Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26540 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26540 nr. 2 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juni 1999
Daartoe gemachtigd door Hare Majesteit de Koningin doe ik u hierbij toekomen het eindverslag van mijn onderzoekswerkzaamheden.
mr. H. D. Tjeenk Willink
AAN DE KONINGIN
's-Gravenhage, 7 juni 1999
Majesteit,
Op vrijdagmiddag 21 mei 1999 verzocht u mij om spoedig de mogelijkheden te onderzoeken of en op welke wijze de samenwerking binnen de huidige coalitie van PvdA, VVD en D66 kan worden voortgezet. Gaarne breng ik u hierbij verslag uit van dit onderzoek. Op 1 juni 1999 mocht ik u reeds mondeling tussentijds verslag uitbrengen.
Ter uitvoering van de mij gegeven opdracht heb ik op dinsdag 25 mei 1999 met demissionair minister-president W. Kok gesproken over de ontstane situatie, over de overwegingen die tot de ontslagaanvrage van alle ministers en staatssecretarissen hebben geleid en over de mogelijkheden om de samenwerking binnen de huidige coalitie van PvdA, VVD en D66 voort te zetten.
Daarna heb ik op die dinsdag 25 mei 1999 oriënterende gesprekken gevoerd met de drie fractievoorzitters van respectievelijk PvdA, VVD en D66 afzonderlijk. Daarin is mij gebleken dat alle drie de fractievoorzitters oprecht bereid waren met mij na te gaan of en op welke wijze de samenwerking zou kunnen worden voortgezet, zij het dat de mogelijkheden verschillend werden ingeschat.
Vervolgens heb ik in afzonderlijke gesprekken met de drie fractievoorzitters op woensdag 26 mei 1999 en donderdag 27 mei 1999 die mogelijkheden geïnventariseerd en nader verkend. In die gesprekken is mij gebleken dat er in belangrijke mate overeenstemming bestond over de terreinafbakening en de werkwijze in het vervolg van mijn onderzoek.
Op vrijdag 28 mei 1999 heb ik daarop met de drie fractievoorzitters gezamenlijk overlegd. In dat overleg is het volgende afgesproken:
– het regeerakkoord wordt niet opengebroken; hetgeen niet uitsluit het leggen van accenten, het stellen van prioriteiten (tempo), het aanbrengen van preciseringen of het op andere wijze bereiken van hetzelfde;
– het mogelijke antwoord op de vraag of en op welke wijze de samenwerking kan worden voortgezet, wordt allereerst gezocht zo dicht mogelijk bij het onderwerp naar aanleiding waarvan de situatie is ontstaan d.w.z. het referendum en direct aanpalende onderwerpen;
– het antwoord zal voor alle drie de partijen geloofwaardig moeten zijn;
– het antwoord zal proportioneel moeten zijn ten opzichte van de ontstane situatie.
In aansluiting op deze vier afspraken is een werkwijze in drie achtereenvolgende fasen overeengekomen:
– fase 1: de mogelijkheden van een antwoord zo dicht mogelijk bij het onderwerp naar aanleiding waarvan de huidige situatie is ontstaan;
– fase 2: nagaan of de afspraken uit hoofdstuk VII van het regeerakkoord bijstelling behoeven voor wat betreft het tempo en/of de procedure;
– fase 3: eventuele andere punten die aan de orde moeten komen voor het antwoord op de vraag òf en op welke wijze de samenwerking binnen de huidige coalitie van PvdA, VVD en D66 kan worden voortgezet.
Daarna is een aanvang gemaakt met de bespreking van fase 1 toegespitst op de mogelijkheden om de afspraken die in het regeerakkoord ten aanzien van het correctief referendum zijn gemaakt alsnog zoveel mogelijk te realiseren.
Deze bespreking is op maandag 31 mei 1999 en op dinsdagochtend 1 juni 1999 voortgezet en kon op die laatste dag met succes worden afgesloten. De afspraken die dienaangaande tussen de fractievoorzitters zijn gemaakt zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd.
De afspraak dat het wetsvoorstel tot verandering in de Grondwet strekkende tot opneming van bepalingen inzake het (beslissend) correctief referendum opnieuw ongewijzigd wordt ingediend met gelijktijdige indiening van een proeve van de uitvoeringswet moet naar mijn oordeel ook worden gezien tegen de achtergrond van de bijzondere situatie die is ontstaan door verwerping van het voorstel tot grondwetswijziging in tweede lezing door de Eerste Kamer der Staten-Generaal en de daaropvolgende beslissing van alle ministers en staatssecretarissen u hun ontslag aan te bieden. Het bijzondere van de situatie ligt in het feit dat er geen sprake was van een conflict met de Tweede Kamer der Staten-Generaal, noch van een conflict in het kabinet noch overigens van een conflict met een meerderheid in de Eerste Kamer, maar van een – overigens uitzonderlijk – conflict tussen de Tweede Kamer bij wie het politieke primaat berust en de Eerste Kamer die het vetorecht bezit. Ontbinding van de Tweede Kamer lost dit conflict niet op. Zo lang de Grondwet geen conflictenregeling kent kan herindienen van een verworpen wetsvoorstel, op termijn, wèl een mogelijke uitweg bieden.
De afspraak dat een tijdelijke referendumwet wordt ingediend die binnen het kader van de Grondwet de mogelijkheid tot een (raadgevend) correctief referendum opent over dezelfde onderwerpen met dezelfde uitzonderingen en onder dezelfde voorwaarden als de in te dienen grondwetswijziging inclusief de proeve van de uitvoeringswet moet worden gezien in functie en in perspectief van de beoogde grondwetsherziening.
Vanaf de aanvang van de gezamenlijke besprekingen hebben de drie fractievoorzitters tegenover mij verklaard de uitvoering van mijn informatie-opdracht los te willen zien van het verloop en de uitkomst van het debat in de Tweede Kamer over het rapport van de enquêtecommissie vliegramp Bijlmermeer.
De noodzakelijke aanwezigheid van de fractievoorzitters bij dit debat maakten het echter onmogelijk dinsdagmiddag 1 juni 1999 en woensdag 2 juni 1999 de besprekingen in het kader van de informatie voort te zetten.
Op donderdag 3 juni 1999 zijn de inhoudelijke besprekingen voortgezet en afgerond. Daarin zijn met de fractievoorzitters afspraken gemaakt over de uitvoering van de andere punten van staatkundige vernieuwing uit hoofdstuk VII van het regeerakkoord. Deze afspraken zijn eveneens in de bijlage opgenomen.
Voorts hebben de fractievoorzitters in algemene zin de afspraken die in het regeerakkoord zijn gemaakt bevestigd.
Tenslotte hebben zij mij medegedeeld vertrouwen te hebben in de voortzetting van de samenwerking binnen de huidige coalitie.
Later op donderdag 3 juni 1999 hebben zij mij laten weten dat ook hun fracties met de afspraken hebben ingestemd en hun vertrouwen in de voortzetting van de samenwerking binnen de huidige coalitie delen.
Op vrijdagavond 4 juni 1999 heb ik met de demissionair minister-president het verloop en de resultaten van deze informatie besproken.
Deze bespreking is op maandagochtend 7 juni 1999 voortgezet in een bespreking waarbij ook de drie fractievoorzitters aanwezig waren.
De minister-president heeft de resultaten van het informatie-onderzoek aansluitend op de bespreking met de fractievoorzitters in de ministerraad besproken en mij daarna medegedeeld dat de ministers en staatssecretarissen met de gemaakte afspraken instemmen en op grond van de resultaten van mijn onderzoek bereid zijn om desgevraagd hun ontslagaanvragen in te trekken.
Op grond van deze bevindingen concludeer ik dat op basis van de gemaakte afspraken tijdens deze informatie de samenwerking binnen de huidige coalitie van PvdA, VVD en D66 kan worden voortgezet.
Ik geef u derhalve in overweging de minister-president, de overige ministers en de staatssecretarissen te verzoeken hun ontslagaanvragen in te trekken.
Met gevoelens van hoge achting,
mr. H.D. Tjeenk Willink
Naar aanleiding van de situatie die is ontstaan door verwerping door de Eerste Kamer van het grondwetsherzieningsvoorstel in tweede lezing inzake de invoering van het correctief referendum, hebben de fractievoorzitters zich beraden over de wijze van uitvoering van hetgeen in hoofdstuk VII van het regeerakkoord is vastgelegd.
De betreffende passage uit het regeerakkoord luidt:
«Correctief referendum.
In de vernieuwing van de democratie past het correctief referendum, waarmee een nieuwe vorm van directe zeggenschap van burgers wordt ingevoerd. De parlementaire behandeling van de grondwetsherziening (die reeds in eerste lezing is aanvaard) wordt voortgezet. Het kabinet zal terstond de wetgeving, die nodig is om het referendum op centraal en decentraal niveau nader vorm en inhoud te geven, ter hand nemen, opdat deze voorstellen kunnen worden ingediend zodra de grondwetswijziging haar beslag heeft gekregen. Het kabinet wil deze wetgeving in de komende periode realiseren, zodat een correctief referendum ten aanzien van wetgeving op nationaal niveau en ten aanzien van besluiten met een algemene strekking op decentraal niveau mogelijk wordt, een en ander binnen het kader van de grondwetsherziening»
Om deze afspraken zoveel mogelijk alsnog gestand te doen zijn de volgende, met elkaar samenhangende, afspraken gemaakt als invulling van deze regeerakkoordpassage.
1.
a) Het wetsvoorstel tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het (beslissend) correctief referendum wordt ongewijzigd opnieuw ingediend.
b) Gelijktijdig met deze indiening wordt middels een proeve inzicht gegeven in de uitvoeringswet (beslissend) correctiefreferendum.
c) Er wordt een tijdelijke referendumwet ingediend, die, binnen het kader van de Grondwet, de mogelijkheid tot een (raadgevend) correctief referendum opent over dezelfde onderwerpen, met dezelfde uitzonderingen en onder dezelfde voorwaarden als de in te dienen grondwetswijziging, inclusief de proeve van de uitvoeringswet. De tijdelijke referendumwet staat in functie en in perspectief van de beoogde grondwetsherziening.
2. De onder punt 1 genoemde voorstellen worden gelijktijdig bij de Tweede Kamer ingediend.
De inspanningen zijn gericht op indiening januari 2000.
3. Inzake de tijdelijke referendumwet is nader bepaald:
a) De inspanningen zijn gericht op inwerkingtreding van deze wet januari 2001.
b) De tijdelijke referendumwet is van toepassing op wetsvoorstellen en besluiten als voorzien in het voorstel tot grondwetsherziening (zie punt 1a, b) die voor 1-1-2005 zijn aanvaard, tenzij bij wet een andere datum wordt vastgesteld. De datum 1-1-2005 is gekozen om de invoering van de uitvoeringswet (na aanvaarding van de grondwetswijziging in tweede lezing) mogelijk te maken binnen de termijn waarbinnen de tijdelijke wet geldt.
(Een verandering van de horizonbepaling van de tijdelijke wet bij wet kan nodig zijn indien de uitvoeringswet eerder dan wel later gereed komt.)
c) Aan de Raad van State wordt, op basis van artikel 15 lid 2 Wet op de Raad van State, advies gevraagd, over de meest wenselijke fase van de wetgevingsprocedure waarin de mogelijkheid van het voorgestelde referendum wordt geboden en over het betrekken van de wetgevende organen bij de gevolgen aan de uitslag van het referendum te verbinden.
4. In de tijdelijke referendumwet en in de uitvoeringswet wordt een zodanige regeling opgenomen dat het de burgers gemakkelijker wordt gemaakt om van hun rechten (handtekeningen inleidend verzoek, verzoek in tweede fase, stemming) gebruik te maken zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de vereisten van toezicht en betrouwbaarheid.
II Andere punten van staatkundige vernieuwingen
De fractievoorzitters hebben de andere punten van staatkundige vernieuwing in hoofdstuk VII van het regeerakkoord besproken en namens hun fractie toegezegd hun bijdrage te leveren aan een spoedige realisering van hetgeen is afgesproken.
Dat geldt meer in het bijzonder voor de volgende onderwerpen:
– Rapport van de Staatscommissie Dualisme en lokale democratie waarvan het kabinetsstandpunt zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen zes maanden na het uitkomen van het rapport wordt verwacht
– Art. 61 Gemeentewet, waarvan naar het oordeel van de fracties de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel zo spoedig mogelijk moet worden voortgezet, e.e.a. met inachtneming van het oordeel van de regering op het verzoek van de vaste commissie van Binnenlandse Zaken.
– Kiesstelsel, alsmede verkiezing en positie van de Eerste Kamer ten aanzien waarvan bij de regering wordt aangedrongen op korte termijn met de in het regeerakkoord afgesproken voorstellen te komen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26540-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.