nr. 232a
nr. 2
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 16 augustus 1999
Ter griffie van de Eerste Kamer en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
ontvangen op 16 augustus 1999.
De wens over de wijziging van de bijdrage nadere inlichtingen te ontvangen
kan door of namens een van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk
op 30 augustus 1999.
Het oordeel dat de wijziging van de bijdrage een voorafgaande
machtiging bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken
na het verstrekken van de vorige volzin bedoelde inlichtingen.
In artikel 14a van de Ziekenfondswet en artikel 39 van de Wet financiering
volksverzekeringen, zoals die luiden na het van kracht worden van de Wet van
24 december 1997 tot wijziging van de regeling betreffende het verlenen van
bijdragen van rijkswege aan de Algemene Kas, bedoeld in artikel 71 van de
Ziekenfondswet, en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, alsmede tot
het treffen van een wettelijke basis voor het verlenen van rijksbijdragen
aan instellingen die een publiekrechtelijke ziektekostenregeling uitvoeren
(Stb. 1997, 779), is bepaald dat van mutaties waardoor de bijdrage met meer
van f 25 000 000,– wijzigt, de Eerste en Tweede Kamer
schriftelijk mededeling wordt gedaan.
Gelet hierop deel ik u het volgende mee.
Het kabinet heeft besloten tot het beschikbaar stellen van de volle prijsbijstelling
in plaats van het eerder verleende gedeelte (¼) hiervan. Voorts is
de prijsbijstelling iets hoger uitgevallen dan waar bij de verlening van de
gedeeltelijke prijsbijstelling was uitgegaan. Een en ander heeft tot gevolg
dat de rijksbijdrage ziekenfondsverzekering voor 1999 wordt verhoogd met f 28 498 000,–.
De verhoging van de twee overige rijksbijdragen blijft onder de grens
van f 25 000 000,–.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers