26 419
Toerisme en recreatie

nr. 41
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2010

Conform de toezegging die ik deed tijdens het Algemeen Overleg Toerisme met uw Kamer van 9 december 2009 (Kamerstuk 26 419, nr. 39), doe ik u hierbij, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de voorbeelden van regeldrukknelpunten en toezichtlasten toekomen die door het Platform Toerisme en Recreatie (PTR) zijn aangedragen. Omdat meerdere knelpunten niet alleen betrekking hebben op de recreatiesector loopt de aanpak van de knelpunten parallel aan diverse acties die de Regiegroep Regeldruk, de verschillende departementen, medeoverheden en toezichthouders doen.

De inventarisatie vanuit het PTR maakt onderscheid in:

• Prioritaire knelpunten: deze punten leiden volgens het PTR tot hoge administratieve lasten en/of irritatie; het gaat hierbij om 9 knelpunten.

• Knelpunten die reeds door de overheid worden opgepakt, maar waarvan nog onvoldoende zicht is op vermindering van regeldruk. Het PTR geeft aan dat voor deze punten beperkte acties nodig zijn om merkbare vermindering van regeldruk te realiseren.

• Onderwerpen waar de regeldrukvermindering tot dusver naar tevredenheid loopt.

Met het platform is afgesproken de 9 prioritaire punten de komende tijd verder uit te diepen. Dit onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) en LNV, in nauw overleg met bedrijfsleven, departementen, toezicht en andere overheden.

In de bijlage treft u een overzicht aan met een samenvatting van de 9 prioritaire punten. Daarbij wordt aangetekend dat het gaat om de visie als opgesteld door het bedrijfsleven, in casu het PTR.

Vervolgstappen

Door de gekozen aanpak – het perspectief van het bedrijfsleven in de recreatie- en toeristische sector – ontstaat een samenhangend beeld van de relevante ontwikkelingen inzake regeldruk en de resterende ervaren knelpunten in deze sector. De knelpunten zijn over het algemeen niet nieuw, en er lopen meerdere initiatieven vanuit de eerstverantwoordelijke departementen en andere overheden die betrekking hebben op deze prioritaire knelpunten (bijvoorbeeld het project integratie natuurwetgeving).

Zowel het bedrijfsleven als genoemde eerstverantwoordelijke overheden zijn de komende tijd bezig met verdere verdieping van de knelpunten en concretisering van de oplossingen. Uiteindelijk zullen specifieke en meer algemene conclusies worden getrokken over eventuele extra inspanningen van overheden en/of bedrijfsleven.

Daarbij zal nadrukkelijk worden bezien of reeds lopende en verdergaande trajecten tegemoet komen aan de door de ondernemers naar voren gebrachte knelpunten. Daar waar geen overeenstemming bereikt wordt, zal duidelijk aangegeven worden waarom bepaalde keuzes gemaakt worden. Zodra, in overleg met medeoverheden en het PTR, een afronding tot stand is gekomen, zullen wij uw Kamer over de resultaten informeren.

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk

BIJLAGE 1

Prioritaire knelpunten en mogelijk oplossingen aangedragen door het Platform Toerisme en Recreatie (PTR)

Hieronder treft u per punt de probleemstelling en (voorlopige) oplossingsrichting aan zoals het bedrijfsleven (PTR) deze heeft opgesteld.

1. Informatie-uitwisseling

Probleem:

De sector recreatie en toerisme heeft door de aard van activiteiten te maken met relatief veel vergunningen en meldingen. Knelpunten zijn:

• Geen inzicht in vereisten regelgeving

  Wanneer de overheid van de sector verlangt dat ze zich aan regels houdt, zal zij ook inzicht moeten bieden aan de ondernemer wat er verlangd wordt.

• Ontbreken van een overall business alert

  Indien relevante regels wijzigen, moeten ondernemers actief geïnformeerd worden. Hiswa en Recron hebben reeds een dergelijk systeem. Lagere overheden zijn echter niet aangesloten.

• Veelvuldige gegevensaanlevering vergunningverlening

  Steeds maar weer moeten dezelfde gegevens worden aangeleverd voor verschillende vergunningen, of zelfs voor het verlengen of aanpassen van eenzelfde vergunning. Veelal gaat het om gegevens die bovendien al lang en breed bekend zijn bij de overheid of overheidgerelateerde instanties (jaarrekening, inschrijving KvK, verklaring sociale hygiëne, bouwtekeningen, etc.).

• Separate vergunningaanvragen

  Horecaondernemers worden nog geconfronteerd met separate vergunningstelsels en aanvragen. Dit kost onnodig veel tijd, dubbel werk en leidt tot verlies aan overzicht.

• Ontbreken van digitaal dossier

  Wat de overheid en de ondernemers van elkaar mogen verwachten, moet via één bedrijfsdossier kunnen worden afgestemd. Dat ontbreekt.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Voorgesteld wordt dat een mkb-breed invoeringstraject voor eenmalige gegevensaanlevering moet worden uitgewerkt. De sector recreatie en toerisme kan als pilot dienen. Tevens moet dan worden aangesloten bij het ICT-advies van de commissie Wientjes alsook bij de «Regeldruk en ICT visie» van de departementen en de Inspectieraad.

2. Natuurwetgeving

Probleem:

Er is onduidelijkheid en sprake van lange procedures doordat de Natuurbeschermingswet, de Flora- en Faunawet en de Boswet ieder hun eigen uitvoeringsregelingen, procedures en bijbehorende taken en bevoegdheden voor de verschillende overheidslagen in Nederland hebben.

Bovendien spelen vergunningverleners op zeker doordat veel effecten van activiteiten en projecten op de natuur nog niet helemaal bekend zijn; ze mijden het risico. Effecten van menselijk gedrag op de natuur zijn volgens de sector soms nog onbekend. Ze worden ook verschillend gemeten, beoordeeld en «gemonitord». Daardoor worden activiteiten in en rondom (waardevolle) natuurgebieden onnodig beperkt of zelfs verboden.

Ervaringen uit de praktijk worden nu nog onvoldoende gebruikt door overheden bij nieuwe of herhaalde vergunningverlening. De overheid legt de bewijslast nu te snel bij de planindiener neer, met een voor bedrijven tijd- en geldrovende procedure. Borging van gegevens en autorisatie van bronnen is noodzakelijk in het kader van onafhankelijke wetenschappelijke bronnen voor beleid en beheer door Gegevens Autoriteit Natuur. Deze informatie zou gratis toegankelijk moeten zijn voor initiatiefnemers, ook voor wat betreft gegevens over tijd, soort, plaats en omvang van de Rode Lijst van planten- en diersoorten.

Tenslotte wordt gepleit voor een Nationale Natuurombudsman voor knelpunten in de regio.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Voorgesteld wordt om gezamenlijk te werken aan nieuwe wetgeving en uitvoeringspraktijken, die werkbaar zijn in de praktijk. In afwachting van inwerkingtreding wordt gepleit voor een convenant tussen overheid en ondernemers over de huidige uitvoering van de natuurregelgeving.

3. Wet Ruimtelijke Ordening: bestemmingsplannen

Probleem:

Er is te weinig uniformiteit binnen en tussen de bestemmingsplannen. Tevens worden de bestemmingsplannen als te beperkend ervaren.

Wijzigingen van bestemmingsplannen zijn ook onder de nieuwe WRO kostbaar, langdurig en frustrerend. De nieuwe WRO biedt hier geen oplossing, omdat de problemen veelal liggen in een combinatie van wetgeving (denk aan natuurwetgeving) en factoren (denk aan innovatieve middelen waarbij de ambtenaar niet weet in welke categorie hij het moet zetten) en onkunde/onwil. Telkens komen er nieuwe eisen bij vanuit de lokale overheden. De 26-wekentermijn wordt dan ook vrijwel nooit gehaald. Bovendien zijn er problemen met de definities, waardoor er ook weer oponthoud ontstaat. Dit komt bijvoorbeeld voor bij nieuwe kampeermiddelen. Onder welk begrip valt een boomtent? Het is verbazingwekkend om te zien hoe lang discussies hierover kunnen duren.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Voorgesteld wordt een taxonomieproject te starten. Dit moet resulteren in twee handreikingen voor gemeenten:

a) «uniformering definities en categorieën binnen de bestemmingsplannen».

  Hierbij wordt gekeken naar:

• mogelijkheden om definities te globaliseren

• betere definiëring van nieuw soorten bedrijven

b) «indieningvereisten»

Het doel is hierbij om geen overbodige of niet-volledige informatie van ondernemers te vragen, waardoor veel tijd bespaard kan worden.

4. Wet- en regelgeving rondom legionella en de Wet hygiëne en veiligheid zwembaden

Probleem:

Disproportionele eisen worden gesteld, bijvoorbeeld de verplichte bemonstering van afgesloten leidingen in jachthavens. In de winter worden leidingen afgesloten omdat deze niet gebruikt worden, en is bemonstering dus zinloos.

Er zou sprake zijn van een gebrek aan eenduidig toezicht bij de handhaving van jachthavens. Er is onduidelijkheid over welke adviesbureaus gecertificeerd zijn (er zijn TUV gekeurde bureaus op de markt maar dat voldoet niet volgens Nederlandse wet).

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Bij de evaluatie van de wetgeving wordt bezien of de wetgeving gebaseerd kan worden op aanvaardbare risico’s en het beperken van de nalevingskosten. Daarbij zouden ook ervaringen uit het buitenland kunnen worden benut. Mogelijk kan gedacht worden aan systeemtoezicht naar aanleiding van certificering.

5. Uniforme regels en uitvoering brandveiligheid (ook voor niet-bouwwerken)

Probleem:

Volgens de ondernemers, vertegenwoordigd door het PTR, is de huidige situatie zo dat elke gemeente andere eisen stelt aan de brandveiligheid van niet-bouwwerken (zoals tenten). Het bestaande «Gebruiksbesluit» geldt alleen voor bouwwerken. Het is daarom wenselijk dat er meer uniformiteit komt.

Ondanks het feit dat met de introductie van het Gebruiksbesluit uniforme landelijke regels voor brandveiligheid een feit lijken te zijn, ervaren ondernemers in deze sector nog steeds veel lokale verschillen en willekeur.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Gepleit wordt voor nieuwe landelijke uniformering van de brandveiligheidsregels voor niet-bouwwerken in een AMvB. Daarbij kan ook gedacht worden aan het aanvullen van de Nibra-opleidingeisen met meer kennis over preventie en handhavingstaken.

6. Herziening Drank- en Horecawet

Probleem:

Het wetsvoorstel Drank- & Horecawet, dat is voorgelegd aan de Tweede Kamer, omvat slechts een beperkt aantal van de mogelijke reducties van regeldruk. De sector is van mening dat de Drank- & Horecawet niet is toegesneden op het beoogde doel, namelijk de regulering van alcoholmisbruik. Er zijn diverse mogelijkheden voor vermindering van regeldruk die niet worden benut. Er is grote vrees dat juist de regeldruk sterk zal toenemen, met name door het straks gedecentraliseerde toezicht.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Het wetsvoorstel «Herziening/modernisering van de Drank- en Horecawet» is schriftelijk afgestemd met de branches. De plenaire behandeling in de Tweede Kamer dient nog plaats te vinden. De sector heeft fundamentele vragen bij het wetsvoorstel, en pleit voor een nadere analyse van de effectiviteit van de regels, in het bijzonder ten aanzien van het voorkomen van overmatig alcoholgebruik door kinderen.

Daarnaast pleit de sector voor kwalitatieve en kwantitatieve waarborgen in geval van decentralisatie van toezicht.

7. Toepassing Bibob

Probleem:

Ondernemers geven aan dat, mede door het Bibob-beleid, de afhandeling van vergunningaanvragen doorgaans langer duurt dan economisch verantwoord is. De toets wordt bij verschillende gemeenten verschillend toegepast. In sommige gemeenten moeten – in plaats van toepassing bij enige mate van verdenking – alle ondernemers uit bepaalde sectoren de toets invullen. Vaak gelden daarbij te zware eisen en te hoge administratieve lasten, aldus de ondernemers.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Voorgesteld wordt een lichte toets als standaard te introduceren bij gemeenten.

Alleen bij vermoedens van criminele activiteiten zou een zware toets op basis van de Standaard vragenlijst Bibob dienen plaats te vinden.

8. Vergunningen en meldingen gemeenten

Probleem:

De ondernemers geven een paar concrete zaken aan die bij dit algemene onderwerp spelen:

• Het nut en de noodzaak van vergunningen ontbreekt

• Gemeenten hebben geen inzicht in de vereiste regelgeving

• Er is sprake van inefficiënte afhandeling van vergunningaanvragen

• Het is erg ingewikkeld om vergunningen te verlengen en/of te wijzigen

• Er is een wildgroei van leges.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

Voorgesteld wordt dat geïnventariseerd wordt in hoeverre de model-APV door de verschillende gemeenten wordt toegepast. Ook wordt bezien hoe gemeenten met de afschaffing van de «Wet openlucht recreatie» zijn omgegaan. Vervolgens kan een landelijk geregisseerd initiatief worden opgezet vanuit PTR, EZ, LNV en VNG richting lokale overheden en bedrijfsleven over hoe het anders kan, waarbij ingegaan zou kunnen worden op de genoemde knelpunten.

9. Toezicht gemeenten

Probleem:

In kleinere gemeenten blijkt, aldus de ondernemers, onvoldoende kwaliteit en capaciteit aanwezig te zijn om goed toezicht te garanderen op complexe wetgevingsterreinen als milieu en natuurwetgeving. Dit werkt willekeurig en defensief toezichtgedrag in de hand.

Oplossingsrichting aangedragen door het PTR:

In lijn met de acties van de Regiegroep Regeldruk kunnen afspraken gemaakt worden tussen EZ/LNV/VNG en het PTR over vermindering van toezichtslast met 25%, met concrete suggesties om dit te bereiken.

Naar boven