26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Nr. 104 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE, EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 maart 2011

Hierbij zend ik u, mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en de minister van Veiligheid en Justitie, de antwoorden op de vragen die zijn gesteld door de leden van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie naar aanleiding van de rondetafel MVO in West-Afrika. Conform verzoek wordt bij de beantwoording van de vragen ingegaan op de inhoud van mijn gesprek met de heer P. Voser, CEO van Shell. De vragen werden toegestuurd aan de bewindspersonen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op 10 februari 2011 onder nummer 2011Z02169/2011D06711.

1

Op welke wijze speelt het thema mensenrechten en schending van deze rechten alsmede het thema (de bestrijding van) corruptie een rol in bilateraal overleg tussen Nederlandse regering of de Nederlandse ambassade en Nigeria? Hoe stelt u deze onderwerpen aan de orde?

In de bilaterale relatie tussen Nederland en Nigeria spelen de thema’s mensenrechten en corruptiebestrijding een belangrijke rol. Nederland volgt de situatie in Nigeria op die terreinen nauwgezet en spreekt bij zorg hierover de Nigeriaanse overheid daarop aan. De Nigeriaanse wetgeving op het gebied van mensenrechten, veiligheid, corruptiebestrijding en milieu is gebrekkig. Bovendien is sprake van onvoldoende handhaving van bestaande wetgeving. Démarches inzake naleving van de mensenrechten, bijvoorbeeld met betrekking tot recente gebeurtenissen in Jos en over vermeende buitengerechtelijke executies, worden veelal in EU-verband uitgevoerd.

Corruptie wordt met name aan de orde gesteld vanuit de invalshoek van de destructieve werking op het ondernemingsklimaat. Corruptie is bijzonder slecht voor het aantrekken van investeringen en versterken van de handel, voor Nederland en voor Nigeria. De Nederlandse overheid vraagt de Nigeriaanse overheid om transparantie en uitleg van regels, zodat Nederlandse bedrijven op verantwoorde wijze zaken kunnen doen in Nigeria.

Ook wordt middels initiatieven en ondersteuning van activiteiten van NGO’s en VN-organisaties met de Nigeriaanse autoriteiten, alsook met het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld ter plaatse, gesproken over de mensenrechtensituatie en corruptie. Zo ondersteunt Nederland onder meer het Stakeholders Democracy Network (SDN), gericht op het opzetten van een mensenrechtenplatform in de Nigerdelta. Datzelfde geldt voor het Bayelsa Expenditure and Income Transparency Initiative (BEITI) ter bevordering van de inzichtelijkheid van de overheidsuitgaven en -inkomsten van de staat Bayelsa. Ik verwijs hierbij ook naar antwoorden op kamervragen 2010Z20020.

Samen met enkele andere ambassades heeft de Nederlandse ambassadeur onlangs aan de Nigeriaanse minister van Buitenlandse Zaken voorgesteld om het overleg met de internationale gemeenschap over ontwikkelingen in de Nigerdelta te hervatten.

Voorts heeft de Nederlandse ambassade, samen met de ambassade van de VS, het initiatief genomen om Nigeria actiever te betrekken bij de tenuitvoerlegging van de «Voluntary Principles on Human Rights and Security».

2

Wordt u door de in Nederland gevestigde bestuurders van multinationals op de hoogte gesteld van de mate waarin deze multinationals te maken krijgen met corruptie in den vreemde? Zo nee, hoe denkt u over een systeem waarbij dergelijke bedrijven, eventueel vertrouwelijk, melding maken bij de Nederlandse overheid van corruptie?

Corruptie in algemene termen en transparantie zijn onderwerpen die regelmatig opkomen in de communicatie tussen Nederlandse overheid en bedrijven, zoals in de aanloop naar economische missies, bij rondetafelgesprekken en in gesprekken in het kader van het strategische accountmanagement. Als bedrijven het vermoeden hebben dat zij bijvoorbeeld een overheidsopdracht mislopen door intransparante regels en mogelijke corruptie, dan kunnen zij dit aankaarten onder andere bij het Meldpunt Handelsbelemmeringen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Een aantal zaken, zoals in het geval van corruptie van douaniers, is reeds door het meldpunt behandeld.

Het tegengaan van corruptie en werende maatregelen zijn belangrijke onderwerpen voor het Nederlandse bedrijfsleven in Nigeria. Dit komt ook aan de orde tijdens overleg tussen de ambassade en Nederlandse bedrijven in Nigeria.

3

Zijn er mogelijkheden om Nederlandse bedrijven waarop de verdenking van betrokkenheid bij corruptie in den vreemde rust in Nederland te vervolgen? Zo ja, maakt u actief gebruik van deze mogelijkheden?

Ja, ingevolge de Nederlandse wetgeving is omkoping van ambtenaren in binnen-, maar ook buitenland een misdrijf. Sinds 1 februari 2001 heeft Nederland rechtsmacht ten aanzien van de door een Nederlander of Nederlands bedrijf in het buitenland gepleegde omkoping van een persoon in openbare dienst van een vreemde staat of persoon in dienst van een volkenrechtelijke organisatie. Van deze mogelijkheid wordt, met behulp van de Aanwijzing opsporing en vervolging ambtelijke corruptie in het buitenland, gebruik gemaakt.

4

Op welke wijze heeft Nederland zich in EU-verband ingezet om aandacht te vragen voor de mensenrechtenschendingen in Nigeria? Welke rol heeft de EU gespeeld, in het licht van de EU-wens om te komen tot verbetering van de mensenrechten en de betrouwbaarheid en legitimatie van de overheid in Nigeria? Welke mogelijkheden heeft de EU om invloed uit te oefenen ten einde de mensenrechtensituatie in Nigeria te verbeteren?

In het kader van ministeriële ontmoetingen tussen Nigeria en de EU, en ook onder artikel 8 van het Verdrag van Cotonou, wordt een dialoog gevoerd met de Nigeriaanse autoriteiten. Daarbij staan gevoelige onderwerpen als corruptie en het gebrek aan goed bestuur hoog op de agenda. De EU geeft steun aan de opbouw van lokale capaciteit in Nigeria, zoals de versterking van anticorruptieorganisaties als de Economic and Financial Crimes Commission (EFCC) van de Nigeriaanse overheid alsook van de Nigeriaanse rechterlijke macht. Daarnaast vindt vanuit de EU overleg plaats met het internationale bedrijfsleven actief in Nigeria over MVO en het bevorderen van een transparant ondernemingsklimaat.

Ook zal de Nederlandse regering vanuit het streven naar eerlijke en vrije verkiezingen lange- en kortetermijnwaarnemers voordragen voor de EU-verkiezingswaarnemingmissie voor de presidents- en parlementsverkiezingen in Nigeria begin april 2011.

5

Welke juridische mogelijkheden hebben slachtoffers van mensenrechtenschendingen in Nigeria, om zich te wenden tot de Nederlandse of Europese rechter, mede in het licht van het recent verschenen rapport van de Europese Commissie over het juridisch kader voor Europese bedrijven en het eerder verschenen rapport Castermans?

In zijn rapport «De juridische verantwoordelijkheid van Nederlandse moederbedrijven voor de betrokkenheid van dochters bij schendingen van fundamentele, internationaal erkende rechten» geeft professor Castermans aan dat het grondbeginsel van het rechtspersonenrecht is dat dochtervennootschappen normaliter zelf verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor hun handelen. Het Castermans-rapport en het rapport van de Europese Commissie beschrijven daarnaast dat buitenlandse benadeelden zich in sommige gevallen kunnen wenden tot de Nederlandse rechter of de rechter van een ander Europees land waarin de moedervennootschap van de betreffende onderneming is gevestigd, indien de vordering een band heeft met een Nederlandse of Europese vennootschap.

6

Bent u bereid met de Nigeriaanse overheid, Shell en NGO's in gesprek te gaan over het ontwikkelen van een betrouwbaar en controleerbaar systeem om inzicht te krijgen in de percentages van het affakkelen van gas alsook de oorzaken van olielekkages?

Op 25 januari jl. hebben Amnesty International en Friends of the Earth (internationaal en nationaal) formeel melding gemaakt bij het Nationaal Contact Punt (NCP) van vermeende schending door Shell van de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Deze melding is in behandeling genomen door het NCP. Als onderdeel van het proces wordt geprobeerd een dialoog op gang te brengen tussen Shell en de indieners over de inhoud van de melding.

Zoals aangegeven in de antwoorden op de kamervragen 2011Z01603 blijft in de lopende contacten met Shell én de Nigeriaanse overheid het belang benadrukt van transparantie, in het bijzonder over de activiteiten in de Nigerdelta. In mijn gesprek met de heer Voser is uitvoerig, open en constructief gesproken over Nigeria. Alle relevante onderwerpen zoals lekkage en sabotage, veiligheid en affakkelen zijn aan de orde geweest.

De Nederlandse ambassade te Abuja ondersteunt de dialoog tussen de verschillende belanghebbenden. Op verzoek van lokale NGO’s is de ambassade voornemens een rondetafelbijeenkomst te faciliteren over de kwesties rondom het affakkelen van gas en olievervuiling. Tevens wordt een bijeenkomst over goed bestuur in de Nigerdelta ondersteund, evenals de activiteiten van het Stakeholders Democracy Network (SDN), een internationale NGO die onder meer onderzoek doet naar de gevolgen van de olie- en gaswinning in de Nigerdelta voor de lokale bevolking. Over de aanpak daarvan zit SDN regelmatig met oliemaatschappijen zoals Shell en de Nigeriaanse overheid om de tafel.

7

Wat is de status en voortgang van het door Nederland ondersteunde werk van het Extractive Industries Transparancy Initiative, dat in Nigeria operationeel is? Op welke wijze wordt dit door de verschillende oliemaatschappijen in Nigeria geïmplementeerd? Welke rol kunnen Nederland en Europa spelen in de naleving van de transparantieverplichtingen?

Het Extractive Industries Transparancy Initiative (EITI) vergelijkt betalingen van bedrijven aan overheden bij grondstoffenwinning met overheidsinkomsten en maakt deze gegevens openbaar. Het doel is corruptie te verminderen en verantwoording van de overheid aan de burger te vergroten. Het bestuur van het EITI, waarin Nederland momenteel door Duitsland wordt vertegenwoordigd, heeft op 19 oktober 2010 geconcludeerd dat Nigeria goede voortgang heeft geboekt bij de implementatie van het EITI. Het land voldoet echter nog niet aan de voorwaarden voor de status van «Compliant Country». Nigeria heeft tot 18 april 2011 de tijd gekregen om een aantal uitstaande zaken op te lossen en lijkt deze taak voortvarend te hebben opgepakt. Binnen de regels van het initiatief kan de nationale EITI-begeleidingsgroep, bestaande uit overheid, maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven, kiezen voor een implementatiemodaliteit die rekening houdt met landenspecifieke omstandigheden. Het uitgangspunt is en blijft echter dat de EITI-rapportageverplichting geldt voor ieder bedrijf dat werkzaam is in de grondstoffensector: alle oliemaatschappijen zijn dus aan deze verplichting gehouden. Het EITI-model bevat voldoende waarborgen die ervoor zorgen dat de rapportageverplichtingen worden nageleefd.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

Naar boven