26 419
Toerisme en recreatie

nr. 28
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 mei 2006

In oktober 2003 heb ik u de Vernieuwde Toeristische Agenda (VTA) toegezonden1. In het Algemeen Overleg met uw Kamer op 4 december 2003 (kamerstuk 26 419/27 867, nr. 14) heb ik u toegezegd jaarlijks te zullen rapporteren over de uitvoering van het toeristische beleid. Als bijlage treft u het uitgebreide verslag aan over de uitvoering van de toeristische agenda in 2005.

In het navolgende schets ik u de ontwikkelingen rond het inkomende toerisme naar ons land en de hoofdlijnen van de uitvoering van de toeristische agenda in 2005.

Inkomend toerisme 2005

Het toeristische beleid zoals vastgelegd in de VTA is erop gericht zoveel mogelijk buitenlandse bezoekers naar ons land te trekken, zowel toeristische als zakelijke bezoekers. In het contract met het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) zijn voor de periode 2004 tot 2007 hierover prestatieafspraken vastgelegd2.

In 2005 heeft een recordaantal van 10,1 miljoen buitenlandse gasten ons land bezocht. Dat is een groei van 4% ten opzichte van 2004. Het vorige record dateert uit 2000, toen 10,0 miljoen gasten ons land bezochten.

Ontwikkeling inkomend toerisme naar Nederland (2000–2005)

kst-26419-28-1.gif

Bron: CBS.

Deze groei komt vooral door het grotere aantal bezoekers uit Groot-Brittannië (+ 5%), België (+ 13%), Denemarken (+ 17%) en de Verenigde Staten (+ 8%). Ook de nieuwe opkomende markten als India en China groeiden procentueel in 2005 behoorlijk, al blijft hun volume vooralsnog bescheiden. Vanuit India is in 2005, mede dankzij de prijsuitreiking van de IIFA (Indian International Film Academy) in Amsterdam, bijna een verdubbeling van het bezoek gerealiseerd.

Aankomsten buitenlandse gasten in ons land 2000–2005 (x 1 000)

 200020012002200320042005+/–
Duitsland2 8842 6572 7552 8042 6492 609– 2%
België67762970577981191713%
Groot-Brittannië1 8381 9391 8511 6471 7601 8535%
Frankrijk5124555114655105273%
Zwitserland1441221281151411420%
Italië3743243463393693742%
Spanje2502582762752983228%
Denemarken11910510311612614817%
Zweden  1121061121110%
Ruslandnbnbnbnbnb69 
Overig Europa1 1589728077888689105%
Amerika1 2161 2031 1009961 1321 2228%
– Verenigde Staten9999938868229009718%
– Canada9793968811512610%
Azië5955646245316366441%
– Japan194183187139164158– 4%
– Chinanbnbnbnb829617%
– Indianbnbnbnb243442%
Australië en Oceanië12711410791118105– 11%
Afrika108141174131117101– 14%
Totaal10 0039 5009 5959 1819 64610 0534%

Bron: CBS.

De lage vliegtarieven zorgen ervoor dat de Europese toerist vaker kiest voor korte stedenvliegvakanties binnen Europa. De groei van het toerisme in de Europese steden is dan ook hoger dan de groei van het toerisme aan het land in zijn geheel. Voor ons land geldt dat het aantal buitenlandse gasten in 2005 groeide met 4%, terwijl de groei in Amsterdam 7% bedroeg.

In absolute aantallen is de Duitse markt voor ons land veruit de belangrijkste. Onze oosterburen zijn goed voor ongeveer een kwart van ons inkomend toerisme. Punt van aandacht is dan ook dat het aantal bezoekers uit dit land voor het tweede achtereenvolgende jaar is gedaald. In 2005 bezochten 2% minder Duitsers ons land dan in het jaar daarvoor. De concurrentie met goedkope vliegbestemmingen en de matig draaiende Duitse economie zijn belangrijke verklaringen voor de tegenvallende cijfers. Vooral de verblijfsrecreatieve bedrijven, campings en dergelijke, merken het gevolg van het teruglopende Duitse bezoek.

Nederland in vergelijking met onze benchmarklanden: marktaandelen 2004

De groei van het inkomende toerisme bedroeg in 2004 voor ons land 5%. Het inkomende toerisme in Noordwest-Europa is in datzelfde jaar 7%. In vergelijking met de gemiddelde groei in onze benchmarklanden (België, Duitsland, Denemarken en Groot-Brittannië) heeft ons land in 2004 marktaandeel ingeleverd. Het marktaandeel van Nederland is in 2004 gedaald naar 13,5%1.

Marktaandelen Noord West Europa 2000–2004

 20002001200220032004+/–
België9,4%10,0%10,1%10,0%9,2%– 0,8%
Denemarken14,5%14,9%14,5%14,7%13,4%– 1,3%
Duitsland27,7%27,8%27,1%27,5%28,1%+ 0,6%
Nederland14,6%14,8%14,5%13,7%13,5%– 0,2%
UK33,8%32,6%33,7%34,1%35,9%+ 1,8%
Totaal100%100%100%100%100% 

Bron: TourMis.

Ons land verloor marktaandeel aan Groot-Brittannië en Duitsland, waar de marktaandelen groeiden met respectievelijk 1,8 procentpunt en 0,6 procentpunt.

Ik zie voor het feit dat ons land niet optimaal profiteert van de toeristische groei in Noordwest Europa een aantal verklaringen. Ten eerste: het noordelijk deel van de Randstad (Amsterdam en omgeving) accommodeert de behoefte aan gewenste hotelcapaciteit en vliegverbindingen onvoldoende. Ten tweede is het kustbezoek voor een aantal segmenten, vooral het Duitse segment, teruggelopen door de eerder genoemde matig draaiende Duitse economie en de concurrentie van goedkope vlieg-zonvakanties naar bijvoorbeeld Turkije.

Samenvattend: maximale focus op profiteren van de marktgroei

Het inkomend toerisme in Noordwest Europa trekt aan. In Nederland groeit het aantal buitenlandse toeristen, maar minder snel dan het Noordwest Europees gemiddelde. Om meer te profiteren van de groei van het toerisme in Noordwest Europa is voortzetting van de huidige focus op het stimuleren van het inkomende toerisme geboden.

Het NBTC heeft de afgelopen twee jaar gekozen voor gerichte grootscheepse campagnes, zoals in 2005 op de Duitse en Britse markt. Ook de komende tijd zal het NBTC, samen met het bedrijfsleven, doorgaan met het voeren van enkele grote campagnes op de voor ons land belangrijke landen: Duitsland, België, Groot-Brittannië en Frankrijk.

Daarnaast wordt door mijn Ministerie bij de uitwerking van het beleid voortkomend uit de kabinetsnota Pieken in de Delta, met de partners in de regio’s gesproken over een stimulering van het inkomende toerisme. Bijvoorbeeld over de vraag hoe beter tegemoet gekomen kan worden aan de groeiende behoefte aan hotelcapaciteit in het noordelijk deel van de Randstand.

Subsidieovereenkomst NBTC

In de subsidieovereenkomst 2004 – 2006 met het NBTC heb ik afgesproken dat het NBTC zijn activiteiten richt op de bevordering van het inkomend bezoek en dat de doelstelling is dat het marktaandeel van Nederland toeneemt ten opzichte van de gemiddelde groei van onze benchmarklanden. In de subsidieovereenkomst is erkend dat een aantal feiten of ontwikkelingen denkbaar is die een substantiële invloed op de prestatiescore zullen hebben en die het NBTC niet aangerekend kunnen worden. In 2004 was er sprake van twee ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op het Nederlands marktaandeel en daarom heeft het NBTC een beroep gedaan op de hardheidsclausule uit de subsidieovereenkomst. VisitLondon kreeg in 2004 een extra budget van £ 13,9 miljoen en daarnaast profiteerden concurrerende landen (Duitsland en het Verenigd Koninkrijk) van een relatief snelle groei van lowcost vliegverbindingen. Nieuwe vliegverbindingen zorgen voor een nieuwe stroom van internationale bezoekers. Beide ontwikkelingen hebben invloed op het Nederlands marktaandeel en zijn het NBTC niet aan te rekenen, daarom ken ik in het kader van de subsidieovereenkomst het NBTC een correctie op het marktaandeel van 2004 toe van 0,3 procentpunt. Dit gecorrigeerde marktaandeel heeft uitsluitend relevantie in de afspraken tussen mijn Ministerie en het NBTC.

Stand van zaken acties toeristische agenda

Wat betreft de lopende acties uit de toeristische agenda meld ik u de volgende hoofdlijnen (een volledig overzicht treft u aan in de bijlage)1:

• Evenementenplanning

Na een intensieve periode van voorbereiding is eind 2005 «Rembrandt 400» van start gegaan met de tentoonstelling «Rembrandts moeder» in de Lakenhal in Leiden. Het programma loopt het hele jaar 2006 door en concentreert zich in Amsterdam en Leiden. Naar verwachting komen er ongeveer 450 000 buitenlandse bezoekers; ruim 200 000 hiervan komen speciaal voor «Rembrandt 400». De signalen tot nog toe zijn dat dit aantal zeker gehaald gaat worden. Ter illustratie: in de eerste drie maanden na de opening van «Rembrandts moeder» bezochten 50 000 mensen deze tentoonstelling, dat zijn er 10 000 meer dan anders in een heel jaar de Lakenhal bezoeken. Inmiddels zijn ook de voorbereidingen gestart voor het volgende evenement (in 2008/2009). «Holland Cities of Art» is de voorlopige werktitel van het toekomstige evenement.

• Kustpilots

In 2004 heeft mijn Ministerie vier kustpilots gestart: in Cadzand, Zandvoort, Ameland en Noordwijk. De conclusie tot nog toe is dat de pilot-status en de daarmee gemoeide aandacht en financiële bijdragen van het rijk en verschillende andere partijen, de lokale samenwerking op toerisme aanmerkelijk heeft verbeterd. De pilots zijn een belangrijke impuls voor de beoogde verbetering van de kwaliteit van de badplaatsen. In de loop van 2006 zullen de bevindingen uit deze pilots worden vertaald in een Handboek «best practices». Hiermee kunnen ook andere Nederlandse badplaatsen aan de slag met de broodnodige kwaliteitsverbetering van onze kust, en zetten we erop in dat bijvoorbeeld de Duitsers ons land blijven bezoeken.

• Seniore

In ons land stijgt het aantal senioren tot 2020 met 40%. Eenzelfde tendens zien we in de ons omringende landen. Deze groep heeft meer te besteden, meer vrije tijd en gaat steeds vaker op vakantie. Het is zaak dat ondernemers in de toeristisch-recreatieve sector inspelen op deze groeimarkt. Met het Platform Toerisme en Recreatie (PTR) heb ik op 30 november 2005 de afspraak gemaakt om in de loop van 2006 gezamenlijk bredere bekendheid te geven aan de good-practices die er zijn op het gebied van innovatie, waaronder het inspelen op de seniorenmarkt. Bijvoorbeeld de te halen win-win als ondernemers samenwerken met zorginstellingen voor ouderen.

• Bij de verschillende handelsmissies in 2005 stond toerisme op de agenda: naar China (januari), India (oktober) en Brazilië (november). Het toeristische bedrijfsleven en het NBTC namen deel aan deze missies.

Goede samenwerking met het toeristische bedrijfsleven is van groot belang. Mijn medewerkers hebben daarom samen met de collega’s van LNV het afgelopen jaar vier keer overleg gevoerd met de sector en op 30 november heb ik bestuurlijk overleg gevoerd met het PTR. Dit overleg stond in het teken van het innovatieve vermogen van de sector en het inspelen op groeimarkten als de senioren. De loketfunctie die het Ministerie vervult voor de toeristische sector is onlangs door betrokkenen geëvalueerd. De conclusie is dat we doorgaan op de ingeslagen weg. Wel komen er een aantal aanpassingen in de werkwijze teneinde nog beter in te kunnen spelen op de behoeften vanuit de sector.

Tot slot: het jaar 2006 is het jaar waarin de acties uit de VTA worden afgerond. Tegelijkertijd worden voorbereidingen getroffen voor de prestatieafspraken met het NBTC voor de periode 2007 tot 2010. Ik informeer de Kamer hierover graag aan het einde van dit jaar.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

C. E. G. van Gennip


XNoot
1

Kamerstukken II 2003–2004, 26 419, nr. 11.

XNoot
2

Kamerstukken II 2003–2004, 26 419, nr. 18.

XNoot
1

De marktaandelen over 2005 worden in september 2006 bekend.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven