt de arbeidsdeelname o.a. gestimuleerd door verlenging van het project Meer kleur in de media over samenwerking van publieke, landelijke, regionale en wereldomroep. Het moet een integraal onderdeel worden van de publieke omroep. Daarmee is reeds een begin gemaakt door de situering van de sector adviseur minderheden bij de NOS. Bovendien moet de publieke omroep de Wet SAMEN uitvoeren, waarbij als streefcijfer voor representatie allochtonen in het personeelsbestand het landelijke gemiddelde moet gelden. Daarover moet gerapporteerd worden in het kader van de Concessiewet. Met de raad van bestuur zal besproken worden dat de representatie van allochtonen op alle niveaus moet gelden. Twee recente benoemingen in het bestuur van de NPS en in de Raad van toezicht van de NOS, geven uitvoering aan deze doelstellingen.

Het is zeer belangrijk dat allochtone mensen opleidingen volgen aan bijvoorbeeld de School voor de journalistiek en aan media en filmacademies. De staatssecretaris was bereid deze projecten te steunen zolang die andere maatregelen op onderwijsgebied niet overlappen.

Teleac en STOA werken samen in een project voor de brugklassen over media-educatie. Als dat een goed project is, zal daaraan een financiële bijdrage worden verleend. De laatste jaren zijn diverse projecten over media-educatie financieel gesteund. Het is de bedoeling volgend jaar een nieuwe stap te zetten in de vorm van een platform media-educatie. Dat zal zorgen voor een betere afstemming tussen de verschillende projecten en met het onderwijs. Ook de omroepen zullen werk moeten maken van media-educatie. Die leveren ook vaak een input bij dit soort activiteiten. In het programma Het Lagerhuis bijvoorbeeld wordt heel veel gedaan aan media-educatie.

De staatssecretaris zegde toe apart te berichten over de wijze waarop aandacht besteed zal worden aan 50 jaar minderhedenbeleid. Er zijn een aantal initiatieven. De STOA heeft voorstellen gedaan voor de invulling van een themajaar. Die liggen vooral op het mediaterrein. De voorstellen zullen worden beoordeeld als duidelijk is, of het kabinet besluit tot het uitroepen van een themajaar.

In de notitie worden bedragen aangegeven die voor bepaalde projecten zijn uitgetrokken. Het gaat daarbij om eenmalige subsidies.

Voor de versterking van de lokale migrantentelevisie was nog geen reservering opgenomen. Daarvoor wordt 4 mln. gereserveerd, mits de vier grote gemeenten meedoen. Dat geld zal komen uit de omroepbegroting. Hiertoe is in de Concessiewet een wetswijziging opgenomen. Totaal is in 1999 en 2000 voor departementaal media- en minderhedenbeleid 7 mln. beschikbaar: 1 mln. voor de STOA, dat bedrag komt uit de cultuurbegroting; 1.5 mln. voor de SOM-media uit subsidies mediabeleid; 0.5 mln. voor diverse projectensubsidies mediabeleid en 4 mln. voor de lokale migrantentelevisie. Daarbovenop komt nog 1.5 mln. als de werkingssfeer van het bedrijfsfonds voor de pers verruimd wordt. Dat is dus totaal 8.5 mln. Veel van deze zaken betreffen projecten. Die moeten getoetst worden. Als de resultaten daarvan goed zijn, worden in de toekomst de bedragen misschien wel hoger.

De staatssecretaris zegde toe het tijdpad en de financiën schriftelijk nader toe te lichten. Het punt van de fiscalisering zal uitgebreid aan de orde komen bij de behandeling van het desbetreffende wetsvoorstel. De lokale opslagen worden gestort in het Gemeente- c.q. Provinciefondsen. Gezocht wordt naar een uitwerking om onbedoelde herverdelingseffecten te voorkomen. Lokale radio is ook vanuit een oogpunt van subsidiariteit in eerste instantie een lokale verantwoordelijkheid.

Er zijn voldoende initiatieven die aan het kwaliteitscriterium voldoen. Taal vormt een van de criteria waarop subsidie mag worden versterkt. Vanuit Brussel wordt goed gekeken naar de verstrekking van subsidies in omroepland. Een en ander moet niet te gedetailleerd in de statuten van het stimuleringsfonds worden opgenomen.

Nadere gedachtewisseling

Mevrouw Van Zuijlen (PvdA) vroeg hoe omgegaan wordt met de vrijwillige quotering en de diversiteitsunit.

Er circuleren berichten dat aanvragen bij het Fonds voor de culturele omroepproducties worden afgewezen vanwege het taalcriterium. Zouden de statuten dan toch niet gewijzigd moeten worden?

De heer Nicolaï (VVD) refereerde aan de algemene vraag naar de effectiviteit van de maatregelen tegen de achtergrond van de populariteit van eigen satellietzenders en commerciële zenders.

Kan de staatssecretaris zijn stelling onderbouwen dat de commercie zo weinig doet aan de toenemende culturele diversiteit?

Het is inderdaad veel beter om positief te stimuleren in plaats van te quoteren. Het programmaversterkingsbudget van de NOS is daarvoor uitermate geschikt. Het is dubbel op om daar een programmafonds naast te zetten.

Kan de percentagebenadering niet wat meer op de achtergrond raken? Er gaat nu immers gewerkt worden met verantwoordingsverplichtingen. Dat geeft een goed inhoudelijk inzicht in hetgeen gebeurt. Kan er niet gewerkt worden naar een kwalitatieve beoordeling van plannen waarbij de percentages wat meer op de achtergrond komen?

De heer Atsma (CDA) sloot zich aan bij de wens het pilotproject uit te breiden naar de grotere steden en stelde voor daaraan ook een kleinere gemeente toe te voegen.

Kan er een nadere precisering komen van de verruiming van de mogelijkheden voor het gebruik van internet voor de publieke omroep? En hoe wordt een eventuele doorgifte via de kabel van verschillende kanalen geregeld?

Ten slotte vroeg de heer Atsma hoe zit het met de mogelijkheden om toe te treden tot het publieke bestel.

De heer Bakker (D66) sloot zich aan bij de laatste vraag over het politieke bestel. Hij ondersteunde het enthousiasme van de staatssecretaris voor de grotestedenzenders en wachtte de nadere initiatieven af.

Een eventueel programmafonds moet op grote afstand van de politiek staan. Afgezien van de algemene opdracht dat er méér moet gebeuren aan minderhedenprogrammering, moet er geen sprake van inhoudelijke sturing c.q. beoordeling. Een fonds is misschien een iets eigenlijker middel dan een programmaversterkingsbudget, omdat bij een programmaversterkingsbudget immers toch sprake is van allerlei directieven. Het programmaversterkingsbudget is echter bedoeld om de Raad van bestuur in staat te stellen richting te geven aan het geheel. Hoofdzaak is dat het gebeurt. Misschien kan ook gedacht worden aan en-en. Een apart omroepfonds is misschien niet nodig, maar er zou wel een expliciete doelstelling aan het stimuleringsfonds kunnen worden toegevoegd.

Inzake het programmaversterkingsbudget versus apart fonds kon mevrouw Halsema (GroenLinks) zich zowel vinden in de argumentatie van mevrouw Van Zuijlen als van de heer Bakker. Misschien zou met een apart fonds ook de laagdrempeligheid gediend zijn, omdat vaak gehoord wordt dat jonge en allochtone programmamakers eigenlijk niet goed weten hoe zij binnen moeten treden.

Zij toonde zich teleurgesteld over de reactie op de pilots van het OLON. Vanuit de zelforganisaties van minderheden wordt immers aangegeven dat er grote belangstelling en behoefte bestaat juist in de vier grote steden. Kan de staatssecretaris dit heroverwegen?

Ook mevrouw Halsema was benieuwd hoe de staatssecretaris staat tegenover toetreding van nieuwe organisaties tot het publieke bestel. Wat betekent dit voor de ledeneisen?

De staatssecretaris sloot niet dat naast een pilot voor de drie middelgrote steden ook iets gedaan kan worden voor de grote steden op het gebied van migrantenradio als daarvoor goede voorstellen komen.

Een programmafonds is misschien wel laagdrempelig, maar je moet wel omroepuren krijgen. De Raad van bestuur zal elk jaar met zijn plannen moeten komen, inclusief die invulling van 10% maximaal 25%. Een deel daarvan zou naar een dergelijk initiatief kunnen. Er zou een signaal afgegeven kunnen worden.

Het stimuleringsfonds presenteert jaarlijks werkplannen en er is een sprake van een vierjarige aanvraag bij de raad voor cultuur. Daarin moet het fonds zijn taakstelling waarborgen. De staatssecretaris was ervan overtuigd dat goede werkafspraken gemaakt kunnen worden om de huidige problemen op te lossen.

De toegang tot het internet zal besproken worden bij de behandeling van de Concessiewet. De doorgifte op de kabel komt bij de behandeling van de kabelnotitie aan de orde. De toetreding tot het publieke bestel komt ook bij de Concessiewet aan de orde. De toetredingsmogelijkheden worden verruimd. Dat gebeurt bewust om enige dynamiek in het Hilversumse omroepbestel te krijgen.

Zonder percentages valt er niets toetsen. Een percentage zegt echter niets over de kwaliteit van de programma's. De Concessiewet biedt de raad voor cultuur de mogelijkheid af en toe oordeel uit te spreken. Op die manier wordt iets gedaan aan de kwalitatieve invulling van de programma's. Percentages zijn ook nodig om het onderscheidend karakter qua sandwichformule van de publieke omroep ten opzichte van de commerciële omroepen te benadrukken.

De voorzitter van de commissie,

Van der Hoeven

De griffier van de commissie,

Mattijssen


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), De Vries (VVD), Dijksma (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Cherribi (VVD), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Passtoors (VVD), Van Bommel (SP), Belinfante (PvdA), Kortram (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Hamer (PvdA), Nicolaï (VVD), Barth (PvdA), Halsema (GroenLinks), Örgü (VVD), Wijn (CDA), Eurlings (CDA).

Plv. leden: Stellingwerf (RPF), Schimmel (D66), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Van Baalen (VVD), Valk (PvdA), De Cloe (PvdA), Udo (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Poppe (SP), Gortzak (PvdA), Middel (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Spoelman (PvdA), Brood (VVD), Poppe (SP), Arib (PvdA), Vendrik (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Verhagen (CDA), Visser-van Doorn (CDA).

Naar boven