26 429
Topsportbeleid

nr. 12
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 november 2002

In vervolg op de brief van 12 juli 2002 (kamerstuk 26 429, nr. 11) inzake Topsportevenementen en -accommodaties deel ik u het volgende mede.

In deze brief was het voornemen opgenomen de huidige subsidieregeling voor zogenaamde A- en B-topsportaccommodaties op basis van de Welzijnswet 1994 te verruimen. Dat leek mij noodzakelijk om de rijksoverheid hierdoor in staat te stellen om een substantiële bijdrage te leveren aan investeringen ten behoeve van topsportaccommodaties en de organisatie van topsportevenementen.

Bijgaand treft u deze herziening van de regeling aan, zoals ik die inmiddels heb vastgesteld en ter publicatie aan de Staatscourant heb aangeboden. De herziening van de regeling is mede in samenspraak met NOC*NSF en gemeenten totstandgekomen.1

De tekst van regeling wijkt op enkele punten af van de hierboven aangehaalde brief.

Allereerst is in de regeling de bepaling vereenvoudigd met betrekking tot het percentage van subsidiëring in de kosten van realisatie van A- en B-accommodaties. Uit oogpunt van praktische hanteerbaarheid is alleen het percentage van ten hoogste 25 opgenomen, gekoppeld aan het genoemde maximum subsidie.

Voorts maakte de brief melding van de mogelijkheid van een tijdelijke garantstelling door de rijksoverheid voor evenementen. Een formele garantstelling kan evenwel vergaande juridische en financiële consequenties met zich meebrengen, terwijl het kader van een subsidieregeling hiervoor minder geschikt is. Van het verlenen van garanties is dan ook bij de verdere uitwerking afgezien. De herziene regeling biedt nu de mogelijkheid om in de behoefte aan financiële steun in de fase van voorbereiding te voorzien doordat een subsidie kan worden verleend onder voorwaarde dat het evenement daadwerkelijk wordt toegewezen en georganiseerd.

Ter completering van de regeling is een mogelijkheid voor de subsidiëring opgenomen voor de kosten van een haalbaarheidsonderzoek en voor het uitbrengen van een bid ter verkrijging van de organisatie van een topsportevenement.

De regeling zal in 2005 worden geëvalueerd, teneinde te bezien in hoeverre de regeling aan de doelstellingen beantwoordt zoals geformuleerd in de brief van 12 juli 2002 en verder uitgewerkt in de bijgaande subsidieregeling.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C. I. J. M. Ross-van Dorp


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven