Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201126448 nr. 467

26 448 Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

Nr. 467 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2011

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft mij afgelopen maand verzocht te reageren op het artikel «Wie helpt de arme nugger?» uit het blad «Binnenlands Bestuur» van 4 december 2009.

In het artikel komen drie hoofdpunten aan bod: de dienstverlening aan niet-uitkeringsgerechtigden (hierna:nuggers), de afspraak uit het Bestuurlijk Akkoord Participatie met de VNG van 2007 om 35 000 nuggers aan werk te helpen en mensen die na afloop van WW-rechten nugger worden.

Ik ga in deze brief achtereenvolgens in op deze drie punten.

Dienstverlening aan nuggers

In de Wet werk en bijstand is aan gemeenten expliciet de opdracht gegeven om te zorgen voor de re-integratie van niet-uitkeringsgerechtigden. Voor de nuggers staan daartoe dezelfde middelen open als voor bijstandsgerechtigden. Het is aan de gemeente om te bepalen óf betrokkene daadwerkelijk een traject nodig heeft om op de arbeidsmarkt aan de slag te komen, en zo ja, welk aanbod passend is. Hierbij geldt, net als voor de uitkeringsgerechtigde, dat het moet gaan om de kortste weg naar duurzame arbeidsparticipatie. Nuggers vallen dus niet tussen de wal en het schip. Mensen hebben echter bovenal een eigen verantwoordelijkheid en daarin past dat wie dat kan, op eigen kracht werk moet kunnen vinden. Voor wie dit niet mogelijk is, hebben gemeenten en UWV de taak om nuggers ondersteuning te geven om tot de arbeidsmarkt toe treden. En dat doen zij ook, zo blijkt uit de evaluatie van de afspraak uit het Bestuurlijk Akkoord Participatie.

Bestuurlijk Akkoord Participatie

In 2007 hebben SZW en VNG een Bestuurlijk Akkoord Participatie gesloten rond de gezamenlijke doelstelling om de participatiegraad te verhogen. Eén van de afspraken is het begeleiden door gemeenten van in totaal 25 000 nuggers naar werk of maatschappelijke participatie. In oktober 2008 is met de VNG overeengekomen om dit getal te verhogen naar 35 000. Op 27 april 2011 is de tweede evaluatieronde van het Bestuurlijk Akkoord aan uw Kamer aangeboden. In onderstaand overzicht memoreer ik de cijfers tot nu toe, waarbij het jaar 2007 als nulmeting geldt. Deze cijfers (van het CBS) laten zien dat (ondanks de crisis) het aantal niet-uitkeringsgerechtigden dat maatschappelijk actief wordt of aan het werk gaat toeneemt.

Ambitie

2007

2008

2009

Aantal nuggers dat aan het begin van het jaar via een lopend re-integratietraject maatschappelijk participeert.

14 120

9 910

11 370

Aantal nuggers dat via het starten van een re-integratietraject maatschappelijk participeert.

3 410

4 140

5 470

Aantal nuggers dat na een re-integratietraject is uitgestroomd naar werk.

2 070

1 680

1 970

Naast gemeenten begeleidt ook UWV nuggers naar werk. Het betreft hier mensen die zich bij het Werkplein melden maar géén re-integratieondersteuning nodig hebben. In 2009 zijn 9 463 nuggers via het UWV naar werk geleid en in 2010 waren dat er 12 884.

Het kabinet kiest voor maatregelen die eraan bijdragen dat iedereen zo veel mogelijk naar vermogen participeert in de samenleving. Doel is om mensen perspectief te geven op werk en inkomen, het draagvlak te versterken onder onze sociale voorzieningen en het bestrijden van dreigende personeelstekorten. Gelet op de krapte die in de toekomst op de arbeidsmarkt dreigt, kiest het kabinet ervoor geen extra stimuleringsmaatregelen voor nuggers in te zetten.

Nuggers na WW-rechten

Als de WW-uitkering eindigt doordat de maximale duur is bereikt en er bijvoorbeeld door het inkomen van de partner of een te hoog eigen vermogen géén recht op bijstand bestaat, kan een inkomensachteruitgang voor het huishouden ontstaan. Ik heb begrip voor het feit dat dit een vervelende situatie is maar de sociale zekerheid in Nederland is er niet op gericht om de levensstandaard die eerst op eigen inzet werd bereikt, onbeperkt op peil te houden. Ik wijs erop dat de WW, afhankelijk van het arbeidsverleden reeds tot maximaal 3 jaar en 2 maanden een recht op uitkering creëert die is gerelateerd aan het eerder met werken bereikte salaris. Het is de plicht van iedere werkloze om tijdens de WW, en na afloop, zelf te voorzien in het verwerven van arbeid teneinde de afhankelijkheid van een uitkering tot het uiterste te beperken. Mensen die na afloop van de WW géén recht op bijstand of een andere uitkering hebben en niet op eigen kracht werk kunnen vinden (via bijvoorbeeld een uitzendbureau), kunnen zich als niet-uitkeringsgerechtigde bij de gemeente melden. Dit kan vooral het geval zijn na een lange(re) WW-uitkeringsduur omdat de afstand tot arbeidsmarkt dan reeds relatief groot is en men niet geheel op eigen kracht weer aan het werk komt.

Conclusie

Het artikel in Binnenlands Bestuur is gedateerd en geschreven in de tijdgeest van de crisis in de tweede helft van 2009. Ik deel de pessimistische teneur in het artikel niet.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het re-integratiebeleid van nuggers. Ik heb naar aanleiding van de evaluatie van het Bestuurlijk Akkoord Participatie echter niet het beeld dat de ondersteuning van nuggers, zelfs ten tijde van de crisis, minder krachtig is. De aanscherping van het begrip passende arbeid in de WW per 1 juli 2009 is een stimulans voor WW-gerechtigden om te voorkomen dat men de status van nugger bereikt.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom