Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2003-200426419 nr. 16

26 419
Toerisme en recreatie

nr. 16
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 april 2004

In brief 34-04-LNV vraagt de Vaste Commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mij de Kamer en de gemeenten duidelijkheid te verschaffen over de stand van zaken van het wetsvoorstel tot intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie (WOR), alsmede over de overgangsvoorziening voor het kampeerseizoen 2004.

Het is mijn bedoeling om het wetsvoorstel waarbij de intrekking van de WOR wordt verwezenlijkt op 11 juni a.s. ter behandeling in de ministerraad aan te bieden. Zoals ik in mijn brief van 6 april jl. aankondigde, zal ik in dit wetsvoorstel een voorziening opnemen, waarbij het begrip «korte perioden» zal worden vervangen door «de periode van 15 maart tot en met 31 oktober». Hiermee kan de verruiming ter zake van het kleinschalig kamperen worden toegepast gedurende de overgangstermijn waarin de WOR nog van kracht is. Ook meldde ik in de bovengenoemde brief dat de precieze vormgeving voor de overgangsvoorziening voor 2004 nog werd uitgewerkt samen met het ministerie van Justitie. De uitkomst van het overleg met Justitie is dat ik tezamen met het wetsvoorstel de ministerraad een gedoogbesluit zal voorleggen. Met dit gedoogbesluit wordt afgezien van strafrechtelijke handhaving van artikel 8, derde lid, van de WOR. Dat betekent dat geen strafvervolging zal worden ingezet, indien gemeenten toestaan dat het aantal kampeermiddelen wordt uitgebreid van 10 tot maximaal 15 gedurende de gehele periode van 15 maart tot en met 31 oktober. Het gedoogbesluit zal gelden totdat het wetsvoorstel betreffende de intrekking van de WOR in werking treedt. Het gedoogbesluit zal te zijner tijd met machtiging van de ministerraad aan uw Kamer worden medegedeeld.

Ik vertrouw erop u hiermede op dit punt voldoende te hebben geïnformeerd. Een afschrift van deze brief stuur ik ter informatie naar VNG en IPO.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman