26 568 (R1638)
Wijziging van de Rijksoctrooiwet, de Rijksoctrooiwet 1995 en de Zaaizaad- en Plantgoedwet ten behoeve van de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen

nr. 41
VERSLAG VAN DE STATEN VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN

Vastgesteld 25 februari 2003

De Staten van de Nederlandse Antillen hebben met voldoening kennis genomen van het onderhavige voorstel van rijkswet en kunnen zich verenigen met het onderhavige voorstel. Naar aanleiding hiervan hebben de Staten de volgende opmerkingen.

De Staten van de Nederlandse Antillen wijzen er op dat het Koninkrijk der Nederlanden van aanvang af partij is bij het Verdrag inzake de verdeling van Europese octrooien (München 5 oktober 1973). Het verdrag is goedgekeurd bij de Rijkswet van 12 januari 1977, Stb. 7. Dit verdrag is voor het gehele Koninkrijk goedgekeurd.

Evenwel is deze vooralsnog slechts door Nederland bekrachtigd (Trb. 1977, 144). In de Memorie van Toelichting bij het verdrag staat dat het mogelijk is dat, indien in de toekomst de Nederlandse Antillen alsnog medegelding van het verdrag wensen, aan die wens gevolg kan worden gegeven.

In verband hiermede wensen de Staten op te merken dat zij voorstander zijn van medegelding van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (München 5 oktober 1973) voor de Nederlandse Antillen.

Tevens achten de Staten het wenselijk dat ingeval het laatste werkelijkheid wordt, een deel van de door het Nederlandse Bureau Intellectuele Eigendom geheven instandhoudstaksen van octrooien in het Koninkrijk, naar het Nederlands Antilliaans Bureau Intellectuele Eigendom toevloeit.

Aldus vastgesteld in de vergadering van de Centrale Commissie van de 7de februari 2003

De Rapporteur,

D. A. S. Lucia

Naar boven