26 448
Structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI)

nr. 151
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 augustus 2004

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Noorman-den Uyl en Weekers over de subsidieregeling RWI en inzet arbeidsadviseurs in de plaatsen waar het PRB-experiment loopt.

In het algemeen overleg van 23 juni 2004 over de Raad voor werk en inkomen (RWI) (kamerstuk 26 448, nr. 150) heeft het lid Noorman-den Uyl de vraag gesteld waar het subsidiegeld voor experimenten in het kader van vraaggestuurde arbeidsmarktprojecten naartoe is gegaan dat, conform het regeerakkoord, niet langer onder de hoede van de RWI mocht blijven. Het lid Noorman-den Uyl heeft aangegeven dat in de brief die de Kamer hierover in oktober heeft ontvangen weliswaar staat dat het UWV in dit kader een subsidie mogelijkheid biedt, maar dat daar niets van is terecht gekomen. Ik heb toegezegd schriftelijk hierop terug te komen.

Zoals ik in het algemeen overleg heb aangegeven heb ik u in mijn brief van 29 september 20031 gemeld dat in het Hoofdlijnenakkoord (Bijlage Financieel kader 2004–2007, ombuiging b 8) is gekozen voor het afschaffen van de Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigden (SVWW). Bij brief van 4 juli jl., heb ik u laten weten de afbouw van de SVWW terstond ter hand te willen nemen, teneinde de financiële taakstellingen voor 2004 (40 mln. euro) en 2005 en volgende jaren (70 mln. euro) veilig te stellen2. Ik ben in deze – noch thans aan mij bekend in een andere – brief aan u niet ingegaan op de subsidiemogelijkheden van het UWV.

Desalniettemin stelt u terecht dat vanuit de reïntegratiebudgetten van UWV en gemeenten vergelijkbare subsidiemogelijkheden geboden worden als er vanuit de SVWW geboden werden. De SVWW gaf (en voor de nog lopende projecten geeft) allereerst subsidie voor reïntegratie-activiteiten van werklozen die door het CWI zijn ingedeeld in fase 2, 3 of 4 dan wel langer dan 6 maanden in fase 1 zitten. Daarnaast gaf de SVWW subsidie voor reïntegratie-activiteiten voor met werkloosheid bedreigde werknemers. Een project moet bedoeld zijn voor minimaal 40 deelnemers.

Voor de eerste groep hebben UWV en gemeenten de reguliere reïntegratiebudgetten ter beschikking. Het UWV contracteert voor ongeveer 80% van de benodigde trajecten reïntegratiebedrijven via de aanbestedingsprocedure. Dat betekent dat 20% van de trajecten op andere manieren kunnen worden ingevuld. Hierbij moet u denken aan samenwerkingsvormen met gemeenten, maar het is ook mogelijk aanbodgerichte projecten te financieren. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat het om innovatieve ideeën gaat, die niet via de reguliere reïntegratie zijn te verwezenlijken.

Voor met werkloosheid bedreigde werknemers loopt er op dit moment een WW-experiment waarbij met werkloosheid bedreigden al vier maanden voor de vermoedelijke ontslagdatum een reïntegratietraject via het UWV kunnen krijgen, het zgn. experiment «Preventieve inzet bij collectief ontslag». De laatste anderhalf jaar is het gebruik van dit experiment toegenomen. Zo waren in de periode augustus 2000 – april 2003 ongeveer 1000 deelnemers, terwijl het experiment sinds april 2003 al meer dan 3000 maal is ingezet. Dit experiment loopt tot 1 juli 2005 en op dit moment is een wetsvoorstel in voorbereiding die voorziet in een structurele regeling van de preventieve inzet.

Tot slot zijn er ook vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) mogelijkheden zijn voor subsidiëring van projecten. In aanmerking voor subsidie uit het ESF komen onder meer projecten die zich richten op de reïntegratie van lang- en kortdurend werklozen en de scholing van werkenden met een zwakke positie op de arbeidsmarkt.

In het algemeen overleg van 23 juni 2004 over de uitvoering van moties over de individuele reïntegratieovereenkomst heb ik het lid Weekers toegezegd hem te informeren over de inzet van arbeidsadviseurs in de plaatsen waar het PRB-experiment loopt.

Op 1 juli 2004 zijn er op 11 BVG- of CWI-locaties arbeidsadviseurs van start gegaan. Deze locaties betreffen: Hilversum, Gouda, Apeldoorn, Nijmegen, Huizen, Den Bosch, Amsterdam Nieuwwest, Amsterdam Oost, Sittard, Roosendaal en Utrecht Leidsche Rijn. Op 1 oktober komen hier nog 19 locaties bij en op 1 januari 2005 zullen 60 locaties operationeel zijn. Eind juni 2004 hebben 46 gemeenten/locaties zich aangemeld om een servicepunt arbeidsintegratie te openen. Maastricht (één van de regio's waar PRB-experimenten plaatsvinden) behoort tot de belangstellenden.

De PRB-experimenten vinden plaats in de regio's Maastricht, Utrecht en Den Haag. Momenteel beschikken dus niet alle experimenteerregio's van het PRB over een arbeidsadviseur. De locaties zijn tot nu toe op basis van vrijwilligheid geworven. Er is sprake van een vrijwillige samenwerking op lokaal niveau tussen UWV, CWI, gemeente en de Landelijke Cliëntenraad. In een volgende fase zal de stuurgroep arbeidsadviseur bij de selectie de spreiding van het aantal locaties in het land in ogenschouw nemen. Bovendien zal er een publieksfolder worden opgesteld, waarin de locaties van de arbeidsadviseur worden opgesomd.

In experimenteerregio's waar een arbeidsadviseur werkzaam is, kan de arbeidsadviseur de werkzoekende desgewenst adviseren over het PRB. Cliënten in regio's waar geen arbeidsadviseur is, kunnen zich voor vragen met betrekking tot het PRB wenden tot de arbeidsdeskundige van het UWV.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus


XNoot
1

Tweede Kamer, 2002–2003, 26 448, nr. 86.

XNoot
2

Tweede Kamer, 2002–2003, 26 448, nr. 79.

Naar boven