Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 1998-1999
Kamerstuk 26541 nr. 37

Gepubliceerd op 16 augustus 1999



26 541
Financiële verantwoordingen over het jaar 1998

nr. 37
FINANCIËLE VERANTWOORDING VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X)

Deze financiële verantwoording bestaat uit:

– de rekening van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting;

– de op deze rekening aansluitende saldibalans per 31 december 1998, voorzien van een toelichting.

De financiële verantwoording van het agentschap «Defensie Telematica Organisatie» bestaat uit de rekening van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en kapitaalontvangsten, zoals blijkt uit de bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting en de balans per 31 december 1998, voorzien van een toelichting.

De financiële verantwoording van het agentschap «Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen» bestaat uit de rekening van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en kapitaalontvangsten, zoals blijkt uit de bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting en de balans per 31 december 1998, voorzien van een toelichting.

Den Haag, 29 juni 1999

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1998 Rekening 1998 (exclusief suppletore mutaties), Ministerie van Defensie (X) Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1000)

   (1)(2)(3)=(2)-(1)
Bt. Art.OmschrijvingOorspronkelijke vastgestelde begrotingRealisatie*1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
   Verplich-tingenUitgavenVerplichtingenUitgavenVerplichtingenUitgaven
  TOTAAL 13 968 972 13 988 590 19 618
         
01 Algemeen 705 309 681 871  
         
 20Personeel en materieel281 930281 509326 499307 12344 56925 614
 21Subsidies en bijdragen119 548119 548130 937127 53011 3897 982
 22Geheime uitgaven2002001 3001 3001 1001 100
 23Internationale verplichtingen141 138150 91874 348104 759– 66 790– 46 159
 24Garanties000000
 25Milieumaatregelen3 3603 3608 4454 0005 085640
 26Technologie-ontwikkeling27 95132 97954 85935 47326 9082 494
 27Loonbijstelling84 02884 02800– 84 028– 84 028
 28Prijsbijstelling000000
 29Overige departementale uitgaven32 81732 767103 032101 68670 21568 919
         
02 Pensioenen en uitkeringen 1 709 170 1 690 290  
         
 01Wachtgelden burgerpersoneel en inactiviteitswedden militair personeel000000
 02Militaire pensioenen en uitkeringen1 709 1701 709 1701 690 2901 690 290– 18 880– 18 880
         
03 Koninklijke marine 2 801 788 2 783 361  
         
 20Personeel en materieel1 942 8951 958 7712 106 8992 138 250164 004179 479
 21Subsidies en bijdragen848848529529– 319– 319
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur881 031842 1691 019 488644 582138 457– 197 587
         
04 Koninklijke landmacht 4 413 465 4 313 039  
         
 20Personeel en materieel3 545 0123 480 6863 659 6323 599 038114 620118 352
 21Subsidies en bijdragen1 9351 9353 4161 8331 481– 102
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur2 498 380930 844490 440712 168– 2 007 940– 218 676
         
05 Koninklijke luchtmacht 2 690 588 2 933 112  
         
 20Personeel en materieel1 793 8931 796 1262 028 3651 935 990234 472139 864
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur1 275 211894 462199 234997 122– 1 075 977102 660
         
06 Koninklijke marechaussee 432 894 475 247  
         
 20Personeel en materieel392 921392 696424 868426 75331 94734 057
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur45 69840 19833 69248 494– 12 0068 296
         
08 Multi-service projecten en activiteiten 794 061 623 641  
         
 01Luchtmobiele brigade81 134433 271117 188322 48036 054– 110 791
 02Vredesoperaties255 524255 524227 738222 388– 27 786– 33 136
 03Doelmatigheidsbesparingen000000
 04Overige uitgaven Internationale Samenwerking105 266105 26643 74478 773– 61 522– 26 493
09 Defensie Interservice Commando 421 697 488 029  
         
 02Personeel en materieel396 675396 675464 369452 70167 69456 026
 03Investeringen groot materieel en infrastructuur7 24525 02229 59135 32822 34610 306

*1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op duizenden guldens)

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1998 Rekening 1998 (exclusief suppletore mutaties), > Ministerie van Defensie (X) Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1000)

   (1)(5)(3)=(2)-(1)
Bt. Art.OmschrijvingOorspronkelijke vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en vastgestelde oorspronkelijke begroting
   OntvangstenOntvangstenOntvangsten
  TOTAAL565 921458 923– 106 998
      
01 Algemeen39 39019 342 
      
 20Verrekenbare ontvangsten38 69017 083– 21 607
 21Niet-verrekenbare ontvangsten7002 2591 559
      
02 Pensioenen en uitkeringen29 5753 106 
      
 01Verrekenbare ontvangsten26 0752 673– 23 402
 02Niet-verrekenbare ontvangsten3 500433– 3 067
      
03 Koninklijke marine150 941159 171 
      
 20Verrekenbare ontvangsten148 841154 0585 217
 21Niet-verrekenbare ontvangsten2 1005 1133 013
      
04 Koninklijke landmacht120 716119 602 
      
 20Verrekenbare ontvangsten113 326112 059– 1 267
 21Niet-verrekenbare ontvangsten7 3907 543153
      
05 Koninklijke luchtmacht98 70075 093 
      
 20Verrekenbare ontvangsten91 00062 355– 28 645
 21Niet-verrekenbare ontvangsten7 70012 7385 038
      
06 Koninklijke marechaussee8 86910 124 
      
 20Verrekenbare ontvangsten8 2698 874605
 21Niet-verrekenbare ontvangsten6001 250650
      
08 Multi-service projecten en activiteiten62 00017 841 
      
 01Luchtmobiele brigade01 7081 708
 02Ontvangsten naar aanleiding van31 40014 751– 16 649
  Vredesoperaties    
 03Overige ontvangsten Internationale samenwerking30 6001 382– 29 218
      
09 Defensie Interservice Commando55 73054 644 
      
 02Verrekenbare ontvangsten55 73054 644– 1 086
 03Niet-verrekenbare ontvangsten000

Mij bekend,

De Minister van Defensie

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1998 Rekening 1998 (exclusief suppletore mutaties), Ministerie van Defensie (X) Onderdeel agentschappen (bedragen x f 1000)

  (1)(2)(3)=(2)-(1)
Bt. Art. OmschrijvingOorspronkelijke vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
01Agentschap Defensie Telematica Organisatie   
     
 Totale baten282 200322 20040 000
 Totale lasten278 900318 00039 100
 Saldo baten en lasten3 3004 200900
     
 Totale kapitaalontvangsten0300300
 Totale kapitaaluitgaven43 70016 500– 27 200
     
02Agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen   
     
 Totale baten150 200170 74120 541
 Totale lasten146 300169 52423 224
 Saldo baten en lasten3 9001 217– 2 683
     
 Totale kapitaalontvangsten500200– 300
 Totale kapitaaluitgaven27 7004 200– 23 500

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op duizenden guldens)

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING BIJ DE REKENING 1998

  Blz.:
   
Algemene toelichting
   
1.Inleiding7
2.Een gekantelde begrotingsindeling7
3.Motie Melkert/Werkgroep Van Zijl7
 a. Gevechtskracht/overhead8
 b. Vredesoperaties10
4.Uitgangspunten bij het opstellen van de rekening 199811
 a. Norm bij het verklaren van verschillen11
 b. Verwijzingen naar suppletore begrotingen 199811
 c. Wetswijziging naar aanleiding van de motie Zijlstra12
5.Het totale realisatiebeeld12
6.Bedrijfsvoering13
 a. Beleid Bedrijfsvoering Defensie13
 b. Prestatie-indicatoren en kengetallen13
 c. Evaluaties en audits14
 d. Financieel beheer14
 e. Rechtmatigheidsonderzoek 1997 van de Algemene Rekenkamer15
 f.  Financiële informatiesystemen15
7.Millennium16
8.Invoering Euro17
9.Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)17
   
Artikelsgewijze toelichting 
   
Verplichtingen en uitgaven 
– Beleidsterrein Algemeen18
– Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen35
– Beleidsterrein Koninklijke marine39
– Beleidsterrein Koninklijke landmacht70
– Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht90
– Beleidsterrein Koninklijke marechaussee108
– Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten114
– Beleidsterrein Defensie Interservice Commando119
   
Ontvangsten 
– Beleidsterrein Algemeen136
– Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen137
– Beleidsterrein Koninklijke marine138
– Beleidsterrein Koninklijke landmacht140
– Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht141
– Beleidsterrein Koninklijke marechaussee142
– Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten142
– Beleidsterrein Defensie Interservice Commando144
   
Agentschappen 
– Defensie Telematica Organisatie145
– Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen154
   
Bijlagen 
– De wijze en de mate van inzet bij de verschillende vredesoperaties169
– Afkortingenlijst177
   
Saldibalans per 31 december 1998180
   

1. Inleiding

Met deze financiële verantwoording wordt verantwoording afgelegd over de besteding van de begrotingsgelden in 1998. In totaal gaat het om een bedrag van f 14 miljard aan uitgaven, f 13,2 miljard aan verplichtingen en f 0,5 miljard aan ontvangsten.

In de algemene toelichting wordt samenvattend en in hoofdlijnen ingegaan op de gekantelde defensiebegroting, de motie Melkert (Kamerstuk 26 200, nr. 6) en de Werkgroep van Zijl (Kamerstuk 26 347, nr. 2), de uitgangspunten voor het opstellen van de financiële verant-woording, het realisatiebeeld, enkele bedrijfsvoeringsaspecten en andere thema's die in 1998 extra aandacht hebben gekregen. In de artikelsgewijze toelichting worden de realisatiecijfers vergeleken met de begrotingsramingen. Dit gebeurt op het niveau van beleidsterrein, begrotingsartikel en begrotingsressort. Vervolgens volgen de rekeningcijfers van de agentschappen en de financiële verantwoording sluit af met de nadere toelichting bij de gerealiseerde bijdragen aan en inzet bij vredesoperaties.

2. Een gekantelde begrotingsindeling

Het is voor de eerste keer dat verantwoording wordt afgelegd over de gekantelde begroting die met ingang van de begroting 1998 is doorgevoerd. Voor Defensie betekent dit een overgang naar een meer bedrijfsmatige financiële verantwoording die goed aansluit bij de organisatorische indeling van Defensie.

Met de kanteling is de structuur van de defensie-organisatie thans zichtbaar in de begrotingsindeling. Een daarmee samenhangende structurele vernieuwing is dat de bedrijfsvoeringsbudgetten op één artikel Personeel en Materieel en per organisatorische groep van resultaat verantwoordelijke eenheden (RVE'n) worden geraamd en verantwoord. Deze nieuwe begrotingsindeling vloeit voort uit het beginsel dat RVE'n de beschikking krijgen over integrale bedrijfsvoeringsbudgetten voor de personele en materiële uitgaven die gerelateerd zijn aan de operationele- en ondersteunende activiteiten en benodigd zijn voor de instandhouding van de operationele en ondersteunende RVE'n.

Op de deelbegrotingen van de beleidsterreinen zijn met ingang van de begroting 1998 ook de investeringsartikelen samengevoegd tot één begrotingsartikel: Investeringen Groot Materieel en Infrastructuur. Ook de ontvangstenbegroting is aangepast. Gegeven de aard en hoogte van ontvangsten wordt met ingang van de begroting 1998 onderscheid gemaakt naar enerzijds de ontvangsten die verrekenbaar zijn met de uitgaven en anderzijds de (overige) ontvangsten die ingevolge de regels van de budgetdiscipline vrijvallen aan de algemene middelen, de zogenoemde niet-verrekenbare ontvangsten.

De in overleg met het ministerie van Financiën gekozen nieuwe begrotingsartikelindeling sluit goed aan bij de organisatiestructuur, de interne sturing en processen, de verbeterde economische bedrijfsvoering, de in de Comptabiliteitswet genoemde (verplichte) integratie van de begrotingsartikelen Personeel en Materieel en maakt een resultaat- en outputgerichte toelichting mogelijk.

3. Motie Melkert/Werkgroep Van Zijl

In Kamerstuk 26 347, nr. 2, verzoekt de Tweede Kamer om in begrotingen en financiële verantwoordingen een tweedeling te maken in enerzijds operationele kosten, verder aan te duiden als gevechtskracht (personeelskosten van operationele eenheden, kosten militair materieel etc.) en anderzijds overhead. Vooruitlopend op de uitwerking daarvan door Defensie schetst de Tweede Kamer een aantal mogelijke prestatiegegevens.

Verder verlangt de Tweede Kamer ten aanzien van vredesoperaties (artikel 08.02) een aantal nader aangegeven prestatie-gegevens.

a. Gevechtskracht/overhead

De door de Tweede Kamer geformuleerde suggesties zijn nadrukkelijk te plaatsen in het algemene kader van sturen op output en de relatie tot beleidsvoornemens. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen de algemene beleidsdoelstelling zoals geformuleerd in de Grondwet (artikel 99: Tot bescherming der belangen van de Staat is er een krijgsmacht.....) en de daaraan gerelateerde beleidsdoelstelling voor de minister van Defensie. De beleidsdoelstelling van Defensie houdt in het met behulp van zijn plan- en begrotingsinstrument daarheen leiden dat een krijgsmacht in stand wordt gehouden die in staat is de in het kader van de bovenliggende doelstelling aangegeven taken daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Op het bereiken van die laatste doelstelling wordt intern Defensie gestuurd. Prestatie-indicatoren en kengetallen dienen bij te dragen aan die sturing, gericht op de realisatie van beleid en output. In die zin meent Defensie dat het leveren van gevechtskracht niet zozeer een organisatorisch (input-) vraagstuk betreft, maar veeleer een vraag naar gewenste output van de defensieorganisatie: immers de bedrijfsvoering van de gehele organisatie is gericht op het uiteindelijk opleveren van gevechtskracht.

Het vraagstuk van gevechtskracht versus overhead, als output vraagstuk, is evenwel ook te benaderen vanuit de inzetgereedheid van de krijgsmacht. Gevechtskracht is daarbij een productvraag (outputvraag) en niet een organisatie- en inputvraag, zoals geschetst bij de vragen van de Werkgroep Van Zijl. Daarbij wordt beter aangesloten bij de beleidsmatige aansturing van de organisatie.

In het kader van het Beleid Bedrijfsvoering Defensie 2000 (BBD 2000) is Defensie doende om een systeem uit te werken van doelstellingen en kengetallen aan de hand waarvan op beleid en output kan worden gestuurd. Daarbij wordt beleid geformuleerd in de vorm van meetbare doelstellingen, waaraan vervolgens activiteiten kunnen worden gekoppeld die noodzakelijk zijn om die doelstellingen, ook in het daarbij aangeven tempo, te kunnen realiseren. Als derde loot aan die stam kan ook inzichtelijk worden gemaakt welke middelen (inclusief financiën) worden aangewend voor die activiteiten. Dat alles binnen de begrotingsindeling zoals Defensie die thans kent.

Op die wijze kan zowel worden gestuurd met de voorhanden komende gegevens, maar is tevens een raamwerk geschapen aan de hand waarvan voortgangscontrole en verantwoording hun beslag kunnen krijgen.

Het is geen sinecure om zo'n systeem in te voeren. Het moet nauwkeurig gebeuren en kost veel tijd. Voorzien was dat het bovengeschetst systeem in zijn totaliteit zijn beslag zou krijgen in de ontwerpbegroting 2003 (waarvoor de eerste bouwstenen moeten worden aangeleverd in 2001). Besloten is inmiddels om daarin te versnellen.

Reeds in de ontwerpbegroting 2000 zal voor de «operationele gereedheid» een hiërarchie van meetbare doelstellingen worden geformuleerd. In de begroting voor 2001 zal vervolgens nader geconcretiseerd worden aangegeven op welke wijze met behulp van kengetallen en prestatie-indicatoren, de mate van doelbereiking zal worden gemeten. Dit houdt onder andere in dat niet reeds in de verantwoording over 1999 met behulp van deze systematiek kan worden verantwoord. Dat is weliswaar niet in lijn met het aangegeven tijdschema, maar het kunnen afleggen van verantwoording langs de aangegeven lijnen houdt in dat in de daaraan ten grondslag liggende begroting voldoende informatie op een dermate wijze is opgenomen dat daarlangs verantwoording zijn beslag kan krijgen.

Op hoofdlijnen zal dit systeem als volgt worden opgebouwd.

Doelstellingen-hiërarchie. Voor de gehele defensieorganisatie worden doelstellingen inzake de operationele gereedheid geformuleerd die duidelijk en meetbaar aangeven wat dient te worden bereikt. De doelstellingen komen top-down tot stand door de doelstellingen op de lagere niveaus af te leiden uit de doelstellingen op het bovenliggende niveau. Deze zijn op hun beurt weer een afgeleide van het defensiebeleid. Het bereiken van de doelstellingen op een lager niveau is een voorwaarde voor het behalen van de hogergelegen doelstellingen. De doelstellingen die onderdeel uitmaken van deze doelstellingen-hiërarchie worden op de diverse niveaus vastgelegd in beleidsdocumenten waardoor consistentie en volledigheid zijn gewaarborgd.

Doelstellingen operationele gereedheid

Staten-Generaal

kst-26541-37-1.gif

De kengetallenstructuur is gebaseerd op de top-down tot stand gekomen doelstellingenstructuur, maar wordt bottom-up opgebouwd. De kengetallen voor operationele gereedheid worden ontwikkeld op een lager niveau en vormen de bouwstenen voor het hogere niveau. Welke kengetallen door de verschillende niveaus moet worden gerapporteerd, hoe deze tot stand dienen te komen en in welke vorm gerapporteerd dient te worden, wordt vastgelegd in de convenanten/contracten. Hierdoor wordt de kengetallenstructuur transparant en kan door periodieke audits op betrouwbaarheid en validiteit worden getoetst.

Kengetallen voor de vereiste operationele gereedheid bijvoorbeeld, worden samengesteld uit de onderliggende kengetallen voor personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid. Het kengetal voor personele gereedheid is vervolgens opgebouwd uit één of meer kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren die representatief zijn voor de gereedheid van het personeel van de eenheid.

b. Vredesoperaties

Ten laste van het begrotingsartikel 08.02 worden de additionele uitgaven geraamd ten behoeve van vredesoperaties. De uitgaven kunnen worden onderverdeeld in de Nederlandse contributiebijdrage aan VN-vredesoperaties en de additionele uitgaven van de krijgsmacht als gevolg van de deelname van Nederland aan vredesoperaties. De opgenomen ramingen zijn gebaseerd op de reeds door Nederland toegezegde deelname aan vredesoperaties op het moment van uitkomen van de begroting.

Door de Tweede Kamer is verzocht bovenstaande uitgaven van een aantal omschreven prestatiegegevens te voorzien. Hieronder wordt, per prestatiegegeven, aangegeven in welke mate c.q. op welke wijze in de verantwoording over 1999 daaraan vorm zal worden gegeven:

Totaal reguliere uitgaven dat is toe te schrijven aan vredesoperaties. De uitgaven die worden gemaakt voor de voorbereiding en uitvoering van een vredesoperatie (o.a. aanvullende gevechtsvoorbereiding, speciale trainingen voorafgaand en/of het gevechtsklaar maken van materieel) zijn additionele uitgaven en maken reeds onderdeel uit van artikel 08.02. Om het inzicht in de additionele uitgaven voor vredesoperaties te vergroten, zullen deze uitgaven in elk geval met de verantwoording over 1999 worden gesplitst in voorbereidingsuitgaven en uitgaven voor de daadwerkelijke inzet van defensiemiddelen in vredesoperaties.

Met betrekking tot integrale kosten c.q. het totaal aan reguliere uitgaven dat is toe te schrijven aan vredesoperaties wordt opgemerkt dat artikel 08.02 niet vooruit loopt op mogelijke operaties noch op een visie ten aanzien van de wenselijkheid daarvan. In die zin wordt dan ook op artikel 08.02 vredesoperaties niet geraamd zoals dit wel het geval is bij andere begrotingsartikelen. Dit betekent dat ex ante ramen van (integrale) uitgaven c.q. kosten voor vredesoperaties een moeilijke aangelegenheid is vanwege het onvoorspelbare karakter daarvan. Het is immers aan het kabinet om in samenspraak met de kamer te besluiten tot inzet voor vredesoperaties.

Deze constatering heeft ook gevolgen voor de vraag inzake een ex post integraal kosteninzicht. Een dergelijk inzicht levert geen toegevoegde waarde ten behoeve van een ex ante raming, in de zin van voorgenomen beleid. Daarnaast zou het opstellen van een integraal ex post kosteninzicht zodanig veel gaan kosten (ook omdat het om betrouwbare en controleerbare informatie moet gaan) dat die kosten niet tegen de baten (winst van inzicht) opwegen. Een integraal kosteninzicht betekent immers dat een groot aantal arbitraire toedelingen en aannames moet worden gemaakt, die vervolgens in een administratief systeem eenduidig moeten worden vastgelegd en gecontroleerd. Alle eenheden van de krijgsmacht worden immers in beginsel ingezet voor de hoofdtaken waarbij alle reguliere uitgaven van Defensie worden gemaakt ter voorbereiding op deze hoofdtaken. De hiervoor vereiste/bereikte inzetbaarheid vormt dus ook de basis voor de Nederlandse deelname aan vredesoperaties. In die zin is het dan ook praktisch niet doenlijk om in integrale kosten onderscheid te maken naar de taken van de krijgsmacht.

Totale aantallen personeel dat deelneemt aan vredesoperaties. De personele inzet bij vredesoperaties is bekend en de aantallen personeel per vredesoperatie worden reeds als ex post informatie in ontwerpbegrotingen, suppletore begrotingen en financiële verantwoordingen opgenomen. Deze wijze van informatievoorziening over de personele inzet bij vredesoperaties wordt ook in de toekomst gevolgd.

Percentages. De additionele uitgaven voor de voorbereiding op een vredesoperatie alsmede de uitgaven voor de uitvoering zullen beide worden weergegeven als percentage van de totale additionele uitgaven voor deze vredesoperatie. Daarnaast zou kunnen worden overwogen om in percentages aan te geven in welke mate de additionele uitgaven voor vredesoperaties, onderverdeeld naar voorbereidingsuitgaven en uitgaven voor daadwerkelijke inzet, onderdeel uitmaken van de totale rijksbrede inspanning op het vlak van internationaal beleid zoals opgenomen in de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS). Hierover zal overleg worden gevoerd met het ministerie van Buitenlandse Zaken.

In het kader van een informeel overleg is Defensie voornemens de Tweede Kamer, mocht daartoe behoefte bestaan, aanvullend te informeren over de opzet en systematiek van de hiervoor geschetste voorstellen inzake gevechtskracht/overhead en vredesoperaties.

4. Uitgangspunten bij het opstellen van de rekening 1998

a. Norm bij het verklaren van verschillen. Voor het toelichten van verschillen tussen begroting en realisatie op het niveau van begrotingsartikelen of artikelonderdelen zijn de volgende normen gehanteerd.

Norm bij het verklaren van verschillen

Voor begrotingsbedragenVerschillen
tot f 25 miljoen> 20% en minimaal f 1 miljoen
vanaf f 25 miljoen> f 5 miljoen

De normkeuze houdt in dat alleen verschillen die de aangegeven (absolute of relatieve) omvang te boven gaan worden toegelicht. Om redenen van beleidsrelevantie zijn in enkele gevallen ook kleinere verschillen toegelicht.

b. Verwijzingen naar suppletore begrotingen 1998. Tijdens de uitvoering van de begroting 1998 is de Tweede Kamer al voor het merendeel van de mutaties geïnformeerd door middel van een tweetal suppletore begrotingen over 1998. Voor een meer uitvoerige toelichting op de gerealiseerde verschillen wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij deze begrotingen:

– eerste suppletore begrotingswijziging (samenhangende met de Voorjaarsnota): Wet van 2 juli 1998, Stb. 455;

– tweede suppletore begrotingswijziging (samenhangende met de Najaarsnota): Wet van 28 januari 1999, Stb. 90.

Daarnaast wordt verwezen naar het derde suppletore begrotingswijzigingsvoorstel (Slotwet) (Kamerstuk II, .. ..., X, 1998–1999).

c. Wetswijziging naar aanleiding van het amendement Zijlstra

Tijdens de behandeling van de ingediende defensiebegroting 1998 in de Tweede Kamer is het amendement (Kamerstukken II, 25 600 X, nr. 15) in het kader van het Veteranenbeleid aangenomen. Hierdoor zijn de verplichtingen- en uitgavenbedragen bij de beleidsterreinen Pensioenen en uitkeringen, Koninklijke marine, -landmacht en -luchtmacht geactualiseerd.

5. Het totale realisatiebeeld

In de onderstaande tabel, naar beleidsterreinen ingedeeld, is de realisatie 1998 afgezet tegen de geautoriseerde begroting 1998. Voor een goed vergelijk zijn de realisatiecijfers van 1996 en 1997 opgenomen:

Uitgaven (bedragen x f 1000,–)Realisatie 1996Realisatie 1997Autorisatie-begroting 1998Realisatie 1998Verschil tussen autorisatie-begroting 1998 en realisatie 1998
 (1)(2)(3)(4)(5)=(3)-(4)
     AbsoluutRelatief
01Algemeen601 419652 134705 309681 871– 23 438– 3,3%
02Pensioenen en uitkeringen1 815 0201 822 7441 709 1701 690 290– 18 880– 1,1%
03Koninklijke marine2 615 9202 663 4062 801 7882 783 361– 18 427– 0,7%
04Koninklijke landmacht4 475 6024 380 5554 413 4654 313 039– 100 426– 2,3%
05Koninklijke luchtmacht2 846 2682 794 4002 690 5882 933 112242 5249,0%
06Koninklijke marechaussee410 995461 570432 894475 24742 3539,8%
08Multi-service projecten en activiteiten708 084706 069794 061623 641– 170 420– 21,5%
09Defensie Interservice Commando234 539427 690421 697488 02966 33215,7%
Totaal13 707 84713 908 56813 968 97213 988 59019 6180,1%

Ten opzichte van de autorisatiebegroting 1998 is per saldo ongeveer f 20 miljoen meer in 1998 uitgegeven. Een bedrag van f 569 miljoen is in 1998 aan het defensiebudget toegevoegd voor prijs- en loonbijstelling (f 303 miljoen), voor intensivering van het mobiel toezicht vreemdelingen en bewaking van de Schengen buitengrenzen (f 30 miljoen), voor (co-financiering) millenniumproblematiek (f 102 miljoen), een hogere opbrengst van verkopen via Domeinen (f 48 miljoen) en tot slot een toevoeging van f 86 miljoen in verband met in 1997 minder uitgegeven gelden (systematiek volgens de eindejaarsmarge).

De totale minderuitgaven in 1998 bedragen f 549 miljoen. Hiervan heeft f 290 miljoen betrekking op intertemporele compensaties (uitgaven vinden in latere jaren plaats) voor groot materieelprojecten waaronder die voor de luchtmobiele brigade. Een bedrag van f 74 miljoen heeft betrekking op lagere (met de uitgaven verrekenbare) ontvangsten. In verband met onderlinge dienstverlening is een bedrag van f 12 miljoen overgeheveld naar andere ministeries. Voor vredesoperaties en overige uitgaven in het kader van internationale samenwerking is f 60 minder uitgegeven. En tot slot is in het kader van de eindrealisatie een bedrag van f 113 miljoen via de systematiek van de eindejaarsmarge naar 1999 overgeheveld.

Naast de hiervoor aangegeven meer- en minderuitgaven op het totale defensieniveau zijn budgetherschikkingen tussen de beleidsterreinen doorgevoerd die een neutraal effect hebben op de hoogte van het defensiebudget en die vooral verband houden met onderlinge dienstverleningen, overhevelingen van functies en kasgeldaanpassingen van diverse groot materieelprojecten waarbij noodzakelijke meeruitgaven op projecten worden gecompenseerd door (autonome) projectonderschrijdingen.

Een verdere toelichting op de verschillen tussen autorisatie en realisatie op begrotingsartikelniveau is in de artikelsgewijze toelichting opgenomen.

6. Bedrijfsvoering

a. Beleid Bedrijfsvoering Defensie. Er is een aanvang gemaakt met de invoering van een aangepast beleid bedrijfsvoering, het zogenaamde Beleid Bedrijfsvoering Defensie-2000 (BBD-2000). Deze implementatie geschiedt aan de hand van negen doelstellingen die achtereenvolgens betrekking hebben op:

– een concrete invulling van het besturingsconcept, gebaseerd op de bedrijfsvoeringsprincipes: integraal management, scheiding beleid en uitvoering, sturen op hoofdlijnen en decentraal tenzij;

– het instrumentarium, te weten de toekenning van bedrijfsvoeringsbudgetten, de verbetering van het kosteninzicht, de inrichting van de auditfunctie en integrale kwaliteitszorg;

– de informatievoorziening.

Op dit moment worden door de beleidsterreinen plannen van aanpak opgesteld om aan deze doelstellingen invulling te geven. In de memorie van toelichting bij de begroting 2000 zal aan het onderwerp BBD-2000 meer specifiek aandacht worden besteed, inbegrepen de stand van zaken van de implementatie op dat moment, alsmede de te behalen streefdoelen voor het jaarverslag over 1999.

Aan het aspect informatievoorziening is ook aandacht besteed in de brief «verslag van de bevindingen van de stuurgroep veranderingsprocessen» van 30 maart 1999.

Ook in de Defensienota-2000 zal het BBD-2000 aan de orde komen. De Defensienota zal overeenkomstig dit bedrijfsvoeringsbeleid zodanig worden geformuleerd dat hieruit heldere beleidsdoelen zijn te destilleren, die op de verschillende niveau's in meetbare termen kunnen worden omgezet. Aan de hand hiervan kunnen kengetallen en prestatie-indicatoren worden ontwikkeld.

b. Prestatie-indicatoren en kengetallen. Defensie volgt bij de ontwikkeling van kengetallen de rijksbrede stapsgewijze aanpak; eerst ramingskengetallen, vervolgens doelmatigheidskengetallen en als derde stap het ontwikkelen van beleidsdoelstellingen met bijbehorende prestatie-indicatoren/kengetallen.

De eerste stap, de ramingskengetallen, is afgerond en de ramingskengetallen zijn opgenomen in de defensiebegroting. Ook de tweede stap, de doelmatigheidskengetallen, is gezet en wordt op dit moment verder uitgewerkt en verbeterd, waarbij Defensie het Defensie Interservice Commando (Dico) heeft aangemerkt als voorhoedeproject. De derde stap, de doelstellingen en prestatie-indicatoren/kengetallen is in de tijd en qua aanpak gesplitst naar doelstellingen en prestatie-indicatoren/kengetallen inzake de operationele gereedheid en de overige doelstellingen prestatie-indicatoren/kengetallen.

c. Evaluaties en audits. Met ingang van de begroting 2000 dienen resultaten van evaluaties en audits zo veel mogelijk te worden opgenomen in de artikelsgewijze toelichting in plaats van in een aparte bijlage. Vooruitlopend op de nieuwe richtlijnen worden in de financiële verantwoording 1998 waar mogelijk de uitkomsten van evaluaties en audits geplaatst bij het begrotingsartikel waar het onderzoek betrekking op heeft gehad. Het betreft hier de resultaten van evaluaties en audits waarover nog niet eerder in een defensiebegroting is gerapporteerd.

Onderstaand volgt een beschrijving van resultaten van onderzoeken die zijn afgerond in 1998 en die niet direct te plaatsen zijn bij een artikel.

Begrotingsverantwoording 1997. Het proces van de begrotingsverantwoording is geëvalueerd. Een inventarisatie van knelpunten is gemaakt en voorstellen om deze op te heffen zijn omgezet in maatregelen om het proces nog verder te stroomlijnen. De genomen maatregelen voorzien vooral in een blauwdruk van een uitvoeringsrapportage 1998 met aanwijzingen en modellen waarmee de beleidsterreinen van Defensie in de tweede week van januari 1999 rapporteren over de begrotingsuitvoering 1998 (in de vorm van een evaluatie) en bijdragen leveren aan de Voorlopige Rekening 1998 en de eerste concepten van de Slotwet 1998 en de Financiële Verantwoording 1998.

Aanwijzing inzake levensduurkosten. Eveneens is een beleidsevaluatie uitgevoerd naar de effectiviteit van de interne aanwijzing inzake levensduurkosten. Gebleken is dat het beleid een effectieve bijdrage levert aan de te nemen investeringsbeslissingen en de keuze tussen product-alternatieven. De hoofddoelstelingen van het beleid behoeven geen aanpassingen en op basis van de evaluatie is een aantal verbeteringen binnen de aanwijzing doorgevoerd.

«Zorg voor werk». Bij de Koninklijke landmacht is het verloop van het project «Zorg voor Werk» (zorg voor een baan buiten de Landmacht voor overtollig personeel) geëvalueerd. Dit project werd in 1997 door de KL uitgevoerd. Doel van het onderzoek was te bezien welke lessen geleerd konden worden van de uitvoering van een dergelijk project. Uit het onderzoek is gebleken dat het project «Zorg voor Werk» in zijn geheel uitstekend verlopen is. De ervaringen die bij dit project zijn opgedaan kunnen van grote waarde zijn voor toekomstige projecten met een soortgelijke strekking.

Klant-leverancier relaties. De resultaten van de beleidsevaluatie naar klant-leverancier relaties zijn meegenomen in het BBD 2000.

– Uit de beleidsevaluatie «Sturen op budgetten in relatie tot personeelsaantallen» is geconcludeerd dat de situatie waarin Defensie zich op dit moment bevindt en de beperkte proefneming met het sturen op budgetten nog niet pleiten voor een defensiebrede invoering van sturen op budgetten. Aanbevolen is om met enkele aanpassingen het beleid voort te zetten bij de huidige en toekomstige proeftuinen, het aantal proeftuinen uit te breiden en een nieuwe evaluatie naar dit onderwerp uit te voeren ultimo 2000.

d. Financieel beheer. Het financieel beheer stond met name het afgelopen jaar onder druk ten gevolge van de vele reorganisaties die Defensie heeft doorgemaakt en welke gedeeltelijk nog moeten worden afgerond. Met kracht is het afgelopen jaar gewerkt om een structurele verbetering van het Financieel Beheer te bereiken. De administratieve organisatie rond het financieel beheer is nu grotendeels op orde. De interne controle, voorzover niet in procedures of systemen gewaarborgd, blijft de nodige aandacht vereisen.

Om te komen tot een blijvend ordelijk en controleerbaar financieel beheer wordt defensiebreed gewerkt aan een drietal activiteiten die hiertoe een structurele bijdrage moeten leveren. De regelgeving voor het financieel economisch functiegebied wordt opnieuw vorm gegeven en wel dusdanig dat integratie van regelgeving plaatsvindt terwijl tevens de toegankelijkheid hiervan wordt verbeterd. Daarnaast worden Defensiebrede opleidingen opgezet voor alle medewerkers van het financieel economische functiegebied ten einde de aanwezige kennis van processen en procedures binnen het financieel beheer te vergroten.

Ten slotte wordt gewerkt aan een aantal sets van indicatoren die het mede mogelijk moeten maken om op relatief eenvoudige wijze de ordelijkheid van het gevoerde financieel beheer, in beginsel, te beoordelen.

e. Rechtmatigheidsonderzoek 1997 van de Algemene Rekenkamer (Kamerstuk 26 100, nrs. 1–2). Ten aanzien van de financiële verantwoording over 1997 stelde de Rekenkamer vast dat:

– de verantwoording een deugdelijke weergave is van de uitkomsten van het financieel beheer en is opgesteld overeenkomstig de voorschriften;

– de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten respectievelijk de baten, lasten, kapitaaluitgaven en -ontvangsten die in de verantwoording zijn opgenomen, rechtmatig zijn, dat wil zeggen: tot stand gekomen in overeenstemming met de begrotingswetten en andere wettelijke regelingen.

De Rekenkamer stelde een teruggang vast in de kwaliteit van de administratieve organisatie rondom het financieel beheer als gevolg van de vele veranderingsprocessen, een beperkte kennis op decentraal niveau van het financieel beheer, onvoldoende administatieve discipline bij de naleving van de spelregels en onvoldoende toezicht op het financieel beheer. De oorzaken van de geconstateerde knelpunten waren grotendeels gelijkluidend en hadden een beleidsterreinoverstijgende structuur. De bevindingen van de Rekenkamer waren aanleiding voor Defensie zowel op centraal niveau als per beleidsterrein verbeterplannen op te stellen, gericht op het wegnemen van tekortkomingen. Door de Rekenkamer zijn naar aanleiding van het rechtmatigheidsonderzoek 1997 bezwaaronderzoeken in 1998 uitge- voerd bij het Dico en ten aanzien van het decentraal financieel beheer bij de Koninklijke landmacht.

Bij het agentschap DGW&T werd in 1997 een bezwaaronderzoek gestart. Het door deze dienst opgestelde verbeterplan werd nauwgezet door de Rekenkamer gevolgd. Op grond van de gerealiseerde verbete- ringen in de administratieve organisatie van DGW&T besloot de Rekenkamer af te zien van het maken van bezwaar.

f. Financiële informatiesystemen. Met behulp van de geïntegreerde verplichtingen-, kas- en kosten administratie (GVKKA) kan voor heel Defensie de bedrijfsvoering op financieel-economisch gebied in voldoende mate worden ondersteund. Door de ontwikkelingen op het gebied van de bedrijfsvoering bij Defensie, de informatievoorziening alsmede het streven van het ministerie van Financiën om te komen tot samenwerkingsmodellen voor gemeenschappelijke kernfuncties van de departementale begrotingsadministraties, worden mogelijkheden en wenselijkheden van een nieuw geautomatiseerd financieel administratiesysteem nader onderzocht. Hierbij wordt naar maximale integratie van de (operationele, personele, logistieke en financiële) bedrijfsprocessen gestreefd.

In 1998 is de implementatie van de nieuw ontwikkelde functionaliteiten in het Begrotingsadministratie systeem (BAS) vrijwel volledig gerealiseerd. Hiermee is fase 1 van het project opname Meerjarige Uitgavenraming in de GVKKA (MUG) afgerond. In dit kader zijn de volgende functionaliteiten aan de GVKKA toegevoegd: registratie begrotingsbedragen, registratie toegewezen budgetten, registratie planreserveringen en de registratie van de kasprognoses. Fase 2 is momenteel nog in ontwikkeling.

Tevens is de informatievoorziening aangepast aan deze gewijzigde functionaliteiten. Ingaande 1 januari 1998 is eveneens de kanteling van de begroting en de indikking/samenvoeging van kostensoorten geëffectueerd in de GVKKA.

7. Millennium

De aanpak van de millenniumproblematiek binnen Defensie vindt gefaseerd en onder grote tijdsdruk plaats. De te onderscheiden fasen zijn inventarisatie, analyse, oplossen, testen en herinvoeren van objecten met een mogelijk datumprobleem. In 1997 is dit traject van start gegaan met de inventarisatie- en analysefase, terwijl in 1998 het accent heeft gelegen op het oplossen, testen en herinvoeren van geautomatiseerde systemen. De opdracht voor de gehele Rijksoverheid was om per 1 november 1998 met het gehele oplossingstraject gereed te zijn. Deze datum is voor wat betreft Defensie, gelet op de complexiteit van de organisatie, het grote aantal onderkende vitale/niet-vitale objecten en de sterke afhankelijkheid van leveranciers/derden, niet gehaald.

De eerste fase, de inventarisatie van objecten met een mogelijk datumprobleem, alsmede het analyseren van deze objecten, heeft meer tijd gevergd dan voorzien. Vervolgens is het oplossingstraject ingezet, waarbij met het (integraal) testen van de gerepareerde objecten meer tijd is gemoeid dan verwacht. Het gevolg hiervan is dat een deel van de oplossingsactiviteiten van 1998 naar 1999 zijn verschoven. In 1999 wordt derhalve met voorrang gewerkt aan het oplossen en testen van de objecten die deel uitmaken van de als prioriteit aangemerkte cruciale maatschappelijke diensten, crisisbeheersingsoperaties en overige belangrijke processen en activiteiten van Defensie. Daarnaast dienen ook de resterende objecten, zij het met een lagere prioriteit, millenniumbestendig gemaakt te worden. Hierdoor zullen mogelijk ook in het dienstjaar 2000 nog millenniumactiviteiten moeten worden uitgevoerd.

Voorts heeft de wijze van rapporteren over de voortgang van de aanpak van de millenniumproblematiek aan de Ministerraad en de Tweede Kamer medio 1998 een wijziging ondergaan. Werd eerst nog gerapporteerd over een groot aantal individuele objecten (binnen Defensie in de orde van grootte van 217 000 systemen/objecten) thans wordt gerapporteerd over zogenoemde cruciale maatschappelijke diensten, crisisbeheersingsoperaties en overige belangrijke processen en activiteiten binnen Defensie. Hierdoor is de interne prioriteitstellling deels gewijzigd en is het noodzakelijk gebleken om de planning overeenkomstig aan te passen.

Als gevolg van het bovenstaande is van de in de autorisatiebegroting opgenomen raming van f 160 miljoen voor noodzakelijk geachte millenniumuitgaven in 1998 van dit bedrag ruim f 30 miljoen niet gerealiseerd. De realisatie van dit bedrag vindt plaats in 1999 en mogelijk in 2000.

8. Invoering Euro

De invoering van de euro heeft bij Defensie invloed op vele aspecten van de bedrijfsvoering. Zo moeten geautomatiseerde systemen worden aangepast en moet regelgeving worden gewijzigd. Deze aanpassingen worden nu voorbereid. De hiervoor noodzakelijke algemeen geldende regels zijn bekend gesteld en vormen de kaders voor de nadere uitwerking door de beleidsterreinen. De totale inventarisatie is in juli 1999 afgerond. Defensie heeft veel contracten met en betalingen aan leveranciers. Betalingen kunnen inmiddels, desgewenst, in euro's plaatsvinden.

9. Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)

a. M&O-beleid. Het beleid ter voorkoming en bestrijding van Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) is een onderdeel van het bij Defensie gevoerde financieel beheer. Dit beleid is binnen Defensie vastgelegd in het controlebeleid. Evaluatie van dit beleid vindt periodiek plaats. Daarnaast is het controlebeleid met betrekking tot subsidies en bijdragen vastgelegd in de Interimregeling Subsidies Defensie, gepubliceerd in de Staatscourant nr. 38 d.d. 24 februari 1993.

Bij de arbeidsvoorwaardelijke regelingen is het controlebeleid gericht op verificatie – waar mogelijk aan de hand van originele bewijsstukken – van door belanghebbenden verstrekte gegevens.

Ten behoeve van de controle op neveninkomsten in het kader van anticumulatie-bepalingen wordt gebruik gemaakt van inkomensgegevens van de Belastingdienst. Voor wat betreft de militaire pensioenen vindt controle op in leven zijn van rechthebbenden plaats aan de hand van gegevens, afkomstig van de Gemeentelijke Basis Administratie Persoonsgegevens (GBA), dan wel door middel van het opvragen van attestaties de vita.

Bij de regelingen voor vergoeding van ziektekosten worden de rechten van medebelanghebbende gezinsleden periodiek gecontroleerd, ondermeer aan de hand van op te vragen afschriften van verzekeringspolissen en dergelijke. Met betrekking tot de burgermedewerkers is in 1998 tijdens de steekproef extra aandacht geschonken aan de controle op meeverzekerde kinderen tussen 16 en 27 jaar. Voor wat betreft de controle op het medeverzekerd zijn van gezinsleden van militairen is, evenals in het verleden, in 1998 een steekproef gehouden. Het resultaat van deze steekproef geeft geen aanleiding om de controle te verscherpen.

Definitieve afrekening van subsidies en bijdragen vindt plaats aan de hand van jaarverslagen die zijn voorzien van een accountantsverklaring betreffende de naleving van de subsidievoorwaarden.

b. M&O-gevoelige uitgaven en ontvangsten. «M&O-gevoeligheid» doet zich voor indien sprake is van een (aanspraak op een) financiële uitkering – anders dan als betaling voor aan het Rijk geleverde goederen of diensten – aan, of een heffing ten laste van een belanghebbende (buiten het Rijk), waarbij de hoogte van de uitkering of de heffing afhangt van gegevens, die door de belanghebbenden moeten worden verstrekt. De M&O-gevoelige uitgaven en ontvangsten en het daarmee gemoeide financiële belang betroffen in 1998:

– Postactieve uitkeringen militair en burgerpersoneel, uitgevoerd door de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO) (f 1 083 miljoen);

– Militaire pensioenen (f 686 miljoen);

– Veteranenuitkering (f 84 miljoen);

– Interimbesluit Ziektekosten Burger Ambtenaren Defensie (IZBAD) (f 96 miljoen);

– Ziektekostenverzekering Militairen (f 63 miljoen);

– Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel (f 69,4 miljoen);

– Toelagen en toeslagen voor artsen, apothekers en dergelijke (f 5,2 miljoen);

– Kinderopvang (f 5,0 miljoen);

– Subsidies en bijdragen (f 131,5 miljoen);

– Royalties bij projecten van de Commissie Ontwikkeling Defensie-materieel (CODEMA) (financieel belang in 1998 nihil).

Voor bovenstaande regelingen geldt dat gezien het financiële belang en/of het gevoerde controlebeleid geen sprake kan zijn van resterende onzekerheden van materieel belang met betrekking tot de rechtmatigheid van de daarmee samenhangende uitgaven en ontvangsten.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERPLICHTINGEN EN UITGAVEN

01. Beleidsterrein Algemeen

Algemeen

Financieel beheer

Binnen de Centrale organisatie (CO) is het beheer van het budget verdeeld over een vijftiental budgethouders, die verantwoording afleggen aan een controller. De administratieve organisatie (AO), binnen de afdeling Financieel Economisch Beheer en Bedrijfsvoering CO, is voor een belangrijk deel beschreven. Aan de hand van deze AO is per deelproces een controleprogramma opgezet. De controlebevindingen worden schriftelijk aan de controller gerapporteerd. In 1998 is, middels de operatie verbeterd financieel beheer, een start gemaakt met de aanpak van de punten die nog voor verbetering vatbaar zijn. Voor een aanzienlijk deel zijn deze activiteiten per eind 1998 met tastbare resultaten afgerond. Voor de overige verbeteringen zijn termijnen in 1999 gesteld.

Personeel beheer

Voor het Kerndepartement (KD) en de Militaire Inlichtingendienst (MID) gelden eigen trajecten om de gewenste personeelsreductie te bereiken. Voor het KD loopt het reductietraject tot en met het jaar 2000. In 1998 is de tot stand gebrachte MID-organisatie geëvalueerd. De personele omvang van het KD is gedaald tot minder dan 1000 formatieplaatsen. De herplaatsing van personeel verloopt over het algemeen goed. Voor het KD geldt bovendien nog steeds een vacaturestop om de afslankingstaakstelling te kunnen realiseren. Naast aandacht voor de in- en uitstroom, wordt belang gehecht aan de doorstroom van personeel. Uit de periodieke analyse van de samenstelling van het (burger) personeelsbestand is gebleken dat de gemidddelde leeftijd stijgt en dat sprake is van een geringe interne mobiliteit. Om de uitvoering van een mobiliteitsplan mogelijk te maken is in 1998 een onderzoek naar de mobiliteitsbereidheid uitgevoerd, waarover begin 1999 besluiten worden genomen.

Materieel beheer

De Centrale organisatie (CO) houdt geen centrale voorraad. Ten aanzien van de beheersmaatregelen op het gebied van het materieel, is voor het KD de registratie momenteel beperkt tot IT-apparatuur (informatie-technologie) met een waarde groter dan f 2 500,00. De beheersprocedure is in de administratieve organisatie vastgelegd. Twee keer per jaar vindt een aanwezigheidscontrole plaats door de zorg van de Directeur Facilitaire Zaken.

Voor de MID is een beheersprotocol in bewerking.

In 1998 tekent zich ten aanzien van de materieeluitgaven bij de CO een forse stijging af. Deze houdt voornamelijk verband met de toevoeging van financiële middelen voor de bestrijding van het millenniumprobleem. De uitgaven voor automatisering zijn in 1998 mede beïnvloed door de Projectgroep herstructurering informatievoorziening (Phidef), als een gevolg van de doelmatigheidsoperatie.

Ten behoeve van de inventarisatie van in defensiegebouwen aanwezig asbest, is voor de jaren 1998 en 1999 een centrale voorziening opgenomen. De uitgaven voor de sanering zelve worden geraamd in de begroting van het krijgsmachtdeel waarbij de vervuiling optreedt.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Algemeen voor het jaar 1998 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.20 Personeel en materieel:    
– Kerndepartement170 948196 23925 29115%
– Militaire Inlichtingen Dienst102 520101 121– 1 399– 1%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden8 0419 7631 72221%
Totaal Personeel en materieel281 509307 12325 6149%
01.21 Subsidies en bijdragen119 548127 5307 9827%
01.22 Geheime uitgaven2001 3001 100550%
01.23 Internationale verplichtingen150 918104 759– 46 159– 31%
01.24 Garanties000  
01.25 Milieumaatregelen3 3604 00064019%
01.26 Technologie-ontwikkeling32 97935 4732 4948%
01.27 Loonbijstelling84 0280– 84 028– 100%
01.28 Prijsbijstelling000  
01.29 Overige departementale uitgaven32 767101 68668 919210%
Totaal uitgaven Algemeen705 309681 871– 23 438– 3%

Toelichting

De begroting van uitgaven voor beleidsterrein Algemeen geeft voor 1998, afgezien van een op het artikel 01.27 geparkeerd bedrag voor loonbijstelling, f 621,3 miljoen aan ten tijde van de ontwerpbegroting, terwijl de rekening over 1998 uitkomt op f 681,9 miljoen. Hoewel deze verhoging met f 60,6 miljoen op zich al een aanzienlijke afwijking betekent van de oorspronkelijke raming, gaat daar in feite een nog grotere mutatie achter schuil, aangezien het hier gaat om het saldo van een verhoging met f 175,6 miljoen en een verlaging met f 115,0 miljoen. De oorzaak van deze bijstellingen is evenwel merendeels technisch van aard. Daarmee wordt hier bedoeld dat sprake is van toevoeging van bedragen die reeds een bestemming hebben. In dit verband is te noemen het bedrag dat is gemoeid met de ziektekostenregeling Defensiepersoneel (voorheen 5% regeling), waarvan de uitvoering in 1998 vanuit de begroting van Binnenlandse zaken is overgeheveld naar de beleidsterrein Algemeen. In 1998 gaat het om per saldo f 69,4 miljoen. Van het toegevoegde bedrag van f 175,6 miljoen, maken voorts deel uit de loon- en prijsbijstellingen, de ontvangen compensatie voor het millenniumprobleem en voor het overige een centrale voorziening om de kosten van de asbestinventarisatie te bestrijden.

Daar staat tegenover dat de begroting van beleidsterrein Algemeen is verlaagd op grond van minder verrekenbare ontvangsten wegens internationale projecten en doordat de Navo in het vierde kwartaal van 1998 een lagere contributie aan het Navo Veiligheids Investeringsprogramma (NVIP) verlangde. Dit heeft een herschikking van gelden ten gunste van de overige beleidsterreinen tot gevolg gehad.

Op het punt van de uitgaven voor internationale verplichtingen doet zich een onderschrijding voor die voornamelijk het gevolg is van vertraging bij Navo in de procesgang rond het autoriseren en verrekenen van projecten (f 15 miljoen) en het verlagen van het NVIP-contributieniveau door Navo (f 43 miljoen). Op het punt van de investeringen in AWACS heeft de firma Boeing eerder gepresteerd dan waarmee in de planning rekening is gehouden. Deze versnelling is toe te schrijven aan de dalende afzetmarkt voor nieuwe vliegtuigen. De eerste call voor 1999 is dan ook reeds in 1998 voldaan, waardoor de realisatie van dit onderdeel f 12 miljoen hoger uitkomt dan ten tijde van de ontwerpbegroting 1998 werd voorzien. Per saldo is ten laste van dit artikel in 1998 ongeveer f 46 miljoen minder gerealiseerd.

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

01.20 Personeel en materieel

In dit artikel zijn de uitgaven opgenomen die nodig zijn voor het functioneren van het ambtelijk apparaat van de ressorts Kerndepartement en de Militaire Inlichtingendienst.

Het artikel bevat onder meer de volgende componenten:

– loonkosten en overige tot het loon te rekenen kosten van de bewindslieden, het ambtelijk burgerpersoneel en het militair personeel dat bij het Kerndepartement en bij de MID is geplaatst;

– overige personele uitgaven;

– materiële uitgaven;

– wachtgelden en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten USZO.

Omschrijving (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.20 Personeel en materieel         
– Kerndepartement171 698230 26258 56434%170 948196 23925 29115%
– Militaire Inlichtingen Dienst102 19186 452– 15 739– 15%102 520101 121– 1 399– 1%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden8 0419 7851 74422%8 0419 7631 72221%
Totaal281 930326 49944 56916%281 509307 12325 6149%

Het ressort Kerndepartement (KD)

Algemeen

Het ressort Kerndepartement bestaat naast de algemene leiding (minister, staatssecretaris, secretaris-generaal en plaatsvervangend secretaris-generaal, inclusief enkele onder hem ressorterende diensten) uit de Defensiestaf, de directoraten-generaal Personeel, Materieel en Economie en Financiën alsmede de zelfstandige directies juridische zaken, algemene beleidszaken, voorlichting en de defensie accountantsdienst. Voorts is nog een aantal bijzondere organisatie-eenheden aan de directoraten-generaal respectievelijk directies toegevoegd, zoals de staf IGK en defensiepersoneel werkzaam bij de permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij Navo en Weu.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel65 26463 014– 2 250– 3%65 26462 934– 2 330– 4%
01.20.02 Militair personeel29 07927 731– 1 348– 5%29 07927 131– 1 948– 7%
01.20.03 Overige personele uitgaven16 63617 8721 2367%16 63616 500– 136– 1%
01.20.04 Materiële uitgaven60 719121 64560 926100%59 96989 67429 70550%
Totaal171 698230 26258 56434%170 948196 23925 29115%

Toelichting op de verschillen

01.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

De lagere realisatie wordt veroorzaakt door de overheveling van een aantal vte'n naar de HGIS sector. Daarnaast heeft de daadwerkelijke uitstroom van overtollig personeel eerder in het jaar plaatsgevonden dan werd verwacht. Voorts zijn meer vacatures ontstaan en heeft detachering van (te herplaatsen) personeel buiten de organisatie geleid tot een (tijdelijke) daling van de sterkte. Hier staat een lichte stijging van het gemiddeld salaris tegenover als gevolg van de algemene salarisbij- stellingen.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n699658– 41
– actief burgerpersoneelaantal vte'n677636– 41
– gemiddeld salarisx f 1,–94 99497 8712 877
– totale uitgavenx f 1000,–64 31162 246– 2 065
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n22220
– gemiddeld salarisx f 1,–43 31831 273– 12 045
– totale uitgavenx f 1000,–953688– 265
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–65 26462 934– 2 330

01.20.02 Militair personeel

De realisatie blijft achter door eerdergenoemde overheveling naar de HGIS-sector en een beperkte omzetting van BOT (Beroeps Onbepaalde Tijd) in BBT (Beroeps Bepaalde Tijd) personeel. Voorts heeft een aantal kleine mutaties binnen de ressorts en een terughoudende vulling in verband met een lopende reorganisatie geleid tot een daling van de begrotingssterkte.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n274235– 39
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n254221– 33
– gemiddeld salarisx f 1,–109 846118 9959 149
– totale uitgavenx f 1000,–27 90126 298– 1 603
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2014– 6
– gemiddeld salarisx f 1,–58 90059 500600
– totale uitgavenx f 1000,–1 178833– 345
Totaal toegelicht bedrag 29 07927 131– 1 948

01.20.03 Overige personele uitgaven

Het verschil tussen de begroting en de realisatie van de Overige personele uitgaven is aan de hand van kengetallen en volumegegevens hieronder toegelicht.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren13,22511,8
– bedrag per mensjaarx f 1,–70 98575 5204 535
– totale uitgavenx f 1000,–9371 888951
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)951871– 80
– gemiddeld per vtex f 1,–11 2739 680– 1 594
– totale uitgavenx f 1000,–10 7218 431– 2 290
– Totaal toegelicht bedragx f 1000,–11 65810 319– 1 339
Andere volumegegevens:     
– Representatie bijzondere projectenx f 1000,–4000– 400
– Georganiseerd overlegx f 1000,–2 5914 2451 654
– Raden en commissiesx f 1000,–642543– 99
– Lump-sum geneeskundige verzorgingx f 1000,–3640– 364
– Overige personele zakenx f 1000,–9811 393412
Sub-totaalx f 1000,–4 9786 1811 203
Totale uitgavenx f 1000,–16 63616 500– 136

01.20.04 Materiële uitgaven

De hogere realisatie ten opzichte van de ontwerpbegroting houdt voornamelijk verband met de tijdens de begrotingsuitvoering toegevoegde budgetten voor de bestrijding van het millenniumprobleem, waarvan in 1998 f 18,6 miljoen is gerealiseerd op met name de post inhuur O-, I- en A-deskundigheid. Daarnaast is met name op de projecten Phidef (niet in de begroting opgenomen), BSOA (Beleidsvoorbereiding, Specialistische Onderzoeken en Adviezen) en exploitatie-uitgaven op automatiseringsgebied, meer gerealiseerd.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheiduren34 452133 46499 012
– gemiddelde uitgaven per uurx f 1,–2502500
– totale uitgavenx f 1000,–8 61333 40724 794
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)951871– 80
– gemiddeld per vtex f 1,–20 75021 101351
– totale uitgavenx f 1000,–19 73318 379– 1 354
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–28 34651 78623 440
Andere volumegegevens:     
– kleine bedrijfsmatige investeringenx f 1000,–8 8177 219– 1 598
– informatiesystemenx f 1000,–20 83527 3976 562
– voertuigenx f 1000,–1 1051 257152
– overige materiële uitgavenx f 1000,–8662 0151 149
Sub-totaal andere volumegegevensx f 1000,–31 62337 8886 265
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–59 96989 67429 705

Het ressort Militaire Inlichtingen Dienst (MID)

In samenhang met de doelmatigheidsoperatie bij Defensie is de organisatie van de MID met ingang van 1998 bij dit ressort ondergebracht.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel30 23932 9272 6889%30 23932 9292 6909%
01.20.06 Militair personeel31 49329 896– 1 597– 5%31 49330 499– 994– 3%
01.20.07 Overige personele uitgaven7 2425 071– 2 171– 30%7 2424 927– 2 315– 32%
01.20.08 Materiële uitgaven33 21718 558– 14 659– 44%33 54632 766– 780– 2%
Totaal102 19186 452– 15 739– 15%102 520101 121– 1 399– 1 %

Toelichting op de verschillen

01.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Door een vertraging in de uitvoering van een materieelproject van de MID is het noodzakelijk het daarvoor aangestelde personeel, langer dan aanvankelijk werd verwacht, in dienst te houden. De begrotingssterkte burgerpersoneel MID overschrijdt daardoor de raming en leidt tot hogere uitgaven dan verwacht. De toename in het gemiddeld salaris van het niet-actief personeel wordt sterk beïnvloed door het schaalniveau.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelaantal     
waarvan:aantal vte'n37439824
– actief personeelaantal vte'n36939122
– gemiddeld salarisx f 1,–81 44783 0461 599
– totale uitgavenx f 1000,–30 05432 4712 417
– niet-actief personeelaantal vte'n572
– gemiddeld salarisx f 1,–37 00065 42928 429
– totale uitgavenx f 1000,–185458273
Totale uitgavenx f 1000,–30 23932 9292 690

01.20.06 Militair personeel

De personele sterkte van het militair personeel MID valt lager uit dan verwacht. Dit houdt verband met het feit dat de MID, na centralisatie van de dienst in 1997, nog niet volledig is gevuld. Voorts wordt in verband met een lopend evaluatie-onderzoek enige terughoudendheid betracht bij de vulling met nieuw personeel.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Sterkte begroting 1998aantal vte'n421371– 50
waarvan:
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n407357– 50
– gemiddeld salarisx f 1,–75 35183 3427 990
– totale uitgavenx f 1000,–30 66829 753– 915
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n14140
– gemiddeld salarisx f 1,–58 92953 286– 5 643
– totale uitgavenx f 1000,–825746– 725
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–31 49330 499– 994

01.20.07 Overige personele uitgaven

Hoofdzakelijk als gevolg van lagere uitgaven voor reis- en verblijfkosten en hogere uitgaven met betrekking tot verplaatsingskosten, zijn de in de ontwerpbegroting geraamde uitgaven en verplichtingen per saldo met respectievelijk f 2,315 miljoen en f 2,171 miljoen onderschreden.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelmensjaren4,40,5– 3,9
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx f 1,–70 22772 0001 773
– totale uitgavenx f 1000,–30936– 273
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)790762– 28
– gemiddeld per vtex f 1,–8 5846 020– 2 564
– totale uitgavenx f 1000,–6 7814 587– 2 194
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–7 0904 623– 2 467
Overige personele uitgavenx f 1000,–152304152
Totale uitgavenx f 1000,–7 2424 927– 2 315

01.20.08 Materiële uitgaven

Met betrekking tot de materiële uitgaven 1998 heeft een lagere realisatie bij de uitgaven (f 0,780 miljoen) en een lagere realisatie bij de verplichtingen (f 14,659 miljoen) plaatsgevonden. De lagere realisatie ten opzichte van de oorspronkelijke begroting van de verplichtingen houdt voornamelijk verband met een tijdelijke verplichtingenstop als gevolg van overlopende verplichtingen uit 1997.

De realisatie van de Overige persoonsgebonden materiële uitgaven is f 8,585 miljoen lager dan oorspronkelijk geraamd door uitstel van een voorziene verhuizing van de MID.

De besparingen en ramingsverschillen binnen het bedrijfsvoeringsbudget van de MID zijn zoveel mogelijk besteed aan noodzakelijke bedrijfsmatige investeringen. Hierdoor is de realisatie f 8,320 miljoen hoger uitgekomen dan oorspronkelijk geraamd.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheiduren2 360300– 2 060
– gemiddelde uitgaven per uur x f 1,–2502500
– totale uitgavenx f 1000,–59075– 515
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)790762– 28
– gemiddeld per vtex f 1,–17 2806 648– 10 631
– totale uitgavenx f 1000,–13 6515 066– 8 585
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–14 2415 141– 9 100
Overige kleine bedrijfsmatige investeringenx f 1000,–19 30527 6258 320
Totale uitgavenx f 1000,–33 54632 766– 780

Artikelonderdeel 01.20.09 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor de burgerambtenaren van het KD en de MID. Separaat zichtbaar zijn de uitgaven voor wachtgelden in verband met het Sociaal Beleidskader (SBK) en de Uitstroom Bevorderende Maatregel Ouderen (UBMO).

Het beleid blijft er op gericht de instroom in de wachtgeldregelingen zoveel mogelijk te beperken door middel van een actieve herplaatsingsinspanning en het gebruik van SBK-instrumenten waaronder om-, her- en bijscholing. Sinds 1996 omvat dit artikel ook de uitgaven die betrekking hebben op de uitvoeringskosten van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO).

Vanaf de ontwerpbegroting 1998 worden de wachtgelden bij de betreffende beleidsterreinen geraamd en verantwoord in plaats van bij beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen.

Omschrijving EenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel    
– aantallen in uitkeringsjarenaantal16219331
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–29 03127 731– 1 300
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–4 7035 352649
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal6850– 18
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–32 22126 060– 6 161
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–2 1911 303– 888
Totaal toegelicht met ramingskengetallenx f 1 000,–6 8946 655– 239
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–1 1473 1081 961
Totale uitgaven wachtgelden en inactiviteitsweddenx f 1 000,–8 0419 7631 722

Toelichting op de verschillen

De realisatie van de SBK wachtgelden komt iets hoger uit. De realisatie wordt beïnvloed door de samenstelling van het bestand uitkeringsgerechtigden. In 1998 is met name het anticumulatie-percentage hoger uitgevallen dan verwacht. Dit werkt door in (een daling van) de gemiddelde uitkering. De instroom in de «SBK-55+»regeling is echter iets hoger dan verwacht.

De realisatie van de post overige wachtgelden wordt beïnvloed door de samenstelling van het bestand Uitkeringsgerechtigden en uitkeringspercentage. De lagere realisatie is met name toe te schrijven aan het uitblijven van de instroom in de regeling Werkloosheidsbesluit Defensie-personeel (WBDP). Als gevolg van in een materieel project (MID) blijft het tijdelijk personeel langer in dienst. De uitstroom naar de wachtgeldregeling WBDP vindt nu in 1999 en 2000 plaats.

Uitgaven Sociaal Beleidskader

In onderstaand overzicht zijn de voorziene uitgaven voor het SBK opgenomen. De uitgaven hebben zowel betrekking op burgerpersoneel van het KD en de MID. De verantwoording van de uitgaven vindt, met uitzondering van de wachtgelden, plaats ten laste van de desbetreffende artikelonderdelen ambtelijk burgerpersoneel en overige personele uitgaven. De uitgaven van de wachtgelden worden geraamd en verantwoord ten laste van dit artikelonderdeel 01.20.09.

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement700150– 550
– Verplaatsen6025– 35
– Wachtgelden4 7035 352649
– BDOS plaatsingen2 5502 5500
Totaal Sociaal Beleidskader8 0138 07764

01.21 Subsidies en bijdragen

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven geraamd en verantwoord voor:

– subsidies aan verschillende instellingen, gebaseerd op het rapport Subsidiebeleid na 1986;

– bijdragen aan andere ministeries, verenigingen, stichtingen en comités.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–) Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
I. Subsidies:     
– het Comité International de Médicine et de Pharmacie Militaires40– 4– 100%
– de Koninklijke Vereniging ter beoefening van de Krijgswetenschap ten behoeve van de buitengewone leerstoel militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en het tijdschrift de «Militaire Spectator»4004505013%
– Veteranenplatform1852183318%
– Bond Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers (BNMO)4004999925%
– Defensie Vrouwennetwerk101000%
– Atlantic Exchange Program151500%
– Stichting Dienstverlening Veteranen2 01710 2848 267410%
– Stichting Maatschappij en Krijgmacht49149871%
– Stichting Vrouw en Uniform2826– 2– 7%
– Stichting Homosexualiteit en Krijgsmacht555500%
– Koninklijke Nederlandse vereniging van reserve-officieren701265680%
– Stichting koepelorganisatie militaire tehuizen1 9001 996965%
– Stichting Protestants Interkerkelijk Thuisfront05050
– Stichting Nationaal Katholiek Thuisfront02525
– Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag9 8006 533– 3 267– 33%
– Algemene vereniging voor reservemilitairen200– 20– 100%
– Stichting rechtsbijstand dienstplichtige militairen204143– 61– 30%
Totaal subsidies15 59920 9285 32934%
Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–) Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
II Bijdragen aan:     
• in de doelsubsidies TNO/DO97 722100 0932 3712%
– ministerie van Buitenlandse Zaken (V):     
• Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging2 6513 03037914%
• Stichting Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen «Clingendael»1 7581 75800%
• Internationaal Comité van het Rode Kruis700– 70– 100%
• Stichting Atlantische Commissie29829800%
– ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII):     
• bijdrage aan het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium1 0001 00000%
– ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI):    
• bijdrage ten behoeve van het Informatie- en Coördinatie-orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen (ICODO)450423– 27– 6%
Totaal bijdragen103 949106 6022 6533%
Totaal subsidies en bijdragen119 548127 5307 9827%

Toelichting op de verschillen

Het verschil van per saldo f 7,982 miljoen is met name veroorzaakt door:

– het overhevelen van het bij het beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen geraamde deel van de subsidie met betrekking tot de Stichting Dienstverlening Veteranen (f 8,267 miljoen) naar dit artikel;

– de uitdeling van de loon- en prijsbijstelling en de eindejaarsmarge ten behoeve van de Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) (f 2,371 miljoen), opgenomen onder doelsubsidie TNO/DO en aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verstrekt;

– lagere subsidie-uitgaven aan de Stichting Bijzondere Scholen Bijzon- der Onderwijs (STOAG) (– f 3,267 miljoen). Dit wordt veroorzaakt door, vooruitlopend op de afrekening van in voorgaande jaren teveel ontvangen subsidies, een deel van de subsidie in 1998 niet te verstrekken. De subsidie aan de STOAG is in 1998 beëindigd en wordt in 1999 omgezet in een bijdrage aan het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen;

– de nul-realisatie op twee subsidies en een bijdrage die samenhangt met niet-ontvangen facturen.

01.22 Geheime uitgaven

Overeenkomstig artikel 19 van de Comptabiliteitswet 1976 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is dit artikel bij Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven worden verantwoord.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Geheime uitgaven2001 3001 100550%

Toelichting op de verschillen

De geheime uitgaven worden door de President van de Algemene Rekenkamer gecontroleerd.

01.23 Internationale verplichtingen

Nederland neemt deel aan een aantal gemeenschappelijk gefinancierde programma's in Navo-verband. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de samenhang van het bondgenootschap. Het betreft onder meer het Navo Veiligheids Investeringsprogramma (het vroegere Navo-infrastructuur-programma), de Militaire begroting en het «Airborne Early Warning and Control System» (AWACS).

De gemeenschappelijke kosten van Navo-uitbreiding zullen in de toekomst uit dit artikel worden betaald. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat dit niet zal leiden tot een extra beslag op de middelen.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland30 6827 324– 23 358– 76%30 68215 166– 15 516– 51%
Bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma64 35620 206– 44 150– 69%64 35621 006– 43 350– 67%
Investeringen AWACS*0009 78021 33911 559118%
Exploitatie AWACS14 80015 5747745%14 80015 5747745%
Bijdrage aan de militaire begroting van de Navo28 10029 0399393%28 10029 0529523%
Overige bijdragen3 2002 235– 965– 30%3 2002 622– 578– 18%
Totaal141 13874 378– 66 760– 47%150 918104 759– 46 159– 31%

* Gegeven de aanpassing van de Regeling Departementale Begrotingsadministratie inzake de verantwoording van verplichtingen is, in overleg met het ministerie van Financiën, besloten bij negatieve bijstellingen die tot een negatief saldo op artikelniveau leiden de realisatie als nihil op te nemen.

Toelichting op de verschillen

Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland

De realisatie van Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland is dit jaar met f 23,358 miljoen in de verplichtingensfeer en met f 15,516 miljoen in de uitgavensfeer achtergebleven bij de oorspronkelijke raming. Dit is enerzijds het gevolg van vertragingen in de voortgang van lopende projecten en anderzijds vertraging in de procesgang van nog te autoriseren projecten.

Bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma

De realisatie van de bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma (NVIP) is dit jaar f 44,150 miljoen in de verplichtingensfeer en f 43,350 miljoen in de uitgavensfeer achtergebleven bij de oorspronkelijke raming. Dit lage contributieniveau is met name het gevolg van een lage implementatiegraad van lopende NVIP projecten.

Investeringen AWACS

De «enigineering» studie voor het mid-term AWACS programma verloopt sneller dan verwacht. Als gevolg hiervan hebben in 1998 vervroegd betalingen plaatsgevonden waardoor de oorspronkelijke raming met f 11,559 miljoen wordt overschreden.

01.24 Garanties

De in de begroting 1998 opgenomen garanties zijn reeds in voorgaande jaren aangegaan en hebben in 1998 niet geleid tot uitgaven. In 1998 is een nieuwe garantie opgenomen betreffende de Vereniging Verbond van Verzekeraars. Aangezien het hieraan verbonden financieel belang niet is te kwantificeren (het betreft mogelijke uitkeringen inzake overlijden als gevolg van operaties door of onder toezicht van een volkenrechtelijke organisatie), is deze post pro memorie opgenomen. Bij de toelichting op de Saldibalans is een garantiebijlage opgenomen.

01.25 Milieumaatregelen

In dit artikel worden de uitgaven verantwoord voor aan milieumaatregelen gerelateerd wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast worden hier ook contributies aan milieu-organisaties en de inhuur van externe deskundigen op milieugebied verantwoord.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting1998Realisatie1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Milieumaatregelen3 3608 4455 085151%3 3604 00064019%

De hogere realisatie van de verplichtingen ten opzichte van de ontwerpbegroting 1998 wordt veroorzaakt door het afsluiten van meerjarige contracten bestemd voor de inventarisatie van het asbestprobleem en voor milieu-onderzoeken.

01.26 Technologie-ontwikkeling

Algemeen

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven geraamd en verantwoord voor technologie-ontwikkeling, alsmede voor het gebruik van kennis en kunde door de Centrale organisatie (Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling (Woo) voor de Centrale organisatie). De uitgaven kunnen ook betrekking hebben op de opbouw en het instandhouden van kennis en kunde voor Defensie. Het betreft onderzoek ten behoeve van de primaire processen van Defensie, zoals beleids-, plannings- en besluitvormingsprocessen. De uitgaven voor het gebruik van kennis en kunde door de krijgsmachtdelen, inclusief de uitgaven voor de ontwikkeling van materieel ten behoeve van de krijgsmacht, komen ten laste van de krijgsmachtdeelbudgetten.

Het ministerie van Economische Zaken draagt financieel bij aan technologie- en materieelontwikkelingsprojecten, waarbij de bijdrage afhankelijk is van de bijdrage die door de industrie wordt geleverd.

Het streven is door middel van het financieren van dergelijke projecten de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie op specifieke gebieden te verbeteren. Het overleg aangaande de financiële bijdrage van het ministerie van Economische Zaken vindt plaats in de Commissie ontwikkeling defensiematerieel (Codema).

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Bijdrage ruimtevaartprogramma5 2005 20000%5 2005 20000%
Woo Centrale organisatie5 4123 697– 1 715– 32%5 9003 502– 2 398– 41%
Ontwikkeling defensie-technologie17 33945 96228 623165%21 87926 7714 89222%
Totaal27 95154 85926 90896%32 97935 4732 4948%

Toelichting op de verschillen

De lagere uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling voor de Centrale organisatie zijn het gevolg van het achter- of uitblijven van diverse projecten (onder andere Picant, een op standaardisering gericht automatiseringsproject) omdat besluitvorming over de projectrealisatie eerst eind 1998 heeft plaatsgevonden. Voorts zijn de projecten «modellen risico-analyses vliegvelden», «microbieel kenniscentrum» en «Hero krijgsmacht» vertraagd. De hogere uitgaven voor ontwikkeling Defensie-technologie zijn het gevolg van overlopende fakturen uit 1997.

01.27 Loonbijstelling

Via dit artikel worden de ontvangen bedragen voor de loonbijstelling en de incidentele looncomponent als nieuwe mutaties over de beleidsterreinen vedeeld.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Loonbijstelling84 0280– 84 028– 100%

Toelichting op verschillen

De stand ontwerpbegroting 1998 op dit artikel wordt verklaard door de hierop gestalde bedragen voor onder meer de sectoralisatie van de Ziektekostenvoorziening Overheidspersoneel (ZVO), A&O-projecten, de Wet op de Ondernemingsraden (WOR), de indexering voor pensioenen en de compensatie voor de incidentele looncomponent voor postactieven.

Voor de loonbijstelling inclusief de compensatie voor de effecten van de Pemba-introductie, is een bedrag van f 271,740 miljoen toegevoegd en het restant van de uitdeling aan de beleidsterreinen van f 215,962 miljoen verwerkt. Via het loonbijstellingsartikel is voorts de overboeking van f 87,660 miljoen voor de sectoralisatie van de Ziektekostenvoorziening Overheidspersoneel (ZVO) naar het artikel 01.29 Overige departementale uitgaven verwerkt. Daarnaast heeft een vrijgave via de systematiek van de intertemporele compensatie van de reservering kapitaaldekking pensioenen plaatsgevonden (– f 35,623 miljoen). Tot slot heeft een aantal overige kleinere mutaties (per saldo – f 16,523 miljoen) ten tijde van de eerste en tweede suppletore begroting plaatsgevonden.

De verdeling over de beleidsterreinen van de loonbijstelling en de overheidsbijdrage aan het arbeidsvoorwaardencontract Defensie 1997–1999 is als volgt (x f 1000):

Beleids- terreinOmschrijvingBedragen
Artikel totaal
01 Algemeen 
 20Personeel en materieel4 107
    
02 Pensioenen en uitkeringen 
 02Militaire pensioenen en uitkeringen24 495
    
03 Koninklijke marine 
 20Personeel en materieel15 033
    
04 Koninklijke landmacht 
 20Personeel en materieel25 559
    
05 Koninklijke luchtmacht 
 20Personeel en materieel11 176
    
06 Koninklijke marechaussee 
 20Personeel en materieel3 532
    
09 Defensie Interservice Commando 
 02Personeel en materieel Dico2 480
  Totaal86 382

01.28 Prijsbijstelling

Via dit artikel worden de ontvangen bedragen voor de prijsbijstelling als nieuwe mutaties over de beleidsterreinen verdeeld.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Prijsbijstelling0000%

Toelichting

Op de uitgaven en de verplichtingen van dit artikel hebben geen mutaties plaatsgevonden. Na de eerste suppletore begroting is echter wel (een kwart van de reguliere) prijsbijstelling over 1998 aan dit artikel toegevoegd. Om recht te doen aan de jaarlijkse prijsbijstellingssystematiek heeft Defensie er voor gekozen de prijsbijstelling volledig over de beleidsterreinen uit te delen. Het daardoor ontstane tekort is door middel van interne herschikkingen en structurele maatregelen, met name op het gebied van bedrijfsvoering, binnen de defensiebegroting gevonden.

Voor de prijsbijstelling 1998 is via dit artikel f 91,362 miljoen over de daarvoor in aanmerking komende artikelen van de beleidsterreinen verwerkt. De overgehevelde bedragen zijn als volgt te specificeren (bedragen x f 1 000,–):

Beleids- terreinOmschrijvingBedragen
Artikel totaal
01 Algemeen 
 20Personeel en materieel1 682
 21Subsidies en bijdragen101
 23Internationale verplichtingen1 963
 29Overige departementale uitgaven60
    
03 Koninklijke marine 
 20Personeel en materieel12 419
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur8 361
    
04 Koninklijke landmacht 
 20Personeel en materieel11 463
 21Subsidies en bijdragen16
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur12 366
    
05 Koninklijke luchtmacht 
 20Personeel en materieel10 030
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur8 218
    
06 Koninklijke marechaussee 
 20Personeel en materieel578
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur900
    
08 Multi-service projecten en activiteiten 
 01Luchtmobiele brigade20 275
    
09 Defensie Interservice Commando 
 02Personeel en materieel2 930
  Totaal91 362

01.29 Overige interdepartementale uitgaven

Ten laste van dit artikel komen uitgaven ten behoeve van het gehele ministerie van Defensie. Het betreft uitgaven voor:

– voorlichting;

– schadevergoedingen;

– hulpprogramma's aan Navo-lidstaten, zoals steun aan landen met «developing defence Industries» (DDI);

– samenwerkingsprogramma's met de Midden- en Oost-Europese landen waaronder uitgaven voor wapenbeheersing;

– exploitatiekosten van het Weu-satellietcentrum;

– overige uitgaven, zoals drukwerk en publicatiekosten en de uitgaven in het kader van de wettelijke bepalingen omtrent telecommunicatie en frequentiebeheer.

Met ingang van de begroting 1998 worden de uitgaven voor nieuwbouw, onderhoud en renovatie van defensiegebouwen in gebruik bij TNO/DO op het artikelonderdeel 01.29.05 Infrastructuur geraamd en verantwoord.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.29.01 Voorlichting3 8015 5931 79247%3 8014 8201 01927%
01.29.02 Schadevergoedingen12 89010 338– 2 552– 20%12 89010 886– 2 004– 16%
01.29.03 Samenwerkings-programma's4 7124 088– 624– 13%4 7123 211– 1 501– 32%
01.29.04 Overige uitgaven9 25413 4964 24246%9 20413 1313 92743%
01.29.05 Infrastructuur2 160116– 2 044– 95%2 160239– 1 921– 89%
01.29.06 ZVD-regeling069 40169 401069 39969 399
Totaal32 817103 03270 215214%32 767101 68668 919210%

Toelichting op de verschillen

De lagere uitgaven op het artikelonderdeel Samenwerkingwerkingsprogramma's worden veroorzaakt door vertraging in het project «COPPEF-computerprogramma». Voor dit project wordt een nieuw Portugees bedrijf opgericht; hierbij is vertraging opgetreden. Voorts is vertraging opgetreden bij het project HAF Mission Planning support DTC/CMF als gevolg van wisselingen in de projectbegeleiding, mede door reorganisatie. Voorts is de interesse voor dit project bij de Griekse partner aan het afnemen. Defensie heeft er bij het NLR op aangedrongen de voortgang scherper te bewaken en de achterstand in te lopen.

De hogere uitgaven op het artikelonderdeel «Overige uitgaven» zijn als volgt te verklaren. In het lopende arbeidsvoorwaardenakkoord is overeengekomen dat Defensie een bijdrage zal leveren aan het bestrijden van werkloosheid onder langdurig werkloze jongeren. Daartoe is in september 1997 een contract met een intermediaire organisatie gesloten. Het contract voorzag in de detachering van jongeren tot ultimo december 1998.

Gelet op de onzekerheid en de nog niet afgeronde besluitvorming (onderhandelingen met gemeenten) met betrekking tot de nieuwbouw TNO heeft geen volledige realisatie plaatsgevonden van de uitgaven voor infrastructuur.

Het ten tijde van de eerste suppletore begroting 1998 toegevoegde budget voor de sectoralisatie van de Ziektekostenvoorziening Overheidspersoneel (ZVO) van f 87,7 miljoen is niet volledig gerealiseerd. Dit is het gevolg van het niet één op één lopen van de aanspraaktermijnen en er is minder beroep op de regeling gedaan dan werd verwacht.

02. Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen

Algemeen

De uitgaven voor beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen geven over 1998 een uitkomst aan die nauwelijks afwijkt van het bedrag dat ten tijde van de ontwerpbegroting is voorzien. Deze samenloop is evenwel toevallig, aangezien achter dit neutrale saldo substantiële verhogingen en verlagingen schuilgaan. In beide gevallen belopen deze in totaal ongeveer f 120 miljoen. Merendeels hebben de bijstellingen een voornamelijk technisch karakter, zoals de toevoeging van de loonbijstelling, de verwerking van de Pemba-operatie en overheveling van de uitgaven gemoeid met de veteranenpas naar het subsidie-artikel van beleidsterrein Algemeen.

In 1998 was evenwel ook sprake van bijstellingen als gevolg van een gewijzigd beroep op de voorzieningen. Zo is een bedrag van f 27 miljoen ten behoeve van de geplande uitvoering in 1997 van het veteranenbeleid (2–5 jaar), wegens het ten tijde van de opstelling van de ontwerpbegroting ontbreken van een wettelijke basis, doorgeschoven naar de begroting voor 1998. Daarnaast is in 1998 een aanvullende voorziening getroffen ter grootte van f 9 miljoen voor de verdere uitvoering van het amendement Zijlstra die is gericht op uitbreiding van de doelgroep.

De totaal geraamde uitgaven van het beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen voor het jaar 1998 zijn als volgt te specificeren:

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
02.01 Wachtgelden burgerpersoneel en inactiviteitswedden militair personeel000 
02.02 Militaire pensioenen en uitkeringen1 709 1701 690 290– 18 880– 1%
Totaal uitgaven Pensioenen en uitkeringen1 709 1701 690 290– 18 880– 1%

02.01 Wachtgelden burgerpersoneel en inactiviteitswedden militair personeel

Met ingang van de begroting 1998 zijn de uitgaven van dit artikel overgeheveld naar de betrokken beleidsterreinen en ondergebracht bij de artikelen Personeel en materieel van die beleidsterreinen.

02.02 Militaire pensioenen en uitkeringen

De pensioenvoorziening en uitkeringen voor militair personeel zijn grotendeels in eigen beheer bij Defensie. Dit betreft met name de diensttijdpensioenen. De uitkeringen in verband met de Uitkeringswet gewezen militairen (UKW), de invaliditeitspensioenen en arbeidsongeschiktheid (IP/AO) zijn in handen van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO). Voor pensioenen ten behoeve van weduwen en wezen van militair personeel is het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds uitvoeringsorgaan, maar niet voor de nabestaandenpensioenen die verband houden met overlijden als gevolg van een dienstongeval.

De leeftijdsopbouw van het bestand gewezen militair personeel is niet altijd evenwichtig. Dit werkt door in de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen.

Daarnaast worden op dit artikel ook de uitgaven geraamd die betrekking hebben op uitkeringen in het kader van het veteranenbeleid.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Militaire nabestaandenpensioenen63 48461 840– 1 644– 3%
Militaire diensttijdpensioenen579 190607 87028 6805%
Militaire invaliditeitspensioenen209 010184 974– 24 036– 11%
Uitkeringswet gewezen militairen709 492705 422– 4 070– 1%
Sociale zorg11 00012 5341 53414%
Overige uitkeringen12 07417 1775 10342%
Reserve-overdracht17 00016 338– 662– 4%
Veteranenbeleid80 92084 1353 2154%
Verzekerdenadministratie27 0000– 27 000– 100%
Totaal1 709 1701 690 290– 18 880– 1%

Toelichting op de verschillen

De uitgaven geven over 1998 een uitkomst aan die nauwelijks afwijkt van het bedrag dat ten tijde van de ontwerpbegroting is voorzien. Deze samenloop is evenwel toevallig, aangezien achter dit neutrale saldo substantiële over- en onderschrijdingen schuil gaan.

Dit is voor een deel toe te schrijven aan technische bijstellingen zoals de toevoeging van de loonbijstelling en de overheveling van de uitgaven gemoeid met de veteranenpas naar artikel 01.21 Subsidies en bijdragen. De hogere uitgaven op het onderdeel militaire diensttijdpensioenen wordt grotendeels verklaard door genoemde loonbijstelling.

Voorts heeft de verwerking van de Pemba-operatie geleid tot met name een onderrealisatie op het artikelonderdeel militaire invaliditeitspensioenen, doordat de arbeidsongeschiktheidscomponent hieruit is weggevallen. De verwerking van deze operatie heeft tevens tot gevolg dat de arbeidsongeschiktheidspensioenen (< 80% en >= 80%) en de wachtgelden TBA (Wet terugdringing beroep op arbeidsongeschiktheidsregelingen) geen realisatie hebben. De betreffende kengetallen zijn hierdoor komen te vervallen.

Daarnaast maken de posten «Bovenwettelijke arbeidsongeschiktheid» (f 9,415 miljoen) en suppletie arbeidsongeschiktheid (f 4,230 miljoen) deel uit van het realisatiebedrag. Deze posten werden tot en met de begroting 1997 opgenomen in de arbeidsongeschiktheidspensioenen. Vanaf de begroting 1998 zijn deze in het artikelonderdeel Militaire invaliditeitspensioenen ondergebracht.

Aan de over- repectievelijk onderschrijding op de artikelonderdelen Veteranenbeleid en Verzekerdenadministratie liggen de volgende oorzaken ten grondslag.

De uitvoering van de «Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen» heeft tot grote fluctuaties in het budget veteranenbeleid geleid. Met de eerste suppletore begroting 1998 is het budget ten opzichte van de autorisatiebegroting 1998 substantieel verhoogd in verband met een verschuiving van het budget van 1997 naar 1998 (de wet is eerst eind december 1997 van kracht geworden), een uitbreiding van de doelgroep (zoals de toevoeging van weduwen) en een tegenvaller bij de fiscalisering van de uitkeringen. De realisatie 1998 is uiteindelijk aanzienlijk lager uitgevallen door de sterke terugval in het aantal aanvragen en als gevolg van verlaging van de fiscalisering van de uitkeringen.

De in de ontwerpbegroting geraamde bedragen voor de verzekerdenadministratie zijn niet tot besteding gekomen omdat in 1998 een contract met het ABP is gesloten waardoor de noodzaak van het opzetten van deze administratie door Defensie is komen te vervallen. De in verband hiermee vrijvallende middelen zijn toegevoegd aan de arbeidsvoorwaardenruimte.

Militaire nabestaandenpensioenen

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Militaire nabestaandenpensioenen:     
– uitkeringsjarenaantal4 3774 220– 157
– bedrag per uitkeringsjaarx f 114 50414 654150
– toegelicht begrotingsbedragx f 100063 48461 840– 1 644

Militaire diensttijdpensioenen

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Militaire diensttijdpensioenen:     
– uitkeringsjarenaantal24 74924 475– 274
– bedrag per uitkeringsjaarx f 123 40324 8361 434
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000579 190607 87028 680

Militaire invaliditeitspensioenen

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Invaliditeitsoensioenen beroeps >= 65 jaar     
– uitkeringsjarenaantal2 0372 199162
– bedrag per uitkeringsjaarx f 115 78614 712– 1 075
– toegelicht begrotingsbedragx f 100032 15732 351194
OmschrijvingEenheid Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Invaliditeitspensioenen beroeps < 65 jaar:     
– uitkeringsjarenaantal949945– 4
– bedrag per uitkeringsjaarx f 110 32310 262– 61
– toegelicht begrotingsbedragx f 10009 7979 698– 99
OmschrijvingEenheid Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Invaliditeitspensioenen verlofs >= 65 jaar     
– uitkeringsjarenaantal4 6155 158543
– bedrag per uitkeringsjaarx f 112 60110 739– 1 862
– toegelicht begrotingsbedragx f 100058 15355 392– 2 761
OmschrijvingEenheid Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Invaliditeitspensioenen verlofs < 65 jaar     
– uitkeringsjarenaantal7 0177 11598
– bedrag per uitkeringsjaarx f 19 2889 606318
– toegelicht begrotingsbedragx f 100065 17468 3493 175
OmschrijvingEenheid Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Arbeidsongeschiktheidspensioenen < 15%     
– uitkeringsjarenaantal2 2542 492238
– bedrag per uitkeringsjaarx f 12 8352 223– 612
– toegelicht begrotingsbedragx f 10006 3905 539– 851

Uitkeringswet gewezen militairen

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Uitkeringswet gewezen militairen     
– uitkeringsjarenaantal10 08110 314233
– bedrag per uitkeringsjaarx f 170 37968 395– 1 985
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000709 492705 422– 4 070

03. Beleidsterrein Koninklijke marine

Algemeen

Bedrijfsvoering

In 1998 is verder gestalte gegeven aan de implementatie van het bedrijfsvoeringsbeleid Defensie. Dat beleid richt zich op resultaatgerichte bedrijfsvoering, waarbij verantwoordelijkheden en bevoegdheden zoveel als mogelijk worden neergelegd bij decentrale managers van resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE'n). In de convenanten zijn afspraken vastgelegd over de te leveren producten en activiteiten. Daarbij behoren financiële, personele en materiële middelen.

In het kader van het ter beschikking stellen van financiële middelen aan de decentrale manager is er voor gekozen eerst goede beschrijvingen van de administratieve organisatie (AO-beschrijvingen) te maken, alvorens bevoegdheden en budgetten te decentraliseren. In 1998 is in dit kader voor ongeveer f 100 miljoen aan budgetten overgeheveld en zijn alle AO's van de over te dragen budgetten beschreven. De beschrijving van deze AO's was voornamelijk gericht op de financiële beheersing. Tevens heeft er een inventarisatie plaats gevonden voor wat betreft de actuele stand van zaken betreffende de reeds beschreven en nog te beschrijven AO's. Op basis van deze inventarisatie zijn prioriteiten gesteld. Bij het beschrijven van AO's zal geen gebruik meer gemaakt worden van de zgn. minimodel methodiek (een verkorte beschrijving van de AO). In de toekomst wordt meer gebruik gemaakt van de SDW-methodiek. Reeds bestaande minimodellen zullen worden aangepast.

Om de decentrale manager maximale mogelijkheden te geven om de financiële middelen alternatief aan te kunnen wenden, zijn in 1998 stappen gezet om de mogelijkheden tot schuiven tussen budgetten te vergroten. De «schotten» tussen de activiteitsafhankelijke uitgavenbudgetten en de bedrijfsgebonden uitgavenbudgetten, uitgezonderd de salarissen, zijn weggenomen. De schotten om de salarissen zijn gehandhaafd vanwege het feit, dat de RVE wordt aangestuurd op personeelsplafonds in plaats van op budget.

In de uiteindelijke situatie zal de decentrale manager niet alleen beschikken over uitgavenbudgetten, maar ook over kostenbudgetten en hoeveelheidsbudgetten. Het kostenbewustzijn zal daarmee een impuls krijgen.

Kostenbudgettering doet zich voor in die gevallen, waarbij de decentrale eenheid niet beschikt over het uitgavenbudget. Het beleid is erop gericht om de kostenbudgettering te minimaliseren, aangezien de beheerslast daarvan complexer is dan die van uitgavenbudgettering. Er bestaat in dat geval immers een wederzijdse afhankelijkheid tussen RVE'n.

In 1998 is vastgesteld dat kostenbudgettering alleen zal worden toegepast in die gevallen, waarin voorraadonttrekkingen aan de orde zijn. In het bijzonder betreft het magazijnsartikelen en brandstof ten behoeve van operatiën. In de managementcontracten 1998 zijn kostenbudgetten voor de genoemde kostencomponenten opgenomen. In decentrale administraties wordt de realisatie daarvan gevolgd. Mede met gebruikmaking van de daarmee opgedane ervaringen zullen in 1999 vervolgstappen worden genomen, waarbij ook hoeveelheidsbudgetten zullen worden betrokken. In het bijzonder zal daarbij de aandacht uitgaan naar de informatievoorziening. Een adequate informatievoorziening en de daarvoor benodigde geautomatiseerde systemen zijn noodzakelijk om het proces te ondersteunen

Teneinde vroegtijdig knelpunten en tekortkomingen bij de realisatie van producten en activiteiten te onderkennen, zijn de prestatie-indicatoren verder ontwikkeld. Deze prestatie-indicatoren richten zich met name op het materieel-logisieke functiegebied en opleidingen. Hierbij richten de indicatoren zich op aantallen meerjarige- en tussentijdse onderhoudscycli (MJO en TTO), reparatie orders, engineering uren en aantal leerlingen in opleidingen. In de Rijksbegroting van 1998 zijn deze prestatie-indicatoren voor het eerst gepresenteerd.

Om de decentrale manager instrumenten ter beschikking te stellen om de bedrijfsprocessen bij de RVE beter te kunnen beheersen, was onder meer een herinrichting van de interne controle noodzakelijk.

Eind 1998 is het project Herinrichting interne controle Koninklijke marine in het georganiseerd overleg met de bijzondere commissies militair en burgerpersoneel KM afgeprocedeerd.

Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het plan is medio oktober 1998 het bureau Beleid en Review bij de Directeur Economisch Beheer KM (DEBKM) ingericht. Dit bureau is belast met de verdere uitvoering van de reorganisatie en de implementatie van de verbijzonderde interne controle afdelingen bij de regionale commandanten en Directies. Het bureau Beleid en Review geeft invulling gaan aan de functionele en sturende rol van de DEBKM ten opzichte van de verbijzonderde interne controle. Hiertoe wordt door het bureau het beleid ten aanzien van verbijzonderde interne controle aangegeven en uitgedragen en treedt hierbij op als coördinator en kwaliteitsbewaker. Daarnaast is het bureau belast met het uitvoeren van reviews voor het beoordelen van de kwaliteit van de uitgevoerde controles door de diverse VIC-afdelingen. Tevens is het mogelijk dat IC-onderzoeken bij de diverse RVE'n/directies worden uitgevoerd.

Om de bruikbaarheid en praktische toepasbaarheid van het auditinstrument te beproeven is in 1998 een aantal audits op verzoek uitgevoerd naar de volgende onderwerpen: de project-organisatie van het project Millennium KM (PROMIKM), de beheersing van het onderhoudsproces voertuigen van het Korps Mariniers, de opzet en inrichting van een interne Arbodienst en naar het proces voorzien in infrastructuur. De resultaten van de audit naar PROMIKM zullen worden gebruikt om de organisatie verder te stroomlijnen zodat een ongestoorde bedrijfsvoering van de Koninklijke marine per 1 januari 2000 is gewaarborgd. Bij het Korps Mariniers zijn zowel maatregelen genomen in de aansturing van het onderhoudsproces als in de bedrijfsvoering teneinde een betere beheersing van het proces te realiseren. De resultaten van de audit naar opzet en inrichting van een interne Arbodienst hebben er mede toe geleid dat de Koninklijke marine sinds 8 december 1998 beschikt over een eigen gecertificeerde Arbodienst. De audit naar het proces voorzien in infrastructuur heeft ertoe geleid dat meer aandacht is ontstaan voor de beheersing van dit proces. Implementatie van aanbevelingen moet leiden tot een verbeterde kwaliteit van de behoeftestelling en een zakelijker opstelling richting agentschap DGW&T.

Personeel

De met de Defensienota 1991 in gang gezette herstructurering en personele reductie verkeren in een eindfase. Door de combinatie van natuurlijk verloop en instroom beperkende maatregelen wordt de reductie geëffectueerd. Alhoewel de te reduceren functies grotendeels zijn geïdentificeerd in reeds lopende reorganisaties, blijft het concretiseren ervan een moeizaam proces. Ook leiden evaluaties van eerdere reorganisaties soms tot noodzakelijke aanpassingen van het functiebestand. De uitwerking van maatregelen en het doorlopen van het vaste overleg met de bonden vergt veel tijd. De Koninklijke marine ziet daarom geen mogelijkheden om het lopende reductieproces te versnellen.

Voor 1998 was voor het burgerpersoneel een sterkte van 4 491 personen geraamd. De realisatie is echter om bovengenoemde redenen uitgekomen op 4 547.

De begrote personele uitbreiding van 50 militairen bij het Korps Mariniers in 1998 in het kader van de evaluatie van de Prioriteitennota 1993 (als onderdeel van de uitbreiding met 150 man) is niet gehaald door een hoog verloop van personeel. De werving daarvan werd wel gehaald.

Voor 1998 was voor het militair personeel een sterkte geraamd van 13 028 personen. De realisatie van 13 102 viel per saldo ook hier om bovengenoemde redenen hoger uit.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke marine voor het jaar 1998 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20 Personeel en materieel    
– Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)619 272706 00386 73114%
– Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)81 890108 19826 30832%
– Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS)176 895200 95324 05814%
– Ondersteunende eenheden444 666553 007108 34124%
– Admiraliteit601 691540 481– 61 210– 10%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden34 35729 608– 4 749– 14%
Totaal Personeel en materieel1 958 7712 138 250179 4799%
03.21 Subsidies en bijdragen848529– 319– 38%
03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur842 169644 582– 197 587– 23%
Totaal uitgaven Koninklijke marine2 801 7882 783 361– 18 427– 1%

Toelichting op de verschillen

Het verschil bij Personeel en materieel is voornamelijk te verklaren door toevoeging van budget (f 91,1 miljoen), voornamelijk als gevolg van loon- en prijsbijstellingen en de Pemba-uitdeling. Voorts werden in het kader van de wijziging van het rekenschema de kleine bedrijfsmatige investeringen op het P&M-artikel verantwoord (f 16,2 miljoen, voorheen op het investeringsartikel). Tot slot is door duurder onderhoud aan vliegend (f 17,0 miljoen) en varend materieel (f 22,2 miljoen) meer uitgegeven.

Het lager uitvallen van de realisatie van de investeringen is met name het gevolg van vertraging in de besluitvorming over enkele grote materieelprojecten. Als gevolg hiervan zullen de uitgaven verschuiven naar latere jaren.

03.20 Personeel en materieel

De uitgaven binnen het artikel 03.20 Personeel en materieel bij het beleidsterrein Koninklijke marine zijn verdeeld in vijf ressorts: Commandant der Zeemacht in Nederland, Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, Commandant van het Korps mariniers, Ondersteunende eenheden en Admiraliteit. Ook de uitgaven voor wachtgelden en inactiviteitswedden worden op dit artikel geraamd en verantwoord.

Het afgelopen jaar zijn er enkele tientallen AO-beschrijvingen van de financiële processen afgerond als gevolg waarvan eveneens ongeveer 100 budgetten voor overige personele exploitatie en materiële exploitatie gedecentraliseerd konden worden. De bestaande interne controle bij de Koninklijke marine wordt gereorganiseerd. Deze reorganisatie heeft onder andere tot doel de interne controle activiteiten te richten op gedecentraliseerde bedrijfsprocessen bij de RVE'n. Gedurende 1998 is een aanzet gegeven voor de implementatie hiervan. De salarissen werden in het afgelopen jaar nog centraal geraamd en gestuurd aangezien de decentrale organisaties nog niet ingericht zijn voor decentrale raming en sturing. Over het algemeen hebben deze ontwikkelingen er toch toe geleid dat betere integrale sturing voor de commandant of directeur verkregen is.

Het ressort Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)

Het ressort Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED) bestaat uit de Groep Escorte Schepen, de Groep Maritieme Helikopters, de Groep Maritieme Patrouille Vliegtuigen, de Onderzeedienst, de Mijnendienst en de Overige eenheden van CZMNED, zoals het commandement, het Kustwachtcentrum, het Maritiem Hoofdkwartier Nederland, kazernes en walinrichtingen.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel75 35079 0983 7485%75 35079 0983 7485%
03.20.02 Militair personeel486 147505 13218 9854%486 147505 13218 9854%
03.20.03 Overige personele uitgaven8 58246 37237 790440%8 58247 61539 033455%
03.20.04 Materiële uitgaven37 00771 01734 01092%49 19374 15824 96551%
Totaal607 086701 61994 53316%619 272706 00386 73114%

Activiteitentoelichting

Het ressort CZMNED heeft als hoofdactiviteiten ontplooid, het inzetbaar maken en houden van de operationele eenheden van de vloot en het inzetten van de operationele eenheden van de vloot. Dit is gebeurd door het uitvoeren van onder andere de volgende activiteiten:

– de permanente deelname met elk een fregat met boordhelikopter aan de Standard Naval Forces Atlantic (STANAVFORLANT);

– de permanente deelname met elk een fregat met boordhelikopter aan de Standing Forces Mediterranean (STANAVFORMED);

– de permanente stationering van een fregat met boordhelikopter in het Caraibisch gebied;

– de permanente deelname met een mijnenjager aan de Standing Naval Forces Channal (STANAVFORCHAN);

– deelname met een mijnenjager aan de «Mine Counter Measure Force Mediterranean (MCMFORMED) ;

– de standaard inzet aan vaardagen en vlieguren ten behoeve van de Kustwacht Nederland;

– deelname aan nationale en internationale oefeningen.

1. Ernst operaties.

Een fregat heeft als deel van de Maritime Interdiction Force in de Perzische Golf deelgenomen aan inspecties in het kader van de embargo operaties.

2. Oefening en training.

Diverse eenheden hebben deelgenomen aan Navo-oefeningen waaronder:

– «Joint Maritime Course»

– «Strong Resolve»

– «BALTOPS»

– «Dogfish»

– «Blue Harrier»

– «Open Spirit»

Een aantal fregatten heeft realistische opwerktrainingen uitgevoerd bij de Flagofficer Seatraining te Plymouth. Door de Onderzeedienst is de «Submarine Command Course», die openstaat voor internationele deelneming, verzorgd.

03.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CZMNED.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
waarvan:aantal vte'n1 0691 08819
– actief burgerpersoneelaantal vte'n1 0561 06711
– gemiddeld salarisx f 1,–70 58072 9192 340
– totale uitgavenx f 1000,–74 53277 8053 273
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n13218
– gemiddeld salarisx f 1,–62 92361 571– 1 352
– totale uitgavenx f 1000,–8181 293475
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–75 35079 0983 748

03.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CZMNED.

De confrontatie van begroting en realisatie geeft voor militair personeel een verschil van f 19,0 miljoen. Dit verschil wordt met name veroorzaakt doordat de uitgavenniveaus zijn aangepast aan het loonniveau 1998 (inclusief Pemba f 23,2 miljoen). Daarnaast heeft een herschikking plaatsgevonden tussen de ressorts als gevolg van met name een andere werkelijke spreiding van de niet-beschikbaarheid van militair personeel en de toelagen (- f 4,8 miljoen). In verband met een verruiming van de openstelling van marinevliegkamp de Kooy in het kader van het civiel medegebruik heeft een ophoging van de begrotingssterkte plaatsgevonden.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n6 6336 72087
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n4 5444 531– 13
– gemiddeld salarisx f 1,–77 70381 3703 667
– totale uitgavenx f 1000,–353 081368 68615 605
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2 0892 189100
– gemiddeld salarisx f 1,–63 69862 333– 1 366
– totale uitgavenx f 1000,–133 066136 4463 380
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–486 147505 13218 985

03.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitsplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

De confrontatie van de begroting en de realisatie geeft een verschil van f 39,0 miljoen. Dit verschil wordt met name veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden en de daaraan verbonden overheveling van budgetten. Het betreft hier onder andere de budgetten voor salaris gerelateerde uitgaven en de uitgaven voor voeding, kleding en uitrusting en representatie (totaal f 24,1 miljoen). Het resterende verschil wordt met name veroorzaakt door de boekingssystematiek (overgeboekt van materiële uitgaven) voor de inhuur van personeel is f 6,8 miljoen, reiskosten als gevolg van toegenomen aflossingen van bemanningen in het buitenland f 1,8 miljoen en een aantal overige kleinere uitgaven (f 6,3 miljoen).

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren6,4141,7135,3
– bedrag per mensjaarx f 1,–71 00072 0751 075
– totale uitgavenx f 1000,–45410 2139 759
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)7 6897 808119
– gemiddeld per vtex f 1,–1 0574 7903 733
– totale uitgavenx f 1000,–8 12837 40229 274
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–8 58247 61539 033

Toelichting inhuur tijdelijk personeel

In de beveiliging van objecten van de CZMNED is deels voorzien door inhuur van extern personeel. Tevens is door de bedrijfsrestaurants extern personeel ingehuurd. In verband met een reorganisatie is voor magazijnswerkzaamheden in 1998 tijdelijk personeel ingehuurd. Daarnaast vindt inhuur plaats met name voor het VAE-project.

Toelichting overige persoonsgebonden personele uitgaven

Het betreft hier uitgaven voor kleding en uitrusting, voeding, verplaatsen, reizen, representatie, onderwijs en opleiding en overige personele zaken. Uitgaven ten behoeve van het ressort CZMNED die worden beheerd door het ressort Admiraliteit zijn opgenomen in de kengetallen aldaar. In 1998 zijn budgetten overgedragen waardoor bij CZMNED de gemiddelde uitgaven per vte stijgen en onder gelijktijdige daling bij het ressort Admiraliteit.

03.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de materiële uitgaven. Het betreft hier uitgaven voor onder meer huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, onderhoud van gebouwen en terreinen en bevoorrading.

De confrontatie van begroting en realisatie geeft voor de materiële uitgaven een verschil van f 24,9 miljoen aan. Dit verschil wordt met name veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden (+ f 8,4 miljoen). Het betreft hier met name de overheveling van budgetten voor automatiseringsgerelateerde uitgaven, data- en telecommunicatie en overige zaken van operationele aard.

De resterende verschillen worden met name veroorzaakt door:

– als gevolg van een hogere storingsgraad waren hogere budgetten benodigd voor het onderhoud (inclusief uitbesteding) en herbevoor- rading van Orion vliegtuigen (f 10,2 miljoen);

– voor onderhoud/herbevoorrading van de Lynx helikopters is f 6,1 miljoen extra benodigd, mede als gevolg van een hogere koers van het Britse pond;

– als gevolg van een wijziging in de boekingssytematiek voor de inhuur van personeel is f 6,8 miljoen overgeheveld naar het artikelonderdeel Overige personele uitgaven en

– een aantal overige kleinere beleidsmutaties voor in totaal f 7,0 miljoen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren1,61,6
– bedrag per mensjaarx f 1,–258 125258 125
– totale uitgavenx f 1000,–413413
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)7 6897 808119
– gemiddeld per vtex f 1,–2 1292 369240
– totale uitgavenx f 1000,–16 37118 4982 127
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–16 37118 9112 540
Overige materiële uitgavenx f 1000,–32 82255 24722 425
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–49 19374 15824 965

Toelichting op prestatie-indicator Overige materiële uitgaven

Specifieke gegevens materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
havenbezoekenaantal40046666
gemiddelde uitgaven per havenbezoekx f 1,–8 59710 4671 870
Toegelicht bedragx f 1 000,–3 4394 8671 428
kanaalpassages Kielerkanaalaantal3127– 4
gemiddelde uitgaven per kanaalpassagex f 1,–4 5814 000– 581
Toegelicht bedragx f 1 000,–142108– 34
kanaalpassages Suezkanaalaantal220
gemiddelde uitgaven per kanaalpassagex f 1,–165 50093 500– 72 000
Toegelicht bedragx f 1 000,–331187– 144
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–3 9125 1621 250

In het ressort CZMNED wordt voorts een deel van de uitgaven geraamd voor het onderhoud en herstel en herbevoorradingsartikelen van de patrouillevliegtuigen van het type P3-C Orion en de Lynx-helikopters van de Marine Luchtvaart Dienst. Daarnaast worden uitgaven geraamd voor onderhoud en herstel van schepen (inclusief SEWACO-systemen). De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 43,3 miljoen.

Tevens wordt voor oefeningen met geleide wapensystemen en geschut geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 2,6 miljoen.

Het decentraal beheerde deel van de uitgaven op het gebied van het onderhoud van gebouwen en terreinen alsmede de voorzieningen aan gebouwen en terreinen worden door dit ressort geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 1,9 miljoen.

Daarnaast worden diverse kleinere bedragen geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 3,1 miljoen.

Het ressort Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)

Het ressort Commandant der Zeemacht in het Caribisch (CZMCARIB) gebied bestaat uit:

– het commandement der zeemacht in het Caribisch gebied ten behoeve van het uitoefenen van operationeel en logistiek gezag en functionele bevoegdheden;

– de marinebasis Parera, de marinekazerne Suffisant en het vliegveld HATO-militair te Curaçao en de marinierskazerne Savaneta te Aruba;

– twee infanterie-compagnieën mariniers en een ondersteuningspeloton die deel uitmaken van het deels mobilisabele Vierde Mariniersbataljon;

– de Antilliaanse en Arubaanse militie;

– het transportschip Hr.Ms. Pelikaan;

– de radiostations in het Caribisch gebied.

Hoewel zij niet onder dit ressort vallen, heeft CZMCARIB eveneens de beschikking over:

– het stationschip met boordhelikopter en twee Orion maritieme patrouillevliegtuigen (CZMNED);

– het 336 squadron van de Koninklijke luchtmacht met de daartoe behorende twee F-27M's.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel4 1645 8671 70341%4 1645 8671 70341%
03.20.06 Militair personeel61 29980 03218 73331%61 29973 61312 31420%
03.20.07 Overige personele uitgaven4 4258 1743 74985%4 4257 4913 06669%
03.20.08 Materiële uitgaven12 00215 8933 89132%12 00221 2279 22577%
Totaal81 890109 96628 07634%81 890108 19826 30832%

Activiteitentoelichting

De Koninklijke marine is belast met de verdediging van de Nederlandse Antillen en Aruba. De defensie-inspanningen zijn er op gericht, naast de verdediging van het grondgebied van het Koninkrijk, een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de handel in drugs. Om hieraan uitvoering te geven omvatten de hoofdactiviteiten die CZMCARIB ontplooit, het inzetbaar houden en het inzetten van de ter beschikking gestelde operationele eenheden.

In 1998 zijn als belangrijkste activiteiten uitgevoerd:

Noodhulp: Een groot aantal personele en materiële middelen is ingezet bij het verlenen van noodhulp na passage van de orkanen «Georges» (Bovenwinden) en «Mitch» (Honduras en Nicaragua). Bij de operatie «Georges» liepen de operationele procedurelijnen met de landsoverheid op de Nederlands Antillen in het algemeen op zeer goede wijze.

Oefeningen en trainingen: er is deelgenomen aan twee grotere internationale amfibische oefeningen, te weten «Deux Tricolores» (met Franse eenheden) en «Unitas» (met Amerikaanse eenheden). De oefening «Carribean Fury» (met Britse eenheden) kon wegens de steunverlening als gevolg van de orkaan «Mitch» geen doorgang vinden. Eenheden van het 4e Mariniersbataljon hebben onder andere deelgenomen aan een jungle-training in Belize en aan de Carribean Command Competition.

Kustwacht: de organisatie-eenheden en de eenheden van defensie werden regulier ingezet in het kader van toezichthoudende- en opsporingstaken zoals vermeld in de Voorlopige Regeling Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Op 2 november is de kustwachtcutter «Jaguar» in dienst gesteld.

03.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CZMCARIB.

Het verschil tussen begroting en realisatie kent een toename in de uitgaven voor burgerpersoneel van f 1,7 miljoen. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door de aanpassing van de uitgavenniveaus aan het loonniveau 1998 (inclusief Pemba).

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n72764
– gemiddeld salarisx f 1,–57 83377 19719 364
– totale uitgavenx f 1000,–4 1645 8671 703

03.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CZMCARIB.

Het verschil tussen begroting en realisatie bedraagt voor militair personeel f 12,3 miljoen. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door de aanpassing van de uitgavenniveaus aan het loonniveau 1998 (inclusief Pemba). Tevens is rekening gehouden met de koersstijging van de Antilliaanse gulden. Daarnaast heeft een herschikking plaatsgevonden tussen de ressorts als gevolg van met name een andere werkelijke spreiding van de niet-beschikbaarheid van militair personeel en de toelagen (f 9,5 miljoen) plaatsgevonden.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n604589– 15
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n321320– 1
– gemiddeld salarisx f 1,–100 903135 83134 928
– totale uitgavenx f 1000,–32 39043 46611 076
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n283269– 14
– gemiddeld salarisx f 1,–84 93388 2043 272
– totale uitgavenx f 1000,–24 03623 727– 309
– Antarumilaantal vte'n176160– 16
– gemiddeld salarisx f 1,–27 68840 12512 438
– totale uitgavenx f 1000,–4 8736 4201 547
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–61 29973 61312 314

03.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en voorziening woonruimte.

Het verschil tussen begroting en realisatie bedraagt ongeveer f 3,0 miljoen. Dit verschil wordt onder andere veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden en de daaraanverbonden overheveling van budgetten (f 1,4 miljoen). Tevens heeft een overschrijding van het budget voor verplaatsen plaatsgevonden (f 1,2 miljoen).

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren3,43,2– 0,2
– bedrag per mensjaarx f 1,–71 00071 563563
– totale uitgavenx f 1000,–238229– 9
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)676665– 11
– gemiddeld per vtex f 1,–6 19410 9204 727
– totale uitgavenx f 1000,–4 1877 2623 075
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–4 4257 4913 066

Toelichting overige persoonsgebonden personele uitgaven

Het betreft hier uitgaven voor kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen, voorziening woonruimte en overige personele zaken. Bij CZMCARIB zijn de gemiddelde uitgaven per vte gestegen als gevolg van het overhevelen van budgetten onder gelijktijdige daling bij ressort Admiraliteit.

03.20.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier onder meer de uitgaven kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen en tot slot brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffen.

De hogere uitgaven (f 9,2 miljoen) worden onder andere veroorzaakt door extra onderhoudskosten voor de F-27M vliegtuigen (f 1,8 miljoen) als gevolg van toenemend onderhoud door veroudering, extra uitgaven voor informatiesystemen (f 2,8 miljoen), waardoor een millenniumprobleem is opgelost en een groot aantal diverse kleinere uitgaven.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)676665– 11
– gemiddeld per vtex f 1,–9 45720 74611 289
– totale uitgavenx f 1000,–6 39313 7967 403
Overige materiële uitgavenx f 1000,–5 6097 4311 822
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–12 00221 2279 225

Toelichting overige persoonsgebonden materiële uitgaven

De ramingen voor de persoonsgebonden materiële uitgaven zijn met ramingskengetallen toegelicht. Het betreft hier uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, data- en telecommunicatie, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, inventarisgoederen en klein materieel, geneeskundig materieel en overige materiële zaken. Het verschil tussen begroting en realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door extra aanschaffingen en aanpassingen van geautomatiseerde informatiesystemen in het kader van het oplossen van het millenniumprobleem.

Toelichting overige materiële uitgaven

Naast deze uitgaven worden binnen het ressort CZMCARIB onder meer geraamd de uitgaven op het gebied van onderhoud van gebouwen en terreinen. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 3,8 miljoen. Tevens worden de uitgaven voor het onderhoud en herstel en modificaties van de F-27 M vliegtuigen geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 2,2 miljoen. Tot slot worden enkele kleinere uitgavenposten geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 1,5 miljoen. Het verschil is met name veroorzaakt door de eerder genoemde stijging van de onderhoudsuitgaven voor de F-27M.

Het ressort Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS)

Het ressort Commandant van het Korps mariniers (CKMARNS) bestaat uit:

– het hoofdkwartier van CKMARNS;

– de groep operationele eenheden mariniers (GOEM), waarin de opera- tionele eenheden zijn ondergebracht met uitzondering van het Vierde Mariniersbataljon dat onder operationeel gezag staat van CZMCARIB. Tevens zijn in de GOEM ondergebracht het Eerste en Tweede Mariniersbataljon, het gevechtssteun bataljon, het logistieke bataljon en de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE);

– de marinierskazernes te Doorn, Rotterdam en Texel;

– het Mariniersopleidingscentrum;

– de mobilisabele eenheden waaronder het Derde Mariniersbataljon, de gevechtsveldreserve en de bewakingsdetachementen;

– de marinierskapel.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel2 3152 338231%2 3152 338231%
03.20.10 Militair personeel146 096158 70712 6119%146 096158 70812 6129%
03.20.11 Overige personele uitgaven8 83914 3815 54263%8 83914 1525 31360%
03.20.12 Materiële uitgaven19 23925 6036 36433%19 64525 7556 11031%
Totaal176 489201 02924 54014%176 895200 95324 05814%

Activiteitentoelichting

Het ressort Commandant van het Korps heeft als hoofdactiviteiten het inzetbaar maken en houden van de operationele eenheden en het uitvoeren van de opgedragen inzet.

In het jaar 1998 zijn als belangrijke activiteiten uitgevoerd:

Ernstoperaties: de gereedstelling van het 1e Mariniersbataljon en het Field Dressing Station, als onderdelen voor de strategische reserve voor SFOR en de gereedstelling van een mortiercompagnie , als onderdeel van de tactische reserve voor SFOR bleven gehandhaafd. Ook is een versterkt peloton met «Crowd and Riot Control» capaciteit onder het bevel van het KL-bataljon in Bosnië gesteld.

In het kader van de controle op het handelsembargo tegen Irak is een guardteam geleverd teneinde de uitvoering van de inspecties te kunnen garanderen. Dit guardteam was gestationeerd aan boord van Hr.Ms. Abraham van der Hulst.

Militaire bijstand: in verband met de wateroverlast is in september een compagnie van 2e Mariniersbataljon beschikbaar gesteld aan het Regionaal Militair Commando (RMC)-west en eind oktober zijn 150 mariniers beschikbaar gesteld aan het RMC-oost.

Noodhulp: in internationaal verband is noodhulp verleend in Honduras en Nicaragua na passage van de orkaan «Mitch». Het betrof hier de 11 Infanteriecompagnie, als onderdeel van het 45 CDO Royal Marines en de 22 Infanteriecompagnie aangevuld met een gedeelte van de Bootcompagnie.

Oefeningen en trainingen: er is door diverse eenheden intensief deelgenomen aan het opwerken van het nieuwe LPD Hr. Ms. Rotterdam.

Verder hebben GOEM-eenheden deelgenomen aan de volgende internationale oefeningen:

– «Green Wader» en «Cold Winter 98» (UK/NL Landing Force)

– «Strong Resolve 98»

– «Destined Glory»

– «Dynamic Response»

– «Urban Warrior»

– Joint Maritime Course 98/3 (UK)

Een compagnie van het 1e Mariniersbataljon heeft deelgenomen aan een bergtraining te Roemenië, door eenheden van het Gevechtsteunbataljon is deelgenomen aan cross-trainingen in Guyana, Kreta, België en Denemarken. Een peloton van 2 Mariniersbataljon heeft, als onderdeel van een Oostenrijkse compagnie, binnen een Duitse brigade deelgenomen aan een Partnership For Peace (PFP)-oefening in Roemenië.

03.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CKMARNS.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n3736– 1
– actief burgerpersoneelaantal vte'n3735– 2
– gemiddeld salarisx f 1,–62 32466 4864 161
– totale uitgavenx f 1000,–2 3062 32721
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n 11
– gemiddeld salarisx f 1,– 11 00011 000
– totale uitgavenx f 1000,–9112
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–2 3152 33821

03.20.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CKMARNS.

De confrontatie van begroting en realisatie geeft voor militair personeel een verschil van + f 12,6 miljoen. Dit verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de uitgavenniveaus zijn aangepast aan het loonniveau 1998 (inclusief Pemba, f 7,1 miljoen). Daarnaast heeft een herschikking plaatsgevonden tussen de ressorts (f 4,0 miljoen) als gevolg van met name een andere werkelijke spreiding van de niet-beschikbaarheid van militair personeel en de toelagen.

De begrote personele uitbreiding van de geplande 50 militairen in 1998 in het kader van de evaluatie van de Prioriteitennota (als onderdeel van de uitbreiding met 150 vte'n niet gehaald door een hoog verloop van personeel. De werving daarvan werd wel gehaald.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 3182 34325
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 1291 125– 4
– gemiddeld salarisx f 1,–70 74778 4817 734
– totale uitgavenx f 1000,–79 87388 2918 418
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n1 1891 21829
– gemiddeld salarisx f 1,–55 69657 8142 117
– totale uitgavenx f 1000,–66 22370 4174 194
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–146 096158 70812 612

03.20.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitsplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen en onderwijs.

Het verschil van + f 5,3 miljoen wordt met name veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden en de daaraanverbonden overheveling van budgetten. Het betreft hier onder andere de budgetten voor salaris gerelateerde uitgaven (f 4,4 miljoen).

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren02,32,3
– bedrag per mensjaarx f 1,–072 60972 609
– totale uitgavenx f 1000,–0167167
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)2 3552 37823
– gemiddeld per vtex f 1,–3 7535 8812 128
– totale uitgavenx f 1000,–8 83913 9855 146
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–8 83914 1525 313

Toelichting Overige persoonsgebonden personele uitgaven

Het betreft hier uitgaven voor kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen en overige personele zaken.

03.20.12 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier uitgaven voor onder andere de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen, brandstoffen, olie, smeermiddelen en bevoorrading.

Het verschil van + f 6,1 miljoen wordt met name veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden en de daaraan verbonden budgetten voor herbevoorrading.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)2 3552 37823
– gemiddeld per vtex f 1,–3 3012 894– 407
– totale uitgavenx f 1000,–7 7756 882– 893
Overige materiële uitgavenx f 1000,–11 87018 8737 003
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–19 64525 7556 110

Toelichting overige persoonsgebonden materiële uitgaven

De ramingen voor de persoonsgebonden materiële uitgaven zijn met ramingskengetallen toegelicht. Het betreft hier uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, milieu en inventarisgoederen en klein materieel.

Toelichting overige materiële uitgaven

Binnen het ressort CKMARNS worden onder meer geraamd de uitgaven van het onderhoud van gebouwen en terreinen, herbevoorradingsartikelen, de uitgaven voor het onderhoud en herstel van transportmiddelen, brandstoffen, olie en smeermiddelen en operationele zaken. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 18,8 miljoen. Daarnaast worden diverse kleinere uitgaven geraamd.

Het ressort Ondersteunende eenheden

Het ressort Ondersteunende eenheden bestaat uit de Marine-onderhouds-bedrijven, het Centrum voor Automatisering van Wapen- en Commando Systemen, het Centrum voor Advisering, Bedrijfsvoering en Informatietechnologie Services (Cabis), de opleidingsinstellingen van de Koninklijke marine en de geneeskundige eenheden voor zover niet vallend onder het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf van het Defensie Interservice Commando (Dico).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel186 054189 4323 3782%186 054189 4323 3782%
03.20.14 Militair personeel147 105140 155– 6 950– 5%147 105140 155– 6 950– 5%
03.20.15 Overige personele uitgaven23 26632 5009 23440%23 26639 30016 03469%
03.20.16 Materiële uitgaven88 241185 28897 047110%88 241184 12095 879109%
Totaal444 666547 375102 70923%444 666553 007108 34124%

Activiteitentoelichting

De activiteiten van het ressort Ondersteunende Eenheden zijn er op gericht voorwaarden te scheppen zodat de eenheden van de Koninklijke marine in materieel en in personeel opzicht kunnen voldoen aan de vereiste operationele doelstellingen.

Marinebedrijven

Als uitvloeisel van de doelmatigheidsoperatie is besloten tot het vormen van één onderhoudsbedrijf voor de Koninklijke marine. Het nieuwe bedrijf zal bestaan uit de Rijkswerf, het Sewaco-bedrijf en het MEOB-Oegstgeest. De drie bedrijven zijn eind 1997 bestuurlijk samengevoegd. De volgende fase betreft de reorganisatie naar de beoogde eindsituatie. In 1998 zijn verdere voorbereidingen getroffen om te komen tot één managementcontract.

Voor zover de huidige infrastructurele voorzieningen dat mogelijk maken heeft een deel van overheveling van werkzaamheden van Oegstgeest naar Den Helder reeds in 1998 plaatsgevonden. Het overgrote deel van de werkzaamheden kan evenwel pas van Oegstgeest naar Den Helder verplaatst worden als er nieuwbouw beschikbaar is. De verplaatsing zal naar huidige verwachting in de loop van 2000 geschieden.

In 1997 is ter verbetering van de bedrijfsvoering de herstructurering van de herbevoorradingsorganisatie Koninklijke marine doorgevoerd. Deze herstructurering betreft een samensmelting van de deelprocessen bevoorrading en onderhoud tot het proces instandhouding. De verantwoordelijkheden voor het bevoorradingsproces zijn daarbij neergelegd bij de directeur van het Marinebedrijf. De implementatie resulteert in een meer doorzichtige en meer productgerichte organisatie met eenduidige verantwoordelijkheden en bevoegdheden. In dit kader zijn in 1998 budgetten overgeheveld van het ressort Admiraliteit naar het ressort Ondersteunende eenheden.

In 1997 is bij de Rijkswerf en het SEWACO-bedrijf een proefneming gestart om de aansturing door de bevelhebber te laten plaatsvinden door middel van een integraal bedrijfsvoeringsbudget inclusief verruiming van bijbehorende bevoegdheden op personeels- en organisatiegebied (mandaat-regeling P&O-bevoegdheden). In 1998 is een eerste audit uitgevoerd naar de toepassing en werking van dit beleidsinstrument. Hoewel de eerste resultaten positief waren, kon in 1998 nog niet van concluderende ervaring worden gesproken. De proefneming wordt in 1999 voortgezet.

Scholen

In 1998 zijn verdere voorbereidingen getroffen om de opleidingseenheden in 2000 samen te brengen in één RVE onder de DPKM. Deze RVE zal dan alle opleidingen omvatten met uitzondering van het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM), de KM-opleidingen verzorgd door het Instituut Defensie Leergangen (IDL), de geneeskundige opleidingen, de rij-opleidingen en het Mariniersopleidingscentrum (MOC).

De opleiding Logistieke Dienst Verzorging is in 1997 samengevoegd met de Commissariaatsschool van de Belgische Marine. In 1998 is verder gestalte gegeven aan de integratie van de lesprogramma's.

03.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort Ondersteunende eenheden.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 6092 6112
– actief burgerpersoneelaantal vte'n2 5632 557– 6
– gemiddeld salarisx f 1,–71 56873 0911 523
– totale uitgavenx f 1000,–183 429186 8933 464
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n46548
– gemiddeld salarisx f 1,–57 06547 019– 10 047
– totale uitgavenx f 1000,–2 6252 539– 86
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–186 054189 4323 378

03.20.14 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort Ondersteunende eenheden.

De realisatie voor het militair personeel ten opzichte van de begroting laat een onderrealisatie van f 6,9 miljoen zien. Deze onderrealisatie is per saldo het gevolg van herschikking en compensatie van het loonniveau en Pemba. Daarnaast heeft een herschikking plaatsgevonden tusssen de ressorts als gevolg van met name een andere werkelijke spreiding van de niet-beschikbaarheid van militair personeel en toelagen. Door inbesteding van logistieke werkzaamheden heeft uitbreiding van de begrotingssterkte plaatsgevonden.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 3822 219– 163
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 8561 727– 129
– gemiddeld salarisx f 1,–67 11069 9002 790
– totale uitgavenx f 1000,–124 556120 718– 3 838
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n526492– 34
– gemiddeld salarisx f 1,–42 86939 506– 3 363
– totale uitgavenx f 1000,–22 54919 437– 3 112
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–147 105140 155– 6 950

03.20.15 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De uitgaven hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleiding, representatie en inhuur van tijdelijk personeel.

De confrontatie van begroting en realisatie geeft een verschil van + f 16,0 miljoen. Dit verschil bestaat voor f 4,8 miljoen uit decentralisatie van budgetten in het kader van het overhevelen van taken en bevoegdheden. Om de continuiteit van het MEOB-Oegstgeest, ondanks het personeelsverloop, tot de verhuizing te kunnen waarborgen alsmede om de pieken in het werkaanbod van overige ondersteunende eenheden te kunnen opvangen is f 7,3 miljoen meer uitgegeven aan de inhuur van personeel. Daarnaast is voor nieuwe contractanten (onder andere bij MEOB-Oegst- geest) f 1,2 miljoen extra uitgegeven aan onderwijs en opleidingen.

Bij dit artikelonderdeel zijn in het algemeen de uitgaven gelijk aan de verplichtingen. Bij het opstellen van de verplichtingenbegroting is dat als uitgangspunt gehanteerd. Uit de tabel blijkt dat het realisatieniveau van de verplichtingen lager is dan het realisatieniveau van de uitgaven, te weten f 6,8 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat een aantal verplichtingen, met uitgaven in 1998 en latere jaren, al in 1997 zijn aangegaan. Naast een reeks kleinere verplichtingen is met name de verplichting voor inhuur van personeel voor onderhoud van schepen (oppervlakte-behandelaars) in 1997 afgesloten voor f 6,6 miljoen, waarvan in 1998 f 2,7 miljoen is uitgegeven.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren185,1267,982,8
– bedrag per mensjaarx f 1,–71 00072 0751 075
– totale uitgavenx f 1000,–13 14219 3096 167
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)4 9454 830– 115
– gemiddeld per vtex f 1,–2 0474 1392 092
– totale uitgavenx f 1000,–10 12419 9919 867
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–23 26639 30016 034

Toelichting overige persoonsgebonden personele uitgaven

Het betreft hier uitgaven voor kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, representatie, onderwijs en opleidingen en overige personele zaken. De hogere realisatie van de gemiddelde uitgaven per vte is het gevolg van het decentraliseren van budgetten onder gelijktijdige verlaging bij het ressort Admiraliteit.

03.20.16 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikel komen de materiële uitgaven gedaan anders dan personele uitgaven. Dit zijn onder meer de uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, herbevoorrading, onderhoud en herstel van materieel, gebouwen en terreinen, milieu, uitbesteding aan O-, I- en A-deskundigen en uitgaven voor het oplossen van millenniumproblemen.

Het verschil op dit artikelonderdeel, + f 95,8 miljoen, bestaat voor een belangrijk deel uit de decentralisatie van budgetten en de bijbehorende bevoegdheden van onder andere de herbevoorradingsbudgetten (f 57 miljoen) en de overheveling van kleine bedrijfsmatige investeringen die voorheen op het investeringsartikel werden geraamd en verantwoord (f 16,2 miljoen).

Voor de herbevoorrading van de vloot is f 22,2 miljoen meer uitgegeven dan geraamd. Dit houdt voor een deel verband met het op het gewenste niveau brengen van de voorraden. De budgetten voor herbevoorrading zijn de afgelopen jaren te krap gesteld ten opzichte van de magazijn onttrekkingen waardoor te veel is ingeteerd. Voorts is de verhoging veroorzaakt doordat voor de afgelopen jaren in dienst gestelde schepen (M-fregatten en Hr. Ms. Amsterdam) meer is uitgegeven dan aanvankelijk was voorzien. Dit laatste heeft een structureel karakter.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren0,73,12,4
– bedrag per mensjaarx f 1,–237 600260 64523 045
– totale uitgavenx f 1000,–170808638
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)4 9454 830– 115
– gemiddeld per vtex f 1,–5 0849 3314 247
– totale uitgavenx f 1000,–25 14145 06719 926
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–25 31145 87520 564
Overige materiële uitgavenx f 1000,–62 930138 24575 315
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–88 241184 12095 879

Toelichting O-, I- en A-deskundigheid

Enkele advieswerkzaamheden op het gebied van de automatisering en de bedrijfsvoering werden uiteindelijk toch uitbesteed in verband met het ontbreken van de specifieke kennis.

Toelichting persoonsgebonden materiële uitgaven

Het betreft hier uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, milieu en overige materiële zaken. Het verschil wordt met name veroorzaakt door het reeds eerder vermelde effect van het decentraliseren van budgetten onder gelijktijdige daling bij het ressort Admiraliteit.

Toelichting volumegegeven overige materiële uitgaven

Binnen het ressort Ondersteunende eenheden worden onder meer de uitgaven voor het onderhoud en herstel van schepen en de herbevoorradingsuitgaven geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 132,2 miljoen. Tevens worden de uitgaven op het gebied van het onderhoud van gebouwen en terreinen alsmede de voorziening aan gebouwen en terreinen ten behoeve van het ressort Ondersteunende eenheden geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 5,1 miljoen. Tot slot worden diverse kleinere uitgaven geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 0,7 miljoen. Het verschil wordt met name veroorzaakt door het reeds eerder vermelde effect van het decentraliseren van budgetten onder gelijktijdige daling bij het ressort Admiraliteit.

Prestatie-indicatoren

Benoemd onderhoudBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Aantal meerjaarlijks onderhoud (MJO's)4,24,20
Aantal tussentijds onderhoud (TTO's)6,36,30
Incidenteel onderhoudBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Aantal reparatie-orders11 74311 7430
Engineering (x aantal uren)Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Marinebedrijf204 589182 449– 22 140
Opleidingen (in aantallen leerlingen)Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Initiële opleidingen1 4811 163– 318
Loopbaanopleidingen722697– 25
Functie-opleiding24 22020 640– 3 580
Publicaties (in aantallen)Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
KIM1551550

Het ramingsbedrag in de begroting 1998 voor engeneering is gebaseerd op gemiddelden uit het verleden. De realisatie ten opzichte van deze bedragen blijkt nu achter te blijven.

Het ressort Admiraliteit

Het ressort Admiraliteit bestaat uit de Marinestaf, de Directie Materieel, de Directie Personeel en de Directie Economisch Beheer en hun bijzondere organisatie eenheden (Hydrografie, Sociaal Medische Dienst en Audiovisuele Dienst).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel59 89665 1845 2889%59 89665 1845 2889%
03.20.18 Militair personeel98 661119 52420 86321%98 661119 52420 86321%
03.20.19 Overige personele uitgaven95 95148 669– 47 282– 49%96 94154 690– 42 251– 44%
03.20.20 Materiële uitgaven343 899283 925– 59 974– 17%346 193301 083– 45 110– 13%
Totaal598 407517 302– 81 105– 14%601 691540 481– 61 210– 10%

Activiteitentoelichting

De activiteiten van het ressort Admiraliteit omvatten:

– het voeren van het operationele beleid van de Koninklijke marine;

– het doen functioneren van de militaire eenheden en inrichtingen voorzover die onder de Admiraliteit zijn gesteld, in onderlinge samenhang en elk afzonderlijk ter uitvoering van de opgedragen taken in vredestijd en in geval van oorlogsvoorbereiding;

– het voeren van een personeelsbeleid en het onderhouden van een personeel-logistiek proces, dat er op gericht is de organisatie, te allen tijde en in alle omstandigheden te doen beschikken over de gewenste hoeveelheid voor zijn taak berekend en gemotiveerd personeel;

– het voeren van een materieelsbeleid gericht op de materieel-logistieke processen;

– het bevorderen en bewaken van de doelmatigheid door het vormgeven aan het uitvoeren van het financieel-economisch beleid en het toetsen van de rechtmatigheid van de bestedingen;

– het voeren van een bedrijfsvoeringsen automatiseringsbeleid.

Aan deze activiteiten is ook in 1998 uitvoering gegeven.

03.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het burgerpersoneel van het ressort Admiraliteit.

Het verschil tussen begroting en realisatie bedraagt voor burgerpersoneel + f 5,3 miljoen hetgeen vooral wordt veroorzaakt door de aanpassing van de uitgavenniveaus aan het loonniveau 1998 (inclusief Pemba).

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n70473733
– actief burgerpersoneelaantal vte'n69472329
– gemiddeld salarisx f 1,–85 38889 1873 799
– totale uitgavenx f 1000,–59 25964 4825 223
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n10144
– gemiddeld salarisx f 1,–63 70050 143– 13 557
– totale uitgavenx f 1000,–63770265
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–59 89665 1845 288

03.20.18 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het militair personeel van het ressort Admiraliteit.

Het verschil tussen begroting en realisatie bedraagt voor militair personeel + f 20,9 miljoen. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door de aanpassing van de uitgavenniveaus aan het loonniveau 1998 (inclusief Pemba, f 5,0 miljoen). Daarnaast heeft een herschikking tussen de ressorts als gevolg van een verandering in de spreiding van de niet-beschikbaarheid van militair personeel en toelagen (f 8,8 miljoen) plaatsgevonden en een aantal kleinere mutaties van per saldo f 7,1 miljoen.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n1 0911 237146
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n853978125
– gemiddeld salarisx f 1,–100 283108 2407 958
– totale uitgavenx f 1000,–85 541105 85920 318
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n23825921
– gemiddeld salarisx f 1,–55 12652 761– 2 365
– totale uitgavenx f 1000,–13 12013 665545
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–98 661119 52420 863

03.20.19 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De uitgaven hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, representatie, geneeskundige verzorging, overige personele zaken, persoonsgebonden toelagen en uitkeringen, vliegopleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.

De mutatie op dit artikelonderdeel, – f 37,1 miljoen, is het gevolg van decentralisatie, naar de diverse ressorts en ondersteunende eenheden, van onder andere de uitgaven voor inhuur tijdelijk personeel, voeding, haven-, sluis-, en loodsgelden, verplaatsen en persoonsgebonden toelagen en uitkeringen.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren40,333,8– 6,5
– bedrag per mensjaarx f 1,–71 00072 1601 160
– totale uitgavenx f 1000,–2 8622 439– 423
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de Admiraliteitaantal vte'n (bp en mp)1 8241 974150
– gemiddeld per vtex f 1,–4 3374 177– 160
– totale uitgavenx f 1000,–7 9108 245335
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de gehele Koninklijke marineaantal vte'n (bp en mp)17 45017 650200
– gemiddeld per vtex f 1,–4 6422 493– 2 149
– totale uitgavenx f 1000,–81 00844 006– 37 002
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–91 78054 690– 37 090

Toelichting overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de Admiraliteit

Het betreft hier de uitgaven voor reizen, verplaatsen van het ressort Admiraliteit.

Toelichting overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de gehele Koninklijke marine

De ramingen betreffen zowel die voor het ressort Admiraliteit als de nog niet gedecentraliseerde uitgavenbudgetten ten behoeve van de gehele Koninklijke marine.

Het betreft hier de uitgaven voor kleding en uitrusting, voeding, representatie, persoonsgebonden toelagen en uitkeringen, onderwijs en opleiding, vliegopleidingen, geneeskundige verzorging en overige personele zaken. Het verschil is het gevolg van het reeds eerder vermelde effect van het decentraliseren van budgetten.

03.20.20 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven verantwoord. Dit zijn onder meer de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, geneeskundig materiaal, bevoorrading, munitie, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van materieel, gebouwen en terreinen, zaken van operationele aard, uitbestedingen aan O-, I- en A-deskundigen, B.T.W., invoerrechten en accijnzen, milieu, brandstoffen, olie en smeermiddelen alsmede uitgaven voor het oplossen van millenniumproblemen.

De onderrealisatie op dit artikelonderdeel van f 45,1 miljoen is met name veroorzaakt door de decentralisatie van budgetten voor herbevoorrading. Hierdoor dalen de uitgaven op dit artikelonderdeel met – f 57 miljoen. Ten behoeve van het verkoopgereed maken van fregatten voor de Verenigde Arabische Emiraten is voor onderhoud f 5,6 miljoen extra uitgegeven. De onderhoudsinterval voor het hoger onderhoud aan Orion-vliegtuigen is gedurende 1998 teruggebracht van 72 naar 48 maanden, hetgeen op langere termijn doelmatiger is. In 1998 echter is hierdoor f 9,8 miljoen extra uitgegeven.

Voor de verplichtingen, die de uitgaven volgen, geldt dat het contract voor de initiële investering en het onderhoud aan het indringer detectiesysteem van de walinrichtingen dit jaar niet is gerealiseerd (– f 21,0 miljoen). In combinatie met een aantal kleinere mutaties resulteert dit in een totale onderrealisatie van f 60,0 miljoen op de verplichtingen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren12,54,1– 8,4
– bedrag per mensjaarx f 1,–237 600254 14616 546
– totale uitgavenx f 1000,–2 9601 042– 1 918
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)17 45017 650200
– gemiddeld per vtex f 1,–6 8296 361– 469
– totale uitgavenx f 1000,–119 171112 266– 6 905
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–122 131113 308– 8 823
Overige materiële uitgavenx f 1000,–224 062187 775– 36 287
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–346 193301 083– 45 110

Toelichting persoonsgebonden materiële uitgaven

Het betreft hier de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, bestuurlijke informatiesystemen, data en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, geneeskundig materieel, trainingssystemen, herbevoorrading van persoonsgebonden artikelen, milieu en overige materiële zaken die ten behoeve van de gehele Koninklijke marine worden beheerd door het ressort Admiraliteit. De toelichting op het verschil staat in de hiervoor vermelde tekst.

Toelichting overige materiële uitgaven

Specifieke gegevens materiële uitgaven

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Brandstoffen, olie en smeermiddelencums    
– gasolie schepenx 1 000 m384,976,9– 8,0
– kerosine patrouillevliegtuigenx 1 000 m316,110,2– 5,9
– helikopterbrandstofx 1 000 m32,52,0– 0,5
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–34 55332 861– 1 692

Het brandstofverbruik is in 1998 lager geweest dan geraamd aangezien er over de hele linie minder gevaren en gevlogen is. De ramingen voor brandstoffen, olie en smeermiddelen en de overige zaken van operationele aard zijn met ramingskengetallen toegelicht. Naast deze uitgaven worden binnen het ressort Admiraliteit onder meer geraamd de uitgaven voor het onderhoud en herstel van het materieel en de herbevoorrading. De in omvang belangrijkste posten betreffen het onderhoud en het herstel van de fregatten en bevoorradingsschepen, de onderzeeboten en de mijnenbestrijdingsvaartuigen. Delen hiervan worden bij het ressort ondersteunende eenheden geraamd. De geraamde bedragen worden grotendeels bepaald door de omvang van de vloot, de leeftijd van de verschillende schepen en het Vaar- en onderhoudsplan. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 37,3 miljoen.

Ook de uitgaven voor het onderhoud en herstel en de herbevoorrading van het bewapeningsmaterieel, de uitgaven op het gebied van onderhoud en herstel en herbevoorrading van het elektronisch en nautisch materieel worden in dit ressort geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 26,1 miljoen. Het niet bij het ressort CZMNED ondergebracht deel van de uitgaven voor het onderhoud en herstel van de maritieme patrouillevliegtuigen van het type P3C-Orion en de Lynx-helikopters van de Marine Luchtvaart Dienst wordt binnen het ressort Admiraliteit geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 17,3 miljoen.

De uitgaven voor munitie voor het Korps Mariniers, Oto Melara-kanons van de fregatten en overige scheeps- en vliegtuigmunitie, voor zover aangeschaft voor oefendoeleinden, worden binnen het ressort Admiraliteit geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 17,4 miljoen.

Binnen het ressort Admiraliteit worden delen van de uitgaven op het gebied van onderhoud van gebouwen en terreinen alsmede de voorzieningen aan gebouwen en terreinen geraamd. Daarnaast worden hier de uitgaven geraamd met betrekking tot de ondergrondse infrastructuur, zoals rioleringen en pijpleidingen, alsmede de kleine renovatieprojecten. De hoogte van de uitgaven is mede afhankelijk van de mogelijkheid om nieuwbouwinvesteringen te plegen. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 42,8 miljoen. De bedragen voor B.T.W. die niet kunnen worden toegerekend aan specifieke uitgaven, worden binnen het ressort Admiraliteit opgenomen. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 12,7 miljoen. Daarnaast worden kleinere uitgaven geraamd. De uitgaven hiervoor in 1998 bedragen f 2,0 miljoen.

Artikelonderdeel 03.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke marine. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd en verantwoord die uit het sociaal beleidskader (SBK) voortvloeien.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal306243– 63
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–48 15448 198– 44
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–14 73511 712– 3 023
Reguliere wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal12668– 58
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–37 35740 8533 496
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–4 7072 778– 1 929
Overige wachtgelden burgerpersoneelx f 1 000,–03 5183 518
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal1716– 1
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–16 52943 50026 971
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–281696415
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal326199– 127
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–26 76122 015– 4 746
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–8 7244 381– 4 343
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal4739– 8
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–30 42627 923– 2 503
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–1 4301 089– 341
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–4 4805 434954
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–34 35729 608– 4 749

Toelichting op de verschillen

In 1998 zijn als gevolg van vertragingen bij de uitvoering van reorganisaties beduidend minder burgerwerknemers ingestroomd in de regelingen van het SBK/UBMO dan geraamd. Naast een lager dan geraamde instroom is bij de «overige wachtgelden burgerpersoneel» de anticumulatie (de korting op de uitkering in verband met bijverdiensten) met 30% afgenomen. Bovendien heeft een aantal militairen gebruik gemaakt van de regeling met betrekking tot het vertrek met een afkoopsom van het wachtgeld, hetgeen eveneens doorwerkt in de hoogte van de middensom.

Ondanks een 20% hoger aantal reguliere contractbeëindigingen is de instroom BBT'ers in de voor hun bestemde werkloosheidsvoorziening met 30% afgenomen. Aangenomen wordt dat een intensieve begeleiding en een krappe arbeidsmarkt ervoor hebben gezorgd dat van deze voorziening minder gebruik werd gemaakt.

De hoger dan geraamde realisatie van de uitvoeringskosten USZO is te wijten aan het langer op basis van lumpsum verrekenen van de verrichtingen van USZO. De beoogde besparing met de overstap op kostprijsrekeningen per produkt is niet gerealiseerd.

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1998Realisatie 1999Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement280172– 108
– Verplaatsen10045– 55
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel14 73511 712– 3 023
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel281696415
– BDOS plaatsingen burgerpersoneel2 2241 625– 599
– BDOS plaatsingen militair personeel960910– 50
Totaal Sociaal Beleidskader18 58015 160– 3 420

03.21 Subsidies en bijdragen

Ten laste van dit artikel worden uitgaven geraamd voor subsidies en bijdragen. Deze worden verleend aan instanties die activiteiten uitvoeren die het belang van de Koninklijke marine direct of indirect dienen. De doelstellingen van deze instanties zijn uiteengezet in bijlage 6 (de subsidiebijlage) van de ontwerpbegroting 1998.

In het algemeen is het subsidiebeleid van de Koninklijke marine gericht op het subsidiëren van activiteiten van stichtingen en verenigingen die een relatie hebben met de personeelszorg en een nautische band met de organisatie hebben. Periodiek wordt geëvalueerd of de doelstelling(en) van de stichtingen of verenigingen nog in overeenstemming zijn met de wensen van de Koninklijke marine.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.21.01 Subsidies648333– 315– 49%648333– 315– 49%
03.21.02 Bijdragen200196– 4– 2%200196– 4– 2%
Totaal848529– 319– 38%848529– 319– 38%

Toelichting op de verschillen

De instanties aan wie in 1998 subsidie is verleend, hebben door uitvoering van hun activiteiten bijgedragen aan de directe en indirecte belangenbehartiging van de Koninklijke marine. De activiteiten van de militaire tehuizen in de Nederlandse Antillen en Aruba zijn in 1998, in het kader van verbeterde bedrijfsvoering, meer gericht op de te verrichten prestaties voor CZMCARIB. In het kader hiervan is het grootste deel van het aan de Stichting Militaire Tehuizen Overzee toekomende bedrag uit de subsidieregeling genomen en overgeheveld naar CZMCARIB.

03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen en vervanging van verouderd materieel door modern, hoogwaardig materieel. De nadruk ligt op investeringen ten behoeve van luchtverdediging, mijnenbestrijding, onderzeebootbestrijding in kustwateren en vergroting van de strategische mobiliteit bij inzet voor crisisbeheersingsoperaties.

De investeringsprojecten PAM en CUP-Orion zijn in 1998 als gevolg van een langere voorbereidingstijd vertraagd. Dit jaar is wel de kiel gelegd van het eerste van een serie van vier LCF-fregatten. Hiermee is de basis gelegd voor de verbetering van de luchtverdediging. Tevens is de strategische mobiliteit bij inzet voor crisisbeheersingsoperaties vergroot door de indienstneming van het Landing Platform Dock (LPD) Hr.Ms. Rotterdam.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Schepen210 300796 926586 626279%530 537412 228– 118 309– 22%
Vliegtuigen325 3212 764– 322 557– 99%28 54710 132– 18 415– 65%
Elektronisch materieel94 00046 312– 47 688– 51%56 06021 157– 34 903– 62%
Munitie76 0008 427– 67 573– 89%22 9424 192– 18 750– 82%
Overig groot materieel76 83297 16320 33126%104 494113 1178 6238%
Infrastructuur98 57867 896– 30 682– 31%99 58983 757– 15 832– 16%
Totaal881 0311 019 488138 45716%842 169644 583– 197 586–  23%

Artikelonderdeel schepen

Een aantal projecten van in het bijzonder het LCF-fregatten project kende een verschuiving van de verplichtingsmomenten als gevolg van een vertraging in de verwerving van systemen. Voor PAM geldt dat complexe nieuwe technieken, internationale harmonisatie en vertragingen van leveringen door leveranciers hebben geleid tot verschuiving van betalingsmomenten.

Project fregatten van De Zeven Provinciën-klasse (LCF-fregattten)

Op 2 maart 1998 is bij de Koninklijke Schelde Groep (KSG) de bouw begonnen van het eerste fregat van een serie van vier, die de twee geleide wapenfregatten van de Tromp-klasse en twee van de vier resterende standaardfregatten gaan vervangen. De begrote verplichtingen voor dit project bedroegen f 155,2 miljoen. Uiteindelijk is f 724,4 miljoen gerealiseerd. Dit is met name veroorzaakt door het later aangaan van verplichtingen voor een aantal deelprojekten zoals de SMART-L lange afstand waarschuwingsradar (f 86,2 miljoen) en de Active Phased Array Radar (APAR, f 311,8 miljoen), Combat Direction System (CDS, f 144,0 miljoen), de sonarsystemen en de datahandlingsystemen. Het aangaan van deze verplichtingen was aanvankelijk gepland in 1997.

De begrote uitgaven waren f 343,9 miljoen, uiteindelijk is f 346,5 miljoen gerealiseerd. Hetgeen neerkomt op een mutatie van + f 2,6 miljoen. Op de diverse deelprojecten hebben zich verschuivingen van geplande betaalmomenten voorgedaan:

– Luchtverdediging – f 18,9 miljoen

– Harpoon – f  3,3 miljoen

– RPZO – f  9,7 miljoen

– Boordreserve – f  7,3 miljoen

– Overige kleine deelprojecten – f  4,2 miljoen

– Bouwmeester + f 15,4 miljoen

– APAR + f  5,9 miljoen

– SMART-L + f 24,7 miljoen

Totaal + f  2,6 miljoen

De mutatie op het bouwmeestercontract is inclusief f 15 miljoen aan de KSG uitbetaalde voorcalculatorische winst in het kader van de overeengekomen tijdelijke financiële ondersteuning.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit

Het project aanpassing mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM) betreft het samenvoegen van de eerdere projecten «Vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit Dokkum-klasse» en «Capability Upkeep Program Alkmaar-klasse». De instandhouding van de hydrografische capaciteit is eveneens onderdeel van dit project.

Complexe nieuwe technieken, internationale harmonisatie en vertragingen van leveringen door leveranciers zijn er onder andere debet aan dat planningen niet tijdig werden gerealiseerd. Hierdoor bleef eveneens de realisatie van de uitgaven achter op de ontwerpbegroting. Per saldo waren de uitgaven f 114,0 miljoen lager dan begroot. Van de begrote verplichtingen van f 30,4 miljoen kwam in 1998 f 6,7 miljoen tot realisatie.

Artikelonderdeel vliegtuigen

De verschillen in de verplichtingen zijn met name te verklaren doordat verwervingsvoorbereiding van de pre-produktie- en produktiefase voor de NH-90 achterloopt op de planning (f 74,3 miljoen) en dat het project CUP-Orion met een jaar is vertraagd (f 244,8 miljoen).

Het verschil in de uitgaven wordt met name veroorzaakt door vertraging in de projectplanning bij de NH-90 (f 11,4 miljoen) en vertraging van de afronding van de voorstudie voor de CUP-Orion (f 5,6 miljoen)

Project NH-90

Het projekt NH-90 betreft de ontwikkeling, de produktie en de ingebruikname van twintig helikopters ter vervanging van de 22 Lynx-helikopters door 20 NH-90 helikopters. Het projekt wordt uitgevoerd in samenwerking met Duitsland, Frankrijk en Italië. Het project bevindt zich sinds 1992 in de Design & Development-fase.

De begrote verplichtingen voor dit project waren f 76,1 miljoen, waarvan uiteindelijk f 2,6 miljoen is gerealiseerd als gevolg van het feit dat de verwervingsvoorbereiding van de pre-produktie- en produktiefase van het projekt NH-90 niet is afgerond in 1998.

De begrote uitgaven voor dit project waren f 21,4 miljoen, waarvan uiteindelijk f 9,8 miljoen is gerealiseerd. Dit is het gevolg van vertraging in de ontwerp- en ontwikkelfase van het NH-90 project, die hebben geleid tot een aanpassing van het betalingsschema aan de actuele voortgang. Tevens is de verwervingsvoorbereiding van de pre-produktie en produktiefase niet afgerond in 1998.

Project CUP Orion

Het CUP-Orion is een programma ter verbetering van de capaciteit ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties en het vervangen van verouderde apparatuur.

De begrote uitgaven voor dit project waren f 5,6 miljoen, die uiteindelijk niet zijn gerealiseerd. Dit werd veroorzaakt door het feit dat de afronding van de voorstudie langer heeft geduurd dan was voorzien aangezien in het kader van doelmatigheid zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij soortgelijke programma's van de bondgenoten. Als gevolg hiervan zijn de betaalmomenten aangepast.

Artikelonderdeel elektronisch materieel

Het verschil in realisatie van de verplichtingen wordt per saldo veroorzaakt door:

– de actualisering van de projectplanning van de militaire satelliet-communicatie en de daaraan verbonden herfasering van de verwervingsmomenten (– f 33,4 miljoen);

– de aanpassingen van de verplichtingen voor de radio-, peil-, zoek- en ontvangstapparatuur en de 99-kanaals sonoboei ontvanger van de P3-C Orion naar aanleiding van de vertraging in de betreffende voorstudie (– f 27,2 miljoen);

– een toename van de verplichtingen werd veroorzaakt door de verwerving van communicatie apparatuur voor het Korps mariniers met het oog op mogelijke deelname aan de VN-operatie MINURSO in de Westelijke Sahara (+ f 19,6 miljoen) en

– de verschuiving van een aantal verplichtingsmomenten van een groot aantal overige projecten.

Het verschil in de realisatie van de uitgaven bij de diverse projecten werd voornamelijk veroorzaakt door vertragingen in de voorstudies, aanbestedings- en ontwerpfases van onder andere MILSATCOM (f 2,4 miljoen), OB-trainer Operationele school (f 5,6 miljoen) en communicatie-apparatuur voor de vloot (f 4,2 miljoen) en nog een groot aantal kleinere projecten van in totaal f 23,0 miljoen.

Project Verbeterd Actief Onderzeeboot Bestrijdingssysteem (ATAS)

Het Active Towed Array System (ATAS) is bedoeld voor het verbeteren van de actieve opsporingscapaciteit onder andere bij de meer complexe onderzeebootbestrijdingsoperaties dicht bij land en in ondiep water. Het voornemen bestaat de M-fregatten met deze systemen uit te rusten. Het project bevindt zich in een gecombineerde voorstudie/studiefase.

In 1998 zijn geen verplichtingen als raming opgenomen. Hierdoor is het gehele project vertraagd. Er zijn in 1998 geen uitgaven voor dit project gerealiseerd.

Project Local Area Missile System (LAMS)

Het project LAMS is een ontwikkelingsproject met een viertal onderdelen. Deze vormen de kern van het luchtverdedigingssysteem van het LCF. Het lange afstand infrarood rondzoek- en volgsysteem (SIRIUS)-project is als onderdeel van het Local Area Missile System (LAMS) vertraagd, doordat de door de Canadese overheid te leveren componenten niet tijdig beschikbaar waren.

Ondanks het feit dat er geen verplichtingen geraamd zijn voor dit project in de ontwerpbegroting, is er voor f 1,9 miljoen aan verplichtingen gerealiseerd. De begrote uitgaven voor dit project waren f 5,3 miljoen, waarvan uiteindelijk om bovengenoemde reden f 0,5 miljoen is gerealiseerd.

Project MILSATCOM

Dit project voorziet in de krijgsmachtbrede behoefte aan satellietcommunicatiecapaciteit voor militair gebruik. Het budget is op basis van verbruikseenheden volgens een vaste verdeelsleutel aan de krijgsmachtdelen toegerekend, waarbij de Koninklijke marine is belast met de uitvoering van dit project.

De begrote verplichtingen voor dit project waren f 33,8 miljoen, waarvan uiteindelijk f 0,4 miljoen is gerealiseerd als gevolg van de actualisering van de projektplanning en de daaruit voortvloeiende herfasering van de verwervingsmomenten. De begrote uitgaven voor dit project waren f 2,4 miljoen, waarvan uiteindelijk f 0,2 miljoen is gerealiseerd.

Artikelonderdeel munitie

De verschillen in de uitgaven en verplichtingen zijn voornamelijk te verklaren als gevolg van wijzigingen in het verbruik en de voorraadvorming van munitie. Hierdoor zijn wijzigingen in investeringsschema's van een aantal deelprojecten uitgevoerd. De oorlogsvoorraden zijn gebaseerd op de door de Navo opgestelde normen (Nato Stockpile Guidance). Evaluatie daarvan heeft geleid tot bijstelling van de normen van de oorlogsvoorraden van diverse munitiesoorten. De realisatie is bijgesteld, rekening houdend met de eerder genoemde geldende normen.

Artikelonderdeel overig groot materieel

De overrealisatie van de verplichtingen ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn per saldo het gevolg van aanvankelijk niet geraamde verplichtingen die zijn aangegaan voor met name de EOV Zuiderkruis (f 2,5 miljoen), het SRBOC (f 5,5 miljoen), Waarnemings- en nachtzichtapparatuur (f 1,4 miljoen), Verbindingsapparatuur voor CKMARNS (f 3,5 miljoen voor 4e Mariniersbataljon + f 5,8 miljoen interim-behoefte). Verder was er nog een aantal kleine positieve en negatieve mutaties.

De overrealisatie van de uitgaven worden per saldo hoofdzakelijk veroorzaakt door een overschrijding danwel het doen van niet geraamde betalingen van een aantal grotere projecten zoals verbindingsapparatuur voor het Korps mariniers (+ f 3,5 miljoen voor 4e Mariniersbataljon en + f 5,1 miljoen interimbehoefte) en de modernisering van de zend- en ontvangstfaciliteiten van CZMCARIB (+ f 7,3 miljoen) en een onderrealisatie bij hoofdzakelijk het SRBOC-projekt (– f 1,1 miljoen), Doelvliegtuigen (– f 1,1 miljoen), Reges-meter (– f 2,2 miljoen) en een aantal kleinere projecten voor in totaal ongeveer f 3,0 miljoen.

Project vorming één marinebedrijf

Als uitvloeisel van de doelmatigheidsoperatie is besloten tot het vormen van één onderhoudsbedrijf voor de Koninklijke marine. Het nieuwe bedrijf zal bestaan uit de Rijkswerf, het Sewaco-bedrijf en het MEOB-Oegstgeest. De drie bedrijven zijn eind 1997 bestuurlijk samengevoegd. De volgende fase betreft de reorganisatie naar de beoogde eindsituatie.

Voor zover de huidige infrastructurele voorzieningen dat mogelijk maken heeft een deel van de overheveling van werkzaamheden van Oegstgeest naar Den Helder reeds in 1998 plaatsgevonden. Het overgrote deel van de werkzaamheden kan evenwel pas verplaatst worden als er nieuwbouw beschikbaar is. Deze verplaatsing zal naar de huidige verwachting in de loop van 2000 geschieden.

De totale projectomvang bedraagt f 98,5 miljoen. Voor 1998 waren de uitgaven en verplichtingen voor dit project geraamd op f 23,0 miljoen. Van de verplichtingen is in 1998 f 9,6 miljoen gerealiseerd. Het resterende bedrag is doorgeschoven als gevolg van vertraging in de nieuwbouw.

Van de geraamde uitgaven (f 23,0 miljoen) is als gevolg van de vertraagde besluitvorming over het onderbrengen van de produktunit avionica, f 13,0 miljoen in een vroegtijdig stadium doorgeschoven naar 1999. Het resterende bedrag (f 10,0 miljoen) is uiteindelijk met f 1,5 miljoen overschreden (realisatie was f 11,5 miljoen).

Project Millennium

In 1998 zijn alle objecten waarin zich millenniumproblemen kunnen voordoen geïnventariseerd en is een aanvang gemaakt met de detectie, analyse, herstel en het testen van systemen. Prioriteit is daarbij gegeven aan de systemen die vitaal zijn voor de primaire taakstelling van de Koninklijke marine. Van de meeste systemen is de analyse afgerond, en in een aantal gevallen is noodzakelijke assistentie bij de analyse door externe bedrijven in gang gezet. Tevens is van een groot aantal systemen het herstel of de vervanging ter hand genomen. In dit verband is in 1998 f 19,0 miljoen uitgegeven. Hiervan is f 1,9 miljoen ten laste gebracht van het gecreëerde projectbudget en f 17,1 miljoen ten laste van projecten die onderdeel vormen van het overige stafeisenplan en het Informatiserings- en Automatiseringsplan KM.

Artikelonderdeel infrastructuur

Het verschil in verplichtingen wordt met name veroorzaakt door de vertraging in de aanbesteding van projecten bij het marinevliegkamp Valkenburg (nieuwbouw bedrijfsrestaurant en ziekenboeg) en bij de Van Ghentkazerne (nieuwbouw hoofdkwartier Korps mariniers).

Het verschil in uitgaven wordt met name veroorzaakt door de vertraging in de aanbesteding van bodem- en gebouwsaneringsprojecten en nieuwbouwprojecten bij het marinevliegkamp Valkenburg en de Van Ghentkazerne.

04. Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Algemeen

Bedrijfsvoering

De kanteling van de begroting, het specificeren van de uitgaven naar de binnen de krijgsmachtdelen onderkende groepen van resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE), heeft in oorsprong tot doel de relatie tussen de prestaties van de defensieonderdelen en de middelen die voor het behalen van de prestaties moeten worden ingezet inzichtelijker te maken. Het vergrote inzicht biedt de potentie tot een betere afweging van de allocatie van beschikbare middelen en een betere verantwoording over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten en de daarvoor verbruikte middelen. Bij de RVE'n is voorafgaande aan het toekennen van de RVE-status een nulmeting uitgevoerd om te bezien of de eenheden voldeden aan de gestelde criteria om van start te gaan als RVE.

De Koninklijke landmacht heeft in de begroting 1998 de eerste stappen op weg naar een transparantere bedrijfsvoering gezet. Voor alle ressorts zijn de activiteiten die in 1998 worden ontplooid toegelicht. De activiteiten zijn per ressort naar samenhangen in aard of naar klantgerichte produkten gebundeld. Vervolgens is getracht om de activiteiten uit te drukken in meetbare prestaties en zijn er op basis van de planningen van de resultaatverantwoordelijke eenheden inschattingen gemaakt van de kwantiteit van de te leveren produktie. Omdat het niveau van de benoemde prestaties voor opname in de begroting te gedetailleerd was, zijn de prestatie-omschrijvingen in de begroting in geaggregeerde vorm opgenomen. Het definiëren van de prestaties blijkt een lastig proces. Gaande de begrotingsuitvoering en het verzamelen van de realisatie-informatie bleek al snel dat de gekozen prestatie-indicatoren voor de interne sturing van de ressorts niet toereikend was. Met name de grote diversiteit in de prestaties en produkten van een ressort en de verschillen in de benodigde capaciteit voor het uitvoeren van soortgelijke activiteiten maken het in meetbare eenheden uitdrukken van de prestaties niet eenvoudig. Het beleid binnen de Koninklijke landmacht is er op gericht om de prestatiegegevens van de ressorts van onderaf op te bouwen. Voorop staat dat de indicatoren een bijdrage moeten leveren aan de interne sturing van de ressorts. Alleen op deze wijze is een adequate en consistente informatievoorziening gewaarborgd.

Een uitgebreide studie naar de managementinformatievoorziening intern de Koninklijke landmacht heeft in 1998 geresulteerd in een nieuwe wijze van informeren en rapporteren van het hoogste bestuursorgaan van de landmacht. In de vorm van een «dashboard» wordt aan de Legerraad periodiek de stand van zaken gepresenteerd voor een aantal belangrijke aandachtsgebieden van de landmacht, weergegeven in indicatoren. De vergelijking met de gestelde norm per indicator en de ontwikkeling in de gerealiseerde indicatoren bieden een signaalfunctie voor het vroegtijdig onderkennen van knelpunten en tekortkomingen in de bedrijfsvoering. Adequate analyses van oorzaken en voorstellen voor oplossingen ondersteunen de BLS bij het besturen van de landmacht. De ervaringen met het instrument zijn overwegend positief. De behoefte aan managementinformatie ontwikkelt zich en het dashboard ondersteunt, structureert en faciliteert deze ontwikkeling. In 1999 zullen verbeteringen worden nagestreefd om interne en externe informatievoorziening beter op elkaar te laten aansluiten en zal de op te nemen informatie worden afgestemd op de actuele behoefte van de gebruikers.

In het kader van de verbetering van de bedrijfsvoering zijn voorzichtige stappen gezet op het gebied van kostenbudgettering. De kanteling van de begroting heeft tot gevolg gehad dat de uitgavenbudgetten zijn gedecentraliseerd. Niet alle goederen worden echter door de decentrale eenheden verworven. Voor de toerekening van de kosten van centraal of geconcentreerd verworven goederen vormt kostenbudgettering een instrument. Op deze wijze wordt de gebruiker zich bewust van de kosten en kan hij – op termijn – worden gebudgetteerd. Een voorwaarde voor de implementatie van het instrument van kostenbudgettering is dat de informatievoorziening en de daarvoor benodigde systemen het proces ondersteunen. Door de landmacht is in 1998 een begin gemaakt om het munitieverbruik voor de gebruikende eenheden zichtbaar te maken. De aldus verkregen informatie is, in combinatie met de oefenplannen – de basis voor de gebruikers om in 1999 verbruiksramingen op te stellen. De ramingen en de hoeveelheid beschikbare munitie vormen het uitgangspunt bij het vaststellen van de munitiebudgetten per gebruikende eenheid. De ervaringen die met het fenomeen kostenbudgettering worden opgedaan zijn van grote waarde bij het vaststellen van de eisen voor de toekomstige informatievoorziening die de bedrijfsvoering (Beleid Bedrijfsvoering Defensie 2000) moet gaan ondersteunen. Anderzijds vraagt het introduceren en implementeren van dit soort nieuwe bedrijfsvoeringsinstrumenten veel van de organisatie. De decentralisatie in de bedrijfsvoering trekt een grote wissel op het personeel, waarbij de schaarste in het financieel-economische functiegebied en in automatiserings-deskundigheid dwingt tot een continue afweging en prioriteitstelling in de uit te werken onderwerpen.

Door de «Projectgroep Ondersteuning en Evaluatie van de Militaire personeels Administraties (POEMA)» is in februari 1998 aangevangen met het uitvoeren van audits. Bij de personeelsdiensten is nagegaan in welke mate relevante personeelsprocessen worden beheerst en of de procesuitvoering heeft geleid tot tijdige en juiste mutatiestelling. Tevens is de kwaliteit van de uitvoering van decentrale interne controle en auditing-activiteiten ten aanzien van personeelsprocessen onderzocht. De bevindingen uit het onderzoek hebben geresulteerd in het formuleren van een groot aantal maatregelen ter verbetering, voor zowel de gehele landmacht als de personeelsdiensten afzonderlijk.

Personeel

Burgerpersoneel

In de geautoriseerde begroting 1998 is voor het burgerpersoneel een sterkte van 9 479 personen geraamd. De uiteindelijke realisatie 1998 komt uit op een aantal van 9 857 personen. De niet gerealiseerde afbouw van het bestand burgerpersoneel wordt veroorzaakt door een vertraging in de geplande sluiting van kazernecomplexen en een vertraging in het project Integrale Veiligheidszorg, waardoor de geplande verlaging van het aantal (tijdelijke) arbeidskrachten niet gerealiseerd kon worden. Voorts is er enige vertraging ontstaan in de uitvoering van reorganisaties, met name in de ontvlechting van delen van de Directie materieel naar het NATCO. Het bestand Niet Actief Regulier personeel (NAR) bestaat uit onder andere langdurig ziek personeel, zwangerschapsverloven en dergelijke. Dit bestand werd bij de opstelling van de begroting 1998 ingeschat op circa 180 vte'n; uit de realisatie blijkt nu dat dit bestand is toegenomen naar 229 vte'n, voornamelijk veroorzaakt door een toename van de ouderschaps- en zwangerschapsverloven.

Beroepspersoneel onbepaalde tijd

Voor 1998 was een sterkte van 11 553 personen geraamd in de autorisatiebegroting 1998. De eindrealisatie 1998 zal uitkomen op een aantal van 11 216 personen. Deze verlaging is grotendeels te verklaren door een toename van KL-personeel dat bij andere organisatie-eenheden van Defensie werkzaam is.

Beroepspersoneel bepaalde tijd

De oorspronkelijk geraamde sterkte voor dit personeel bedroeg 12 703 personen in de geautoriseerde begroting 1998. De uiteindelijk in 1998 gerealiseerde sterkte komt uit op een aantal van 11 986 personen. De lage gerealiseerde sterkte uit 1997 werkte door in 1998 en kon niet geheel door extra wervingsresultaten gecompenseerd worden. Het wervingsresultaat is wel verbeterd ten opzichte van 1997: in 1998 bedroeg het wervingsresultaat circa 3 100 personen en in 1997 circa 2 650 personen.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke landmacht voor het jaar 1998 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1998Realisatie 1999Verschil
04.20 Personeel en materieel    
– 1 (GE/NL) Legerkorps1 049 8861 060 72310 8371%
– Nationaal Commando (NATCO)1 045 0801 173 273128 19312%
– Commando Opleidingen (COKL)297 001325 47028 46910%
– Overige eenheden Bevelhebber der landstrijdkrachten (BLS)864 745842 289– 22 456– 3%
– Landmachtstaf (LAS)95 17489 867– 5 307– 6%
– Wachtgelden en inactiviteitsgelden128 800107 416– 21 384– 17%
Totaal Personeel en materieel3 480 6863 599 038118 3523%
04.21 Subsidies en bijdragen1 9351 833– 102– 5%
04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur930 844712 168– 218 676– 23%
Totaal uitgaven Koninklijke landmacht4 413 4654 313 039– 100 426– 2%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitga- venbegrotingsartikelen toegelicht.

04.20 Personeel en materieel

Het ressort 1 (GE/NL) Legerkorps

Dit ressort betreft het Nederlandse deel van 1 (GE/NL) Legerkorps. Dit Nederlandse deel bestaat uit 1 (NL) Divisie «7 December», 11 Luchtmobiele brigade en het Nederlandse deel van de binationale legerkorpstroepen (Command Support Group).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel17 69820 8063 10818%17 69820 8063 10818%
04.20.02 Militair personeel893 746919 96326 2173%893 746919 96326 2173%
04.20.03 Overige personele uitgaven45 27241 338– 3 934– 9%45 27241 096– 4 176– 9%
04.20.04 Materiële uitgaven93 170124 37531 20533%93 17078 858– 14 312– 15%
Totaal1 049 8861 106 48256 5965%1 049 8861 060 72310 8371%

Activiteitentoelichting

De uitzendingen in het kader van de operatie Stability Force (SFOR) en UNFICYP zijn in 1998 succesvol verlopen. De voorbereidingen voor SFOR 6 en 7, UNFICYP en ENFORCE zijn in volle gang. De uitgezonden eenheden hebben zich goed voorbereid op de uitzending. Hiervoor werden eventuele problemen met de personele vulling «opgelost» door andere operationele eenheden en inzet ten behoeve van steunverleningen zoals wateroverlast en de orkaan «Mitch» eveneens vervuld door andere operationele eenheden. In 1998 is het inzicht in de relatie tussen opleidingsniveaus en financiële middelen verder ontwikkeld.

04.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort 1 (GE/NL) Legerkorps.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n27630731
– actief burgerpersoneelaantal vte'n27630327
– gemiddeld salarisx f 1,–64 12367 9173 794
– totale uitgavenx f 1000,–17 69820 5792 881
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n44
– gemiddeld salarisx f 1,–56 75056 750
– totale uitgavenx f 1000,–227227
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–17 69820 8063 108

04.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort 1 (GE/NL) Legerkorps.

Per 1 juli zijn de schoolbataljons onder éénhoofdige leiding gebracht binnen het opleidingsressort van de landmacht (COKL). In de begroting werd rekening gehouden met deze overheveling. Gezien de (slechte) ervaringen met de juiste begrotingsbelasting bij «tussentijdse» overhevelingen is besloten de administratieve overheveling pas per januari 1999 te laten plaatsvinden, waardoor het verschil tussen de oorspronkelijke raming en de realisatie is ontstaan.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n16 67215 508– 1 164
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n4 5804 704124
– gemiddeld salarisx f 1,–76 31576 233– 82
– totale uitgavenx f 1000,–349 523358 6009 077
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n12 09210 804– 1 288
– gemiddeld salarisx f 1,–45 00751 9596 952
– totale uitgavenx f 1000,–544 223561 36317 140
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–893 746919 96326 217

04.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitsplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren63 02552 200– 10 825
– bedrag per uurx f 1,–40400
– totale uitgavenx f 1000,–2 5212 088– 433
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)16 94815 815– 1 133
– gemiddeld per vtex f 1,–2 4882 344– 144
– totale uitgavenx f 1000,–42 16737 066– 5 101
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–44 68839 154– 5 534
Overige personele uitgavenx f 1000,–5841 9421 358
Totaal overige personele uitgavenx f 1000,–45 27241 096– 4 176

04.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de materiële uitgaven. Het betreft hier uitgaven voor onder meer huisvesting, bureauzaken, informa- tiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, onderhoud van gebouwen en terreinen en bevoorrading.

Deze uitgaven hebben met name betrekking op het inhuren van oefenterreinen en de toelagen voor grensverleggende activiteiten. In 1998 is de realisatie van het oefenplan achter gebleven. Daarnaast is het beleid voor de aanwending van de budgetten voor grensverleggende activiteiten nog niet geformaliseerd hetgeen vertraging in de realisatie tot gevolg heeft gehad.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal uren41 25434 741– 6 513
– bedrag per uurx f 1,–1851850
– totale uitgavenx f 1000,–7 6326 427– 1 205
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)16 94815 815– 1 133
– gemiddeld per vtex f 1,–1 2041 132– 72
– totale uitgavenx f 1000,–20 40217 898– 2 504
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–28 03424 325– 3 709
Overige materiële uitgavenx f 1000,–65 13654 533– 10 603
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–93 17078 858– 14 312

Het ressort Nationaal Commando (NATCO)

Het ondersteunende ressort Nationaal Commando (NATCO) is ingericht op basis van resultaatverantwoordelijke eenheden, georganiseerd volgens de principes van een lijnstaforganisatie. De organisatie van het NATCO bestaat in 1998 uit de volgende eenheden: de staf, drie Regionale Militaire Commando's, het Netherlands Armed Forces Support Agency Germany, het National Support Command, 710 Speciale Eenheid Bevoorradingsdienstgoederen en 730 Depoteenheid Materieeldienstgoederen (maken per ultimo 1998 deel uit van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL), het Nationaal Verzorgingscommando, de Mechanische Centrale Werkplaats (maken per ultimo 1998 deel uit van het Hoger Onderhoudsbedrijf KL), de Elektronische Centrale Werkplaats, de Prepositioned Organizational Material Sites, de Arbo-dienst Koninklijke landmacht, het Explosieven Opruimings Commando Koninklijke landmacht en het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen Bronbeek.

Het NATCO heeft in 1998 voor een groot deel in het teken gestaan van afronding van reorganisaties met daaraan gekoppelde overdrachten van taken en middelen en verplaatsingen van personeel en materieel.

Het gaat hierbij onder andere om:

– Het Landelijk Bevoorradingsbedrijf (LBBKL)

– Het Hoger Onderhoudsbedrijf (HOBKL)

– Het National Support Command (NSC)

Al deze zaken plus de geplande afbouw (– 259 vte'n) van het personeelsbestand om op de opgelegde personeelsplafonds te komen hebben een negatieve invloed gehad op de geplande realisatie gedurende het jaar 1998 die weer heeft geleid tot bijstellingen van een aantal ramingen.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel435 493469 86534 3728%435 493470 26134 7688%
04.20.06 Militair personeel193 292227 45234 16018%193 292227 45234 16018%
04.20.07 Overige personele uitgaven53 97567 39813 42325%53 97562 3328 35715%
04.20.08 Materiële uitgaven365 429452 20286 77324%362 320413 22850 90814%
Totaal1 048 1891 216 917168 72816%1 045 0801 173 273128 19312%

04.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort NATCO.

De stijging van deze uitgaven is naast de loonbijstelling het gevolg van aanpassing van de personeelsaantallen. Enerzijds heeft de oprichting van het Landelijk Bevoorradings Bedrijf KL en het Hoger Onderhouds Bedrijf KL geleid tot toename van de personeelsaantallen door het feit dat personeel DMKL naar dit ressort is overgegaan. Anderzijds is de sterkte gestegen doordat het «niet-actief regulier personeel» in 1998 niet meer ten laste van Centrale Dienst Personeel en Organisatie (CDPO) wordt geboekt maar bij het betreffende ressort.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n6 7957 089294
– actief burgerpersoneelaantal vte'n6 7956 912117
– gemiddeld salarisx f 1,–64 09066 5912 501
– totale uitgavenx f 1000,–435 493460 27724 784
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n177177
– gemiddeld salarisx f 1,–56 40756 407
– totale uitgavenx f 1000,–9 9849 984
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–435 493470 26134 768

04.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort NATCO.

De stijging van deze uitgaven is naast de loonbijstelling het gevolg van aanpassing van de personeelsaantallen. De oprichting van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL en het Hoger Onderhoudsbedrijf KL hebben geleid tot toename van de personeelsaantallen. Ook de werving van BBT-muzikanten en de vulling van geneeskundige eenheden met BBT-personeel is voorspoediger verlopen dan verwacht.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 4452 51368
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n2 1642 19026
– gemiddeld salarisx f 1,–80 85589 5488 693
– totale uitgavenx f 1000,–174 970196 11021 140
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n28132342
– gemiddeld salarisx f 1,–47 40957 42710 018
– totale uitgavenx f 1000,–13 32218 5495 227
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–188 292214 65926 367
Uitgaven inzake de Nationale reservex f 1000,–5 00012 7937 793
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–193 292227 45234 160

04.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en voorziening woonruimte.

De stijging wordt veroorzaakt door extra inhuur van personeel op een aantal essentiële functies, met name bewakingspersoneel als gevolg van vertraging van het project Integrale veiligheidszorg.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren665 800757 05091 250
– bedrag per uurx f 1,–40400
– totale uitgavenx f 1000,–26 63230 2823 650
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)9 2409 603363
– gemiddeld per vtex f 1,–2 8172 8181
– totale uitgavenx f 1000,–26 03027 0661 036
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–52 66257 3484 686
Overige personele uitgavenx f 1000,–1 3134 9843 671
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–53 97562 3328 357

04.20.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier onder meer de uitgaven kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen en tot slot brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffen.

De hogere uitgaven hebben met name betrekking op data-, telecommunicatie- en informatiesystemen door zorg van DTO. Deze werkzaamheden worden bij het NATCO voor de totale Koninklijke landmacht in rekening gebracht, terwijl in de oorspronkelijke raming alleen het NATCO-deel was opgenomen.

De ervaringen die in 1998 zijn opgedaan hebben geleid tot bijstellingen in de benoeming en groepering van activiteiten, en in de meting van de prestaties. Dit heeft tot gevolg dat de in de begroting opgenomen ramingen voor de prestatie-indicatoren en de realisatiegegevens die door de eenheden zijn gerapporteerd niet meer sporen.

Hoewel een zo groot mogelijke consistentie wordt nagestreefd, is deze discrepantie in het huidige stadium van ontwikkeling en het voortschrijdende inzicht niet te voorkomen. In deze verantwoording zal daarom niet worden ingegaan op de realisatie van de prestatie-indicatoren.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)9 2409 603363
– gemiddeld per vtex f 1,–8 61412 3543 741
– totale uitgavenx f 1000,–79 592118 63939 047
– huisvesting KL-breedaantal vte'n (bp en mp)33 73533 261– 474
– gemiddeld per vtex f 1,–3 2793 097– 182
– totale uitgavenx f 1000,–110 621103 020– 7 601
– onderhoud van gebouwen en terreinen KL-breedaantal vte'n(bp en mp)33 73533 261– 474
– gemiddeld per vtex f 1,–4 4774 397– 80
– totale uitgavenx f 1000,–151 020146 244– 4 776
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–341 233367 90326 670
Overige materiële uitgavenx f 1000,–21 08745 32524 238
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–362 320413 22850 908

Het ressort Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL)

Het ressort Commando Opleidingen Koninklijke landmacht (COKL) bestaat uit elf resultaatverantwoordelijke eenheden. Dit betreft naast de Staf acht opleidingscentra – Manoeuvre, Vuursteun, Genie, Logistiek, Rijden en Ede, de Koninklijke Militaire School en het Instituut voor Leiderschap, Media en Opleidingskunde – en twee bijzondere organisatie-eenheden: de Begeleidings Organisatie Civiel Onderwijs en de Lichamelijke Oefening en Sportorganisatie.

In 1998 is het Opleidingscentrum Initiële Opleidingen opgericht.

Prestatie-indicatoren

De ervaringen die in 1998 zijn opgedaan hebben geleid tot bijstellingen in de benoeming en groepering van activiteiten, en in de meting van prestaties. Dit heeft tot gevolg dat de in de begroting opgenomen ramingen voor de prestatie-indicatoren en de realisatiegegevens die door de eenheden zijn gerapporteerd niet meer sporen.

Hoewel een zo groot mogelijke consistentie wordt nagestreefd, is deze discrepantie in het huidige stadium van ontwikkeling en het voortschrijdende inzicht niet te voorkomen. In deze verantwoording zal daarom niet worden ingegaan op de realisatie van de prestatie-indicatoren.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel49 52949 344– 1850%49 52949 344– 1850%
04.20.10 Militair personeel187 910210 02822 11812%187 910210 02822 11812%
04.20.11 Overige personele uitgaven26 32138 76412 44347%26 32138 88912 56848%
04.20.12 Materiële uitgaven33 24126 417– 6 824– 21%33 24127 209– 6 032– 18%
Totaal297 001324 55327 5529%297 001325 47028 46910%

04.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort COKL.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n729700– 86
– actief burgerpersoneelaantal vte'n729686– 43
– gemiddeld salarisx f 1,–67 94170 7392 798
– totale uitgavenx f 1000,–49 52948 527– 1 002
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n1414
– gemiddeld salarisx f 1,–58 35758 357
– totale uitgavenx f 1000,–817817
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–49 52949 344– 1 002

04.20.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort COKL.

De stijging van de uitgaven is deels te wijten aan de tegengestelde mutatie inzake de bij 1(GE/NL) Legerkorps gemelde overheveling van de schoolbataljons. Daarnaast is er sprake van een toenemend aantal BBT-militairen dat hun contract verlengd en in een vervolgfunctie, met hogere rang en salarisschaal tewerkgesteld wordt binnen het COKL- ressort. Voor wat betreft BOT-personeel was er een hogere instroom en lagere uitstroom dan verwacht.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 7032 874171
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n2 5632 477– 86
– gemiddeld salarisx f 1,–70 56676 3565 790
– totale uitgavenx f 1000,–180 861189 1358 274
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n140397257
– gemiddeld salarisx f 1,–50 35052 6272 277
– totale uitgavenx f 1000,–7 04920 89313 844
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–187 910210 02822 118

04.20.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitsplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen en onderwijs.

De stijging wordt met name veroorzaakt door een toename van de uitgaven voor maatschappelijke meerwaardeopleidingen aan BBT-personeel, hetgeen mede een daling van de aanspraken van BBT'ers op wachtgelden tot gevolg heeft gehad.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren7 1687 081– 87
– bedrag per uurx f 1,–1851861
– totale uitgavenx f 1000,–1 3261 317– 9
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)3 4323 574142
– gemiddeld per vtex f 1,–3 6953 881186
– totale uitgavenx f 1000,–12 68113 8691 188
– onderwijs en opleiding t.b.v. BBT-personeelaantal vte'n12 95312 109– 844
– gemiddeld per vtex f 1,–9511 781830
– totale uitgavenx f 1000,–12 31421 5689 254
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–26 32136 75410 433
Overige personele uitgavenx f 1000,–2 1352 135
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–26 32138 88912 568

04.20.12 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier uitgaven voor onder andere de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen, brandstoffen, olie en smeermiddelen en bevoorrading.

De lagere uitgaven zijn het gevolg van de herschikking van IT-budgetten in verband met de millenniumproblematiek. Tevens is de realisatie van bureauzaken lager dan de oorspronkelijke raming.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)3 4323 574142
– gemiddeld per vtex f 1,–7 0544 612– 2 443
– totale uitgavenx f 1000,–24 21016 482– 7 728
Overige materiële uitgavenx f 1000,–9 03110 7271 696
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–33 24127 209– 6 032

Het ressort Overige eenheden Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS)

Het ressort Overige eenheden BLS bestaat uit de Koninklijke Militaire Academie, de Topografische Dienst Nederland, de Centrale Dienst Personeel en Organisatie (CDPO) en de Directie Materieel Koninklijke landmacht. Daarnaast zijn er nog enkele kleine organisatie-elementen ondergebracht bij dit ressort zoals het (internationale) 1(NL) Signal Squadron Landcent en personeel van de Koninklijke landmacht bij de Navo-staven.

In zijn algemeenheid kan worden gesteld, dat met name de volgende aspecten van invloed zijn geweest op de realisatie:

– de reorganisatie van de DM en de oprichting LBBKL onder het NATCO;

– capaciteitsproblemen ten aanzien van de verwervers;

– de start (van de invulling) van het millenniumprogramma.

De eerste twee ontwikkelingen hebben met name een neerwaartse effect gehad op de realisatie van het bestelprogramma. De laatstgenoemde ontwikkeling (millenniumprogramma) heeft een specifieke invloed gehad op de realisatie op het budget Data- & Telecommunicatie. Hierbij is een terughoudend aanschafbeleid gevolgd in afwachting van de nadere invulling en uitwerking van het programma ter oplossing van het millenniumprobleem ten aanzien van SEWACO-systemen.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel110 244117 6647 4207%110 244117 6647 4207%
04.20.14 Militair personeel190 194190 9988040%190 194190 9988040%
04.20.15 Overige personele uitgaven170 048143 052– 26 996– 16%170 048150 511– 19 537– 11%
04.20.16 Materiële uitgaven455 476357 362– 98 114– 22%394 259383 116– 11 143– 3%
Totaal925 962809 076– 116 886– 13%864 745842 289– 22 456– 3%

04.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort BLS.

De stijging is enerzijds veroorzaakt door het niet uitvoeren van de decentralisatie van een aantal CDPO-taken, terwijl daarmee in de personeelsaantallen wel rekening is gehouden. Anderzijds heeft een stijging van de personeelsaantallen plaatsgevonden, doordat de reorganisatie van de DMKL pas in de laatste drie maanden van het jaar 1998 is doorgevoerd. De invloed van de met de reorganisatie gepaard gaande daling van de personele aantallen, is derhalve gering geweest op de begrote sterkte 1998.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n1 3121 421109
– actief burgerpersoneelaantal vte'n1 1421 394252
– gemiddeld salarisx f 1,–87 46982 966– 4 504
– totale uitgavenx f 1000,–99 890115 65415 764
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n17027– 143
– gemiddeld salarisx f 1,–60 90674 44413 539
– totale uitgavenx f 1000,–10 3542 010– 8 344
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–110 244117 6647 420

04.20.14 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort BLS.

Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van BOT naar BBT personeel voor met name het verzorgingsgebied Individuele BegeleidingsDienst KL, die vooral gevuld wordt met BBT-personeel. In de ontwerpbegroting 1998 waren de zakgeldgenietenden opgenomen onder het BOT-personeel.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 1942 24147
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n2 0141 598– 416
– gemiddeld salarisx f 1,–90 08993 4183 329
– totale uitgavenx f 1000,–181 439149 282– 32 157
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n180435255
– gemiddeld salarisx f 1,–48 63956 9828 343
– totale uitgavenx f 1000,–8 75524 78716 032
– zakgeldgenietendenaantal vte'n208208
– gemiddeld salarisx f 1,–14 62514 625
– totale uitgavenx f 1000,–3 0423 042
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–190 194177 111– 13 083

Voorts heeft op dit artikelonderdeel een begrotingsbelasting plaatsgevonden van ruim f 13 miljoen als gevolg van een interne KL-brede eindcontroleslag. Uit oogpunt van efficiency is deze uitgavenpost niet aan de ressorts toegerekend en administratief aan het ressort BLS gerekend.

04.20.15 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De uitgaven hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleiding, representatie en inhuur van tijdelijk personeel.

De lagere uitgaven zijn voornamelijk het gevolg van capaciteitstekort aan contractmanagers ten gevolge van de reorganisatie van DMKL, hetgeen geleid heeft tot vertragingen en heroverwegingen.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren48 80055 4506 650
– bedrag per uurx f 1,–1001000
– totale uitgavenx f 1000,–4 8805 545665
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeel KL-breedaantal vte'n(mp)24 25623 409– 847
– bedrag per vtex f 1,–2 5291 245– 1 284
– totale uitgavenx f 1000,–61 33729 140– 32 197
– voeding KL-breedaantal vte'n(bp en mp)33 73533 037– 698
– bedrag per vtex f 1,–1 7711 979208
– totale uitgavenx f 1000,–59 74365 3805 637
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)3 3363 635299
– gemiddeld per vtex f 1,–9 3377 755– 1 582
– totale uitgavenx f 1000,–31 14928 191– 2 958
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–157 109128 256– 28 853
Overige personele uitgavenx f 1000,–12 93922 2559 316
Totaal Overige personele uitgavenx f 1000,–170 048150 511– 19 537

04.20.16 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikel komen de materiële uitgaven gedaan anders dan personele uitgaven. Dit zijn onder meer de uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, herbevoorrading, onderhoud en herstel van materieel, gebouwen en terreinen, milieu, uitbesteding aan O-, I- en A-deskundigen en uitgaven voor het oplossen van millenniumproblemen.

De lagere uitgaven zijn voornamelijk gerelateerd aan het achterblijven van KL-brede uitgaven, als gevolg van capaciteitstekort aan contractmanagers in verband met de reorganisatie van de DMKL. De nadere invulling van het millenniumprogramma heeft geleid tot terughoudenheid bij de realisatie van het budget data- en telecommunicatie.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal uren76 8304 100– 72 730
– bedrag per uurx f 1,–2002000
– totale uitgavenx f 1000,–15 366820– 14 546
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)3 6353 635
– gemiddeld per vtex f 1,–3 6513 651
– totale uitgavenx f 1000,–13 27213 272
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–15 36614 092– 1 274
Overige materiële uitgavenx f 1000,–378 893369 024– 9 869
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–394 259383 116– 11 143

Het ressort Landmachtstaf (LAS)

Tot het ressort Landmachtstaf worden de volgende eenheden gerekend: de Beleidsstaf, waaronder de Directeur Beleid en Planning, de Directeur Control en de Directeur Personeel, de Operationele Staf BLS, een ondersteunend element met daarin het kabinet van de BLS en een stafgroep met een aantal kleine eenheden. De Landmachtstaf ondersteunt de bevelhebber bij de aansturing van de Koninklijke landmacht en schept de beleidsmatige voorwaarden om de eenheden en/of het individuele (reserve)personeel van de Koninklijke landmacht gereed te hebben en beschikbaar te stellen voor alle taken in het gehele crisisbeheersingsspectrum.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel30 45927 188– 3 271– 11%30 45927 188– 3 271– 11%
04.20.18 Militair personeel22 46328 9596 49629%22 46328 9596 49629%
04.20.19 Overige personele uitgaven6 6475 322– 1 325– 20%6 6474 981– 1 666– 25%
04.20.20 Materiële uitgaven35 60533 719– 1 886– 5%35 60528 739– 6 866– 19%
Totaal95 17495 188140%95 17489 867– 5 307– 6%

04.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het burgerpersoneel van het ressort LAS.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n367340– 27
– actief burgerpersoneelaantal vte'n367333– 34
– gemiddeld salarisx f 1,–82 99580 456– 2 538
– totale uitgavenx f 1000,–30 45926 792– 3 667
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n77
– gemiddeld salarisx f 1,–56 57156 571
– totale uitgavenx f 1000,–396396
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–30 45927 188– 3 271

04.20.18 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het militair personeel van het ressort LAS.

De stijging van de uitgaven is naast een kleine toename van de personeelsaantallen met name het gevolg van gestegen gemiddeld salaris van zowel BOT- als BBT-personeel als gevolg van loonbijstelling en gewijzigde rangs- en anciënniteitenopbouw.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n24227331
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n23224715
– gemiddeld salarisx f 1,–94 823110 94716 124
– totale uitgavenx f 1000,–21 99927 4045 405
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n102616
– gemiddeld salarisx f 1,–46 40059 80813 408
– totale uitgavenx f 1000,–4641 5551 091
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–22 46328 9596 496

04.20.19 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De uitgaven hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, representatie, geneeskundige verzorging, overige personele zaken, persoonsgebonden toelagen en uitkeringen, vliegopleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren11 6007 650– 3 950
– bedrag per uurx f 1,–1001000
– totale uitgavenx f 1000,–1 160765– 395
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)6096134
– gemiddeld per vtex f 1,–9 0106 763– 2 246
– totale uitgavenx f 1000,–5 4874 146– 1 341
Overige personele uitgavenx f 1000,–7070
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–6 6474 981– 1 666

04.20.20 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven verantwoord. Dit zijn onder meer de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, geneeskundig materiaal, bevoorrading, munitie, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van materieel, gebouwen en terreinen, zaken van operationele aard, uitbestedingen aan O-, I- en A-deskundigen, B.T.W., invoerrechten en accijnzen, milieu, brandstoffen, olie en smeermiddelen alsmede uitgaven voor het oplossen van millenniumproblemen.

De lagere uitgaven worden veroorzaakt door de overdracht van het BedrijfsBesturingsSysteem naar het NATCO en diverse vertragingen bij informatie- en communicatiesystemen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal uren5 7102 275– 3 435
– bedrag per uurx f 1,–2002000
– totale uitgavenx f 1000,–1 142455– 687
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)6096134
– gemiddeld per vtex f 1,–21 67217 843– 3 828
– totale uitgavenx f 1000,–13 19810 938– 2 260
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–14 34011 393– 2 947
Overige materiële uitgavenx f 1000,–21 26517 346– 3 919
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–35 60528 739– 6 866

Artikelonderdeel 04.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke landmacht. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd en verantwoord die uit het sociaal beleidskader (SBK) voortvloeien.

De daling van de uitgaven voor wachtgelden en inactiviteitswedden is voornamelijk veroorzaakt door een daling van de uitgaven voor de wachtgelden BBT-personeel als gevolg van lagere instroom in de wachtgeldregeling. De lagere instroom is een gevolg van opleidingen met maatschappelijke meerwaarde, waardoor minder aanspraak gemaakt wordt. Ook de toegenomen werkgelegenheid op de arbeidsmarkt en het hogere percentage contractverlengingen leiden tot de lagere instroom.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)
OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal49056979
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–39 59241 3221 730
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–19 40023 5124 112
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal545354– 191
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–26 60629 8283 222
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–14 50010 559– 3 941
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal93096535
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–52 36643 821– 8 544
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–48 70042 287– 6 413
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal1 360360– 1 000
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–21 10334 95313 850
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–28 70012 583– 16 117
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal10075– 25
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–25 00027 8932 893
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–2 5002 092– 408
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–15 00016 3831 383
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–128 800107 416– 21 384

Sociaal Beleidskader

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement16 10013 300– 2 800
– Verplaatsen700600– 100
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel19 40023 5004 100
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel48 70042 300– 6 400
– BDOS plaatsingen burgerpersoneel9 5003 100– 6 400
– BDOS plaatsingen militair personeel19 10022 5003 400
Totaal Sociaal Beleidskader113 500105 300– 8 200

Toelichting op de verschillen

De realisatie in 1998 van de uitgaven in het kader van het Sociaal Beleidskader (SBK) is lager dan in de ontwerpbegroting 1998 is geraamd. De belangrijkste oorzaak hiervan is de lagere instroom in de SBK-regeling en een lager aantal vrijwillige herplaatsers dan verwacht.

04.21 Subsidies en bijdragen

Ten laste van dit artikel worden uitgaven geraamd voor subsidies en bijdragen. Deze worden verleend aan instanties die activiteiten uitvoeren die het belang van de Koninklijke landmacht direct of indirect dienen. De doelstellingen van deze instanties zijn uiteengezet in bijlage 6 (de subsidiebijlage) van de ontwerpbegroting 1998.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Subsidies1 9353 4161 48177%1 9351 833– 102– 5%
Bijdragen000000
Totaal1 9353 4161 48177%1 9351 833– 102– 5%

Toelichting op de verschillen

Het verschil op de verplichtingen van f 1,481 miljoen is het gevolg van het in 1998 vastleggen van de subsidiebeschikking 1999 tussen de BLS en het Koninklijk Leger- en Wapenmuseum «Generaal Hoefer» te Delft.

04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Automatisering36 20088 80952 609145%33 20067 21234 012102%
Logistiek85 50057 595– 27 905– 33%108 30049 697– 58 603– 54%
Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen253 00053 886– 199 114– 79%200 300156 991– 43 309– 22%
Elektronisch materieel44 50021 234– 23 266– 52%36 20020 116– 16 084– 44%
Nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC)32 5004 379– 28 121– 87%4 6000– 4 600– 100%
Luchtverdediging338 0006 071– 331 929– 98%69 00065 209– 3 791– 5%
Manoeuvre1 364 20089 715– 1 274 485– 93%181 104157 918– 23 186– 13%
Vuursteun79 4003 901– 75 499– 95%52 90042 037– 10 863– 21%
Gevechtssteun21 0005 698– 15 302– 73%9 60011 3191 71918%
Infrastructuur244 080159 152– 84 928– 35%235 640141 669– 93 971– 40%
Totaal2 498 380490 440– 2 007 940– 499%930 844712 168– 218 676– 179%

Artikelonderdeel automatisering

De stijging van de uitgaven wordt voornamelijk veroorzaakt door het opnemen van het project millennium. De stijging van de aan te gane verplichtingen betreft enerzijds niet in 1997 gerealiseerde behoeften voor onder meer kleinschalige bestuurlijke systemen en anderzijds het project millennium.

Artikelonderdeel logistiek

De uitgaven dalen doordat geen uitgaven gedaan zijn voor het project «droge luchtsystemen» en «wissellaadsystemen». Tevens zijn f 32 miljoen minder uitgaven gedaan voor het project Mobiel Geneeskundig Operatiekamer Syteem (MOGOS). Tijdens beproevingen is een technisch mankement geconstateerd. De leverancier analyseert op dit moment de oorzaken en mogelijke oplossingen van dit probleem. De verlaging van de aan te gane verplichtingen zijn voornamelijk het gevolg van vertraging in de verwervingsvoorbereiding naar latere jaren. Het betreft onder andere de prototypen voor het wissellaadsysteem en droge luchtsystemen.

Artikelonderdeel commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen

De daling van de uitgaven wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat de realisatie van het project RPV achterblijft bij de raming, als gevolg van het feit dat de mijlpaalproducten niet op tijd gereed zijn. Deels wordt de daling gecompenseerd doordat de uitgaven voor onder andere KLIM zijn gestegen, waarvan werd aangenomen dat het project in 1997 in z'n totaliteit zou zijn gerealiseerd.

Naast kleinere mutaties is de verlaging van de verplichtingen voor de projecten Milsatcom, afstandbedieningsapparatuur, Condor fase 1, tactische telecommunicatie, het gevolg van vertraging in het besluitvormingsproces (vertraagd naar 1999).

Artikelonderdeel elektronisch materieel

De verlaging van de uitgaven en de aan te gane verplichtingen hangt samen met de vertragingen van complementaire voorzieningen voor EOV fase 1 en EOV fase 2.

Artikelonderdeel nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC)

Als gevolg van vertragingen in het besluitvormingsproces zijn de projecten van dit artikelonderdeel niet tot realisatie gekomen.

Artikelonderdeel luchtverdediging

De daling van de uitgaven en de verplichtingen is met name het gevolg van de herfasering van het project SHORAD in verband met de vertraging in de besluitvorming.

Artikelonderdeel manoevre projecten

De uitgaven dalen doordat voor het project pantservoertuigen voor vredesoperaties in verband met de aanpassing van de beschermingseisen de levertijden aangepast (vertraagd) zijn. Tevens is het project Warmtebeeldhandkijkers verschoven in verband met een langere voorbereidingstijd. De daling van de uitgaven wordt deels gecompenseerd doordat voor de vervanging van kleinkaliber wapens en de gevechtswaarde verbetering van de Leopard 2 hogere uitgaven gerealiseerd zijn als gevolg van snellere leveringen.

De verlaging van de verplichtingen is voornamelijk opgetreden door vertraging in de besluitvorming in de projecten antitank middelbare dracht, licht verkennings- en bewakingsvoertuig (LVB), gevechtsveld controle radar, duelsimulatoren/geïnstrumenteerd oefenterreien en de gevechtswaardeverbetering Leopard 2.

Artikelonderdeel vuursteun

Met name als gevolg van vertraging in de verwerving van de projecten «Grondgebonden doelopsporingsmiddellen» en «integratie mortieren in VUIST» vindt een daling plaats van de uitgaven en de verplichitngen.

Artikelonderdeel gevechtsteun

De lagere aan te gane verplichting betreft vooral de vertraging in het besluitvormingstraject van het project vervanging Leopard brugleggende tank.

Artikelonderdeel infrastructuur

De realisatie van de uitgaven en verplichitngen is lager omdat als gevolg van de langere doorlooptijden van beoordelings- en afstemmingsprocedures het project Integrale VeiligheidsZorg (IVZ)-KL is vertraagd. Tevens is het project herinrichting kazernes vertraagd in verband met de herschikking van de gevechtskracht.

05. Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

Algemeen

Verbetering van de bedrijfsvoering is één van de speerpunten van het beleid van de Koninklijke luchtmacht. In 1998 is verdere uitvoering gegeven aan de verbeterde bedrijfsvoering langs verschillende trajecten. Op basis van deze evaluatie wordt de implementatie van de verbeterde bedrijfsvoering verder inhoud gegeven. Een belangrijk aspect van de verbeterde bedrijfsvoering is decentralisatie. Ook in 1998 is uitvoering gegeven aan verdere decentralisatie van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en budgetten. Tevens zijn voorbereidingen getroffen voor een vanaf april 1999 door te voeren reorganisatie van de topstructuur Koninklijke luchtmacht. Hiermee zal een duidelijker scheiding tussen de taakvelden beleid en plannen respectievelijk beheer en uitvoering plaatsvinden. Naast een verbetering van de bedrijfsvoering van het Hoofdkwartier Koninklijke luchtmacht (HKKLu), zal deze reorganisatie tevens leiden tot het verder inhoud geven aan decentralisatie.

In 1998 hebben nog twee luchtmachtonderdelen de VEB-status (Verbeterd Economisch Beheer) gekregen, waarmee het totaal op vier is gekomen. Deze zijn Depot Elektrisch Materieel (DELM), Depot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren (DMVS), de Vliegbasis Eindhoven en de Groep Grond-Lucht Geleide Wapens (GGW)/De Peel. Bij de Vliegbasis Eindhoven is in 1998 een bedrijfsvoeringsaudit uitgevoerd naar de mate waarin het VEB bij de basis is geïmplementeerd. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt bij de implementatie van het VEB bij de overige luchtmachtonderdelen. DELM en GGW/de Peel hebben in 1998 de VEB-status gekregen. Hierbij zijn beheersbevoegdheden op het gebied van personeel, materieel en financiën en de hierop betrekking hebbende budgetten gedecentraliseerd naar de Commandanten van de betreffende resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE'n). Dit betekent dat een deel van de exploitatie-uitgaven decentraal bij die RVE'n wordt beheerd. Als randvoorwaarde voor een goed beheersbaar financieel beheer geldt onder meer dat een verantwoorde opzet bestaat van de administratieve organisatie en de interne controle. Ook in 1998 is door de uitvoering van de actiepunten uit het Verbeterplan Financieel Beheer Defensie de nodige aandacht besteed aan het optimaliseren van de administratieve organisatie en de interne controle bij de RVE'n en aan het verbeteren van het financieel beheer in zijn algemeenheid bij de Koninklijke luchtmacht. Daarbij zal de kennis en de kunde van het personeel op het gebied van financieel beheer op decentraal niveau worden verbeterd door gebruik te gaan maken van een vernieuwd opleidingsprogramma.

De resultaten van de werving van het personeel in 1998 zijn op bepaalde gebieden achtergebleven bij de raming. Dit betreft met name de werving in knelpuntgebieden, zoals MBO techniek, geneeskunde en HTO techniek. Onderstaand is een schema opgenomen met de werkelijke en begrote personeelssterkte. Hieruit blijkt dat het aantal burgerpersoneel 3,5% boven de raming ligt en het militair personeel 1,7 % onder de raming.

(Aantal vte'n)Begroot 1998Realisatie 1998
Burgerpersoneel1 8011 864
Militair personeel:   
– Beroeps Onbepaalde Tijd (BOT)8 2648 027
– Beroeps Bepaalde Tijd (BBT)3 2793 321
Totaal militair personeel11 54311 348

Eerst in het afgelopen jaar heeft de Koninklijke luchtmacht een volledig inzicht verkregen in de juiste verdeling naar ressort betreffende burger- en militair personeel verdeeld naar BOT en BBT. De herschikking van aantallen burger- en militair personeel heeft tevens geleid tot een aanpassing van de budgetten van de betreffende ressorts en verklaart in belangrijke mate de verschillen op de artikelonderdelen en de kengetallen van burger- en militair personeel. Echter de herschikking heeft geen invloed gehad op de totale omvang van het luchtmachtpersoneel en het totale salarisbudget.

In 1998 hebben 40 F-16 vliegtuigen een MidLife Update modificatie ondergaan. Eveneens zijn zes nieuwe Chinook helikopters aan de Konink- lijke luchtmacht overgedragen. Hiermee zijn alle helikopters van dit type ingevoerd. Voorts zijn de eerste vier Apache AH-64D helikopters aan de Koninklijke luchtmacht overgedragen. Ook is aangevangen met de invoering van het middellange afstand lucht-lucht geleide wapen AMRAAM.

In 1998 is eveneens gestart met de uitvoering van het KLu-Implementatie Middenlaag (KLUIM)-project. Dit project heeft tot doel het aanleggen van een landelijke KLu-ICT-architectuur om administratieve en operationele informatie binnen de Koninklijke luchtmacht te distribueren. Een bedrijfsvoeringsaudit is uitgevoerd naar het project SHORAD, waarbij is vastgesteld dat het project beheerst is verlopen en als voorbeeld kan dienen voor soortgelijke projecten binnen Defensie.

Tenslotte is in 1998 ook aangevangen met het inventariseren, evalueren en oplossen van de millenniumproblematiek. Over de millenniumproblematiek is te melden dat ongeveer de helft van de op te lossen vitale objecten reeds bestendig is.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke luchtmacht voor het jaar 1998 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1998Realisatie 1998Verschil 
05.20 Personeel en materieel    
– Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL)788 287717 754– 70 533– 9%
– Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)287 855347 38159 52621%
– Hoofdkwartier Koninklijke luchtmacht (HKKLu)696 248843 316147 06821%
– Wachtgelden en inactiviteitsgelden23 73627 5393 80316%
Totaal Personeel en materieel1 796 1261 935 990139 8648%
05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur894 462997 122102 66011%
Totaal uitgaven Koninklijke luchtmacht2 690 5882 933 112242 5249%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

05.20 Personeel en materieel

De uitgaven binnen het artikel 05.20 Personeel en materieel bij het beleidsterrein Koninklijke luchtmacht zijn verdeeld in drie ressorts en wachtgelden: Commando Tactische Luchtmacht (CTL), Decentrale Ondersteunende eenheden (DOE) en Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu). Ook de uitgaven voor wachtgelden en inactiviteitswedden worden op dit artikel geraamd en verantwoord.

De realisatie van het artikel 05.20 Personeel en materieel is f 139,864 miljoen hoger uitgevallen dan begroot. Dit is voornamelijk het gevolg van de loon- en prijsbijstelling en Pemba-uitdeling (premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen) (f 51,067 miljoen). Eveneens is door aanpassingen van de vliegopleidingen en de meeruitgaven in het kader van inhuur tijdelijk personeel in totaal f 57,042 miljoen meer uitgegeven. Voorts is door het duurder onderhoud aan vliegend materieel en door wijzigingen in vliegtuigbrandstoffen, vliegtrainingen, infrastructuur en automatisering in totaal een bedrag van f 35,263 miljoen meer uitgegeven.

De verschillen per ressort zijn voornamelijk te verklaren door een technische mutatie die betrekking heeft op salarissen burger- en militair personeel. Deze mutatie is tot stand gekomen door het eerst in de loop van het jaar 1998 verkregen inzicht in de juiste verdeling van aantallen burger- en militair personeel tussen de ressorts.

De realisatie van wachtgelden en inactiviteitswedden is f 3,803 miljoen hoger dan de raming. Dit is grotendeels het gevolg van de uitdeling van de loonbijstelling.

Het ressort Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL)

Het ressort Commando Tactische Luchtmacht (CTL) bestaat uit de Groep Jachtvliegtuigen, de Groep Helikopters, de Groep Grond-Lucht Geleide Wapens, de Luchttransportvloot en het Air Operations Control Station.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
05.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel28 85632 7343 87813%28 85632 7343 87813%
05.20.02 Militair personeel606 595529 130– 77 465– 13%606 595529 130– 77 465– 13%
05.20.03 Overige personele uitgaven70 60043 661– 26 939– 38%70 60043 978– 26 622– 38%
05.20.04 Materiële uitgaven82 236113 89531 65938%82 236111 91229 67636%
Totaal788 287719 420– 68 867– 9%788 287717 754– 70 533–  9%

Toelichting op verschillen

De verlaging van de uitgaven met in totaal f 70,533 miljoen op het ressort CTL ten opzichte van de begroting is grotendeels het gevolg van een technische bijstelling die, naast de verwerking van de loonbijstelling (inclusief Pemba), betrekking heeft op de juiste verdeling van het militair- en burgerpersoneel.

De verschillen op de artikelonderdelen Ambtelijk burgerpersoneel en Militair personeel hebben met name betrekking op overhevelingen tussen de beleidsterreinen en ressorts. Door beter inzicht in de loop van het jaar in de decentrale ontwikkeling zijn de personeelsaantallen van de ressorts in lijn gebracht met de realiteit. Dit impliceert dat thans meer op basis van daadwerkelijke realisatie inzicht kan worden gegeven dan de min of meer top-down (procentuele verdeling) gemaakte raming. Deze ontwikkeling heeft betrekking op alle ressorts.

De genoemde technische mutatie heeft eveneens tot een verschuiving in de uitgaven geleid van bijna – f 24 miljoen op het artikelonderdeel Overige personele uitgaven. Daarnaast is door kleinere neerwaartse bijstellingen op dit artikelonderdeel minder uitgegeven (f 2,622 miljoen). Hierdoor is totaal f 26,622 miljoen minder gerealiseerd dan geraamd.

Daarnaast heeft een verdere decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het ressort HKKLu naar het ressort CTL binnen de materiële uitgaven (onder andere drukwerk en brandstof) geleid tot een mutatie in de uitgaven.

De wijzigingen van het verplichtingenbudget voor het ressort CTL is met name het gevolg van de mutaties genoemd bij de uitgaven.

Activiteitentoelichting

CTL heeft de volgende hoofdactiviteiten:

– het inzetbaar maken en houden van de operationele eenheden van de Koninklijke luchtmacht;

– het inzetten van de operationele eenheden van de Koninklijke lucht- macht.

In het jaar 1998 zijn de volgende belangrijke activiteiten gerealiseerd:

– ook in 1998 zijn F-16 eenheden van de Koninklijke luchtmacht blijven deelnemen aan operaties ter ondersteuning van SFOR in het voormalige Joegoslavië. Vanaf het voorjaar 1999 komt de vliegbasis Villafranca niet meer in aanmerking voor militair gebruik. Begin december is een start gemaakt met de gefaseerde verplaatsing van het detachement naar de Zuid-Italiaanse vliegbasis Amendola.

Om voldoende getraind te blijven is in 1998 aan diverse realistische oefeningen deelgenomen. Zo hebben F-16 squadrons onder andere deelgenomen aan de oefeningen Integrated Combat Training, oefeningen in Zuid-Europa (Dynamic Mix, Distant Thunder en Strong Resolve) en de Red Flag training in de Verenigde Staten. Tevens werden de laagvliegoefeningen vanaf Goose Bay in Canada voortgezet.

– De Tactische Helikopter Groep Klu (THG) oefende regelmatig met de luchtmobiele brigade en met de Multi National Division Central. Tevens werden verschillende Falcon-oefeningen afgewerkt in Noorwegen, Polen en Spanje. Ter ondersteuning van Joint Force opereert in samenwerking met een eenheid van de US Army een Apache Detachement in Bosnië. Tevens is de voorbereiding in volle gang om Chinooks in Macedonië in te zetten om in voorkomend geval waarnemers op snelle wijze uit Kosovo terug te trekken.

– De Groep Grond-Lucht Geleide Wapens (GGW/De Peel) oefende eveneens veelal in internationaal verband, met name met de Verenigde Staten. Tevens heeft GGW/de Peel deelgenomen aan de oefeningen Dynamic Mix en Strong Resolve waar ook de F-16's aan deelnamen.

– De Koninklijke luchtmacht werkte ook in 1998 op het gebied van luchttransport zeer nauw en intensief samen met andere landen. De luchttransportvloot van de Koninklijke luchtmacht was in staat overdag en 's nachts personeel en materieel te vervoeren, onder vrijwel alle weers- en crisisomstandigheden, hetgeen ook geschiedde ten behoeve van andere krijgsmachtdelen en bondgenoten. Daarnaast droeg de Koninklijke luchtmacht bij aan humanitaire activiteiten die voortvloeiden uit overeenkomsten met Ontwikkelingssamenwerking en het ministerie van Buitenlandse Zaken, zoals onder andere de hulpverlening voor de slachtoffers van de orkaan Mitch in met name Honduras en Nicaragua.

– Het Air Operations Control Station (AOCS) te Nieuw Milligen leverde personele ondersteuning aan het Navo commandocentrum te Vicenza (Italië). Het AOCS fungeerde tevens als nationale gevechtsleidingsschool.

05.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CTL.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n420520100
– gemiddeld salarisx f 1,–68 70562 950– 5 755
– totaal toegelicht bedragx f 1000,–28 85632 7343 878

05.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CTL.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n8 3457 449– 896
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n5 9755 375– 600
– gemiddeld salarisx f 1,–78 18575 808– 2 377
– totale uitgavenx f 1000,–467 158407 467– 59 691
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2 3702 074– 296
– gemiddeld salarisx f 1,–58 83458 661– 173
– totale uitgavenx f 1000,–139 437121 663– 17 774
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–606 595529 130– 77 465

05.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren276235
– bedrag per mensjaarx f 1,–72 29672 581285
– totale uitgavenx f 1000,–1 9524 5002 548
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)8 7657 969– 796
– gemiddeld per vtex f 1,–7 8324 954– 2 878
– totale uitgavenx f 1000,–68 64839 478– 29 170
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–70 60043 978– 26 622

05.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de materiële uitgaven. Het betreft hier uitgaven voor onder meer huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, onderhoud van gebouwen en terreinen en bevoorrading.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren12,71,7
– bedrag per mensjaarx f 1,–310 000240 741– 69 259
– totale uitgavenx f 1000,–310650340
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)8 7657 969– 796
– gemiddeld per vtex f 1,–9 34713 9624 615
– totale uitgavenx f 1000,–81 926111 26229 336
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–82 236111 91229 676

Het ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)

Het ressort Decentrale Ondersteunende eenheden bestaat uit het Depot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren (DMVS), het Depot Elektronisch Materieel (DELM) en de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO), de Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL), de Luchtmacht Elektronische School (LETS), de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG), de 2e Luchtmacht Verbindingsgroep (2LVG) en een aantal overige kleine, zowel nationale als internationale, organisatie-eenheden.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel57 05949 531– 7 528– 13%57 05949 531– 7 528– 13%
05.20.06 Militair personeel169 603225 32655 72333%169 603225 32655 72333%
05.20.07 Overige personele uitgaven20 10023 4173 31717%20 10023 1473 04715%
05.20.08 Materiële uitgaven41 09348 6877 59418%41 09349 3778 28420%
Totaal287 855346 96159 10621%287 855347 38159 52621%

Toelichting op de verschillen

De verhoging van de uitgaven met in totaal f 59,526 miljoen op het ressort DOE ten opzichte van de begroting is grotendeels het gevolg van een technische bijstelling die, naast de verwerking van de loonbestelling (inclusief Pemba), betrekking heeft op de juiste verhouding van het militair- en burgerpersoneel.

Bovendien is binnen de overige personele uitgaven meer gerealiseerd (f 3,047 miljoen) op inhuur van personeel. Deze meerbehoefte is ontstaan om pieken in de werklast op te vangen voor het uitvoeren van een aantal projecten en voor werkzaamheden op het gebied van maintenance engineering.

Daarnaast heeft een verdere decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de materiële uitgaven (onder andere onderhoud aan de PC-7 vliegtuigen, drukwerk, diverse publicaties en technische orders, inrichtingskosten van shelters ten behoeve van Geleide Wapens) geleid tot een mutatie in de uitgaven.

De wijzigingen op het verplichtingenbudget voor het ressort DOE is met name het gevolg van de mutaties genoemd bij de uitgaven.

Activiteitentoelichting

De activiteiten die door het ressort DOE worden uitgevoerd zijn erop gericht zodanige voorwaarden te scheppen dat de eenheden van de Koninklijke luchtmacht in materieel en in personeel opzicht kunnen voldoen aan de vereiste operationele doelstellingen.

De wapensystemen waar de activiteiten van de depots betrekking op hebben betreffen de F-16 jachtvliegtuigen, helikopters, lesvliegtuigen, geleide wapens en overige ondersteunende systemen. De directe geraamde en gerealiseerde werklast van de Klu-depots voor onderhoudsactiviteiten en maintenance engineering zijn in onderstaand schema opgenomen. In dit overzicht is geen rekening gehouden met de groothandelsfunctie van DMVS en DELM ten behoeve van de gehele Koninklijke luchtmacht.

OmschrijvingBegroot 1998Realisatie 1998
Werklast in uren * 1000DMVSDELMTotaalDMVSDELMTotaal
planmatig/preventief aantal uren onderhoud/modificatie19665261226185411
aantal uren incidenteel/correctief onderhoud1558724213098228
aantal uren engineering934113413047177
Totaal aantal uren444193637486330816

Door een gewijzigde berekeningsmethodiek is reeds in 1998 de raming ten opzichte van de ontwerpbegroting 1998 bijgesteld. Onderstaand schema vermeld de uren conform het bijgestelde plan.

OmschrijvingBijgestelde begrote uren 1998Realisatie 1998
Werklast in uren * 1000DMVSDELMTotaalDMVSDELMTotaal
planmatig/preventief aantal uren onderhoud/modificatie237206443226185411
aantal uren incidenteel/correctief onderhoud15810726513098228
aantal uren engineering1486821613047177
Totaal aantal uren543381924486330816

Met betrekking tot planmatig/preventief onderhoud bij DMVS is de realisatie achtergebleven bij de raming als gevolg van vertraging in de aflevering van modificatie kits ten behoeve van motormodules, het vervallen van het project TBD (To Be Decided) en het tijdelijk stopzetten van het ontmantelingsproject F-16 als gevolg van asbestproblemen.

Als gevolg van materieel/technische problemen met betrekking tot het project vervanging radio's (MOPO) en update Flycatcher (IRAN II) is de realisatie van planmatig/preventief onderhoud bij DELM achtergebleven.

Met het achterblijven van werkaanbod in F-16 bevoorradingsartikelen (mede als gevolg van de MLU) en gepland correctief onderhoud aan de nieuwe helikopter typen wordt de onderrealisatie van DMVS van het incidenteel/correctief onderhoud deels verklaard. Voorts heeft de problematiek rond asbest en strontiumchromaat een negatieve invloed gehad op de uitvoering van geplande werkzaamheden.

Vanwege het achterblijven van het geplande werkaanbod en een personele onderbezetting is de realisatie van het aantal uren incidenteel/correctief onderhoud DELM achtergebleven.

Een deel van de voor maintenance engineering bestemde capaciteit is als gevolg van prioriteitsstelling intern DELM aangewend om werklast binnen planmatig/preventief te kunnen realiseren.

De activiteiten van de scholen KMSL en LETS bestaan uit het verzorgen van opleidingen voor militair personeel, nieuw en zittend personeel, en omvatten initiële- en bijscholingsopleidingen. Deze worden verzorgd naast de door de Koninklijke Militaire Academie of het Instituut Defensie Leergangen gegeven opleidingen.

Omschrijving (aantal cursisten)Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
algemene militaire- en kaderopleidingen1 018931– 87
initiële functie-opleidingen66370239
loopbaanopleidingen359596237
overige opleidingen11 3209 965– 1 355
Totaal13 36012 194– 1 166

De lagere realisatie van algemene militaire- en kaderopleidingen is voor- namelijk het gevolg van achterblijvende wervingsresultaten. De hoeveel- heid functie-opleidingen is hoger dan begroot door een verhoogde omscholing. De grote afwijking bij de loopbaanopleidingen is veroorzaakt door een versnelde afbouw van een boeggolf van niveau-opleidingen ten behoeve van opzichters en aspirant-opzichters. Doordat een beter inzicht is ontstaan in het aantal benodigde overige opleidingen is gedurende 1998 de planning hiervan naar beneden bijgesteld. Bovendien is deze bijgestelde planning niet gehaald door een geringere opkomst.

05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort DOE.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n839778– 61
– gemiddeld salarisx f 1,–68 00863 665– 4 343
– totale uitgavenx f 1000,–57 05949 531– 7 528

05.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort DOE.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n2 3403 089749
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 6771 907230
– gemiddeld salarisx f 1,–77 72180 8793 158
– totale uitgavenx f 1000,–130 338154 23623 898
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n6631 182519
– gemiddeld salarisx f 1,–59 22360 144921
– totale uitgavenx f 1000,–39 26571 09031 825
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–169 603225 32655 723

05.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en oplei- dingen, inhuur van tijdelijk personeel en voorziening woonruimte.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren14115101
– bedrag per mensjaarx f 1,–69 71472 4262 712
– totale uitgavenx f 1000,–9768 3297 353
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)3 1793 867688
– gemiddeld per vtex f 1,–6 0163 832– 2 184
– totale uitgavenx f 1000,–19 12414 818– 4 306
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–20 10023 1473 047

05.20.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier onder meer de uitgaven kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen en tot slot brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren22,90,9
– bedrag per mensjaarx f 1,–265 000236 207– 28 793
– totale uitgavenx f 1000,–530685155
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)3 1793 867688
– gemiddeld per vtex f 1,–12 76012 592– 168
– totale uitgavenx f 1000,–40 56348 6928 129
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–41 09349 3778 284

Het ressort Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)

Het ressort HKKLu bestaat uit de Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, de Directie Operatiën KLu, de Directie Materieel KLu, de Directie Personeel KLu, de Directie Economisch Beheer KLu en het Korps Luchtmacht Staven.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
05.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel39 54442 9763 4329%41 29042 9761 6864%
05.20.10 Militair personeel61 26886 93125 66342%62 01986 93124 91240%
05.20.11 Overige personele uitgaven124 499180 57556 07645%111 234191 78580 55172%
05.20.12 Materiële uitgaven468 704623 983155 27933%481 705521 62439 9198%
Totaal694 015934 465240 45035%696 248843 316147 06821%

Toelichting op de verschillen

De verhoging van de uitgaven met in totaal f 147,069 miljoen op het ressort HKKLu ten opzichte van de begroting is grotendeels het gevolg van een technische bijstelling die, naast de verwerking van de loonbe- stelling (inclusief Pemba), betrekking heeft op de juiste verhouding van het militair- en burgerpersoneel.

De verhoging in de overige personele uitgaven ten opzichte van de raming bedraagt f 80,551 miljoen. Naast de gevolgen van de ontwikkelingen binnen de personeelsaantallen (+ f 24 miljoen) heeft deze mutatie betrekking op een meerbehoefte aan inhuur van tijdelijk personeel (+ f 8,861 miljoen). Het opvangen van pieken in de werklast in het uitvoeren van een aantal centraal door de HKKLu geleide projecten heeft geleid tot deze meerbehoefte. Deze inhuur geschiedt grotendeels ten behoeve van de ressorts CTL en DOE. Daarnaast is de ophoging het gevolg van bijstellingen en verschuivingen in de uitgaven voor F-16 vliegopleidingen (circa f 29 miljoen) en de helikopter vliegopleidingen (f 21 miljoen). Deze verhoging is het gevolg van een hogere prijs per opleidingsplaats en een hogere dollarkoers.

De verhoging van de realisatie van de materiële uitgaven met f 39,920 miljoen is onder andere terug te voeren naar wijzigingen voor het uitvoeren van het noodzakelijk duurder onderhoud aan F-16 vliegtuigen, helikopters en luchttransportvliegtuigen en de hogere dollarkoers. Daarnaast zijn de uitgaven gewijzigd ten opzichte van de begroting voor vliegtuigbrandstoffen, vliegtrainingen MOU Goose Bay. Tevens is een groot aantal kleine posten nader bezien op behoefte hetgeen geleid heeft tot een verhoging van de uitgaven.

De wijzigingen op het verplichtingenbudget ten opzichte van de raming is met name het gevolg van de mutaties genoemd bij de uitgaven. Daarnaast is de verhoging van het verplichtingenbudget het gevolg van de vertraging van het afsluiting van het meerjarig onderhoudscontract (van 1997 naar 1998) voor de KDC-10 en de herziening van de meerjarige contracten voor de F-16.

Activiteitentoelichting

De activiteiten van het ressort HKKLu omvatten:

– het voeren van het operationele beleid van de Koninklijke luchtmacht;

– zowel leidinggevende als ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de onder de Koninklijke luchtmacht ressorterende eenheden;

– het er mede zorg voor dragen dat de eenheden van de Koninklijke luchtmacht kunnen voldoen aan de gestelde normen en randvoorwaarden;

– het voeren van een personeelsbeleid dat er op is gericht de Koninklijke luchtmacht te allen tijde en in alle omstandigheden te doen beschikken over de gewenste aantallen voor hun taak berekend en gemotiveerd personeel;

– het voeren van materieelbeleid gericht op de materieel-logistieke processen voorzien in instandhouden en afvoeren;

– het bevorderen en bewaken van de doelmatigheid van de Koninklijke luchtmacht door het vormgeven aan en het uitvoeren van het financieel-economisch beleid en het toetsen van de rechtmatigheid van de bestedingen.

Genoemde activiteiten hebben onverminderd plaatsgevonden in 1998. Tevens zijn de voorbereidingen voor de herstructurering en afslanking van het HKKLu in volle gang en lopen volgens planning. De nieuwe topstruc- tuur Koninklijke luchtmacht zal vanaf april 1999 worden geïmplementeerd. Daarbij zal tevens een verdere decentralisatie van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en budgetten plaatsvinden.

05.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort HKKLu.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n574566– 8
– actief burgerpersoneelaantal vte'n542538– 4
– gemiddeld salarisx f 1,–73 04477 1324 088
– totale uitgavenx f 1000,–39 59041 4971 907
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n3228– 4
– gemiddeld salarisx f 1,–53 12552 821– 304
– totale uitgavenx f 1000,–1 7001 479– 221
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–41 29042 9761 686

05.20.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort HKKLu.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n858810– 48
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n612745133
– gemiddeld salarisx f 1,–77 595110 30932 714
– totale uitgavenx f 1000,–47 48882 18034 692
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n24665– 181
– gemiddeld salarisx f 1,–59 06973 09214 023
– totale uitgavenx f 1000,–14 5314 751– 9 780
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–62 01986 93124 912

05.20.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitsplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen en onderwijs.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren41,0163,2122,2
– bedrag per mensjaarx f 1,–71 43972 243804
– totale uitgavenx f 1000,–2 92911 7908 861
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)1 4551 376– 79
– gemiddeld per vtex f 1,–6 94212 2335 291
– totale uitgavenx f 1000,–10 10016 8326 732
– kleding en uitrusting vliegersaantal vliegers45049949
– gemiddeld per vliegerx f 1,–15 55610 192– 5 363
– totale uitgavenx f 1000,–7 0005 086– 1 914
– overige kleding en uitrustingaantal vte'n mp11 56411 836272
– gemiddeld per vte mpx f 1,–1 2631 483220
– totale uitgavenx f 1000,–14 60017 5572 957
– overige persoonsgebonden personele uitgaven totaal KLuaantal vte'n (bp en mp)13 33913 212– 127
– gemiddeld per vtex f 1,–1 0411 206165
– totale uitgavenx f 1000,–13 88415 9382 054
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–48 51367 20318 690
Overige personele uitgavenx f 1000,–62 721124 58261 861
Totaal Overige personele uitgavenx f 1000,–111 234191 78580 551

05.20.12 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier uitgaven voor onder andere de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventa- risgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen, brandstoffen, olie, smeermiddelen en bevoorrading.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren2972,943,9
– bedrag per mensjaarx f 1,–250 483240 055– 10 428
– totale uitgavenx f 1000,–7 26417 50010 236
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)1 4551 376– 79
– gemiddeld per vtex f 1,–19 82831 62911 800
– totale uitgavenx f 1000,–28 85043 52114 671
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–36 11461 02124 907
Overige materiële uitgavenx f 1000,–445 591460 60315 012
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–481 705521 62439 919

Opm. Door een onjuiste telling in de kengetallen overige persoonsgebonden en materiële uitgaven in de ontwerpbegroting 1998 zijn de aantallen burger- en militair personeel niet volledig juist. De totale uitgaven zoals die genoemd zijn bij de kengetallen zijn echter wel juist.

Uitgavenverdeelstaat HKKLu

OmschrijvingBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Uitgaven HKKLu:696 248843 316147 068
Volledig toe te rekenen aan:    
– apparaatsuitgaven HKKLu149 542206 79957 257
Specifiek toe te rekenen aan:    
– ressort Commando Tactische Luchtmacht (CTL)273 700360 14586 445
– ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)77 82169 073– 8 748
Niet specifiek toe te rekenen KLu brede uitgaven195 185207 29912 114

Toelichting op de uitgavenverdeelstaat

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven hebben enerzijds betrek- king op de uitgaven voor de eigen HKKLu-bedrijfsvoering en anderzijds op de uitgaven voor de andere ressorts van de Koninklijke luchtmacht, waar- van een deel specifiek is toe te rekenen. Onder de HKKLu bedrijfsvoeringsuitgaven worden de personele en materiële uitgaven voor alle onder het HKKLu ressorterende eenheden begrepen zoals de uitgaven voor bureau- goederen, inventarisartikelen en kleinschalige automatisering.

De aan CTL zijn toe te rekenen uitgaven betreffen in het bijzonder de uitgaven voor vliegtrainingen en oefeningen (waaronder de oefeningen rond Goose Bay en Red Flag), de aanschaf van onderdelen voor de helikopters en vastvleugelige vliegtuigen, vliegtuigonderhoud (inbesteding en uitbesteding), onderhoud infrastrucuur en onderhoud bewape- ningsmaterieel.

De aan DOE toe te rekenen uitgaven betreffen vooral de uitgaven voor vliegopleidingen, het aandeel van de Koninklijke luchtmacht in het budget voor het Central European Pipeline System, de defensie pijpleiding organisatie (DPO) en het onderhoud van de infrastructuur. De uitgaven voor vliegopleidingen betreffen zowel de initiële opleidingen voor vliegers op Woensdrecht als de opleidingen in onder meer de Verenigde Staten: ENJJPT (initiële opleiding voor jachtvlieger), Tucson (F-16 opleiding) en Fort Hood (Apache-opleiding). Ook de uitgaven voor de opleidingen voor de vliegers van de transportvloot vallen hieronder.

De niet specifiek aan andere ressorts toe te rekenen uitgaven zijn op grond van doelmatigheidsoverwegingen en specifieke deskundigheid bij het ressort HKKLu ondergebracht. Deze uitgaven hebben voornamelijk betrekking op uitrustingsgoederen (zoals tenten en rantsoenen), personele uitgaven (voor dienstopleidingen, transport, opslag en woningbeheer) en materiële uitgaven (voor werkplaatsuitrusting, drukwerken en publikaties, onderhoud elektrische en elektronisch materieel, wetenschappelijke ondersteuning NLR, bedrijfsstoffen, brandstof voor vliegtuigen en motorvoertuigen en diensten van de agentschappen DTO en DGW&T.

Toelichting op de verschillen van de uitgavenverdeelstaat

Voor de toelichting op het verschil op de uitgaven van het HKKLu wordt verwezen naar de onderstaande artikelonderdelen.

De verhoging van de apparaatsuitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting is onder meer te verklaren door de gewijzigde verhouding BOT/BBT militairen en het hoger gemiddelde salaris van de BOT-militairen (+ f 24,1 miljoen) en de meeruitgaven die gemaakt zijn door het inhuren van personeel.

De verhoging van de uitgaven die specifiek aan CTL zijn toe te rekenen is voornamelijk het gevolg van de verhoging van de prijs van het vliegtuigonderhoud. Eveneens is een voorname oorzaak van de verhoging van de uitgaven de hogere dollarkoers aangezien veel onderhoudscontracten zijn opgesteld in dollars. Tevens is meer uitgegeven aan diverse FMS-cases (ongeveer f 30 miljoen).

Artikelonderdeel 05.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke luchtmacht. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd en verantwoord die uit het sociaal beleidskader (SBK) voortvloeien.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal14218240
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–33 61335 7862 170
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–4 7736 5131 740
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal10011515
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–28 97029 05241
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–2 8973 341444
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal116115– 1
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–57 05257 052207
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–6 6186 561– 57
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal16319330
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–26 73024 036– 2 694
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–4 3574 639282
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal253510
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–44 36043 086– 945
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–1 1091 508399
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–3 9824 977995
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–23 73627 5393 803

Toelichting op de verschillen

Door lichte verschuivingen in het aantal uitkeringsjaren en middensommen bij de diverse deelregelingen is uiteindelijk f 3,8 miljoen meer gerealiseerd. Hiervan heeft f 0,8 miljoen betrekking hogere uitvoeringskosten.

Uitgaven Sociaal Beleidskader

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement4004000
– Verplaatsen1 2000– 1 200
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel4 7736 5131 740
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel6 6186 561– 57
– BDOS plaatsingen militair personeel5 3220– 5 322
Totaal Sociaal Beleidskader18 31313 474– 4 839

Toelichting op verschillen

Aangezien in het jaar 1998 geen BDOS (Boven De Organieke Sterkte) militairen geplaatst zijn geweest, is het bedrag dat in de ontwerpbegroting was opgenomen (f 5,322 miljoen), niet tot realisatie gekomen.

05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd en verantwoord voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Vliegtuigmaterieel (incl. F-16)136 510– 126 755– 263 265– 193%400 977526 785125 80831%
Vervoermiddelen48 0888 561– 39 527– 82%34 82736 4931 6665%
Elektrisch en elektronisch materieel480 06380 813– 399 250– 83%196 186119 115– 77 071– 39%
Bewapeningsmaterieel357 07637 519– 319 557– 89%49 77642 747– 7 029– 14%
Springstoffen en munitie037137119 52340 15820 635106%
Overig materieel68 58016 552– 52 028– 76%19 68525 1005 41528%
Infrastructuur184 894182 173– 2 721– 1%173 488206 72433 23619%
Totaal1 275 211199 234– 1 075 977– 84%894 462997 122102 66011%

Artikelonderdeel Vliegtuigmaterieel (inclusief F-16)

In 1993 is besloten dat 138 F-16 vliegtuigen een «Midlife Update» (MLU) krijgen. De uitgaven op dit artikelonderdeel betreffen dan ook voornamelijk de uitgaven verbonden aan het MLU F-16 project en aan de MLU gerelateerde projecten. De ontwikkelingsfase van de MLU is nagenoeg afgerond. In 1998 is de aandacht voornamelijk gericht geweest op de inbouw van de modificatie kits. Tevens betreffen de uitgaven op dit artikelonderdeel MLU-gerelateerde projecten en projecten ten behoeve van de andere KLu-vliegtuigen waaronder het project simulator-capaciteit transporthelikopters.

Project MLU ontwikkeling, productie en inbouw

Het Pacer Windmill programma (inbouw MLU kits) is gefaseerd in de begroting opgenomen, waardoor de verplichtingen voor dit programma herijkt zijn. Op grond hiervan zijn in 1998 verplichtingen aangegaan voor een bedrag van f 23,9 miljoen. De negatieve stand nieuw aangegane verplichtingen is het gevolg van de administratieve verwerking van de vierde wijziging van het MLU productie-contract.

De hogere uitgaven (f 125 miljoen) zijn veroorzaakt door aanvullingen op het Denver Account voor noodzakelijke betalingen aan MLU-contrac- tanten.

Project MLU gerelateerde projecten

Enkele kleinere MLU gerelateerde projecten (Warning en Face system) zijn door vertragingen voor een bedrag van f 4,0 miljoen niet tot verplichting gekomen.

De hogere uitgaven (f 6 miljoen) worden in het bijzonder veroorzaakt door verschuivingen van de in 1997 geplande betaling voor het project nacht- zicht- en laserdoelaanstralingsapparatuur.

Project Simulatorcapaciteit transporthelikopters

De studiefase voor de aanschaf van de simulator heeft meer tijd in beslag genomen dan was gepland. Deze vertraging is met name het gevolg van een nadere studie naar de kwalitatieve eisen. Als gevolg hiervan heeft een verschuiving (- f 10 miljoen) plaatsgevonden van het verplichtingenmoment naar 1999.

De uitgaven voor 1998 komen nagenoeg overeen met de planning.

Artikelonderdeel Vervoermiddelen

De uitgaven op dit artikelonderdeel betreffen de aanschaf/vervanging van voertuigen. De vervanging van technisch verouderde voertuigen vindt enerzijds plaats door de aanschaf van nieuwe voertuigen, anderzijds vinden aanschaffingen plaats voor de revisie van de voertuigen.

Project Motortransportmaterieel

De fasering van het verplichtingenmoment is aangepast als gevolg van een gewijzigde invoeringsschema betreffende de aanschaf en bedrijfsmatige vervanging van voertuigen. Hierdoor is een bedrag van ongeveer f 27,5 miljoen niet tot verplichting gekomen.

Project Overig transportmaterieel

De fasering van het verplichtingenmoment is aangepast als gevolg van een gewijzigde invoer-ringsschema van transportmaterieel voor de THGKLu. Hierdoor is een bedrag van ongeveer f 11,9 miljoen niet tot verplichting gekomen.

Artikelonderdeel Elektrisch en elektronisch materieel

Onder dit artikelonderdeel vallen de uitgaven voor elektrisch en elektronisch materieel ten behoeve van systemen voor grond- en verbindingsapparatuur. Met name het Nafin-project, Pacer Slip, DEEC (Digital electronic engine control) en het vervangen van het luchtverkenningssysteem Orpheus vormen de uitgaven van dit artikelonderdeel. Tevens zijn de uitgaven voor het oplossen van de Millenniumproblematiek onder dit artikelonderdeel opgenomen.

Project vervanging luchtverkenningssysteem ten behoeve van F-16's

Vanwege vertraging als gevolg van het later beschikbaar komen van de produkt- alternatieven voor een nieuw luchtverkenningssysteem voor de F-16 is de verplichtingen- en betalingsreeks met respectievelijk f 266,8 miljoen en f 26 miljoen vertraagd.

Project MILSATCOM

Dit project voorziet in de behoefte aan satelietcommunicatie voor militair gebruik. Naar verwachting zal dit project in latere jaren tot verplichting komen. Op grond hiervan heeft een herfasering van de verplichtingenbudgetten plaatsgevonden (- f 63,1 miljoen). Deze vertraging heeft tevens een doorwerking naar de geplande uitgaven, die lager zijn uitgevallen (– f 6,5 miljoen).

Project Nafin

Het project Nafin beoogt de realisatie van een geïntegreerd telecommuni- catie-netwerk. Als gevolg van ondervonden problemen bij de aansluiting op bestaande systemen is in 1998 ongeveer f 67 miljoen minder gerealiseerd. Hierdoor is tevens het geraamde verplichtingenbedrag niet gerealiseerd (-f 139,9 miljoen).

Project Millennium

In de ontwerpbegroting waren geen fondsen opgenomen voor het oplossen van de millenniumproblematiek. Vanwege prioriteitsstelling is in 1998 f 8 miljoen gerealiseerd.

Project Kluim

Met het project Kluim wordt mede een bijdrage geleverd aan de oplossing van de Millennium-problematiek op het gebied van ICT-objecten op de werkplek. Teneinde tijdig het probleem op dat gebied het hoofd te bieden is dit project enigszins versneld en dientengevolge in 1998 bijna f 3 mil- joen meer uitgegeven en f 9,4 miljoen meer verplicht.

Artikelonderdeel bewapeningsmaterieel

Bewapeningsprojecten, zoals de verbetering van de Hawk van de TRIAD (Project Improvement Program III), het vuurleidingssysteeem Flycatcher, Shorad, ALVD Stinger Post en handvuurwapens, zijn bepalend voor de uitgaven op dit artikelonderdeel.

Project Shorad

Door vertraging gedurende de besluitvormingsprocedure zijn de uitgaven (f 19,0 miljoen) en verplichtingen (f 220,0 miljoen) niet tot realisatie gekomen.

Project Patriot PAC III

Op grond van actuele inzichten binnen de Koninklijke luchtmacht heeft een herfasering van de verplichtingenmomenten (– f 128,0 miljoen) plaatsgevonden. Naar verwachting zal in latere jaren de verplichtingen worden aangegaan. Voor 1998 waren geen uitgaven gepland.

Artikelonderdeel springstoffen en munitie

Dit artikelonderdeel betreft het kwalitatief en kwantitief op peil houden of brengen van de oorlogsvoorraad munitie, bommen en raketten, vooral voor de F-16 vliegtuigen. De aanpassing van de bewapening van de F-16 is terug te vinden in de aanschaf van moderne wapens die een grote mate van precisie hebben. Hieronder vallen met name de lasergeleide bommen, de radargeleide lucht-lucht raketten (AMRAAM) en de Maverickraket voor grondaanvallen.

Project IRLLGW

Voor 1998 waren slechts marginaal verplichtingen en uitgaven gepland.

Project Radar LLGW Amraam

Zowel de verplichtingen als ook de betalingsreeksen zijn in 1998 aange- past waardoor een deel van de geraamde uitgaven (f 22,8 miljoen) niet tot realisatie is gekomen en de verplichtingen met f 3,6 miljoen zijn verhoogd.

Artikelonderdeel Overig materieel

In het algemeen worden de uitgaven op dit artikelonderdeel bepaald door projecten (zoals de vervanging van werkplaats- en gronduitrustingen) met een geringe financiële omvang, die een bedrijfsmatig karakter hebben. Vanwege intensieve inzet van de wapensystemen is hierop ruim f 5 miljoen meer gerealiseerd ten behoeve van wapensysteem gebonden gronduitrustingen, de aanschaf van werkplaatsinrichtingen en veldkeu- kens.

De verplichtingen zijn met f 52,3 miljoen achtergebleven. Dit is met name het gevolg van aanpassingen van de verplichtingen van het Multi-functio- nal Bomb loading project.

Artikelonderdeel Infrastructuur

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor renovatie en nieuwbouw van infrastructurele voorzieningen ten behoeve van de Koninklijke luchtmacht. De investeringen als gevolg van eisen die de milieuwetgeving stelt, worden eveneens op dit artikelonderdeel verantwoord. De behoefte aan nieuwbouw is vastgelegd in het Behoefte Plan Nieuwbouw (BPN). De behoefte wordt onder meer bepaald door de herstructureringsmaatregelen binnen de Koninklijke luchtmacht, zonerings- en andere milieumaatregelen. Nadere prioriteitsstelling heeft geleid tot een versnelde realisatie met ruim f 33 miljoen en een verlaging van de verplichting met – f 2,7 miljoen als gevolg van vertraging bij de aanbestedingen.

06. Beleidsterrein Koninklijke marechaussee

Algemeen

De taak van de Koninklijke marechaussee ten aanzien van vreemdelingenzaken is sterk in ontwikkeling. De diensten op dit vlak, met name het mobiel toezicht vreemdelingen en de politie- en veiligheidstaken op de buitengrenzen zijn verder uitgebreid.

In januari 1998 is door het kabinet een besluit genomen tot de intensivering van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV). In dat kader zal de omvang van de Koninklijke marechaussee met 225 vte'n toenemen. Voor deze taakuitbreiding is het budget van de Koninklijke marechaussee met f 25,0 miljoen opgehoogd. In aanloop naar de structurele vulling van het personeel is in 1998 een aantal maatregelen getroffen om te komen tot deze verhoogde MTV inzet.

Voorts is in juli 1998 door het kabinet het besluit genomen over te gaan tot een intensivering van de personencontrole aan het Nederlandse deel van de Schengen buitengrens en de overname van de grensbewakingstaak van de Douane op de doorlaatposten Harlingen, Eelde, Scheveningen, Dordrecht, Moerdijk en Beek. Hiertoe is in september 1998 f 18,0 miljoen toegevoegd aan het budget van de Koninklijke marechaussee. In de tweede suppletore begroting is aangegeven dat hiervan f 13,4 miljoen niet in het lopende begrotingsjaar tot besteding kon worden gebracht. Het zwaartepunt van de investeringen in het kader van de intensivering grens- bewaking (onder andere infrastructuur) wordt in 1999 en 2000 voorzien. In 1998 is met name geinvesteerd in informatiserings- en materieelprojecten ten behoeve van het MTV en de grensbewaking.

Door voornoemde taakuitbreidingen is het aantal vte'n burgerpersoneel inmiddels met 36 gestegen. De geplande uitbreiding van de aantallen BBT-ers is niet geheel gehaald doordat in opleiding genomen personeel de opleiding vroegtijdig heeft verlaten. Tevens is er sprake van een iets hoger verloop onder het personeel. Het aantal BOT personeel is licht gedaald doordat meer personeel de dienst heeft verlaten dan waarmee oorspronkelijk rekening was gehouden.

Waar mogelijk is een oplossing gezocht door voor de ondersteunende taken op diverse plaatsen binnen de Koninklijke marechaussee uitzendkrachten in te huren.

Medio 1998 is het rapport gepresenteerd van het Interdepartementale Beleids Onderzoek (IBO) naar de sturing op resultaat bij de Koninklijke marechaussee. In het rapport zijn aanbevelingen geformuleerd om de resultaatgerichte sturing van de Koninklijke marechaussee te versterken.

Voor de implementatie van de aanbevelingen is een projectorganisatie Beleid en Bedrijfsvoering Koninklijke marechaussee 2000 (BBKMAR2000) ingesteld. Vanaf januari 1999 wordt op basis van het IBO-rapport de bedrijfsvoering doorgelicht. In de begroting 2001 zullen de resultaten van het project worden opgenomen.

In de aanloop naar de 21ste eeuw zijn diverse projecten in gang gezet ten aanzien van de millenniumproblematiek. Binnen de oplossingsstrategie die de Koninklijke marechaussee heeft gekozen vormt het project Koninklijke marechaussee Implementatie Middenlaag (KMARIM) een belangrijke component voor de oplossing van het millenniumprobleem. In dit verband is besloten om het KMARIM versneld in te voeren. Het millenniumproof maken van de bij de Koninklijke marechaussee in gebruik zijnde objecten verloopt volgens plan.

De nieuwbouw van de brigade Seedorf heeft eind 1997 vertraging opgelopen. De bouw vordert gestaag en de huisvesting zal naar verwachting eind mei 1999 in gebruik worden genomen.

Het district Noord-Holland/Utrecht is thans gehuisvest op het terrein van de Sixkazerne te Amsterdam. Deze kazerne wordt op termijn door de Koninklijke landmacht afgestoten, doch op dit moment is nog niet bekend wanneer. Ook is nog niet bekend of de Koninklijke marechaussee op deze kazerne gehuisvest kan blijven. Hierdoor is het voor de Koninklijke marechaussee nog niet zeker of en op welk moment moet worden voorzien in eigen huisvesting voor dit district. De geplande nieuwbouw op het terrein van de Marinekazerne te Amsterdam is vooralsnog uitgesteld.

Op het vlak van het financieel beheer zijn met ingang van 1998 de werkzaamheden van de Interne Controle van de Koninklijke marechaussee op de financiële administratie uitgebreid van personeel en materieel tot alle begrotingsartikelen. Controles door de Defensie Accountantsdienst kunnen hierdoor beter worden ondersteund.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke marechaussee voor het jaar 1998 zijn als volgt te specificeren:

Omschrijving (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
06.20 Personeel en materieel:         
06.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel10 77113 2152 44423%10 77113 2152 44423%
06.20.02 Militair personeel310 837312 8842 0471%310 837312 9372 1001%
06.20.03 Overige personele uitgaven30 68245 09914 41747%30 68245 42514 74348%
06.20.04 Materiële uitgaven39 59052 73813 14833%39 36554 24414 87938%
06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitsgelden1 041932– 109– 10%1 041932– 109– 10%
Totaal Personeel en materieel392 921424 86831 9478%392 696426 75334 0579%
06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur45 69833 692– 12 006– 26%40 19848 4948 29621%
Totaal uitgaven Koninklijke marechaussee438 619458 56019 9415%432 894475 24742 35310%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

06.20 Personeel en materieel

De bedrijfsvoeringsuitgaven van de Koninklijke marechaussee worden in vijf vaste artikelonderdelen gepresenteerd: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven, materiële uitgaven en wachtgelden en inactiviteitswedden.

Toelichting op verschillen

06.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het beleidsterrein Koninklijke marechaussee.

De uitgaven burgerpersoneel zijn in 1998 toegenomen met f 2,444 miljoen. Dit is een gevolg van de uitdeling van de loonbijstelling (en de Pemba) en een toename van de sterkte van het burgerpersoneel. Met name de uitbreiding van het aantal taken heeft in 1998 deze sterkte-toename tot gevolg gehad. Het lagere gemiddelde salaris wordt veroorzaakt door een gewijzigde schaalopbouw.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n15919536
– actief burgerpersoneelaantal vte'n15719134
– gemiddeld salarisx f 1,–67 90468 079175
– totale uitgavenx f 1000,–10 66113 0032 342
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n242
– gemiddeld salarisx f 1,–55 00053 000– 2 000
– totale uitgavenx f 1000,–110212102
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–10 77113 2152 444

06.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het beleidsterrein Koninklijke marechaussee.

De uitgaven voor het militair personeel zijn ten opzichte van de begroting 1998 met per saldo f 2,1 miljoen gestegen. Deze stijging is het gevolg van de uitdeling van de loonbijstelling en de doorwerking van de Pemba- maatregel.

De lagere realisatie (36 vte'n) van de aantallen BBT-personeel wordt veroorzaakt doordat in opleiding genomen BBT-personeel de opleiding vroegtijdig verlaat en door licht tegenvallende wervingsresultaten.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n4 7044 660– 44
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n3 2093 201– 8
– gemiddeld salarisx f 1,–72 79674 9692 173
– totale uitgavenx f 1000,–233 603239 9766 373
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n1 4951 459– 36
– gemiddeld salarisx f 1,–51 66250 008– 1 654
– totale uitgavenx f 1000,–77 23472 961– 4 273
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–310 837312 9372 100

06.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitsplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

De verhoging van de uitgaven voor de overige personele uitgaven met f 14,743 miljoen hangt nauw samen met de uitbreiding in het kader van het MTV. Dit is grotendeels veroorzaakt doordat in de fase waarin de Koninklijke marechaussee nog niet volledig is gevuld met regulier personeel, de knelpunten in het kader van de taakuitvoering zijn opgevangen met uitzendkrachten (+ f 6,5 miljoen). Van het resterende verschil kan eveneens f 6,3 miljoen in ditzelfde kader worden genoemd. Dit is onder meer bestemd voor kleding (f 1,3 miljoen), verplaatsen (f 2,1 miljoen), dienstreizen (f 1,3 miljoen) en overige personele zaken (f 1,6 miljoen).

De toename van de uitgaven voor voeding met f 1,4 miljoen is grotendeels veroorzaakt door het in eigen beheer nemen van restauratieve voorzieningen in de nieuwbouw Koninklijke marechaussee Den Haag. Voor diverse kleine posten is f 0,5 miljoen meer uitgegeven.

Tevens is door de Koninklijke marechaussee bijgedragen aan de medisch specialisten teams en heeft er een budgetoverheveling plaatsgevonden naar het Dico in verband met extra wervingsinspanningen.

De stijging van het verplichtingenbudget met f 14,417 miljoen ten opzichte van de raming is met name het gevolg van de mutaties zoals genoemd bij de uitgaven.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren38 276187 585149 309
– bedrag per uurx f 1,–314110
– totale uitgavenx f 1000,–1 1787 6916 513
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)4 8614 855– 6
– gemiddeld per vtex f 1,–6 0707 7721 702
– totale uitgavenx f 1000,–29 50437 7348 230
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–30 68245 42514 743

06.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de materiële uitgaven. Het betreft hier uitgaven voor onder meer huisvesting, bureauzaken, informa- tiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, onderhoud van gebouwen en terreinen en bevoorrading.

De uitgaven voor de materiële uitgaven zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 1998 met f 14,879 miljoen gestegen. Als voornaamste oorzaken hiervoor kunnen worden genoemd:

– de uitgaven voor huisvestingskosten (+ f 2,5 miljoen) onder meer door huren op de luchthaven Schiphol als gevolg van de uitbreiding van kantoorruimtes;

– de uitgaven voor inventarisgoederen en klein materieel (+ f 2,5 miljoen) door vervanging van sterk verouderd kazerneringsmaterieel;

– de instandhouding van het operationeel materieel (+ f 1,4 miljoen) voor onder andere het onderhoud van randapparatuur van de voertuigen van de Koninklijke marechaussee (daksets en mobilofoons) en door het onderhoud van in gebruik zijnde informatiesystemen;

– hogere uitgaven voor het onderhoud en herstel van voertuigen (+ f 1,7 miljoen) door de veroudering van het voertuigenpark;

– de stijging van de uitgaven voor tele- en datacommunicatie (+ f 2,3 miljoen) door de noodzaak van mobiele bereikbaarheid en de huur van datacommunicatielijnen van derden zoals het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD);

– de overheveling van de uitgaven voor munitie van het artikel Investeringen groot materieel en infrastructuur naar dit artikel (+ f 1,4 miljoen) en

– diverse overige kleinere uitgaven van per saldo f 3,1 miljoen.

De hogere realisatie van de verplichtingen (+ f 13,148 miljoen) ten opzichte van de ontwerpbegroting 1998 is met name het gevolg van de mutaties zoals genoemd bij de uitgaven.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal uren6 2004 606– 1 594
– gemiddeld uitgaven per uurx f 1,–2262260
– totale uitgavenx f 1000,–1 4001 041– 359
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)4 8614 855– 6
– gemiddeld per vtex f 1,–6 1507 6301 479
– totale uitgavenx f 1000,–29 89737 0437 146
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–31 29738 0846 787
Overige materiële uitgavenx f 1000,–8 06816 1608 092
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–39 36554 24414 879

Artikelonderdeel 06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke marechaussee.

Omschrijving EenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Overige wachtgelden burgerpersoneel    
– aantallen in uitkeringsjarenaantal462
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–29 25051 83322 583
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–117311194
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal11143
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–43 45520 929– 22 526
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–478293– 185
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal85– 3
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–24 37522 600– 1 775
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–195113– 82
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–251215– 36
Totale uitgaven wachtgelden en inactiviteitsweddenx f 1 000,–1 041932– 109

06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Vervoermiddelen en vaartuigen8 0003 596– 4 404– 55%8 0004 773– 3 227– 40%
Elektrisch en elektronisch materieel7 5004 363– 3 137– 42%5 7004 626– 1 074– 19%
Automatiseringsmiddelen6 60014 6348 034122%10 25014 9634 71346%
Bewapeningsmaterieel7750– 775– 100%1 00018– 982– 98%
Springstoffen en munitie1 0000– 1 000– 100%1 0000– 1 000– 100%
Telefooninstallaties1 000982– 18 1 0001 22722723%
Overig groot materieel1 0481 038– 10– 1%1 7362 02328717%
Infrastructuur19 7759 079– 10 696– 54%11 51220 8649 35281%
Totaal45 69833 692– 12 006– 26%40 19848 4948 29621%

Toelichting op de verschillen

De verplichtingen en uitgaven op het artikelonderdeel Investeringen groot materieel en infra zijn ten opzichte van de begroting 1998 met respectievelijk f 12,006 miljoen gedaald en met f 8,296 miljoen gestegen. Als voornaamste oorzaken kunnen worden genoemd:

– de uitdeling van de prijsbijstelling (+ f 0,9 miljoen);

– minder uitgaven en verplichtingen voor vervoermiddelen en vaar- tuigen (respectievelijk – f 3,227 miljoen en – f 4,404 miljoen) doordat op dit artikelonderdeel compensatie is gevonden voor de in 1998 te realiseren uitgaven voor de nieuwbouw Clingendael;

– lagere uitgaven en verplichtingen voor elektrisch en elektronisch materieel (respectievelijk – f 1,074 miljoen en – f 3,137 miljoen) onder meer door vertraging van het meldkamerproject van het district Noord te Beilen. Tevens is vertraging ontstaan bij het aangaan van verplichtingen voor verbindingsapparatuur;

– hogere uitgaven en verplichtingen voor automatiseringsmiddelen (respectievelijk + f 4,713 miljoen en + f 8,034 miljoen) als gevolg van de noodzakelijke maatregelen ten behoeve van de millenniumproble- matiek;

– het overhevelen van springstoffen en munitie van dit artikel naar het artikel personeel en materieel (– f 1,0 miljoen);

– een verlaging van de verplichtingen voor infrastructuur (– f 10,696 miljoen) doordat een aantal voorzieningen ten behoeve van de nieuwbouw Den Haag al in 1997 tot aanbesteding is gekomen en door het verschuiven van verplichtingen van de infrastructurele voorzieningen van het KMARIM project. De verhoging van de uitgaven van f 9,352 miljoen voor infrastructuur is voornamelijk het gevolg van de betaling van de verplichtingen van de nieuwbouw Den Haag.

08. Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

08.01 Luchtmobiele brigade

De specifiek voor de oprichting van de luchtmobiele brigade benodigde investeringen worden op dit artikel verantwoord.

Ten opzichte van het in de ontwerpbegroting 1998 opgenomen bedrag is uiteindelijk f 322 miljoen gerealiseerd. Na toevoeging uit 1997 van niet in dat jaar gerealiseerde uitgaven is bij Voorjaarsnota f 110,9 miljoen via de intertemporele compensatie doorgeboekt naar latere jaren. Middels de tweede suppletore begroting is nogmaals f 49,0 miljoen doorgeschoven naar 1999.

Nederland sluit voor een groot deel van de aanvullende investeringen voor de bewapende helikopter aan bij de VS. Door de VS wordt om budgettaire redenen een aantal projecten vertraagd uitgevoerd. Ook blijft een aantal aanvullende investeringen voor zowel de bewapende als de transporthelikopter die Nederland zelfstandig uitvoert, achter op de oorspronkelijke tijdsplanning.

Voorts is ultimo 1998 sprake geweest van een verdere onderschrijding ten opzichte van de tweede suppletore begroting 1998 als gevolg van de vertraagde aflevering van een Chinook-helikopter. De hiervoor in 1998 geplande betalingen (waaronder B.T.W. en invoerrechten) komen eerst in 1999 tot betaling.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Bewapende helikopter39 25669 76030 50478%257 910193 817– 64 093– 25%
Transporthelikopter19 71331 17411 46158%139 753102 751– 37 002– 26%
Luchtmobiel speciaal voertuig0234234100%15 15011 869– 3 281– 22%
Persoonsgebonden uitrusting000000
Overige specifieke materieelprojecten1 87242– 1 830– 98%9 2422 417– 6 825– 74%
Infrastructuur grondcomponent5200– 520– 100%5200– 520– 100%
Infrastructuur luchtcomponent19 77315 978– 3 795– 19%10 69611 6269309%
Totaal81 134117 18836 05444%433 271322 480– 110 791– 26%

Toelichting op de verschillen

Bewapende helikopter

De daling van de uitgaven voor de bewapende helikopter is met name te wijten aan vertragingen en ramingsbijstellingen in de aanvullende investeringen. Nederland sluit daarbij aan bij de VS alwaar om budgettaire redenen enkele projecten worden vertraagd. Tevens is sprake van vertragingen en ramingsbijstellingen ten aanzien van de afdracht B.T.W. en invoerrechten.

Transporthelikopter

De daling van de uitgaven voor de transporthelikopters is met name gerelateerd aan diverse projectvertragingen en ramingsbijstellingen ten aanzien van de afdracht B.T.W. en invoerrechten.

Luchtmobiel speciaal voertuig

De daling van de uitgaven wordt veroorzaakt door de vertraagde afleveringen van de voertuigen als gevolg van de surcéance van betaling waarin de leverancier in 1998 heeft verkeerd. Conform het nieuw overeengekomen afleverschema wordt levering voorzien in de eerste maanden van 1999.

Overige specifieke materieelprojecten

Als gevolg van uitlopende beproevingen is er sprake van vertraging in de aanschaf van diverse munitiesoorten.

De toename van de verplichtingen (f 36 miljoen) is het gevolg van de ophoging samenhangend met de prijscompensatie en de aanpassing in het afleverschema van de bewapende helikopters.

08.02 Vredesoperaties

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd ten behoeve van vredesoperaties. De uitgaven betreffen het verplichte Nederlandse aandeel (contributies) in de kosten van VN-operaties (1,62 %) en de additionele uitgaven die het gevolg zijn van de deelneming van de Nederlandse krijgsmacht aan vredesoperaties.

De additionele uitgaven hebben betrekking op:

– personele exploitatie, waaronder toelagen en reis- en verblijfkosten;

– materiële exploitatie, waaronder brandstofverbruik, verbruiksartikelen, gebruiksgereedmaken en onderhoud en herstel van materiaal.

Bij de opstelling van de ontwerpbegroting 1998 had nog geen politieke besluitvorming plaatsgevonden over de preciese omvang van de Nederlandse deelname aan vredesoperaties in 1998. Derhalve is voor de uitgaven voor vredesoperaties een structurele voorziening opgenomen van in totaal f 255,5 miljoen. De structurele voorziening is vooralsnog gesplitst naar de posten «VN-contributies» (f 41,2 miljoen), «F-16's Villafranca» (f 20 miljoen), SFOR (f 50 miljoen) en «voorziening voor vredesoperaties» (f 144,3 miljoen).

Vanaf het begrotingsjaar 1997 maakt dit artikel integraal deel uit van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Onderverdeling naar contributies en vredesoperatiesVerplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
VN-contributies41 25030 349– 10 901– 26%41 25030 349– 10 901– 26%
Diverse operaties214 274197 389– 16 885– 8%214 274192 039– 22 235– 10%
Totaal255 524227 738– 27 786– 11%255 524222 388– 33 136– 13%

Toelichting op de verschillen

VN-contributies

Als gevolg van het feit dat de Verenigde Naties minder vredesoperaties zijn gaan uitvoeren, is hierdoor het totale VN-vredesoperatiebudget verlaagd. Dientengevolge is het Nederlandse aandeel in de financiering van dit budget (1,62 %) afgenomen met f 10,9 miljoen.

Diverse operaties

Ten tijde van de eerste suppletore begroting is het beschikbare budget over de dan lopende operaties verdeeld. Op dat moment is tevens de structurele voorziening voor 1998 verhoogd met de eindjaarsmarge 1997 tot een totaal van f 261,7 miljoen. Teneinde tot een vergelijking per operatie te kunnen komen, worden in onderstaande tabel de cijfers van de eerste suppletore wet 1998 gepresenteerd naast de realisatiegegevens over 1998.

Soort uitgave (bedragen x f 1000,–)1e suppletore wet 1998realisatie 1998
VN-contributie40 00030 349
F-16's Villafranca SFOR33 80028 643
Overige uitgaven SFOR6 7008 391
Mechbat SFOR116 700129 827
KMAR SFOR1 0001 013
ECMM1 1001 425
UNAVEM0112
UNTSO500221
UNIPTF3 100798
Humanitaire vluchten OS1 000799
Noodhulporganisaties500333
Shirbrig500154
MAPE200780
Overige operaties56 60019 543
Totaal261 700222 388

Toelichting op de verschillen per contributie en operatie

F-16's Villafranca

De onderschrijding van f 5,2 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door een lagere vlieguren-produktie ten behoeve van de SFOR-operatie Joint Guard. Mede hierdoor zijn de uitgaven voor brandstof en de aanschaf van ge- en verbruiksgoederen lager uitgevallen.

SFOR Mechbat

De realisatie van de uitgaven van het gemechaniseerd infanteriebataljon inclusief staf en ondersteuning en een peloton van het Korps mariniers ten behoeve van de operatie SFOR valt f 13,1 miljoen hoger uit dan geraamd. Dit wordt per saldo veroorzaakt door hogere uitgaven voor:

– toelagen: + f 6,6 miljoen

Bij de raming is onvoldoende rekening gehouden met de overlap aan personeel op het moment van rotatie;

– kleding: + f 2,2 miljoen

kleding wordt «en masse» aangekocht, een nauw- keurige raming wordt hierdoor bemoeilijkt;

– voeding: + f 2,0 miljoen

– accomodatie en huisvesting: + f 2,6 miljoen

vervanging en verbetering van de vijf jaren in gebruik zijnde accomodatie en huisvesting;

– telecommunicatie: + f 4,7 miljoen

– transport: + f 1,1 miljoen

en lagere uitgaven voor:

– ge- en verbruik van materieel: – f 4,9 miljoen

– overige uitgaven – f 1,2 miljoen

UNIPTF

De Koninklijke marechaussee draagt aan deze operatie bij met personeel. De geraamde uitgaven voor projecten ter versterking van de locale politie van f 3,0 miljoen hebben geen doorgang gevonden.

MAPE

Het aantal personen van de Koninklijke marechaussee in de operatie Mape in Albanië is met twee personen uitgebreid. Daarnaast was de raming van de Nederlandse bijdrage in de WEU-contributie voor deze operatie niet in de raming opgenomen. Dit leidt tot een overrealisatie van in totaal f 0,6 miljoen.

SHIRBRIG

Per eind 1997 maakt Nederland deel uit van de «Multinational United Nations Stand-by High Readiness Brigade» (SHIRBRIG). De eerste raming van de met deze deelname samenhangende uitgaven is te hoog geweest. Dientengevolge zijn de uitgaven f 0,3 miljoen lager uit gevallen dan oorspronkelijk geraamd.

Overige operaties

In het artikelonderdeel «overige operaties» is, naast de additionele uitgaven ten behoeve van diverse kleinere operaties en operaties waaraan na opmaak van de raming wordt deelgenomen, tevens het resterende deel van de structurele voorziening voor eventuele deelname aan vredesoperaties opgenomen. De hoogte van het bedrag van de structurele voorziening is per saldo door mutaties in de uitgaven en ontvangsten voor contributies en vredesoperaties afgenomen van f 28,4 miljoen tot f 22,7 miljoen.

Onder overige operaties zijn de additionele uitgaven begrepen van de operaties:

– de VN-operatie op Cyprus (Unficyp): f 3,3 miljoen;

– de Multinational Interception Force (MIF): f 6,4 miljoen;

– de Westelijke Sahara, voorbereidingskosten op mogelijke uitzending: f 1,8 miljoen;

– de in december 1998 geïnitieerde operatie: Extraction Force/Macedonië: f 0,7miljoen;

– de in december 1998 geïnitieerde waarnemersmissie in Kosovo: f 4,4 miljoen;

– de militaire bijstand in Honduras en Nicaragua naar aanleiding van de orkaan Mitch: f 2,0 miljoen;

– diverse kleinere operaties: f 0,9 miljoen.

08.04 Overige uitgaven Internationale Samenwerking

Met ingang van de begroting 1997 worden ten laste van dit artikel de uitgaven verantwoord die betrekking hebben op attachés, de kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba en onder het artikelonderdeel overige uitgaven, de uitgaven voor het project humanitair ontmijnen (HOM2000).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
08.04.01 Attachés30 86640 97610 11033%30 86640 97610 11033%
08.04.02 Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba73 4006 268– 67 132– 91%73 40036 532– 36 868– 50%
08.04.03 Overige uitgaven1 000– 3 500– 4 500– 450%1 0001 26426426%
Totaal105 26643 744– 61 522– 58%105 26678 772– 26 494– 25%

Toelichting op de verschillen

Attachés

In 1997 zijn de gegevens van de Attachés voor de eerste maal afzonderlijk zichtbaar gemaakt op HGIS. Als uitgangspunt voor belasting naar het HGIS-artikel wordt aangehouden dat de uitgaven die worden gedaan ten behoeve van of aan personen met een «valuta-inkomen», worden aangemerkt als attaché-uitgaven. Voor de raming 1998 van de uitgaven en de daaraan gerelateerde aantallen zijn de gegevens over 1997 geëxtrapoleerd. Thans blijkt dat in die tijd het inzicht in deze gegevens onvoldoende was. De discrepantie tussen de hoogte van de uitgaven geraamd ten tijde van de ontwerpbegroting en de gerealiseerde uitgaven over 1998 is hierdoor voor een deel te verklaren. Voorts wordt de raming bemoeilijkt door wisselende persoonlijke omstandigheden van attachés. De hoogte van de vergoedingen vertoont hierdoor per attaché significante verschillen.

Daarnaast is er sprake van een toename in 1998 van het aantal als attaché aangemerkte personen. Tenslotte wordt een deel van het verschil verklaard doordat de belasting van HGIS van uitgaven voortvloeiende uit «BUZA-verantwoordingen» onvoldoende in de raming was opgenomen.

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

De onderrealisatie van de uitgaven bedraagt in totaal f 36,9 miljoen, waarvan het overgrote deel, f 32,2 miljoen, betrekking heeft op herfase- ring van uitgaven voor infrastructurele projecten. Daarnaast is er een onderrealisatie van f 4,7 miljoen op exploitatie vanwege minder inzet van defensiemiddelen ten tijde van de noodhulp in Honduras en Nicaragua. Hierdoor zijn minder vaardagen en vlieguren ten behoeve van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (NA&A) gemaakt. Voorts is een hogere bijdrage voor investeringsuitgaven, f 12,5 miljoen, ontvangen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In de verplichtingenbegroting was nog geen rekening gehouden met de bijdrage van de overige participanten van de Kustwacht NA&A. De uitgaven voor de kustwachtcutters zijn betaald ten laste van reeds voor verdere jaren aangegane verplichtingen. Daarnaast blijven de aangegane verplichtingen achter bij de begroting als gevolg van de herfasering van de infrastructurele projecten.

Overige uitgaven

De overige uitgaven (f 1,3 miljoen) zijn geheel betaald op reeds in eerdere jaren aangegane verplichtingen. Daarnaast is in 1998 de verplichting behorend bij de bijdrage van Ontwikkelingssamenwerking (f 3,5 miljoen) op dit artikelonderdeel administratief gecorrigeerd.

09. Beleidsterrein Defensie Interservice Commando

Algemeen

Ten opzichte van de begroting 1997 is in de begroting 1998 van het Dico een nieuwe organisatie-eenheid opgenomen en verantwoord. De Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD) is formeel per 1 april 1998 organisatorisch ondergebracht in het Dico. Budgettair is het gehele jaar 1998 binnen de Dico begroting ondergebracht.

De Dienst Militaire Pensioenen (DMP) wordt met ingang van 1 januari 2000 geprivatiseerd. Zij wordt ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Tevens zal dan het Team Gegevensbeheer Verzekerdenadministratie (TGV) van het Defensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC) overgaan naar het ABP. Dit Team inventariseert de pensioen-afspraken van kort verband militairen.

De reorganisaties in het kader van de doelmatigheidsoperatie van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) en de Defensie-organisatie voor Werving en Selectie (DWS) zijn in 1998 vrijwel voltooid. De reorganisatie bij het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) verloopt volgens plan.

De clustering van (kleine) diensten, te weten de Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA), het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC) en de Diensten voor Geestelijke Verzorging (DGV) bij de Overige Interservice diensten (OID) is in 1998 gerealiseerd.

Binnen het Dico heeft iedere organisatie-eenheid met de status van resultaatverantwoordelijke eenheid (RVE) een grote mate van zelfstandigheid om een zakelijke relatie met de klanten van het ministerie van Defensie te onderhouden.

De voor 1998 beoogde en reeds financieel ingeboekte doelmatigheidswinst heeft niet geleid tot een lagere of verminderde dienstverlening door de Dico-bedrijven aan de behoeftestellende beleidsterreinen. Binnen het beschikbare budget zijn meer activiteiten met minder middelen gerealiseerd waarmee impliciet sprake is van een grotere doelmatigheid. Zo was bijvoorbeeld bij DVVO voor de taken van transportsteun aan opleidingseenheden een structurele verhoging van f 4,7 miljoen voorzien. DVVO voert deze taken nu uit met de bestaande capaciteit. Op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt zijn binnen het budget ook meer activiteiten verricht om aan de wervingsbehoefte te kunnen voldoen.

Financieel beheer

Eind 1998 is het Master Controle Plan (MCP) Dico op basis van actuele ontwikkelingen bijgesteld. Het MCP bevat het controlebeleid Dico, de controleplannen en programma's per RVE alsmede standaardprocesbeschrijvingen van het burgerpersonele proces en het materiële proces. Het MCP verstrekt tevens inzicht in de risico's per RVE alsmede de interne controlemaatregelen om de risico's te beheersen.

In het kader van het Programma Verbetering Beheersprocessen Dico is in 1998 een groot aantal activiteiten opgestart dat moeten leiden tot een structurele kwaliteitsverhoging op het gebied van het financiële beheer bij alle RVE'n.

Het totale realisatiebeeld

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Dico voor het jaar 1998 afgezet tegen de in de begroting 1998 geraamde bedragen zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (bedragen x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02 Personeel en materieel    
– Staf Dico9 2497 477– 1 772– 19%
– Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)92 365107 69515 33017%
– Defensie-organisatie voor Werving en Selectie (DWS)88 266106 48418 21821%
– Instituut Defensie Leergangen (IDL)18 20718 8826754%
– Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)117 101121 9204 8194%
– Overige interservice diensten*63 32979 11515 78625%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden8 15811 1282 97036%
Totaal Personeel en materieel396 675452 70156 02614%
09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur25 02235 32810 30641%
Totale uitgaven Defensie Interservice Commando421 697488 02966 33216%

* De cluster «Overige interservice diensten» omvat de organisatie-eenheden «Defensie Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC)», «Dienst Militaire Pensioenen (DMP)», «Bureau Internationale Militaire Sportwedstrijden (BIMS)» , «Dienst Personeels- en Salarisadmi- nistratie (PSA)», «Diensten voor Geestelijke Verzorging (DGV)», «Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC)» en de «Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD)».

Toelichting op de verschillen

Het verschil bij het begrotingsartikel 09.02 Personeel en materieel wordt in het bijzonder veroorzaakt door de meeruitgaven bij de organisatie-eenheden DVVO, DWS en de Overige interservice diensten. Vanuit de krijgsmachtdelen is een hogere behoefte aan inhuur vervoer (DVVO) en aan werving personeel (DWS) gesteld dan waarmee in de begroting rekening was gehouden (programma-uitgaven). Voor deze meeruitgaven hebben de behoeftestellende krijgsmachtdelen additionele budgetten beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt de toename bij de Overige interservice diensten met name veroorzaakt door de overgang van de Maatschappelijke Dienst Defensie van de Koninklijke luchtmacht naar Dico (ongeveer f 14 miljoen).

De toename op het artikelonderdeel wachtgelden is het gevolg van een groter aantal uitkeringsjaren met een hoger uitkeringsbedrag dan oorspronkelijk was geraamd.

Bij het artikel 09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur wordt het verschil tussen begroting en realisatie met name verklaard door de fasering/vertraging uit 1997 en meerkosten (f 3,0 miljoen) bij de uitvoering van de ver-/nieuwbouw ten behoeve van de DWS op de Marine Kazerne Amsterdam (MKAD). Daarnaast waren er meeruitgaven voor onder andere automatiseringssystemen (DWS) en voertuigen (DVVO).

Een toelichting op de verschillen per begrotingsartikel en per organisatie-eenheid is hieronder opgenomen. Deze betreft zowel de verplichtingen- als de uitgavenmutaties.

09.02 Personeel en materieel

Ten laste van dit begrotingsartikel zijn de verplichtingen en uitgaven verantwoord die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van de tot het Dico behorende diensten en bedrijven. Hieronder vallen salarissen, andere personele en materiële uitgaven, alsmede kleine bedrijfsmatige investeringen. Een toelichting op de verschillen per te onderscheiden organisatie-eenheid volgt hieronder.

De Staf Dico

De staf Dico ondersteunt de Commandant Dico bij de aansturing van de onder het Dico ressorterende eenheden. Ook verzorgt de staf ondersteuning op het gebied van personeels- en financieel beheer voor Dico-eenheden die deze taken om doelmatigheidsredenen niet uitvoeren.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–) Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02.01 Ambtelijk burgerpersoneel2 5522 99143917%
09.02.02 Militair personeel1 8072 76495753%
09.02.03 Overige personele uitgaven1 254409– 845– 67%
09.02.04 Materiële uitgaven3 6361 313– 2 323– 64%
Totaal9 2497 477– 1 772– 19%

Toelichting op de verschillen

De lagere realisatie op de artikelonderdelen personele- en materiële uitgaven wordt veroorzaakt door het meer gebruik maken van adviesdiensten van de Defensie Accountantsdienst in plaats van externe adviseurs, waardoor voor O-, I- en A-deskundigheid minder is gerealiseerd dan verwacht. Voorts zijn de transitiekosten (kosten die gemaakt worden in het traject van de overgang van een dienst naar Dico) door een lager tempo van het naar Dico overkomen van diensten lager uitgevallen dan verwacht.

09.02.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen en het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de staf Dico.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n27281
– gemiddeld salarisx f 1,–94 519106 82112 303
– totale uitgavenx f 1000,–2 5522 991439

Toelichting

De stijging van het gemiddelde salaris wordt met name veroorzaakt doordat in de raming rekening was gehouden met een te lage anciënniteit.

09.02.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de staf Dico.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n17192
– gemiddeld salarisx f 1,–106 294145 47439 180
– totale uitgavenx f 1000,–1 8072 764957

Toelichting

De stijging van het gemiddelde salaris wordt met name veroorzaakt doordat in de raming rekening was gehouden met een te lage anciënniteit.

09.02.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, onderwijs, opleidingen en geneeskundige verzorging.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n44473
– gemiddeld per vtex f 1,–6 9097 596687
– totale uitgavenx f 1000,–30435753
Overige uitgavenx f 1000,–95052– 898
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–1 254409– 845

09.02.04 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd anders dan personele uitgaven. Het betreft hier onder meer uitgaven voor huis- vesting, bureauzaken, automatisering, millennium en O-, I- en A-deskun- digheid. Tevens worden aanloopkosten voor nieuwe diensten die zijn opgenomen in het Dico, ten laste van dit budget verantwoord.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n44473
– gemiddeld per vtex f 1,–41 72724 319– 17 408
– totale uitgavenx f 1000,–1 8361 143– 693
Andere volumegegevens:     
– O-, I- & A deskundigheidx f 1000,–1 800170– 1 630
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–3 6361 313– 2 323

De Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie

De taak van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) is het op ieder gewenst moment voorbereiden en (doen) leveren van vervoers- en verkeersdiensten voor het gehele ministerie van Defensie. De DVVO verzorgt alle niet-operationele verkeers- en vervoersdiensten, voor zover deze betrekking hebben op de algemene verdedigingstaak, taken in het kader van crisisbeheersingsoperaties, humanitaire operaties en overige vredestaken.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02.05 Ambtelijk burgerpersoneel12 37416 0323 65830%
09.02.06 Militair personeel30 49130 162– 329– 1%
09.02.07 Overige personele uitgaven3 9005 1621 26232%
09.02.08 Materiële uitgaven45 60056 33910 73924%
Totaal92 365107 69515 33017%

Toelichting op de verschillen

De toename wordt met name veroorzaakt door de overheveling van de Koeriersdienst van de Koninklijke landmacht naar DVVO alsmede door de hogere behoefte aan inhuur vervoer. Voor deze meeruitgaven hebben de behoeftestellende krijgsmachtdelen additionele budgetten beschikbaar gesteld.

09.02.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de DVVO.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantallen     
waarvan:aantal vte'n18824254
– actief burgerpersoneelaantal vte'n18523954
– gemiddeld salarisx f 1,–66 28666 36478
– totale uitgavenx f 1000,–12 26315 8613 598
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n330
– gemiddeld salarisx f 1,–37 00057 00020 000
– totale uitgavenx f 1000,–11117160
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–12 37416 0323 658

Toelichting

De aanpassing in de aantallen houdt vooral verband met de overheveling uit de Koninklijke landmacht met betrekking tot de eerdergenoemde koeriersdienst naar DVVO.

09.02.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de DVVO.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n570474– 96
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n145255110
– gemiddeld salarisx f 1,–74 15973 773– 1 345
– totale uitgavenx f 1000,–10 75318 8128 059
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n425219– 206
– gemiddeld salarisx f 1,–46 44251 8265 384
– totale uitgavenx f 1000,–19 73811 350– 8 388
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–30 49130 162– 329

Toelichting

De aanpassing in de aantallen houdt onder andere verband met de overheveling uit de Koninklijke landmacht met betrekking tot de eerder genoemde koeriersdienst naar DVVO. Voorts is, ter voorkoming of beperking van overtolligheid, een aantal militaire functies gevuld met burgerchauffeurs. Mede door het vorenstaande (andere rangsopbouw militairen) en door de algemene salarismaatregelen is het gemiddeld salaris bij militair personeel (BBT) toegenomen.

09.02.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen alsmede inhuur van tijdelijk personeel.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren374
– bedrag per mensjaarx f 1,–62 14380 00017 857
– totale uitgavenx f 1000,–185560375
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n758716– 42
– gemiddeld per vtex f 1,–4 9006 4271 528
– totale uitgavenx f 1000,–3 7144 602888
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–3 8995 1621 263

09.02.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd anders dan personele uitgaven. Het betreft hier uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel aan voertuigen en gebouwen.

Omschrijving EenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n758716– 42
– gemiddeld per vtex f 1,–24 14223 443– 700
– totale uitgavenx f 1000,–18 30016 785– 1 515
Andere volumegegevens:     
– Inhuur vervoerscapaciteitx f 1000,–27 30039 55412 254
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–45 60056 33910 739

Toelichting

Het bedrag voor inhuur vervoerscapaciteit was in de raming nog gebaseerd op de omvang en de budgetten die bij de ontvlechting van DVVO uit de krijgsmachtdelen waren overgeheveld. Op basis van actualisering van de vervoersbehoefte is de bijdrage per krijgsmachtdeel opnieuw vastgesteld. Met name bij de Koninklijke landmacht bleek de nieuwe behoefte aanmerkelijk groter. Hiervoor heeft de Koninklijke landmacht dan ook additioneel f 10 miljoen beschikbaar gesteld.

De Defensie-organisatie voor Werving en Selectie

De Defensie-organisatie voor Werving en Selectie (DWS) verzorgt de werving en selectie van het door de krijgsmachtdelen en de Centrale Organisatie benodigde burger- en militair personeel.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02.09 Ambtelijk burgerpersoneel11 38012 3459658%
09.02.10 Militair personeel19 49520 7891 2947%
09.02.11 Overige personele uitgaven54 7753 034– 51 741– 94%
09.02.12 Materiële uitgaven2 61670 31667 7002.588%
Totaal88 266106 48418 21821%

Toelichting op de verschillen

Het budget voor wervingsuitgaven (f 51,3 miljoen) is uit het artikelonderdeel Overige personele uitgaven gelicht en overgebracht naar het artikelonderdeel Materiële uitgaven.

De hogere uitgaven op het artikelonderdeel Materiële uitgaven houden met name verband met de wervingsactiviteiten. De toenemende vraag op de arbeidsmarkt maakt het noodzakelijk meer activiteiten te ontplooien om het aantal aan te stellen kandidaten te realiseren. De behoeftestel-lende beleidsterreinen hebben additionele budgetten beschikbaar gesteld. Daarnaast zijn de wervingsactiviteiten voor burgerpersoneel eveneens door DWS verzorgd. Het daartoe benodigde budget was voor 1998 nog niet overgeheveld.

Tevens worden met ingang van 1998 ook de uitgaven voor reiskosten en inkomstenderving, die voorheen door de krijgsmachtdelen werden betaald, door DWS zelf aan de sollicitanten vergoed. Hiervoor heeft voor 1998 nog geen budgetoverheveling plaatsgevonden.

Prestatiegegevens

Overzicht aan te stellen militair personeel

BeleidsterreinCategoriebegroting 1998realisatie 1998
Koninklijke marineBOT100194
 BBT1 3651 044
Koninklijke landmachtBOT480441
 BBT3 9003 119
 Natres1 000505
Koninklijke luchtmachtBOT7527
 BBT775843
Koninklijke marechausseeBOT3034
 BBT465440
Totaal aan te stellen 8 1906 647

Toelichting

Van de aanstellingsopdracht van 8 190 kandidaten is 81% gerealiseerd. De werving is per beleidsterrein wisselend. De werving van technisch en geneeskundig personeel is moeizaam verlopen. Daarnaast vormde met name het aantrekken van de hoogst opgeleiden een probleem. Als gevolg van de hoge fysieke en mentale aanstellingseisen vallen bovendien de wervingsresultaten van (relatief eenvoudige) gevechtsfuncties bij de Koninklijke landmacht tegen. Ook de vulling van NATRES-functies in bepaalde regio's is fors achtergebleven. De Koninklijke luchtmacht heeft in de loop van het jaar haar aanstellingsopdracht verlaagd door meer contractverlengingen af te sluiten.

09.02.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van DWS.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n172167– 5
– actief personeelaantal vte'n171167– 4
– gemiddeld salarisx f 1,–66 33373 9227 589
– totale uitgavenx f 1000,–11 34312 3451 002
– niet-actief personeelaantal vte'n10– 1
– gemiddeld salarisx f 1,–37 0000– 37 000
– totale uitgavenx f 1000,–370– 37
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–11 38012 345965

Toelichting

Het hogere gemiddelde salaris voor burgers is het gevolg van de alge- mene salarisherziening, alsmede een veranderde rangsopbouw.

09.02.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen en het aandeel in de sociale lasten betrekking hebben- de op het militair personeel van de DWS.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n293274– 19
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n237195– 42
– gemiddeld salarisx f 1,–71 51583 108– 1 345
– totale uitgavenx f 1000,–16 94916 206– 743
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n567923
– gemiddeld salarisx f 1,–45 46458 01312 548
– totale uitgavenx f 1000,–2 5464 5832 037
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–19 49520 7891 294

Toelichting

Het hogere gemiddelde salaris voor militairen is het gevolg van de algemene salarisherziening, alsmede een veranderde rangsopbouw. Vanwege de uitgestelde colocatie Amsterdam is, door de daar gerezen asbestproblematiek, een aantal BBT'ers langer in dienst gehouden (contractverlenging). Voor de BOT'ers geldt dat hier vacatures zijn aangehouden met het oog op een lopende reorganisatie van de DWS.

09.02.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen, inhuur tijdelijk personeel en overige personele uitgaven.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren385
– bedrag per mensjaarx f 1,–62 14370 0007 857
– totale uitgavenx f 1000,–186560374
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n465441– 24
– gemiddeld per vtex f 1,–7 0735 610– 1 463
– totale uitgavenx f 1000,–3 2892 474– 815
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–3 4753 034– 441

09.02.12 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd anders dan personele uitgaven. Het betreft uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, huur banenwinkels, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel.

Materiële personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n465441– 24
– gemiddeld per vtex f 1,–5 62614 9559 329
– totale uitgavenx f 1000,–2 6166 5953 979
Andere volumegegevens:     
– Uitgaven wervingx f 1000,–51 30063 72112 421
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–53 91670 31616 400

Het Instituut Defensie Leergangen

Het Instituut Defensie Leergangen (IDL) heeft tot taak het verzorgen van loopbaanopleidingen voor officieren van de krijgsmacht en het verzorgen of ondersteunen van andere opleidingen. Daarnaast behoort ook het verlenen van faciliteiten en organiseren van congressen tot het takenpakket.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02.13 Ambtelijk burgerpersoneel2 9713 0871164%
09.02.14 Militair personeel5 8525 516– 336– 6%
09.02.15 Overige personele uitgaven4 2984 279– 190%
09.02.16 Materiële uitgaven5 0866 00091418%
Totaal18 20718 8826754%

Prestatiegegevens

Overzicht loopbaanopleidingen

BeleidsterreinLoopbaanopleidingenBegroting 1998Realisatie 1998
Koninklijke marineHKV/MMO1 2151 165
Koninklijke landmachtHMV/STD/VMV3 0481 745
Koninklijke luchtmachtHSV/MC1 7221 632
Interservice ISOLTD/ISOP540288
Interservice ISOISOOC1 008969
Totaal opleidingen 7 5335 799

Toelichting

De afname in het aantal opleidingen wordt met name veroorzaakt door het verschuiven van één leergang STD/VMV naar begin 1999 alsmede een lagere opkomst van de andere gehouden leergangen STD/VMV in 1998. Tevens heeft één leergang LTD geen doorgang gevonden. Hierdoor vielen de uitgaven voor inhuur gastdocenten lager uit. Daarentegen zijn collec- tieve reiskosten van cursisten sinds 1 januari 1998 door IDL betaald en zijn er uitgaven gedaan voor aanvulling, danwel nieuwe cursussen die op het IDL georganiseerd moeten gaan worden.

09.02.13 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het IDL.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n43485
– actief personeelaantal vte'n41465
– gemiddeld salarisx f 1,–70 65964 630– 6 028
– totale uitgavenx f 1000,–2 8972 97376
– niet-actief personeelaantal vte'n220
– gemiddeld salarisx f 1,–37 00057 00020 000
– totale uitgavenx f 1000,–7411440
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–2 9713 087116

Toelichting

Het lagere gemiddelde salaris is het gevolg van een gewijzigde rangs- opbouw.

09.02.14 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het IDL.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n5551– 4
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n5546– 9
– gemiddeld salarisx f 1,–106 400114 1527 752
– totale uitgavenx f 1000,–5 8525 251– 601
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n055
– gemiddeld salarisx f 1,–53 00053 000
– totale uitgavenx f 1000,–0265265
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–5 8525 516– 336

09.02.15 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n98991
– gemiddeld per vtex f 1,–11 20410 899– 305
– totale uitgavenx f 1000,–1 0981 079– 27
Andere volumegegevens:     
– onderwijsgerelateerde uitgavenx f 1000,–3 2003 2000
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–4 2984 279– 19

09.02.16 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd anders dan personele uitgaven. Het betreft uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n98991
– gemiddeld per vtex f 1,–11 08211 10119
– totale uitgavenx f 1000,–1 0861 09913
Andere volumegegevens:     
– onderwijsgerelateerde uitgavenx f 1000,–4 0004 901901
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–5 0866 000914

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) levert en ondersteunt de gezondheidszorg wanneer het optreden van de Nederlandse krijgsmacht dit vereist. Daarnaast bevordert het MGFB de samenhang in de militaire gezondheidszorg. Per augustus 1998 is het MGFB uitgebreid met het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC).

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,– )Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02.17 Ambtelijk burgerpersoneel31 46227 964– 3 498– 11%
09.02.18 Militair personeel43 28238 826– 4 456– 10%
09.02.19 Overige personele uitgaven7 43614 9697 533101%
09.02.20 Materiële uitgaven34 92140 1615 24015%
Totaal117 101121 9204 8194%

Toelichting op de verschillen

De onderschrijding op personeel is met name het gevolg van het feit dat het herplaatsingsproces van burgerambtenaren, met name bij het Centraal Militair Hospitaal (CMH), sneller verloopt dan werd geraamd.

Daarnaast is de opbouw in het militair personeel enigszins gewijzigd waarbij er meer militairen voor bepaalde tijd (goedkoper) worden aange- steld dan militairen voor onbepaalde tijd.

De overschrijding op het artikelonderdeel Overige personele uitgaven wordt met name veroorzaakt door meer inhuur van medisch gespecialiseerd personeel (f 1,5 miljoen) en een niet geraamde doorbetaling van AWBZ gelden 1996, 1997 en met name 1998 aan SZVK (f 2,4 miljoen).

De overschrijding op materiële uitgaven is te wijten aan de terugbetaling aan Univé van de in 1997 te veel ontvangen lumpsum (f 4,6 miljoen). Op basis van een geschat aantal verrichtingen is een voorschot verstrekt. De daadwerkelijk uitgevoerde verrichtingen bleken minder te zijn dan geraamd waardoor een deel moest worden terugbetaald. Daarnaast is er meer uitgegeven voor het onderhoud aan gebouwen dan in de begroting was voorzien.

09.02.17 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van MGFB.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n435381– 54
– gemiddeld salarisx f 1,–72 32673 3961 070
– totale uitgavenx f 1000,–31 46227 964– 3 571

09.02.18 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen en het aandeel in de sociale lasten betrekking hebben- de op het militair personeel van de MGFB.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n4364360
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n415364– 51
– gemiddeld salarisx f 1,–100 99596 343– 4 652
– totale uitgavenx f 1000,–41 91335 069– 6 844
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n217251
– gemiddeld salarisx f 1,–65 19052 181– 13 010
– totale uitgavenx f 1000,–1 3693 7572 388
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–43 28238 826– 4 456

09.02.19 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen, inhuur tijdelijk personeel en overige personele uitgaven.

Omschrijving EenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n871817– 54
– gemiddeld per vtex f 1,–8 53718 3229 785
– totale uitgavenx f 1000,–7 43614 9694 213

09.02.20 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd anders dan personele uitgaven. Het betreft uitgaven voor huisvesting, (groot)onderhoud, automatisering, geneeskundig materieel, geneeskundige zorg en overige materiële zaken.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n871817– 54
– gemiddeld per vtex f 1,–13 80121 6147 813
– totale uitgavenx f 1000,–12 02117 6595 638
Andere volumegegevens:     
– Uitgaven geneeskundige zorgx f 1000,–22 90022 502– 398
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–34 92140 1615 240

De Overige interservice diensten

De verplichtingen en uitgaven van de organisatie-eenheden Dienst Mili- taire Pensioenen (DMP), Defensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC), Bureau Internationale Sportwedstrijden (BIMS), Dienst Personeel en Salarisadministratie (PSA), Dienst Materieel Codificatiecen- trum (DMC), Dienst Geestelijke Verzorging (DGV) en Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD) zijn in de hierna volgende toelichting op de cluster «Overige interservice diensten (OID)» betrokken.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen en uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02.21 Ambtelijk burgerpersoneel20 50531 11510 61052%
09.02.22 Militair personeel18 60623 0894 48324%
09.02.23 Overige personele uitgaven3 2264 9011 67552%
09.02.24 Materiële uitgaven20 99220 010– 982– 5%
Totaal63 32979 11515 78625%

Toelichting op de verschillen

De toename wordt met name veroorzaakt door het opdragen van de uitvoering verzekerdenadministratie aan DARIC en de toevoeging (ongeveer f 14 miljoen) van de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD).

09.02.21 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de OID.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n296420124
– actief burgerpersoneelaantal vte'n292413121
– gemiddeld salarisx f 1,–69 71674 3734 657
– totale uitgavenx f 1000,–20 35730 71610 359
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n473
– gemiddeld salarisx f 1,–37 00057 00020 000
– totale uitgavenx f 1000,–148399251
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–20 50531 11510 610

Toelichting

Het hogere gemiddelde salaris voor burgers is het gevolg van de alge- mene salarisherziening, alsmede een veranderde rangsopbouw en als gevolg van de hier bovengenoemde ontwikkelingen.

09.02.22 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de OID.

Militair personeelEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Totaal personeelsaantal     
waarvan:aantal vte'n17719821
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n17719215
– gemiddeld salarisx f 1,–105 119117 57812 459
– totale uitgavenx f 1000,–18 60622 5753 969
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n066
– gemiddeld salarisx f 1,–85 66785 667
– totale uitgavenx f 1000,–0514514
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–18 60623 0894 483

Toelichting

Het hogere gemiddelde salaris voor militairen is het gevolg van een veranderde rangsopbouw en van de hier bovengenoemde ontwikkelingen.

09.02.23 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel komen de personele uitgaven anders dan salarissen en salarisgebonden uitgaven. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, onderwijs en opleiding en inhuur tijdelijk personeel.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren3118
– bedrag per mensjaarx f 1,–60 00060 0000
– totale uitgavenx f 1000,–180660480
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n473618145
– gemiddeld per vtex f 1,–6 4406 862423
– totale uitgavenx f 1000,–3 0464 2411 195
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–3 2264 9011 675

09.02.24 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel worden de materiële uitgaven geraamd. Het betreft hier uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n473618145
– gemiddeld per vtex f 1,–14 0218 092– 5 929
– totale uitgavenx f 1000,–6 6325 001– 1 631
Andere volumegegevens:     
– Uitgaven expl. automatiseringx f 1000,–14 36015 009649
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–20 99220 010– 982

Artikelonderdeel 09.02.25 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burgerpersoneel van het Dico. Naast het reguliere wachtgeld wordt in dit artikelonderdeel ook ingegaan op de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen die voor het Dico uit het Sociaal Beleidskader voortvloeien.

OmschrijvingEenheidBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal vte'n12716033
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–37 81145 0197 208
– totale uitgavenx f 1000,–4 8027 2032 401
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal vte'n5142– 9
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–29 92240 47610 555
– totale uitgavenx f 1000,–1 5261 700174
Totaal toegelichtx f 1000,–6 3288 9032 575
Bij: uitvoeringskostenx f 1000,–1 8302 225395
Totale uitgavenx f 1000,–8 15811 1282 970

Toelichting op de verschillen

De toename is het gevolg van een groter aantal uitkeringsjaren met een hoger uitkeringsbedrag dan oorspronkelijk was geraamd.

09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel worden de verplichtingen en uitgaven verantwoord geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur die niet onder het begrotingsartikel 09.02 Personeel en materieel worden geraamd en verantwoord. Het beleid is gericht op het vervangen van verouderd materieel door modern, voor de bedrijfsvoering geschikt materieel.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1998Realisatie 1998VerschilBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.03.01 Groot materieel7 24519 63612 391171%12 24517 6745 42944%
09.03.02 Infrastructuur09 9549 95412 77717 6544 87738%
Totaal7 24529 59022 345308%25 02235 32810 30641%

Toelichting op verschillen

Het verschil tussen begroting en realisatie wordt met name verklaard door de fasering/vertraging uit 1997 en meerkosten, met name verband houdende met de aanwezigheid van asbesthoudende stoffen bij de uitvoering van der ver-/nieuwbouw ten behoeve van de DWS op de Marine Kazerne Amsterdam (MKAD). Daarnaast waren er meeruitgaven voor onder andere automatiseringssystemen (DWS) en voertuigen (DVVO).

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING ONTVANGSTEN

01. Beleidsterrein Algemeen

01.20 Verrekenbare ontvangsten

De geraamde ontvangsten hebben betrekking op ontvangsten die gerelateerd zijn aan de personele en materiële uitgaven op artikel 01.20, de overige departementale uitgaven op artikel 01.29 en de ontvangsten die voortvloeien uit internationale verplichtingen in verband met Navo- infrastructuur op artikel 01.23 van de uitgavenbegroting.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.20 Verrekenbare ontvangsten:     
01.20.01 Personele ontvangsten1 036922– 114– 11%
01.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten5 8543 233– 2 621– 45%
01.20.03 Ontvangsten uit internationale verplichtingen i.v.m. Navo-infrastructuur31 80012 928– 18 872– 59%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten38 69017 083– 21 607– 56%

Toelichting op de verschillen

De lagere verrekenbare ontvangsten zijn vooral het gevolg een lagere realisatie van materiële ontvangsten als gevolg van minder verrekenbare aankopen door MID, derhalve minder te verrekenen met het ministerie van Justitie. Tevens zijn de ontvangsten betreffende de infrastructuurwerken in Nederland die voor verrekening met de Navo in aanmerking komen achtergebleven. Dit heeft te maken met vertragingen in de voortgang van lopende projecten en de procesgang van nog te autoriseren projecten (Navo en Central Europe Pipeline Management Agency (CEPMA)).

01.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
01.21 Niet verrekenbare ontvangsten:    
01.21.01 Milieuheffing4000– 400– 100%
01.21.02 Overige ontvangsten3002 2591 959653%
Totaal Niet-verrekenbare ontvangsten7002 2591 559223%

Toelichting op de verschillen

De hogere niet-verrekenbare ontvangsten, die terugvloeien naar de algemene middelen, houden verband met meer verrekende huisvestingskosten DTO (+ f 0,250 miljoen), een meerontvangst als gevolg van in voorgaande jaren teveel betaalde bijdrage aan het WEU Satellietcentrum (+ f 0,229 miljoen), ontvangsten met betrekking tot incorrecte betalingen op facturen (+ f 0,344 miljoen), verrekening van het project PROFIEL (+ f 0,242 miljoen) en diverse kleinere posten (+ f 0,494 miljoen).

02. Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen

02.01 Verrekenbare ontvangsten

De geraamde ontvangsten hebben betrekking op ontvangsten die gerelateerd zijn aan de uitgavenbegroting van wachtgelden, uitkeringen en pensioenen.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
02.01 Verrekenbare ontvangsten:    
02.01.01 Ontvangsten AAW-fonds, inzake uitgaven gedaan voor militaire invaliditeitspensioenen25 4752 673– 22 802– 90%
02.01.02 Ontvangsten AAW-fonds, inzake uitgaven gedaan voor wachtgelden burgerpersoneel6000– 600– 100%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten26 0752 673– 23 402– 90%

Toelichting op de verschillen

De lagere realisatie van de ontvangsten op dit artikel ten opzichte van de ontwerpbegroting met f 23,402 miljoen is voornamelijk het gevolg van het vervallen van de AAW-claims door de introductie van de premiedifferen- tiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba).

02.02 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
02.02 Niet-verrekenbare ontvangsten:    
02.02.01 Ontvangsten AAW-fonds, inzake uitgaven gedaan in vroegere dienstjaren900433– 467– 52%
02.02.02 Restitutie teveel genoten uitkeringen2 6000– 2 600– 100%
Totaal artikel Niet-verrekenbare ontvangsten3 500433– 3 067– 88%

Toelichting op de verschillen

De lagere realisatie van de ontvangsten op dit artikel ten opzichte van de ontwerpbegroting met f 3,067 miljoen is voornamelijk het gevolg van het vervallen van de AAW-claims door de introductie van de premiedifferen- tiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba).

03. Beleidsterrein Koninklijke marine

03.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die in het bijzonder betrekking hebben op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen en het uitlenen van personeel, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding, huisvesting en dergelijke. Daarnaast betreft het artikel de ontvangsten van B.T.W. en accijnzen, de verkoop van zeekaarten, berichten aan zeevarenden, zeemansgidsen en dergelijke, de ontvangsten uit dienstverlening en ontvangsten betreffende verrekeningen met Navo-partners voor gezamenlijke projecten. Op dit artikel worden de ontvangsten gesplitst in enerzijds personele ontvang- sten (03.20.01) en anderzijds in materiële en specifieke ontvangsten (03.20.02).

De geraamde ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het artikel 03.20 Personeel en materieel.

Het beleid is gericht op het verbeteren van het debiteurenbeheer. Op basis van in het verleden van de Belastingdienst en de Douane verkregen beschikkingen en getroffen regelingen werd omzetbelasting en accijnzen ter zake van schepen en scheepsbrandstof teruggevorderd. Mede als gevolg van reorganisaties voortvloeiende uit de doelmatigheidsoperatie uit 1994, is in 1997 bij de DEBKM de sectie omzetbelasting invoerrechten en accijnzen opgericht. Deze sectie heeft in 1998 haar beleid gericht op het aanpassen en vernieuwen van beschikkingen en regelingen alsmede een beter financieel en logistiek beheer op dit specifieke gebied.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.20 Verrekenbare ontvangsten:    
03.20.01 Personele ontvangsten24 58027 7213 14113%
03.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten124 261126 3372 0762%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten148 841154 0585 2174%

Toelichting op verschillen

Per saldo heeft een hogere realisatie plaatsgevonden van f 5,2 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door terugontvangen omzetbelasting, invoerrechten en accijnzen. In 1997 is een aanzet gegeven tot een actiever beleid op dit gebied, zoals hierboven genoemd. Dit leidde tot hogere ontvangsten in 1998 (f 21,4 miljoen). Voorts leidden de inzet van een Lynx-helikopter voor visserij-inspectie, de grotere verkoop van maaltijdbonnen door het verstrekken van gratis maaltijden terug te dringen en door de verkoop van maaltijdbonnen aan buitenlandse militairen die in Nederland opleiding genieten en het inlopen van een achterstand in het declareren van geneesmiddelen en tandheelkundige zorg tot de hogere realisatie. Daar tegenover hebben in 1998 nagenoeg geen ontvangsten uit hoofde van Foreign Military Sales plaatsgevonden (f 15,4 miljoen) door vertraging in de afwikkeling van de contracten van met name geleide wapensystemen. Het nog niet ontvangen van uitstaande vorderingen op de Amerikaanse overheid voor geleverde brandstoffen en kleine inventarisgoederen en op de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit voor door het KIM uitgevoerde opleidingen leidden eveneens tot lagere ontvangsten.

03.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Dergelijke ontvangsten hebben in het bijzonder betrekking op:

– krijgstuchtelijke boetes;

– boetes wegens te late levering en nalatigheid;

– ontvangen royalties;

– rente-ontvangsten;

– overige ontvangsten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
03.21 Niet-verrekenbare ontvangsten2 1005 1133 013143%

Toelichting op verschillen

De hogere realisatie van dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door een renteboeking op de in de Verenigde Staten aan te houden trustaccount voor het NATO Seasparrow project.

04. Beleidsterrein Koninklijke landmacht

04.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die in het bijzonder betrekking hebben op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding, huisvesting en dergelijke en verhuur van woningen. Daarnaast betreft het artikel de ontvangsten van terugvordering van B.T.W., de verkoop van topografische kaarten en drukwerk en de ontvangsten uit dienstverlening.

De geraamde ontvangsten zijn te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 04.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.20 Verrekenbare ontvangsten:    
04.20.01 Personele ontvangsten72 03685 61213 57619%
04.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten41 29026 447– 14 843– 36%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten113 326112 059– 1 267– 1%

Toelichting op verschillen

Ten opzichte van de raming is er per saldo f 1,3 miljoen minder ontvan- gen. De hogere ontvangsten van ruim f 13 miljoen houden vooral verband met ontvangsten voor huisvesting BBT personeel, compensatie van de zorgverzekeraar voor 1e lijns zorg en vermindering van de afdracht loonbelasting aangezien Defensie als werkgever participeert in het leerlingwezen.

De lagere ontvangsten van ruim f 14 miljoen betreft vooral het verschui- ven van de afrekening van de verkoop van het Militair Hospitaal A. Matthijsen (MHAM) naar 1999. Het volledige bedrag aan nog in de tarieven te verrekenen kosten van het MHAM is nog niet door het AZU ontvangen. Verder kon minder B.T.W. inzake in het buitenland verschoten munitie worden teruggevorderd en is de afrekening FMS-cases vertraagd.

04.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft bijvoorbeeld krijgstuchtelijke geldboetes, royalties, boetes en rente van voorschotten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
04.21 Niet-verrekenbare ontvangsten7 3907 5431532%

05. Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

05.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die in het bijzonder betrekking hebben op personele, de materiële en specifieke ontvangsten.

De geraamde ontvangsten zijn te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 05.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
05.20 Verrekenbare ontvangsten:    
05.20.01 Personele ontvangsten27 00023 558– 3 442– 13%
05.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten64 00038 797– 25 203– 39%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten91 00062 355– 28 645– 31%

Toelichting op verschillen

De lagere ontvangsten op het artikelonderdeel Personele ontvangsten is met name te verklaren door het achterblijven van de ontvangsten voor de voeding (– f 2,5 miljoen).

De ontvangsten op het artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvang- sten zijn f 25,203 miljoen lager dan de raming. De redenen die hieraan ten grondslag liggen hebben betrekking op de vertraging in de afhandeling van contracten die met zogenoemde FMS-procedure tot stand zijn gekomen. Hierdoor is de ontvangst op het holding account circa f 14,5 miljoen lager. Daarnaast is voor het medegebruik van de vliegbases f 2,8 miljoen minder ontvangen. Verder is een aantal posten achtergebleven bij de realisatie voor in totaal ongeveer f 7,9 miljoen.

05.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft bijvoorbeeld krijgstuchtelijke geldboetes, boetes en rente van voorschot- ten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
05.21 Niet-verrekenbare ontvangsten7 70012 7385 03865%

Toelichting op verschillen

De hogere ontvangsten op dit artikel wordt veroorzaakt door een hogere FMS-rente ontvangst dan aanvankelijk was geraamd.

06. Beleidsterrein Koninklijke marechaussee

06.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

Deze ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 06.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
06.20 Verrekenbare ontvangsten:    
06.20.01 Personele ontvangsten3 9022 704– 1 198– 31%
06.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten4 3676 1701 80341%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten8 2698 8746057%

Toelichting op verschillen

De per saldo hogere ontvangsten van f 0,605 miljoen zijn met name veroorzaakt door hogere ontvangsten voor diensten en werkzaamheden voor derden en door lagere inkomsten voor voeding.

06.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft onder andere ontvangsten in het kader van verstrekte reisdocumenten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
06.21 Niet-verrekenbare ontvangsten6001 250650108%

Toelichting op verschillen

De meerontvangsten op dit artikel van f 0,650 miljoen ten opzichte van de begroting 1998 zijn voornamelijk het gevolg van de verstrekking van grote hoeveelheden reisdocumenten op de luchthaven Schiphol.

08. Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

08.01 Ontvangsten luchtmobiele brigade

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
08.01.01 Ontvangsten Luchtmobiele brigade01 7081 708

Toelichting op de verschillen

De op dit artikel verantwoorde ontvangst ten bedrage van f 1,708 miljoen betreft de boetes voor de vertraging in de overdracht van de Chinooks.

08.02 Ontvangsten naar aanleiding van vredesoperaties

Op dit artikel worden met name de vergoedingen van de Verenigde Naties (VN) voor de Nederlandse deelname aan VN-vredesoperaties verantwoord. De hoogte van de vergoedingen is afhankelijk van de mate waarin Nederland aan deze VN-operaties deelneemt. Een verschuiving van Nederlandse inzet in vredesoperaties van VN-operaties naar door Navo geleide operaties valt te constateren. Voor deelname aan niet-VN-operaties worden geen vergoedingen voor inzet van defensiemiddelen ontvangen. Daarnaast speelt de financiële positie van de Verenigde Naties een belangrijke rol in het tijdstip van uit te keren bedragen.

Naast de VN-vergoedingen worden de kosten van door Defensie uitge- voerde humanitaire vluchten ten behoeve van Ontwikkelingssamenwerking via dit artikel verrekend.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
08.02 Ontvangsten naar aanleiding van vredesoperaties31 40014 751– 16 649– 53%

Toelichting op de verschillen

De afwijkingen ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn ontstaan doordat:

– de van de VN ontvangen vergoedingen voor de Nederlandse deelname aan vredesoperaties zijn als gevolg van de financiële situatie van de VN achtergebleven;

– ten behoeve van Ontwikkelingssamenwerking minder humanitaire vluchten dan geraamd zijn uitgevoerd. Voorts is een naijleffect ontstaan in de verrekening van vluchten over 1998. Naar verwachting wordt de vergoeding voor deze kosten in 1999 ontvangen.

08.03 Overige ontvangsten Internationale Samenwerking

Op dit artikel worden de ontvangsten verantwoord die samenhangen met de Homogene Groep Internationale Samenwerking, anders dan uit hoofde van deelname aan vredesoperaties en humanitaire vluchten ten behoeve van Ontwikkelingssamenwerking.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1998Realisatie 1998Verschil
08.03 Overige ontvangst Internationale Samenwerking30 6001 382– 29 218– 95%

Toelichting op verschillen

De geraamde ontvangst van f 30,6 miljoen betreft de bijdrage van de Nederlandse Antillen en Aruba in de uitgaven voor de kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba. Doordat minder uitgaven voor de investeringen zijn gedaan wordt de bijdrage navenant verlaagd tot een totaal van f 17 miljoen. De bijdragen voor 1997 (f 4,2 miljoen) zijn in dit totaal opgenomen en hiervan is in 1998 f 1,4 miljoen ontvangen.

09. Beleidsterrein Defensie Interservice Commando (Dico)

09.02 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die in het bijzonder betrekking hebben op:

– geneeskundige verzorging;

– verhuur van wagons aan de Nederlandse Spoorwegen;

– verhuur van faciliteiten door het Instituut Defensie Leergangen.

Ontvangsten (x f 1000,–)

Omschrijving Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
09.02 Verrekenbare ontvangsten:    
09.02.01 Personele ontvangsten53 48051 796– 1 684– 3%
09.02.02 Materiële en specifieke ontvangsten2 2502 84859827%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten55 73054 644– 1 086– 2%

Toelichting agentschappen

3.1 Defensie Telematica Organisatie

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) is het facilitaire informatie- en communicatie technologie (ICT)-bedrijf van het ministerie van Defensie. De DTO is per 1 september 1997 opgericht en heeft per 1 januari 1998 de status van agentschap. De producten en diensten die DTO aanbiedt zijn in zes productgroepen ondergebracht. Het betreft:

Advies

De productgroep advies bevat de levering van advies met betrekking tot specificatie, ontwikkeling, verwerving, invoering, beheer, exploitatie, mogelijkheden en toepassing van ICT-middelen, -systemen en -infrastructuren.

Beheer/exploitatie

De productgroep beheer/exploitatie bevat het uitvoeren van het technisch, functioneel en applicatiebeheer van de eigen ICT-infrastructuur en systemen. Tevens wordt, op basis van te maken afspraken, het technisch beheer en exploitatie van ICT-infrastructuren en -systemen van afnemers uitgevoerd.

Ontwikkeling

De productgroep ontwikkeling bevat de ontwikkeling, integratie en modificatie van ICT-infrastructuren, -systemen, -applicaties en gegevensbanken op nagenoeg alle soorten platforms.

Elektronisch transportnetwerk

De productgroep elektronisch transportnetwerk bevat de communicatiefaciliteiten voor spraak, data en video, evenals de toegang tot externe netwerken.

Generieke diensten

De productgroep generieke diensten bevat de diensten en applicaties voor algemeen gebruik die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden, zoals kantoorautomatisering, «electronic mail» en informatiegidsen.

Overige producten en diensten

Naast voornoemde producten en diensten levert DTO producten en diensten in de sfeer van opleiding, installatie en verhuur/verkoop van telematicamiddelen. Deze producten en diensten worden niet zelfstandig doch uitsluitend in relatie met de in de overige productgroepen opgeno- men producten en diensten geleverd.

De hoofdvestiging van DTO bevindt zich in Den Haag. Daarnaast zijn er DTO-vestigingen in Soesterberg, Den Helder en Maasland. Verder bevindt zich in Woensdrecht een uitwijkcentrum. Het ministerie van Defensie is de markt van DTO. Binnen grenzen vast te stellen door de voorzitter van de Bestuursraad DTO kan DTO, onder bepaalde voorwaarden, ook producten en diensten leveren aan afnemers binnen de Rijksoverheid («tweeden») en de Navo.

De missie van DTO luidt:

«De Defensie Telematica Organisatie draagt als agentschap van Defensie zorg voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie aan de krijgsmacht, zowel in vredestijd, crisis- en oorlogsomstandigheden, als tijdens crisisbeheer- singsoperaties»

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Grondslagen voor de waardering

Algemeen

De activa en passiva zijn, voorzover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief B.T.W.. Een nadere toelichting op de algemene waarderingsgrondslagen wordt hieronder gegeven.

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa bestaan uit gekochte software en licenties voor het gebruik van software. Deze activa worden geactiveerd voor zover de aanschafwaarde groter is dan f 25 000,–.

Materiële vaste activa

Deze activa zijn gewaardeerd tegen de aanschafwaarde, verminderd met de lineaire afschrijvingen. Er geldt een activeringsgrens voor vaste activa van f 10 000,–.

Voorraden

De voorraden zijn gewaardeerd tegen de kostprijs of de eventueel lagere verwachte netto opbrengstwaarde.

Vorderingen

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voor het risico van oninbaarheid is gesaldeerd.

Overige activa en passiva

De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemen als agentschap verbonden is.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De resultaten zijn berekend op basis van historische kostprijzen, waarbij de baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben (matching-principle). Transacties in vreemde valuta zijn omgere- kend in nederlandse guldens op basis van administratiekoersen. Deze koersen worden gehanteerd bij betalingen via het ministerie van Financiën en worden periodiek door dit ministerie vastgesteld.

Buitengewone baten en lasten

De buitengewone baten en lasten zijn baten en lasten die niet voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

Alle afschrijvingen vinden lineair plaats en worden berekend op basis van de aanschafwaarde.

De afschrijvingstermijnen zijn:

Immateriële vaste activa– software/licenties5 jaar
Materiële vaste activa– terreinen10 jaar
 – gebouwen en glasvezel30 jaar
 – machines en installaties8 jaar
 – kantoorinventaris5 jaar
 – transportmiddelen4 jaar
 – PC's en printers3 jaar
 – overige computerapparatuur3–10 jaar

Onder de categorie terreinen vallen naast grond ook werken. Op grond wordt niet afgeschreven terwijl op werken wel wordt afgeschreven. Om deze reden is bij terreinen – in tegenstelling tot wat daarover is vastgelegd in de handleiding agentschappen – een afschrijvingstermijn vermeld.

De specificatie van de rekening van baten en lasten van het agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) 1998 (bedragen x f 1000,–)

 (1)(2)(3)=(2)-(1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1998Realisatie 1998Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
BATEN   
opbrengst moederdepartement279 100312 90033 800
opbrengst overige departementen3 0008 8005 800
opbrengst derden000
rentebaten100500400
buitengewone baten000
exploitatie-bijdrage000
Totale baten282 200322 20040 000
    
LASTEN   
apparaatskosten    
– personele kosten141 200149 8008 600
– materiële kosten91 300137 30046 000
rentelasten000
afschrijvingskosten    
– materieel40 50026 900– 13 600
– immaterieel4 4002 800– 1 600
dotaties voorzieningen1 5001 200– 300
buitengewone lasten000
Totale lasten278 900318 00039 100
    
Saldo van baten en lasten3 3004 200900

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

KENGETALLEN

Kengetallen agentschap Defensie Telematica Organisatie

 Begroting 1998Realisatie 1998Verschil
– Rentabiliteit agentschapsvermogen1,0%1,4%0.4%
– Produktiviteit per werknemer (x f 1000,–)23826729
– Resultaatmarge1,2%1,1%– 0,1%
– Omzet per klantgroep:    
* Koninklijke marine16,8%14,4%– 2,4%
* Koninklijke landmacht48,5%39,5%– 9,0%
* Koninklijke luchtmacht16,8%17,9%1,1%
* Koninklijke marechaussee0,2%4,1%3,9%
* Centrale Organisatie12,9%16,8%3,9%
* Defensie Interservice Commando3,7%4,7%1,0%
* Overig1,1%2,6%1,5%

In de begroting DTO 1998 zijn vier kengetallen opgenomen die min of meer los worden gepresenteerd van de begroting van baten en lasten. De kengetallen worden in het navolgende toegelicht.

Rentabiliteit agentschapsvermogen: De rentabiliteit van het agentschapsvermogen is het saldo van baten en lasten, exclusief buitengewone baten en lasten en rente-baten en -lasten, ten opzichte van het agentschapsvermogen aan het begin van het verslagjaar. Dit kengetal is hoger uitgekomen dan gepland in de ontwerpbegroting. Dit komt doordat het agentschapsvermogen in de begroting (op basis van een indicatieve openingsbalans) hoger is ingeschat dan de werkelijk vastgestelde waardering van het vermogen in de definitieve openingsbalans.

Productiviteit per werknemer: Onder productiviteit per werknemer wordt verstaan de gefactureerde omzet per medewerker (inclusief ingehuurd personeel). De hogere realisatie van dit kengetal wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename van de omzet als gevolg van het opnemen van de handelsomzet, waarmee bij de ontwerpbegroting nog geen rekening was gehouden.

Resultaatmarge: De resultaatmarge is het saldo van baten en lasten, exclusief buitengewone baten en lasten en rente-baten en -lasten, ten opzichte van de omzet. De realisatie van dit kengetal is lager dan gepland in de ontwerpbegroting doordat de omzet als gevolg van het opnemen van de handelsomzet relatief sterker is gestegen dan het saldo van baten en lasten.

Omzet per klantgroep: De omzet per klantgroep is de totale omzet voor een klantgroep ten opzichte van de totale netto omzet van DTO. De mutaties in de omzet per klantgroep hangen met name samen met het feit dat met de omvang van de handelsomzet ten tijde van de ontwerpbegroting geen rekening was gehouden, terwijl deze wel in de realisatie was meegenomen.

BATEN

Opbrengst moederdepartement

De meeropbrengsten van f 33,8 miljoen zijn voornamelijk het gevolg van meeromzet voor handelsgoederen. In de ontwerpbegroting is geen rekening gehouden met handelsomzet.

In 1998 zijn zowel prijsverhogingen als prijsverlagingen doorgevoerd. De verhogingen hadden voornamelijk betrekking op de arbeidsintensieve productgroepen als gevolg van een generieke loonkostenstijging. De lagere tarieven zijn doorgevoerd bij de kapitaalsintensieve productgroepen. Zo is voor de productgroep Beheer en Exploitatie een gemiddelde tariefdaling doorgevoerd van 3,3%.

Opbrengst overige departementen

De meeromzet van f 5,8 miljoen betreft een nafacturering van reeds in 1997 geleverde producten/diensten.

Rentebaten

De rentebaten bestaan uit de door het ministerie van Financiën betaalde vergoeding voor de gelden van de rekening-courant van DTO bij de Rijkshoofdboekhouding.

De stijging van de rentebaten hangt samen met de gunstige ontwikkeling van het rekening-courantsaldo bij het ministerie van Financiën.

LASTEN

Personeel

De realisatie van de personele lasten is f 8,6 miljoen hoger dan in de ontwerpbegroting was geraamd. Dit wordt veroorzaakt door een toename van het aantal inhuurkrachten.

De gemiddelde bezetting in 1998 ten opzichte van de raming in de ontwerpbegroting is als volgt:

Personeel agentschap Defensie Telematica Organisatie

(in aantallen vte'n) Ontwerpbegroting 1998Realisatie 1998Verschil
Militair personeel176135– 41
Burgerpersoneel89391522
Sub-totaal DTO-medewerkers1 0691 050– 19
Inhuur11815739
Totaal aantal vte'n1 1871 20720

Materieel

Deze post omvat alle (exploitatie)lasten van DTO. De hogere materiële lasten van f 46,0 miljoen worden voornamelijk veroorzaakt door de hogere kosten van de handelsomzet en worden voor het merendeel gecompenseerd door hieraan gerelateerde hogere omzet.

Afschrijvingen

De afname van de afschrijvingskosten met f 15,2 miljoen wordt ten eerste veroorzaakt door lagere investeringen in 1998 dan geraamd. Ten tweede is de waardering van NAFIN in de vastgestelde openingsbalans lager dan in de indicatieve balans, waarop de raming van de afschrijvingen in de ontwerpbegroting was gebaseerd.

Afschrijvingen

(bedragen x f 1000,–)Realisatie 1998
Licenties2 823
Gebouwen en terreinen1 909
Machines en installaties2 191
Computerapparatuur7 934
Netwerkapparatuur en -infrastructuur13 839
Overige bedrijfsmiddelen984
Totale afschrijvingen29 680

Dotaties aan voorzieningen

Maandelijks heeft een reguliere dotatie van f 0,100 miljoen plaatsgevonden ten behoeve van de assurantievoorziening. Op jaarbasis is dus een bedrag van f 1,2 miljoen gedoteerd. Daarnaast hebben geen bijzon- dere dotaties plaatsgevonden.

Saldo van baten en lasten

Het voornemen bestaat om het resultaat toe te voegen aan de algemene reserves.

Opbouw van het kasstroomoverzicht voor het agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) (bedragen x f 1000,–)

  (1)(2)(3)=(2)-(1)
 OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Liquide middelen 1 januari 199832 20044 90012 700
     
1a.Saldo van baten en lasten3 3004 200900
1b.Gecorrigeerd voor afschrijvingen44 90029 700– 15 200
1b.Gecorrigeerd voor mutaties voorzieningen– 7 000– 5 3001 700
1c.Gecorrigeerd voor mutaties in het werkkapitaal– 21 00038 60059 600
     
– 1.Kasstroom uit operationele activiteiten20 20067 20047 000
     
2a.Investeringen uitgaven onroerende zaken0– 200– 200
2b.Investeringen uitgaven overige kapitaalgoederen– 43 700– 16 30027 400
2c.Gecorrigeerd voor desinvesteringen0300300
     
– 2.Kasstroom uit investeringsactiviteiten– 43 700– 16 20027 500
     
3a.Opname leningen van moederdepartement000
3b.Investeringsbijdrage departement000
3c.Aflossing langlopende leningen000
     
– 3.Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten000
     
Mutatie liquide middelen– 23 50051 00074 500
     
Liquide middelen 31 december 19988 70095 90087 200

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Mutaties afschrijvingen

Voor de toelichting op de afschrijvingen wordt verwezen naar de toe- lichting op de baten en lasten.

Mutaties voorzieningen

De herstructureringsvoorziening is in 1998 minder belast dan gepland in de ontwerpbegroting begroting. Dit komt doordat enkele in 1998 geplande herstructureringsuitgaven pas in 1999 daadwerkelijk zullen worden gerealiseerd. Hierdoor zijn de onttrekkingen lager uitgevallen dan oor- spronkelijk begroot.

Mutaties werkkapitaal

Een grote werkkapitaalmutatie heeft geleid tot een incidentele grote afwijking in de kasstroom. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door omvangrijke leveringen aan en betalingen door afnemers van met name DTO millenniumdiensten in het laatste kwartaal van 1998, terwijl DTO de leveranciers eerst in 1999 heeft betaald.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Het achterblijven van de investeringsuitgaven is het gevolg van een combinatie van factoren. In dit eerste planjaar van DTO is sprake geweest van een te hoge planning van investeringen. Onder andere door de integratie-activiteiten was er onvoldoende (management)capaciteit om alle geplande investeringen daadwerkelijk te realiseren. Daarnaast blijken de prijzen van met name hardware-investeringen regelmatig lager uit te vallen dan in de ontwerpbegroting werd aangenomen. De gegenereerde afschrijvingen overschrijden de investeringen dit jaar in ruime mate.

De balans van het agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) per 31 december 1998 (bedrag x f 1000,–)

OmschrijvingBalans 1998 31 decemberDefinitieve openingsbalans 1 januari 1998Indicatieve openingsbalans 1 januari 1998 (ontwerpbegroting 1998)
ACTIVA   
    
Immateriële activa7 7448 15311 681
Materiële activa    
* grond en gebouwen38 32440 04645 828
* installaties en inventarissen7 5217 89927 730
* overige materiële vaste activa166 415177 404222 529
Voorraden15 0507 9456 756
Debiteuren36 27427 99827 684
Overlopende activa16 60414 1636 106
Liquide middelen95 90044 90730 695
Totaal activa383 832328 515379 009
    
PASSIVA   
    
Agentschapsvermogen    
* algemene reserves246 275264 773337 049
* bestemmingsreserves18 49800
* verplichte reserves000
* saldo exploitatie boekjaar4 16400
Subtotaal Agentschapsvermogen268 937264 773337 049
    
Aflossings- en rentedragend vermogen    
Voorzieningen32 70637 97225 681
Crediteuren42 3239 6655 683
Overlopende passiva39 86616 10510 596
Totaal passiva383 832328 515379 009

IV. TOELICHTING OP DE BALANS

ACTIVA

IMMATERIËLE ACTIVA

(bedragen x f 1000,–)Licenties
Boekwaarde openingsbalans per 1 januari 19988 153
bij: investeringen 19982 414
af: desinvesteringen 19980
af: afschrijvingen 19982 823
Boekwaarde per 31 december 19987 744

MATERIËLE ACTIVA

(bedragen x f 1000,–)Gebouwen en terreinenMachines en installatiesComputer-apparatuurNetwerpapp. en -infrastructuurOverige bedrijfsmid-delenTotaal mat. vaste activa
Boekwaarde openingsbalans per 1 januari 199840 0467 89920 808153 9292 667225 349
bij: investeringen 19982421 8137 5413 82168014 097
af: desinvesteringen 1998550228046329
af: afschrijvingen 19981 9092 1917 93413 83998426 857
Boekwaarde per 31 december 199838 3247 52120 187143 9112 317212 260

Vaste activa

De afschrijvingen op de vaste activa worden berekend op basis van de aanschafwaarde. Voor de afschrijvingspercentages zie onder «Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling».

Voorraden

 31 december 19981 januari 1998
magazijnvoorraad11 8923 338
onderhanden werk13 1582 248
reclassificatie handelsgoederen22 359
Totaal15 0507 945

1 De magazijnvoorraad is verminderd met een voorziening voor incourante voorraden

2 De reclassificatie heeft betrekking op handelsgoederen aangeschaft ten behoeve van klantenprojecten die in de openingsbalans werden gerpresenteerd onder overlopende activa. In lijn met de werkwijze in 1998 worden deze nu verantwoord onder Onderhanden werk. Door de reclassificatie wordt het getrouwe beeld van de balans verbeterd.

Liquide middelen

Deze post betreft de rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Deze rekening wordt dagelijks bijgewerkt voor het saldo van de uitgaven en inkomsten van DTO. Na winstverdeling staan de liquide middelen ter beschikking van DTO voor onder andere toekomstige investeringen en uitgaven ten laste van de voorzieningen.

PASSIVA

Agentschapsvermogen

De post «agentschapsvermogen» geeft in totaliteit het saldo weer van de bezittingen en schulden van de DTO. Het «saldo exploitatie boekjaar» geeft het resultaat weer over het boekjaar 1998. Na goedkeuring door de Staten Generaal van de departementale verantwoording van het ministerie van Defensie wordt de bestemming van het resultaat in de administratie en de beginbalans van het jaar 1999 verwerkt.

Algemene reserves (bedragen x f 1 000,–)

Stand algemene reserves per 1 januari 1998264 773
bij: saldo exploitatie boekjaar 1997n.v.t.
af: toevoeging aan bestemmingsreserves18 498
Stand algemene reserves per 31 december 1998246 275

De opbouw van de bestemmingsreserve is als volgt:

(bedragen x f 1 000,–)

Stand bestemmingsreserve 1 januari 19980
bij: toevoegingen a.g.v.  
– afschrijvingen*34 680
– desinvesteringen329
af: onttrekkingen a.g.v.  
– investeringen16 511
Stand bestemmingsreserve 31 december 199818 498

* inclusief calculatorische afschrijvingen

Voorzieningen

(bedragen x f 1000,–)Indicatieve openingsbalans (Ontwerpbegroting) 1 januari 1998Definitieve openingsbalans 1 januari 1998Dotaties 1998Onttrekkingen 1998Balans per 31 december 1998
Voorziening:      
– Millenniumkosten DTO-objecten06 400006 400
– Garantie-aanspraken9 33913 4300– 43013 000
– Assurantiefonds eigen risico2 3422 3421 20003 542
– Herstructurering14 00015 8000– 6 0369 764
Totaal voorzieningen25 68137 9721 200– 6 46632 706

Langlopende voorzieningen zijn gevormd in het kader van de garantie-aanspraken, assurantie eigen risico en herstructurering. In de garantievoorziening is een bedrag inbegrepen met betrekking tot millennium-garantiecertificaten aan klanten. De herstructureringsvoorziening heeft betrekking op de invulling van de verdere integratie van de DTO-orga- nisatie, waarvan de verdere implementatie van het bedrijfsinformatiesysteem SAP deel uitmaakt. De voorziening millennium DTO is ter dekking van de verwachte kosten die gemaakt moeten worden om de computersystemen jaar 2000-bestendig te maken.

Overlopende passiva

Dit betreft schulden met een resterende looptijd van ten hoogste een jaar, met name vooruitgefactureerd onderhanden werk, opgebouwde vakantie- rechten en te betalen ziektekosten (IRZK) van personeel.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal, mits de bestuursraad hiermee instemt, worden toegevoegd aan de algemene reserves.

3.2 Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen

De Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) is vanaf 1 januari 1996 een agentschap van het ministerie van Defensie. Het agentschap DGW&T behartigt alle vastgoedbelangen en verplichtingen ten behoeve van de krijgsmachtdelen en levert daarvoor een compleet en samenhangend producten- en dienstenpakket dat bestaat uit:

a. Vastgoedbeheer

– Algemeen en technisch beheer

– Groot onderhoud

– Klein onderhoud

– Kleine aanpassingen (commandantenvoorzieningen)

– Storingsdienst

– Milieu-advies

b. Ingenieursdiensten

– Onderzoek & Advies

– Nieuwbouw

– voorbereiding en begeleiding van de uitvoering

– Bodemsanering

– begeleiding vooronderzoeken voor het bodemsaneringsprogramma

– voorbereiding en begeleiding van de uitvoering

– Geluidsisolatie

– begeleiding van de uitbesteding

c. Beleidsvoorbereiding Specialistisch Onderzoek & Advies

– Beleidsvoorbereiding

– Specialistisch onderzoek & advies

– Belangenbehartiging

– Advies aan departements- en politieke leiding

De door het agentschap DGW&T opgestelde bedrijfsmissie luidt dan ook:

«Wij willen als vastgoedbeheerder voor Defensie de deskundige adviseur en intermediair zijn die de ruimtelijke belangen van de klanten zeker stelt en hun onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert.

Wij willen de klanten altijd en overal bijstaan in hun zorg voor de beschik- baarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. Wij doen dit op een wijze die voor de Defensie-organisatie als geheel zo efficiënt mogelijk is en aan de klanten een zo hoog mogelijke kwaliteit biedt.»

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Grondslagen voor de waardering

De activa en passiva zijn, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief B.T.W.. Hieronder wordt nadere toelich- ting gegeven op de algemene waarderingsgrondslagen.

Immateriële vaste activa

De DGW&T beschikt niet over immateriële vaste activa.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening gehouden wordt met eventuele restwaarde. De activeringsgrens bedraagt f 1 000,–.

Voorraden

Het karakter van de dienstverlening van de DGW&T is zodanig dat geen voorraden worden aangehouden, anders dan onderhanden werk. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd op basis van directe uren maal kostprijs, vermeerderd met uitbestedingskosten. De kostprijzen per uur zijn gebaseerd op directe salariskosten, uitgaande van de normale bezetting op jaarbasis.

Debiteuren

De waardering van de post «debiteuren» vindt plaats tegen nominale waarde, rekening houdend met vermoedelijke oninbaarheid van een gedeelte hiervan.

Overige activa en passiva

De waardering van de overige activa en passiva vindt plaats op basis van nominale waarde.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemerschap als agentschap is verbonden of ter egalisatie van kosten.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De DGW&T hanteert voor haar resultaatsbepaling de methode van variabele kostencalculatie. Hierbij wordt het volgende model gehanteerd:

Opbrengsten

Af: directe kosten Bruto marge

Af: indirecte kosten Resultaat uit normale bedrijfsuitoefening Saldo buitengewone baten en lasten Resultaat

Opbrengsten

De diensten in het Vastgoedbeheer worden gefactureerd op basis van aan het begin van het jaar vooraf overeengekomen vaste maandtermijnen. De grondslag voor de diensten in het kader van Algemeen en Technisch Beheer wordt gevormd door de waarde van het vastgoed van de krijgsmachtdelen. Het honorarium dat de DGW&T voor de genoemde diensten ontvangt, is hiervan een overeengekomen promillage. De grondslag voor de opbrengst van de diensten Klein Onderhoud, Groot Onderhoud en Commandantenvoorzieningen wordt gevormd door het financieel volume van de in het verslagjaar aan de beleidsterreinen aangeboden gecertificeerde programmafacturen. Het honorarium voor DGW&T is hiervan een bepaald overeengekomen percentage. De Storingsdienst wordt verrekend op basis van het aantal uren vermenigvuldigd met een vast tarief. De dienst Milieu-advies wordt gefactureerd op basis van een overeengekomen percentage van geraamde projectkosten.

De Ingenieursdiensten worden gefactureerd op het moment dat een met de krijgsmachtdelen overeengekomen fase in de werkzaamheden is afgerond. Op die momenten wordt ook de omzet genomen. Zolang een fase niet is afgerond, vormt deze een onderdeel van de post onderhanden werk. Met de Koninklijke luchtmacht is een nieuwbouwprogramma overeengekomen dat in 12 maandelijkse termijnen wordt gefactureerd. De hieruit voortvloeiende omzet wordt genomen bij gunning en bij opleve- ring van het werk. De diensten samenhangend met Beleidsvoorbereiding, Specialistisch Onderzoek en Advies worden uitgevoerd op basis van een regie-contract, doorgaans met een een maximale richtprijs.

Directe kosten

De directe kosten bestaan uitsluitend uit met de gefactureerde omzet samenhangende productieve uren, vermenigvuldigd met het kostprijstarief en vermeerderd met de kosten samenhangend met de uitbesteding van werkzaamheden; deze vormen tezamen de variabele kosten. Het kostprijstarief is gebaseerd op de directe salariskosten en een normale uurbezetting op jaarbasis.

Indirecte kosten

Alle overige kosten worden gerekend tot de indirecte kosten.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

De DGW&T past in haar administratie de lineaire afschrijvingsmethode tot een restwaarde toe. De afschrijvingstermijnen zijn:

immateriële vaste activan.v.t.
materiële vaste activa  
Gebouwen50 jaar
(houten) opslagloodsen25 jaar
Verhardingen25 jaar
Inventaris10 jaar
Automatiseringsmiddelen5 jaar
Transportmiddelen 4 à 6 jaar
Overige activa 5 jaar

N.B.: Op Terreinen wordt niet afgeschreven

De specificatie van de rekening van baten en lasten van agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) (bedragen x f 1 000,–)

 (1)(2)(3) = (2) – (1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1998Realisatie 1998Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
BATEN   
    
opbrengst moederdepartement148 700161 14412 444
opbrengst overige departementen5008 2717 771
opbrengst derden1 000878– 122
Netto-omzet150 200170 29320 093
mutatie onderhanden werk0– 3 579– 3 579
som der bedrijfsopbrengsten150 200166 71416 514
rente baten05454
bijzondere baten03 9733 973
Totaal baten150 200170 74120 541
    
LASTEN   
    
apparaatskosten    
* personele kosten114 800138 85724 057
* materiële kosten21 70018 713– 2 987
rentelasten0496496
afschrijvingskosten    
* materieel6 8005 767– 1 033
dotaties voorzieningen1 6001 749149
bijzondere lasten03 7443 744
buitengewone lasten1 400198– 1 202
Totaal lasten146 300169 52423 224
Saldo van baten en lasten3 9001 217– 2 683

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

ALGEMEEN

In 1998 zijn door het agentschap DGW&T producten en diensten verleend op het gebied van vastgoedbeheer, ingenieursdiensten en beleidsvoorbereiding en specialistische onderzoeken en adviezen (BSOA). De afwijkingen tussen de in de begroting geraamde en de gerealiseerde omzet 1998 worden in deze toelichting op de rekening van baten en lasten verklaard.

KENGETALLEN

In de begroting 1998 van het agentschap DGW&T zijn, in lijn met het statuut DGW&T, drie kengetallen opgenomen die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de begroting van baten en lasten. In onderstaand schema zijn de ramings- en realisatiegegevens opgenomen.

 Begroting 1998Realisatie 1998
Productiviteit (som der bedrijfsopbrengsten/directe medewerker)f 0,151 miljoenf 0,154 miljoen
   
Flexibiliteit (inclusief uitbestedingsequivalent)15 %25 %
   
Verhouding indirect/totaal (exclusief uitbestedingsequivalent)25 %27 %

Productiviteit (f 0,154 miljoen)

Het kengetal voor de productiviteit is het quotiënt van de som der bedrijfsopbrengsten, en het aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n. De som der bedrijfsopbrengsten bestaat uit de gefactureerde omzet, vermeerderd met de mutatie van het onderhanden werk per ultimo 1998.

Het aantal directe medewerkers wordt gevormd door het aantal vaste directe medewerkers, inhuurkrachten, tijdelijke medewerkers en het zogenaamde uitbestedingsequivalent.

De berekening is gebaseerd op de som der bedrijfsopbrengsten (f 166,714 miljoen) over het verslagjaar 1998, en het aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n (1 084), gemiddeld over 1998.

De stijging van de productiviteit ten opzichte van de begroting 1998, heeft twee oorzaken:

– er is sprake geweest van een efficiëntere inzet van het directe perso- neel;

– er is in 1998 sprake geweest van een daling van het onderhanden werk met f 3,6 miljoen. Een negatieve mutatie van het onderhanden werk duidt op een situatie waarbij meer gefactureerd dan geproduceerd wordt. De grondslag voor het productiviteitskengetal is de opbrengstwaarde van het gefactureerde werk.

Flexibiliteit (25%)

Het kengetal van de flexibiliteit is gedefinieerd als het quotiënt van het aantal inhuurkrachten, uitzendkrachten, tijdelijk contractanten, het uitbestedingsequivalent en het totaal aantal directe medewerkers.

De flexibele component bestond in 1998 gemiddeld uit 271 vte'n op een directe capaciteit van in totaal (gemiddeld) 1 084 vte'n. De stijging van de realisatie ten opzichte van de begroting is het gevolg van de toename van de omzet, die voor het merendeel met flexibel personeel is gerealiseerd.

Verhouding indirect/totaal personeel (27%)

Dit kengetal geeft de verhouding weer van het aantal indirecte mede- werkers ten opzichte van het totaal personeel, beide uitgedrukt in vte'n, gemiddeld over 1998. Het uitbestedingsequivalent is hierin niet meegenomen. Dit kengetal is gestegen als gevolg van een aantal indirecte activiteiten, waarvan bij de opstelling van de begroting was gepland dat die eerder zouden zijn afgerond. Te denken valt bijvoorbeeld aan optima- lisering van de vastgoedinformatie en aan de resterende acties in het kader van de Verbetering Financieel Beheer (VFB), die hebben geleid tot een verdere optimalisering van het financieel beheer.

BATEN

Opbrengsten moederdepartement

De gestegen opbrengsten bij het moederdepartement van f 12,444 miljoen zijn het gevolg van drie ontwikkelingen. In de eerste plaats zijn voor de Koninklijke marine in 1998 veel meer (nieuwbouw)projecten uitgevoerd dan in de ontwerpbegroting werd voorzien en is met de Koninklijke luchtmacht de afrekening overeengekomen van een aantal afgebroken projecten. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat de Koninklijke luchtmacht in de loop van 1998 haar nieuwbouwprogramma flink heeft beperkt. De nieuwbouwinspanningen bij de Koninklijke landmacht zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting licht gedaald.

Een tweede ontwikkeling is dat met name de Koninklijke luchtmacht en in mindere mate de Koninklijke marine de onderhoudsbudgetten (in casu commandantenvoorzieningen en groot en klein onderhoud) in de loop van 1998 verhoogd hebben ten opzichte van waar in de ontwerpbegroting rekening mee was gehouden.

Daarnaast is de onderhanden werk positie van de DGW&T in 1998 met f 3,579 miljoen gedaald, hetgeen tot opbrengsten in 1998 heeft geleid. Deze daling was niet voorzien in de ontwerpbegroting.

De verdeling van de omzet moederdepartement (f 161,144 miljoen) naar krijgsmachtdeel / belangrijkste productcategorieën is als volgt:

Krijgsmachtdeel/productcategorieënIngenieursdienstenVastgoeddienstenOverige dienstverleningTotaal
Koninklijke marine7%8% 15%
Koninklijke landmacht14%30% 44%
Koninklijke luchtmacht13%18% 31%
Koninklijke marechaussee1%1% 2%
Overige klanten1%2%5%8%
Totaal36%59%5%100%

Opbrengsten overige departementen

In de begroting is een omzet van f 0,500 miljoen gepland. De stijging is vrijwel geheel te danken aan de omzet van het door DGW&T uitgevoerde project voor de Rijksgebouwendienst (RgD).

Opbrengsten derden

De DGW&T brengt aan aannemers de kostprijs in rekening voor geleverde bestekken. Dat heeft in 1998 geresulteerd in een omzet van f 0,878 miljoen.

Rentebaten

In de begroting werd geen rekening gehouden met rentebaten. Over het jaar 1998 heeft het agentschap DGW&T van het ministerie van Financiën rente-inkomsten ontvangen over de Rekening Courant ter grootte van f 0,054 miljoen. Het percentage van de creditrente is in 1998 niet gewijzigd en bedroeg 2,75%.

Mutatie onderhanden werk

In de begroting werd deze post als nihil verondersteld. Het onderhanden werk omvat het nog niet gefactureerde deel van de op projectbasis gecontracteerde projecten. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen directe kosten, vermeerderd met de uitbestedingskosten. De negatieve mutatie op het onderhanden werk duidt op het sneller tot realisatie leiden van projecten dan de in de ontwerpbegroting gepland.

Bijzondere baten

De bijzondere baten bedragen f 3,973 miljoen. Deze bevatten de opbreng- sten, voortvloeiend uit de normale bedrijfsuitoefening uit voorgaande boekjaren.

LASTEN

Personeel

De realisatie van de bezetting in 1998 ten opzichte van de begroting 1998 luidt als volgt:

 Begroting 1998Realisatie per 31-12-1998
 aantal vte'naantal vte'n
Bezetting militair personeel (aantal vte'n)7069
Bezetting burgerpersoneel (aantal vte'n)1 039993
Overige categorieën (aantal vte'n):   
– Tijdelijk contract.*159320
– Herplaatsers/personeel BDOS2210
Totaal1 2901 392
Gemiddelde kosten per vte (x f 1000,–)   
– Ambtenaren7883
– Inhuurkrachten140120

* tijdelijk ambtenaren, inhuurkrachten en uitzendkrachten

De personele lasten bedroegen in 1998 f 138,857 miljoen. Deze bestonden uit f 129,795 miljoen aan vast, tijdelijk en ingehuurd personeel en voor f 9,062 miljoen uit de component uitbesteding; het betreft hier uitbesteed werk. Ten opzichte van de begroting 1998 is er een toename geweest van de kosten voor vast, tijdelijk en ingehuurd personeel van circa f 21 miljoen en van de kosten voor uitbesteding van circa f 3 miljoen. De stijging in de uitbestedingskosten komt volledig voor rekening van de gestegen omzet. Datzelfde geldt voor het merendeel van kostenstijging van vast, tijdelijk en ingehuurd personeel. De stijging in de kostencategorie «vast, tijdelijk en ingehuurd personeel» hangt voorts samen met de in omvang toegenomen indirecte activiteiten, zoals hiervoor toegelicht.

Materieel

De post materiële kosten omvat alle lopende exploitatielasten van de DGW&T. Een belangrijk deel van deze post wordt gevormd door exploitatiekosten binnen de hoofdcomponenten huisvesting (f 5,332 miljoen), transport (f 1,207 miljoen) en automatisering (f 4,027 miljoen). De kosten die in 1998 aan het ontwikkelen van IVIS zijn gemaakt, zijn ten dele afgedekt door onttrekkingen aan de voorziening productiemiddelen (f 1,3 miljoen). In andere kostenposten zijn enige meevallers geweest. Tevens is de voorziening groot onderhoud voor f 0,339 miljoen aangewend.

Rentelasten

De rentelasten bestaan uit de aan het ministerie van Financiën betaalde vergoeding voor de debetsaldi bij de Rijkshoofdboekhouding over het jaar 1998. Het rentepercentage dat in 1998 is gehanteerd, bedroeg 4,75 %. Deze rentelasten zijn veroorzaakt door het feit dat DGW&T in de loop van 1998 langdurig een negatief saldo heeft gehad op de rekening-courant verhouding.

Afschrijvingen

De afschrijvingen vinden lineair plaats tot een restwaarde. De afname van de afschrijvingskosten in 1998 ten opzichte van de begroting met f 1,033 miljoen is onder meer het gevolg van het achterblijven van investeringen (zie ook kasstroomoverzicht).

De afschrijvingen bedragen totaal f 5,767 miljoen en zijn als volgt te specificeren:

(bedragen x f 1 miljoen)

– Grond & Gebouwenf 0,852
  
– Inventaris & Installatiesf 4,309
* automatiseringsmiddelen 
* transportmiddelen  
  
– Overige bedrijfsmiddelenf 0,606
* inventaris  
* communicatiemiddelen  
* productie-ondersteunende middelen  
* bedrijfsondersteunende middelen 
Totaal van de afschrijvingen in 1998f 5,767

Dotaties aan voorzieningen

De dotaties aan de voorzieningen bedragen f 2,609 miljoen. Hierin is een dotatie van f 0,300 miljoen begrepen aan de voorziening millennium. Deze laatste dotatie was in de ontwerpbegroting 1998 nog niet voorzien. Ten opzichte van de ontwerpbegroting 1998 is tevens de dotatie aan de voorziening groot onderhoud met ruim f 0,500 miljoen verhoogd in verband met een gewijzigde onderhoudsplanning.

Naast de dotaties is de voorziening dubieuze debiteuren voor f 0,860 vrijgevallen. De dotatie aan de voorzieningen in de staat van baten en lasten bedraagt derhalve f 1,749 miljoen (f 2,609 miljoen -/- f 0,860 miljoen).

Bijzondere lasten

Onder deze post zijn de lasten verantwoord die voortvloeien uit normale bedrijfuitoefening uit voorgaande boekjaren.

Buitengewone lasten

Onder de post buitengewone lasten zijn de kosten verantwoord van SBK-regelingen en herplaatsers. DGW&T heeft in 1998 gemiddeld 2,4 vte'n herplaatsers gehad (en betaald). Daarnaast zijn SBK-kosten gemaakt.

De daling ten opzichte van de begroting is veroorzaakt doordat wachtgeldkosten als gevolg van reorganisaties vóór de totstandkoming van het agentschap niet ten laste van DGW&T komen, maar worden gedragen door het Kerndepartement.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal overeenkomstig de besluitvorming in de bestuursraad van het agentschap DGW&T aan het agentschapsvermogen worden toegevoegd.

Opbouw van het kasstroomoverzicht voor het agentschap Dienst Gebouwen Werken en Terreinen (bedragen x f 1 miljoen)

  (1)(2)(3) = (2) – (1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1998Realisatie 1998Verschil
Liquide middelen 1 januari 19986,31,2– 5,1
     
1a.Saldo van baten en lasten3,91,2– 2,7
1b.Gecorrigeerd voor afschrijvingen/mutaties voorzieningen7,36,7– 0,6
1c. Gecorrigeerd voor mutaties in het werkkapitaal10,02,0– 8,0
     
–1.Kasstroom uit operationele activiteiten21,29,9– 11,3
     
2a.Investeringen: uitgaven onroerende zaken– 2,3– 0,22,1
2b.Investeringen uitgaven overige kapitaalgoederen– 5,4– 3,61,8
2c.Gecorrigeerd voor desinvesteringen0,50,2– 0,3
     
–2.Kasstroom uit investeringsactiviteiten– 7,2– 3,63,6
     
3a.Opname leningen van moederdepartement0,00,00,0
3b.Investeringsbijdrage departement0,00,00,0
3c.Terugbetaling voorschot afnemers Defensie– 20,0– 0,419,6
     
–3.Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten– 20,0– 0,419,6
     
Liquide middelen 31 december 19980,37,16,8

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Saldo van baten en lasten

Voor de verklaring van het saldo van baten en lasten wordt verwezen naar de toelichting op de resultatenrekening.

Afschrijvingen/mutaties voorzieningen

De afschrijvingen zijn f 1,1 miljoen lager dan begroot. De mutaties voorzieningen zijn f 0,5 miljoen hoger dan begroot. Voor de toelichting hiervoor wordt verwezen naar de toelichting op de staat van baten en lasten en op de balans.

Mutaties in het werkkapitaal

De mutatie in het werkkapitaal wordt veroorzaakt door diverse wijzigingen in standen van debiteuren, crediteuren resp. overlopende activa en passiva. De grote daling die in de ontwerpbegroting 1998 werd verwacht in de debiteurenstand van f 34 miljoen per ultimo 1996 (f 12 miljoen in 1997 en f 10 miljoen in 1998) heeft zich grotendeels in 1997 gemanifesteerd (f 15 miljoen). In 1998 is deze daling niet verder doorgezet.

Uitgaven onroerende zaken

De geplande nieuwbouw in Havelte heeft in 1998 geen doorgang gekre- gen, maar is doorgeschoven naar 1999.

Uitgaven roerende zaken

In 1998 is minder geïnvesteerd dan begroot. DGW&T heeft in verband met haar liquiditeitspositie in 1998 enige tijd een investeringsstop gekend, waardoor de investeringen zijn vertraagd en zijn doorgeschoven naar 1999.

Desinvesteringen

De desinvesteringen zijn vooraf moeilijk in te schatten. Bij de opstelling van de ontwerpbegroting werd van een te positieve schatting uitgegaan.

Verrekening voorschot

Geraamd was dat het voorschot van f 40 miljoen voor f 20 miljoen in zowel 1997 als 1998 zou worden terugbetaald. Het voorschot is echter reeds in 1997 voor f 32,2 miljoen terugbetaald. Het resterende voorschot van f 7,8 miljoen is in 1998 voor f 0,4 miljoen verrekend door de Koninklijke marechaussee. Het resterende voorschot is in 1998 niet afgelost (om liquiditeitsredenen) en zal naar verwachting in 1999 worden omgezet in een lening.

De balans van agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen per 31 december 1998 (voor resultaatbestemming)

(bedragen x f 1 000,–) Balans 31-12-1998Balans 31-12-1997
Activa  
   
Immateriële activa00
Materiële activa   
* grond en gebouwen40 30841 006
* installaties en inventarissen11 72413 122
* overige materiële vaste activa1 8441 869
Voorraden (onderhanden werk)14 02817 607
Debiteuren22 90518 573
Overlopende activa8 9302 614
Liquide middelen7 1141 177
Totaal activa106 85395 968
Passiva  
Agentschapsvermogen   
* algemene reserves50 23553 878
* bestemmingsreserves3 7581 637
* verplichte reserves00
* saldo exploitatie boekjaar1 217– 1 522
Aflossings- en rentedragend vermogen00
Voorzieningen5 5624 592
Voorschot afnemers defensie7 3837 783
Kort vreemd vermogen   
* crediteuren5 25210 080
* overlopende passiva33 44619 520
Totaal passiva106 85395 968

IV TOELICHTING OP DE BALANS

ACTIVA

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening gehouden wordt met eventuele restwaarde. De activeringsgrens bedraagt f 1 000,–.

Grond en gebouwen

Waardering van de gebouwen en verhardingen heeft plaatsgevonden op basis van uitgevoerde taxaties door beëdigde taxateurs, waarbij de herbouwwaarde is vastgesteld. Deze – actuele – herbouwwaarde is door middel van indexering aan de hand van bouwkostenindexcijfers herleid tot waarden op basis van historische kostprijzen in het stichtingsjaar van elk van de gebouwen. De waardering van de terreinen heeft plaatsgevonden tegen de verkoopwaarde op 1 januari 1996, gelet op het feit dat de historische uitgaafprijzen in veel gevallen niet te achterhalen zijn.

Installaties en inventarissen

Deze post bestaat uit automatiseringsmiddelen, i.c. de hardware en randapparatuur van de computers welke bij de DGW&T in gebruik zijn, alsmede uit de standaard bijgeleverde standaard (besturings) software. Activering van aangeschafte en ontwikkelde software ten behoeve van de dienstverlening van de DGW&T vindt niet plaats. Tot deze post worden tevens de transportmiddelen gerekend, waaronder: dienstpersonenauto's, servicewagens, terreinwagens.

Overige materiële vaste activa

De post «overige materiële vaste activa» bestaat uit de categorieën: communicatiemiddelen, inventaris, bedrijfsondersteunende- en productie ondersteunende middelen.

De ontwikkelingen met betrekking tot de materiële vaste activa worden in de onderstaande verloopstaat nader toegelicht (bedragen x f 1 000,–):

 AutomatiseringsmiddelenTransport-middelenGrond en gebouwenOverige mater. vaste activaTotaal
boekwaarde per 31 december 19979 1154 00741 0061 86955 997
investeringen 19982 4376251545983 814
boekwaarde van afstotingen3148017168
afschrijvingen 19983 5727378526065 767
boekwaarde per 31 december 19987 9773 74740 3081 84453 876

VLOTTENDE ACTIVA

Voorraden – onderhanden werk

Het onderhanden werk omvat de lopende projecten binnen de productgroep Ingenieursdiensten. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd op basis van directe uren maal kostprijs, vermeerderd met uitbestedingskosten.

Debiteuren

De post «Debiteuren» wordt gewaardeerd tegen nominale waarde, met vermindering van een bedrag van f 0,798 miljoen vanwege vermoedelijke oninbaarheid.

Overlopende activa

De post «overlopende activa» omvat de volgende posten (x f 1000,–):

vooruitbetaalde bedragen470
nog te ontvangen bedragen8 405
te ontvangen goederen/diensten    55
totaal8 930

Liquide middelen

De post liquide middelen bestaat uit de volgende componenten (x f 1000,–):

gelden in rekening courant bij ministerie van Financiën7 242
gelden te verrekenen met regionale directies– 137
kruisposten– 4
gelden in kas    13
totaal7 114

De liquide middelen in rekening-courant bij het ministerie van Financiën bedragen ultimo 1998 f 7,242 miljoen. Door Financiën is een saldobevestiging verstrekt van f 19,285 miljoen. Na het verstrekken van deze saldobevestiging zijn door Financiën echter nog de salarissen van december 1998 verrekend, met een valutadatum in 1998.

PASSIVA

Agentschapsvermogen

De post «agentschapsvermogen» geeft in totaliteit het saldo weer van de bezittingen en schulden van de DGW&T. Het «saldo exploitatie boekjaar» geeft het resultaat weer over het boekjaar 1998. Na goedkeuring door de Staten Generaal van de departementale verantwoording van het ministe- rie van Defensie wordt de bestemming van het resultaat in de administratie en de beginbalans van het jaar 1999 verwerkt.

Algemene reserves

(bedragen x f 1 000,–)

 Stand algemene reserves per 31 december 199753 878
bij:saldo exploitatie boekjaar 1997– 1 522
af:toevoeging aan bestemmingsreserves2 121
 Stand algemene reserves per 31 december 199850 235

De opbouw van de bestemmingsreserve is als volgt:

(bedragen x f 1 000,–)

Stand bestemmingsreserve 31 december 19971 637
bij: toevoegingen a.g.v.  
– afschrijvingen5 767
– desinvesteringen168
af: onttrekkingen a.g.v.  
– investeringen3 814
Stand bestemmingsreserve 31 december 19983 758

Voorzieningen

In onderstaand overzicht is een specificatie van de voorzieningen weergegeven.

Bedragen x f 1 000,–Balans 1 januari 1998Dotaties 1998Onttrekkingen 1998Balans 31 december 1998
Voorziening:     
Groot onderhoud1 2121 0393391 912
Productiemiddelen1 30001 3000
Garantieverplichtingen2604900750
Contractrisico's3201800500
Millenium problematiek3003000600
Wachtgelduitkeringen1 00050001 500
Assurantie eigen risico2001000300
Totaal4 5922 6091 6395 562

Algemeen

De post «dotaties voorzieningen» in de specificatie van baten en lasten bevat bovenstaand saldo van dotaties in 1998 alsmede een bedrag van f 0,860 miljoen als vrijval van de voorziening debiteuren vanwege de vermoedelijke oninbaarheid.

Voorziening «Groot Onderhoud» en voorziening «Productiemiddelen»

Deze voorzieningen worden gevormd respectievelijk ter egalisatie van kosten voor het planmatig onderhoud aan gebouwen in economisch eigendom en de aanschaf-, ontwikkel- en ingebruikstellingskosten van de productiemiddelen van de DGW&T zoals de informatie- en automati- seringssystemen, voor zover het hier geen hardware betreft. De jaarlijkse mutaties zijn gebaseerd op een onderhoudsplan resp. automatiserings- plan. In 1998 heeft een onttrekking plaatsgehad ten behoeve van het Integraal Vastgoed Informatie Systeem (IVIS). Het IVIS-project is uit de ontwikkelfase en bevindt zich thans in de implementatiefase. De voorziening productiemiddelen is derhalve geheel aangewend. Omdat nog geen nieuwe bijzondere ontwikkel- en ingebruikstellingskosten voor informatiesystemen voor de komende periode voorzien zijn, is in 1998 geen dotatie gepleegd.

Voorziening «Garantieverplichtingen»

De voorziening «Garantieverplichtingen» betreft een voorziening ter dekking van aansprakelijkheidsrisico's met inbegrip van beroepsaansprakelijkheid.

Ten laste van het resultaat over 1998 wordt een voorziening «garantieverplichtingen» opgenomen uit hoofde van dienstenaansprakelijkheid. Krachtens de Regeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en adviserend Ingenieursbureau (RVOI) is de DGW&T in bepaalde gevallen aansprakelijk te stellen tot de hoogte van het honorarium. Evenals bij vergelijkbare organisaties is de omvang van de dotatie aan deze voorziening bepaald op basis van 0,09 % van de netto omzet. Daarnaast is een incidentele dotatie aan deze voorziening gepleegd van f 0,350 miljoen, in verband met een rond de jaarafsluiting ontvangen schadeclaim van een klant.

Voorziening «Contractrisico's»

De voorziening «contractrisico's» wordt opgenomen ter dekking van risico's welke de DGW&T loopt in situaties waarbij de DGW&T contracten afsluit ten behoeve van derden. Voor dergelijke risico's heeft de DGW&T geen verzekering afgesloten. Dotaties aan de voorziening vinden binnen de DGW&T centraal plaats op basis van de dynamische methode.

Voorziening «Millenniumproblematiek»

De voorziening «milleniumproblematiek» is opgenomen ter egalisatie van kosten samenhangend met het millenniumprobleem. Er wordt rekening gehouden met een kostenpost van f 1 miljoen ter oplossing van het millenniumprobleem bij de DGW&T. Hiervoor wordt over een periode van drie jaar een voorziening gevormd.

Voorziening «Wachtgelduitkeringen»

De voorziening voor «wachtgelduitkeringen» dient ter dekking van de verplichtingen voortvloeiend uit wachtgeld aanspraken van voormalige medewerkers. (Buitengewone) lasten, zoals kosten wachtgeld, VUT en herplaatsers, die zijn ontstaan vanaf 1998 en voortvloeien uit maatregelen genomen na de totstandkoming van het agentschap, komen voor rekening van de DGW&T. Aan deze voorziening zijn in 1998 geen onttrekkingen gedaan, omdat de wachtgeldlasten zich niet in 1998 hebben gemanifesteerd. In de komende jaren kunnen deze wel tot uitdrukking komen.

Voorziening «Assurantie eigen risico»

De voorziening «Assurantie eigen risico» wordt opgenomen ter dekking van risico's welke de DGW&T loopt in situaties waarbij de DGW&T geen verzekering heeft afgesloten, zoals de opstallen. Dotaties aan de voorziening vinden binnen de DGW&T centraal plaats op basis van geschatte te betalen premies.

Naast de post «voorzieningen» aan de passiefzijde van de balans, is een voorziening gevormd vanwege vermoedelijke oninbaarheid van uitstaande vorderingen. Met deze voorziening is rekening gehouden bij de balanspost «debiteuren» aan de actiefzijde.

Voorschot afnemers defensie

Deze post betreft een door de krijgsmachtdelen aan het agentschap ter beschikking gesteld voorschot. Het restant heeft nog betrekking op alle krijgsmachtdelen, met uitzondering van de Koninklijke marechaussee. In 1999 zal dit voorschot naar verwachting worden omgezet in een lening.

Kort vreemd vermogen

Crediteuren

De post «crediteuren» wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva

De post «overlopende passiva» omvat de volgende posten (x f 1000,–):

– de met betrekking tot het jaar 1998 te betalen bedragen13 981
– de te betalen vakantiegelden4 061
– de te betalen gelden in het kader van de interimuitkering ziektekosten1 194
– de te betalen bindingspremies27
– diverse betalingen onderweg29
– vooruit ontvangen bedragen450
– verschillenrekening– 29
– overlopende termijnen*13 733
TOTAAL33 446

* Het saldo van de rekeningen «termijnen ingenieursdiensten» en «gerealiseerde omzet termijnen ingenieursdiensten» is gelijk aan het bedrag dat door de DGW&T aan de krijgsmachtdelen als voorschot op de omzet uit ingenieursdiensten is gefactureerd, waarover nog geen opleveringsverklaring c.q. eindafrekening van de zijde van de krijgsmachtdelen is ontvangen.

BIJLAGE BIJ DE ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Nadere toelichting bij de gerealiseerde bijdragen aan en inzet bij vredesoperaties

In het onderstaande wordt een nadere uiteenzetting gegeven van de wijze en mate van inzet bij de verschillende vredesoperaties. Per operatie worden de aan de operatie ten grondslag liggende internationale afspraken over taken aangegeven, waarna nader inzicht wordt gegeven in de voor die taken ingezette middelen.

De SFOR-operatie

Naar aanleiding van VNVR-resolutie 1031 d.d. 19 december 1996 heeft de NAR ingestemd met de SFOR-missie van 26 december 1996 t/m 20 juni 1998. Inmiddels heeft de NAR ook zijn goedkeuring uitgesproken naar aanleiding van VNVR-resolutie 1174 d.d. 15 juni 1998 met de verlenging van de SFOR-missie vanaf 20 juni 1998 (OP JOINT FORGE). Het mandaat geldt 12 maanden. Belangrijk is dat niet meer wordt gesproken over een «end date» maar over een «end state». Zesmaandelijks zal SACEUR de NAR informeren over de missie en aanbevelingen doen over mogelijke troepenreducties («Sixth months» Review / Transition Strategy»).

De missie van SFOR:

Het bijdragen aan de implementatie van de Dayton-akkoorden door het realiseren van een zodanig veilige omgeving dat de verdere wederopbouw van Bosnië-Herzegowina kan worden voortgezet zonder de aanwezigheid van door Navo geleide troepen. Dit moment zal zijn bereikt als de partijen in Bosnië-Herzegowina de militaire afspraken van de Dayton-akkoorden naleven, afzien van het gebruik van geweld en illegale militaire acties en de voorwaarden zijn geschapen voor de wederopbouw van het land, zoals een functionerend bestuursapparaat.

De taken van SFOR:

De belangrijkste primaire taken van SFOR zijn:

– Het door militaire presentie voorkomen en zonodig met geweld afdwingen van een hervatting van vijandelijkheden.

– Toezien op en indien nodig afdwingen van naleving van de militaire afspraken uit de Dayton-akkoorden.

– Bijdragen aan een veilige omgeving, waarin organisaties in staat worden gesteld de civiele aspecten van de Dayton-akkoorden te implementeren.

– Garanderen van de veiligheid en bewegingsvrijheid van de eigen eenheden.

Voorts verricht SFOR een aantal secundaire – ondersteunende – taken zoals het onderhouden van relaties met de Hoge Vertegenwoordiger, het coördineren en harmoniseren van militaire plannen met die van civiele organisaties en het – voor zover mogelijk – met SFOR-middelen ondersteunen van de organisatie van de Hoge Vertegenwoordiger en andere belangrijke organisaties in Bosnië-Herzegowina zoals UNMiBH, UNIPTF, UNHCR, OVSE en ECMM.

De ingezette middelen:

Voor de SFOR-operatie heeft SACEUR, door middel van een «troop to task analysis», vastgesteld hoeveel en welke middelen nodig zijn om bovengenoemde taken uit te kunnen voeren teneinde de «end state» te bereiken. Deze behoefte aan personele en materiële middelen is, door middel van een «Statement of Requirement» (SOR) voorgelegd aan die landen die zich in beginsel bereid toonden een bijdrage aan SFOR te blijven leveren. De uiteindelijke bijdrage is in onderling overleg met aan SFOR deelnemende landen en de staf van SACEUR tijdens een zogenaamd «force-generation» proces vastgesteld.

Deelname aan SFOR te land:

Te land neemt Nederland deel met een gemechaniseerd bataljon (inclusief tanks en rupsvoertuigen). Nederland neemt de logistieke ondersteuning voor eigen rekening. Naast de organieke logistieke ondersteuning van het bataljon en verschillende kleinere eenheden is ook de Koninklijke marechaussee en – als onderdeel van het bataljon – een adequate geneeskundige eenheid uitgezonden.

Om een goede informatievoorziening te waarborgen ten behoeve van de ambtelijke en militaire top van het ministerie van Defensie en van het parlement, is aan de uit te zenden Nederlandse SFOR-eenheden tevens een contingentscommando toegevoegd.

Naast de feitelijke inzet in Bosnië-Herzegowina heeft Nederland ten behoeve van de reserve-eenheden van SFOR een mariniersbataljon, een mortiercompagnie van het Korps Mariniers, een mortier opsporingsradar batterij en een Heavy Equipment Transport peloton van de Koninklijke landmacht aan SFOR aangeboden.

Luchtoperaties SFOR:

Met 127 militairen, twee Apaches en acht F-16 jachtvliegtuigen, waarvan drie voor fotoverkenningsvluchten, levert de Koninklijke luchtmacht ondersteuning aan de internationale strijdkrachten die deel uitmaken van SFOR. Het F-16 detachement opereert vanuit Italië, in samenwerking met België. Het Apache detachement is onder bevel gesteld van de Amerikaanse commandant 4th Aviation Brigade.

Voorts levert de Koninklijke luchtmacht personeel voor hoofdkwartieren en ondersteuning van de aansturing van de vliegoperaties boven Bosnië. Ter ondersteuning van SFOR zijn vliegtuigen aangeboden voor «air-to-air-refueling» (AAR), medische evacuatievluchten en luchttransport. Deze vliegtuigen opereren vanuit Nederland.

Maritieme operaties SFOR:

De Koninklijke marine levert een bijdrage aan STANAVFORMED met 162 personen en een fregat. Tevens voert een maritiem patrouille vliegtuig (MPA) op ad hoc basis vluchten uit.

Overzicht SFOR-operatie

In de periode van 1 januari 1998 tot 1 januari 1999 heeft Nederland aan de SFOR-operatie deelgenomen met de volgende middelen:

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Gemechaniseerd bataljon (inclusief logistiek en genie en vanaf 29 mei CRC-detachement)1 053 personentot mei 12, vanaf mei 8 Leopard-tanks, 64 YPR-rupsvoertuigen en 327 overige voertuigen
contco (incl. Kmar en NSE)86 personen  
mortieropsporingsradareenheid (tot 22 mei)31 personen5 voertuigen, 3 x MOR
verbindingseenheid (EOV) (tot 1 feb '98)34 personen5 voertuigen, 4 x FUCHS
verbindingseenheid (EOV) (vanaf 1 sep '98)15 personen8 voertuigen
peloton mariniers (tot 29 mei; daarna deze taak – crowd and riot control – overgenomen door de KL)44 personen5 YPR-rupsvoertuigen; 10 overige voertuigen 10 BV's ter beschikking van mechbat
detachement jachtvliegtuigen Villafranca tot 20-06-98 140 personen; vanaf 20-06-98 120 personen– 8 F-16's permanent, – 8 F-16's tijdelijke versterking in verband met de dreiging Kosovo 13-10-98 tot 09-11-98; hierna op afroep (2x48u) in NL.
Apache detachement (vanaf 16 juni)7 personen2 AH-64 Apache-helicopters
luchttransportcapaciteit/AAR14 personen1 Fokker 60, 1 KDC 10, 1 C-130 (gestationeerd in Nederland)
EOD/OGRV-teams10 personen  
Personeel voor SFOR-hoofdkwartieren149 personen  
maritiem patrouillevliegtuig Sigonella20 personen1 Orion P3-C
OGRV bewakingspeloton (ongeveer 2 maanden per jaar)39 personen  
bijdrage aan STANAVFORMED162 personen1 fregat

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
gemechaniseerd bataljon (inclusief logistiek en genie)patrouilles cfm. operatie-order mechbat – in gebieden met militaire «sites» – in gebieden zonder zulke «sites» – in gebieden met «spanningshaarden»
 totaal: 3 565
 162 inspecties (weaponsites en cantonnementen)
 vernietigde munitie en explosieven:
 o.a. 640 mortiergranaten, 60 artilleriegranaten, 700 mijnen, 600 handgranaten
 27 civiel-militaire samenwerkingsprojekten in de RS
 30 civiel-militaire samenwerkingsprojekten in MKF
CRC-detachement (als onderdeel van het mechbat; vanaf 29 mei)uitvoeren «crowd and riot control» ter ondersteuning mechbat
contcoinformatievoorziening ten behoeve van de Chef Defensiestaf
mortieropsporingsradareenheid (tot 22 mei)op continu basis detecteren van artillerie- en mortiervuur
verbindingseenheid (tot 1 februari en vanaf 1 september)interceptie en plaatsbepaling berichtenverkeer op continu basis
peloton mariniers (tot 29 mei)uitvoeren «crowd and riot control» ter ondersteuning mechbat
detachement jachtvliegtuigen Villafranca884 operationele F-16 vluchten (1927 uren) waarvan 326 fotoverkenningsvluchten (638 uren). (incl. Kosovo)
Apache detachement (vanaf 16 juni)70 familiarisatie/oefenvluchten (127 uren), 143 operationele vluchten (264 uren)
luchttransportcapaciteit47 AAR-vluchten (330,4 uren), 9 patiëntenevacuaties (52 uren), 3 vrachttransportvluchten (17 uren)
maritiem patrouillevliegtuig Sigonella50,2 vlieguren operationele vluchten; 182,4 uren ten behoeve van overige operaties (onder andere oefeningen)
Augmentees/liaisonondersteuning hoofdkwartieren
EOD/OGRV-teamsEOD- werkzaamheden ter ondersteuning mechbat
OGRV bewakingspelotonBewaken materiaal tijdens rotatie (gedurende ongeveer 2 maanden per jaar)
fregat in STANAVFORMEDbewaken VN-resoluties met betrekking tot het handelsembargo; – aanhouden schepen; – houden van inspecties.

Nederlandse bijdrage ten behoeve van de operatie in Kosovo

Begin oktober 1998 bereikte de heer Holbrooke een akkoord met de FRY over het stoppen van de vijandelijkheden in Kosovo en het gedeeltelijk terugtrekken van de Servische leger- en politie-eenheden volgens VNVR resolutie 1199. Ook werd overeenstemming bereikt over toezicht door de internationale gemeenschap op de naleving van de akkoorden. Overeengekomen werd twee verificatiemissies in te stellen: een OVSE-verificatie- missie die toezicht zou houden op de grond en een NAVO-verificatie- missie die vanuit de lucht zou toezien op de naleving van de akkoorden. Beide missies zijn bekrachtigd door VNVR-resolutie 1203.

De FRY heeft zich garant gesteld voor de veiligheid van de OVSE-verifica- teurs in Kosovo. Ondanks deze toezegging heeft de NAVO, als extra veiligheidsmaatregel, een in Macedonië gelegerde Extraction Force opgericht die in een aantal gevallen de OVSE-verificateurs kan bijstaan.

Defensie levert een bijdrage aan de Extraction Force en de NAVO-lucht- verificatiemissie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken levert een bijdrage aan de OVSE-verificatiemissie.

Extraction Force

Op 15 december 1998 is de «Extraction Force» Tier-1 (EF) van de NAVO voor de OVSE Kosovo Verificatie Missie (OVSE-KVM) operationeel gesteld. De taak van de NAVO EF is om vanuit FYROM steun te verlenen aan en/of het uitvoeren van een snelle extractie van OVSE-KVM personeel en personen met een speciale status uit Kosovo. Hierbij dient een minimum aan troepen en geweld gebruikt te worden. De operatie Joint Guarantor is gebaseerd op Resolutie 1203 van de VN-Veiligheidsraad en wordt geleid door Saceur. Namens Saceur treedt Frankrijk op als lead nation. De Nederlandse eenheden staan onder bevel van de Franse commandant van de EF in Kumanovo. Nederland neemt voorlopig voor een periode van één jaar (gelijk aan de duur van het mandaat van de OVSE KVM) deel aan de EF.

Bijdrage Koninklijke Landmacht

De KL-bijdrage bestaat uit:

a. een «dual capable» luchtmobiele compagnie, uitgerust met pantserpersoneelsvoertuigen YPR-765 met 25 mm kanon. De luchtmobiele compagnie is versterkt met een pantsergeniesectie; de luchtmobiele compagnie lost met ingang van juni 1999 een Britse eenheid van ongeveer gelijke samenstelling af en wordt op haar beurt, bij eventuele verlenging van de missie, na 6 maanden weer door een Britse eenheid afgelost.

b. een genieconstructiedetachement voor een initiële opbouwperiode van in beginsel 4 maanden.

c. een geneeskundig afvoerdetachement t.b.v. de geneeskundige eenheid van de EF.

d. commandant en personeel voor het National Support Element (NSE).

e. stafpersoneel verbonden aan HQ-EF.

Bijdrage Koninklijke Luchtmacht

De Klu-bijdrage bestaat uit:

a. een helikopterdetachement uitgerust met 3 Chinook helikopters. Hiervan zijn er in beginsel twee bestemd voor operationele inzet en één als reserve.

b. personeel voor het National Support Element (NSE).

c. stafpersoneel verbonden aan HQ-EF.

Bijdrage Koninklijke Marechaussee

De KMar-bijdrage bestaat uit personeel ten behoeve van militaire politietaken voor de eenheid.

NAVO luchtverificatiemissie

De NAVO-luchtverificatiemissie is vanaf november 1998 operationeel. De missie houdt vanuit de lucht toezicht op de naleving van VNVR resolutie 1199. De NAVO gebruikt hiervoor zowel bemande als onbemande vliegtuigen. De Servische autoriteiten garanderen de veiligheid van de NAVO-vliegtuigen en hun bemanningen. Hiervoor zijn afspraken gemaakt over het deactiveren van de Servische luchtafweer en een plaatselijk vliegverbod voor Servische gevechtsvliegtuigen tijdens de NAVO-vluchten.

Nederland neemt aan de operatie deel met een aangepaste Orion van de Koninklijke marine. Dit vliegtuig zal aan de missie deelnemen met ingang van begin februari 1999. Het toestel wordt aangestuurd door het CAOC in Vicenza en zal opereren vanaf de Italiaanse Naval Airbase te Sigonella. In de periode van 15 december 1998 tot 1 januari 1999 heeft Nederland deelgenomen aan deze missie met de volgende middelen :

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
genieconstructiedetachement856 grondverzetmachines 42 overige voertuigen
kwartiermakers helikopterdetachement van 14 tot 22 december33 
national support element309 voertuigen
personeel ten behoeve van HQ Extraction Force (inclusief geneeskundig afvoerdetachement)273 ziekenauto's

EenheidActiviteiten
genieconstructiedetachement (gepland tot april '99)bouwen van infrastructuur op en rond de internationale compound te Petrovac
kwartiermakers helikopterdetachementvoorbereidingen treffen voor de komst van de Chinooks
national support elementondersteuning van het NL-personeel in Macedonië
personeel ten behoeve van HQ Extraction Forceondersteuning van de Extraction Force

UNFICYP (United Nations Peace-keeping FORCE in CYPRUS)

UNFICYP is op 4 maart 1964 door de VN-veiligheidsraad met resolutie 186 ingesteld. Sinds 1974 houdt UNFICYP toezicht op de naleving van het bestand tussen de strijdkrachten van het Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische deel van het eiland.

De missie van UNFICYP

UNFICYP ziet toe op de handhaving van de bufferzone tussen enerzijds de Cyprus National Guard en anderzijds de Turkse en Turks-Cypriotische strijdkrachten. Het mandaat voor UNFICYP wordt steeds voor een half jaar verlengd, in afwachting van een politieke oplossing voor het probleem.

De Nederlandse bijdrage

De Nederlandse bijdrage bestaat uit een detachement van 100 militairen van de Koninklijke Landmacht en 3 militairen van de Koninklijke Marechaussee. De Marechaussees maken deel uit van de UNFICYP Force MP. Daarnaast vervullen zij nationale politietaken. Het detachement van de Koninklijke landmacht maakt deel uit van het Britse UNFICYP Roulement Regiment (URR) (2 pelotons) en de Force Reserve van UNFICYP (1 peloton). De Nederlandse bijdrage wordt geleverd vanaf 8 juni 1998 voor een periode van in beginsel 3 jaar.

EenheidActiviteiten (24-uurs dienst)
«Falcon»-peloton en «Liri»-peloton ten behoeve van URRbeveiligen niemandsland (cease fire line): – posten op waarnemingstoren, – patrouillegang, – optreden als quick reaction force
«MFR»-peloton– bewaking/beveiliging op de UNPA – uitvoeren van patrouilleversterkingsopdrachten – eventueel optreden als crowd control unit

Overzicht overige operaties

Hieronder volgt een overzicht van de kleinere operaties. Gezien de – relatief – geringe uitgaven behorende bij deze operaties, zijn deze niet verbijzonderd. Met uitzondering van de MIF (1 x fregat) is bij deze operaties geen sprake van de inzet van groot materieel.

OperatiePersonele bijdrage
UNIPTF 55
ECMM 18
EU KDOM 1
UNTSO 12
CMATS 2
MIF (van 28 februari tot 29 mei)163
MAPE 8
OVSE 4
UNDP/CMAC 3
BHMAC 8 (vanaf eind december: 1)
humanitaire operatie te Honduras (5–23 november)363
humanitaire operatie te Afghanistan (5 juni–3 juli) 5

UNIPTF (United Nations Police Task Force). Het UNIPTF-personeel, waaronder de Nederlandse marechaussees, heeft tot taak het observeren, inspecteren, begeleiden en rapporteren over alle activiteiten op het gebied van wetshandhaving, met inbegrip van de justitiële organisatie, structuur en procedures, alsmede het observeren, adviseren en trainen van Bosnisch politiepersoneel.

ECMM (European Community Monitor Mission). Deze waarnemersmissie richt zich onder meer op overleg met lokale civiele, kerkelijke en militaire autoriteiten over gevangenenruil, uitwisseling van gesneuvelde militairen, gezinsherenigingen, voedseldistributie, terugkeer vluchtelingen, ontheemden en evacuées en herhuisvesting. Het missiegebied van de ECMM strekt zich naast Bosnië-Herzegowina uit over Servië, Kroatië, Montenegro, Kosovo en Albanië. De door de ECCM-monitors verzamelde informatie wordt niet alleen aan de hoofdsteden van de EU maar ook aan andere internationale organisaties die in die regio werkzaam zijn, bekend gesteld. Uitgezonden militairen behoren tot de Koninklijke landmacht, doch vanaf 1 januari 1999 zenden alle krijgsmachtdelen militairen uit.

EU KDOM (Europian Union Kosovo Diplomatic Observer Mission). Deze missie neemt namens de Europese Unie waar in Kosovo. De KL levert één waarnemer aan deze missie.

UNTSO (United Nations Truce Supervision Organisation). In deze missie houden militaire waarnemers toezicht op de bestandslijnen tussen Israël en haar buurlanden. De UNTSO-waarnemers staan op de Golanhoogte onder operationeel commando van UNDOF en in Zuid-Libanon van UNIFIL. Ten behoeve van UNTSO leveren de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marine militaire waarnemers.

CMATS (Central Mine Action Training School). Sedert september 1997 geven twee mijnenruiminstructeurs instructie aan CMATS. CMATS is een school in Angola waar ontmijningsinstructie wordt gegeven.

MIF (Multinationale Implementation Force in de Perzische Golf). In het kader van het toezicht op de naleving van het handelsembargo tegen Irak (VN-resolutie 665) heeft de Koninklijke marine vanaf 28 februari jl. tot 31 mei 1998 een bijdrage geleverd aan de MIF-operatie in de Perzische golf. De bijdrage bestaat uit een M-fregat en een P3C-Orion. Zolang het handelsembargo geldt zal de Koninklijke marine 3 maanden per jaar deelnemen.

MAPE (Multinational Advisory Police Element). De taak van het MAPE is het opzetten en toezien op de wederopbouw van het politie-apparaat in Albanië. De Koninklijke marechaussee draagt aan deze operatie bij met personeel dat adviseert en instructie geeft.

OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa).

a. De Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht zijn afwisselend in Moldavië vertegenwoordigd met één officier die als taak heeft «het inventariseren van de militaire situatie en het faciliteren en stimuleren van onderhandelingen.»

b. Alle krijgsmachtdelen zijn in Albanië vertegenwoordigd in verband met de spanningen in Kosovo. Zij zijn belast met stafwerkzaamheden ten behoeve van de Head of Mission OVSE Albanië of worden ingezet als waarnemer aan de grens tussen Albanië en Kosovo.

UNDP/CMAC (Cambodian Mine Action Centre). CMAC-personeel adviseert en instrueert lokaal personeel in Cambodja met betrekking tot het ruimen van mijnen en explosieven. Met ingang van april a.s. draagt de Koninklijke landmacht met drie mijnenruimdeskundigen bij aan deze operatie.

BHMAC (Bosnia Herzegowina Mine Action Centre). Nederland draagt sinds 21 september 1997 bij met een wisselend aantal ontmijningsinstructeurs, supervisors en stafleden. Naast het geven van ontmijningsinstructie aan lokaalpersoneel levereren zij stafadviezen. Ook hebben 2 supervisors toezicht gehouden op het daadwerkelijk ruimen van mijnen door de door Nederland opgeleide pelotons. In verband met de verminderde behoefte aan instructeurs en supervisors draagt Nederland sinds 1 januari 1999 bij met een technical advisor.

Honduras. Op verzoek van BuZa/OS zijn het noodhulpverkenningsteam en een compagnie mariniers uitgezonden in verband met de orkaan Mitch. Doel van de uitzending was boten beschikbaar te stellen voor het evacueren en transport van reddingswerkers en materieel. Ten behoeve van deze operatie zijn het Noodhulpverkenningsteam en 2 infanterie compagnieën van het Korps Mariniers ingezet, alsmede de Hr. Ms. Pelikaan en Willem van der Zaan.

Afghanistan. Op verzoek van BuZa/OS heeft de Koninklijke luchtmacht een team uitgezonden in verband met de aardbevingsramp in Afghanistan. Het team is betrokken bij de logistieke coördinatie met betrekking tot de inzet van helikopters in het gebied.

Afkortingenlijst

A&OArbeidsmarkt- en Opleidingsfonds voor de overheid
AAWAlgemene Arbeidsongeschiktheidswet
ABPAlgemeen Burgerlijk Pensioenfonds
ALVDActieve Luchtverdediging
AMRAAMAdvanced Medium Range Air tot Air Missiles
AOAdministratieve organisatie
AOCSAir Operations Control Station
APARActive Phased Array Radar
APBActiviteiten Plan en Begroting
ATTSAdvanced Trauma Training System
AWACSAirborne Early Warning and Control System
AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AZUAcademisch Ziekenhuis Utrecht
BBEBijzondere bijstandseenheid
BBTBeroeps bepaalde tijd
BDLBevelhebber der Luchtstrijdkrachten
BDOSBoven de Organieke Sterkte
BDZBevelhebber der Zeestrijdkrachten
BIMSBureau Internationale Militaire Sportwedstrijden
BLS(Overige eenheden) Bevelhebber der Landstrijdkrachten
BNMOBond Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers
BOTBeroeps onbepaalde tijd
BPBurgerpersoneel
BSOABeleidsvoorbereiding, Specialistische Onderzoeken en Adviezen
BTWBelasting Toegevoegde Waarde
CABISCentrum voor Advisering en Informatietechnologie Services
CDPOCentrale Dienst Personeel en Organisatie
CDSCombat Direction System
CEPMACentral Europe Pipeline Management Agency
CMHCentraal Militair Hospitaal
COCentrale organisatie
CODEMACommissie ontwikkeling defensiematerieel
COKLCommando Opleidingen
CTLCommando Tactische Luchtmacht
CUPCapability Upkeep Program
CZMCARIBCommandant der Zeemacht in het Caribisch gebied
CZMKMARNSCommandant van het Korps Mariniers
CZMNEDCommandant der Zeemacht in Nederland
DARICDefensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum
DCDirectie Control
DDIDeveloping defence industries
DEBDirectie Economisch Beheer
DELMDepot Elektrisch Materieel
DGVDiensten voor Geestelijke Verzorging
DGW&TDienst Gebouwen Werken en Terreinen
DicoDefensie Interservice Commando
DMDirectie Materieel
DMCDefensie Materieel Codificatiecentrum
DMPDienst Militaire Pensioenen
DMVSDepot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren
DOEDecentrale Ondersteunende Eenheden
DPDirectie Personeel
DPMDefensie Planningsmemorandum
DPODefensie Pijpleiding Organisatie
DTODefensie Telematica Organisatie
DSPDefensie Strategisch Plan
DVVODefensie Verkeers- en Vervoersorganisatie
DWSDefensie-organisatie voor Werving en Selectie
ENJJPTEuro Nato Joint Jet Pilot Training
EOVElektronische Oorlogvoering
FMSForeign Military Sales
GGWGrond-lucht Geleide Wapens
GVKKAGeïntegreerde Verplichting-, Kas- en Kostenadministratie
HAWKHoming All the Way Killer
HGISHomogene Groep Internationale Samenwerking
HKKLuHoofdkwartier Koninklijke luchtmacht
HOBKLHoger Onderhoudsbedrijf Koninklijke landmacht
HOMHumanitair Ontmijnen
HSAHolland Signaal Apparaat
IBISIndividueel Budget Informatiesysteem
IBOInterdepartementaal Beleidsonderzoek
ICODOCoördinatie-orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen
ICTInformatie-Communicatie-Technologie
IDLInstituut Defensie Leergangen
IGKInspecteur-Generaal der Krijgsmacht
IP/AOInvaliditeitspensioenen en arbeidsongeschiktheid
IRLLGWInfra Rood Lucht Lucht Geleide Wapens
ITInformatie-technologie
IVZIntegrale Veiligheidszorg
KDKerndepartement
KIMKoninklijk Instituut voor de Marine
KLKoninklijke landmacht
KLIMKoninklijke landmacht Implementatie Middenlaag
KLPDKorps Landelijke Politiediensten
KLuKoninklijke luchtmacht
KLUIMKoninklijke luchtmacht Implementatie Middenlaag
KMKoninklijke marine
KMAKoninklijke Militaire Academie
KMarKoninklijke marechaussee
KMARIMKoninklijke marechaussee Implementatie Middenlaag
KMSLKoninklijke Militaire School Luchtmacht
LAMSLocal Area Missile System
LASLandmachtstaf
LBBKLLandelijk Bevoorradingsbedrijf Koninklijke landmacht
LCFLuchtverdedigings- en Commandofregat
LETSLuchtmacht Elektronische School
LLGWLucht-Lucht Geleide Wapens
LPDLanding Platform Dock
LUMOBLuchtmobiele Brigade
LVGLuchtmacht Verbindingsgroep
MAPEMultinational Advisory Police Element
MCPMaster Controle Plan
MDDMaatschappelijke Dienst Defensie
MEOBMarine Elektronisch en Optisch Bedrijf
MGFBMilitair Geneeskundig Facilitair Bedrijf
MHAMMilitair Hospitaal A. Matthijsen
MIDMilitaire Inlichtingendienst
MIFMultinational Interception Force
MILSATCOMMilitaire Satelliet Communicatie
MKADMarine Kazerne Amsterdam
MLUMid-Life Update
MOGOSMobiel Geneeskundig Operatiekamer Systeem
MOUMemorandum Of Understanding
MPMilitair personeel
MTVMobiel Toezicht Vreemdelingen
NA&ANederlandse Antillen en Aruba
NafinNetherlands Armed Forces Integrated Network
NARNiet-actief regulier personeel
NATCONationaal Commando
NavoNoord-Atlantische Verdragsorganisatie
NBCNucleair, biologisch en chemisch materieel
NLRNationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium
NSCNational Support Command
NVIPNavo Veiligheids Investeringsprogramma
O, I & AOrganisatie, Informatie en Automatisering
OIDOverige Interservice Diensten
P&MPersoneel en materieel
PAMProject Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit
PembaPremiedifferentiatie en Marktwerking bij Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
PhidefProjectgroep herstructurering informatievoorziening
PSADienst Personeels- en Salarisadministratie
RDMRotterdamse Droogdok Maatschappij
RPVRemote Piloted Vehicles
RVEResultaatverantwoordelijke eenheden
RVOIRegeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en adviserend Ingenieursbureau
SBKSociaal Beleidskader
SEWACOSensor-. Wapen- en commandosysteem
SFORStability Force
SHORADShort Range Air Defence
SMART-LSignaal Multibeam Radar for Acquisition and Targeting L-band
SNIPSystematiek van de Nieuwe Personeelsbegroting
STANAVFORCHANStanding Naval Forces Channel
STANAVFORLANTStandard Naval Forces Atlantic
STANAVFORMEDStanding Forces Mediterranean
STOAGStichting Bijzondere Scholen Bijzonder Onderwijs
TBAWet Terugdringing Beroep op Arbeidsongeschiktheidsregelingen
TBDTo Be Decided
TGVTeam Gegevensbeheer Verzekerdenadministratie
THGTactische Helikopter Groep
TNO(Nederlandse organisatie voor) Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
UBMOUitstroom Bevorderende Maatregel Ouderen
UKWUitkeringswet gewezen militairen
USZOStichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs
VAEVerenigde Arabische Emiraten
VEBVerbeterd Economisch Beheer
VNVerenigde Naties
VTEVoltijds Equivalent
WAOWet op de Arbeidsongeschiktheid
WBDPWerkloosheidsbesluit Defensiepersoneel
WEUWest-Europse Unie
WORWet op de ondernemingsraden
ZVOZiektekostenvoorziening Overheidspersoneel

SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 1998

De saldibalans van het ministerie van Defensie per 31 december 1998 is als volgt (bedragen in ƒ):

 31 december 199831 december 1997
DEBET  
1. Uitgaven ten laste van de begroting  
1.a. Begrotingsjaar 199613 707 824 389,08
1.b. Begrotingsjaar 199713 908 548 235,31
1.c. Begrotingsjaar 199813 988 579 211,26
3. Liquide middelen127 446 397,8690 509 871,26
4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding0,000,00
5. Uitgaven buiten begrotingsverband103 601 644,93102 704 049,71
7. Openstaande rechten0,000,00
8. Extra-comptabele vorderingen246 601 420,21202 457 805,19
9.a. Tegenrekening extra-comptabele schulden0,000,00
10. Voorschotten4 608 378 744,384 128 460 985,82
11.a. Tegenrekening openstaande verplichtingen7 185 720 191,647 938 799 460,38
12. Deelnemingen13 333 333,3313 333 333,33
Totaal debet26 273 660 943,6140 092 638 130,08
   
CREDIT  
2. Ontvangsten ten gunste van de begroting  
2.a. Begrotingsjaar 1996569 185 999,13
2.b. Begrotingsjaar 1997598 762 213,97
2.c. Begrotingsjaar 1998458 922 893,05
4.a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding13 528 128 596,5226 396 218 995,59
6. Ontvangsten buiten begrotingsverband232 575 764,48245 419 336,67
7.a. Tegenrekening openstaande rechten0,000,00
8.a. Tegenrekening extra-comptabele vordering246 601 420,21202 457 805,19
9. Extra-comptabele schulden0,000,00
10.a. Tegenrekening voorschotten4 608 378 744,384 128 460 985,82
11. Openstaande verplichtingen7 185 720 191,647 938 799 460,38
12.a. Tegenrekening deelnemingen13 333 333,3313 333 333,33
Totaal credit26 273 660 943,6140 092 638 130,08

Toelichting behorende bij de saldibalans van het Ministerie van Defensie per 31 december 1998

ad 3. Liquide middelen.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 127 446 397,86 en bestaat uit de volgende saldi:

Kasbeheerdersf  58 107 598,16
Concernrekeningen– f   118 777,64
Valutarekeningenf  69 457 577,34
Totaalf 127 446 397,86

Een en ander als volgt verdeeld:

Kasf  28 673 126,02
Bankf  97 893 889,59
Postbankf    879 382,25
Totaalf 127 446 397,86

ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (Derderekeningen vordering).

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 103 601 644,93.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van vorderingen is gekozen voor een grensbedrag van > f 5,0 miljoen. Hieronder volgt, voor zover van toepassing, per beleidsterrein een specificatie.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Een bedrag van f 17,3 miljoen betreft een vordering in verband met uitgaven voor 254th (salarissen). De ontvangst van nagenoeg geheel dit bedrag heeft inmiddels in 1999 plaatsgevonden.

Een bedrag van f 7,8 miljoen betreft een vordering in verband met uitgaven voor POMS (salarissen en exploitatie). Dit bedrag is in het eerste kwartaal van 1999 ontvangen.

Uitgaven buiten begrotingsverband gedaan in 1997 of eerder welke in 1998 nog niet werden terugontvangen

Bij het beleidsterrein Algemeen betreft dit een 10-tal vorderingen voor een totaalbedrag van f 0,9 miljoen. Redenen waarom de vorderingenbedragen nog niet ontvangen zijn:

– trage afhandeling bij diverse, meest internationale instanties;

– onzekerheid over de hoogte van de bijdrage van het ministerie van Economische Zaken voor een aantal uitgaven;

– het wachten op een aantal externe accountantsverklaringen.

Een vordering van f 24 153,16 betreffende SHAPE is inmiddels na ontvangst van het bedrag administratief afgehandeld.

Voor de Koninklijke landmacht betreft het de volgende posten:

– Een bedrag van f 2,9 miljoen te ontvangen van SHAPE betreffende het NATO-projekt Mobile War Headquarters. Door kostenoverrun van het project dienen bij NAVO extra fondsen beschikbaar te worden gesteld. Op dit moment is het onduidelijk of de vordering nog ontvangen wordt.

– Een bedrag van f 0,04 miljoen te ontvangen van SHAPE/245th betreffende salariskosten. In januari 1999 is dit bedrag nagenoeg geheel ontvangen.

Voor het beleidsterrein Dico betreft het de post «te verrekenen salariskosten met het Military Traffic Management Command» voor een bedrag van f 1,4 miljoen De invorderingsprocedure is vertraagd door het niet volledig voorhanden zijn van de bewijsstukken.

ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (Derderekeningen schuld).

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 232 575 764,48.

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit af te dragen loonheffing.

In het saldo is tevens opgenomen een bedrag van f 5 347 624,38 zijnde het per 31 decenber 1998 beschikbare saldo voor de invulling van pseudo-waivers. Het mutatie-overzicht van pseudo-waivers over 1998 is als volgt:

Saldo Pseudo-waivers per 1 januari 1998: f 9 356 851,76
   
Betalingen 1998 ten behoeve van projecten:   
Aerodynamic and Acoustic Testing of Model Rotors (AATMR)f 445 074,15  
Electromagnetisch Lanceren (EMR/EML)f 695 716,00  
Tip Vortex Cavitationf 1 438 734,14 
Dynamisch gedrag van composiet scheepsconstructies (DYCOSS)f 1 429 703,09 
Totaal betalingen in 1998 f 4 009 227,38
   
Saldo pseudo-waivers per 31 december 1998 f 5 347 624,38

ad 7. Openstaande rechten.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 0,00. Voor zover aanwezig zijn deze posten opgenomen onder het bedrag extra-comptabele vorderingen. Er wordt hiervoor geen aparte administratie gevoerd.

ad 8. Extra comptabele vorderingen.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 246 601 420,21.

Opgave van vorderingen per 31 december 1998:

Aard van de vorderingBedrag
Vorderingen op de Verenigde Natiesf 108 556 569,34
Vorderingen NSK Marinef  4 799 887,01
Vorderingen NSK Landmachtf  8 789 802,55
Vorderingen NSK Luchtmacht e.a. f  4 522 120,38
Pensioenenf   952 555,46
Schadeverhaalf  4 278 661,40
Aanrijdingen/aanvaringenf  1 388 962,76
Koninklijke marine diversenf  38 644 303,00
Materiële aanschaffingen Koninklijke landmachtf  62 320 656,47
Materiële aanschaffingen Koninklijke luchtmachtf  25 531 654,22
Salariskosten ASG 54th & MTMC Europef   604 222,93
Infrastructuur Koninklijke landmachtf  3 938 763,75
Overige gemeenschappelijke zakenf  5 311 498,37
Diversen (incl. E-rekeningen)f  9 572 249,34
Sub-totaalf 279 211 906,98
Af: openstaand op rekeningen buiten begrotingsverband (zgn. derdenrekeningen)f 32 610 486,77
Balanssaldo extra-comptabele vorderingenf 246 601 420,21

Opmerking:

Bij het beleidsterrein Algemeen is voornamelijk op grond van het ontbreken van verhaal mogelijkheden en na juridisch advies een 36-tal vorderingen voor in totaal f 659 706,93 kwijtgescholden of definitief buiten invordering gesteld.

Bij het beleidsterrein Koninklijke marine zijn in 1998 drie vorderingen voorlopig buiten invordering gesteld voor een totaalbedrag van f 1149,57. Tevens zijn 4 vorderingen definitief buiten invordering gesteld voor een totaalbedrag van f 155,00 en is een verzoek ingediend om 87 vorderingen op één debiteur met een waarde van f 239 948,63 definitief buiten invordering te stellen.

Bij het beleidsterrein Koninklijke landmacht zijn in 1998 48 vorderingen definitief buiten invordering gesteld voor een totaal bedrag van f 78 584,53.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van vorderingen is gekozen voor een grensbedrag van > f 5,0 miljoen. Hieronder volgt voor zover van toepassing per beleidsterrein een specificatie.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Een vordering op het ministerie van Financiën van f 16,1 miljoen betreft terug te ontvangen omzetbelasting over in het buitenland verschoten munitie. De ontvangst wordt verwacht vóór medio 1999. Daarnaast loopt een vordering op het Academisch Ziekenhuis te Utrecht van f 13,6 miljoen wegens verrekening kosten Militair Hospitaal A. Matthijsen (MHAM). De ontvangst wordt in het eerste kwartaal van 1999 verwacht.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

Eén vordering van f 10,0 miljoen op de VN waarbij het tijdstip waarop ontvangst zal plaatsvinden niet bekend is en afhankelijk is van de liquiditeit van de VN. De insteldatum van de vordering is 10 juli 1995 (maakt ook deel uit van de vorderingen > f 0,1 miljoen welke zijn ingesteld vóór 1997).

Een vordering op de Landsregering Nederlandse Antillen van f 8,5 miljoen wegens aandeel van exploitatiekosten in de kustwacht, is ingesteld in november 1998. De ontvangst wordt verwacht in 1999.

Verdeling vorderingen naar ouderdom

De verdeling van de extra-comptabele vorderingen naar ouderdom is hieronder in een grafiek weergegeven. kst-26541-37-2.gif

Vorderingen groter dan f 0,1 miljoen die werden ingesteld vóór 1997.

Beleidsterrein Algemeen

Het betreft een 5-tal vorderingen waarvan de grootste een vordering van f 1 639 138,72 op «Compleet BV» is. Op grond van het juridisch advies is de vervaldatum verschoven naar 31 december 1998 in verband met acties van de Landsadvocaat. Op 13 maart 1999 heeft de Landsadvocaat bericht dat hij de mogelijkheid tot verhaal op de bestuurders van «Compleet BV» nagaat.

Bij de overige vier vorderingen, een totaalbedrag van f 0,8 miljoen omvattend, is ontvangst afhankelijk van diverse factoren, zoals de afloop van een rechtbankprocedure, trage afhandeling bij de betalende instantie, danwel het in kleinere gedeeltes terugbetalen van de hoofdsom.

Beleidsterrein Koninklijke marine

Een vordering van f 120 146,40 op de Amerikaanse Marine. Betreft de levering van scheepsbrandstof F-76. De vordering is ingesteld in 1992. De Amerikaanse Marine zoekt een en ander uit en indien de vordering wordt erkend wordt deze in 1999 voldaan.

Een vordering van f 612 070,11 op Duitsland ingesteld in november 1984. Betreft het restant van een vordering van f 2 126 655,18. Duitsland ging niet akkoord met het restantbedrag. Defensie probeert momenteel het bedrag te claimen bij de Navo. Daadwerkelijke ontvangst is onzeker.

Een vordering van f 180 000,00 op de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Betreft de opleiding aan het KIM van VAE-officieren. Deze vordering is ingesteld in augustus 1996. Overleg is gaande; indien de vordering wordt erkend wordt deze in 1999 voldaan.

Een vordering van f 106 895,00 op DAF Bedrijfswagenfabriek. Betreft hydraulische laadkraan. Het bedrijf is failliet, doch Defensie staat op lijst van erkende concurrente crediteuren. De vordering is ingesteld in augustus 1993. Daadwerkelijke ontvangst is onzeker.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Van een vordering van f 1,6 miljoen op de Duitse regering, inzake riool Seedorf, vindt de ontvangst vermoedelijk in de eerste helft van 1999 plaats. Van de vordering op Hooge & Trier Hansen A/S van f 0,7 miljoen blijft de ontvangst onzeker. Deze vordering is ingesteld op 16 mei 1994. Omtrent deze vordering is om juridisch advies gevraagd. Een vordering op Aarding Beheer van f 0,3 miljoen is nog intern Defensie in behandeling. Ontvangst is onzeker. De inbaarheid van de vordering op afvalstorting Brabant van f 0,3 miljoen is eveneens onzeker. Hetzelfde geldt voor een vordering van f 0,2 miljoen op een medisch specialist, zolang het proces hierover nog loopt.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

Het betreft hier een 16-tal vorderingen ter waarde van f 27,9 miljoen op de VN waarvan een aantal door de VN zijn gekenmerkt als «certified». De ontvangstdatum van de gelden blijft echter onduidelijk en is mede afhankelijk van de liquiditeit van de VN.

Beleidsterrein Dico

Het gaat om een vordering op 54th ASG van f 157 925,15 wegens verrekening van salariskosten burgerpersoneel. Juridisch advies is gevraagd omtrent de incasso.

ad 9. Extra-comptabele schulden.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 0,00.

Er bestaan geen extra-comptabele schulden. Alle verplichtingen worden intra-comptabel vastgelegd, en zijn als zodanig opgenomen in de post openstaande verplichtingen.

ad 10. Voorschotten.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 4 608 378 744,38. De voorschotten zijn gewaardeerd tegen de in het jaar van verstrekking geldende plankoers. Voorschotten waarbij voor de verstrekking termijndollars zijn aangewend, zijn gewaardeerd tegen de betreffende termijnkoers.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van voorschotten is gekozen voor een grensbedrag van > f 50,0 miljoen.

Hieronder volgt voor zover van toepassing per beleidsterrein een specificatie.

USZO-voorschotten.

De declaraties van de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO) met betrekking tot de post-actieven zijn als voorschot betaald en in de financiële verantwoording 1998 verwerkt als extra-comptabele voorschotten voor de volgende bedragen:

Beleidsterrein Algemeen f    8 558 950,48

Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen f   898 395 708,26

Beleidsterrein Koninklijke marine f    29 162 190,00

Beleidsterrein Koninklijke landmacht f   107 687 731,00

Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht f    27 151 641,00

Beleidsterrein Koninklijke marechaussee f     929 383,00

Beleidsterrein Defensie Interservice Commando f    10 784 990,00

Totaal f 1 082 670.593,74

Algemeen.

De declaraties met betrekking tot de ziektekostenverzekering die betaald zijn aan de Dienst Ziektekostenvoorziening Overheidspersoneel (DZVO), zijn in de saldibalans verwerkt als extra-comptabele voorschotten voor een totaal bedrag van f 69 398 369,26. De definitieve vaststelling van het te verrekenen bedrag zal plaatsvinden in 1999.

Beleidsterrein Koninklijke marine.

Een voorschot van f 50,3 miljoen staat open voor verticale lanceersystemen ten behoeve van LCF aan de VS door middel van de FMS-proce- dure. Levering en verrekening vindt plaats gedurende 2002 tot en met 2005 conform oorspronkelijk leveringsschema.

Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht.

Een voorschot van f 655,6 miljoen staat open ten behoeve van MLU Productiefase (case NE-D-NMP). Dit bestaat voor het grootste gedeelte uit progress payments, die door de USAF aan leveranciers zijn verstrekt plus adminstratieve kosten.

Een voorschot van f 98,5 miljoen staat open ten behoeve van aanschaf van de AMRAAM. Hiervoor is de LOA NE-D-YME met de USAF afgesloten. Aflevering en verrekening zal in 1999 plaatsvinden. Een voorschot van f 178,6 miljoen staat open ten behoeve van de aanschaf van de F-16. Verrekening van dit bedrag zal medio 1999 zijn afgerond.

Een voorschot van f 88,8 miljoen staat open ten behoeve van follow-on support F-16 (periode 1990 tot 1995). Verrekening zal tot medio 2000 duren.

Een voorschot van f 122,0 miljoen staat open ten behoeve van follow-on support F-16 (periode 1995 tot 2002). Progress payments worden hiervan door de USAF aan leveranciers verstrekt. Verrekening vindt regelmatig plaats op basis van ontvangstbewijzen.

Een voorschot van f 122,2 miljoen staat open ten behoeve van ontwikkelingskosten MLU F-16. Verrekening zal in de komende jaren plaatsvinden.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten.

Een bedrag van f 239,6 miljoen, verstrekt aan Mc Donall Douglas via FMS-procedure ten behoeve van aanschaf Apache heli's. Levering tot en met 2002, volgens het oorspronkelijk leverschema.

Voorschotten naar ouderdom.

De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onderstaande tabel (bedragen x f 1,0 miljoen).

Jaar van ontstaanAlgemeenP&UKMKLKluMUSPOverigeTotaal
         
≤199415,00,068,360,8487,81,30,0633,2
19950,30,060,462,0281,13,50,0407,3
19963,00,071,424,7239,436,90,1375,5
199716,00,2140,075,1426,076,40,9734,6
1998122,4898,4224,4218,0760,1219,714,82 457,8
Totaal156,7898,6564,5440,62 194,4337,815,84 608,4

De post overige bestaat uit de beleidsterreinen Dico (f 11,7 miljoen), Koninklijke marechaussee (f 4,1 miljoen).

Ten opzichte van de stand tot en met 31 december 1997 is een bedrag verrekend van f 1977,8 miljoen. In 1998 zijn voorschotten verstrekt voor totaal f 2687,9 miljoen waarvan in 1998 reeds werd verrekend f 230,2 miljoen. De totale mutatie in de voorschottenstand ten opzichte van 1997 komt daardoor uit op + f 479,9 miljoen.

ad 11. Openstaande verplichtingen.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 7 185 720 191,64. De met termijncontracten afgedekte verplichtingen zijn opgenomen tegen de termijnkoers.

De niet op termijn afgedekte US$-verplichtingen zijn gewaardeerd tegen de door ministerie van Financiën voor 1998 voorgeschreven koers van f 1,95.

Bij de nieuw aangegane verplichtingen is uitgegaan van de methode van het opnemen in de rekening van zowel de positieve als negatieve bijstellingen op oude verplichtingen. Daar waar nieuw aangegaan negatief zou uitlopen is deze stand op nihil gesteld waardoor voor die artikelen wel een negatieve bijstelling is opgenomen.

Verplichtingen per 1 januari 1998f 7 938 799 460,38
Aangegane verplichtingen in verslagjaarf 14 012 750 660,39
Sub-totaalf 21 951 550 120,77
Tot betaling gekomen in verslagjaarf 14 757 131 613,58
Negatieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjarenf 8 698 315,55
Sub-totaalf 14 765 829 929,13
Openstaande verplichtingen per 31 december 1998f 7 185 720 191,64

Als bijlage is gevoegd een blad met de opbouw van de garantieverplichtingen.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van openstaande verplichtingen is gekozen voor een grensbedrag van > f 100,0 miljoen. Hieronder volgt voor zover van toepassing per beleidsterrein een specificatie.

Beleidsterrein Koninklijke marine

Het gaat hier om een viertal verplichtingen, te weten:

– een verplichting van f 920,2 miljoen betreft Bouwmeestercontract Luchtverdedigings- en Commandofregatten (L.C.F.) Dit bedrag is exclusief de loon- en materiaal bijstellingen. De overeenkomst is gesloten met Schelde Scheepsnieuwbouw te Vlissingen. Dit project eindigt in 2005;

– een verplichting van f 116,9 miljoen betreft Combat Direction System (CDS) ten behoeve van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF). De overeenkomst is gesloten met Hollandse Signaalapparaten (HSA) te Hengelo. Het project eindigt in 2004;

– een verplichting van f 273,7 miljoen betreft Multi-functieradar APAR ten behoeve van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF). De overeenkomst is gesloten met Hollandse Signaalapparaten (HSA) te Hengelo. Het project eindigt in 2004;

– een verplichting van f 118,0 miljoen betreft verticale lanceersystemen ten behoeve van de Luchtverdedigings- en Commandofregatten (LCF). De overeenkomst is gesloten met de VS door middel van de FMS-procedures. Het project eindigt in 2005.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Bij de Koninklijke landmacht betreft het een drietal orders, te weten:

– bij Krauss Maffei voor een bedrag van f 213,9 miljoen ten behoeve van KWS Leopard 2 (leveringsdata van 1999 tot en met 2001);

– ten behoeve van de instandhouding PRTL een verplichting van f 155,8 miljoen bij Bundesamt (leveringsdata van 1999 tot en met 2001);

– met betrekking tot levering van VN-voertuigen een verplichting van f 106,6 miljoen bij Sisu-Defence (leveringsdata van 1999 tot en met 2000).

Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

Het gaat hier om een tweetal verplichtingen, te weten:

– een verplichting van f 314,5 miljoen met betrekking tot de Mid-Life update produktie F-16 (case NE-D-NMP), waarvan de leveringen plaatsvinden tot 2004;

– een verplichting inzake follow-on support F-16 (case NE-D-QBH) van f 169,6 miljoen. Het betreft spare-parts, boekwerken en dergelijke. Afleveringen vinden periodiek plaats.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten.

Eén openstaande verplichting groter dan f 100,0 miljoen, te weten:

aanschaf van Apache gevechtshelikopters (leverancier MD Douglas via FMS-procedure) voor een bedrag van f 985,6 miljoen (levering tot en met 2002).

ad 12. Deelnemingen.

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 13 333 333,33.

Naam van de onderneming : Eurometaal N.V.

Wijze van deelneming : Aandelen.

Het ministerie van Defensie is in het bezit van 33⅓% van de aandelen. De waarde bedraagt, uitgedrukt in de oorspronkelijke aankoopprijs, 33⅓% van f 40,0 miljoen = f 13,3 miljoen

Specificatie Garantieverklaringen per 31 december 1998 (RDB 5.8)

Begr. ArtikelBasis voor het aangaan van garantieverplichtingenAard van de verbintenisGegarandeerd bedragVerleende garantiesLooptijdOpenstaande garantie verplichtingen per 31-12-1997Mutatie garantie verplichtingenOpenstaande garantie verplichtingen per 31-12-1998
U 124Begrotingswet dd. 28 december 1960 Staatsbladnummer 566Leningen ter stimulering van de woningbouw met een looptijd van ten hoogste 40 jaarNiet nader geregeldGarantie aan de «Vereniging Pensioen Risico» te Amsterdam voor de betaling van rente en aflossing door de woningstichting «Ons Belang» te Amersfoort in verband met een geldlening van f 1 100 000 ingevolge een overeenkomst van 31 augustus 1961t/m 2001f 222 139,74– f 51 884,62f 170 255,12
U 124Derde wijzigings-overeenkomst op de Raamovereenkomst betreffende Eurometaal N.V. d.d. 19 maart 1990Borgstelling in verband met aan te gane geldleningen, 1/3 deel van maximaal f 6 000 000. Onder aantekening dat in geval het maximumbedrag van f 6 000 000 niet voldoende mocht blijken, betrokken partijen over een eventuele verhoging van dit bedrag nader met elkaar in overleg zullen tredenf 2 000 000Borgstelling ten behoeve van Eurometaal N.V. voor de door genoemde vennootschap op te nemen geldleningen ter verdere financiering van de vennootschapDoorlopendf 2 000 000,00f 0,00f 2 000 000,00
U 124Overeenkomst met de stichting NLRGC briefnr. F/95/569 d.d. 28 januari 1995Garantstelling voor de financiering van het uitkeringsbesluit burgerambtenaren Defensie in geval van een faillissement van het NLRGCf 4 650 000Garantie ten behoeve van de «Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum» te Soesterberg met betrekking tot een wachtgeld- en ziektekostenregeling van f 4 650 000t/m 1997f 4 650 000,00– f 4 650 000,00f 0,00
U 124Overeenkomst met de Vereniging Verbond van VerzekeraarsRegeling van de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel om de belemmeringen die Defensie-ambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemenNiet nader geregeld onbepaaldP.M.P.M.P.M.
        f 2 170 255,12

Inhoudsopgave


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl