26 488
Behoeftestelling vervanging F-16

nr. 90
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2008

Mede namens de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Defensie informeer ik u als volgt.

Zoals overeengekomen in de Medefinancieringsovereenkomst JSF (hierna: MFO) dient het verschil in kosten tussen deelname aan de ontwikkelingsfase van de JSF en het kopen van de plank van dit toestel in 2008 opnieuw te worden berekend. Dit met als doel vast te kunnen stellen wat de Nederlandse Luchtvaartindustrie aan de Staat dient af te dragen, om het verschil te compenseren. Zoals bekend bestaat dit proces uit drie stappen.

Ten eerste dient het verschil in kosten te worden berekend volgens de in de MFO beschreven businesscase. Deze berekening is in overeenstemming met de MFO uitgevoerd door de Staat, en op 1 juli 2008 voorgelegd aan de overige partijen bij de MFO – de Nederlandse Luchtvaartindustrie. Vervolgens heeft de Luchtvaartindustrie tot 1 augustus de gelegenheid hun zienswijze op de gemaakte berekening te geven (art. 8.4 MFO). Tenslotte biedt de MFO partijen nog een maand de tijd om tot nadere overeenstemming te komen over de hoogte van het definitieve afdrachtpercentage (art. 8.5 MFO).

Middels deze brief deel ik u mede dat de eerste stap in dit proces is gezet. Alle gegevens waarop de berekening is gebaseerd, zijn de afgelopen tijd door de Staat geactualiseerd. In tegenstelling tot eerdere voorlopige berekeningen die aan uw Kamer zijn medegedeeld, zijn bij deze herijking alle relevante gegevens in de berekening verwerkt. Het verschil tussen deelname aan de ontwikkeling en het kopen van de plank is vervolgens berekend op € 308 miljoen (Prijspeil 2001, netto contante waarde).

Aan de Nederlandse luchtvaartindustrie is vandaag – 1 juli 2008 – medegedeeld dat dit tekort een afdrachtpercentage van 10,3% ten gevolge heeft. Om de partijen in de gelegenheid te stellen op de berekening te reageren, is deze vergezeld van een toelichting aan alle partijen verzonden.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

Naar boven