26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Nr. 638 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Ontvangen ter Griffie op 1 oktober 2020.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 29 oktober 2020.

De voordracht voor de vast te stellenalgemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 30 oktober 2020.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2020

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, en enkele andere besluiten in verband met het arbeidsvoorwaardenbedrag. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting1.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel 6, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 18, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel 2, achtste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,de artikelen 1a:1, negende lid, 2:5, zevende lid, en 3:1, negende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en artikel 19ab, vijfde lid, van de Ziektewet), en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over de in artikel IV opgenomen wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit gebruikelijk niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Gelijktijdig met de voorhang bij uw Kamer wordt het ontwerpbesluit ingevolge de aangehaalde artikelen in de Staatscourant bekend gemaakt om eenieder de gelegenheid te geven wensen en bedenkingen kenbaar te maken, binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven