26 399
Jaarrapportage procedureregeling Grote Projecten

nr. 9
BRIEF VAN DE COMMISSIE VOOR DE RIJKSUITGAVEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 mei 2009

Hierbij bied ik u namens de commissie voor de Rijksuitgaven de jaarlijkse rapportage aan over de werking en toepassing van de Regeling Grote Projecten in 2008.

De voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Aptroot

Jaarrapportage 2008 Regeling Grote Projecten

1. Inleiding en samenvatting

Sinds 2004 brengt de commissie voor de Rijksuitgaven ieder jaar een rapportage uit over de werking en toepassing van de Regeling Grote Projecten (zie ook hierna par. 2). Onderstaand de kernpunten uit deze jaarrapportage over het jaar 2008.

• Het aantal door de Kamer aangewezen grote projecten neemt jaarlijks af. Eind 2008 zijn er nog 11 grote projecten.

• In 2008 zijn – voor het eerst in jaren – geen nieuwe grote projecten aangewezen, maar wel wordt regelmatig door vaste commissies overwogen van dit instrument gebruik te maken. De commissie voor de Rijksuitgaven stelt tevreden vast dat commissies kennelijk weloverwogen tot een besluit komen of de status van groot project echt noodzakelijk is en of een bepaald project voldoet aan de criteria voor een groot project. In sommige gevallen wordt de informatievoorziening ook georganiseerd in de geest van de Regeling Grote Projecten, bijvoorbeeld door te werken met voortgangsrapportages (Belastingdienst, automatiseringsproject SPEER).

• In 2008 is één groot project formeel beëindigd, namelijk het project «Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen» (SUWI). Eén project is de facto beëindigd, namelijk het project «Naar een veiliger samenleving». De commissie voor de Rijksuitgaven betreurt het dat dit project niet conform de Regeling Grote Projecten is afgesloten. Daarnaast is in 2008 begonnen met de eindevaluatie van het project «Modernisering AWBZ». De formele afwikkeling van de beëindiging van het project loopt door in 2009.

• Bij verschillende grote projecten (zoals Betuweroute, HSL-Zuid, Project Mainport Rotterdam, LCF) speelt in de nabije toekomst de vraag of en wanneer de groot project status beëindigd moet worden. De commissie voor de Rijksuitgaven wil in dit verband de vaste commissies er op wijzen dat:

– het besluit om een groot project te beëindigen niet bij de regering, maar bij de Tweede Kamer zelf ligt;

– de regeling expliciet de mogelijkheid biedt om informatieafspraken te herijken, waardoor het maken van afspraken over een meer op de slotfase van een project toegespitste rapportage dus ook een optie is;

– een eindevaluatie van een groot project ook tenminste voldoet aan dezelfde normen die normaliter gesteld kunnen worden aan project- of beleidsevaluaties (kwaliteit, kwantiteit, onafhankelijkheid);

– beëindiging van de groot project status ook gekoppeld kan worden aan het maken van heldere afspraken over de informatievoorziening daarna.

• Vastgesteld kan worden dat in 2008 de tijdigheid waarmee voortgangsrapportages en accountantsrapporten aan de Tweede Kamer zijn aangeboden, in vergelijking tot voorgaande jaren is toegenomen. Inmiddels wordt de helft van de voortgangsrapporten conform de norm van uiterlijk 3 maanden na peildatum aan de Tweede Kamer gezonden.

• De commissie voor de Rijksuitgaven stelt met tevredenheid vast dat, in tegenstelling tot voorgaande jaren, bij vrijwel alle grote projecten nu accountantsrapporten worden opgesteld. De vaste commissies vragen daar ook soms expliciet om (EHS, Anders Betalen voor Mobiliteit). Nog niet alle accountantsrapporten worden echter binnen 2 weken na verschijning van de voortgangsrapportage waarop ze betrekking hebben aan de Kamer aangeboden. De commissie voor de Rijksuitgaven acht op dit punt verdere verbetering mogelijk, omdat bijvoorbeeld de grote projecten van Defensie laten zien dat het mogelijk is om het proces zo te organiseren dat voortgangsrapportages en accountantsrapporten ook gezamenlijk en binnen drie maanden aan de Kamer gezonden kunnen worden.

• Tot slot is de commissie voor de Rijksuitgaven verheugd dat de vaste commissies in 2008 actief zijn omgegaan met grote projecten. Voortgangs- en accountantsrapporten zijn niet voor kennisgeving aangenomen, maar veelal zijn vragen gesteld. Bij het merendeel van de grote projecten zijn (ook) algemene overleggen gevoerd en soms is overgegaan tot plenaire behandeling.

2. Opzet en achtergrond jaarrapportage 2008

De Tweede Kamer heeft op 22 juni 2006 de Regeling Grote Projecten vastgesteld. Artikel 21 van de Regeling luidt:

«De commissie voor de Rijksuitgaven brengt jaarlijks op de derde woensdag in mei een verslag uit aan de Tweede Kamer over de werking en toepassing van deze regeling in het voorafgaande kalenderjaar»

In deze jaarrapportage geeft de commissie voor de Rijksuitgaven, conform artikel 21, een overzicht van de werking en toepassing van de regeling in het kalenderjaar 2008.

Deze rapportage is de achtste rapportage die de commissie voor de Rijksuitgaven uitbrengt. Tot 2004 werd gerapporteerd over grotere tijdvakken dan een kalenderjaar1. In 2005 heeft de commissie voor de Rijksuitgaven besloten de jaarrapportages ook daadwerkelijk jaarlijks op te stellen en om de jaarrapportage tegelijk met de departementale jaarverslagen uit te brengen op de derde woensdag in mei (Verantwoordingsdag). Na de jaarrapportages over de kalenderjaren 2004 tot en met 2007 (Kamerstukken 26 399, respectievelijk nrs. 5 t/m 8) is deze rapportage over het jaar 2008 de vijfde jaarrapportage die op Verantwoordingsdag aan de Kamer wordt aangeboden.

De opzet en indeling van de jaarrapportages is voor de herkenbaarheid en onderlinge vergelijkbaarheid in grote lijnen jaarlijks hetzelfde. Dit jaar is echter algemene informatie over het fenomeen grote projecten in een bijlage opgenomen (bijlage 1).

3. Grote projecten in 2008

De in deze paragraaf geschetste ontwikkelingen rond grote projecten in 2008 zijn gebaseerd op het overzicht met basisgegevens van alle lopende grote projecten dat als bijlage 2 is opgenomen bij deze rapportage.

3.1 Aantal grote projecten in 2008

Begin 2008 waren er 13 grote projecten door de Kamer aangewezen. In 2008 zijn – voor het eerst in jaren – geen nieuwe grote projecten aangewezen. In 2008 is één groot project formeel beëindigd en één project de facto beëindigd (zie hierna par. 3.2.), zodat ultimo 2008 sprake is van 11 door de Tweede Kamer aangewezen grote projecten.

Er is de laatste jaren een trend waarneembaar van een dalend aantal grote projecten:

Tabel 1. Ontwikkeling aantal grote projecten

JaarAantal grote projecten (per einde jaar)Nieuwe grote projectenAfgesloten grote projecten
20041516
20051511
20061412
20071312
20081102

De tabel laat zien dat de daling simpelweg wordt veroorzaakt door het feit dat er meer projecten worden beëindigd dan dat er nieuwe worden aangewezen.

Beëindiging grote projecten

Wat betreft beëindiging van lopende grote projecten mag verwacht worden dat er de komende jaren meer projecten beëindigd zullen worden. Voor het groot project Modernisering AWBZ is bijvoorbeeld al een eindevaluatie in 2008 aan de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast is er een aantal grote projecten dat in een vergevorderd stadium is (bijvoorbeeld Luchtverdedigings- en commandofregatten (LCF), Betuweroute, HSL-Zuid) of waarbij over aanpassing/beëindiging van de groot project status wordt gedacht (PMR). De commissie voor de Rijksuitgaven wil in dit verband vier zaken nog eens onder de aandacht van de vaste commissies brengen. Ten eerste ligt het besluit om een groot project te beëindigen (of daartoe de eerste stappen te zetten door een eindevaluatie op te stellen) niet bij de regering, maar bij de Tweede Kamer zelf. Ten tweede biedt de Regeling Grote Projecten de mogelijkheid om de informatieafspraken te herijken wanneer een project een andere fase ingaat. In plaats van een project beëindigen, is het maken van afspraken over een meer op de slotfase van een project toegespitste rapportage ook een optie. Daarbij zou eventueel ook de rapportagefrequentie aangepast kunnen worden door in plaats van halfjaarlijkse voortgangsrapportages, voortaan een jaarrapportage te vragen.

Ten derde zou de commissie moeten verlangen dat een eindevaluatie van een groot project wat betreft kwaliteit, omvang/diepgang en onafhankelijkheid tenminste aan dezelfde standaarden voldoet als reguliere beleidsevaluaties en beleidsdoorlichtingen1.

Ten vierde impliceert beëindiging van de groot project status niet zonder meer dat daarmee ook het project of het beleid is beëindigd. Het besluit om al dan niet over te gaan tot formele beëindiging van de groot project status kan gekoppeld worden aan heldere afspraken over de voortzetting van de informatievoorziening. Bij het in 2008 beëindigde groot project SUWI is dat ook gedaan en heeft de commissie afspraken gemaakt over welke zaken ze, ook na beëindiging van de groot project status, van de minister wil blijven ontvangen. Die informatie kan bijvoorbeeld worden ingebed in de gebruikelijke begrotingsen verantwoordingscyclus.

Aanwijzing grote projecten

Wat betreft het in 2008 achterwege blijven van aanwijzing van nieuwe grote projecten, heeft de commissie voor de Rijksuitgaven geen redenen te veronderstellen dat dit te maken zou hebben met onbekendheid met het instrument of een afnemende behoefte bij de Tweede Kamer aan een gestructureerde informatievoorziening over complexe projecten of processen. Integendeel. In verschillende vaste commissies is overwogen om een project de status groot project toe te kennen. Voorbeelden zijn het automatiseringsproject SPEER van het ministerie van Defensie, de veranderingen bij de Belastingdienst, de invoering van de OV-chipkaart of ICT-projecten bij de overheid. In geval van SPEER en de Belastingdienst is er voor gekozen om, in de geest van de Regeling Grote Projecten, de informatievoorziening te structureren en afspraken met de bewindspersonen te maken over periodieke voortgangsrapportages.

De commissie voor de Rijksuitgaven stelt met tevredenheid vast dat commissies, daarbij ondersteund door het BOR en de commissiestaven, weloverwogen tot een besluit komen of de status van groot project echt noodzakelijk is en of een bepaald project voldoet aan de criteria voor een groot project.

3.2 Afgesloten grote projecten in 2008

In 2008 is één groot project door de Tweede Kamer formeel beëindigd, namelijk het project «Structuur Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen» (SUWI).

SUWI

De vaste commissie SZW heeft in oktober 2007 de eindevaluatie van het groot project SUWI ontvangen1 en deze besproken in een algemeen overleg. Vervolgens heeft de minister op 1 februari 2008 desgevraagd nog een overzicht van prestatie-indicatoren SUWI naar de Kamer gestuurd, aan de hand waarvan hij de Kamer vanaf 2008 zal blijven informeren over SUWI. Vervolgens heeft de vaste commissie SZW de Kamer voorgesteld de groot project status te beëindigen. De commissie voor de Rijksuitgaven heeft daar positief over geadviseerd en haar complimenten uitgesproken over de wijze van afronding en het vervolg van het groot project SUWI2. Op 1 juli 2008 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel tot beëindiging.

Naar een veiliger samenleving

Bijzondere aandacht verdient de gang van zaken rond het groot project «Naar een veiliger samenleving». In de jaarrapportage over 2007 constateerde de commissie voor de Rijksuitgaven vorig jaar al, dat er in 2007 geen voortgangsrapportages van dit project zijn verschenen. Ook in 2008 is dat niet gebeurd. De laatste voortgangsrapportage is daarom de 8e voortgangsrapportage die op 3 oktober 2006 is aangeboden aan de Kamer. Een 9e voortgangsrapportage is nooit verschenen. Wel stuurden de ministers van Justitie, BZK, Jeugd en Gezin en de staatssecretarissen van Justitie en OCW op 6 november 2007 een gezamenlijke brief aan de Kamer waarin zij melding maakten van een project binnen pijler 5 genaamd: «Veiligheid begint bij Voorkomen»3. Zij schreven:«Dit project dient te worden gezien als een vervolg op het inmiddels afgeronde Veiligheidsprogramma «Naar een veiliger samenleving»». Vervolgens verscheen op 24 oktober 2008 de eerste voortgangsrapportage van het project «Veiligheid begint bij voorkomen»4. Echter uit deze 1e voortgangsrapportage bleek niet dat de regering dit project ook als een groot project beschouwde. In een algemeen overleg op 21 januari jl., waarbij deze rapportage onder andere op de agenda stond, werd dit nog eens bevestigd door één van de woordvoerders en door de minister:

De heer Heerts (PvdA): (...) Het vorige project viel onder de Regeling Grote Projecten en de daarbij behorende verplichtingen. Dit geldt vooralsnog nog niet voor dit project, Veiligheid begint bij Voorkomen. De Kamer heeft hier ook niet op aangedrongen.

Minister Hirsch Ballin: De heer Heerts heeft een vraag gesteld over de verantwoording aan de Kamer. Uiteraard leggen wij over alle onderdelen van het project graag verantwoording af aan de Kamer. Hij heeft terecht opgemerkt dat er bij de totstandkoming van dit kabinet niet voor is gekozen, aan dat project de status van een groot project te geven.

De commissie voor de Rijksuitgaven stelt daarom vast dat in 2008 het groot project Naar een veiliger samenleving in feite stilzwijgend is beëindigd. De regering heeft over het oorspronkelijke groot project (Naar een veiliger samenleving) sinds 2006 geen rapportages meer gestuurd en aangegeven dat ze een ander project (Veiligheid begint bij voorkomen) als vervolg te beschouwen, zonder dit nieuwe project als groot project te zien.

De commissie voor de Rijksuitgaven betreurt deze gang van zaken. Echter, het nu alsnog vragen om een eindevaluatie, zoals de Regeling Grote Projecten vereist, van een groot project waarvan de laatste voortgangsrapportage al in 2006 is verschenen, acht de commissie voor de Rijksuitgaven niet zinvol. Zij stelt daarom voor om, in het kader van deze jaarrapportage, het groot project Naar een veiliger samenleving als beëindigd te beschouwen.

3.3 Voortgangsrapportages in 2008

In 2008 zijn 16 voortgangsrapporten van grote projecten verschenen. Dat zijn er twee minder dan vorig jaar en vier minder dan in de jaren ervoor (zie ook tabel 2). Dit is het gevolg van het feit dat het aantal grote projecten afneemt.

Tabel 2. Verzending voortgangsrapportages naar Tweede Kamer in maanden na peildatum

 20042005200620072008
Uiterlijk 3 maanden (dus conform de norm) 4 (20%) 6 (30%)4 (20%) 3 (17%)8 (50%)
3 tot 4 maanden12 (60%)8 (40%)8 (40%)13 (72%)7 (44%)
4 maanden of langer4 (20%)6 (30%)8 (40%)2 (11%)1 (6%)
totaal2020201816

Tabel 2 illustreert dat in 2008 de actualiteit van de voortgangsrapporten sterk is toegenomen. Met actualiteit wordt in dit verband bedoeld, de snelheid waarmee na afloop van de rapportageperiode het stuk aan de Kamer wordt aangeboden. Op grond van de nieuwe Regeling Grote Projecten dienen commissie en bewindspersoon afspraken te maken over frequentie en verschijningstijdstip. In alle gevallen is hiervoor (ooit) de norm afgesproken zoals die in de oude procedureregeling Grote Projecten was bepaald, namelijk maximaal drie maanden na de peildatum van de rapportages.

In 2008 is de helft van de rapporten binnen de norm van drie maanden aan de Kamer gestuurd. Alle overige rapporten zijn weliswaar iets later, maar binnen een termijn van 4 maanden aan de Kamer gestuurd. De enige uitzondering vormt de 1e rapportage van het groot project Ecologische Hoofdstructuur (EHS) over 2007. Deze verscheen weliswaar pas in september 2008, maar dat had te maken met het feit dat dit de eerste rapportage was en in juli 2008 nog tussen de Kamer en de minister overleg is gevoerd over de uitgangspunten voor de informatievoorziening van dit project.

De commissie voor de Rijksuitgaven stelt derhalve met tevredenheid vast dat de verzending van voortgangsrapportage steeds vaker tijdig plaatsvindt.

3.4 Accountantsrapporten in 2008

In artikel 13 van de Regeling grote projecten is bepaald dat bij voortgangsrapportages periodiek, doch tenminste eenmaal per jaar, een accountantsrapport gevoegd wordt over de kwaliteit en volledigheid van de financiële en niet-financiële informatie in de voortgangsrapportage en over de beheersing en het beheer van het project. In de regeling staat dat het accountantsrapport als afzonderlijk document aan de Tweede Kamer wordt gezonden, uiterlijk twee weken na verschijning van de voortgangsrapportage waarop het accountantsrapport betrekking heeft.

In de vorige jaarrapportage constateerde de commissie voor de Rijksuitgaven dat in de praktijk slechts ten dele aan deze bepalingen werd voldaan. In 2008 zijn op dit punt duidelijke verbeteringen opgetreden.

Tabel 3. Verzending accountantsrapporten aan de Tweede Kamer in maanden na peildatum

 20042005200620072008
binnen 3 maanden11101
3 tot 4 maanden38327
4 tot 5 maanden21522
5 of langer maanden41020
Totaal10119610

Uit tabel 3 blijkt namelijk onder meer dat in 2008 het aantal accountantsrapporten is toegenomen en ook de tijdigheid ervan.

Aantal accountantsrapporten

Vastgesteld kan worden dat ondanks de afname in 2008 van het aantal grote projecten en het aantal voortgangsrapporten, het aantal accountantsrapporten niettemin toeneemt. Dit komt omdat in 2008 bij ieder groot project consequent een accountantsrapport1, aan de Kamer is gestuurd. In bijlage 2 is ook terug te zien dat bij 9 grote projecten een accountantsrapport is gestuurd. Dat zijn alle grote projecten, met uitzondering van de twee beëindigde projecten, het project AWBZ dat beëindigd zal worden en het project EHS. Wat betreft dit laatste project heeft de commissie voor LNV de minister gevraagd in de toekomst alsnog een accountantsrapport op te laten stellen. De minister heeft hier per brief2 op gereageerd en het is in het overleg tussen de commissie en de minister aan de orde geweest.

Tijdigheid accountantsrapporten

Tabel 3 geeft aan dat accountantsrapporten steeds vaker tijdig worden aangeboden. Het overgrote deel wordt aangeboden tussen de 3 en 4 maanden. De tijdigheidsnorm is overigens niet in aantallen maanden geformuleerd, maar gaat er van uit dat een accountantsrapport aan de Kamer wordt gestuurd uiterlijk twee weken na verschijning van de voortgangsrapportage waarop het accountantsrapport betrekking heeft. Uit tabel 2 kan worden opgemaakt dat, zo bezien, de helft van de accountantsrapporten op tijd is, maar de andere helft dus meer dan twee weken later verschijnt dan de desbetreffende voortgangsrapportage. Met verschijningsdatum wordt in dit verband bedoeld de datum dat het rapport daadwerkelijk aan de Kamer wordt aangeboden. Het is de commissie voor de Rijksuitgaven opgevallen dat in veel gevallen de aanbieding aan de Kamer één of twee weken later plaatsvindt dan de datum die op het accountantsrapport zelf staat. Ook opvallend is dat er grote verschillen zijn in verschijningstijdstip tussen de in 2008 aangeboden accountantsrapporten. Voor vijf projecten van Verkeer en Waterstaat geldt dat ze meer dan twee weken later werden verstuurd dan de voortgangsrapportage. Een best practice in dit verband zijn de grote projecten van Defensie, waarvoor geldt dat het accountantsrapport gelijktijdig met de voortgangsrapportage aan de Kamer werd gestuurd. In het geval van het project vervanging F-16 geldt zelfs dat beide rapporten ook nog binnen drie maanden aan de Kamer gestuurd, terwijl het een accountantsrapport betreft waarbij twee auditdiensten en twee ministeries zijn betrokken (Defensie en Economische Zaken).

Dit voorbeeld geeft aan dat het mogelijk moet zijn om het proces zo te organiseren dat zowel voortgangsrapport als accountantsrapport binnen de daarvoor gestelde normen van tijdigheid aan de Kamer worden aangeboden.

Belang van de accountantsrapporten

Hiervoor is al gesteld dat de vaste commissie LNV de minister expliciet heeft verzocht om bij het nieuwe grote project EHS ook accountantsrapporten te ontvangen. Ook de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft dit bij het grote project Anders Betalen voor Mobiliteit expliciet verzocht. Het illustreert dat de Kamer waarde hecht aan een onafhankelijke toetsing van de informatie die zij ontvangt in het kader van grote projecten. De waarde blijkt ook in de praktijk. Zo bevatte het auditrapport dat de Kamer op haar verzoek alsnog ontving inzake Anders Betalen voor Mobiliteit, veel relevante informatie voor de Kamer, waaronder informatie over audits die de Kamer op dat moment niet kende.

3.5 Behandeling in commissies in 2008

De commissie voor de Rijksuitgaven stelt met tevredenheid vast dat er in 2008 geen stukken die in het kader van de Regeling Grote Projecten aan de Kamer zijn gezonden, uitsluitend voor kennisgeving zijn aangenomen. Over 3 grote projecten zijn schriftelijke vragen gesteld, over 3 grote projecten zijn algemeen overleggen gevoerd en bij 5 grote projecten is beide gedaan (vragen stellen en daarna een algemeen overleg). Daarnaast zijn de rapportages van de grote projecten Anders Betalen voor Mobiliteit en EHS ook plenair behandeld.

Ook in vergelijking met voorgaande jaren kan vastgesteld worden dat de Kamer in 2008 actief is omgegaan met grote projecten.

Daarbij past de kanttekening dat de Kamer in de Regeling Grote Projecten enerzijds tijdigheidseisen stelt aan voortgangs- en accountantsrapporten, maar deze stukken soms pas weken na ontvangst in behandeling neemt (bijvoorbeeld bij Pantservoertuigen, Maaswerken, PMR). Ook is het opvallend dat in 2008 in algemeen overleggen bij de grote projecten PMR en vervanging F-16 niet alleen de meeste recente, maar ook de vorige (jaar)rapportage nog op de agenda stonden.

BIJLAGE 1

Grote Projecten

I. Wat is een groot project?

Het regeringsbeleid omvat verschillende projecten waarmee omvangrijke investeringen zijn gemoeid en/of waarvan de uitvoering gecompliceerd is. Als er bovendien sprake is van grote maatschappelijke gevolgen, kan de Tweede Kamer besluiten een dergelijk project aan te merken als een «groot project». Daarbij kan gedacht worden aan infrastructurele werken (zoals de Betuweroute), grote investeringen (zoals de vervanging van de F-16) maar ook aan projecten van organisatorische aard (zoals de modernisering van de AWBZ).

Sinds 1986 maakt de Tweede Kamer gebruik van het controle-instrument «groot project». Door een bepaald project aan te wijzen als een «groot project», kan de Kamer specifieke eisen stellen aan de informatie die zij over het project wenst te ontvangen. Dit biedt een waarborg voor de Tweede Kamer dat in besluitvormingsfase en/of de uitvoeringsfase van een groot project de Kamer haar controlerende taak kan waarmaken.

Het instrument «groot project» is in de loop der jaren geëvolueerd en de Kamer heeft de regeling voor grote projecten ook een aantal malen herzien. De huidige «Regeling Grote Projecten»1 is door de Tweede Kamer op 22 juni 2006 vastgesteld. De Regeling is een bijlage van het Reglement van Orde.

II. Kern van de Regeling Grote Projecten

De Regeling Grote Projecten houdt globaal in dat een vaste commissie aan de Tweede Kamer een voorstel doet tot aanwijzing van een groot project, na voorafgaande advisering door de commissie voor de Rijksuitgaven. Nadat de Kamer tot aanwijzing heeft besloten, is de vaste commissie die is belast met de uitvoering, verantwoordelijk voor het vaststellen van de uitgangspunten en vervolgens voor de controle op het aangewezen groot project. De commissie voor de Rijksuitgaven adviseert de commissie over de uitvoering van de regeling.

Centraal in de regeling staan de informatie-eisen die de regering bij de voorbereiding en uitvoering van het project in acht moet nemen. De regeling geeft daarvoor een algemeen kader dat per project in overleg tussen de vaste commissie en de betrokken minister wordt gespecificeerd.

III. De nieuwe Regeling Grote Projecten

Het jaar 2008 is het tweede jaar waarin de in 2006 vastgestelde, herziene Regeling Grote Projecten volledig van kracht was. In de jaarrapportages 2005 en 2006 is de totstandkomingsgeschiedenis van deze nieuwe regeling beschreven2. De verschillen met de oude regeling zijn gelegen in verbetering van de leesbaarheid, toegankelijkheid en interpreteerbaarheid van de regeling. Daarnaast zijn de toetsingscriteria voor nieuwe grote projecten verruimd en is het generieke karakter van de regeling vergroot, zodat de regeling ook voor sterk uiteenlopende projecten, toch een algemeen bruikbaar kader biedt. In artikel 14 van de Regeling is een terugzendrecht voor de Kamer opgenomen. Als informatie niet toereikend of van slechte kwaliteit is, kan de desbetreffende commissie besluiten deze terug te sturen en de bewindpersoon verzoeken binnen 7 werkdagen alsnog de ontbrekende of verbeterde informatie aan de Tweede Kamer te zenden. Ook is de regeling minder rigide geworden en worden meer mogelijkheden voor maatwerk geboden (kaderregeling). Daar staat tegenover dat strakker is vastgelegd dat de desbetreffende Kamercommissie en bewindpersoon vooraf duidelijke afspraken dienen te maken over de informatievoorziening bij een nieuw groot project. Tot slot is in de regeling opgenomen dat bij een nieuw groot project in beginsel een rapporteur wordt aangewezen.

Grote projecten 2008

Ministerie Groot projectDocument KamerstukPeildatumVerschenen opActualiteitBehandeld op Behandelwijze Kamerstuk
Jus/BZK Naar een veiliger samenleving 8e VGR 28 684, nr. 92 30-6-20063-10-2006 3,1 mnd. 23-5-2007 AO 26 684, nr. 114
 (Veiligheid begint bij Voorkomen)* 1e VGR 28 684, nr. 178 nvt 24-10-2008 nvt 21-1-2009 AO 28 684, nr. 203
DEF Vervanging F16 6e jaarrapportage 26 488 nr. 67 31-12-2007 28-3-2008 2,9 mnd. 8-5-2008vragen + AO 26 488, nr. 68 en 88
 Vervanging F16assurancerapport 26 488 nr. 67 31-12-2007 28-3-20082,9 mnd. 9-5-2008 vragen + AO 26 489, nr. 68 en 88
DEF Pantservoertuigen 9e jaarrapportage 26 396 nr. 6931-12-2007 8-4-2008 3,3 mnd. 24-7-2007 vragen26 396 nr. 71
 Pantservoertuigen assurancerapport26 396 nr. 69 31-12-2007 8-4-2008 3,3 mnd.20-6-2008 vragen 26 396 nr. 71
DEF LCF 11e jaarrapportage 25 800 nr. 20 31-12-2007 7-4-2008 3,2 mnd. 17-6-2008 vragen 25 800 nr. 22
 LCFassurancerapport 25 801 nr. 20 31-12-2007 7-4-20083,2 mnd. 17-6-2008 vragen 25 800 nr. 22
V&WBetuweroute 23e VGR 22 589, nr. 293 31-12-20071-4-2008 3,0 mnd. 14-5-2008 AO 22 589, nr. 295
 Betuweroute assurancerapport 22 589, nr. 29431-12-2007 21-4-2008 3,7 mnd. 14-5-2008 AO22 589, nr. 295
 Betuweroute 24e VGR 22 589, nr. 296 30-6-2008 30-9-2008 3,0 mnd. 29-10-2008 AO29 893, nr.77
V&W HSL-Zuid 22e VGR 22 026, nr. 279 31-12-2007 1-4-2008 3,0 mnd. 14-5-2008 AO22 026, nr. 281
 HSL-Zuid assurancerapport 22 026, nr. 280 31-12-2007 10-4-2008 3,3 mnd. 14-5-2008 AO22 026, nr. 281
 HSL-Zuid 23e VGR 22 026, nr. 28330-6-2008 14-10-2008 3,5 mnd. 20-11-2008 AO22 026, nr. 286
V&W Maaswerken 13e VGR 18 106, nr. 187 31-12-2007 7-4-2008 3,2 mnd. 3-6-2008 AO18 106, nr. 189
 Maaswerken assurancerapport18 106, nr. 188 31-12-2007 25-4-2008 3,8 mnd.3-6-2008 AO 18 106, nr. 189
 Maaswerken 14e VGR18 106, nr. 190 30-6-2008 9-10-2008 3,3 mnd.13-11-2008 vragen 18 106, nr. 193
V&W Ruimte voor de Rivier 11e VGR 30 080, nr. 31 31-12-2007 1-4-20083,0 mnd. 23-4-2008 vragen 30 080, nr. 33
 Ruimte voor de Rivier assurancerapport 30 080, nr. 3231-12-2007 22-4-2008 3,7 mnd. 23-4-2008 vragen30 080, nr. 33
 Ruimte voor de Rivier 12e VGR30 080, nr. 34 30-6-2008 22-10-2008 3,7 mnd.20-11-2008 vragen 3 0080, nr. 36
 Ruimte voor de Rivier assurancerapport 30 080, nr. 35 30-6-20086-11-2008 4,2 mnd. 20-11-2008 vragen 30 080, nr. 36
V&W Project Mainport Rotterdam 3e VGR 24 691, nr. 94 31-12-2007 16-4-2008 3,5 mnd. 6-11-2008 vragen + AO 24 691, nr. 95 en 98
 Project Mainport Rotterdam 4e VGR 24 691, nr. 96 30-6-2008 26-9-2008 2,9 mnd.6-11-2008 AO 24 691, nr. 98
 Project Mainport Rotterdam assurancerapport 24 691, nr. 97 30-6-200824-10-2008 3,8 mnd. 6-11-2008 AO 24 691, nr. 98
V&W Anders betalen voor mobiliteit Basisrapportage31 305, nr. 34 30-11-2007 30-5-2008 6 mnd.2-7-2008 vragen + AO + VAO 31 305, nr. 99
 Anders betalen voor mobiliteit 1e VGR 31 305, nr. 78 30-6-200816-10-2008 3,5 mnd. 30-10-2008 vragen + AO + VAO3 1305, nr. 99
 Anders betalen voor mobiliteitAuditrapport 3 1305, nr. 85 30-6-2008 6-11-20084,2 mnd.    
SZW SUWI Voorstel tot beëindiging26 448, nr. 370 nvt 18-6-2008 nvt 1-9-2008Kamerbesluit HTK (1 juli 2008) 103-7346
VWSModernisering AWBZ 14e VGR 26 631, nr. 240 31-12-200715-2-2008 1,5 mnd. 28-5-2008 AO 26 631, nr. 260
 Modernisering AWBZ Eindevaluatie 30 597, nr. 3710-11-2008 5-3-2009 AO    
LNV Ecologische Hoofd- structuur uitgangspuntennotitie07-LNV-B-91 nvt 21-11-2007 nvt 2-7-2008 AO20 825, nr. 13
 Ecologische Hoofd- structuurkabinetsreactie op uitgangspuntennotitie 3 0825, nr. 12nvt 31-3-2008 nvt 2-7-2008 AO 20 825, nr. 13
 Ecologische Hoofd- structuur 1e VGR 30 825, nr. 1431-12-2007 18-9-2008 9,6 mnd 6-11-2008 vragen30 825, nr. 17
       27-11-2008 AO30 825, nr. 24
       4-12-2008plenair HTK (4 december 2008) TK 33-2824

VGR= voortgangsrapportage

AO = Algemeen Overleg

HTK = Handelingen Tweede Kamer

* «Veiligheid begint bij voorkomen» is geen groot project (zie ook par. 3.2), maar is in dit overzicht opgenomen omdat dit een in 2008 verschenen stuk betreft dat door de regering wordt beschouwd als de voortzetting van het groot project «Naar een veiliger samenleving».


XNoot
1

1e rapportage over de periode 1996–1997 (26 399, nr. 1); 2e rapportage over de periode 1998–juli 2000 (26 399, nr. 2); 3e rapportage: periode juli 20-0–juli 2004 (26 399, nr. 3).

XNoot
1

Er zijn in de praktijk verschillen tussen eindevaluaties. De eindevaluatie van het groot project SUWI was bijvoorbeeld zeer uitvoerig en uitgevoerd door een onafhankelijk onderzoeksbureau. De eindevaluatie van het groot project AWBZ was niet meer dan een brief aan de Kamer met «een terugblik op de afgelopen periode» van de staatssecretaris. Dergelijke verschillen zijn mogelijk omdat de Regeling Grote Projecten weliswaar aanwijzingen bevat voor de eindevaluatie (artikel 16), maar geen nadere (kwaliteits-)eisen aan een eindevaluatie van een groot project stelt.

XNoot
1

TK 26 448, nr. 342.

XNoot
2

TK 26 448, nr. 370.

XNoot
3

TK 28 684, nr. 119 (p. 1).

XNoot
4

TK 28 684, nr. 178.

XNoot
1

Tegenwoordig wordt bij vrijwel alle grote projecten in dit verband de term «assurance-rapport» gehanteerd, omdat het een type accountantsrapport betreft waarin het geven van zekerheid centraal staat.

XNoot
2

TK 30 825, nr. 18.

XNoot
1

TK 30 351, nr. 3.

XNoot
2

De volledige toelichting op de beweegredenen om te komen tot een nieuwe regeling is terug te vinden in de memorie van toelichting bij de voorgestelde regeling (Kamerstuk 30 351, nr. 3, bijlage 2 nummer 3).

Naar boven