nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende
wijzigingen van technische aard van enige belastingwetten c.a.
De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden
waarop het rust.
En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.
's-Gravenhage
28 mei 1999
Beatrix
nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen
van technische aard aan te brengen in enige belastingwetten en daarmee samenhangende
wetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt als volgt gewijzigd:
A. In artikel 46, negentiende lid, wordt «het achtste
lid» vervangen door: het negende lid.
B. In artikel 66e, vijfde lid, wordt «tweede lid, tweede
en derde volzin» vervangen door: tweede lid.
ARTIKEL II
In artikel 6, derde lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting
en premie voor de volksverzekeringen wordt «afdrachtvermindering»
vervangen door: vermindering.
ARTIKEL III
In artikel I, onderdeel F.6, van de Wet van 18 december 1997,
houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1998) (Stb.
730) wordt «het negende lid vervalt» vervangen door: het tiende
lid vervalt.
ARTIKEL IV
Artikel I, onderdeel K, van de Wet van 17 december 1998, houdende
wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999) (Stb. 725)
wordt vervangen door:
K. In artikel 66b, eerste lid, wordt «46, eerste lid,
onderdelen b en d, vierde lid, vijfde lid en tiende lid» vervangen door:
46, eerste lid, onderdelen b en d, vierde lid, vijfde lid, zesde lid, achtste
lid en elfde lid.
ARTIKEL V
Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale
procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal
fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621)
in werking treedt, wordt de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze
luidt na de inwerkingtreding van de genoemde wet van 29 oktober 1998, zo nodig
met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop die wet in werking
is getreden, als volgt gewijzigd:
A. Artikel 25a komt te luiden:
Artikel 25a
1. Een uit een uitspraak van de inspecteur voortvloeiende teruggaaf van
ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die
het bezwaarschrift heeft ingediend.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden
ter zake van dezelfde feiten een bezwaarschrift heeft ingediend, wordt, indien
uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend
verleend aan degene van wie is ingehouden.
B. Artikel 27f komt te luiden:
Artikel 27f
1. Een uit een uitspraak van het gerechtshof voortvloeiende teruggaaf
van ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene
die het beroep heeft ingesteld.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden
ter zake van dezelfde feiten beroep heeft ingesteld, wordt, indien uit een
uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend verleend
aan degene van wie is ingehouden.
C. Aan artikel 29 wordt voor de punt aan het slot toegevoegd:
, voorzover in deze afdeling niet anders is bepaald.
D. Artikel 29i komt te luiden:
Artikel 29i
1. Een uit een uitspraak van de Hoge Raad voortvloeiende teruggaaf van
ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die
het beroep in cassatie heeft ingesteld.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden
ter zake van dezelfde omstandigheden beroep in cassatie heeft ingesteld, wordt,
indien uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf
uitsluitend verleend aan degene van wie is ingehouden.
ARTIKEL VI
Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale
procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal
fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621)
in werking treedt, vervalt artikel III, onderdeel K, van die wet en vervalt
in artikel 41, derde lid, van de Meststoffenwet «en artikel 19 van de
Wet administratieve rechtspraak belastingzaken», zo nodig met terugwerkende
kracht tot en met het tijdstip waarop de genoemde wet van 29 oktober 1998
in werking is getreden.
ARTIKEL VII
Indien de Wet van 29 oktober 1998, houdende aanpassing van het fiscale
procesrecht aan de Algemene wet bestuursrecht en wijziging van een aantal
fiscale en andere wetten (herziening van het fiscale procesrecht) (Stb. 621)
in werking treedt, gelden voor de leden en de plaatsvervangende leden van
de Tariefcommissie die zijn benoemd voor de inwerkingtreding van die wet en
die niet voldoen aan de in artikel 2, tweede lid, van de Tariefcommissiewet,
zoals dat luidt na de inwerkingtreding van de genoemde wet van 29 oktober
1998, gestelde opleidingseisen, deze eisen niet, zo nodig met terugwerkende
kracht tot en met het tijdstip waarop de genoemde wet van 29 oktober 1998
in werking is getreden.
ARTIKEL VIII
Indien het bij koninklijke boodschap van 29 april 1998 ingediende voorstel
van wet tot aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de inkomstenbelasting
1964, de Coördinatiewet Sociale Verzekering en in samenhang daarmee enige
andere wetten naar aanleiding van de voorstellen van de werkgroep Fiscale
behandeling pensioenen (Wet fiscale behandeling van pensioenen) (kamerstukken
II 1997/98, 26 020) tot wet wordt verheven en in werking treedt, vervalt
artikel I, onderdeel H.2, van die wet, zo nodig met terugwerkende kracht tot
en met het tijdstip waarop die wet in werking is getreden.
ARTIKEL IX
Indien artikel 81 van de Zeevaartbemanningswet in werking treedt, wordt
in dat artikel «onderdeel f» vervangen door «onderdeel g»
en de onderdeelaanduiding «f» vervangen door «g»,
zo nodig met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip waarop dat artikel
in werking is getreden.
ARTIKEL X
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
2. De artikelen I, onderdeel A, en IV werken terug tot en met 1 januari
1998. Artikel I, onderdeel B, werkt terug tot en met 1 januari 1997. Artikel
II werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Staatssecretaris van Financiën,