Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 26494 nr. 6 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2003-2004 | 26494 nr. 6 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2004
In antwoord op de in uw brief van 22 april 2004, (zie bijlage), gestelde vragen, bericht ik u als volgt.
Is er inzicht in de hoeveelheid wapens per schietvereniging en per persoon?
In Nederland zijn ongeveer 250 000 legale vuurwapens (bron: landelijke wapenserver van de politie).
Er is niet exact bekend hoeveel wapens er zijn per schietvereniging en per persoon. Voor wat betreft sportschutters leert een onderzoek van enige jaren geleden ons dat in de praktijk blijkt dat de bij de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA) aangesloten sportschutters, per persoon gemiddeld twee vuurwapens bezitten (maximaal vijf). Voor wat betreft het aantal verenigingswapens kan worden opgemerkt dat deze zijn beperkt tot een aantal dat in verhouding staat tot het aantal leden dat daarvan gebruik maakt.
Hoe verhoudt de regelgeving ten aanzien van schietverenigingen in Nederland zich tot die in omliggende landen?
Nederland heeft in vergelijking met de andere lidstaten van de Europese Unie een vrij strenge wet- en regelgeving op het gebied van vuurwapens en munitie. Dit heeft ten doel het tegengaan van het illegale bezit van wapens en munitie en het zoveel mogelijk beheersen van het legale bezit daarvan.
De Nederlandse wet eist voor het voorhanden hebben van een vuurwapen een redelijk belang. Een redelijk belang is onder meer het serieus in verenigingsverband beoefenen van de schietsport. Als daarvoor een verlof wordt verleend dan is dat aan strenge regels onderworpen.
In de meeste andere lidstaten is weliswaar het lidmaatschap van een schietsportvereniging verplicht om als burger over een vuurwapen te mogen beschikken, maar aanvullende eisen, zoals een minimum aantal schietbeurten per jaar, een maximum aantal vuurwapens en strikte voorwaarden voor het opbergen van vuurwapens, laat staan een algeheel verbod op het naar huis meenemen van vuurwapens, ontbreken veelal.
In de richtlijn 91/477/EEG van de Raad voor de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1991 inzake de controle op verwerving en het voorhanden hebben van wapens is gekozen voor harmonisatie op minimumvoorwaarden. Aangezien de Nederlandse wapenwetgeving en de daarmee samenhangende regelgeving traditioneel restrictief is (en zodoende verder gaat dan het minimumniveau van de richtlijn), heeft de richtlijn niet een daarboven uitstijgend effect gehad voor de Nederlandse situatie.
In hoeverre is verscherping daarvan in de toekomst mogelijk?
Het werk aan de wapenwetgeving, die bestaat uit de Wet wapens en munitie, de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie heeft in de afgelopen jaren allerminst stil gelegen.
In 1995 heeft nog een vrijwel integrale herziening van de Wet wapens en munitie en de daaraan gerelateerde lagere regelgeving plaatsgevonden. Maar ook in de afgelopen jaren is de Wet wapens en munitie verschillende malen min of meer ingrijpend gewijzigd. Ik beperk mij hier tot de vermelding van de forse strafverhoging voor illegaal wapenbezit en illegale wapenhandel, drie jaar geleden, en de invoering van het preventief fouilleren op 15 september 2002.
Ook de Circulaire wapens en munitie en de Regeling wapens en munitie worden momenteel op het ministerie van Justitie grondig herzien. De bevindingen en aanbevelingen van het evaluatierapport over de thematische actie «Golden Delicious», de landelijke controle-actie op schietverenigingen, worden meegenomen bij de herziening van de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie. In dat verband zal zeer zeker ook aandacht worden besteed aan de door U opgeworpen vraagpunten.
Kunt u schietverenigingen verplichten van leden «een verklaring van gedrag» te eisen?
Registratie en identificatie van (aspirant-)leden en introducés is een verantwoordelijkheid van de schietvereniging zelf. Wat de mogelijkheid voor het bestuur van een schietvereniging betreft, om onderzoeken te doen naar antecedenten van (aspirant-) leden en introducés, wijs ik er op dat – op grond van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag – het niet is geoorloofd om informatie uit het strafregister te verstrekken aan personen/verenigingen die niet belast zijn met een publieke taak. Pas wanneer het lid van een schietvereniging overgaat tot de aanvraag van een verlof tot het voorhanden hebben van een (privé)vuurwapen voor de schietsport wordt de aanvrager door de politie gescreend op criminele antecedenten.
Gelet op de grondwettelijke vrijheid van vereniging zie ik geen mogelijkheid om schietverenigingen wettelijk te verplichten om een verklaring omtrent het gedrag te eisen van hun (nieuwe) leden. Wel wordt door mij overwogen om het gebruik van verenigingsvuurwapens, door (aspirant-)leden die niet in het bezit zijn van een privé-verlof, afhankelijk te stellen van een verlof tot het voorhanden hebben van verenigingsvuurwapens. Op die wijze kunnen (nieuwe) leden al in een vroeg stadium gecontroleerd worden op eventuele criminele antecedenten. Dit laat overigens onverlet dat iedere schietvereniging een eigen verantwoordelijkheid heeft inzake het toelaten van nieuwe leden. Zo kan een schietvereniging (of schietbond) ook zelfstandig besluiten om een verklaring omtrent het gedrag verplicht te stellen als voorwaarde om als lid van de vereniging te worden toegelaten.
Vindt er registratie van munitie plaats?
Er bestaat voor schietverenigingen thans geen verplichte registratie van aan aangesloten schutters uitgegeven/verkochte munitie omdat er geen sprake is van het – in de uitoefening van een bedrijf – verhandelen van munitie. Het gebruik van verenigingswapens en de daarbij behorende munitie vindt plaats binnen het verband van de schietvereniging, onder direct toezicht van de verenigingsverlofhouder en/of een door het bestuur aangewezen baancommandant. Het valt in de praktijk niet volledig uit te sluiten dat munitie, die gekocht is door een schietvereniging, over wordt gehouden en elders dan op de verenigings-schietbaan wordt gebruikt. Om de kans op misbruik van deze munitie zo gering mogelijk te houden ben ik voornemens – in het kader van de herziening van de Circulaire wapens en munitie – een systeem in te voeren, waarbij schietverenigingen verplicht worden tot het bijhouden van een munitieregistratie op naam, een en ander conform het advies en het model van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie.
Bent u bereid het lidmaatschap van een schietvereniging bij een erkende schietbond verplicht te stellen?
Momenteel wordt op mijn departement de mogelijkheid onderzocht om in de Circulaire Wapens en munitie de verlening van een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen en de aanvraag van een verenigingsverlof te verbinden aan het lidmaatschap van een erkende schietvereniging. Door een dergelijke eis te stellen aan de verlening van een verlof kan ongewenste wildgroei van schietverenigingen worden voorkomen.
Als erkende schietvereniging zou bijvoorbeeld kunnen worden aangemerkt een schietvereniging die is aangesloten bij een nationaal en internationaal te goeder naam en faam bekende schietsportkoepel, zoals de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA).
Bij de KNSA zijn 700 schietverenigingen (globaal 75 procent van het totaal aantal schietverenigingen in Nederland) aangesloten. De KNSA is al sinds de zeventiger jaren van de vorige eeuw het aanspreekpunt daar waar het betreft schietverenigingen en sportschutters die in Nederland gebruik maken van vuurwapens. Voorts is de KNSA gesprekspartner voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het Ministerie van Defensie en is zij aangesloten bij het NOC*NSF en de internationale schietsportorganisaties.
Kan het naar huis meenemen van wapens worden verboden en wat zijn de beveiligingsaspecten en de financiële gevolgen van een dergelijk verbod voor de schietverenigingen?
Een verplichting om alle vuurwapens op te slaan bij schietverenigingen is onveilig, logistiek en financieel onuitvoerbaar en zal de schietsportbeoefening in wedstrijdverband ernstige schade toebrengen. Ter toelichting moge het volgende dienen:
a. Een concentratie van honderden vuurwapens en de daarbij behorende munitie, bij één vereniging zal een aantrekkelijke prooi vormen voor criminelen en terroristen, vooral omdat schietsportaccommodaties in het algemeen aan de periferie van een dorp of stad zijn gelegen. Tijdige reactie op een alarm door beveiligingsbeambten of politie is mede daardoor illusoir. De accommodaties zijn ook niet 24 uur per dag bemand, maar soms slechts één of twee avonden per week, zodat de vuurwapens opgeslagen bij de schietvereniging meestentijds onbeheerd zullen zijn. De aan strenge regels gebonden opslag van enkele vuurwapens in de woning van een schutter spreidt het risico en brengt dat terug tot nagenoeg nihil.
b. Van de 700 bij de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA) aangesloten schietverenigingen (globaal 75 procent van het totaal aantal schietverenigingen in Nederland) beschikken naar schatting 400 tot 500 verenigingen over een eigen accommodatie.
c. Het uitgangspunt van de vigerende regelgeving is dat uitsluitend de verlofhouder de beschikking over zijn of haar vuurwapen mag hebben. Dit betekent dat voor het centraal opslaan één enkele grote kluis, of een aantal wapenkasten, niet afdoende is. Voor ieder lid zal derhalve een afzonderlijke kluis aangeschaft moet worden, met als gevolg enige honderden kluizen per vereniging. In bijna alle gevallen is daarvoor onvoldoende ruimte en verbouw c.q. aanbouw van de accommodatie zal noodzakelijk zijn. Nog afgezien van het feit of de feitelijke mogelijkheid daartoe bestaat, zullen de financiële gevolgen daarvan enige tienduizenden euro's bedragen, en bij het verbouwen van de accommodatie, kunnen deze kosten zelfs oplopen tot mogelijk enkele honderdduizenden euro's per vereniging.
d. Als met een vuurwapen is geschoten vergt dat noodzakelijk onderhoud. Met dat onderhoud gaat veel tijd gepaard. Het demonteren en vervolgens reinigen van het vuurwapen, is van essentieel belang voor de sportschutter om op de juiste wijze zijn sport te kunnen beoefenen. Een verplichting tot het centraal opslaan van vuurwapens betekent dat schietverenigingen faciliteiten moeten bieden voor het onderhoud van vuurwapens. De financiële consequenties daarvan lopen in de tienduizenden euro's per vereniging.
e. Een verbod op het thuis bewaren van vuurwapens zal ook voor eenieder moeten gelden. Dit betekent dat ook de naar schatting 35 000 jagers in Nederland hun wapen niet langer thuis zullen mogen bewaren. De meeste jagers in Nederland zijn aangesloten bij één vereniging, met haar zetel in Amersfoort. Het is logistiek onmogelijk de vuurwapens van alle jachtaktehouders in Nederland, enige tienduizenden, op te slaan bij die ene vereniging.
Gelet op de hiervoor onder a. tot en met e. genoemde, aan een dergelijk verbod verbonden verstrekkende consequenties, naast het feit dat het legale bezit van (vuur)wapens voor de schietsport, de jacht en verzameldoeleinden reeds sinds jaar en dag in Nederland geldt als een aanvaard (redelijk) maatschappelijk belang, welke in onze samenleving pleegt te worden erkend, acht ik een algeheel verbod op het naar huis meenemen van vuurwapens thans en onder de huidige omstandigheden dan ook niet opportuun.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Aan de Minister van Justitie
Den Haag, 22 april 2004
De vaste commissie voor Justitie zou gaarne op korte termijn door u worden ingelicht over de hervorming van de regeling Wapens en Munitie, waarbij u aandacht schenkt aan de volgende vragen:
Kan het naar huis meenemen van wapens worden verboden en wat zijn de beveiligingsaspecten en de financiële gevolgen van een dergelijk verbod voor de schietverenigingen? Is er inzicht in de hoeveelheid wapens per schietvereniging en per persoon?
Hoe verhoudt de regelgeving ten aanzien van schietverenigingen in Nederland zich tot die in omliggende landen? In hoeverre is verscherping daarvan in de toekomst mogelijk? Kunt u schietverenigingen verplichten van leden een verklaring van gedrag te eisen? Vindt er registratie van munitie plaats? Bent u bereid het lidmaatschap van een schietvereniging bij een erkende schietbond verplicht te stellen?
Griffier van de vaste commissie voor Justitie,
Coenen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26494-6.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.