Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26541 nr. 53 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26541 nr. 53 |
Vastgesteld 8 juli 1999
De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen1 heeft op 16 juni 1999 overleg gevoerd met de minister Hermans en staatssecretaris Adelmund van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen inzake:
– de financiële verantwoording van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) over het jaar 1998 (26 541, nr. 5);
– het voorstel van wet tot wijziging van de begroting van de uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 1998 (Slotwet) (26 544);
– het rapport bij de financiële verantwoording 1998 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (26 541, nr. 6);
– het onderwijsverslag 1998 (brief nr. OCW-99-481).
Hierbij konden de volgende documenten worden betrokken:
– de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 11 februari 1999 ter aanbieding van «Education at a Glance» (brief nr. OCW-99-102);
– de brief van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 9 april 1999 ter aanbieding van de reactie op het inspectierapport Schoolonderzoek IV (brief nr. OCW-99-299);
– de brieven van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen d.d. 19 mei 1999 en 14 juni 1999 inzake kengetallen in de begroting en het jaarverslag.
Van het overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
Mevrouw Barth (PvdA) sprak haar grote waardering uit voor het zeer leesbare onderwijsverslag over het jaar 1998 dat een schat aan informatie bevat en toonde zich er verheugd over dat het volgend jaar eerder beschikbaar komt, zodat het een rol kan spelen bij de derde woensdag in mei.
De inspectie put bij haar verslaglegging nu nog uit vele externe bronnen. Zal zij bij de verdere ontwikkeling van het integrale schooltoezicht, de kwaliteitskaarten, de bezoeken aan scholen en de systematischer toetsing minder op deze externe bronnen die de Kamer ook kent, leunen? In verband met de toetsing van het beleid bestaat vooral grote behoefte aan de kwantitatieve en kwalitatieve informatie die de inspectie uit de scholen zelf haalt.
De inspectie wijst op het belang van de factor tijd in het onderwijs. Elk jaar dat het niet goed gaat op school is voor een leerling verloren tijd. De inspectie toont aan dat ook op een andere manier tijd verloren gaat. Zijn de bewindslieden van plan, hieraan extra aandacht te besteden? Een andere manier waarop de factor tijd een rol speelt, heeft te maken met de verslaglegging door de inspectie zelf en de toetsing van de kwaliteit. Mevrouw Barth hecht heel veel waarde aan adaptief onderwijs en uit de rapportage blijkt dat op dat gebied een wereld te winnen valt. Adaptief onderwijs houdt in dat het leerlingen wordt toegestaan in een variërend tempo kennis tot zich te nemen. Helaas komt een langzamer tempo van een leerling in het onderwijssysteem maar op één manier tot uitdrukking: de leerling blijft zitten. Voor de inspectie is dit echter een indicatie van achterblijvende kwaliteit. Aan de ene kant wordt veel waarde gehecht aan adaptief onderwijs, maar aan de andere kant is het systeem daarop niet maximaal toegesneden. Wat is de visie van de bewindslieden hierop? Hoe kan meer ruimte in het systeem worden gecreëerd voor de verschillende tempo's van leerlingen?
Speciale aandacht besteedt de inspectie aan de factor tijd in verband met achterstandsleerlingen. Scholen met veel achterstandsleerlingen ervaren het programma vaak als een race tegen de klok, schrijft de inspectie. Dit onderschrijft de stelling dat leerlingen met een achterstand meer tijd nodig hebben. De inspectie zoekt deze tijd binnen en buiten het lesprogramma, maar achterstandsleerlingen hebben behoefte aan nog meer lucht in het systeem, zonder dat dit tot stigmatisering leidt.
Het hoofdthema van het onderwijsverslag betreft de positie van allochtonen waarmee het helaas in het Nederlandse onderwijs niet goed gesteld is. Mevrouw Barth wees erop dat dit een slechte ontwikkeling is voor zowel de kinderen, die vaak zonder diploma de school verlaten, als voor de samenleving die een stijgende behoefte aan hoog opgeleide mensen vertoont. Zij bepleitte een hoge prioriteit van dit onderwerp op de politieke agenda.
Een conclusie van de inspectie luidt dat een kwart van de zwarte scholen onder de maat presteert. Zij scoren lager dan op grond van hun leerlin- genpopulatie mag worden verwacht. Een goede school moet kinderen uitdagen, aan kinderen moeten intellectuele eisen worden gesteld om eruit te halen wat erin zit. Juist op zwarte scholen, zo constateert de inspectie, blijft dit aspect achter. Het verwachtingspatroon van leraren van hun leerlingen speelt hierbij een fundamentele rol; vooral van achter- standsleerlingen die thuis ook al te maken hebben met een te laag verwachtingspatroon en minder ondersteuning van hun ouders krijgen. Een verandering op dit punt vergt een cultuuromslag. In hoeverre wordt hieraan bij de lerarenopleidingen gericht aandacht besteed? Beseffen jonge leraren hoe groot de invloed van hun attitude op leerlingen kan zijn?
Ook bij zwarte scholen bestaan er onderling verschillen. Houdt de inspectie rekening met deze verschillen en met het verschil in populatie van deze scholen? Bij de verslaglegging kan dit een groot verschil uitmaken.
De inspectie benadrukt hoe belangrijk de diversiteit van de leerlingpopulatie is. Geconcludeerd wordt dat 1.9-leerlingen het slechter doen op scholen met veel 1.9-leerlingen dan op die met minder 1.9-leerlingen. Niet alleen in de klas moet goed Nederlands worden geleerd. Ook op het schoolplein moeten kinderen onder elkaar goed Nederlands spreken. Hoe kunnen de bewindslieden de diversiteit in de leerlingenpopulatie op scholen stimuleren?
De derde generatie is straks niet meer traceerbaar voor de 1.9-weging, omdat de ouders niet in het buitenland geboren zijn. Wat is de reactie van de bewindslieden hierop? De inspectie constateert dat juist op zwarte scholen veel lestijd verloren gaat, omdat vervangers moeilijk te krijgen zijn. Niet alleen lestijd gaat verloren, maar ook de extra begeleiding omdat deze begeleiders voor de klassen worden gezet. Kan hierover harde informatie worden verstrekt? Er moet een kritische grens van het aantal allochtonen op een school worden bereikt, voordat de school ervoor zorgt dat het onderwijs er niet meer onder lijdt. Heeft deze kritische grens te maken met de drempel in de gewichtenregeling?
Het is hoopgevend dat het primair onderwijs beter verloopt. Wat is de invloed van de klassenverkleining hierop? Bij het voortgezet onderwijs blijkt dat 20% niet met plezier naar school gaat, terwijl het de bedoeling van de vernieuwingen is dat het leren leuker wordt. Hoe kan het op school leuker worden gemaakt? De aansluiting van VMBO op ROC's (regionale opleidingscentra) is zorgwekkend, maar de inspectie schrijft dat vele scholen overleg zoeken om deze aansluiting te verbeteren. Mevrouw Barth juichte dit toe, maar ook de deur tussen VMBO en HAVO moet wagenwijd open blijven staan.
De opvang van leerlingen in het VO met een onacceptabel gedragspatroon is een groot probleem. Deze leerlingen mogen, terecht, niet zo maar van school worden gestuurd, maar men moet een open oog hebben voor de problemen waarmee scholen kampen. Mevrouw Barth memoreerde het eerdere pleidooi voor de instelling van internaten voor met name allochtone leerlingen die tegen het criminele circuit aanleunen. Kunnen deze internaten ook voor deze groep een oplossing bieden?
Het gaat beter in de BVE-sector (beroepsonderwijs en volwasseneneducatie) maar, zo constateert de inspectie, de instellingen leveren te weinig maatwerk. Ook bestaat geen goede aansluiting tussen educatie en beroepsonderwijs. Kunnen de bewindslieden hierop reageren? Ook vindt nog steeds verdringing binnen de basiseducatie plaats tussen verschillende achterstandsgroepen. Er is meer geld gekomen voor taallessen van laatkomers, maar minister Van Boxtel heeft dit geld aan de grote vier steden gegeven, hetgeen niet de bedoeling was. Mevrouw Barth verzocht de bewindslieden hierover met hun collega overleg te voeren. Gaat de ontwikkeling van de 1000-uren norm in de BVE-sector de goede kant op?
De inspectie constateert dat HBO-instellingen veel minder dan universiteiten van buitenaf inzicht in hun kwaliteitsontwikkeling geven. Hoe kan hierin verbetering worden gebracht? De Inspecteur uitte zijn zorgen over de vergrijzing van het personeel in het HBO en de grote tekorten die daar dreigen.
Tot slot vroeg mevrouw Barth een reactie van de bewindslieden op de constatering dat 42% van de afgestudeerden in het HBO de opleiding te gemakkelijk vindt.
Onder dankzegging voor het gesprek met de nspecteur-generaal en zijn collega's sprak de heer Cornielje (VVD) zijn waardering uit voor de bijlage in het onderwijsverslag over homodiscriminatie in het onderwijs. Hij sprak de wens uit dat dit stuk – dat een vorm van nulmeting in zich bergt – snel voor discussie op schoolniveau wordt gebruikt, zodat men in ook de toekomst op de hoogte blijft van de stand van zaken op dit punt.
Ingaande op de aanbevelingen van de inspectie wees hij erop dat de vier aanbevelingen onder paragraaf 6, Naleving wet- en regelgeving, een herhaling zijn van die uit het onderwijsverslag over 1997. Over de opheffing van de onduidelijkheid omtrent de weging van leerlingen is overleg gevoerd met de staatssecretaris dat bleef steken in de conclusie dat aanpassing hiervan achterwege bleef vanwege de herverdeeleffecten tussen scholen. Het was de heer Cornielje opgevallen dat de inspectie nu aandringt op een herziening van deze methode. Ook de Algemene Rekenkamer komt in haar nadere rapport over de financiële verantwoording hierop terug. Gesteld wordt dat het in dezen om 400 mln. gaat en dat gemakkelijk misbruik en oneigenlijk gebruik kunnen ontstaan. Wil de staatssecretaris in overleg met de inspectie en de Algemene Rekenkamer dit punt wederom oppakken en hierover bij de begrotingsbehandeling nadere voorstellen te doen?
Een volgende aanbeveling betreft de afschaffing van het getuigschrift basisvorming. Verwacht wordt dat de inspectie bij de evaluatie basisvorming hierop terugkomt. Is de staatssecretaris bereid dit getuigschrift af te schaffen, temeer daar het in de praktijk niet uitgereikt wordt?
Een ander punt dat door de inspectie herhaald wordt betreft de minimale omvang van het onderwijsprogramma MBO. Naar aanleiding van het vorige onderwijsverslag is een passage hierover in het regeerakkoord terechtgekomen. De heer Cornielje verzocht de minister, hierover in overleg te treden met de BVE-raad. Kan de minister toezeggen dat in de begroting nader wordt verklaard hoe de omvang van het onderwijs zich sinds de SVM-operatie heeft ontwikkeld? Het aantal onderwijsuren is stelselmatig afgenomen, zonder dat daar bezuinigingen tegenover stonden, maar nu het aantal onderwijsuren moet toenemen, is dit alleen mogelijk als er extra geld voor wordt vrij gemaakt.
De heer Cornielje maakte zich grote zorgen over het achterstandenbeleid. In het onderwijsverslag van 1994 staat dat nog géén begin van een oplossingsrichting zichtbaar was. Dit heeft tot aanpassing van het beleid geleid; er is een gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (GOA) totstandgekomen en er is een landelijk beleidskader achterstandenbeleid (LBK) vastgesteld. In dat beleidskader staat dat Nederlandse taal bijna bovenaan de prioriteitenlijst moet komen te staan. Het KEA-project (kleinschalig experiment achterstandenbestrijding) in Rotterdam boekt zeer goede resultaten, maar toch lijkt het te sneuvelen omdat het duur is. Besloten is dat het geld uitgesmeerd moet worden over bredeschoolprojecten voor de gehele stad Rotterdam. De heer Cornielje achtte dit een verkeerde weg en vroeg de staatssecretaris om opheldering. Hij wees er ook op dat in de GOA-plannen een verschuiving te zien is naar welzijnsachtige activiteiten, terwijl juist versterking nodig is van projecten die op Nederlandse taal gericht zijn.
In verband met zijn visie op de ontwikkeling van de brede school benadrukte hij dat leraren zich moeten richten op de kernactiviteiten; het geven van onderwijs, het aanleren van kennis, inzicht en vaardigheden en – waar het om het achterstandenbeleid gaat – het leren van de Nederlandse taal. De school vormt de spil die problemen signaleert, hulpverlening inschakelt, coördineert en de eigen verantwoordelijkheid van ouders stimuleert. Er moet een activerende brede school ontstaan, en geen brede verzorgingsschool waardoor de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en de verzorging van kinderen op de school wordt afgescho- ven. Wil de staatssecretaris met deze visie rekening houden?
Opvallend is dat in het eerste jaar van de PABO en de nieuwe lerarenopleiding veel allochtonen uitvallen. De heer Cornielje vond het vreemd dat men, na de basisschool en HAVO/VWO, in het HBO nog steeds last heeft van zijn achtergrond. Hetzelfde doet zich voor bij de HEAO en de HTS. Blijkbaar is taal een cruciale factor om in het hoger onderwijs overeind te blijven en wordt tijdens de HAVO en VWO daar onvoldoende aandacht aan besteed. Het bevorderen van het NT2-onderwijs (Nederlands als tweede taal), ook tijdens het VO, kan wellicht in dezen een oplossing bieden. Een actief Nederlands taalbeleid, dwars door het gehele onderwijs heen, lijkt geboden.
Het OALT (onderwijs in allochtone levende talen) wordt ingezet voor taalondersteuning, maar uit krantenberichten blijkt dat nog steeds lessen OALT gegeven worden, ook in de groepen V t/m VIII van het basisonderwijs, binnen reguliere onderwijstijd. Is de inspectie hiervan op de hoogte en worden hiertegen maatregelen overwogen?
Volgens het onderwijsverslag worden steeds meer convenanten afgesloten om de aansluiting tussen VBO/MAVO en ROC's te verbeteren. Is de minister bereid ervoor te zorgen dat aan deze convenanten meer bekendheid wordt gegeven?
Het is onbegrijpelijk dat er nog steeds te weinig assistentenopleiding bestaan in met name het SVB/Bouwbedrijf en in de gezondheidszorg en dienstverlening. Minister Borst zegde indertijd toe management by speech te zullen toepassen, maar dat heeft blijkbaar nog weinig succes opgeleverd.
Het inserviceonderwijs is na een discussie van twintig jaar onderdeel geworden van de ROC's. Het onderwijsverslag meldt nu echter dat nazorg ontbreekt. Kunnen de bewindslieden hierop reageren?
Voor het eerst ontving de Kamer op de derde woensdag van mei de financiële verantwoording en het onderwijsverslag, hetgeen een goede combinatie voor de behandeling is. Het viel de heer Cornielje op dat een beleidsimpuls van 1,2 mld. gegeven is. Dit kabinet investeert fors in onderwijs. De Algemene Rekenkamer heeft een overwegend positief oordeel. De Kamer heeft afgesproken om volgend jaar bij de financiële verantwoording te kijken naar de streefcijfers in verband met de schooluitval en het terugdringen van het lerarentekort. De Algemene Rekenkamer stelt dat deze aanpak niet mogelijk is omdat er geen nulmeting is en omdat het bij het lerarenbeleid meer om een kwalitatieve dan om een kwantitatieve benadering gaat. De heer Cornielje benadrukte dat ten behoeve van het voortijdig schoolverlaten een nulmeting dient te worden ingevoerd zodat dit punt kan worden gemonitord.
De heer Van de Camp (CDA) sloot zich aan bij de conclusie dat de Algemene Rekenkamer over het algemeen positief is over het financiële beleid van het ministerie. Onder verwijzing naar de tabel op blz. 2 van het financiële rapport waarin een aantal tekortkomingen staat opgenomen, vroeg hij de minister of er nieuwe ontwikkelingen zijn bij het ICT-project en het financiële beheer bij de IB-groep. Hij stemde, onder verwijzing naar de brief van 14 juni 1999, in met de streefcijfers.
Met betrekking tot het onderwijsverslag over 1998 sloot hij zich aan bij de complimenten van voorgaande sprekers, hoewel hij vroeg of – met het oog op de omvang daarvan – een betere structurering mogelijk is.
De heer Van de Camp vond dat het benutten van de ter beschikking staande onderwijstijd een groter aandachtspunt in de beschouwingen verdient. Ongemerkt valt veel lestijd uit door projecten, overlegvergaderingen en bijzonder verlof. Gebleken is dat de allochtone leerling daarvan dubbel nadeel ondervindt. Het VO en de BVE-sector krijgen van de inspectie een kritische kanttekening op dit punt. In dit verband benadrukte hij dat de term «afrekenen», niet zozeer in de zin van sancties moet worden gelezen, maar veeleer om een goed inzicht te krijgen in de vraag of de onderwijstijd optimaal benut wordt.
In het antwoord op vraag 5 over de verschillen tussen scholen op het gebied van onderwijsprestaties houdt de minister zich op de vlakte: de prestaties van de scholen zijn breder dan de CITO-toets en de kwestie van de toevoegde waarde moet meer aandacht krijgen. Hoe moet dit ant- woord worden geïnterpreteerd? Trouw en de Volkskrant van 17 april jl. staan vol met cijfers op dit punt, maar het is de vraag of ze in het juiste kader staan. Van de zwarte scholen zou 25% onvoldoende presteren. Staan deze scholen in het onderwijsverslag? Of zijn het getallen van de Volkskrant? De heer Van de Camp had er moeite mee dat de onderwijsprestaties plaatsvinden op basis van zogenoemde harde cijfers. Hoe zit het met de omgevingsfactoren, respectievelijk de startpositie?
In het onderwijsverslag worden de onderwijsprestaties in de vier grote steden kritisch benaderd. De scholen in de G4 worden relatief gezien beter gefinancierd. Waarom presteren de G4 slechter dan andere gemeenten met veel 1.9-leerlingen? Wat kan hieraan in de toekomst worden gedaan?
De heer Van de Camp heeft tijdens een werkbezoek aan een PABO vernomen dat in Nederland een HAVO-diploma kan worden gehaald zonder dat men goed Nederlands spreekt. Bij de training in het VO op het examen leren de leerlingen uitsluitend examenjargon. Bij een vraag buiten de klassieke eindtermen blijkt echter dat de kennis van het Nederlands geringer is. Wordt de kennis van het Nederlands aan het einde van de basisvorming, respectievelijk aan het eind van HAVO/VWO, voldoende breed getoetst? Als de kennis van het Nederlands voldoende is, houdt men het wellicht beter vol in het HBO.
Het beeld van de inspectie over het PO (primair onderwijs) is positief, hoewel het vervangen van leraren in de Randstad een groot probleem blijft. De heer Van de Camp ging ervan uit dat nog eens apart over dit probleem zal worden gesproken.
Volgens het onderwijsverslag heeft meer dan de helft van de scholen onvoldoende aandacht voor de kwaliteit van het leerstofaanbod, de leerstrategieën, de afstemming op relevante verschillen tussen leerlingen en de kwaliteitszorg. Wat is de reactie van de staatssecretaris hierop?
Heeft de minister commentaar op de opmerkingen van de inspectie over de professionaliteit van de leraren en de passage over de succeskansen op de bladzijden 181 en 182 van het onderwijsverslag?
Kunnen de bewindslieden bij leerlingen met een onacceptabel gedragspatroon garanderen dat niemand uitvalt? Binnen het huidige VO kan een leerling niet meer verwijderd worden als er geen vervangende school is, maar toch blijkt dit voor leerlingen geen garantie te zijn om onderwijs te blijven volgen. In Rotterdam zijn hiervoor vervangende projecten. De heer Van de Camp vond dat alle leerlingen of naar school moeten gaan, of zo'n project moeten volgen.
De passage over het schoolonderzoek Latijn achtte hij onthullend. De resultaten zijn dermate verschillend dat ze niet kunnen worden vergeleken. Wil de staatssecretaris hierop reageren?
De BVE-sector geeft ook een relatief gunstig beeld. De inspectie is echter kritisch over de voortgang van de ICT-implementatie en stelt dat de kansen niet breed benut worden. Hoe staat de minister tegenover deze opmerking? Kan de minister ook ingaan op de externe legitimering van de examens? De inspectie merkt op dat studenten van een aantal scholen op 1 augustus 2000 niet meer onder de WSF vallen als ze niet voldoen aan de eis van 850 uur. Zijn deze studenten zich hiervan bewust? Wat is de reactie van de minister hierop? Ook vroeg de heer Van de Camp commentaar van de minister op het gegeven dat 42% van de HBO-leerlingen de opleiding te licht vindt.
Tot slot merkte hij op dat, nadat aanvankelijk veel commentaar was geleverd op de tabellen van oktober 1997 in Trouw, uit bijlage 2 van het onderwijsverslag blijkt dat dit dagblad het niet slecht gedaan heeft.
Mevrouw Lambrechts (D66) deelde een compliment uit over de versnelling van de financiële verantwoording en de verbetering van de inrichting. Zij sloot zich aan bij de woorden van de heer Van de Camp over nog aan te brengen verbeteringen op het punt van de ICT en de administratieve afhandeling bij de IB-groep.
Zij had met veel genoegen het jaarverslag gelezen omdat zij daardoor een goede indruk van de toestand van het onderwijs kreeg en sprak haar dank uit aan de inspectie omdat rekening is gehouden met de opmerkingen die verleden jaar tijdens het algemeen overleg zijn gemaakt.
Onder verwijzing naar de achterstanden van allochtonen benadrukte mevrouw Lambrechts dat de Nederlandse taal nog steeds te weinig aandacht krijgt. De methoden bestaan, maar vinden kennelijk geen weg op de didactische werkvloer. De minister verwees naar het GOA-beleid, maar vele aspecten van het achterstandenbeleid hebben niets met dat beleid te maken. Ze hebben met gemeenschappelijke zaken en met landelijk beleid te maken. Mevrouw Lambrechts bracht in herinnering dat het Sociaal en cultureel planbureau enkele jaren geleden al constateerde dat vele aspecten uit het achterstandenbeleid landelijke aansturing behoeven. De Nederlandse taal is zo'n aspect dat nadrukkelijk de aandacht van de bewindslieden moet hebben. Waarom zijn de resultaten van sommige scholen die in dezelfde omstandigheden verkeren, ook binnen de G4, op dit punt wel voldoende? Op welke wijze kunnen deze resultaten aan andere scholen worden overgedragen? De rol van de ouders dient hierbij tevens te worden betrokken. Vooruitgang op dit punt is geboden.
Het viel op dat bij de examens veel is bijgeplust. De inspectie zal het komende jaar hiernaar speciaal kijken, maar wordt nu rommeliger met die examens omgegaan of is dit de normale gang van zaken?
De schaalvergroting neemt nog steeds toe, ondanks de intenties om hier een halt aan toe te roepen. De behoefte aan diversiteit is duidelijk gebleken.
Mevrouw Lambrechts maakte zich zorgen over de passage in het jaar- verslag waarin staat dat het succes voor de invoering van vernieuwingen, dus ook van de tweede fase, op korte termijn onzeker is. Het antwoord dat dit een proces van lange adem is, stelde haar teleur. Deze conclusie sloeg op het zelfstandig leren, maar het kan niet de bedoeling zijn dat dit voor het succes van de tweede fase geldt. Iedere leerling die begonnen is, moet erop kunnen vertrouwen dat met succes het eindexamen wordt afgelegd. 20% Van de leerlingen zegt het niet leuk te vinden in het VO, maar gevreesd moet worden dat dit percentage bij degenen die aan de tweede fase beginnen hoger is. Dit moet als een teken aan de wand worden gezien. Mevrouw Lambrechts wees erop dat men thans leeft in een era van levenslang leren en dat het een zeer slecht voorteken is als blijkt dat men op zijn achttiende op dat leren is uitgekeken.
Aan de relatie tussen het HO en wetenschap dient de komende jaren meer aandacht te worden besteed. Studenten dienen reeds in de studiefase te leren dat onderzoek leuk kan zijn. De uitstroom van hoogleraren uit het hoger onderwijs en het feit dat steeds minder gepromoveerde hoogleraren worden aangesteld op universiteiten is zorgelijk. Als deze trend doorzet, heeft dit wel degelijk invloed op de kwaliteit van het HO.
De heer Rabbae (GroenLinks) sloot zich aan bij de complimenten voor het onderwijsverslag. De achterstand van allochtone leerlingen verdient voortdurende aandacht. Hij sloot zich aan bij de opmerkingen over de factor tijd. Het 10-puntenplan van GroenLinks volgend, constateerde hij dat weinig allochtone kinderen van vier jaar naar school gaan. Management by speech kan verbetering brengen, maar de heer Rabbae voelde meer voor invoering van een (beperkte) leerplicht op dat niveau. Zijn prioriteit is erop gericht dat er contact ontstaat tussen het kind en de school. Hij sprak zich uit voor meer structurele voorzieningen op het punt van voorschoolse opvang zodat de kinderen spelenderwijs zo snel mogelijk contact krijgen met de buitenwereld. Gewenning en overreding kosten tijd; is deze tijd er wel, gelet op de vele uitschieters die moeten worden teruggedrongen, als de geleidelijke weg wordt gevolgd?
Er is al enkele malen gesproken over schoolinternaten voor dreigende ontsporing van jonge talenten. De door minister Van Boxtel in samenwerking met deze staatssecretaris opgestelde reactie hierop wachtte de heer Rabbae met spanning af.
Hij pleitte voor het invoeren van leerrecht. Hierdoor wordt het onder meer onmogelijk voor scholen om kinderen die geen opvang hebben, af te stoten. Tevens wordt tegengegaan dat kinderen lange tijd tussen verschillende scholen blijven zwerven.
Met het oog op de meerwaarde van de school voor kinderen, vroeg de heer Rabbae waarom het niet lukt, een leerlingvolgsysteem in te voeren. Met dit systeem kan per jaar de achterstand in bepaalde vakken worden achterhaald zodat bijtijds kan worden bijgespijkerd.
Het Onderwijsverslag deelt mede dat het zeer moeilijk is om docenten op zwarte scholen te vervangen. Hoe is verbetering op dit punt te bereiken? Biedt het aanpassen van het salaris een oplossing?
Wat is de mening van de bewindslieden over de aanbeveling van de inspectie om een projectorganisatie in te stellen in verband met het verbeteren van de kwaliteit van de scholen? Hebben de bewindslieden hiertoe voorstellen of moet dit aan de markt worden overgelaten?
Reagerend op de vraag om een andere structuur van het onderwijsverslag zei de minister dat hij samen met de inspecteur-generaal zal bekijken of een bepaalde vorm van samenvatting mogelijk is. Inderdaad wordt in het verslag verwezen naar vele externe bronnen, maar er wordt nog informatie verwacht in het kader van het integrale schooltoezicht en de Nota variëteit en waarborg. Eigen informatiebronnen zijn belangrijk, maar daarnaast blijft raadpleging van externe bronnen een noodzaak omdat deze mede helpen het onderwijsverslag te onderbouwen met meer algemene gegevens. De inspectie hoeft niet altijd onderzoek naar specifieke onderwerpen te doen; dit kan ook door externe deskundigen plaatsvinden. De bewindsman wees erop dat dit alles dient te geschieden met het oog op een onafhankelijk onderwijsverslag dat eventueel vergezeld gaat van commentaar achteraf door de minister en de staatssecretaris, waarbij de Kamer de contouren van het Onderwijsverslag voor het volgend jaar kan aangeven. Dit verslag zal volgend jaar iets eerder verschijnen in het kader van de derde woensdag in mei. De inspectie zal bij de totale aanpak in toenemende mate informatie, gebaseerd op individuele schoolmetingen, moeten verschaffen zodat de staat van het Nederlandse onderwijs, geabstraheerd naar het algemene niveau, duidelijk wordt.
Gebruik van de tijd door scholen en studenten is door het hele verslag een leidend onderwerp. De minister beschikte nog niet over een pasklaar antwoord op de hierover gestelde vragen. Vele factoren spelen hierbij namelijk een rol, zoals de discussie over de CAO, de decentralisatie daarvan en de discussie over de vrijheid van scholen bij de inrichting van het onderwijs en de eindtermen. Het is ook de vraag of vooraf bepaalde normen moeten worden aangelegd of dat een bepaalde mate van vrijheid wordt toegestaan. Hij wilde samen met de staatssecretaris hiervoor nadere ideeën ontwikkelen en volgend jaar de resultaten daarvan nader bezien.
In verband met de verschillen tussen scholen en leerlingen wees de minister op de komende discussie over variëteit en waarborg. Het stuk daarover vormt een verbinding tussen diverse onderwerpen. Deregulering en vergroting van de autonomie van scholen worden pas bereikt als de verantwoording van de onderwijsinstellingen duidelijk geregeld is. Dit kan worden bewerkstelligd door vooraf regels op te stellen en zaken vast te leggen en dan te toetsen of het inderdaad zo gebeurd is. In de nota Variëteit en waarborg staat dat een wet voor de kwaliteitseisen zal worden opgesteld. Hierdoor wordt meer het accent gelegd op de scholen zelf en de verschillen per school. Over de vraag of op deze manier voldoende gereageerd kan worden op de enorme differentiatie in het onderwijs, zal nog flink moeten worden gediscussieerd. Geen school is gelijk aan de andere en deze verschillen leiden dan ook tot een wisselende aanpak en wisselende successen. Hoe worden de beleidseffecten succesvol ver- groot? Een systeem dat scholen onmiddellijk informatie kan verschaffen over best practice kan bij dit proces een enorme rol spelen. Op het punt van ICT zag de minister een taak voor zichzelf bij het coördineren van deze gegevens. Over de vraag wat het invoeren van ICT in het onderwijs über- haupt betekent zal zeker moeten worden gesproken. Ontwikkelingen in methodiek en aanpak – zoals de invoering van het studiehuis en het gebruik van computers in het onderwijs – zijn onafwendbaar. Het gehele didactische concept zal moeten veranderen. Inspectierapporten per school zijn van groot belang voor de directe omgeving, hoewel hieraan geen cijfers mogen worden toegekend. In de inspectieverslagen staan diverse factoren over het pedagogische klimaat en het teamwerk in scholen opgesomd maar het blijft de vraag welke factoren de ouders hanteren. Om deze reden had de bewindsman bezwaar tegen publicaties waarin de scholen een bepaalde rangorde krijgen. Bij de informatie per school voor ouders en leerlingen moeten de specifieke verschillen tot uiting komen. Desgevraagd merkte hij op dat deugdelijkheidseisen minder vrijblijvend op scholen kunnen worden geïmplementeerd. Voor kwaliteitseisen wordt dit lastiger met het oog op de discussie over artikel 23. De inspectie zal moeten controleren of daadwerkelijk iets is gedaan met succesfactoren die over de scholen verspreid zijn. De vraag of op dit punt de centrale overheid sturend kan optreden, beantwoordde de minister genuanceerd. In de nota Variëteit en waarborg is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen deugdelijkheid en kwaliteitseisen en de mate waarin bestuurlijk kan worden ingegrepen. Wanneer na gebleken inspectie een school niet aan de in de nog in te dienen wet vast te leggen kwaliteitsnormen voldoet, wordt een ander instrumentarium te hulp geroepen dan bij het punt deugdelijkheid. De minister was het eens met de opmerking dat in deze wet de kwaliteitseisen duidelijk moeten worden vastgelegd.
Ingaande op de professionaliteit van de leraren merkte hij op dat bij het debat over Maatwerk voor morgen aangegeven is dat her- en bijscholing van docenten een structureel onderdeel van het docentenvak is. Ook employability is hierbij een belangrijke factor. De lerarenopleidingen en degenen die pakketten voor bijscholing aanbieden, moeten inspelen op de specifieke punten op het gebied van de professionaliteit van docenten. Hij maakte zich op dit punt grote zorgen over het lerarentekort en de univer- sitaire lerarenopleiding omdat het aantal instromers sterk is afgenomen. Ook dit jaar is de voorinschrijving gedaald. Zijn reactie op de ingediende moties in verband met de lerarenopleiding verschijnt eind van de week. Ook de uitvoering van het met de Kamer overeengekomen beleid en de maatregelen die in Maatwerk voor morgen staan zullen zichtbaar worden gemaakt. Hierbij wordt tevens bekeken hoe een verhoogde instroom bij de lerarenopleidingen kan worden gerealiseerd. De campagne voor de PABO's was op dit punt succesvol.
De 1000-urennorm in het kader van de BVE zal worden ingevoerd. De bewindsman zal doen nagaan wat in verband met de SVM-operatie met het aantal uren is gedaan zodat duidelijk wordt wat met de 1000-uren- norm kan worden gerealiseerd. Het gaat vervolgens om de vorm waarin het verplichte aanbod moet worden gegoten. Hierover is al met de ROC's overleg gevoerd. Ook in de BVE-raad wordt gediscussieerd over de vraag hoe de 1000-urennorm wordt ingevuld. De minister hoopte dat hij hierover overeenstemming bereikt. In de beleidsbrief over de BVE, die voor de zomer de Kamer zal bereiken, zal hij aangeven op welke termijn de invoering zal worden gerealiseerd.
Verwacht mag worden dat de BVE-sector verder is met ICT dan andere sectoren. Beheers- en technische problemen zijn daar opgelost. Wel ontbreekt nog een didactisch concept. Het onderwijsverslag benadrukt dat hieraan veel aandacht moet worden besteed. Indien dit gerealiseerd is, krijgt het maatwerk binnen de BVE-sector beter vorm.
Omdat de studentenaantallen stijgen, is het noodzakelijk dat er meer budgetten naar de HBO-instellingen gaan. Er is een afspraak gemaakt over het bedrag van 50 mln. frictiegelden. Verder worden gesprekken gevoerd over de wijze waarop de HBO-instellingen de omslag zullen maken in de richting van een andere oriëntatie op de markt. De instellingen zullen in toenemende mate worden vergeleken met internationale instellingen. Uit visitaties bij HBO-instellingen zal de kwaliteit van de opleidingen duidelijker moeten blijken. De vraag waar men gestudeerd heeft wordt minder belangrijk; het zal meer gaan om de vraag welke studie is gevolgd. Welke universiteit levert de opleiding die tot de top wordt gerekend? In afspraken over de Sorbonneverklaring krijgt de onderlinge vergelijking tussen de HBO-opleidingen in Europa steeds meer vorm. HBO-instellingen krijgen dus in toenemende mate te maken met internationale vergelijkingen. Ze kunnen zich niet veroorloven om te lage kwaliteit te leveren, omdat studenten dan elders gaan studeren.
De minister wees in verband met voortijdig schoolverlaten op het plan van aanpak waarin sprake is van meldingsplicht, verbeterde registratie, de G4-kenmerkmonitor en het cohortonderzoek. De inspectie zal jaarlijks over de inspanningen rapporteren. In het te sluiten convenant met de 25 grote gemeenten wordt een inspanningsverplichting van de gemeenten opgenomen. Het gaat hierbij om de grootste risicogroep van 10 000 à 12 000 die uitvalt, geen baan heeft en geen onderwijs meer volgt. Desgevraagd wees de bewindsman op het plan van aanpak waarin precies staat wat wordt verstaan onder de meest problematische groep die met de thans inzette gelden kan worden bereikt.
In verband met het financiële beheer bij de IB-groep krijgt de Kamer nog voor de vakantie een brief over het herontwerp. Over de beschrijving van de administratieve organisatie zijn afspraken gemaakt zodat de door de Algemene Rekenkamer gedane aanbevelingen worden opgevolgd. Het punt heeft voldoende aandacht bij de IB-groep en er zijn concrete afspraken over gemaakt.
Inmiddels zijn terzake van het financiële beheer bij het projectbureau ICT over het vastleggen van verplichtingen maatregelen getroffen. Deze maatregelen zullen ertoe leiden dat de door de Algemene Rekenkamer gesignaleerde problemen worden opgelost.
Het is bekend dat de 850 uur in het BVE, waaraan is gekoppeld de discussie over de WSF, vaak niet wordt gehaald. Na hierop nadrukkelijk te zijn gewezen, kan de instelling verbeteringen aanbrengen. Er is een zorgvuldige procedure afgesproken die ertoe moet leiden dat de instellingen daadwerkelijk aan die 850-uur norm zullen voldoen. In het onderwijsverslag staat dat de instellingen hebben aangegeven dat zij een garantie voor 850 klokuren voor de komende jaren geven. De inspectie kan metingen verrichten aan de hand van aan te leveren materiaal.
Uit een krantenartikel blijkt dat een aantal hoogleraren wordt ingezet om orders van het bedrijfsleven voor onderzoek te krijgen. Op dit punt rijst een probleem omtrent het onafhankelijke onderzoek van de universiteiten. Het wetenschapsbudget, dat de Kamer voor het reces zal ontvangen, zal ingaan op de wijze waarop men fundamenteel wetenschappelijk onder- zoek de komende jaren vorm wil vormgeven. Met name zal gekeken worden naar een relatie tussen markt en overheid versus instituten en universiteiten. De minister schaarde zich achter de opvatting dat hoogleraren eigen onderzoekservaring moeten hebben, maar de universiteiten geven een andere trend aan. Hij zal echter de precieze aantallen doen nagaan. De relatie tussen wetenschappelijk onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is echter zeer belangrijk, reden waarom in het HOOP bij de relatie tussen het HBO en het WO het wetenschappelijk onderzoek als belangrijk element is opgevoerd. Tevens blijft het binaire stelsel op dat punt intact.
De staatssecretaris merkte op dat vele onderwerpen uit het onderwijsverslag bij de begroting en de notities over de brede school en de zwarte scholen nog aan de orde komen.
Voor het primair onderwijs past de samenvatting: het gaat goed, maar het kan beter. Het viel haar op dat er grote overeenstemming bestaat over de aanpak van problemen. Er wordt om zowel een veilig als een activerend klimaat gevraagd.
Van het onderwijsverslag kan in dezen een cynische samenvatting worden gegeven, hoewel dit uiteraard niet de bedoeling is geweest van de inspectie: een leerling is, ongeacht zijn achtergrondkenmerken, beter af op een school buiten de grote steden; een 1.9-leerling is beter af op een school waarop weinig kinderen met deze achtergrondkenmerken zitten.
De staatssecretaris wil in een ander verband nog uitgebreid discussiëren over de in Gouda en Zaandam gehouden experimenten ten behoeve van spreidingsbeleid.
De discrepantie tussen de constatering van de inspectie en de Volkskrant op dit punt is ontstaan doordat er andere gegevens zijn gebruikt. De inspectie hanteerde meer gewogen gegevens en de Volkskrant publiceerde over de CITO-gegevens. Uit die publicatie bleek namelijk dat de grote steden minder goede resultaten zouden boeken. Mensen die op zwarte scholen lesgeven maken zich zorgen over de beoordeling van hun school omdat ze bang zijn voor willekeur. Deze leraren hebben recht op een uitputtende, eenduidige en uitsluitende beoordeling van hun school. Uit de opsomming van de beoordeling blijkt dat nevenvestigingen zelfs een andere beoordeling dan de hoofdvestiging krijgen. Zij beaamde dat de cruciale variabelen moeten worden opgezocht. In het Onderwijsverslag staan vele indicatoren opgesomd, maar het gaat om de vraag welke aansluiten op het gewenste beleid. Indien deze indicatoren bekend zijn, moet men daar minder vrijblijvend mee omgaan. Zij zette uiteen waarom zij soms scherp reageert op beeldvorming waaruit blijkt dat het op scholen met allochtonen automatisch slecht gaat. Uit weging van verschillende eindresultaten van onderzoeken blijkt een andere conclusie dan dat zwarte scholen in grote steden slechte resultaten te zien geven. Als het slecht gaat, moeten daarvoor duidelijke indicatoren worden gegeven zodat de redenen achterhaald kunnen worden.
Aan de hand van het 10 puntenplan van de fractie van de heer Rabbae somde de staatssecretaris op wat reeds aan beleid ontwikkeld is.
– Bij het primair onderwijs is voor 98% al sprake van een brede invoering van het leerlingvolgsysteem.
– Verbetering van de beloning van leraren op achterstandsscholen is reeds ingezet bij de CAO-onderhandelingen.
– Ten behoeve van de verlaging van de werkdruk van leraren is een programma ingezet.
– Voor de introductie van het leerrecht, de bestrijding van schooluitval en de versterking van het intercultureel onderwijs liggen programma's klaar.
– Er wordt gewerkt aan het aantrekken van meer allochtone mentoren, allochtone onderwijsassistenten en allochtoon onderwijspersoneel.
– Met het oog op de introductie van kostscholen of internaten wordt overleg gevoerd met minister Van Boxtel.
– Voor contracten tussen ouders en school is subsidie verstrekt aan de ouderorganisaties ter stimulering en om proeftuinen aan te leggen.
– Voor een sterke stimulering van de brede school wordt een aparte notitie voorbereid.
– Voor de implementatie van Piramide en Kaleidoscoop is geld uitgetrokken voor realisatie op vergrote schaal.
– De quickscan geeft aan dat uit de grootschalige introductie van de voorschool blijkt dat de steden via de GOA-gelden hieraan voorrang geven.
Ondanks deze maatregelen moet geconstateerd worden dat de resultaten nog niet optimaal zijn. Dit betekent dat onderdelen van het beleid verscherpt moeten worden en dat meer nieuwe ideeën moeten worden ontwikkeld.
Reagerend op opmerkingen uit de vaste commissie merkte zij op dat zij niets nieuws heeft opgesomd; het zijn beleidsvoornemens van de afgelopen jaren van de Kamer. De opmerking dat niet zwart het probleem is, maar achterstand wél, onderstreept zij met een opmerking uit het onderwijsverslag op bladzijde 21. Onderzoeken tonen aan dat wanneer de prestaties van allochtone en autochtone leerlingen met dezelfde sociaal-economische status worden vergeleken, de verschillen veel geringer zijn of zelfs wegvallen. Vergeleken met leerlingen in dezelfde omstandigheden nemen bijvoorbeeld allochtone leerlingen in Frankrijk zelfs vaker deel aan meer gunstige schoolloopbanen. Overadivsering van allochtonen vindt vaker plaats dan van groepen autochtone kinderen in dezelfde situatie.
Volgens sommige sprekers gaat bestrijding van achterstand voor op algemeen beleid. Bekeken moet worden hoe deze conclusie kan worden gecombineerd met de analyse dat sociaal-economische kenmerken van meerdere groepen in dit soort problemen terechtkomen. Natuurlijk is onderwijs voor iedereen, maar het overleg over de gewichtenregeling speelt hierbij ook een rol. Bij deze regeling moet namelijk voortdurend rekening worden gehouden met het legitimatievraagstuk. Zij hoopt t.z.t. de Kamer mededeling te kunnen doen van het resultaat van dat overleg.
De staatssecretaris wil over de cruciale variabelen bij achterstanden de komende periode een plan van aanpak opstellen samen met direct betrokkenen, zoals het PMVO, het LPC, de VNG, de KEA-projecten en de SBD'en. Hierin zou o.a. duidelijk moeten worden gemaakt hoe de diverse uitkomsten van de onderzoeken moeten worden gemeten en welke maatregelen voor leraren, scholen, de inzet van instrumenten en de methode nodig zijn. Een notitie hierover wil zij graag in het najaar met de Kamer bespreken.
De problemen met leerlingen met een onacceptabel gedragspatroon en de professionaliteit van leraren spelen in het onderwijsverslag een prominente rol. De staatssecretaris deelt de zorg die de Kamer hierover uitsprak. Scholen pakken de problemen met leerlingen met onacceptabel gedrag divers aan, mede omdat er sprake is van een verschuiving van het individu naar groepen. De voor de individuele leerling geldende regel wordt steeds moeilijker toepasbaar. Over de professionaliteit van de leraren is een nota opgesteld waarover nog uitgebreid zal worden gesproken. Naast de CAO-partijen moeten hierbij ook andere organisaties in het onderwijs worden betrokken, zoals de VVO en de besturenorga- nisaties. Zij beaamde dat voor een goede doorstroming binnen het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs professionaliteit met stip nodig is.
De staatssecretaris was het van harte eens met degenen die opmerkten dat taal een uiterst belangrijke factor is. De fase van de methodes is voorbij, nu gaat het om de fase van implementatie. Nagegaan kan worden of de methodes die in het begin van de negentiger jaren zijn ontwikkeld goed werken. Het is een probleem dat in het primair onderwijs wegens gebrek aan tijd en leerkrachten veel taalmethodes niet worden toegepast.
In antwoord op de vragen over de GAO-plannen wees de staatssecretaris erop dat in de notities, naast de factoren, ook de financiële weg wordt aangegeven. Door cumulatie van problemen ontstaat beeldvorming over bepaalde scholen in de G4. Met de wethouders van de G4 wordt overlegd over de vraag hoe de resultaten verbeterd kunnen worden.
In de lerarenopleiding zal meer aandacht worden besteed aan de zwarte scholen. De inspectie houdt, ondanks een ander beeld dat publicaties geven, wel degelijk rekening met het verschil in populatie. In het onder- wijsverslag is minder rekening gehouden met de verschillen tussen de generaties. Zij beaamde dat de gewichtenregeling niet meer toereikend zal zijn omdat de derde generatie niet meer te traceren is.
De staatssecretaris zal het verschil in problemen bij vervanging op bepaalde scholen laten onderzoeken. Inmiddels zijn invalpools en extra bemiddelingspunten voor de grote steden opgericht. In verband met de vragen over de gewichtenregeling verwees zij naar het rapport van de Algemene Rekenkamer. Daarin staat dat eerst de discussie over de Wet op de privacy moet zijn afgerond, wil kunnen worden nagegaan of misbruik en oneigenlijk gebruik van de 1.9-factor plaatsvindt. Thans kan niet worden onderzocht of de gegevens van ouders correct zijn.
De exameneisen voor Latijn zijn bij het nieuwe examenprogramma teruggebracht tot 30 bladzijden. De inspectie heeft in de loop der jaren weliswaar standaarden voor goed onderwijs ontwikkeld waaraan scholen moeten voldoen, maar deze zijn vaak niet vastgelegd in voorschriften. Ook zijn ze geen voorwerp geweest van politieke besluitvorming. De discussie hierover zal worden gevoerd bij de bespreking van de rol van de inspectie. Het totale beeld is vastgelegd in de brief van 9 april jl.
Zeer recent is van gedachten gewisseld over de wijze waarop de brede school kan functioneren. De staatssecretaris wil graag met andere departementen samenwerken, maar de uitkomst moet zijn dat het onderwijs meer aan zijn kerntaken toekomt. Vanwege de leerplicht komt bij het onderwijs alles samen en daar zit heel veel kennis. Dit alles kan geactiveerd worden, zodat ook andere aanpalende terreinen beter kunnen functioneren. Zoals bekend, zal de staatssecretaris hierover een notitie uitbrengen.
Op bladzijde 27 van het onderwijsverslag staat dat op grond van onder- zoek naar de uitwerking van de gewichtenregeling concrete beleidsaan- bevelingen zijn gedaan voor herziening van de regeling. Binnen een week zal de Kamer informatie krijgen over de drempel in de regeling.
Met het oog op de OALT-lessen in de bovenbouw merkte de staatssecretaris op dat 1999 een overgangsjaar is. Verder is deze kwestie duidelijk geregeld. De KEA-projecten worden door schoolbegeleidingsdiensten in veel andere gemeenten toegepast. In Rotterdam wordt het KEA-project op meerdere scholen geïntroduceerd. Helaas is het niet altijd mogelijk, dit soort projecten te realiseren via de condities van het experiment omdat de kosten te hoog zijn. Men koppelt dit project aan scholen met een achterstandenproblematiek. Omdat de oprichting van de brede school lokaal beleid is, gebruikt Rotterdam financiën uit jeugdbeleid. Op deze wijze ontstaat ontschotting tussen de verschillende geldstromen. Bij twintig schoolbegeleidingsdiensten wordt met het gedachtegoed van KEA gewerkt.
De staatssecretaris benadrukte het grote belang van de invoering van adaptief onderwijs dat tot stand kan komen via speciale programma's, methodes en remedial teaching. Realisatie hiervan is echter nog een probleem. Er bestaat een grote afstand tussen de formulering van het beleid en de uitvoering daarvan door scholen. De kwestie van het afschaffen van het getuigschrift basisvorming wilde de staatssecretaris uitstellen tot de evaluatie basisvorming. Zij wil zich er persoonlijk sterk voor maken dat iedere VMBO-leerling die een AVO-stroom nodig heeft daarin ook terechtkomt.
Het bijplussen van examens gebeurt jaarlijks door het CEVO in verband met drukfouten, fouten in de opgaven of op instigatie van «creatieve» leraren. Dit jaar zijn de aanpassingen niet groter dan andere jaren, maar ze hebben dit keer wel tot grotere publiciteit geleid. Zij benadrukte dat zij hecht aan de kwaliteit van examens en was blij met de rapportage van de inspectie op dit punt.
Alles wat de Kamer over lesuitval en tijd door de Kamer naar voren bracht, was haar uit het hart gegrepen. De Kamer ontvangt deze maand een brochure met suggesties over het minimaliseren van de planbare lesuitval. Desgevraagd merkte zij op dat voor voorlichting om homo- discriminatie in het onderwijs tegen te gaan speciale subsidies worden verstrekt. Actie op dit punt is inderdaad nodig.
Tot slot beaamde zij van harte de stellingname dat leerlingen met lol moeten kunnen leren.
Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Van der Hoeven (CDA), voorzitter, Rabbae (GroenLinks), Lambrechts (D66), Dittrich (D66), Cornielje (VVD), De Vries (VVD), Dijksma (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Cherribi (VVD), Rehwinkel (PvdA), ondervoorzitter, Belinfante (PvdA), Kortram (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), Hamer (PvdA), Nicolaï (VVD), Van Bommel (SP), Barth (PvdA), Remak (VVD), Halsema (GroenLinks), Örgü (VVD), Wijn (CDA) en Eurlings (CDA).
Plv. leden: Stellingwerf (RPF), Schimmel (D66), Mosterd (CDA), Atsma (CDA), Harrewijn (GroenLinks), Bakker (D66), Ravestein (D66), E. Meijer (VVD), Passtoors (VVD), Valk (PvdA), De Cloe (PvdA), Udo (VVD), Van der Hoek (PvdA), Gortzak (PvdA), Middel (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Spoelman (PvdA), Brood (VVD), Poppe (SP), Arib (PvdA), Blok (VVD), Vendrik (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Verhagen (CDA) en Visser-van Doorn (CDA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26541-53.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.