nr. 36
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN
MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 februari 2008
Tijdens het Algemeen Overleg over legionellapreventie van 11 november
2007 (Kamerstuk 26 442, nr. 34) heb ik u toegezegd dat ik u zou
informeren over mijn beleid inzake anodische oxidatie, dat wordt toegepast
voor legionellapreventie in leidingwater.
Overeenkomstig de ladder voor legionellapreventie (zie brief van 15 augustus
2006, 26 442, nr. 23) staat thermisch beheer op de eerste plaats,
gevolgd door fysische technieken (UV-licht, filtratie, pasteurisatie) en op
de derde plaats elektrochemisch beheer (koper-zilverionisatie, anodische oxidatie).
Koper-zilverionisatie en anodische oxidatie vallen onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Wgb), wat betekent dat het in de handel brengen en het gebruik
ervan verboden is zolang de Commissie toelating gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) geen toelating heeft afgegeven. Vanwege het gezondheidsbelang
is voor koper-zilverionisatie een gedifferentieerd handhavingsbeleid ontwikkeld
(zie brief van 20 februari 2007, 26 442, nr. 27).
Ik ben tot de conclusie gekomen dat het noodzakelijk is om ook voor anodische
oxidatie een gedifferentieerd handhavingsbeleid te ontwikkelen, zoals dat
ook voor koper-zilverionisatie is gebeurd. Reden hiervoor is dat in bepaalde
situaties anodische oxidatie een betere en effectievere oplossing biedt voor
legionellaproblemen dan koper-zilverionisatie, dat op dezelfde trede van de
legionella-ladder staat. In andere situaties kan koper-zilverionisatie juist
weer een betere oplossing zijn. Een en ander hangt samen met locatiespecifieke
omstandigheden, zoals de kenmerken van de aanwezige leidingwaterinstallatie,
de eigenschappen van het door het waterleidingbedrijf geleverde water en het
gebruik van de installatie. Criteria die bij de overwegingen een rol spelen
zijn de effectiviteit op legionella en mogelijke neveneffecten op bijvoorbeeld
gezondheid en milieu. Door ook voor anodische oxidatie een gedifferentieerd
handhavingsbeleid te gaan voeren, kan afhankelijk van de lokale
omstandigheden de voor milieu en gezondheid meest optimale keuze worden gemaakt.
Bij de uitoefening van toezicht op de naleving van de voorwaarden voor
gebruik van koper-zilverionisatie heeft de VROM-Inspectie vastgesteld dat
sommige voorwaarden een nadere verduidelijking en concretisering behoeven
teneinde de handhavingsmogelijkheden te verbeteren. Voor anodische oxidatie
zal de situatie vergelijkbaar zijn.
Rekening houdend met de tijd nodig voor aanscherping van de voorwaarden
en voor interdepartementale afstemming verwacht ik de brief over gedifferentieerde
handhaving van anodische oxidatie uiterlijk in april 2008 te kunnen verzenden
aan de leveranciers en de brancheorganisaties. Ik zal de brief ook in afschrift
aan u toezenden.
Sinds kort is mij bekend dat er ontwikkelingen zijn om een andere techniek
op de markt te brengen waarmee – net als bij anodische oxidatie –
in het drinkwater radicalen worden gevormd teneinde legionellabacteriën
te bestrijden. Het betreft het gebruik van UV-licht in combinatie met titanium,
een combinatie die ik hier kortheidshalve aanduid als AOT. Deze techniek is
een biocide in de zin van de Wgb. Vooralsnog ben ik van mening dat er over
toepassing van deze techniek in de Nederlandse situatie nog te weinig bekend
is om voor AOT een zelfde regeling te treffen als voor koper-zilverionisatie
en anodische oxidatie. In het kader van de Wgb heeft de leverancier de mogelijkheid
om voor locaties bij het Ctgb een ontheffing voor proefdoeleinden aan te vragen.
Met een dergelijke ontheffing kunnen door middel van monitoring de effectiviteit
en mogelijke neveneffecten worden onderzocht. Op basis van de aldus verzamelde
gegevens zal ik te zijner tijd – indien daarom verzocht wordt –
overwegen of het noodzakelijk is om voor AOT eenzelfde beleid te ontwikkelen
als voor koper-zilverionisatie en anodische oxidatie.
Met de regeling voor koper-zilverionisatie en anodische oxidatie, mogelijk
aangevuld met AOT, ga ik ervan uit dat er nu voldoende maatregelen voorhanden
zijn om een effectieve bestrijding van legionellabacteriën mogelijk te
maken. Ik zie dan ook geen aanleiding om voor nieuwe technieken nog een regeling
voor gedifferentieerd handhaven te treffen.
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J. M. Cramer