nr. 17
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 december 2001
De beschikbaarheid en betaalbaarheid van kwalitatief goede kinderopvang
is van groot belang; van belang voor werkende ouders, die er zeker van willen
zijn dat hun kinderen goed opgevangen worden en voor de werking van de arbeidsmarkt,
meer in het bijzonder de arbeidsparticipatie van vrouwen. De uitbreidingsoperatie
in de kinderopvang en de totstandkoming van de Wet basisvoorziening kinderopvang
(WBK) zijn dan ook van grote matschappelijke betekenis. Met deze brief wordt
u, mede namens staatssecretaris Bos van Financiën en staatssecretaris
Verstand van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nader geïnformeerd over
de laatste stand van zaken met betrekking tot de totstandkoming van de WBK
en de uitbreiding van de kinderopvang in 2003.
Wet basisvoorziening kinderopvang
Overeenkomstig het Regeerakkoord bereidt het kabinet de Wet basisvoorziening
kinderopvang (WBK) voor. Het kabinet heeft vrijdag 30 november ingestemd met
het wetsvoorstel WBK. Het wetsvoorstel wordt nu voor advies aan de Raad van
State gezonden. Hiermee heeft het kabinet een stap gezet naar een belangrijke
structurele verbetering van de voorziening in de maatschappelijke behoefte
aan kinderopvang.
Het was aanvankelijk de bedoeling de WBK op 1 januari 2003 in werking
te laten treden. Door de complexiteit van de operatie (een stelselwijziging),
de in acht te nemen zorgvuldigheid en de noodzakelijke voorbereidingstijd
op de WBK zoals ook door de partijen in de sector kinderopvang wordt gevraagd,
is er meer tijd nodig dan oorspronkelijk werd voorzien. Het te voorziene wetgevingstraject
en het traject om de WBK op een zorgvuldige wijze te kunnen implementeren
maken een inwerkingtreding van het nieuwe stelsel per 1 januari 2004
realistisch.
De nieuwe wet zal – uiteraard na behandeling door beide Kamers der
Staten-Generaal – een belangrijke impuls kunnen geven aan de kinderopvang
in Nederland.
Ouders krijgen in het nieuwe wettelijke stelsel een centrale positie als gebruikers van de kinderopvang. Er zullen meer keuzemogelijkheden gaan
ontstaan en er zal door ondernemers in de kinderopvang flexibeler ingespeeld
kunnen worden op de behoeften van ouders.
Uitgangspunt bij de financiering van de kinderopvang is dat ouders, overheid
en werkgevers een bijdrage leveren. Er wordt uitgegaan van een vaste bijdrage
van de werkgever. Ouders krijgen een inkomensafhankelijke bijdrage van de
rijksoverheid voor de kosten van de opvang van hun kinderen, waarmee zij zelf
de keuze kunnen maken voor de gewenste opvang. Hiermee wordt de kinderopvang
in beginsel toegankelijk voor alle inkomensgroepen. Voor mensen in arbeidstoeleidende
trajecten zal de nieuwe wet ook voorzien in financiering van kinderopvang,
zodat de zorg voor kinderen geen belemmering hoeft te zijn voor het aanvaarden
van betaald werk.
In de betrokkenheid van de ouders bij de gang van zaken bij de opvang
van hun kinderen wordt voorzien door een adequate regeling van de medezeggenschap.
Voor ondernemers in de kinderopvang gaat de nieuwe wet zorgen voor een
afzetmarkt met een koopkrachtige vraag; hieruit zal zeker een verdere aanpassing
van het aanbod op de manifeste vraag voortkomen. Het is evident dat er nog
sprake is van onvervulde behoeften.
Het kabinet rekent erop dat de werkgevers als derde partij, naast ouders
en rijksoverheid, hun verantwoordelijkheid zullen nemen waar het gaat om het
goed regelen van kinderopvang als noodzakelijke voorziening ten behoeve van
het goed combineren van arbeid en zorg. Waar onverhoopt in individuele gevallen
toch onvoldoende invulling van werkgeverzijde verkregen kan worden, wordt
voorzien in een gedeeltelijke – inkomensafhankelijke – compensatie
door het Rijk van de ontbrekende middelen.
Om in specifieke gevallen te voorkomen dat tussen huidige en nieuwe situatie
onwenselijke verschillen gaan ontstaan, is voorzien in een overgangsbeleid.
In de WBK worden uniforme kwaliteitseisen opgenomen waaraan alle instellingen
voor kinderen moeten voldoen. Gemeenten kunnen niet langer aanvullende kwaliteitseisen
stellen. De verantwoordelijkheid voor het toezicht hierop ligt bij de gemeente
(college van burgemeester en wethouders); het toezicht wordt uitgevoerd door
de gemeentelijke gezondheidsdienst. Het Rijk (de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport) zal toezien op de wijze waarop de gemeenten hun verantwoordelijkheid
nemen.
Doorgaande uitbreiding kinderopvang in 2003 Wij zijn van mening dat een
voortgaande groei van het aantal beschikbare plaatsen in de kinderopvang zeer
gewenst is. Het vraaggestuurde stelsel zal vanaf de inwerkingtreding van de
WBK de voorwaarde scheppen om de capaciteit van de sector kinderopvang in
stand te houden en naar gelang de behoefte te laten groeien. Tot het moment
dat de WBK in werking treedt, achten wij een voortzetting van een meer gerichte
stimulering van de uitbreiding van het aantal kinderopvangplaatsen noodzakelijk.
Voor de periode tot 1 januari 2004 hebben wij daarom de volgende doelen
geformuleerd:
– in stand houden van de al gerealiseerde capaciteitsuitbreiding;
– mogelijkheden bieden voor extra groei met een substantieel aantal
plaatsen in 2003, afgestemd op de vraag.
Een hiertoe strekkende wijziging van de Regeling uitbreiding kinderopvang
en buitenschoolse opvang wordt in gang gezet.
Implementatie WBK
De invoering van de WBK is een complexe operatie; hiervoor heb ik de belangrijkste
beoogde verbeteringen al genoemd. Het is een stelselwijziging waarbij vele
partijen zijn betrokken en grote belangen in het spel zijn. Een
tijdige voorbereiding is cruciaal voor een uiteindelijk succesvolle implementatie
van de WBK. Daarom ben ik reeds gestart met het zorgvuldig voorbereiden van
de implementatiefase (kwartiermaken). De werkzaamheden die in het kader van
het kwartiermaken worden verricht zijn het inrichten van een organisatie voor
zowel de uitvoering als de aansturing van de implementatie en het opstellen
van een dekkend en richtinggevend inhoudelijk implementatieprogramma. Het
kwartiermaken is er ook op gericht om draagvlak te genereren bij de partijen
actief op het terrein van kinderopvang en die te maken krijgen met de veranderingen
die zullen voortvloeien uit de nieuwe wet. Het spreekt vanzelf dat de parlementaire
behandeling van de WBK leidend is voor het implementatietraject en dat bij
het kwartiermaken geen onomkeerbare stappen worden gezet. Over de voortgang
van het kwartiermaken en de daarop volgende start van de implementatie van
de WBK wordt u uiteraard op de hoogte gehouden.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. M. Vliegenthart