Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200026463 nr. 10

26 463
Regels omtrent het transport en de levering van gas (Gaswet)

nr. 10
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 24 februari 2000

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel n, onder 2°, wordt «tot 1 januari 2007» vervangen door: tot en met 31 december 2003.

2. In het tweede lid wordt «als bedoeld in het eerste lid, onderdeel n, onder 2°» vervangen door: als bedoeld in het eerste lid, onderdeel n, onder 1° of onder 2°.

B

In artikel 13, eerste lid, wordt «31 december 2006» vervangen door: 31 december 2003.

C

Na artikel 32 wordt een artikel toegevoegd, dat luidt:

Artikel 32a

1. Op overeenkomsten tot levering van gas aan natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is Nederlands recht van toepassing, tenzij het desbetreffende gasbedrijf en de desbetreffende persoon bij overeenkomst uitdrukkelijk bepalen dat het recht van een ander land van toepassing is.

2. Een bepaling in de algemene voorwaarden, gebruikt door een gasbedrijf, waarbij het recht van een ander land dan Nederland van toepassing wordt verklaard op een overeenkomst met een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en die zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland, is nietig.

D

Artikel 43 wordt gewijzigd als volgt:

I

Onder verlettering van onderdeel A tot onderdeel Ac, worden drie onderdelen toegevoegd, die luiden:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel d, onder 2°, wordt «tot en met 31 december 2006» vervangen door: tot en met 31 december 2003.

2. In het derde lid wordt «kan de termijn worden gewijzigd» vervangen door: kan de termijn worden bekort.

Aa

Aan artikel 53, tweede lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, dat luidt:

e. die is opgewekt met een waterkrachtcentrale voor de opwekking van elektriciteit met een vermogen van minder dan 15 MW, een installatie voor de opwekking van elektriciteit door middel van windenergie of zonne-energie of een installatie waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit.

Ab

In artikel 55, eerste lid, wordt «31 december 2006» vervangen door: 31 december 2003.

II

Na onderdeel B wordt een onderdeel toegevoegd, dat luidt:

Ba

Artikel 69 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid vervalt: , een waterkrachtcentrale of een installatie waarin biomassa zonder bijstook of bijmenging van kunststoffen thermisch wordt verwerkt onder omzetting in elektriciteit en een dergelijke installatie of centrale een vermogen heeft van ten hoogste 2 MW.

2. Het cijfer 1 vervalt voor het eerste lid.

3. Het tweede lid vervalt.

III

Na onderdeel E wordt een onderdeel toegevoegd, dat luidt:

F

Na artikel 86 wordt een paragraaf toegevoegd, die luidt:

§ 7. Toepasselijk recht

Artikel 86a

1. Op overeenkomsten tot levering van elektriciteit aan natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is Nederlands recht van toepassing, tenzij de desbetreffende leverancier of handelaar en de desbetreffende persoon bij overeenkomst uitdrukkelijk bepalen dat het recht van een ander land van toepassing is.

2. Een bepaling in de algemene voorwaarden, gebruikt door een leverancier of handelaar, waarbij het recht van een ander land dan Nederland van toepassing wordt verklaard op een overeenkomst met een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en die zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland, is nietig.

Toelichting

Algemeen

De Elektriciteitswet 1998 en de ontwerp-Gaswet noemen de data 1 januari 2002 en 1 januari 2007 waarop bepaalde beschermde afnemers – respectievelijk de «middengroep» en de kleinverbruikers – de mogelijkheid krijgen leveranciers van elektriciteit of gas te kiezen. Een aantal ontwikkelingen op de Nederlandse en buitenlandse energiemarkt maakt een herziening van deze termijnen zinvol. Ik verwijs daarvoor naar mijn brief van 17 februari 2000 over de versnelling van het liberaliseringstempo van de gas- en elektriciteitsmarkt en de markt voor groene energie. Voor een versnelling van de liberalisering is wel vereist dat de betrokken ondernemingen daarop technisch en organisatorisch zijn voorbereid. Ook moet de positie van de consument op een volledig geliberaliseerde energiemarkt gewaarborgd zijn. Om deze voorbereidingen mogelijk te maken worden in de Elektriciteitswet 1998 en de ontwerp-Gaswet termijnen vastgelegd waarbinnen de liberalisering moet worden afgerond. Dit houdt in dat:

a. de middengroep van afnemers van gas en elektriciteit op 1 januari 2002 de vrijheid zal krijgen een leverancier te kiezen. Voor de middengroep van gasverbruikers is de bevoegdheid gecreëerd om, mocht dat nodig zijn, deze datum bij algemene maatregel van bestuur te verschuiven naar een later tijdstip. Dat zal echter niet later mogen liggen dan 1 januari 2003;

b. de kleinverbruikers van gas en elektriciteit vrijheid van leverancierskeuze zullen krijgen op 1 januari 2004, waarbij de mogelijkheid is gecreëerd deze groep van verbruikers eerder, bijvoorbeeld in de loop van 2003, te liberaliseren. Wijziging van de genoemde data zal plaatsvinden door middel van een algemene maatregel van bestuur.

Consumenten worden in een volledig geliberaliseerde markt voldoende beschermd door bestaande wet- en regelgeving – met name het Burgerlijk Wetboek en de Mededingingswet – zodat geen aanvullende maatregelen getroffen behoeven te worden om hun positie veilig te stellen. Slechts op één punt is wettelijke aanvulling nodig, omdat consumenten te maken kunnen krijgen met diverse partijen, waaronder buitenlandse. Zij kunnen met buitenlands recht worden geconfronteerd, wat onzekerheid kan scheppen over hun rechtspositie. Daarom wordt in artikel 32a van de ontwerp-Gaswet en 89a van Elektriciteitswet 1998 bepaald dat Nederlands recht van toepassing is op de leveringsovereenkomsten, tenzij het desbetreffende energiebedrijf en de desbetreffende consument uitdrukkelijk bepalen dat het recht van een ander land van toepassing is. Een dergelijke bepaling mag niet worden opgenomen in de algemene voorwaarden die de leverancier gebruikt, maar moet afzonderlijk worden afgesproken door leverancier en consument.

Een ander punt dat in deze nota van wijziging wordt geregeld is de liberalisering van de markt voor duurzame elektriciteit. Thans is in de Elektriciteitswet 1998 voorgeschreven dat kleine producenten van duurzame elektriciteit hun elektriciteit kunnen leveren aan vergunninghoudende leveranciers, die daarvoor een vastgesteld tarief moeten betalen. In deze nota wordt voorgesteld deze producenten het recht te geven de door hen opgewekte elektriciteit rechtstreeks te leveren aan (beschermde) afnemers, zonder tussenkomst van leveranciers. Daarmee vervalt de noodzaak om vergunninghouders te verplichten een vastgesteld tarief voor de aan hen geleverde duurzame elektriciteit te betalen.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Onderdeel A

Dit onderdeel wijzigt de termijnen waarbinnen bepaalde verbruikers overeenkomstig de ontwerp-Gaswet worden aangemerkt als beschermde afnemers. Bovendien wordt door wijziging van artikel 1, tweede lid, de mogelijkheid geschapen dat de termijn voor liberalisering van de midden- groep van gasverbruikers kan worden gewijzigd.

Onderdeel B

Gelet op het feit dat er na 1 januari 2004 geen beschermde afnemers meer zullen zijn, moet ook bepaald worden dat de vergunning voor de levering van gas aan beschermde afnemers op 1 januari vervalt. Na die datum is het leveren van gas aan kleinverbruikers een activiteit waarvoor geen vergunning meer vereist is.

Onderdeel C

Dit onderdeel voegt een artikel toe aan de ontwerp-Gaswet, waarbij geregeld wordt dat op leveringsovereenkomsten tussen een gasbedrijf en een consument altijd Nederlands recht van toepassing is, tenzij beide partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen.

Onderdeel D

In artikel 43 van de ontwerp-Gaswet wordt de Elektriciteitswet 1998 gewijzigd. Voor de duidelijkheid wijs ik erop dat daarbij gebruik gemaakt is van de tekst van de Elektriciteitswet 1998, zoals die na vernummering en integrale tekstplaatsing in het Staatsblad luidt; deze tekstplaatsing zal binnenkort geschieden. Die wijziging van de Elektriciteitswet 1998 wordt uitgebreid met een aantal onderdelen. Allereerst worden de data voor liberalisering van de middengroep van elektriciteitsverbruikers en de kleinverbruikers gelijk gemaakt aan de data die in deze nota van wijziging voor gasverbruikers zijn voorgesteld. Verder wordt in de Elektriciteitswet 1998 eveneens een bepaling opgenomen met betrekking tot de toepasselijkheid van het Nederlandse recht op overeenkomsten tussen leveranciers en handelaren enerzijds en consumenten anderzijds.

Ten slotte wordt in onderdeel D, onder I Aa en II Ba, geregeld dat de markt voor groene energie geliberaliseerd wordt. Deze liberalisering moet in beginsel plaatsvinden op 1 januari 2001. Tot 1 januari 2004 blijft de regeling bestaan voor de teruglevering van elektriciteit, opgewekt met behulp van warmtekrachtcentrales.

De Minister van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink