26 419 Toerisme en recreatie

Nr. 121 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2026

Met deze brief geef ik invulling aan het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken van juni 2023 om te komen tot een integrale visie en een plan van aanpak voor de gastvrijheidssector, zoals opnieuw onder de aandacht gebracht in de rappels van 20 maart en 9 juni jl. In oktober 2024 is uw Kamer voor het laatst geïnformeerd over de stand van zaken van de gastvrijheidssector.1 Daarbij is toegezegd om samen met sectorvertegenwoordigers te komen tot een actieagenda voor de sector. Mede als gevolg van kabinetswisselingen heeft deze nadere uitwerking langer op zich laten wachten. Met voorliggende brief wordt invulling gegeven aan deze toezegging.

In deel 1 van deze brief schets ik de inzet voor een toekomstbestendige gastvrijheidssector, waarbij wordt gekozen voor een structurele en wendbare aanpak die ruimte biedt om in te spelen op actuele ontwikkelingen. De nadere invulling hiervan vindt plaats in nauwe samenwerking met publieke en private partners.

Vervolgens informeer ik u in deel 2 van deze brief over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van een aantal moties en toezeggingen over specifieke deelsectoren.

1. Toekomstbestendige gastvrijheidssector

Belang van de gastvrijheidssector

De gastvrijheidssector2 is een belangrijk en groeiend onderdeel van de Nederlandse economie en levert daarnaast een substantiële maatschappelijke bijdrage voor zowel de regionale economie als de leefbaarheid van steden, dorpen en het landelijk gebied en aan het welzijn en de kwaliteit van leven van mensen.

In 2024 besteedden Nederlandse en buitenlandse toeristen gezamenlijk ruim € 111 miljard in Nederland, bijna € 6 miljard meer dan in 2023. De toegevoegde waarde van de toeristische sector bedroeg € 40 miljard, oftewel 4% van het bbp. De sector bood in 2024 werk aan 771.000 mensen en was daarmee goed voor ongeveer 6,7% van de totale werkgelegenheid in Nederland.3 Sinds de coronapandemie groeit de toegevoegde waarde van de sector sneller dan die van de totale economie, wat het structurele belang van de sector voor het Nederlandse verdienvermogen benadrukt.4

De sector omvat zowel recreatieve als zakelijke bezoekers, vanuit binnen- en buitenland. In 2024 verwelkomde Nederland 52,3 miljoen bezoekers, waarvan 58,5% uit eigen land. Het inkomend bezoek groeide van 20,3 miljoen in 2023 naar 21,3 miljoen internationale bezoekers in 2024, waardoor Nederland een sterk bezoekersjaar kende. De spreiding over het jaar verbeterde, waardoor seizoensafhankelijkheid afnam.

Naast het economische belang heeft de sector ook een maatschappelijk meerwaarde. Door cafés, winkels, culturele instellingen en recreatievoorzieningen rendabel te houden, draagt de sector bij aan de leefbaarheid van steden en dorpen. Hierdoor blijven voorzieningen en ontmoetingsplekken beschikbaar voor inwoners. Regionaal gezien brengt de sector mensen en geld naar gebieden die anders minder economisch actief zouden zijn, wat werkgelegenheid creëert en bijdraagt aan het behoud van lokale cultuur, tradities en natuur. Ook een aantrekkelijk en toegankelijk recreatief aanbod draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en biedt mensen mogelijkheden om dichtbij huis te ontspannen. Daarmee vormt de sector tevens een belangrijke randvoorwaarde voor een positief vestigingsklimaat voor bewoners, bezoekers en bedrijven.

Toch moeten we ons niet blindstaren op groeiende omzetcijfers. Deze sector heeft ook te maken met de uitdagingen van deze tijd, zoals geopolitieke spanningen en stijgende olieprijzen, die inflatie en hogere kosten veroorzaken. Daarnaast blijven structurele uitdagingen bestaan, zoals de krappe arbeidsmarkt, de hoge regeldruk, het beperkte ruimteaanbod en effecten van klimaatverandering. Ook vraagt de groei van het toerisme op sommige plekken om een betere balans tussen economische kansen en de druk op leefomgeving en ruimte.

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft in juni 2023 (2023Z09738) expliciet verzocht om een toerismebrief met daarin een visie en plan van aanpak voor de komende jaren. Dit verzoek, bekrachtigd door de recente rappels van 20 maart jl. (2026Z05652) en 9 juni jl. (2026Z12623), laat zien dat er behoefte bestaat aan een meer gebundelde en geactualiseerde concretisering van de rijksinzet, mede in het licht van de snel veranderende actualiteit.

Beleidsdoel en subdoelen

Als verantwoordelijk Minister voor gastvrijheidssector is mijn doel om bij te dragen aan een toekomstbestendige en weerbare gastvrijheidssector. Een sector die zorgt voor duurzame economische groei en in balans met het welzijn van mens, natuur en omgeving, en die in staat is zich te blijven aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Ik onderscheid een aantal focus-thema’s, die de huidige uitwerking van dit beleid vormen:

  • • Weerbaarheid: Het vermogen om snel te herstellen van onverwachte gebeurtenissen en de continuïteit van de sector te waarborgen. Juist omdat de sector gevoelig is voor economische en maatschappelijke, geopolitieke ontwikkelingen.

  • • Duurzaamheid en balans: Het creëren van een evenwicht tussen de belangen van toeristen, bewoners en bedrijven.

  • • Ondernemerschap en innovatie: Het stimuleren van vernieuwing in de gastvrijheidssector door ruimte te bieden aan innovatie, ondernemerschap en kennisuitwisseling.

Hoe doen we dit? (plan van aanpak)

Om deze doelen te realiseren kies ik voor een plan van aanpak dat is gebaseerd op structurele samenwerking tussen betrokken partijen. EZK richt zich daarbij op kaderstelling, bestuurlijke en politieke advisering, internationale samenwerking en het verbinden van partijen. Vanuit die rol werkt EZK samen met het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC), de Landelijke Raad Recreatie en Toerisme (LRRT) en internationale partners binnen Europa en daarbuiten. Deze werkwijze maakt het mogelijk om flexibel in te spelen op actuele ontwikkelingen en tegelijkertijd koers te houden op de lange termijn.

Het NBTC ondersteunt de beleidsdoelen van EZK als strategisch kennis- en netwerkpartner voor de Nederlandse bezoekerseconomie. Dit doen zij onder meer door kennis en data te ontwikkelen, ontsluiten en delen over ontwikkelingen in de sector, waaronder bezoekersstromen, arbeidsmarkt, duurzaamheid en economische effecten, door bestemmingsmanagement te ondersteunen en door bij te dragen aan transities zoals digitalisering en verduurzaming. De LRRT fungeert als een publiek-privaat samenwerkingsverband dat actuele, sectorbrede vraagstukken ophaalt, prioriteert en oplossingsrichtingen formuleert. De LRRT zet deze vraagstukken vervolgens om in werkgroepen, met een focus op concrete resultaten zoals het verminderen van regeldruk en het verankeren van de sector in de nationale ruimtelijke opgaven.

Met deze aanpak wordt invulling gegeven aan het verzoek van uw Kamer om een visie voor de komende jaren en aan de toezegging om te komen tot een actieagenda.

De uitvoering gebeurt samen met overheden, sectorpartijen en internationale partners. Het NBTC, de LRRT en internationale samenwerkingsverbanden verbinden beleid en praktijk en brengen gezamenlijke acties tot stand voor de ontwikkeling van de sector.

Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC)

EZK stelt op basis van de kaderbeschikking 2024–2027 meerjarig budget beschikbaar aan het NBTC. De subsidieverlening is gericht op drie samenhangende doelstellingen: (1) het versterken van sectorale samenwerking, (2) het bevorderen van een toekomstbestendige en duurzame ontwikkeling van de gastvrijheidssector en (3) de aansluiting bij overige beleidsdoelstellingen van EZK.

Binnen dit kader ondersteunt NBTC de beleidsdoelen van EZK door samenwerking en kennisdeling binnen de gastvrijheidssector te versterken en verbindingen te leggen tussen ondernemers, bestemmingen, overheden en andere maatschappelijke partners. Dit gebeurt onder meer via ondersteuning en agendering voor de LRRT, publiek-private samenwerkingen en regionale en landelijke netwerken. Daarnaast werkt NBTC aan het versterken van de kennisbasis van de sector door monitoring, onderzoek en datatoepassingen, waaronder de Landelijke Data Alliantie (LDA). Ook ondersteunt NBTC de sector bij transitieopgaven op het gebied van digitalisering, duurzaamheid en bestemmingsmanagement, onder meer door kennisontwikkeling en praktische instrumenten. Deze inzet wordt concreet zichtbaar in diverse projecten en activiteiten die reeds in uitvoering zijn en de komende periode worden voortgezet of verder uitgebouwd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • • Het NBTC verdiept de kennis- en datagedreven aanpak verder op basis van de actualiteit. Zo is er specifieke aandacht voor de effecten van de btw-verhoging op logies. Daarbij worden de gevolgen voor betaalbaarheid en de internationale concurrentiepositie actief gemonitord.

  • • Het NBTC werft congressen die aansluiten bij economische prioriteiten, zoals de kenniseconomie en de Nationale Technologiestrategie. Via VisitNL draagt het NBTC daarmee direct bij aan de internationale positionering van deze speerpunten én aan economische waardecreatie aangezien congresbezoekers gemiddeld ruim € 637 per congresdag bijdragen aan bestedingen binnen de Nederlandse economie. Voor de periode 2024–2027 is het doel om bij 50 bids voor dergelijke missiegedreven congressen een initiërende rol te spelen. Ook zet NBTC via onder andere de campagne «New Dutch» Nederland internationaal op de kaart met innovatie in design, architectuur en verduurzaming.

  • • Digitalisering is essentieel voor een toekomstbestendige gastvrijheidssector, maar veel mkb-ondernemers beschikken nog onvoldoende over digitale vaardigheden en tijd om digitale toepassingen effectief te benutten, waardoor kansen voor efficiëntie en innovatie nog niet volledig worden gerealiseerd. Met het programma Digitaal Offensief Toerisme (DOT) werkt het NBTC in opdracht van EZK aan het versterken van de digitale basis van de sector. Dit programma biedt in de pilotfase circa 80 ondernemers per pilotregio gratis en laagdrempelige ondersteuning, waaronder:

    • ○ een QuickScan om de digitale volwassenheid te meten,

    • ○ een centraal kennisplatform met praktische informatie, en

    • ○ e-learningmodules, coaching en een AI-coach voor persoonlijke begeleiding.

    Na een pilotfase in het eerste kwartaal van 2026 wordt toegewerkt naar een bredere uitrol. Het doel is dat in 2027 meer dan 60% van de toeristische ondernemers en destination management organisations (DMO’s) digitalisering actief toepast. Dit draagt bij aan betere digitale vaardigheden, met concrete effecten op productontwikkeling, zichtbaarheid, efficiëntie en weerbaarheid van de sector. De ontwikkeling wordt gevolgd via de Digitaliseringsmonitor3, die periodiek wordt uitgevoerd.

  • • Het NBTC publiceerde in december 2025 de handreiking Klimaatadaptatie gebaseerd op het onderzoeksrapport Klimaatadaptatie in de Nederlandse gastvrijheidssector.5 Deze handreiking helpt ondernemers en bestemmingen om adaptatiestrategieën te ontwikkelen en biedt inzicht in de impact van klimaatverandering op toeristisch Nederland. Klimaatverandering leidt daarbij tot warmere zomers, nattere winters, meer droogte en extremere weersomstandigheden, met directe gevolgen voor het toeristisch aanbod en de exploitatie van bestemmingen. In 2026 zal deze handreiking door NBTC samen met branches en kennisinstellingen verder worden vertaald naar de praktijk via workshops en kennissessies. Hiermee geven we ook invulling aan de toezegging om de Nationale Adaptatie strategie door te vertalen voor de gastvrijheidssector.

  • • Het NBTC coördineert de Slowlands-campagne, gericht op de buurlanden Duitsland en België om bezoekers op een duurzame manier de regio te laten ontdekken. De campagne stimuleert spreiding en trekt waardevol bezoek aan naar regio’s waar nog ruimte is, in samenwerking met regionale partners. Minder bekende plekken in Nederland krijgen hierdoor meer zichtbaarheid, terwijl bezoekers bijdragen aan de regionale economie.

  • • Daarnaast zet NBTC via onder andere «New Dutch» Nederland internationaal op de kaart met innovatie in design, architectuur en verduurzaming.

Tot slot werkt het NBTC aan Perspectief 2040, de actualisering van Perspectief 2030: de sectorvisie op de duurzame ontwikkeling van Nederland als bestemming. Het NBTC verwerkt daarin geopolitieke ontwikkelingen, veranderend reisgedrag, ruimtedruk en de digitale transitie in een hernieuwd toekomstperspectief voor de sector. Vanuit de in deze brief geschetste beleidsdoelen zal EZK de verdere ontwikkeling van Perspectief 2040 positief volgen en appreciëren.

Landelijke Raad Recreatie en Toerisme (LRRT)

Naast de inzet via het NBTC levert EZK via de LRRT een actieve bijdrage aan de samenwerking binnen de sector. De gastvrijheidssector raakt aan meerdere beleidsdomeinen en bestuurslagen, waardoor effectieve oplossingen vragen om afstemming en gezamenlijke inzet van publieke en private partijen. Op initiatief van EZK is de LRRT in september 2024 van start gegaan als publiek-private raad, met vertegenwoordigers van het Rijk, provincies, gemeenten, kennisinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties binnen de gastvrijheidssector.

De LRRT vervult daarbij een belangrijke agenderende, verbindende en signalerende rol. Binnen de LRRT brengen partijen kennis en expertise bijeen en zetten zij gezamenlijk vervolgstappen in gang voor vraagstukken op het gebied van ruimte voor recreatie en toerisme, regeldruk, duurzaamheid en arbeidsmarkt. Deze nauwe betrokkenheid zorgt ervoor dat signalen uit de sector direct worden betrokken bij rijksbeleid.

De kernboodschap van het manifest «Geef toerisme en recreatie de ruimte!», waaraan in het verzoek om een toerismebrief (2023Z09738) expliciet wordt gerefereerd, onderstreept een urgente opgave die ik volledig onderschrijf: de sector verdient een volwaardige plek in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Een van de prioritaire thema’s van de LRRT is dan ook «ruimte voor recreatie en toerisme» en EZK vervult het trekkerschap op dit thema.

De behoefte aan recreatieve en toeristische voorzieningen groeit terwijl de ruimte daarvoor schaars is. Binnen het snel veranderende Nederlandse landschap is het belangrijk dat er (soms gedeeld met andere functies) «ruimte» en aandacht blijft bestaan voor de ontwikkeling van recreatie en toerisme. De sector schept banen in streken waar, van oudsher, minder werk is en de aanwezigheid van (zakelijke) toeristen en recreanten is essentieel voor winkels en voor openbare voorzieningen. Enerzijds kan dit door rekening te houden met recreatie en toerisme bij nieuwe opgaven maar ook binnen de bestaande voorzieningen. Daarin kan recreatie en toerisme een bijdrage leveren aan andere opgaven en gekoppeld worden in meervoudig ruimtegebruik. Denk bijvoorbeeld aan het combineren van natuurontwikkeling met wandel- en fietsroutes, waarbij natuurgebieden toegankelijk blijven voor recreatie en tegelijkertijd worden versterkt als aantrekkelijke en duurzame bestemmingen.

EZK is trekker van de werkgroep «Ruimte» van de LRRT waarin samen met vertegenwoordigers uit de gastvrijheidssector wordt gewerkt aan het verkrijgen van inzicht in wat er nodig is voor een duurzame integratie van recreatie en toerisme in de ruimtelijke opgaven. Zo zullen deze inzichten onder andere worden benut om richting de definitieve versie van de Nota Ruimte te komen tot een nadere uitwerking en verankering van recreatie en toerisme.

Daarnaast levert de LRRT dit jaar het Regeldrukactieplan op met 22 concrete voorstellen om regeldruk voor ondernemers te verminderen. Daarbij wordt gedacht aan korte- en langetermijnmaatregelen en aan een landelijke en lokale aanpak. Hiermee bouwt de LRRT voort op het eerdere deelrapport regeldruk voor het MKB-indicatorbedrijf «Hotel» en levert zo een sectorgerichte bijdrage aan de kabinetsambitie om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen.

Internationale vertegenwoordiging

Toerisme blijft een prioriteit op de Europese agenda. Sinds vorig jaar is er een nieuwe EU-commissaris voor Toerisme en Duurzame Mobiliteit aangesteld. De ambitie van de Commissie is om Europa de belangrijkste toeristische bestemming ter wereld te laten blijven. Hiertoe wordt een duurzame toerisme visie ontwikkeld, die na de zomer van 2026 wordt gepubliceerd na een uitgebreid consultatieproces. Deze zal met u Kamer gedeeld worden. Als Minister van Economische Zaken ben ik actief betrokken bij de ontwikkeling van deze Europese visie. Nederland staat positief tegenover de aandacht voor Toerisme op EU-niveau, met name op het gebied van kennisdeling, coördinatie (bv tijdens crisis) en, waar nodig, het opstellen van richtlijnen, zoals de Pakketreizenrichtlijn en regelgeving rond kortetermijnverhuur. Toerisme blijft echter in eerste instantie een nationale competentie, waarbij we rekening houden met de diversiteit tussen regio’s en waar het belangrijk is dat er geen extra lastendruk ontstaat voor de toerismesector.

Naast de rijksoverheid hebben ook decentrale overheden, DMO’s, brancheorganisaties, ondernemers en kennisinstellingen zoals het Centre of Expertise for Tourism, Leisure and Hospitality (CETLH) input geleverd voor de Europese visie. De aandacht van de EU voor toerisme heeft een positief effect op de Nederlandse sector. Het zorgt voor, agendering en betere kennisdeling op Europees en nationaal niveau. Meer mogelijkheden voor gezamenlijke projecten, toegang tot EU-fondsen voor thema’s als bestemmingsmanagement, duurzame mobiliteit en vaardighedenontwikkeling waar bovengenoemde partijen gebruik van kunnen maken.

2. Stand van zaken moties en toezeggingen specifieke sectoren

In deel 2 van deze brief informeer ik u verder over de stand van zaken van moties en toezeggingen over de gastvrijheidssector, vakantieparken, horeca, kermissen en winkels. Deze moties en toezeggingen komen voort uit het tweeminutendebat Toerisme en Recreatie van 31 mei 2022, het notaoverleg Red de Camping van 26 mei 2025, het Commissiedebat Toerisme en Recreatie van 27 mei 2025, het Tweeminutendebat Toerisme en Recreatie van 2 september 2025 en het debat over het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap van 9 september 2025.

Wat betreft de voortgang op de aangenomen moties uit het tweeminutendebat van 31 mei 2022, waaraan ook wordt gerefereerd in de rappels van 20 maart en 9 juni jl, stel ik vast dat deze inmiddels hun beslag hebben gekregen. In mijn brief van 6 juli 20226 is reeds uitvoerig ingegaan op de motie van het lid Inge van Dijk (CDA) c.s. over de toekomst van de bruine vloot7, terwijl de motie van het lid Romke de Jong (D66) over de focus op nabije markten8 inmiddels een vaststaand strategisch uitgangspunt is van het NBTC. De gewijzigde motie van de leden Romke de Jong en Wuite welke oproept op tot het bevorderen van duurzaam ecotoerisme op de BES-eilanden9 heeft geleid tot concrete QualityCoast-certificeringen en lokale ondersteuning.

Motie Rahimi c.s. – Actieagenda gastvrijheidseconomie

Wat betreft motie van het lid Rahimi c.s. over de concrete invulling van een actieagenda toerisme10 geven we voor de mkb-financiering momenteel gericht opvolging aan de aanbevelingen uit het Dialogic11 «Onderzoek aansluiting regelingen op behoeften gastvrijheidssector t.a.v. innovatie, verduurzaming en digitalisering» (2022). Daarin wordt gewezen op de mismatch tussen het bestaande aanbod van regelingen en de behoeften van de gastvrijheidssector. Dit onderstreept het belang van een betere vindbaarheid en toegankelijkheid van generieke instrumenten, inzet van regionale intermediairs en laagdrempelige ondersteuning voor het mkb.

In aanvulling op de online financieringswijzer van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), lanceerde het NBTC in 2025 een online financieringswijzer specifiek voor de toeristisch-recreatieve sector. Daarnaast wordt samen met brancheorganisaties, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), NBTC en enkele Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen op basis van concrete casuïstiek verkend hoe de aansluiting tussen financieringsinstrumenten en de praktijk van ondernemers verder kan worden verbeterd. Hierbij wordt onder meer gekeken naar regionale werkwijzen, zoals de aanpak van Impuls Zeeland, waarin vanuit één loket, met lage drempels en in nauwe samenwerking met het regionale toeristische ecosysteem wordt gewerkt. Deze aanpak kenmerkt zich door een sterke oriëntatie op de ondernemer en de specifieke opgaven in de regio.

De komende periode wordt bezien in hoeverre elementen uit dergelijke werkwijzen breder toepasbaar zijn in andere regio’s.

De overige thema’s uit de motie, waaronder de complexe problematiek van het personeelstekort, vormen onderdeel van de agenda van de LRRT.

Vakantieparken

Motie Onafhankelijk onderzoek langetermijneffecten (Van Nispen)

Op 3 juni jl. is de gewijzigde motie van het lid Van Nispen aangenomen12. In deze motie is gevraagd om te onderzoeken hoe bij een beoogde herstructurering van een camping of vakantiepark een uitgebreid onafhankelijk onderzoek naar alle langetermijneffecten (natuur, verkeer, milieu) op de wijde omgeving en een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) aanbevolen kan worden, zodat er een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt.

Om dit te kunnen doen heb ik aanvullende informatie laten verzamelen en meegewogen. Daarmee kom ik tot een vergelijkbaar antwoord dat onze eerdere reactie op de initiatiefnota van het lid Beckerman Red de Camping13 bevestigt.

Met het huidige instrumentarium zijn gemeenten heel goed in staat om te sturen op het merendeel van de (on)gewenste effecten van herstructurering. Een aanbeveling of structurele verplichting tot aanvullend onderzoek of een MKBA is niet nodig. Dit leidt tot extra kosten en bestuurlijke lasten.

Gemeenten hebben bij herstructurering vrijwel altijd een actieve rol omdat hiervoor het omgevingsplan moet worden aangepast. Bij een wijziging van het omgevingsplan beoordeelt de gemeente of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Kortom, zij dragen zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Daartoe behoren ook de in de motie genoemde langetermijneffecten. Extra instrumentarium is niet de oplossing.

Effectieve sturing op herstructurering vraagt om een kwalitatieve Omgevingsvisie met duidelijke vertalingen naar een Omgevingsplan of aanvullend een Omgevingsprogramma. Integraal werken is hierbij cruciaal, met betrokkenheid van meerdere diciplines. Herstructurering vraagt daarmee vooral om goed gebruik van bestaande instrumenten, ondersteund door duidelijke kaders en voldoende uitvoeringskracht.

Motie nieuwe Kampeerwet (Van Nispen en Vermeer)

In de motie van het lid Van Nispen en Vermeer14 wordt de regering verzocht om met een voorstel te komen voor een nieuwe Kampeerwet en de Kamer te informeren over de te nemen stappen en het tijdspad. De initiatiefnota van lid Beckerman is hierbij richtinggevend.

Ik realiseer mij dat het verlies van een jaarplaats op een kampeerterrein voor recreanten ingrijpend kan zijn en dat hierbij ook persoonlijke en emotionele belangen meespelen. De verhalen over het verliezen van een plaats waar sommige families soms tientallen jaren hebben gestaan, en die voelen als een tweede thuis, heb ik gezien en gehoord. Die zorgen neem ik serieus en heb ik meegewogen in mijn overwegingen.

Om verschillende redenen ben ik echter tot de conclusie gekomen dat een nieuwe Kampeerwet niet leidt tot een betere situatie voor recreanten en ondernemers. Ik zie dan ook op dit moment geen aanleiding voor aanvullende landelijke wetgeving. De belangen van recreanten worden, bij herstructurering van kampeerterreinen, zowel via gemeentelijke wet- en regelgeving als via branchevoorwaarden van HISWA-RECRON, betrokken en geborgd. Daarnaast zou een dergelijke wet juist kunnen leiden tot een minder wenselijke situatie met meer regeldruk en verminderde flexibiliteit (dit zal ik kort toelichten) in de sector en daarmee negatieve gevolgen voor zowel de ondernemer als de recreant. Op landelijk niveau zie ik, ook gelet op de beperkte afname van het aantal jaarplaatsen door overnames en de beperkte impact daarvan op het totale aanbod, geen aanleiding voor een nieuwe Kampeerwet. Ik voer deze motie daarom niet uit. Hieronder licht ik deze afweging nader toe.

In het notaoverleg Red de Camping van 26 mei 2025 is de initiatiefnota van het lid Beckerman besproken. Daarnaast is voorafgaand aan het notaoverleg op alle ingebrachte suggesties individueel een schriftelijke reactie gegeven.15 De uitkomsten van het notaoverleg Red de Camping en de eerdere schriftelijke reactie op de initiatiefnota, heb ik meegewogen in de behandeling van deze motie, aangezien mij is gevraagd om de voorstellen uit de initiatiefnota Red de Camping als richtinggevend te beschouwen voor de potentiële Kampeerwet.

In de eerste plaats beschikken gemeenten al over voldoende instrumenten om herstructureringen op vakantieparken te sturen en te toetsen. Daarnaast doet de sector zelf al veel. Branchevereniging HISWA-RECRON ondersteunt haar leden met branchevoorwaarden, welke in het licht van deze discussie recent zijn aangescherpt in samenwerking met de ANWB. De vernieuwde voorwaarden zijn consumentvriendelijker, bevatten een minimale opzegtermijn van 18 maanden bij herstructurering zonder een vervangende plaats, verhoogde verplaatsingsvergoedingen, een overlegverplichting bij niet-verplaatsbare recreatiewoningen en een gedragscode voor ondernemers. Aangesloten ondernemers worden ondersteund met modelbrieven en webinars. Geschillen kunnen door consumenten worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Recreatie en Watersport, waarbij HISWA-RECRON de nakoming van bindende uitspraken garandeert. Ik hoop dat ook ondernemers die nog niet zijn aangesloten bij HISWA-RECRON zich aan deze voorwaarden zullen committeren, zodat recreanten breed kunnen rekenen op deze bescherming.

Aanvullende maatregelen die voorzien in nog strengere bescherming voor recreanten, hebben mogelijk een averechts effect. Meer huurbescherming kan ertoe leiden dat exploitanten de jaarlijkse huur verhogen of bij nieuwe contracten hogere aanvangshuren vaststellen om toegenomen risico’s te compenseren. Daarnaast kunnen parkeigenaren besluiten minder standplaatsen aan te bieden of over te stappen op andere exploitatievormen, zoals volledig verhuurde vakantiewoningen. Een wettelijke kader is inherent minder flexibel dan sectorale zelfregulering, vermindert de investerings- en herstructureringsbereidheid van ondernemers en leidt tot stijgende parkbijdragen, met mogelijke negatieve gevolgen voor het voorzieningenniveau en de beschikbaarheid van vaste plaatsen. De sector bestaat voor circa 80% uit mkb-ondernemers die al onder druk staan doorgestegen loon- en energiekosten, teruglopende consumentenbestedingen en een krappe arbeidsmarkt. Extra nationale regeldruk verzwakt hun concurrentiepositie en heeft op middellange termijn negatieve effecten op regionale bestedingen en de leefbaarheid van dorpen.

Ter duiding van de ontwikkelingen in de sector is het rapport «Onderzoek Opkopen vakantieparken» relevant.16 Dit geeft inzicht in de recente ontwikkelingen van het aantal jaarplaatsen in Nederland. Het is de prognose dat tussen 2022–2027 het aantal jaarplaatsen daalt met 5.000 van 119.000 naar 114.000. Een daling van ca. 4%. Hiermee blijft het totale aanbod aan jaarplaatsen op peil. Uiteraard is het erg vervelend wanneer een herstructurering binnen een vakantiepark ervoor zorgt dat een recreant daar niet meer terecht kan. Er blijft echter voldoende aanbod in ons land voor dit type verblijfsrecreatie.

Kortom een nieuwe Kampeerwet leidt niet per definitie tot een betere situatie voor recreanten. Meer wettelijke bescherming leidt mijn inziens niet tot meer beschikbare plaatsen, maar wel tot meer regeldruk en hogere kosten voor zowel ondernemers als voor recreanten.

Toezegging rol Consumentenbond bij RECRON-voorwaarden (aan van Nispen)

Het betreft hier een verzoek dat tijdens eerdergenoemd notaoverleg is gedaan om nog nader in te gaan op de rol van de Consumentenbond bij de totstandkoming van de RECRON-voorwaarden17 voor vaste plaatsen en of deze in overleg met zowel de Consumentenbond en de ANWB tot stand zou zijn gekomen. Bij de huidige voorwaarden was de Consumentenbond wel betrokken, samen met de ANWB, maar bij de nu lopende gesprekken over de herziening is alleen de ANWB nog aangesloten. Ik vertrouw erop hiermee aan de toezegging te hebben voldaan.

Kermissen

In de afgelopen periode heb ik ter uitvoering van een drietal moties van het lid Van Meetelen over kermissen gesproken met de kermisbranche, de stichting rijdende scholen, collega’s van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V), Onderwijs en Cultuur (OCW) en de VNG, waarbij het bestaande kader en de rolverdeling opnieuw zijn bevestigd. Aangezien het hier om lokale regelgeving gaat is mijn handelingsperspectief beperkt. Ik verwijs hierbij nogmaals naar de handleiding Kermissen die tot stand is gekomen met alle bovenstaande partijen en waar al veel goede voorbeelden in staan.18

Motie Kermislocatie centrum (Van Meetelen)

De motie Van Meetelen19 verzoekt de regering om gemeenten te laten waarborgen dat kermislocaties in het centrum van steden en dorpen worden behouden. In de handleiding Kermissen die is ontwikkeld samen met de Kermisbranche zijn goede argumenten opgenomen waarom een kermis in het centrum zou plaatsvinden, o.a. vanwege de cultuurhistorische waarde. In de lokale afweging spelen meerdere belangen die verschillen per gemeente. Ik heb daarom nogmaals richting de VNG benadrukt dat het belangrijk is dat de kermisbranche op tijd betrokken worden bij de planvorming m.b.t. kermissen. Daarmee beschouw ik de motie als afgedaan.

Motie Rijdende school kermis (van Meetelen)

De motie Van Meetelen20 verzoekt de regering in het kermisbeleid op te nemen dat, ongeacht de organisator of gemeente, er altijd voldoende ruimte beschikbaar moet zijn voor salonwagens en de rijdende school, omdat dit een essentieel onderdeel is van de reizende beroepsgroep. Het is een lokale afweging als het gaat om de plaats van de salonwagens, dat is van allerlei zaken afhankelijk en dit verschilt per gemeente. In de handleiding Kermissen is al duidelijk aangegeven dat het wenselijk is om hier voldoende ruimte voor te reserveren. In overleg met mijn collega van OCW en de stichting rijdende scholen begrijp ik dat dit in de meeste gemeenten gelukkig ook al goed gaat. Er blijken enkele knelpunten te zijn op het moment dat een gemeente de organisatie van de kermis uit handen geeft aan een externe, commerciële kermisorganisator. In die gevallen is het belangrijk dat de gemeente expliciet in de voorwaarden opneemt om rekening te houden met een tijdelijke standplaats voor de gezinnen en een onderwijslocatie voor de rijdende school. Dit is ook aangegeven in de handleiding Kermissen en dit heb ik nogmaals bij de VNG onder de aandacht gebracht. Daarmee beschouw ik de motie als afgedaan.

Motie Overlast kermissen (van Meetelen)

De motie Van Meetelen21 verzoekt de regering een streng lik-op-stukbeleid te voeren en gemeenten de bevoegdheid te geven om overlastgevers, inclusief minderjarige relschoppers, per direct en voor de volledige duur van de kermis de toegang te ontzeggen. De handhaving van de openbare orde is belegd bij het lokaal bestuur. Op grond van onder meer de Gemeentewet beschikken zij over verschillende bevoegdheden om overlastgevers voor kortere of langere duur toegang tot door hen te bepalen plaatsen te ontzeggen. In de handleiding Kermissen is aangegeven dat sommige gemeenten gebiedsverboden kunnen uitvaardigen in de periode van een kermis om op die manier overlast ten tijde van de kermis te voorkomen en de veiligheid op de kermis te borgen. Met deze duiding van bevoegdheden en verantwoordelijkheden beschouw ik de motie als afgedaan; het is aan het lokaal bestuur om binnen dit kader passende maatregelen te treffen.

Winkels

Motie Gehandicaptenbeleid (Westerveld)

De motie van het lid Westerveld22 verzoekt de regering om afspraken te maken met brancheorganisaties, winkelketens en bedrijven, met het doel om de toegankelijkheid van de fysieke en digitale dienstverlening van winkels te verbeteren en deze afspraken af te stemmen met ervaringsdeskundigen.

Ik heb hierover gesproken met MKB Toegankelijk en InRetail. Er lopen al veel initiatieven op het gebied van toegankelijkheid van winkels en winkelketens waar de brancheorganisaties in worden meegenomen. Zo is er het Pact Toegankelijk Winkelen: een vrijwillige samenwerking waarin ondernemers, ketens en brancheorganisaties zich verbinden om winkels en horeca stapsgewijs toegankelijker te maken, met ondersteuning vanuit MKB Toegankelijk. Onder meer winkel- en restaurantketens en brancheverenigingen zoals Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en INretail zijn hierbij aangesloten. Daarnaast is er een brede bedrijfsscan op toegankelijkheid mogelijk voor winkels en winkelketens die gericht is op fysieke en sociale toegankelijkheid en hierbij heeft MKB Toegankelijk ook de toegankelijke routes geïnitieerd. Tenslotte zijn digitale webshops door de European Accessibility Act nu wettelijk verplicht hun dienstverlening digitaal toegankelijk te maken, zodat deze ook bruikbaar is voor mensen met een beperking.

Supermarkten specifiek kunnen een keurmerk krijgen; het Super Supermarkt Keurmerk (SSK).23 Voor dit keurmerk worden supermarkten op 60 criteria getoetst worden, waarvan ook toegankelijkheid een prominent onderdeel is.

De gevraagde samenwerking tussen brancheorganisaties, winkelketens, bedrijven en ervaringsdeskundigen vindt reeds plaats binnen deze bestaande initiatieven, waarin afspraken worden gemaakt over het verbeteren van de fysieke, sociale en digitale toegankelijkheid van winkels. Hiermee wordt concrete invulling gegeven aan het doel van de motie. De motie beschouw ik daarmee als afgedaan.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert


X Noot
1

Kamerstukken 26 419, nr. 106.

X Noot
2

De gastvrijheidssector bestaat uit verschillende sub-sectoren zoals de horeca, de reissector, de hotels/vakantiehuisjes en andere logiesaccommodaties, en dag attracties.

X Noot
5

Kamerstukken 32 813, nr. 1386.

X Noot
6

Kamerstukken 26 419, nr. 105.

X Noot
7

Kamerstukken 26 419, nr. 101.

X Noot
8

Kamerstukken 26 419, nr. 103.

X Noot
9

Kamerstukken 26 419, nr. 102.

X Noot
10

Kamerstukken 26 419, nr. 98.

X Noot
12

Kamerstukken 36 452, nr. 11.

X Noot
13

Kamerstukken 36 452, nr. 3.

X Noot
14

Kamerstukken 36 452, nr. 9.

X Noot
15

Kamerstukken 36 452, nr. 3.

X Noot
16

Kamerstuk 32 847, nr. 925; bijlage «Onderzoek opkopen vakantieparken».

X Noot
17

Vereniging van Recreatie-ondernemers Nederland.

X Noot
18

Wegwijzer gemeentelijk kermisbeleid

X Noot
19

Kamerstukken 26 419, nr. 108.

X Noot
20

Kamerstukken 26 419, nr. 109.

X Noot
21

Kamerstukken 26 419, nr. 110.

X Noot
22

Kamerstukken 24 170, nr. 364.

X Noot
23

Thema’s Super Supermarkt Keurmerk | SSK

Naar boven