26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Nr. 735 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2023

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen antwoorden op de vragen van de leden Omtzigt en Van der Lee. Deze vragen zijn gesteld aan de Staatssecretaris van Financiën tijdens het plenaire debat over het belastingplan 2024 (Handelingen II 2023/24, nr. 17) naar aanleiding van de publicatie van het rapport «Niet-gebruik van de Toeslagenwet» van de Nederlandse Arbeidsinspectie (Arbeidsinspectie) en naar aanleiding van mijn brief hierover.1

Voordat ik in ga op de specifieke vragen wil ik benadrukken dat niet-gebruik van de Toeslagenwet onwenselijk is. De Toeslagenwet heeft tot doelstelling bestaanszekerheid aan mensen te bieden, en door niet-gebruik wordt deze doelstelling niet altijd gehaald. Op 28 maart jl. heb ik uw Kamer geïnformeerd over het synthese-onderzoek niet-gebruik inkomensondersteunende regelingen.2 In dit rapport was zichtbaar dat over het niet-gebruik van de Toeslagenwet nog geen data bekend waren. Het onderzoek van de Arbeidsinspectie geeft hier nu wel voor het eerst een beeld bij, op basis van een schatting van het aantal mensen dat mogelijk recht heeft op ondersteuning uit de Toeslagenwet.

In reactie op de vraag van het lid Omtzigt sinds wanneer het onderzoek van de Arbeidsinspectie bekend was, kan ik aangeven dat het rapport door de Arbeidsinspectie in de zomer aan mij is aangeboden. Het rapport is daarna beleidsmatig geanalyseerd om te bepalen welke maatregelen samen met UWV te nemen. Ik heb dit rapport samen met mijn reactie vervolgens op 24 oktober jl. aan uw Kamer gestuurd.3 In de aanbiedingsbrief bij het rapport wordt uitgebreid ingegaan op de maatregelen die UWV al neemt en maatregelen die we voornemens zijn om te nemen om het niet-gebruik van de Toeslagenwet aan te pakken.

Op de vraag van de leden Van der Lee en Omtzigt waarom UWV niet altijd een toeslag op grond van de Toeslagenwet (hierna: TW-aanvulling) toekent terwijl UWV ook de zogenaamde «moederuitkeringen» toekent, kunnen wij het volgende aangeven. Voor de Toeslagenwet gelden andere toegangseisen dan voor de UWV-uitkeringen. Het belangrijkste verschil is dat voor de Toeslagenwet ook relevant is of de ontvanger van een UWV-uitkering een partner heeft en wat het inkomen is van deze partner. Deze gegevens zijn niet relevant voor de andere door UWV verstrekte uitkeringen. Het UWV beschikt daarom niet standaard over deze gegevens. UWV kan niet op voorhand weten welke van haar cliënten recht hebben op een aanvulling op grond van de Toeslagenwet.

De Arbeidsinspectie heeft de potentiële groep niet-gebruikers in beeld gebracht. Voor deze schatting heeft de Arbeidsinspectie het niet-gebruik op één peildatum in 2019 op basis van CBS gegevens genomen. We weten niet hoeveel mensen er op dit moment daadwerkelijk geen TW-aanvulling hebben aangevraagd, terwijl ze wel recht hebben op die aanvulling. Personen die wel potentieel recht hebben maar geen gebruik maken van een TW-aanvulling (niet-gebruikers) staan bij UWV ook niet als zodanig geregistreerd.

In de Toeslagenwet is geregeld dat UWV op aanvraag vaststelt of er recht op een TW-aanvulling bestaat. Voor een deel van de aanvragers van uitkeringen werkt dit. Op basis van de huidige wet kan UWV uitkeringsgerechtigden niet gericht wijzen op een TW-aanvulling of ambtshalve een aanvraag voor ze indienen of de TW-aanvulling toekennen.

In reactie op de vraag hoe wij het niet-gebruik van de Toeslagenwet gaan beperken, verwijzen wij naar de eerder genoemde aanbiedingsbrief van 24 oktober jl.:

  • UWV verstrekt algemene informatie aan alle uitkeringsgerechtigden.

  • En in de WW hanteert UWV al wel de werkwijze dat mensen die een WW aanvraag doen, met een inkomen lager dan het sociaal minimum, automatisch ook een aanvraag voor de Toeslagenwet doen.

  • Andere maatregelen die UWV treft, zijn door middel van het preventieprogramma «Grip op schulden», waarmee schulden van cliënten voorkomen dan wel beperkt kunnen worden door hen te informeren over inkomensondersteunende regelingen, zoals een aanvulling vanuit de Toeslagenwet.

  • Daarnaast verwijst UWV cliënten naar het Geldzorgenteam, wanneer blijkt dat cliënten schulden hebben of in de schulden dreigen te raken.

  • Ook kan een cliënt gebruik maken van een budgetcoach die mogelijke toeslagen in kaart brengt.

  • Indien er verdere hulp nodig is, worden cliënten goed begeleid naar de gemeenten.

  • Naast deze acties van UWV in de dienstverlening werken wij aan nieuwe wet- en regelgeving voor meer proactieve dienstverlening (modernisering SUWI). De kern van het wetsvoorstel is dat UWV, SVB en gemeenten straks kunnen onderzoeken wie mogelijk in aanmerking komt voor een uitkering of voorziening. Zij kunnen mensen persoonlijk informeren over relevante uitkeringen en voorzieningen en het aanvragen van een uitkering of voorziening faciliteren. Na de wetswijziging is expliciet geregeld dat UWV, SVB en gemeenten voor proactieve dienstverlening de beschikbare persoonsgegevens mogen hergebruiken, bijvoorbeeld over inkomen of de leefsituatie. Op korte termijn wordt dit conceptwetsvoorstel in internetconsultatie gebracht.

  • En in de kabinetsreactie op het IBO vereenvoudiging sociale zekerheid is door ons eerder aangegeven dat wordt bezien op welke manier de Toeslagenwet vereenvoudigd kan worden.4

Juist voor mensen met een laag inkomen is het belangrijk om de toegang tot sociale voorzieningen gemakkelijker en laagdrempeliger te maken, ook om het niet-gebruik te beperken. Daarbij betrekken wij ook het aanpassen van de naamgeving van de Toeslagenwet zoals aangegeven in mijn brief.5

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, C.E.G. van Gennip


X Noot
1

Kamerstuk 26 448, nr. 733.

X Noot
2

Kamerstuk 26 448, nr. 696.

X Noot
3

Kamerstuk 26 448, nr. 733.

X Noot
4

Kamerstukken 29 362 en 26 448 , nr. 328.

X Noot
5

Kamerstuk 26 448, nr. 733.

Naar boven