Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26415 nr. 9 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26415 nr. 9 |
Ontvangen 10 september 1999
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
In artikel I, onderdeel A, onder 4., wordt in het voorgestelde achtste lid de zinsnede «treft dat fonds binnen zes maanden voorzieningen» vervangen door: gaat dat fonds binnen zes maanden over tot het overdragen of herverzekeren van het uit de aangegane verplichtingen voortspruitende risico door het sluiten van overeenkomsten van verzekering met een verzekeraar.
In artikel I, onderdeel K, wordt aan het voorgestelde artikel 9c, eerste lid, de volgende volzin toegevoegd: Het spaarfonds stelt een bedrijfstechni- sche nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 9b en 9d.
In artikel I, onderdeel M, wordt in het voorgestelde artikel 10b, achtste lid, de zinsnede «met betrekking de wijze» vervangen door: met betrekking tot de wijze.
In artikel VIII, tweede lid, wordt tussen «bedoeld» en «toepassing» ingevoegd:, maar niet langer dan gedurende vijftien jaar,.
In artikel IX wordt «zes maanden» vervangen door: één jaar.
In artikel X, tweede lid, wordt de zinsnede «waarop op het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen ten minste 2000 personen aanspraken of toekomstige aanspraken hebben,» vervangen door: jegens welk op het tijdstip van inwerkingtreding van die artikelen ten minste 2000 personen aanspraak of recht op ouderdomspensioen hebben,.
Onder vernummering van artikel XV tot XVII worden twee nieuwe artikelen toegevoegd, luidende:
Indien het bij koninklijke boodschap van 15 juni 1998 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten (26 075) tot wet is verheven voordat dit wetsvoorstel tot wet wordt verheven, wordt aan artikel 10b van de Pensioen- en spaarfondsenwet een lid toegevoegd luidende:
10. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot het fonds naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is de verklaring, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot dat fonds af te leggen.
Indien het bij koninklijke boodschap van 15 juni 1998 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten (26 075) tot wet wordt verheven nadat dit wetsvoorstel tot wet is verheven, wordt die wet gewijzigd als volgt:
1. Artikel VI komt te luiden als volgt:
Aan artikel 10b van de Pensioen- en spaarfondsenwet wordt een lid toegevoegd luidende:
10. Indien de accountant naar het oordeel van de Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat deze de toevertrouwde taak met betrekking tot het fonds naar behoren zal vervullen, kan de Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is de verklaring, bedoeld in het vierde lid, met betrekking tot dat fonds af te leggen.
2. Artikel VII vervalt.
Aangezien de redactie van het voorgestelde artikel 1, achtste lid, Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW) tot misverstanden aanleiding bleek te kunnen geven, is de formulering thans meer afgestemd op die van het voorgestelde artikel 10a, tweede lid, PSW teneinde duidelijk aan te geven dat een fonds, nadat de verbondenheid met de onderneming is verbroken, het risico bij een verzekeraar dient onder te brengen.
Artikel 9c, dat verplicht tot het vaststellen van een actuariële en bedrijfstechnische nota, beperkte zich tot de pensioenfondsen, maar het vaststellen van een dergelijke nota is evenzeer wenselijk voor spaarfondsen, met dien verstande dat, aangezien bij spaarfondsen het actuariële element geen rol speelt, het hier uitsluitend om een bedrijfstechnische nota gaat. In de nieuwe tweede volzin van artikel 9c wordt dan ook de bedrijfstechnische nota voor de spaarfondsen verplicht voorgeschreven.
Deze wijziging betreft het herstel van redactionele onvolkomenheid.
De overgangstermijn van 10 jaar ten aanzien van het 65-x verbod kan door de Verzekeringskamer in bijzondere gevallen verlengd worden. Om te voorkomen dat er druk uitgeoefend gaat worden om deze verlenging in de tijd steeds verder uit te breiden is het gewenst tot een zekere begren- zing te komen. Daarom wordt thans bepaald dat in deze gevallen na verlenging de totale overgangstermijn maximaal vijftien jaar bedraagt, zodat de verlengingsmogelijkheid van de Verzekeringskamer tot vijf jaar beperkt is.
Op basis van de huidige inzichten lijkt de termijn van zes maanden voor de invoering van de actuariële en bedrijfstechnische nota voor fondsen die daartoe op basis van de huidige wet niet verplicht zijn en voor de invoering van de bedrijfstechnische nota voor de spaarfondsen te krap. De termijn derhalve wordt verlengd tot één jaar.
De formulering van artikel X, tweede lid, toegevoegd middels de eerste nota van wijziging, is verduidelijkt teneinde misverstanden te voorkomen.
Het voorstel van wet tot wijziging van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en in verband daarmee enkele andere wetten teneinde de effectiviteit van het bedrijfseconomisch toezicht te vergroten (Kamerstukken II, 1997/98 26 075 nr. 1–2), wordt o.a. het bezwaarrecht van de Verzekeringskamer jegens de accountant in verschillende wetten ingevoerd. In de PSW geschiedt dit door een nieuw derde lid aan artikel 11 toe te voegen. In het onderhavige wetsvoorstel wordt artikel 11 PSW echter opnieuw vastgesteld, terwijl de inhoud ervan niet meer met die van het huidige artikel 11 in overeenstemming is.
Indien het wetsvoorstel 26 075 eerder tot wet wordt verheven dan het onderhavige wetsvoorstel, zou op het moment dat het onderhavige wetsvoorstel tot wet wordt verheven dat aan artikel 11 toegevoegde artikellid verdwijnen. Dit wordt thans opgelost door in artikel XVI te regelen dat in dat geval het in dat derde lid geregelde bezwaarrecht jegens accountants wordt opgenomen in een nieuw lid bij artikel 10b PSW. Aangezien artikel 10b PSW in de nieuwe opzet ook geldt voor beroepspensioenfondsen hoeft ten aanzien van de in het wetsvoorstel 26 075 opgenomen wijziging van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (BPR) niets nader geregeld te worden: artikel 10 BPR kan zonder bezwaar komen te vervallen aangezien de daarin geregelde materie wordt opgenomen in de PSW.
In de situatie dat het wetsvoorstel 26 075 in werking treedt nadat het onderhavige wetsvoorstel in werking is getreden regelt artikel XVII dat in dat geval hetzelfde resultaat als hiervoor bedoeld wordt bewerkstelligd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26415-9.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.