26 303
Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van het stellen van nadere regels ten aanzien van het netbeheer en de levering van elektriciteit aan beschermde afnemers

nr. 45
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

Vastgesteld 18 maart 1999

De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft op 15 maart 1999 overleg gevoerd met de minister van Economische Zaken over het voorstel van wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998.

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Biesheuvel

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Tielens-Tripels

Stenografisch verslag van een wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Economische Zaken

Maandag 15 maart 1999

11.00 uur

De voorzitter: Biesheuvel

Aanwezig zijn 8 leden der Kamer, te weten:

Biesheuvel, Crone, Voûte-Droste, Van den Akker, Van Walsem, M.B. Vos, Van Dijke en Van den Berg,

alsmede mevrouw Jorritsma-Lebbink, minister van Economische Zaken.

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 ten behoeve van het stellen van nadere regels ten aanzien van het netbeheer en de levering van elektriciteit aan beschermde afnemers (26303).

De voorzitter:

Ik open deze vergadering en heet de minister en haar ambtenaren van harte welkom.

Er was afgesproken de behandeling artikelsgewijs te doen. Ik heb echter begrepen dat er ook behoefte is aan een aantal algemene opmerkingen. Ik stel voor, eerst per fractie een paar korte algemene opmerkingen te maken. Dat deel wordt daarna afgesloten. Vervolgens zal per fractie een artikelsgewijze behandeling plaatsvinden. Anders wordt het voor mij wat lastig. Ik weet niet of u over elk artikel evenveel wilt gaan zeggen. Daarbij zal ik de spreektijd zoveel mogelijk in de gaten houden. Anders kunnen wij het niet meer tot een spanningsvol einde brengen, om in elektriciteitstermen te spreken.

Vindt u het goed als ik de grote fracties hooguit een minuut of zes, zeven voor de algemene lijn geef? De kleine fracties geef ik daarvoor drie minuten. Ik laat daarbij maar even in het midden wat een kleine fractie is. Daarna wordt het algemene deel afgesloten met een heel korte reactie van de minister. Ik kan mij voorstellen dat zij op het algemene deel plenair wat dieper zal willen ingaan. Wellicht dat er zinvolle opmerkingen komen over zaken waar de minister nog niet aan heeft gedacht. Kan men daarmee leven?

De heerVan Dijke(RPF)

Voorzitter! Welke betekenis mag ik wat betreft mijn spreektijd ontlenen aan het feit dat ik hier namens twee fracties zal optreden?

De voorzitter:

Zolang deze beide partijen nog niet gefuseerd zijn, houd ik de spreektijd voor één fractie aan. Dit zal een fusie alleen maar doen bespoedigen! Dit was overigens een te politieke opmerking voor een onafhankelijke voorzitter.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Ik volg graag de voorzitter in het voorstel, met dien verstande dat ik, gezien het aantal minuten dat de grotere fracties krijgen, de behoefte kan hebben om tien in plaats van zes minuten te gebruiken. Die minuten gaan dan natuurlijk van mijn tijd af. Ik heb daar echter wel behoefte aan.

De voorzitter:

U heeft dus iets meer tijd nodig voor het algemene deel?

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Het is mijn verantwoordelijkheid. Het is mijn tijd.

De voorzitter:

Ik snap de opmerkingen. Ik weet het van u. Voor de anderen geldt hetzelfde, zie ik. Ik begrijp dat de grote fracties tien minuten nodig hebben.

Algemene beraadslaging

De heerCrone(PvdA)

Voorzitter! Dit is voor mij het zoveelste debat over de Elektriciteitswet, te beginnen met dat over de nota Stroomlijnen van vier of vijf jaar geleden. Ik bedoel dit overigens positief. Dit is niet eens het onbelangrijkste debat. Hierin leggen wij een aantal principes en details vast, die meer bepalend zijn dan alle beginselen tot nu toe.

Dit is overigens een wetgevingsoverleg. Het heeft strikt genomen de status van een plenair debat. Dat is prettig. Het eindoordeel zal pas plaatsvinden in het einddebat. Als wij het hier goed doen, kan dat debat echter wat korter worden.

In algemene zin steunen wij het proces van marktwerking, niet omdat het van Europa moet via een richtlijn, maar omdat wij er zelf van overtuigd zijn dat het goed is om de sector om te keren van een aanbodgerichte sector die in zichzelf is gekeerd en waarin ingenieurs weten wat goed voor de mensen is, naar een vraaggestuurde sector waarin bedrijven en consumenten invloed krijgen op de prijs, de brandstofkeuze, innovatie en dergelijke. Dat is mogelijk, ook technisch gezien, omdat in de sector stroomopwekking steeds meer op kleine en middelgrote schaal plaatsvindt. In een sector met bij wijze van spreken drie of vier grote centrales is marktwerking nauwelijks denkbaar. De techniek laat nu duidelijk zien, ook in Nederland, dat met warmtekrachtkoppeling en met stroomopwekking thuis, zonne-energie en de kleine WKK op flat- en wijkniveau, de afhankelijkheid van grootschalige productiebedrijven steeds minder wordt. WKK is in Nederland al bijna 40% van de markt. Het is ook vaak in eigendom van particulieren.

Ik wil herinneren aan een uitzending van de VPRO van twee weken geleden, DNW, waarin Anthony Giddens sprak over de derde weg. Men weet wel, uitgevonden door Wim Kok en later vooral retorisch verpakt door Tony Blair.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wij noemen dat liberaal.

De heerCrone(PvdA)

Ik zal de minister uitleggen waarom het niet liberaal is. Het gaat er juist om dat er voorwaarden worden verbonden aan de marktwerking.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat vinden wij ook altijd.

De heerCrone(PvdA)

Dat vindt de VVD-fractie ook altijd, maar de voorstellen moeten van onze kant komen. Laat ik maar eens een voorbeeld noemen: de CPI-X-formule, dat wil zeggen dat consumenten recht krijgen op een jaarlijkse korting overeenkomstig de productiviteitswinst. Dat had de sociaal-liberale Wijers niet eens als optie in de nota Stroomlijnen opgenomen. Dat is er op mijn verzoek in gekomen en vervolgens na de discussie in de wet terechtgekomen.

Voorzitter! Het gaat juist om het verbinden van voorwaarden aan de marktwerking. Het interessante van deze uitzending over de derde weg was dat het ook gaat om een nieuwe democratische opbouw van besluitvorming van onderop. De staat regelt dus niet alles van bovenaf. Door dit televisieprogramma werden beelden uit het Duitse Schönau geweven, waar een stroombedrijf is opgericht door antikernenergieactivisten. Zij introduceren warmtekrachtkoppeling in hotels, flats en bedrijven en realiseren daarmee een stroomaanbod dat ze gegarandeerd kernvrij op de markt aanbieden. Ze hebben groot succes. Ze krijgen zelfs marktvraag uit Hannover en Japan. Ik weet niet of er een punttarief is dat zover gaat, maar het principe is duidelijk. Niet het aanbod bepaalt wat er gebeurt, maar de vraag bepaalt het beleid in de sector. Waarom is er kernenergie in Nederland en andere landen? De minister schrijft dat het er nog is, maar door de marktwerking zal de vraag naar kernenergie en zeker het aanbod van kernenergie afnemen, want wie gaat in een private markt nog geld in kernenergie steken. Mevrouw Thatcher probeerde die sector al veel eerder te verkopen, maar geen private partij wilde de kerncentrales hebben, zelfs niet toen ze de garantie gaf dat de lasten voor de overheid in Engeland kwamen. Zo geef ik aan dat de maatschappelijke prioriteiten waarschijnlijk beter tot hun recht komen door marktwerking, maar daar moet de overheid uiteraard de noodzakelijke milieurandvoorwaarden voor scheppen en echte marktwerking.

MevrouwVos(GroenLinks)

De heer Crone is nu wel erg positief over de heilzame werking van de markt. Zien we bij dit wetsvoorstel niet juist dat er onvoldoende voorwaarden zijn opgenomen waaraan de markt moet voldoen? Zolang we de milieukosten niet hebben geïnternaliseerd in de kosten, doet die markt zijn werk niet goed. Er vinden in Europa nog steeds investeringen plaats in bruinkool en vuile energie. De WKK heeft het op dit moment heel moeilijk in Nederland ten gevolge van die ontwikkelingen. Is de heer Crone niet iets te lovend? Moeten we niet vaststellen dat de marktwerking heel veel negatieve effecten heeft?

De heerCrone(PvdA)

Om te beginnen ben ik niet lovend over marktwerking, maar over marktwerking die door de overheid wordt geconditioneerd en aangestuurd door de gebruikers. Dat zijn twee randvoorwaarden. Over de wet ben ik in hoofdlijnen tevreden, maar niet voldoende. Daarom heb ik ook een amendement ingediend. Als mevrouw Vos niet tevreden is, nodig ik haar uit om een amendement in te dienen. Ik heb er nog geen gezien, maar dat komt misschien nog. Ik ga op een aantal punten – duurzame energie, energiebesparing, transporttarief, en het tarief van kleinverbruikers – de wet wat beter maken, zodat er in de wet als totaal een beter evenwicht is tussen markt, overheid en de derde partij, de mensen zelf en de bedrijven die het gaan doen.

Het eerste punt is dat de kleinverbruikers niet de dupe mogen worden van de vrije markt. Het risico is natuurlijk dat de grote jongens de krenten uit de pap halen en de bedrijven gedwongen worden om de lasten af te wentelen op de nog aan het monopolie gebonden consumenten en kleine bedrijven. We hebben voorgesteld dat de consument een prijsdaling krijgt, gecorrigeerd voor inflatie, bij productiviteitsstijging. Er kan dus een reële prijsdaling worden verwacht. Ik weet niet of dat snel zal gaan, maar dat is de trend die in de wet is vastgelegd. Ik wil nog een stap verdergaan. Nu de markt zich vrij ontwikkelt, moet ook het gemiddelde prijsniveau van elektriciteit op de vrije markt aanleiding kunnen zijn voor de minister om de prijs voor consumenten per kwartaal naar beneden bij te stellen. Daar heb ik een amendement over ingediend. Dat is een voor mij cruciaal onderdeel van deze wet.

Een tweede punt van marktwerking is dat het goed moet zijn. We moeten dus niet worden overspoeld door goedkope stroom uit Frankrijk, Duitsland en misschien ook België. Goedkope stroom mag wel, maar het mag geen dumpstroom zijn of stroom waar niet de volledige kosten in zijn verwerkt. Zo zullen wij kernenergiestroom niet moeten accepteren als niet de volledige kosten van kernstroom inclusief het afvalverwerkingsprobleem in de prijs zijn verwerkt. Voor nieuwe contracten zou dat een inhoudelijke eis zijn die terecht is. Als dat niet het geval is, is sprake van dumping.

De heerVan Dijke(RPF)

Dat betekent dat na de inwerkingtreding van deze wet kernenergetisch vermogen uit Frankrijk niet meer geïmporteerd mag worden?

De heerCrone(PvdA)

Wij hebben – het is een erfenis van de nutssituatie, niet van de marktsituatie – contracten met Frankrijk die gerespecteerd zullen moeten worden. Bij de bakstenen komen wij hierop uit- voerig terug en zullen wij de vraag stellen of wij daarvan af kunnen. Bij nieuwe contracten geldt dat de prijs reëel moet zijn. Bedrijven mogen niet alleen maar op variabele kosten in Nederland dumpen. Ik roep iedere concurrent van de Franse stroom op om dat terstond bij de minister aan te melden, zodat wij daarvan een zaak kunnen maken. Het kan succesvol zijn want op een ander punt heeft Enron al bij het Bundeskartellamt een zaak gewonnen omdat zij vond dat de markt niet voldoende open was. Er zijn duidelijke beroepsmogelijkheden die wij in de nutssituatie nooit kenden. Cruciaal in het kader van de wetgeving is dat in Frankrijk de contracten gebonden zijn aan een duur van drie jaar. Je mag slechts eens per drie jaar het contract wisselen. Dat lijkt mij geen level playing field. Of zegt de minister dat in het vervolg ook driejaarscontracten zullen worden afgesloten? Ik hoorde toevallig van Enron dat je in Frankrijk ook een productiefaciliteit moet hebben voordat je mag handelen in stroom. Dat betekent dat je als handelaar in Nederland een stukje van EDF moet kopen. De vraag stellen is haar al beantwoorden. In antwoord op mijn vragen zegt de minister dat zij nog geen aanleiding ziet om haar beleid terzake van de stroomexport en -import te wijzigen. Dat lijkt mij niet goed. Wij zijn niet Henri le fou die de deur wel openzet voor anderen, maar niet de kans krijgt om zelf te exporteren. Het Franse parlement neemt een wet aan waarin dit soort dingen staan. Ik roep de minister op dat wij het Franse parlement een koekje van eigen deeg geven. Wij, als parlement kunnen dat doen. Ik roep de minister ook op desnoods eenzijdige maatregelen te nemen en dus vanaf vandaag nieuwe importcontracten niet toe te staan. Ik weet niet of lopende importcontracten opgeschort kunnen worden. Overigens is de kracht van de wet dat ik hier geen amendement hoef in te dienen, want wij hebben de reciprociteit. Je moet hier een importvergunning hebben. Verder kan de minister een importvergunning weigeren. Er is sprake van de omgekeerde bewijslast.

Het volgende punt betreft het milieu, duurzame energie en energiebesparing. In principe zal die door de marktwerking een impuls kunnen krijgen omdat er steeds meer bedrijven zullen komen die niet alleen domme stroom leveren – stroom die altijd dezelfde kwaliteit heeft, maar tegen de laagste prijs – maar ook zullen concurreren achter de meter. Wie levert het goedkoopste pakket aan verlichting, aan kracht in de industrie of het goedkoopste pakket aan warmte in huizen of de industrie? Door de tijdelijke prijsdaling die wij kunnen verwachten, is de kans groot dat het beleid met betrekking tot achter de meter niet snel op gang komt. Vandaar dat wij met succes het energiebespa- ringsbeleid voortzetten. In het regeerakkoord is vastgelegd dat 500 mln. aan positieve prikkels zal worden gegeven. Het is een onderdeel van de verhoogde energiebelasting. Wij hebben in deze wet nieuwe instrumenten zoals de optimale energie-infrastructuur voor een goede energievoorziening in nieuwe wijken. Terzake van de warmtekrachtkoppeling in de woningbouw, de tuinbouw en de industrie kan een zekere stilstand ontstaan. Er ontstaat een lagere concurrerende conventionele stroomprijs die vervolgens ook de basis vormt voor een lagere terugleververgoeding. Dat is twee keer min. De oorzaak ligt niet primair bij de marktwerking want met betrekking tot de problemen van WKK c.q. de overcapaciteit in de sector hebben wij een moratorium vanaf 1994. Het had niets met marktwerking te maken. Het probleem van een ongebreidelde WKK-groei heeft niet alleen te maken met marktwerking, maar het kan het wel erger maken. Ik zal een amendement indienen voor een eerlijker kostenverdeling in de transporttarieven, met name tussen decentrale en centrale opwekking en vragers en afnemers. Op die manier zal er in de tariefstructuur geen benadeling van WKK zijn.

Duurzame energie is buitengewoon belangrijk. Wij hebben Kamerbreed de doelstellingen in de vorige periode vastgelegd: 10% duurzame energie, zon, wind en biomassa in 2020. Er dreigt nu als gevolg van de marktwerking een vertraging te ontstaan aan de investeringskant, de aanbodkant, terwijl de vraag van de consumenten toeneemt, ook al moet men er meer voor betalen. Het kapstokartikel dat al in de wet is opgenomen om verplicht een handel in duurzame energie op te zetten, dient mijns inziens te worden geactiveerd.

Voorzitter! Ik kom nog terug op een betere servicegarantie voor de kleinverbruikers die voorlopig nog last houden van monopolistische levering, zowel wat het netbedrijf betreft als wat het distributiebedrijf betreft. Misschien willen wij de marktopening versnellen, tot 2004, 2003 of 2002, als dat kan. Echter, intussen krijgen de monopolisten een vaste prijs en daarmee een plafond aan hun inkomsten. Zij kunnen in die situatie meer winst maken door weinig service te bieden aan gezinnen en bedrijven. Om dit te voorkomen, moeten garanties worden vastgelegd. Een amendement daarvoor hebben wij voorbereid.

MevrouwVoûte-Droste (VVD)

Voorzitter! Ik vraag de aandacht voor vier onderdelen. Het eerste is de prijs voor kleinverbruikers en MKB in relatie met de liberalisering. Het tweede betreft de bakstenen en het derde het level playing field, de reciprociteit, het gelijke speelveld voor het bedrijfsleven in Europa. In de vierde plaats gaat het om de markt waar de spelregels duidelijk zijn; bij de liberalisering is het van groot belang dat de toezichthouder deskundig is.

Mijn fractie is voorstander van de verdergaande liberalisering van de elektriciteitsmarkt en daarom is het goed dat wij vandaag de wijziging van de Elektriciteitswet aan de orde hebben. Gebleken is dat de sector behoefte heeft aan duidelijkheid. Voorzitter! Liberalisering dient altijd een middel te zijn, en nooit een doel. De doelstelling van deze operatie blijft immers het stimuleren van de verlaging van de kosten en de tarieven door de invoering van marktprikkels en het vergroten van de keuzevrijheid voor de klanten. Daarbij moet er sprake zijn van een goede kwaliteit van het product. Liberalisering blijkt uiteindelijk een stimulans te zijn voor doelmatig produceren, het aanbieden van nieuwe diensten en innovatie.

Mede gelet op het hoge tempo waarin het liberaliseringsproces op een aantal fronten in Europa plaatsvindt, is het voorts van belang dat de Nederlandse elektriciteitssector zich zo snel mogelijk in de Europese concurrentieslag begeeft. Immers, wij hebben op dit moment wel mogelijkheden maar er zijn nog geen Europese klanten binnengehaald. Omgekeerd kan worden geconstateerd dat de NS op stap is gegaan – terecht, zo hoort het in een vrije markt – en dat Duitsland het contract heeft binnengehaald. Ik zou wensen dat ook onze eigen sector ten aanzien hiervan actief beleid voert.

Mijn fractie kan in hoofdlijnen de wijziging van de Elektriciteitswet steunen. Niettemin zijn er bepaalde knelpunten bij het realiseren van oplossingen, opdat voor de verbruikers, klein en groot, het beste prijsniveau realiteit wordt. De problemen moeten voortvarend worden aangepakt. Ik zal een aantal amendementen en moties indienen.

Nogmaals, in de sector moet men weten waar men aan toe is. De vrees dat de kleinverbruikers zullen opdraaien voor de liberalisering, is mijns inziens niet terecht. Het gaat hierbij om de korte en de lange termijn. Wellicht kan ook de minister onderstrepen dat de prijs door haar zorgvuldig zal worden vastgesteld zolang er nog sprake is van een beschermde klant. De tarievensystematiek moet erop zijn gericht zo laag mogelijke tarieven te realiseren voor de beschermde afnemers. Kan de minister erop toezien dat deze tarieven de marktprijs zo dicht mogelijk benaderen? Het wil zeggen dat op korte termijn ook voor de consument, ook voor de kleinverbruiker, de prijs minder minder zal zijn dan wanneer er geen liberalisering had plaatsgevonden. Op de lange termijn zal de geliberaliseerde markt werken, zodat de prijs uiteindelijk veel minder is door gezonde concurrentie en marktwerking.

De aanscherpingen die ik aan de orde wil stellen, zullen dan ook gericht zijn op het zo snel mogelijk tot stand komen van de goede marktwerking. Dat betekent dat het punt van de NMC-problematiek, de zogenaamde bakstenen, zo snel mogelijk moet worden opgelost. Ik roep de elektriciteitssector dan ook op om maximale zelfregulering toe te passen en niet te verzanden in de juridische gevechten waar het nu op lijkt en die zeer veel tijd, geld en energie zullen gaan kosten. De enigen die daarvan beter worden op dit moment, lijken de vele juristen te zijn in Nederland die daarmee bezig zijn.

Voorzitter! Dat doet mij eraan denken dat die bakstenen een ieder zeer zwaar op de maag liggen. De juristen die daarmee bezig zijn, trachten daar een oplossing voor te vinden. Het doet mij ook denken aan een uitspraak van een bekend Nederlands jurist – hij is nu overleden – die in onvervalst Nederlands zei: the stone falls where it falls. Dat wil zeggen: de steen ligt daar nu eenmaal en dat betekent dat hij dáár opgelost moet worden waar hij ligt. Het betekent ook dat met name de commissie van wijzen die de minister in mijn visie terecht heeft ingesteld, aan de orde zal moeten stellen dat de verantwoordelijkheid zodanig gedragen wordt, dat degenen die in het verleden verantwoordelijkheid zijn aangegaan, dit ook zullen moeten oplossen. Ik kom er straks nog nader op terug op welke wijze dat misschien efficiënt kan gebeuren.

Het blijkt ook dat er niet alleen juridische verplichtingen kunnen liggen: in mijn visie is het ook zo dat er morele verplichtingen liggen. Tenslotte was het een nutssector en je kunt je in deze tijd niet onttrekken aan het feit dat je moet zorgen, dat de morele verplichtingen inzake de bakstenen tot een oplossing gebracht worden, omdat het uiteindelijk, als dit niet gebeurt, ten koste gaat van de goede prijs voor de klant. Immers, ergens moet die prijs verhaald worden.

Dan, voorzitter, kom ik bij de toezichthouder. De toezichthouder is belangrijk, omdat in een situatie waarin de optimale liberalisering plaatsvindt, de taak en de deskundigheid van de toezichthouder met name een grote rol spelen. Het gezag van de toezichthouder valt of staat dan ook met de deskundigheid. Mijn vraag zal zijn: hoe wordt dit inhoud gegeven? Het is ook van belang dat de DTE snel ondergebracht wordt onder de NMA, want tenslotte zullen de tariefsverlagingen gerealiseerd moeten worden, doordat de DTE op bedrijfseconomische gronden toezicht zal houden en niet op juridische gronden en ook niet door, zoals de Opta in eerste instantie, op de tariefcap te gaan zitten. Rendementcap betekent vaak: geen prikkel tot vernieuwing.

Als ander punt, voorzitter, noem ik het level playing field. Het is van groot belang, op de hele Europese markt, dat het liberaliseringsproces plaatsvindt. Ik zou de minister willen vragen op twee fronten actie te ondernemen. Ten eerste dring ik erop aan bij de minister om wat betreft juridische knelpunten de concurrentiebeperkende maatregelen zo spoedig mogelijk bij de Europese Commissie onder de aandacht te brengen. Ik begreep dat het mogelijk is dat de Europese Commissie de inbreukprocedure tegen Frankrijk start, op basis van de uitspraken van het Franse parlement. Is dat al aan de gang? Wil zij daar op aandringen? Ten tweede wijs ik op de mogelijkheid dat de minister zelf maatregelen neemt om zo nodig de reciprociteit voortvarend te waarborgen.

De heerVan Dijke(RPF)

Mag ik u ten aanzien van die reciprociteit het volgende vragen. Vindt u, kijkende naar de Nederlandse markt en naar die van Duitsland, dat er reciprociteit heerst, daar waar het bijvoorbeeld het postzegeltarief betreft?

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

De toezichthouder en de minister kunnen op dit soort punten inderdaad zelf oordelen. Ik sprak over reciprociteit en dacht aan wat dit voor mijn gevoel ook is. Ik geef er de voorkeur aan dat in dezen eerst de Europese Commissie aan zet is. Als alle parlementen zich meteen terughoudend opstellen en zeggen: wij willen bescherming, betekent dat dat het liberaliseringsproces veel te lang gaat duren. Daarom wil ik dat de Europese Commissie op dit dossier haar verantwoordelijkheid neemt.

De heerVan Dijke(RPF)

Maar als we deze twee markten met elkaar vergelijken, vindt u dan dat er sprake is van reciprociteit. Het is ja of nee. Als u ja zegt, weten we uw standpunt. Als u nee zegt, is mijn vraag: welke consequenties verbindt u daaraan?

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Ik vind dat er wel reciprociteit is.

Voorzitter! Een aantal andere punten zal ik straks aan de orde stellen. Die betreffen met name de ontbinding van het protocol, de monopoliepositie, de definitie van de "vrije klanten", de tariefstructuur, de levering en de overgangsperiode, met name in verband met de vennootschapsbelasting, de duur- zame energie en de reservering van capaciteit.

Maar waar gaat het uiteindelijk om. Dat is om energie en licht en die doen mij denken aan een uitspraak van een schrijver. Hij zei: Het licht schijnt altijd, het enige wat wij moeten doen is ervoor oppassen dat er niets treedt tussen de elektriciteit en het licht.

De heerVan Dijke(RPF)

Dus, voorzitter, geen handel in iets wat niet met de directe levering van het licht te maken heeft.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Juist wel handel, dat heb ik geprobeerd aan te geven, maar daarbij moeten wel randvoorwaarden gelden. Hoe liberaler de markt, hoe beter de spelregels moeten zijn. Die spelregels moeten met name door de toezichthouder in de gaten gehouden worden. Hij is de arbiter. Op het moment dat je de spelregels vaststelt, zijn zij de randvoorwaarden aan de hand waarvan de goedkoopste prijs voor de klant gerealiseerd kan worden. Dat is het doel.

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Niemand heeft het product elektriciteit ooit gezien. Misschien wel gevoeld en daardoor weten wij in ieder geval dat het er is. Dit product is echter zeer belangrijk. Als het nu weg zou vallen, zou de vergadering abrupt moeten worden beëindigd. We zouden elkaar niet meer kunnen verstaan, we zouden elkaar niet goed meer kunnen zien en we zouden geen koffie meer krijgen, en koffie is ook heel belangrijk. Wat wil ik hiermee zeggen? Natuurlijk zijn wij het eens over de noodzaak van marktwerking, maar marktwerking voor een noodzakelijke levensbehoefte als elektriciteit moet je aan regels binden. Hierbij mag liberalisering en marktwerking geen doel op zichzelf worden, maar moet het juist een middel zijn.

Juist omdat dit product voor iedereen een noodzakelijke levensbehoefte is, moet de overheid niet een vinger in de pap, maar een hand in de pap houden om er zeker van te zijn dat aan een aantal belangrijke voorwaarden wordt voldaan. Allereerst is dat de voorwaarde dat de kleinverbruiker op dezelfde wijze als de grootverbruiker profiteert van de liberalisering. Dat is nu niet het geval, ondanks de woorden van de heer Crone en mevrouw Voûte. In de Elektriciteitswet van 1998 staat dat de minister de elektriciteitstarieven ook voor de kleinverbruikers zal baseren op de marktprijs van de elektriciteit en op de prijs van energiedragers als kolen, gas en op bijvoorbeeld de prijs van kernenergie. Dat is nu niet het geval. Nu is de vaststelling van de prijs overgelaten aan de minister. Die kan de prijs hanteren als beleidsdoelstelling. Dat is uitdrukkelijk een verslechtering ten opzichte van de Elektriciteitswet van vorig jaar.

De heerCrone(PvdA)

Voorzitter! Wie kaatst, zou ik zeggen. Ik reageer nu omdat ik mij niet iets wil laten afnemen. Als er hier een partij is die kan zeggen zich druk gemaakt te hebben voor de kleinverbruikers, dan is het toch wel de Partij van de Arbeid. Ik ben blij dat de heer Van den Akker zegt: het amendement van de heer Crone is niet verwerkt en dat moet alsnog gebeuren, maar dat was een misser. Het amendement is namelijk wel verwerkt, alleen acht regels verder dan werd aangegeven. Ik vind het goed dat gebeurt wat de heer Van den Akker nu voorstelt, namelijk dat mijn amendement op twee plaatsen wordt verwerkt. Dat kan, zonder bezwaar tegen de wet te maken. Dat is dus allemaal mooi, maar het was wel geregeld. Liever heb ik evenwel dat de heer Van den Akker een stapje verdergaat en mijn amendement steunt. Op die manier zal, zo nodig, de minister ieder kwartaal de bevoegdheid worden gegeven de prijs neerwaarts aan te passen als de vrije markt daartoe aanleiding geeft. Dan doen wij samen iets goeds, terwijl u nu het beeld schetst dat er niet is gelet op de kleinverbruikers en dat een amendement niet is opgenomen in de wet. Dat zou een doodzonde zijn geweest van de minister. Het is een echte doodzonde als je een amendement niet in de wetstekst opneemt. Dan zou de Eerste Kamer hebben zitten slapen, wat natuurlijk niet kan. Ik zou ook hebben zitten slapen, wat wel voorkomt.

De heerVan den Akker(CDA)

Wij komen er bij de behandeling van artikel 41 op terug. Vorig jaar is uw amendement ook door ons gesteund en in de Elektriciteitswet opgenomen. Wij waren het daar van harte mee eens, want daarin werd gesteld dat de prijs voor de kleinverbruikers was gebaseerd op de elektriciteitsmarktprijs, punt. Daar kon de minister niet omheen. Nu heeft de minister beleidsruimte om die korting vast te stellen. Het is dus geen gegeven meer in de wet, maar het wordt overgelaten aan het beleid van de minister.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

U zegt dat het wordt overgelaten aan de minister. De minister heeft in de beantwoording ook zwart op wit gesteld dat zij de prijs voor de kleinverbruikers zo laag mogelijk zal vaststellen in de richting van de marktprijs.

De heerVan den Akker(CDA)

Maar dat was niet het uitgangspunt.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Op korte termijn zal ook de prijs voor de kleinverbruiker lager zijn dan indien er niet was geliberaliseerd. Op langere termijn zal die prijs altijd lager zijn. U roept spookbeelden op over de korte termijn die niet eens waar zijn. Als de problemen voortvarend worden aangepakt en opgelost, dan zal dat op langere termijn altijd tot een goede prijs leiden. Daarom is het zo nodig dat dit nu goed wordt uitgevoerd.

De heerVan den Akker(CDA)

Precies. U zult dan ook heel weinig problemen hebben met mijn amendement: leg in de wet vast – dan komen wij terug bij de Elektriciteitswet van vorig jaar – dat de prijs voor de kleinverbruikers ook is gebaseerd op de marktprijs, punt. Dan laat je het niet aan de minister over, want dan moet je maar afwachten wat eruit komt. De wet schrijft het dan voor. Dat wilden wij toch?

U vraagt zich af waarom ik zo zit te zeuren, want de prijs wordt toch sowieso al lager door de liberalisering. Wij zijn ook voor liberalisering, maar de prijs wordt minder minder, zo zegt de minister in haar antwoord. Daarmee zet je heel veel kleinverbruikers, met name het midden- en kleinbedrijf, op het verkeerde been. Zij hebben misschien nog nooit gehoord van bakstenen en dergelijke in het buitenland, dus worden zij geconfronteerd met een hogere prijs, ook al is die lager dan vandaag, dan hun concurrenten in het buitenland. Dan zet je het Nederlandse bedrijfsleven dus op het verkeerde been.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Neen, dat klopt niet. Ten eerste hebben ook andere landen bakstenen aangemeld in Brussel. Ten tweede is uw amendement niet alleen eerder ingediend door de heer Crone, maar ook overbodig, omdat de minister al een toezegging heeft gedaan.

De heerVan den Akker(CDA)

Dat is niet voldoende. Ik wil dat in de wet staat dat de prijs voor kleinverbruikers wordt bepaald door de internationale elektriciteitsmarktprijs, zodat ook een volgende minister er niet omheen kan. Dat wilden wij ook.

Mevrouw Voûte zegt dat het buitenland ook bakstenen heeft. De concurrenten van het Nederlandse bedrijfsleven zitten over de hele wereld. Ik heb nog nooit gehoord dat zij in Zuidoost-Azië, in Amerika of in Zuid-Amerika bakstenen hebben. Wees voorzichtig dat je het Nederlandse bedrijfsleven niet op het verkeerde been zet.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Wij liberaliseren in Europa. De Europese landen en bedrijven hebben dezelfde problematiek. Wij zullen dat level playing field moeten creëren, zodat ons bedrijfsleven de beste kansen heeft in Europa en daarbuiten.

De heerVan den Akker(CDA)

Daar ben ik het helemaal mee eens: een level playing field in de wereld voor het Nederlandse bedrijfsleven en niet alleen in Europa. Dat betekent dat zij prijzen opgedrongen krijgen die gelijk zijn voor iedereen.

Er dreigt een grote overcapaciteit te ontstaan in de elektriciteitsproductiesector, aangezien heel veel afnemers nu al elektriciteit inkopen in het buitenland. Die overcapaciteit zal door iemand betaald moeten worden. Het is onze angst dat de kleinverbruikers daarvan de dupe worden. Vandaar dat wij ook zo hechten aan het door ons ingediende amendement. Wij willen er namelijk zeker van zijn dat de kleinverbruikers op dezelfde wijze zullen profiteren van de marktwerking als de grootverbruikers.

Nog een paar opmerkingen. Ook vorig jaar zijn wij nogal snel over die Elektriciteitswet heengelopen. Die wet is met een enorme snelheid door de Kamer gegaan, evenals nu het geval is. Als ik terugkijk vanaf vorig jaar, dan constateer ik het volgende. In de Elektriciteitswet werd ervan uitgegaan dat er een grootschalig productiebedrijf zou komen, maar dat is er niet gekomen. Bakstenen zouden worden vergoed op basis van een grootschalig productiebedrijf. Ondanks het feit dat het grootschalig productiebedrijf niet tot stand is gekomen, worden bakstenen wel vergoed. Erger nog, bakstenen worden niet voor 2 mld. – daar gingen wij vorig jaar van uit – maar voor 8 mld. vergoed. Vorig jaar hadden wij geen aandeel in het net; nu hebben wij wel een aandeel van 50% plus 1 aandeel in het net. Nu wij in driekwart jaar al zoveel veranderingen over ons heen krijgen, vraag ik mij af of er voldoende over deze wet is nagedacht.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Als de heer Van den Akker bedragen noemt, moet hij die ook in de context noemen, want het bedrag voor de baksteen, hangt geheel af van de prijs van elektriciteit; dat is de systematiek. Die 8 mld. is, vanwege een dergelijke globale indicatie, een uit de lucht gegrepen bedrag.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik heb dat bedrag van de minister, dus zo uit de lucht gegrepen is het niet.

De heerCrone(PvdA)

Dit wordt toch een beetje flauw. De minister heeft zeer veel getallen uit de lucht gegrepen; bij een wisselend prijsniveau is er sprake van een ander niveau van bakstenen. Als de prijs in de marktsector lager is, zijn er dus meer niet-maatschappelijke kosten, want in dat geval zijn de investeringen uit het verleden onrendabeler. Dat is een heel normaal beginsel. Dat moet u aanspreken. Een klein deel van die prijsdaling – altijd minder dan de helft – wordt afgeroomd om die oude kosten goed te maken.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik weet hoe de systematiek werkt, maar dat wat u nu zegt, wisten wij vorig jaar ook al. Die leveringscontracten bestonden toen ook al jaren. Waarom is vorig jaar bij de behandeling van het wetsvoorstel dan niet gesproken over de vraag wat er met de leveringscontracten gebeurt bij een daling van de prijs?

De heerCrone(PvdA)

Dat hebben wij toen gedaan. Wij hebben toen expliciet gezegd: de sector moet het eerst zelf oplossen en als het niet kan, komen wij er over heen. Het is niet onze sector, want wij hebben daar geen staatsaandeel in. Het zijn aandelen van provincies en gemeenten. Wij vonden dat de markt, inclusief de lagere overheden, het eerst zelf moest oplossen. Als dat niet zou lukken, dan laten wij de sector niet uit onze handen kapotvallen door het niet te regelen. Daarom komen wij er nu overheen. Ik ben overigens blij met de indiening van uw amendement om het nog harder te regelen. Ik snap derhalve niet waartegen u zich teweerstelt.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de heer Van den Akker hier kort op reageert. Wij hebben hierover al eerder een uitgebreid algemeen overleg gehouden.

De heerVan den Akker(CDA)

Het is nog geen driekwart jaar geleden dat wij dat wetsvoorstel hebben aangenomen. Na zo'n korte tijd vinden er al zoveel veranderingen plaats. Dat komt door het GPB dat er niet kwam. Dat heeft te maken met de bakstenenproblematiek. Voorts heeft dat te maken met het feit dat wij eerst wel, daarna geen en ten slotte weer wel een aandeel in het net hebben. Wij zijn in staat om ons in onze broek om te draaien zonder die uit te trekken, en dat in een jaar tijd.

De heerCrone(PvdA)

U houdt uzelf een spiegel voor. Ik begrijp uw inbreng tot nu toe beter.

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Juist vanwege het feit dat het zo'n belangrijk en noodzakelijke levensbehoefte betreft, zijn wij van mening dat de overheid niet een aandeel van 50% plus 1 in het net moet hebben maar een 100% aandeel, dus geen vinger maar een hand in de pap. Dit is van belang om als overheid je leveringsbetrouw- baarheid zeker te stellen en je nutsfunctie waar te maken. Ik vraag mij af hoeveel het ons gaat kosten als wij dat 100% aandeel niet hebben.

Voorzitter! Dan de bakstenenproblematiek. Ik heb keer op keer uitgesproken dat wij die bakstenen niet als een opslag in de tarieven zouden moeten berekenen, maar dat wij de elektriciteitsproductiebedrijven moeten verkopen met de bakstenen erin. Als je nu ziet dat een Amerikaans bedrijf vorige week UNA heeft gekocht voor zo'n 5 mld., dan vraag ik mij af of dat Amerikaanse bedrijf UNA ook zou hebben gekocht met de baksteen erin. UNA was dan misschien tegen een lagere prijs verkocht, maar dan leg je tenminste niet de last bij de kleinverbruikers of bij het Nederlandse bedrijfsleven en ook niet bij de particulier die nu voor de kosten moet opdraaien, terwijl de sector zelf die kosten heeft veroorzaakt. Dus zeggen wij: verkoop de bedrijven dan maar met de bakste- nen erin.

Ons is ter ore gekomen dat de Europese Commissie een voorlopige beslissing heeft genomen over de bakstenen die in Brussel zijn aangemeld. Zij heeft besloten dat de bakstenen niet worden toegekend. Is dat de minister ook ter ore gekomen? Het zou mij helemaal niets verbazen, want tot nog toe is niet heronderhandeld over die bakstenen en daar hadden wij toch op aangedrongen. Mevrouw Voûte heeft in het algemeen overleg van 2 december aan de minister gevraagd om over die contracten te heronderhandelen. Het lijkt mij logisch dat de commissaris in Brussel wanneer de minister het verzoek doet om de bakstenen te mogen doorberekenen aan de eindgebruiker, vraagt of zij een poging heeft gewaagd over het contract te heronderhandelen met de leverancier om tot een lagere baksteen te komen. Als zij daar dan ontkennend op moet antwoorden, dan wordt het een lastig verhaal. Wij hebben indertijd aanbevolen om op dit punt advies te vragen bij het Europese Hof. De minister vond dat toen niet nodig. Dat is jammer, want het zou ons misschien wat ellende kunnen besparen.

Voorzitter! Tot slot nog een enkele opmerking over de warmtekracht. Zoals het er nu naar uitziet, wordt de warmtekracht op een nette manier de nek omgedraaid. Dat willen wij niet, zeker niet gezien onze verplichtingen op basis van de in Kyoto gemaakte afspraken om de CO2-uitstoot terug te brengen. Vorige week heeft de vaste commissie van Economische Zaken brieven ontvangen waaruit blijkt dat het voor een bedrijf als Bavaria, een bedrijf dat 10 MW opgesteld heeft staan, einde verhaal is wat de warmtekracht betreft, als de wet zoals zij er ligt wordt aangenomen. Dus ik denk dat wij de voorstellen die van de verschillende fracties komen om dat warmtekrachtverhaal nieuw leven in te blazen en goede kansen te geven in onze elektriciteitsvoorziening, van harte moeten ondersteunen.

De heerVan Walsem(D66)

Voorzitter! Terecht is gesteld dat er enige haast gemaakt moet worden willen wij de nieuwe Elektriciteitswet per 1 januari 2000 invoeren. De markt heeft begrijpelijkerwijs behoefte aan duidelijkheid. Ik ben dan ook bereid om mijn bijdrage te leveren aan het bespoedigen van een en ander.

Het is natuurlijk wel een buitengewoon ingewikkelde wet, waarbij het gaat om stimulering van meer marktwerking met als doel het bewerkstelligen van een lagere prijs en het scheppen van voorwaarden voor een grotere bijdrage van duurzame energie: decentrale opwekking. De vraag rijst of wij bij de nieuwe structurering van onze elektriciteitssector voldoende inspelen op de trend om steeds meer decentrale energie op te wekken. Wij hebben, om een voorbeeld te noemen, het cascadestelsel in dit wetsvoorstel omarmd. Daar zitten natuurlijk niet direct prikkels in om transportkosten te beperken. Ik wil mij best laten overtuigen dat het cascadestelsel om allerlei andere redenen het beste is, maar ik zou dan wel graag zien dat de kosten bespaard door decentraal opgewekte energie rechtstreeks ten goede komen aan de lokale producent. De ontwikkeling die door deze liberalisering in de komende jaren ontstaat, zal een lagere prijs voor energie te zien geven. Daardoor zal een groter verschil ontstaan tussen de marktprijs elektriciteit en die van duurzame energie. Dat gat zal moeten worden opgevuld, anders spannen wij bij de doelstellingen die wij hebben voor de duurzame energie het paard achter de wagen. De kan-bepaling die in de Elektriciteitswet 1998 is opgenomen met betrekking tot het inschakelen van een systeem van groencertificaten, zal denk ik in werking gesteld dienen te worden. De groenlabels zijn ook in het buitenland verkrijgbaar en zijn daar vaak goedkoper. De minister zal dus beperkende maatregelen moeten nemen om te zorgen dat de Nederlandse groenlabels voldoende aan bod komen.

Ook bij de fiscale behandeling van de groencertificaten is er een belemmering vanwege de fysieke koppeling tussen groenlabel en duurzame productie. Als er geen koppeling is, wordt geen belastingteruggave gedaan. Ik ben ervoor deze koppeling te schrappen.

Voorzitter! Door verschillende fracties, waaronder ook mijn fractie, zijn opmerkingen gemaakt over het feit dat je bij de verkoop van minimaal een aandeel de vrijstelling van de VPB voor de komende jaren kwijt was. De minister vond dat ook een onbedoeld effect. Blijkbaar is er nog steeds geen overeenstemming tussen Financiën en Economische Zaken, maar ook hier dringt de tijd.

Ik vind de niet-marktconforme kosten bij de bakstenen nog steeds een groot probleem. Ik heb bij een eerder algemeen overleg al gezegd dat de aandeelhouders en de directies van de elektriciteitsproductiebedrijven in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de bakstenen. De stadsverwarmingsprojecten en Demkolec zijn sterk door de overheid gestimuleerd, zodat daar een grotere verantwoordelijkheid bij de overheid ligt dan voor de importcontracten en de Noorse kabel. Een nieuw feit is dat een Amerikaans bedrijf een fors bedrag voor een van onze energieproducenten betaalt. Misschien kan de minister naar aanleiding hiervan haar inzichten bijstellen. Ik pleit ervoor dat de bakstenen bij de importcontracten en de kabel door de productiebedrijven opgebracht worden. De productiebedrijven met de aandeelhouders – gemeentes en provincies – hebben jarenlang de bedrijven zodanig leeggeplukt dat ze nauwelijks meer vet op de botten hebben. De solvabiliteit is erg laag. Dat is ook de verantwoordelijkheid van de aandeelhouders. Laten zij dat dan maar verrekenen met de overnameprijs van hun bedrijf. Ik vind niet dat die kosten verder afgewenteld moeten worden op de burgers en de bedrijven. De burger kan hiervan profiteren, terwijl de bedrijven een betere concurrentiepositie behouden of verkrijgen.

MevrouwVos(GroenLinks)

Voorzitter! Mijn fractie heeft, zoals bekend, grote problemen met de liberalisering in de Elektriciteitswet. Wij vinden dat tot op heden een aantal zeer belangrijke doelen, zoals duurzaamheid, energiebesparing maar ook de bescherming van de kleinere gebruikers, onvoldoende geregeld zijn in deze wet. Ik zal daar vandaag op terugkomen.

Wij voelen ons door de feitelijke ontwikkelingen tot nu toe gesterkt in deze opvatting. De investeringen in warmtekracht, decentrale opwekking en duurzame energie lijken fors terug te lopen op dit moment. Bedrijven moeten zich richten op het zo goed mogelijk kunnen concurreren waardoor er geen marktconforme investeringen worden gedaan. Er is dus wel degelijk een probleem. Door prijsdaling kan duurzame energie uit de markt worden geprijsd en is er minder prikkel tot energiebesparing. Zij kan zelfs leiden tot lagere terugleververgoedingen. Er is dus een groot probleem. Wij zijn er nog steeds niet van overtuigd dat de import van energie door de grootverbruikers niet wordt afgewenteld op de gebonden klanten, de kleinverbruikers. Immers, grote bedrijven kunnen gemakkelijk zo goedkoop mogelijk shoppen in Europa, maar de kleinverbruikers zullen voorlopig moeten afnemen bij bedrijven in eigen land, die uiteindelijk uit moeten komen. Ook het ontbreken van milieuvoor- waarden ten aanzien van de import, bijvoorbeeld van kernenergie of bruinkoolenergie, is een groot probleem. Zolang er geen randvoorwaarden worden gesteld, heeft mijn fractie grote problemen met import daarvan.

De heerCrone(PvdA)

U hebt een litanie van bezwaren, maar aan de import van kernstroom konden wij nauwelijks of niets doen. Nu kan dat wel. De warmtekrachtkoppeling is al in 1994 beëindigd, zelfs via een moratorium, omdat de nutssector een en ander niet kon absorberen. Nu zal dat op een andere manier gebeuren en kan er in de markt een andere afweging worden gemaakt. Richt u zich alleen op de negatieve aspecten of wilt u ook de positieve aspecten bevorderen?

MevrouwVos(GroenLinks)

Uiter- aard wil ik de positieve aspecten bevorderen, maar ik heb er moeite mee dat de minister in de nota naar aanleiding van het verslag de problemen bagatelliseert. Ik wijs op de WKK-ontwikkeling. Mijn fractie is altijd fel tegenstander geweest van het moratorium. Men moet zich nu op de markt begeven. Het resultaat zal zijn dat de WKK weer in het verdomhoekje komt te zitten. Daar moet iets aan gebeuren. Ik hoop dat er op dit punt amendementen worden aangenomen. Ik vind het een groot probleem dat de hele wetssystematiek daarop onvoldoende is toegerekend.

De minister stelt in de nota naar aanleiding van het verslag dat zolang de variabele kosten laag zijn, kernenergie ingekocht zal worden. Uiteindelijk verwacht zij dat kernenergie het niet zal redden op de markt. Misschien is dat zo, maar wellicht ook niet. Het probleem met kernenergie is dat alleen naar de variabele kosten wordt gekeken en de kosten van de bouw en uiteindelijk van de afbouw van kerncentrales daar vaak niet bij zijn betrokken. Voorlopig kan kernstroom redelijk goedkoop worden ingekocht, zeker uit een land zoals Frankrijk. Als daaraan geen nadere voorwaarden worden gesteld, kan de komende jaren de overcapaciteit van kernstroom gemakkelijk de Nederlandse markt bereiken. Ik ben van mening dat de minister dat probleem onderschat. Zij moet daar iets aan doen.

De heerCrone(PvdA)

U gaat niet in op de reciprociteit. Als men in Frankrijk stroom onder de prijs aanbiedt, kan dat op basis van een economisch argument worden tegengegaan. In het verleden kon vanwege de monopoliepositie van de nutssector in kernenergie worden geïnvesteerd omdat de ingenieurs altijd wisten dat de overheid de kosten dekte. Dat legde een druk op kernenergie, bruinkool en wat dies meer zij. Nu kunnen wij ons mobiliseren. Naast de reciprociteit, kan de markt bepalen dat een en ander niet meer gewenst is.

MevrouwVos(GroenLinks)

U heeft zelf gewezen op de zorgelijke situatie ten aanzien van Frankrijk. U wilt zelfs de import stopzetten. Blijkbaar deelt u mijn kritiek.

De heerCrone(PvdA)

Dat kan op basis van de wet nu eindelijk! U gaat niet op mijn kernpunt in. In de oude situatie kon dat niet. Nu kan iedere individuele burger de minister oproepen om op basis van reciprociteit die stroom niet toe te staan.

MevrouwVos(GroenLinks)

Dat kon wel. Uiteindelijk stelden wij het Elektriciteitsplan vast. Wij hadden de import van kernstroom kunnen stopzetten. Mijn fractie heeft dat altijd bepleit. De minister heeft het alleen over de variabele kosten, die bij kernenergie laag zijn omdat naar mijn mening niet alle kosten worden doorberekend. Dat is wel degelijk een probleem.

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Ik zat afgelopen zaterdag met iemand uit de elektriciteitssector bij Radio Rijnmond en aan hem werd de volgende vraag gesteld door de reporter. Bulgarije biedt elektriciteit aan op basis van kernenergie, met een beetje Tsjernobylachtige centrales. Dat is lekker goedkoop. Kan de elektriciteitssector dat weigeren? Nee, dat kan hij niet weigeren. Daarom zeggen wij dat de overheid een vinger in de pap moet houden bij het beheer van het net, zodat zij dat voor 100% in handen heeft, want dan draaien wij aan de knoppen.

De voorzitter:

Dit was niet een interruptie van mevrouw Vos.

MevrouwVos(GroenLinks)

De minister is redelijk optimistisch en verwacht dat zaken als bruinkool en kernenergie zich uit de markt zullen prijzen. Ik ben daar minder optimistisch over en vind juist dat je instrumenten moet ontwikkelen om dat doel te realiseren. Ik vind dat de minister een afwachtende houding toont op het gebied van duurzame energie en energiebesparing. Ik vind dat niet acceptabel, want ik vind dat alle seinen op rood staan. Wie zijn oor in de sector te luisteren legt, hoort dat. De minister zegt dat er aan het eind van het jaar een energierapport komt en dat wij dan verdergaan, maar er moeten vandaag een aantal dingen worden geregeld om te zorgen dat het aandeel duurzame energie en de investeringen in energiebesparing worden gerealiseerd.

De heerCrone(PvdA)

Is mevrouw Vos het met mij eens dat de heer Van den Akker ongelijk heeft, omdat Bulgarije geen lid is van de Europese Unie, niet onder deze richtlijn valt en dus ook niet onder deze vorm van marktwerking? Als wij stroom importeren uit Bulgarije, heeft dat niets met deze wet en de Europese richtlijn te maken.

De voorzitter:

Er wordt nu een U-bochtconstructie tussen de heer Van den Akker en de heer Crone opgezet, maar ik stel voor dat mevrouw Vos verdergaat.

MevrouwVos(GroenLinks)

Voorzitter! Ik pleit vandaag dus voor een verplicht aandeel duurzame energie. Mijn fractie heeft dat al eerder gedaan en heeft hiertoe zelfs een amendement ingediend, toen de wet in de Kamer aan de orde was. Als de Partij van de Arbeid ons toen had gesteund, hadden wij dat toen al goed kunnen regelen en hadden wij dit vandaag niet hoeven bij te stellen. Wij vinden dat een verplicht aandeel duurzame energie moet worden vastgelegd. Wij zullen de minister vragen om daartoe stappen te zetten. Mijn fractie overweegt om met een initiatiefwetswijziging op dat punt te komen, als de minister niet bereid is om dat op een goede manier en snel te regelen. Ik denk dat er helderheid moet komen.

Een tweede belangrijk zorgpunt is alles wat met energiebesparing en met decentrale opwekking te maken heeft. Wij zien dat dit te veel uit de markt gaat. Wij vinden het ongewenst dat de tariefstructuur en het gehanteerde transporttarief onvoordelig uitpakken voor de decentrale energieopwekking. Wij vinden dat de wet ook op dit punt moet worden gewijzigd.

Overigens hebben wij eerder gesproken over de mogelijkheid om door middel van een abonnement een heffing op het net in te voeren, die ten goede komt aan duurzame energie en energiebesparing. Er zit een soort kan-bepaling in de wet die dit mogelijk maakt.

Het zint ons niet dat een heffing op het net wel wordt ingezet om de bakstenenproblematiek op te lossen, maar dat er geen sprake is van een heffing om energiebesparing te stimuleren. De minister zegt wel dat hij de REB wil verhogen, maar het probleem dat de grootgebruikers ook hier buitenspel worden gehouden, blijft bestaan. Wij denken dat die heffing noodzakelijk is, gezien de ernst van de problematiek. Wij halen de doelen op het terrein van energiebesparing, duurzame energie en CO2-vermindering niet. Wij moeten wakker worden, stappen zetten en zorgen dat wij niet in 2005 of 2010 moeten zeggen: jammer, maar wij hebben onze doelen weer niet gehaald.

Ik wil kort spreken over de bakste- nenproblematiek. Wij hebben er heel veel moeite mee dat de gemeenschap nu wel heel druk bezig is om allerlei risico's die de sector loopt, af te kopen. Wij zijn overvallen door de hoogte van de bakstenenportefeuille. Wij vragen ons af wat er straks gaat gebeuren. Zijn wij niet bezig om allerlei risico's af te dekken van bedrijven die later worden overgenomen door weet ik wat voor buitenlandse bedrijven? Heeft de gemeenschap dat risico dan niet even mooi voor die bedrijven afgekocht?

De voorzitter:

U bent nu aan uw vijf minuten.

MevrouwVos(GroenLinks)

Een punt van zorg is voor ons de positie van de beschermde afnemers en de reciprociteit. Het effect voor de werkgelegenheid lijkt tamelijk desastreus te kunnen worden. Wij hebben daarover onlangs schriftelijke vragen gesteld. Wij hopen dat de minister vandaag wil ingaan op de voorspelling dat op de Europese markt zo'n 250.000 banen verloren zouden kunnen gaan.

De heerVan Dijke(RPF)

Voorzitter! Wij hebben voor de Elektriciteitswet gestemd, omdat minister Wijers zich uitputte ons tegemoet te komen inzake de voorziening, zekerheid, milieu, lage prijzen, inzet van brandstof etc. Wij zullen bij de behandeling van dit voorstel juist die punten kritisch volgen.

Ik zal staccato een aantal punten aanstippen. Het tarieftoezicht duurt tot 2007. Is er geen reden aan een verlengingsbepaling te denken? Een belangrijk ander punt is de vraag hoe wij een redelijk aandeel bereiken in duurzame energie. De voorziening is een terugleveringsrecht van duurzame opwekkers. Dat is een kan-bepaling. Waarom hebben wij niet de moed daarvan een zal-bepaling te maken? Kan de minister dat uitleggen? Dat geldt ook voor de groene certificaten.

Een relevante vraag in dit verband is waar duurzame energie vandaan komt. Nu is Noorwegen een optie. Het is echter niet denkbeeldig dat het gevolg zal zijn dat projecten in Nederland om zeep worden geholpen. Bij een tariefsverlaging als gevolg van de wet worden, afhankelijk van de omvang van de tariefsverlaging, meer of minder Nederlandse projecten toch onrendabel? Is de minister er zeker van dat de preferentiële positie van de Noorse kabel, op het moment dat tot een capaciteitsrantsoenering moet worden besloten, in het licht van de Europese context kan worden gehandhaafd?

Voorzitter! Er bestaat geen directe mogelijkheid om te sturen bij de inzet van brandstof, met andere woorden: te schuiven in de aandelen kolen, gas of anderszins met uitzondering van het aandeel duurzame energie. Vroeger vonden wij dat om strategische redenen belangrijk. Nu kan het om milieutechnische redenen belangrijk zijn. Bruinkool is bijvoorbeeld meer vervuilend. De effecten van investeringen in vergassingsinstallaties verliezen aanmerkelijk aan betekenis als goedkope rommel als brandstof wordt ingekocht met als oogmerk, de productiekosten zoveel mogelijk te drukken. Ik heb daarbij de situatie van Borssele voor ogen. Mij bereiken namelijk berichten dat daar nu brandstof wordt ingekocht die het milieurendement aanzienlijk drukt, maar wel goedkoper is in aanschaf. Wil de minister daarop eens reageren? Moeten wij daarvoor geen voorziening treffen?

Voorzitter! Wat is duurzame energie eigenlijk? In Europese verband bestaat allerminst overeenstemming over de vraag wat wij daaronder moeten verstaan. Misschien kan de minister ons een overzicht doen toekomen hoe wij daar tegenover moeten staan en wat op dat punt specifiek haar ambitieniveau is.

Nederland is een importmarkt. Langlopende contracten worden geleidelijk korter. Is het denkbaar dat in een steeds vrijere markt allerlei centrales worden gesloten en Nederland geheel en al gaat teren op met name Franse kernenergie? Wil de minister reageren op de vergelijking met Duitsland, postzegeltarief of geen postzegeltarief en het feit dat Nederlandse bedrijven in Duitsland inkopen, hoewel de prijzen daar hoger zijn? Ons bereiken daarover berichten.

Omdat export er voorlopig niet in zit en Nederlandse bedrijven op dat punt weinig kansen lijken te hebben, baart de positie van Nederlandse bedrijven in het algemeen steeds meer zorgen. Buitenlandse overnames dienen zich aan, zoals UNA door Reliant. Is dit het begin van het einde van de Nederlandse energiesector?

De voorzitter:

U hebt nu drie minuten van uw spreektijd gebruikt.

De heerVan Dijke(RPF)

Dat is toch ongelooflijk, voorzitter, bij een wetgevingsoverleg!

De voorzitter:

Nee, dit is niet ongelooflijk. Drie minuten zijn drie minuten.

De heerVan Dijke(RPF)

Dat begrijp ik, maar dat zal betekenen dat wij plenair uitgebreider op dit wetsvoorstel zullen ingaan.

Frankrijk heeft te maken met een geweldige overcapaciteit. Hoe moeten wij voorkomen dat in Nederland dingen gebeuren die wij niet willen?

Ik heb nog een punt met betrekking tot het toezicht. Ik zal daarop uiteraard terugkomen bij de artikelsgewijze behandeling. Ik wil ingaan op de positie van de DTE. Er wordt gesteld dat adviseurs verplicht moeten worden geraadpleegd. Waarom moet de DTE adviseurs raadplegen als wij geen idee hebben welke adviseurs dat zijn? Mijn voorstel is om dit te schrappen. Een directeur mag iedereen raadplegen die hij wil. Daarvoor hoeft er geen voorziening in de wet opgenomen te worden.

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Ik zal mijn betoog buitengewoon kort houden. Ik wil mijn toch al zo schaarse spreektijd niet te veel in de waagschaal zetten door algemene beschouwingen te houden. Ik wil dat graag plenair doen. Dan geldt terecht geen spreektijdbeperking. Ik heb daar dan meer mogelijkheden voor.

Ik merk op dat mijn fractie kritisch tegen dit wetsvoorstel aankijkt. De consequenties van verdergaande liberalisering en marktwerking voor publieke nutsvoorzieningen zijn onvoldoende doordacht. Die consequenties kunnen ongewenst zijn. Die zijn bovendien onvoldoende in kaart gebracht. Dat is onze algemene opvatting. Daarbij merk ik op dat onze fractie een bredere visie mist over de gevolgen van marktwerking, met name bij nutsvoorzieningen. Voor de gassector ligt er nog geen wetsvoorstel. Daar staan heel andere structuren op stapel. Ik noem ook de watersector. Een samenhangende visie op de marktwerking in de nutsvoorzie- ningen ontbreekt. Dat is zeer nadelig.

Wij hebben grote vrees voor de Nederlandse energiesector als zodanig. De ontwikkelingen gaan razendsnel. Dreigt er geen uitverkoop van de hele Nederlandse energiesector? De gang van zaken rond UNA is wat dat betreft een teken aan de wand. Ook de sociale effecten blijven sterk onderbelicht. In het algemeen zijn in de discussie ook de consequenties van het wetsvoorstel voor duurzame energiebesparing en wat dies meer zij onderbelicht. Ik kom daar graag separaat op terug.

Ons zijn net de resultaten van het Erasmusproject onder ogen gekomen over de tariefstructuur. Daarin wordt duidelijk gesignaleerd dat het cascadestelsel diverse nadelen heeft. Het niveaustelsel is wellicht beter. Ik wil daar graag afzonderlijk op ingaan. Inzake de bakstenen vindt mijn fractie dat dit probleem niet eenzijdig op de kleinverbruikers mag worden afgewenteld. Ook daar kom ik separaat op terug.

Ik wil graag nog iets zeggen over de DTE en de reciprociteit. Ik sluit af met de opmerking dat ik ook nu al weer geluiden hoor dat het allemaal snel moet. Ik wil hier zeggen dat zorgvuldigheid een groot goed is. Er liggen nu al bijna dertig amendementen voor. Het is een belangrijke en juridisch ingewikkelde kwestie met zeer belangrijke implicaties. Mijn fractie zou er groot bezwaar tegen hebben als wij onder een zekere "haastdruk" een dergelijk wetgevingsproject snel door de Kamer zouden laten gaan.

De voorzitter:

Tot zover de algemene opmerkingen vanuit de Kamer. Het woord is aan de minister.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Er is een groot aantal opmerkingen gemaakt waar ik straks bij de artikelsgewijze behandeling op terug zal komen. Er zijn nogal wat opmerkingen gemaakt over de NMC-kosten, de 50% plus 1 in het net, de consequenties van WKK en de bescherming van de kleinverbruiker. In algemene zin wil ik opmerken dat wat de heer Van den Akker hierover, ook in de publiciteit, heeft gezegd, niet conform de opvattingen van deze minister is. In het wetsvoorstel is wel degelijk gepoogd om juist ook de kleinverbruiker voldoende te beschermen. Ik vind dat dit wetgevingsoverleg ervoor is om, waar mogelijk, verbeteringen aan te brengen. Ik heb interessante amendementen gezien. Ik wil daar straks graag op terugkomen.

In algemene zin wil ik een opmerking maken over marktwerking. Een aantal woordvoerders heeft daar tamelijk principiële opmerkingen over gemaakt. Ik wil vooropstellen dat het kabinet van mening is dat marktwerking niet kan zonder regelgeving. Dat daar in dit geval ook geen sprake van is, mag blijken uit het feit dat het huidige wetsvoorstel inmiddels honderd artikelen kent. Dan kan men dus niet spreken over ongebreidelde marktwerking. Het gaat dan om marktwerking binnen grenzen. Dat hoort ook bij een product waarvan de heer Van den Akker terecht heeft gezegd dat uitval redelijk rampzalige gevolgen heeft. Als het niet op een goede manier wordt geregeld, kan het ook voor bepaalde partijen financieel redelijk rampzalige gevolgen hebben. Als vervolgens ook de omgang niet goed geregeld wordt, kan dit voor het milieu rampzalige gevolgen hebben. Dat alles willen wij niet. Wij willen juist een keurige, geordende markt, zodanig dat daarvan iets terug te vinden is in de prijs-kwaliteitverhouding. Het moet niet de over- heid zijn die alle ellende betaalt omdat er niet kostenefficiënt genoeg wordt gewerkt. Als er banen verloren gaan in deze sector, dan betekent het per saldo dat anderen daar beter van worden, die dan weer banen kunnen creëren. Zo hebben we dat vaker gezien bij overheidsbedrijven. Als er kosten worden bespaard bij een nutsbedrijf, dan betekent het dat het voordeel elders in het bedrijfsleven neerslaat en dat kan dan weer economische groei meebrengen.

De heerVan Dijke(RPF)

Verwacht de minister dat het aantal banen dat in de gevarenzone komt als gevolg van sluiting van centrales in Nederland kan worden opgevangen als gevolg van de lagere energieprijs?

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorlopig zie ik het nog niet gebeuren dat grote centrales sluiten op basis van het wetsvoorstel dat er nu ligt. Het gaat er uiteindelijk om hoe de dynamiek zich vertaalt in de prijzen voor de consument. Met consument bedoel ik niet alleen de kleinverbruikers, maar ook de grootverbruikers. Op het moment dat daar voordelen te behalen zijn, betekent het per saldo dat een hogere economische groei mogelijk is. Zo werkt het nu eenmaal. Daar heb ik alleen maar goede verwachtingen van. Dat is de reden waarom men er in sommige landen voor pleit om alles bij de staat te houden, maar dan zeg ik dat je meer bezig bent met sociale werkverschaffing dan met het efficiënt organiseren van je belastinggeld. Ik wijs erop dat wij gaan over het geld dat mensen moeten opbrengen en ik vind dat wij de plicht hebben om dat op een zo zuinig mogelijke manier te doen.

MevrouwVos(GroenLinks)

Voorzitter!...

De voorzitter:

Ik stel omwille van de tijd voor dat de minister een korte algemene reactie geeft naar aanleiding van alles wat gezegd is. Ik wil geen al te uitgebreide discussie over dit algemene deel, want dan komen we niet meer aan de wets- artikelen toe. Wilt u het dus heel kort houden?

MevrouwVos(GroenLinks)

De minister zegt dat de banen die in de sector verloren gaan, elders terugkomen. Kan zij aangeven waar die banen terugkomen in Nederland of in Europa?

MinisterJorritsma-Lebbink

Die komen terug bij alle bedrijven die elektriciteit afnemen, bij eenieder bij wie het kostenvoordeel neerslaat. In de afgelopen achttien jaar was het beleid in Nederland erop gericht om de collectieve lasten te beheersen of te verlagen. Mevrouw Vos weet welke gevolgen dat heeft gehad voor de werkgelegenheid in Nederland. Het heeft meer opgeleverd dan het gekost heeft. Je kunt natuurlijk nooit precies aangeven bij welke MKB'er die banen terug te vinden zijn als er efficiënter gewerkt wordt bij een elektriciteitsbedrijf. Zo werkt het natuurlijk niet. Je moet naar de macro-economische kant daarvan kijken.

Dan kom ik bij het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel regelt alles wat oorspronkelijk bij AMvB geregeld zou worden. Wat dat betreft kan niet gezegd worden dat dit proces erdoor gejaagd is. We hebben ruim de tijd genomen, omdat de Kamer ons gevraagd heeft om de AMvB en het wetsvoorstel op een fatsoenlijke manier in te voeren. Dat neem ik de Kamer niet kwalijk, want ik erken dat het om heel belangrijke zaken gaat. Ik noem de tariefsystematiek voor transport en de levering en natuurlijk de verdeling van de gezamenlijke boedel van de productiesector en de dekking van de niet-marktconforme kosten. Ik wil in dat kader een paar opmerkingen maken over de internationale ontwikkelingen.

We zien dat de wereld heel snel verandert. De dynamiek neemt sterk toe, veel sterker dan eenieder vorig jaar had verwacht, zowel op de markt voor elektriciteit als op het terrein van de deelname in het aandelenkapitaal. Een van de dingen die de afgelopen weken opvielen, was de mogelijke overname van UNA. Ik spreek over de mogelijke overname, want ik heb daar nog een vinger in de pap. Daarbij is gebleken dat er belangstelling is uit het buitenland, maar we moeten er wel voor oppassen dat we niet direct in de stress schieten bij het eerste het beste bericht. We zitten in een overgangssituatie. We moeten heel alert zijn op ongewenste ontwikkelingen. Daar zullen we ook signalen voor afgeven, zowel in Europees als in nationaal verband. We moeten ervoor waken dat we niet bij de eerste de beste oprisping al onze instrumenten in werking zetten om onze eigen markt te beschermen. Dat is heel riskant. Als we dat gaan doen, dan betekent het per saldo dat er niets van terechtkomt. We moeten de goede signalen geven op de goede plek. Ik kom daar dadelijk nog op terug. Het is overigens ook zo dat er altijd twee kanten aan zitten. Het is waar dat de toegang tot de buitenlandse markten niet altijd gemakkelijk is. Als bedrijven klagen over het feit dat zij nog niet op de buitenlandse markt kunnen komen, dan kan het zijn doordat een buitenlandse markt niet open genoeg is, maar ook doordat zij onvoldoende activiteiten ondernemen om op de buitenlandse markten actief te worden. De bewijslast ligt aan die twee kanten. Ik heb de bedrijven gevraagd – ik heb dat ook in het antwoord op schriftelijke vragen gesteld – om serieuze klachten vooral bij ons te deponeren. In sommige gevallen zal het ook bij de Europese Commissie moeten gebeuren. Daarop hebben wij ook toezicht. Ik spreek ook mijn eigen collega's erop aan, bijvoorbeeld onlangs mijn Duitse collega. Ik sprak met hem over het feit dat Duitsland heeft gekozen voor een afstandsafhankelijk tarief, dat lastig is en niet bepaald gunstig voor de Duitse marktwerking en zeker niet voor de internationale marktwerking. Ik ben ook van plan om dit onderwerp voor de Europese ministerraad te gaan agenderen. Sommige zaken zijn in Europa nog niet uniform en gelijk geregeld.

De heerVan den Akker(CDA)

Als je het vergelijkt met de kapitaal- goederenindustrie en de buitenlandse concurrentie, dan is keer op keer aangetoond dat Nederlandse bedrijven betere prijzen neergelegd hebben en toch de order niet krijgen. De minister zegt: ze moeten dat bij mij melden want dan kan ik het in Brussel melden. Dat doen bedrijven niet. Waarom niet? Ze komen dan op een soort van zwarte lijst te staan en worden de volgende keer niet eens gevraagd om een offerte in te dienen. Als je via ons eigen ministerie en Brussel moet gaan, dan ben je drie jaar verder voordat je een uitspraak hebt. De opmerking van de minister dat het bij haar moet worden gemeld, is wel heel erg kort door de bocht.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wij kunnen wel van alles met elkaar gaan vergelijken, maar de kapitaalgoederenindustrie levert wel veel aan het buitenland. Gelukkig winnen wij het ook heel vaak van de concurrenten. Laten wij daarover niet al te pessimistisch zijn. Ik heb het gevoel dat wij daar een steeds groter marktaandeel aan het verwerven zijn. Dat is maar goed ook. Hier gaat het ook over de opzet van systemen. Daar is van alles in ontwikkeling. Het gaat er ook om dat wij dat tijdig weten. Soms hoor je het niet direct uit het land zelf. De bedrijven horen het sneller dan wij. Als wij het weten, hebben wij ook een titel om daaraan in de Energieraad aandacht te besteden. Het gaat dan niet over een formele klacht of een formele procedure, het gaat over de vraag: hoe kan ik in Europa mijn collega's aanspreken op de wijze waarop zij de richtlijn omzetten in nationale regelgeving? De heer Crone heeft een signaal afgegeven terzake van Frankrijk. Prima, hoe sneller wij dat weten, hoe beter het is. Soms kunnen wij het zelf achterhalen, soms hoor je het van bedrijven. Dan kun je iets gaan doen. Overigens is de vergelijking met andere takken van sport iets anders. In het reciprociteitsverhaal is in de richtlijn en in de wet een mogelijkheid geboden. Dat is in tegenstelling tot de liberalisering van vrijwel alle andere markten in Europa. In Europa is die afspraak bewust gemaakt. Als er echte problemen zijn, heb je de mogelijkheid voor bepaalde landen dat reciprociteitsbeginsel te gebruiken. Ik wil het als dreigement zeker gebruiken. Ik hoop nog altijd dat ik er geen gebruik van hoef te maken. Het kan wel nodig zijn. Ik wijs er overigens op dat in Frankrijk het wetsvoorstel nog door de senaat moet. De signalen moeten nu worden afgegeven. Dat doen wij ook. In tegenstelling tot de Nederlandse situatie heeft de Franse senaat het recht van amendement. Wij weten nog niet hoe de definitieve wet eruitziet. Als ze blijft zoals ze is, dan mag niet worden uitgesloten dat wij ons reciprociteitsartikel op enig moment nodig zullen hebben.

De heerCrone(PvdA)

Het is ingewikkeld. Ik kan op dit punt geen amendement indienen, want de wet geeft alle bevoegdheden. Ik kan het ook niet doen in de senaat in Frankrijk. Mij vraag is actueel of de minister niet Annemarie la folle is. Als morgen iemand haar een vergunning voor een importcontract vraagt...

MinisterJorritsma-Lebbink

Dan wil ik eerst weten hoe de wet eruitziet.

De heerCrone(PvdA)

Stel, dat morgen iemand tegen u zegt: ik wil een vergunning voor een importcontract. U krijgt het advies van Tennet: doe maar. Dan moet u toch kunnen zeggen: dit contract importeert Franse stroom. Het kan overigens ook Duitse of Belgische stroom zijn. Wij zitten dan vast aan zoveel jaren import van goedkope stroom. Als de Franse senaat de verkeerde wetsartikelen handhaaft, dan kunnen wij geen stap meer terug. Moet de minister de vergunningverlening niet opschorten en afwachten of de Franse markt even open wordt als de Nederlandse?

MinisterJorritsma-Lebbink

Voor de heel grote contracten is ook de Franse markt vrij. Daarvoor geldt het reciprociteitsbeginsel dus niet. Het gaat vooral om datgene wat daaronder zit. Als zich wat dat betreft iets aandient, kan ik garanderen dat ik niet zal zeggen: u krijgt morgen toestemming. Dan vraag ik natuurlijk hoe de definitieve wet eruitziet.

De heerCrone(PvdA)

Toch geloof ik dat ze met betrekking tot de heel grote contracten een leuk gedeelte van onze markt kunnen nemen. Ik meen dat ook voor de grootste contracten reciprociteit een beginsel is. Dat was het vroeger juist niet. Vroeger kon de nutssector zonder reciprociteit importeren en exporteren, maar nu kan dat niet meer. Wellicht komen wij in tweede termijn op dit punt met een motie. Er moet mijns inziens op gelijk niveau een parlementair signaal worden gegeven.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat lijkt mij heel prima. Ik zal die motie graag voor u vertalen en doorsturen naar de Franse senaat. Dat kan ik zelf wel, geloof ik. Overigens, ik zal hiervoor ook de aandacht van de Commissie vragen. Dat verhaal van die drie jaar vind ik heel raar en ook de verlangde vestiging van een productiebedrijf in Frankrijk kan mijns inziens absoluut niet. Als dat erin blijft staan, krijgt Frankrijk een groot probleem met de Commissie.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

De vraag is hoe actief de Commissie daarop zal reageren. Ik vraag de minister om op een goede reactie van de Commissie aan te dringen. De Commissie kan een inbreukprocedure starten. Het is van groot belang dat zij juist op dit terrein heel actief is. De Commissie zal in verband met deze contracten alert moeten optreden. Gelukkig is Van Miert op het terrein van de mededinging heel actief. Ter voorkoming van allerlei protectionistische neigingen zal de Commissie een belangrijke rol moeten spelen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Daar ben ik het mee eens. Ik denk dat de Commissie ook zelf liever niet ziet dat allerlei landen hun reciprociteitsartikel in werking stellen. Immers, dat is niet conform de wensen van de Commissie. Wij zullen hiervoor zeker snel de aandacht vragen.

Voorzitter! Er zijn nog meer redenen waarom het belangrijk is met de behandeling van dit wetsvoorstel voortgang te maken. Ik hoor sommigen zeggen dat ik geen haast moet hebben, maar ik heb wél haast. Als wij datgene willen doen waaraan de Kamer hecht, namelijk het beschermen van de kleinverbruiker, hebben wij een tarievensysteem nodig. Ik kan geen tarieven vaststellen als dat systeem nog niet in werking is getreden; dan komen wij in een heel lastige situatie terecht. Er is nu ook sprake van een gereguleerd tarief, maar dat is nog gebaseerd op de wet uit 1989. Dat betekent dat wij kleinverbruikers nog niet optimaal kunnen laten meeprofiteren van de nieuwe systematiek. Daarom moet ik de Kamer vragen om hiermee spoed te betrachten.

Er is nog een andere reden. Als wij deze zaak gedegen willen uitvoeren, dient de wet rond 1 juli in het Staatsblad te staan. Dit zou niet zo'n probleem zijn, ware het niet dat wij ook nog verkiezingen voor de Eerste Kamer hebben. Deze Kamer zou dit wetsvoorstel nog voor haar ontbinding moeten behandelen en dat vergt dat het wetsvoorstel eind maart, begin april bij de Eerste Kamer ligt. Deze planning is mijns inziens haalbaar, als wij erin slagen de volgende week of uiterlijk de week daarna de plenaire behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer af te ronden.

Artikelsgewijze behandeling

Artikel I

Onderdeel A

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 21)

- amendement-Van Walsem (stuk nr. 30)

- amendement-Crone (stuk nr. 17)

De heerCrone(PvdA)

Voorzitter! Ik heb een amendement ingediend p stuk nr. 17, inzake bundeling. Waar het om gaat, is dat in de wet wordt toegestaan dat een aantal op zichzelf kleine aansluitpunten die samen een geïntegreerd systeem zijn, zoals de spoorwegen, wel mogen worden behandeld als grootverbruiker. Maar hier is technisch niet goed geformuleerd waar het om gaat, zodat ik toevoeg in het amendement dat de bedrijfsuitoefening van deze eenheden op een fysiek geïntegreerde basis aan elkaar gekoppeld moet zijn. Het betekent bijvoorbeeld dat een keten van detailhandelsbedrijven niet kan zeggen: wij zijn, al onze detailhandelsbedrijven bij elkaar opgeteld, ook een grootverbruiker.

De heerVan den Akker(CDA)

Even een juridisch-technisch puntje, voorzitter. Het betreft het punt systeemdiensten, onder p. Volgens mij moet er een juridisch-technisch foutje in de samenhang met andere artikelen zitten, als je naar de systeemdiensten kijkt. Als je kijkt naar artikel I.A, onder p, dan valt daar, als je het goed leest, de energiebalans onder systeemdiensten. Kijk je bijvoorbeeld naar artikel 25, dan is het: én de energiebalans. In artikel 25c, waar gesproken wordt over "overige systeemdiensten", zit de energiebalans waarschijnlijk weer in de systeemdiensten. Kijk je naar artikel 27, dan zit de energiebalans niet in de systeemdiensten, want er staat "en" tussen. Dit is geen amendement, maar ik zou de minister willen vragen of zij hier even naar wil kijken met het oog op een goede samenhang van de artikelen.

Voorzitter! Ik heb een amendement ingediend met betrekking tot iets dat na punt q zou moeten volgen, maar ik zie dat er al een punt r is. Het zou dan een nieuwe r moeten worden, of een ander punt dat na de r komt. Mijn amendement betreft het definiëren wat een representatieve organisatie is, namelijk een bij ministeriële regeling aangewezen organisatie. Ik heb daar een amendement voor ingediend op stuk nr. 21. Het houdt verband met de wenselijkheid bij partijen om een breed draagvlak voor de tariefstructuren, de tarieven en de voorwaarden voor het gebruik ervan te creëren, maar dan moet je wel definiëren wat je verstaat onder representatieve organisaties.

De heerVan Walsem(D66)

Voorzitter! Met het amendement op stuk nr. 30 stel ik een wijziging van het tweede lid van artikel 1 voor. Met deze wetgeving wordt fasering van de liberalisering beoogd. Voor de duidelijkheid en om procedures te voorkomen, heb ik het voorstel gedaan het woord "rechtspersoon" weer in te voeren. Mijn bedoeling is dus het realiseren van een goed geordende, gefaseerde liberalisering, zonder dat onduidelijkheden ontstaan, waaruit weer allerlei procedures zouden voortvloeien.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Ik heb geen enkel bezwaar tegen het amendement van de heer Crone op stuk nr. 17. In feite wordt daarmee voor een meer exacte definiëring gekozen. De bedoeling is dat de reikwijdte wordt beperkt. Op deze manier wordt duidelijk gemaakt dat bijvoorbeeld de filialen en franchisebedrijven van Albert Heijn niet onder de definitie vallen.

Het amendement van de heer Van Walsem op stuk nr. 30 heeft min of meer dezelfde strekking. Misschien kan de heer Van Walsem overleg plegen met de heer Crone.

De heerVan Walsem(D66)

Dat zal ik doen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Het amendement van de heer Van den Akker op stuk nr. 21 wil ik echt ontraden. Het amendement komt erop neer dat ik alles aanwijs. Mij dunkt dat het niet aan mij is om te bepalen wat een representatieve organisatie is. Ik laat dit in het wetsvoorstel over aan de organisaties zelf, de gezamenlijke netbeheerders en de DTE. Dat lijkt mij de juiste volgorde. Met het amendement zouden wij de bemoeienissen van de minister toch wel erg gedetailleerd regelen. Ik meen dat dit wat overdreven zou zijn. Mij gaat dit amendement dus te ver. Ik wil altijd graag veel bevoegdheden hebben, maar soms moet je iets aan anderen over durven te laten. In dit geval kan dat heel goed.

De heer Van den Akker stelde nog een technisch vraagje. Dat betrof het gestelde onder p. Men is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de energiebalans. Mochten er nog puntjes overblijven, dan behoort de behandeling daarvan thuis in het systeem. Dus niet de hele energiebalans valt onder de systeemdienst. De normale dingen vallen onder het toezicht van de bedrijven zelf. Zij behoren daar netjes mee om te gaan. Er kunnen evenwel onevenwichtigheden zijn en dergelijke puntjes kunnen onder de systeemdienst vallen. De DTE moet op deze gang van zaken heel nauwkeurig toezien. Ik vind namelijk dat zo weinig mogelijk onder de systeemdiensten behoort te vallen. Er moet een strenge beoordeling zijn en er moet voor gezorgd worden dat alleen dingen die voor de bedrijven echt onoplosbaar zijn, onder de systeemdiensten vallen.

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Ik wil nog iets zeggen over mijn amendement op stuk nr. 21. Ik wil voorkomen dat wildgroei ontstaat of dat de mogelijkheid wordt gecreëerd dat organisaties worden uitgesloten. Met het oog daarop lijkt het mij buitengewoon verstandig dat de minister in een regeling aangeeft wat representatieve organisaties zijn. Iedereen die zich geroepen voelt, kan zich als representatieve organisatie voor zijn belangengroep opwerpen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Toch ontraad ik u dringend dat op deze manier te regelen. Wat is de gang van zaken? In eerste instantie bepalen de gezamenlijke netbeheerders en de DTE wie die organisatie is. Is men het met het oordeel van deze instanties niet eens, dan kan men naar de rechter stappen. Daarna kan ook de politiek, ik zo mogelijk met u, zeggen: wij vinden datgene wat de DTE en de gezamenlijke netbeheerders hebben bepaald niet juist. Vervolgens kan ik een aanwijzing geven. Nu wilt u dat ik dat van tevoren regel, maar dat lijkt mij toch te ver gaan. Als er een probleem ontstaat, heb ik altijd de bevoegdheid om er iets aan te doen via een algemene aanwijzing. Laten wij nu toch ook een beetje op het zelfregulerende vermogen van anderen afgaan en niet alles opnieuw aan de minister opdragen. Anders word ik geconfronteerd met een eindeloze discussie die volgens mij een beetje overdone is. De DTE doet het samen met de gezamenlijke netbeheerders. Komt men er niet uit, dan kan men naar de rechter stappen. Ten langen leste heb ik ook nog de mogelijkheid om een aanwijzing te geven. Wij kunnen er altijd iets aan doen via de politieke lijn, maar een ministeriële regeling vind ik een beetje overregulering.

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Ik heb nog een vraag naar aanleiding van de reactie van de minister op het amendement op stuk nr. 30. Er is inderdaad een overlap met het amendement van de heer Crone, maar een formeel punt is niet opgelost, te weten de vervanging in de nota van wijziging van het begrip "rechtspersoon" door "organisatorische eenheid". Het aantrekkelijke van het amendement van de heer Van Walsem vond ik dat het begrip "rechtspersoon" terugkwam. Ik heb wat moeite met het vage begrip "organisatorische eenheid". Waarom zou er bezwaar bestaan tegen het begrip "rechtspersoon"? Dat is toch juridisch veel duidelijker gedefinieerd en omlijnd?

MinisterJorritsma-Lebbink

Het opnieuw invoeren van het woord "rechtspersoon" betekent dat in sommige gevallen een organisatorische eenheid, niet zijnde een rechtspersoon, er niet onder zou vallen. Een afdeling of dienst van een gemeente moet eronder kunnen vallen, bijvoorbeeld de dienst straatverlichting, omdat een organisatorische eenheid uitgezonderd kan zijn. Als je die er uithaalt, moet je altijd een aparte rechtspersoon creëren. Mijns inziens gaat dat echter iets te ver. Ik ben het wel eens met de heer Crone, die een nadere precisering heeft gegeven van datgene wat ik beoogde. Dit gaat echter verder. Dit is het nog verder inperken van de mogelijkheden.

Onderdeel B

- amendement-Marijnissen (stuk nr. 15)

De heerVan Dijke(RPF)

Voorzitter! De dienst uitvoering toezicht Elektriciteitswet wordt in het kader van dit wetsvoorstel nauwer bij de NMA betrokken. Er komt een kamer. De voorzitter kan de directeur aanwijzingen geven. Is het logisch om de minister de mogelijkheid te geven om zich in het kader van deze wet rechtstreeks tot de directeur DTE te wenden? De directeur DTE biedt rechtstreeks een verslag aan de Tweede Kamer aan, dus buiten de NMA om. Waarom geschiedt dat niet rechtstreeks aan de NMA? Dan zijn de verhoudingen toch helderder? Datzelfde geldt trouwens ook voor de Opta: wat wordt dat nu? Misschien komen wij later nog daarop terug. Een volledige integratie in de NMA wordt wellicht bemoeilijkt – ik trek een dikke streep onder "wellicht" – doordat de DTE een uitgebreider takenpakket heeft: het vaststellen van de tarievenstructuur, de tarieven, naleving van de wet en dergelijke. Daartegenover staat dat de tariefvoorwaarden worden gezien als een uitwerking van de Mededingingswet. Wil de minister hierop ingaan?

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Mijn vragen sluiten hier goed op aan, want ik heb er toch wat moeite mee dat de DTE zonder meer onder de mededingingsautoriteit wordt geschoven. Het gaat immers niet alleen om toezicht, maar ook om uitvoering. Ik heb de indruk dat onder die uitvoeringstaken toch zaken vallen die niet direct als mededinging kunnen worden beschouwd. Ik vraag mij dan ook af of die daaronder horen. Daarbij komt de discussie die nog gaande is en die wij zeker zullen terugkrijgen, omdat de NMA straks een ZBO wordt. De consequentie is dat op dit punt de ministeriële verantwoordelijkheid niet meer in volle omvang geldt. Bij de uitvoering van de wet, althans een aantal van die taken, heb ik daar toch wat moeite mee.

Met mijn tweede vraag sluit ik mij aan bij de heer Van Dijke. Als de DTE al bij de NMA wordt ondergebracht, is de juridische positie van de minister naar de NMA als geheel met een afzonderlijke lijn naar de directeur van deze eenheid, die valt onder de NMA, uit een oogpunt van zuivere bestuurlijke verhoudingen wel zo logisch? Ik heb er nog steeds moeite mee. In de schriftelijke voorbereidingen heeft mijn fractie er al vragen over gesteld. Wij zijn er nog niet geheel van overtuigd dat dit een heldere oplossing is.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik meen dat wij nu juist kiezen voor een heel heldere structuur in plaats van datgene wat in het verleden wel eens iets te veel los van elkaar gebeurde. Intussen hebben wij het rapport-Visser gehad en juist daarbij is besproken dat wij zouden moeten proberen af te komen van allerlei aparte clubs van toezichthouders. Waar mogelijk moeten wij proberen zoveel mogelijk aan te hangen aan bestaande clubs. Wij proberen een stringent en consistent mede- dingingsbeleid te organiseren. Het is waar dat hier sprake is van een specifiek toezicht. Dat wordt in deze wet geregeld en dat is ook de reden waarom het een kamer zou moeten worden, want anders hoeven wij helemaal geen specifiek toezicht. Op het moment waarop er alleen maar mededingingsregels zijn, kun je het normaal aan de NMA opdragen en heb je geen DTE nodig. Dat kan hier niet, dus het moet een aparte kamer worden. Overigens komen wij bij de behandeling van de ZBO-wet nog te spreken over de wijze waarop het een en ander bij die kamers daaronder precies geregeld zal worden. Dat zal wel betekenen dat de minister op bepaalde punten een belangrijker bevoegdheid heeft dan bij de Mededingingswet, want in die wet is de minister op alle fronten op afstand geplaatst. Vanwege de specifieke regelgeving in de Elektriciteitswet blijft de minister op bepaalde punten wel degelijk het aanspreekpunt. Overigens, op het moment waarop er één ZBO is waar een kamer onder zit, is het aan- spreekpunt niet meer zo verschrikkelijk interessant, want dan moet het in die richting gaan. Het wordt alleen maar helderder en transparanter.

Wij hebben op basis van deze wet de mogelijkheid om algemene en bijzondere aanwijzingen te geven aan de directeur. Ik vind evenwel dat je daarmee, evenals in andere situaties, zo terughoudend mogelijk moet zijn, al was het maar vanwege het feit dat het niet goed zou zijn als wij via het normale toezicht voortdurend proberen politiek te bedrijven. Naast het beleidsmatige aspect heeft de DG NMA, voorzover het de bevoegdheden omtrent de uitleg van de mededingingsbegrippen betreft, zeer belangrijke verantwoordelijkheden. Dat geldt ook voor het functioneren van de DTE. Ik hoop, eerlijk gezegd, dat wij er ooit naartoe groeien dat wij geen aparte specifieke mededingingsrechtelijke toezichthouders hebben die soms ook nog specifiek beleid moeten toetsen. Het ziet er ook naar uit dat er stappen kunnen worden gezet om ze te brengen onder een organisatie.

De heerVan den Berg(SGP)

Ik zou graag willen weten of de taken van deze dienst, uitvoering en toezicht, helemaal te beschouwen zijn als toezicht en mededinging? Valt het qua takenpakket wel volstrekt logisch te duiden dat deze dienst geheel onder de NMA valt?

MinisterJorritsma-Lebbink

U heeft gelijk dat er een stukje uitvoering is, met name tariefbesluiten en dat soort zaken. Die worden ook geregeld bij deze wet. In die zin is de hiërarchische verhouding tussen de minister en de DTE op dat punt anders dan via de normale mededingingsrechtelijke kant. Dat is ook de reden waarom je het niet in zijn geheel op kunt nemen binnen de NMA, maar je dus met die kamerconstructie moet gaan werken. Daarbij moeten bepaalde zaken natuurlijk goed geregeld kunnen worden.

Onderdeel F

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 22)

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Het is ons gebleken dat tot nu toe alleen in de wet is geregeld de spanning op het net, maar niet de beschikbaarheid van elektriciteit. Wie neemt nu de leveringszekerheid op zich als na 2002 respectievelijk 2007 de markt open is? Dan vervalt namelijk de taak van de distributiebedrijven. Wat daarna gebeurt, is dus niet geregeld. Het in het amendement op stuk nr. 22 toegevoegde artikel heeft het karakter van een noodvoorziening, bedoeld om de kwetsbare groepen – de vrije afnemers en de kleinverbruikers – zoveel mogelijk zekerheid te bieden. Het is geen garantie, maar het artikel dat wij willen invoegen, is wel gericht op leveringszekerheid. In de Water- leidingwet is iets dergelijks geregeld. Als de nood aan de man komt, wordt toch één of twee uur per dag aan de verbruiker water ter beschikking gesteld. Zoiets zou in de Elektriciteitswet ook geregeld moeten worden.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Ik kan mij vinden in de gedachte achter het amendement dat de heer Van den Akker heeft ingediend. Overigens is dat in het wetsvoorstel uitgewerkt, namelijk in artikel 26, eerste lid, onder e. De netbeheerders moeten aangeven hoe zij het netbeheer en dus ook het transport van de elektriciteit in alle omstandigheden geregeld hebben. Het amendement van de heer Van den Akker zie ik als een versterking voor hetgeen al in de wet staat. Ik heb er dan ook geen bezwaar tegen. Ik weet niet of het echt iets heel nieuws toevoegt, want het is in feite geregeld, maar het maakt het iets explicieter.

De heerVan den Akker(CDA)

De sector wordt natuurlijk wel gedwongen om een calamiteitenplan te maken. Het lijkt mij goed als dat bij wet is geregeld.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik neem aan dat een netbeheerder zijn verantwoordelijkheden niet ontloopt. U maakt het wat explicieter.

Onderdeel J

- amendement-Van Walsem (stuk nr. 29)

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 26)

- amendement-Voûte-Droste/Crone (stuk nr. 35)

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 23)

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Ik heb een amendement ingediend op stuk nr. 23 over het in- of uitvoeren van elektriciteit. Wanneer een beheerder een grensoverschrijdend net heeft, moet hij dat ook voor anderen ter beschikking stellen. Maar hoe kunnen anderen dat weten? Wij stellen voor om dat in de Staatscourant te publiceren.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat lijkt mij prima. U moet het alleen wijzigen in artikel 24b en niet in artikel 24.

De heerVan Walsem(D66)

Voorzitter! Ik heb een opmerking over artikel 24a over het verbod capaciteit op het door de netbeheerder beheerde net bij voorrang te bestemmen voor een verzoeker, waarop ik een amendement heb ingediend. Het is van groot belang dat er een systeem komt dat waarborgt dat er voldoende capaciteit is en dat een goede toewijzingsprocedure garandeert. Ik stel voor om het algemene verbod te laten vervallen en analoog aan deze regeling omtrent tarievenstructuur en -voorwaarden – dus met inbegrip van overleg door de netbeheerders met belangenorganisaties – de gezamenlijke netbeheerders de bevoegdheid te verlenen om voorstellen te doen over de bij de toewijzing van transportcapaciteit toe te passen regels en de DTE de bevoegdheid te geven om deze voorwaarden vast te stellen. Deze amendementstekst is overigens in overeenstemming met de opvattingen van de minister in de nota naar aanleiding van het verslag, waarin zij opmerkt dat de gezamenlijke netbeheerders onder toezicht van de DTE heldere en non-discriminatoire toewijzingscriteria en procedures ontwikkelen.

De heerVan Dijke(RPF)

Voorzitter! Ik begrijp dat transportcapaciteit niet gereserveerd mag worden. Ligt het dan niet in de rede om erover na te denken op basis van transmissies te verrekenen over de werkelijk afgenomen elektriciteit? Dan gaat het met name om de efficiencyprikkel die daarvan uitgaat. Zou de minister willen reageren op de suggestie het transportafhankelijke element van het transmissietarief op z'n minst voor een deel te relateren aan de werkelijk afgenomen hoeveelheid elektriciteit?

MevrouwVos(GroenLinks)

Voorzitter! Een van de uitzonderingen waarbij wellicht wel capaciteit gereserveerd mag worden, geldt voor de leiding Nederland-Noorwegen die in artikel 77b wordt genoemd. Kan de minister toelichten wat hiervan de achtergrond is en waarom hiervoor een uitzondering is gemaakt? Hoelang zal deze voorrangspositie gelden voor deze levering? En hoe verhoudt zich dit tot andere langerlopende contracten? Krijgen die ook zo'n positie?

De heerVan den Akker(CDA)

Ik ben een heel belangrijk amendement vergeten. Dat is het amendement op stuk nr. 26 over de Noorse kabel. Deze wordt om niet en gedeeltelijk exclusief ter beschikking gesteld van de productiebedrijven. De minister geeft in de beantwoording van de vragen in de nota naar aanleiding van het verslag toe dat dit concurrentievervalsend is. Artikel 22 van de richtlijn stelt dat een staat maatregelen moet nemen om zogeheten marktondermijnende gedragingen te voorkomen.

MinisterJorritsma-Lebbink

U zit bij het verkeerde artikel. Dat is artikel 77b.

De heerVan den Akker(CDA)

Maar er wordt ook verwezen naar 24. Ik verwijs in het amendement ook naar artikel 77. Wij beogen met dit amendement het concurrentievervalsende instrument eruit te halen. Je zou dat ook op andere manieren kunnen regelen, maar het kan natuurlijk niet dat iets exclusief ter beschikking staat, terwijl iemand er ook nog niets voor hoeft te betalen. Dat is echt concurrentievervalsend. Wij proberen dat met dit amendement te corrigeren.

De heerVan Dijke(RPF)

Voorzitter! Een vraag naar de orde. Ik heb bij mijn algemene inleiding opmerkingen gemaakt die hier ook betrekking op hebben. Ook anderen hebben bij de volgende artikelen in de algemene inleiding opmerkingen gemaakt die hier bij de artikelsgewijze behandeling zouden terugkomen, zoals de minister zei. Wij kunnen er toch van verzekerd zijn dat dit ook daadwerkelijk gebeurt?

MinisterJorritsma-Lebbink

Ja.

Voorzitter! Laat ik een paar algemene opmerkingen maken over deze artikelen, die handelen over het reserveren van transportcapaciteit. Op zich is dit niet toegestaan, omdat het kan leiden tot handelen in schaarse capaciteit met de daarbijbehorende prijsopdrijving. We moeten proberen dat te voorkomen. Het zal zich overigens ook, gezien de beschikbare ruime capaciteit in Nederland, vooral toespitsen op de landgrensoverschrijdende verbindingen. Het is verstandig dat nu helder te regelen, ook gezien de onzekerheden over de wijze waarop de liberalisering zich in de andere landen ontwikkelt. Ik ben het ermee eens dat de huidige regeling wat star is. Ik vind het amendement op stuk nr. 35 dat inmiddels is ingediend door mevrouw Voûte en de heer Crone een goed amendement, omdat het leidt tot een wat flexibeler systeem. Ik denk dat dit beter past dan het amendement op stuk nr. 29. Hier wreekt zich echter dat de heer Van Walsem even in het buitenland is geweest. Dat is lastig. Wat de heer Van Walsem in zijn amendement op stuk nr. 29 regelt, wordt al tot uitdrukking gebracht in de technische voorwaarden. Zijn amendement houdt in dat je een uitgebreide regeling in de wet zelf neerlegt. Het lijkt mij verstandiger dat op een andere manier te doen. Ik heb met het amendement van mevrouw Voûte en de heer Crone geen probleem. Dat geeft de mogelijkheid om een uitzondering op het verbod tot reserveren te maken in het belang van marktwerking. Daarmee maak je maatwerk mogelijk.

Overigens gelden op het algemene verbod drie redenen voor uitzondering. Ik kom daarmee op de punten die ook door de anderen zijn aangesneden. Het eerste is de voorzieningszekerheid, bijvoorbeeld voorrang voor onderlinge bijstand van netbeheerders in andere landen, de zogenaamde UCPTE-landen. Verder de rentabiliteit van het Noorse kabelproject en ten slotte het bieden van zekerheden aan investeerders van interconnectors. Ik zal daar wat meer over zeggen. Het contract is gesloten. Juist ten behoeve van een grensoverschrijdende infrastructuur moet een en ander rendabel zijn. Er moet voor een bepaalde tijd en niet op basis van een gebruik van 100% een reservering aangegaan kunnen worden, anders wordt er nooit een grensoverschrijdende infrastructuur aangelegd. Een vergelijking met de Kanaaltunnel gaat iets te ver, omdat daarbij sprake was van een reservering via contracten van 100% van de capaciteit.

De heer Van den Akker moet zich goed realiseren dat contracten slechts door contractpartijen ter discussie kunnen worden gesteld. Ik zeg hiermee niet dat er niets moet gebeuren, maar ik kan niet heronderhandelen over een contract dat door anderen is gesloten.

De heerVan den Akker(CDA)

Dat begrijp ik heel goed. De contractpartijen gaan echter achterover zitten, omdat u zegt dat men rustig mag doorberekenen aan de kleinverbruikers. Zo kan ik het ook! Ik ben van mening dat er bij contractpartijen op aangedrongen moet worden weer om de tafel te gaan zitten om een en ander opnieuw uit te onderhandelen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Met de overeenkomst wordt een deel van de capaciteit gereserveerd. "Brussel" zal, gezien het grensoverschrijdende element, terecht toezien op de mededingingsrechtelijke aspecten. Ik ben van mening dat deze goed zijn geregeld, maar in Brussel kan men een andere opvatting daarover hebben.

MevrouwVos(GroenLinks)

U stelt de grensoverschrijdende infrastructuur als doel op zich.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het kan nodig zijn.

MevrouwVos(GroenLinks)

Mijn fractie heeft iets anders voor ogen. Wij vinden het niet gewenst om stroom te importeren. Wij streven naar een decentrale en duurzame opwekking in eigen land. Moeten op basis van deze wet marktrisico's vanwege een grensoverschrijdende infrastructuur worden afgekocht? Mij lijkt van niet. De markt moet maar investeren als zij denkt dat dit nodig is. Graag een verheldering op dit punt.

Het is de vraag wie uiteindelijk verantwoordelijk is voor het Noorse kabelcontract. Moeten wij dat risico afkopen?

MinisterJorritsma-Lebbink

Er is een basisafspraak gemaakt. Alleen de formele contractpartijen kunnen hierover heronderhandelen. Er is een contract en bij wet kan niet zomaar iets onteigend worden. Wij hebben daarmee in het verleden niet al te beste ervaringen opgedaan. Er zal een fatsoenlijke regeling getroffen moeten worden.

Ik ben het overigens met u eens dat er niet allerlei interconnectoren aangelegd moeten worden. Ik wijs erop dat enige jaren geleden iedereen dit een prachtig contract vond, omdat er waterkracht – Was dat geen schone energie? – geïmporteerd kon worden. Je kunt niet alles over één kam scheren. Overigens kan ook schone energie geëxporteerd worden.

De heerVan den Akker(CDA)

Dat is allemaal prima, maar een en ander moet dan wel aan iedereen ter beschikking worden gesteld en niet exclusief aan de productiebedrijven. Dat is in strijd met artikel 22 van de richtlijn. U kunt dat op een andere manier oplossen en ervoor zorgen dat de goedkope stroom niet exclusief ter beschikking wordt gesteld aan productiebedrijven.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het leveringscontract is gekoppeld aan de kabel. De overblijvende capaciteit kan onmiddellijk worden benut. Brussel moet bekijken of dat reëel is en of er sprake is van concurrentievervalsende elementen. Het is vooralsnog redelijk dat er, gezien het contract, geleverd moet kunnen worden. Daarnaast is er volledige vrijheid. Ik denk dat het amendement op stuk nr. 26 iets te ver gaat. Met dat amendement wordt dit in feite onmogelijk gemaakt.

De heerCrone(PvdA)

Er lopen nu een aantal zaken door elkaar. Ik ga ervan uit dat wij vastzitten aan het contract met de Noren.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ja, ervan uitgaande dat...

De heerCrone(PvdA)

Dan moet je een kabel hebben, anders betaal je de stroom, maar krijg je hem niet. Dat lijkt me de zotste van alle oplossingen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Juist.

De heerCrone(PvdA)

Als je de kabel hebt, moet je ook reserveren voor die Noorse stroom, anders heb je de kabel en het contract, maar komt de stroom er niet door, omdat een ander op de kabel zit.

MinisterJorritsma-Lebbink

Zo is dat.

De heerCrone(PvdA)

Nu is het punt: waarom "om niet". Waarom zeggen wij niet gewoon dat de transportcapaciteit moet worden betaald door degene die Noorse stroom importeert? Of is dat een onderdeel van het onderhandelingspakket van de NMC? Krijgen zij een hogere vergoeding voor het contract, waarmee zij vervolgens het transporttarief moeten betalen? Dan is het lood om ijzer, maar misschien wel transparant.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het is een onderdeel van de NMC en dus ook van de onderhandelingen over de NMC. In dat kader is de "om niet"-bepaling opgenomen. Op het moment dat je zegt "iets anders moet niet", komt er een andere situatie. Dit is geen vrije situatie, want het zit in de NMC-kosten. Dat is de reden. Als dit eruit wordt gelicht, moet het elders worden teruggevonden.

De heerVan den Akker(CDA)

Maar dan heb je wel cleane concurrentieverhoudingen geschapen en nu niet.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dan houd je de voorkeurspositie precies gelijk, alleen wordt het NMC-deel dan waarschijnlijk wel groter.

De heerVan den Akker(CDA)

Oké, maar dan kan iedereen gebruik maken van de kabel.

MinisterJorritsma-Lebbink

Nee, dat kan nog steeds niet. Je zult altijd moeten reserveren. Het niet mogelijk maken van reservering vind ik onaanvaardbaar. Dat kan niet.

De heerVan den Akker(CDA)

Oké.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dan moet je reserveren en de transportkosten betalen, maar dan worden de NMC-kosten daarmee verhoogd.

De heerVan den Akker(CDA)

Prima, maar je hebt dan wel transparantie geschapen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik vraag mij af of dat zo transparant is.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

De heer Van den Akker is hier enigszins inconsequent. Hij pleitte voor een lage prijs voor de kleingebruiker, maar hier pleit hij voor een hogere prijs, want het kan hem niet kan schelen dat de NMC-kosten hoger worden. Dat is inconsequent.

MinisterJorritsma-Lebbink

Overigens is het niet geheel gratis.

De heerVan den Akker(CDA)

Wat mevrouw Voûte zegt, is niet juist, omdat die mensen dan ook zullen profiteren van de goedkopere Noorse stroom die met waterkracht is opgewekt.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Die is duurder.

De heerVan den Akker(CDA)

Dat is de grote vraag. Deze kabel is nog niet zo lang geleden afgesloten. Toen was allang bekend dat er marktwerking ingevoerd zou worden en dat er een nieuwe Elektriciteitswet zou komen. Dat is de spagaat waarin wij zitten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Even heel helder. Datgene wat onder het contract valt, zal sowieso moeten worden gereserveerd. Wij kunnen niet zeggen dat wij eventjes minder doen. Wij kunnen niet de uitvoering van het contract onmogelijk maken. Dat "gratis" geldt niet voor alles. Dat geldt slechts voor een deel van het contract. Dat is helder. Je kunt redeneren dat dit ook niet mag en dat er voor alles moet worden betaald. Daardoor wordt dat contract niet marktconformer. Omdat het geen marktconform contract is, valt het onder de NMC-kosten. Het is de vraag of je dan wel verstandig bezig bent. Overigens is waterkracht niet goedkoper, was het maar zo.

De voorzitter:

Nadat mevrouw Voûte haar opmerking heeft gemaakt, wil ik schorsen voor de lunchpauze.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Ik wil nog even ingaan op de toelichting van de heer Van den Akker. In zijn amendement staat: indien gewenst, kunnen deze niet-marktconforme kosten van de productiesector worden gecompenseerd door middel van een extra heffing op het net. Dat betekent dat hij nu pleit voor een hogere heffing, hoewel hij er voortdurend op wijst dat de klein- verbruikers minder moeten gaan betalen. Naar mijn mening moet je consequent zijn, anders is het geen geloofwaardige politiek meer.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik ben consequent als je aan iedereen kunt overlaten waar hij zijn energie wil kopen en een reservering op die kabel kunt doen. Zo heb ik dat in mijn amendement gezet. Dat is eerlijk. Nu wordt een productiesector bevoordeeld, terwijl een ander daar niet aan kan komen. Dat vind ik een slechte zaak.

MinisterJorritsma-Lebbink

Brussel moet beoordelen of dit voorstel past binnen het beginsel van niet-marktconform. Wat de heer Van den Akker zegt, is niet juist. Als Brussel van oordeel is dat dit contract zeer marktconform is, is de energie niet gratis. Wij weten allemaal dat het daar niet naar uitziet en het dus niet meer marktconform is. Dan moet je dat contract niet met een extra belasting verzwaren. Dat lijkt mij uitermate onverstandig. Want wie betaalt het? Dat betaalt de consument. Ik ontraad dit amendement echt. Mij gaat het net een slag te ver.

De voorzitter:

Wij zijn met de artikelsgewijze behandeling gekomen tot en met artikel 24.

De vergadering wordt van 13.05 uur tot 13.50 uur geschorst.

Onderdeel K

Artikelen 25 t/m 25c

- amendement-Marijnissen (stuk nr. 16)

- amendement-Crone (stuk nr. 18)

- amendement-Voûte-Droste/Crone (stuk nr. 34)

- amendement-M.B. Vos (stuk nr. 38)

De heerCrone(PvdA)

Voorzitter! Als er een onderwerp is waardoor het gerechtvaardigd is dat de tariefstructuur niet op grond van een AMvB, maar op grond van een wetsvoorstel wordt besproken, is het wel dit onderwerp. Hier treedt het onderscheid tussen een procedure onder een algemene maatregel van bestuur en onze medewetgevende bevoegdheid voluit naar voren. Bij een AMvB hadden wij dit debat met, destijds, de heer Wijers kunnen voeren. Als hij had gezegd het lekker toch anders te willen doen, was het anders gegaan. Een amendement kan echter niet buiten de wet blijven. Dat is al gewisseld.

Het gaat om de structuur van het tarief voor het transport van stroom en andere elementen van het netgebruik. Dat is met name cruciaal omdat wij ook op dit punt gewend raken aan marktwerking. Wij komen uit een situatie waarin alles logischerwijs is gedacht vanuit het aanbod van stroom. Dat is absoluut geen verwijt. De vraag was vooral hoe de stroom naar de klanten komt. Uiteindelijk betalen de afnemers alles. Daarin waren niet veel sturingsprincipes opgenomen. Nu moeten die er wel komen, omdat vanuit de andere kant wordt geredeneerd, namelijk de afnemers.

De minister wil de transportkosten van stroom alleen laten betalen door de afnemers en niet door de producenten. Dat vinden wij niet fair in de zin van een faire kostenverdeling. Wie de kosten veroorzaakt, moet die immers ook betalen. Dat is een eerste marktbeginsel. Wie omgekeerd kosten vermijdt, moet daarvoor beloond worden. Bovendien leidt deze eenzijdige prijsstelling bij de afnemers ertoe dat producenten en netbeheerders geen prikkel krijgen voor een efficiënt vestigingsbeleid. Het gaat dan om de vraag waar de productie-eenheden worden gevestigd. Er is ook geen prikkel voor een efficiënt netbeheer. Op beide punten hebben de decentrale opwekkers, bijvoorbeeld Ton van der Does, maar ook wetenschappers als Annelies Huygen en Theeuwes goede argumenten aangeleverd.

Ik geeft twee voorbeelden. Men kan nu een enorme centrale in een uithoek van het land bouwen, bijvoorbeeld in Delfzijl of Zeeuws-Vlaanderen en daar goedkoop gas verstromen uit het buitenland. De afnemers, met name de kleinverbruikers, betalen vervolgens honderden miljoenen voor een nieuwe, dikke kabel naar Zwolle of onder de Schelde door. Als de stroom geëxporteerd wordt, moet ook de capaciteit en het transport over het net tot aan de grens worden betaald. Dat wordt niet betaald door de producent. Dat is uitgesloten in het huidige wetsvoorstel. Kennelijk gebeurt dat door andere afnemers dan de exporteurs. De minister heeft in antwoord op een vraag van mij aangegeven dat er tot aan de grens niets hoeft te worden betaald. En dat terwijl er al een landelijke overcapaciteit is in net en productie! De producent betaalt niets. De minister is echter een voorstander van rekeningrijden. Ook over het net rijden betekent een rekening!

Een ander voorbeeld is de kleine, decentrale producent. Die plaatsen de capaciteit dichter bij de afnemers. Uiteindelijk is de extreme situatie theoretisch denkbaar dat een lokaal net geheel zelfvoorzienend is en dus geen koppeling aan het hoogspanningsnet nodig heeft. Dit is een extreem voorbeeld, nuttig voor de economische analyse. In feite wordt er dan immers geen investering bijgedragen in het hoogspanningsnet. Dat leidt tot kostenbesparing. De minister geeft in de nota naar aanleiding van het verslag, in het antwoord op een vraag van mijn kant toe dat de kleine producenten daarmee een premie, restitutie of subsidie op de netkosten zouden moeten krijgen. Hier wordt dus gelukkig de producentenkant van het transporttarief door de minister erkend. Ik wil het ook vastleggen in een amendement, waarin de rol van de producent wordt verduidelijkt.

De transportkosten worden nu door afnemers en producenten betaald op basis van een eerlijke kostenverdeling. Hoe belangrijk dit is, blijkt wel uit een studie van het instituut OCFEB die vorige week onder toezicht van de Erasmus Universiteit is uitgekomen. Dat instituut heeft berekend dat consumenten op laagspanning slechts 2,3 cent per kWh transportkosten veroorzaken, terwijl ze onder het cascadestelsel 5,6 cent moeten betalen. Dat is meer dan het dubbele, ruim 3 cent meer. Dat is in feite een kruislingse subsidie naar bovenliggende netten. Daar zijn historisch gezien wel redenen voor, want dat was levering van bovenaf. Er is echter doorgerekend dat de kosten voor gezinnen bij volledige decentrale opwekking 750 mln. lager zouden zijn. Het gaat mij uiteraard niet om de exactheid van de getallen, maar de richting is wel duidelijk. Hier is toch een heel belangrijk sturingsmechanisme in de markt. Hoe je het ook regelt, het heeft altijd invloed op de markt. Dat is ook een van de punten die niet goed zijn voor de marktwerking. Het is uiteraard een extreme situatie, want lokale netten zullen altijd wel een of andere terugkoppeling hebben naar een hoger gelegen net, al is het maar uit het oogpunt van een verzekerde stroomvoorziening.

Dan heb ik nog een aanvullend punt. Gesteld dat je de producent en de afnemer laat betalen. In welke verhouding gebeurt dat dan? Moet je dat dan doen volgens het cascadesysteem? Ik ben overigens blij dat het misverstand uit de weg is geruimd dat het cascadesysteem betekent dat de onderste in het net, dus de kleinverbruikers, altijd alle kosten van de hoger gelegen netten betalen. Dat is niet zo. Ze betalen alleen dat deel van de hoger gelegen netten dat voor hen wordt ingezet. Dat is een kwestie van uitrekenen, maar dat is principieel terecht. Een andere vraag is hoe je dat cascadesysteem invult. De vraag is niet alleen met welke gewicht het een en ander betaald moet worden, maar ook of je er een afstandsafhankelijk tarief of een zonetarief naast moet leggen. Een afstandsafhankelijk tarief lijkt mij niet goed, want dan moeten vrager en aanbieder op voorhand weten op hoeveel afstand ze van elkaar zitten. Dat is noch economisch, noch elektrisch-technisch gezien rationeel. Wat ik wel overtuigend vind, is het idee van het zonetarief. Dat verstoort de marktverhoudingen niet, want iedereen weet op welk zoneniveau hij inprikt, met afname, dan wel met productie. Iedereen weet dat hij stroom afneemt op het hoogste of op een lager niveau en iedereen weet dat hij zijn productie inprikt op een laag of een hoog niveau. Dat lijkt mij niet verstorend voor de marktwerking, maar het sluit wel aan op wat ik net zei, namelijk dat iedereen betaalt naar rato van de kosten.

Dan is de vraag of wij moeten kiezen voor kilowattuur, voor kilowatt of voor een mix daarvan als drager van het tarief. Het is volgens de minister beter om te kiezen voor de kilowattuurbenadering, dus ik volg haar daarin. Mijn voorkeur is per saldo een mix van producent-gebruiker, die betalen per zone waarop ze zijn aangesloten, met als tariefdrager kilowattuur.

MinisterJorritsma-Lebbink

De heer Crone bedoelt met zone dus iets anders dan een gebied, een afstand. Ik neem aan dat hij daarmee het niveau van inprikken bedoelt.

De heerCrone(PvdA)

Ja, dus eigenlijk het spanningsniveau. Misschien moet ik niveautarief zeggen, maar ik weet nog niet of dat kan.

Voorzitter! Als wij vinden dat dit de structuurdragers moeten zijn, dan moeten we nog in formules de gewichten gaan bepalen. Dat ligt altijd tussen 0% en 100%. Dan leggen we in ieder geval een aantal principes vast. Of moeten we doen wat de minister zegt en de principes wel in de wet vastleggen, maar verder niet te veel details. In ieder geval zijn deze uitgangspunten voor mij wel helder. Ik heb in het amendement in ieder geval vastgelegd dat ook de producent mee moet kunnen betalen. Dat was uitgesloten in het oorspronkelijke wetsvoorstel. Dat moet er dus in ieder geval in, anders kan het nooit. Ik heb aan het amendement toegevoegd dat doelmatigheid uitgangspunt moet zijn van de beslissingen van de netbeheerder. Hij moet kunnen zeggen dat een bepaalde producent of afnemer op grond van efficiencyoverwegingen of maatschappelijk belang bepaalde kosten geheel of gedeeltelijk zelf moet dragen. Ik heb ook als uitgangspunt toegevoegd dat er goede dienstverlening moet zijn van de netbeheerders.

Eigenlijk zou je dit natuurlijk in Europees verband moeten coördineren. Als wij tot aan de grens gratis stroom transporteren voor exporteurs en andere landen doen dat ook, dan is het speelveld gelijk. Als wij daar kosten voor rekening brengen en andere landen doen dat niet, dan is er geen gelijk speelveld. Zie wat Duitsland doet op dit punt. Ik vraag de minister dus of zij vorderingen ziet in de Europese coördinatie op dit punt. Ik wacht haar reactie op mijn amendement af.

Ik heb nog een korte opmerking over de glastuinbouw. De glastuinbouw heeft problemen met warmtekrachtkoppeling, niet zozeer door de dingen die wij nu regelen op het gebied van elektriciteit, maar vooral omdat het gastarief is gewijzigd of gewijzigd wordt. Met andere woorden, het wordt slechter voor de glastuinbouw. Ik begrijp dat hierover nauwelijks of niet met de sector is overlegd, maar dat dit vrij eenzijdig door de Gasunie is voorgesteld. In de Kamer is er ook niet over gesproken. Ik krijg van de minister dus graag de toezegging dat dit niet wordt geëffectueerd, maar opgeschort tot hierover is gesproken met de sector en de Kamer. Ik neem aan dat dit gebeurt in het kader van de liberalisering van de gasmarkt, die nog aan de orde komt.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wat wilt u opschorten?

De heerCrone(PvdA)

Ik heb begrepen dat de Gasunie een nieuwe tariefsystematiek – verdeling van de transportkosten en het gastarief zelf – voor de glastuinbouw en andere heeft vastgesteld. Het gaat dit jaar nog niet in. Het wordt door de glastuinbouw als een zeer slechte actie voor de warmtekrachtkoppeling gezien, omdat de gasprijs hoger wordt. Daarover is niet met de sector en de Kamer overleg gevoerd. Ik weet niet of de minister daarvoor verantwoordelijk is. Het gaat nu over de Elektriciteitswet, maar het heeft toch te maken met de tariefstructuur die wij hier afspreken. Wij moeten voorkomen dat wij terzake van het gas een verkeerd systeem hebben. Het gaat zowel om de transparantie als om de inhoud en het overleg.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Ik wil het hebben over het amendement op stuk nr. 35. Uit een oogpunt van een goede marktwerking op het gebied van de elektriciteit is het wenselijk om het reserveren van transportcapaciteit mogelijk te maken. De directeur van DTE kan dan verzocht worden om reservering van die transportcapaciteit.

De voorzitter:

Ik meen dat dit al aan de orde is geweest.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

De minister heeft gezegd dat zij ervoor is. Ik heb nog geen toelichting gegeven.

De voorzitter:

Voor de pauze hadden wij overleg tot en met artikel 24. Het gaat over het amendement op stuk nr. 35 op artikel 24b. Ik heb begrepen dat de minister daarmee geen problemen had.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

U nam dat aan. De elektriciteitsbeurs als zodanig is nog niet echt aan de orde geweest. Het is belangrijk dat die beurs een belangrijke rol krijgt. De marktwerking en een goede prijs voor de consument moeten daar tot stand komen.

De voorzitter:

Wilt u nog een toelichting geven op het amendement op stuk nr. 34?

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Graag. Degenen die kleinschalige warmtekrachtinstallaties exploiteren – beneden de 2 megawatt – moeten voor dat deel dat zelfvoorzienend is niet het systeemtarief betalen. Juist de kleinsten zijn voor de landbouwsector van ontzettend groot belang. Ik vind het belangrijk dat het systeemtarief niet wordt geheven voor de kleinschalige warmtekrachtinstallaties en voor de landbouwsector voorzover het gaat om dat deel dat zelfvoorzienend is.

De heerVan Dijke(RPF)

Om des tijds wille sluit ik mij aan bij de vragen van de heer Crone.

MevrouwVos(GroenLinks)

Mijn fractie vindt dit artikel van groot belang. Het is ook goed dat er een amendement ligt. Dekt dat amendement de problemen wel goed af? Het is goed dat niet alleen de afnemer, maar ook de producent gaat bijdragen aan de transportkosten. Het transporttarief prikkelt niet tot een efficiënt netgebruik. Het kan grote afnemers bevoordelen ten opzichte van kleine afnemers.

Ik heb nog een vraag over het cascadestelsel. Het wordt niet letterlijk in de wetstekst genoemd, maar wel in de memorie van toelichting en de nota naar aanleiding van het verslag. Ik ga ervan uit dat dit het stelsel is waaraan wordt gedacht en dat uitgewerkt gaat worden. Moet thans niet bij amendement worden geregeld dat dat stelsel niet de gewenste manier is om transporttarieven te hanteren? Met de heer Crone meen ik dat er voor een zonetarief veel te zeggen valt. Laat men betalen voor dat gedeelte van het net waarvan men gebruik maakt. Is het niet van belang om, als wij dat zo willen, het bij amendement te regelen? Mijn fractie overweegt dit in elk geval. Wat is het oordeel van de minister hierover?

In artikel 25b, derde lid, wordt aangegeven dat het transporttarief wordt uitgedrukt in guldens. Betekent dit dat het onafhankelijk is van de hoeveelheid elektriciteit die geleverd wordt? Uit de brief van Bavaria blijkt dat men denkt dat een bepaald transporttarief moet worden betaald, onafhankelijk van de hoeveelheid elektriciteit die men afneemt. Klopt dit of gaat het om een misverstand? Ik wijs erop dat dit zeer nadelig zou uitwerken voor kleine afnemers en zelfopwekkers.

In verband met het systeemdiensttarief heb ik een amendement ingediend op stuk nr. 35. Als zich storingen voordoen, moeten diensten worden geleverd opdat bedrijven niet stil komen te liggen. Die kosten worden enerzijds veroorzaakt door de grote centrales en zijn anderzijds van belang voor de grote afnemers. Op grond hiervan zou men kunnen zeggen dat de kosten hiervan moeten worden gedragen door die producenten en die afnemers, en niet door kleine afnemers en kleine opwekkers. Het ingediende amendement maakt het mogelijk een ontheffing of een verlaagd tarief voor afnemers van decentrale opwekking in te voeren.

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Het gaat hierbij om een cruciale bepaling. Bij de glastuinbouw en ook bij de brouwindustrie wordt gevreesd dat als gevolg van de milieuonvriendelijke tarievenstructuur van dit wetsvoorstel, inmiddels bereikte energie-efficiencyverbeteringen verloren zullen gaan. Wat is hierop de reactie van de minister?

Bij de schriftelijke voorbereiding hebben wij gevraagd naar de gevolgen van dit wetsvoorstel voor de met de glastuinbouwsector afgesloten meerjarenafspraken inzake energie-efficiency en het aandeel duurzame energie. De minister stelt geen aanleiding te zien om te verwachten dat dit convenant in gevaar komt, maar daarvan zijn wij nog niet overtuigd. De glastuin- bouwsector verkeert in een omvang- rijke fase van herstructurering, waarbij energiebesparing een zeer belangrijk thema is. Nieuwe en te vernieuwen locaties bieden uitstekende kansen om tot een optimale energievoorziening te komen, maar daarbij gaat het vrijwel altijd om een combinatie van technieken; WKK, restwarmte, warmtepompen, duurzame energie enz., met als kenmerk: decentrale opwekking. Ik verwijs naar de brief van het Productschap tuinbouw waarin wordt gesteld dat het cascadeprincipe bij het transporttarief met name bij doorleveren over korte afstand – zoals wij WKK waarbij meestal met middenspanning kan worden volstaan – nadelig werkt. Daarnaast is er het gegeven dat zelfopwekkers bij het voorgestelde tarief voor systeemdiensten voor alle verbruikte kilowatturen moeten betalen. Deze zaken zouden alle interesse voor decentrale opwekking frustreren. Wil de minister hierop ingaan?

Vrij kort voor de aanvang van dit AO ontvingen wij de resultaten van een in het kader van een Erasmusadviesproject gehouden deelonderzoek naar de elektriciteitsmarkt. Daaruit komt duidelijk naar voren dat het cascadestelsel niet voldoet aan het economische principe dat kostenveroorzakers betalen. In dit verband kan kruissubsidiëring ontstaan tussen spanningsniveaus, die kan oplopen tot 750 mln. per jaar. Bij uitsluiting daarvan zou dit een voordeel kunnen opleveren voor de huishoudens tot hetzelfde bedrag. De onderzoekers noemen het cascadestelsel een barrière voor de verdere ontwikkeling van kleinschalige milieuvriendelijke opwekking van elektriciteit. Dat vind ik nogal wat. Wat is de reactie van de minister hierop? Wij geven in overweging ook eens goed te kijken naar het niveaustelsel, dat door de Rotterdamse onderzoekers dringend wordt aanbevolen en dat ook met betrekking tot het milieu veel voordelen biedt.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Ik denk inderdaad dat dit een van de belangrijkste onderwerpen is waar we vandaag over spreken. Er komen er straks nog een aantal, maar dit is een belangrijke en ook een heel ingewikkelde zaak; dat is ook duidelijk. Je hebt een heel goede tariefstructuur nodig om ook helderheid in de tariefopbouw van de nettarieven te kunnen verkrijgen. We weten allemaal dat juist heldere tarieven nodig zijn voor verbruikers om hun beslissing te kunnen nemen, ook met het oog op de wijze waarop zij om willen gaan met hun inkoop.

Voor elke netdienst moet dan ook een apart tarief worden onderscheiden. We hebben het aansluittarief voor aansluitingen van nieuwe netgebruikers en we hebben het transporttarief – een point tariff, om het zo maar te zeggen – dat de werkelijkheid weergeeft. Immers, het is niet zo dat als we het er aan de ene kant in stoppen, het dan ook vervoerd wordt over het hele net en er aan de andere kant weer uitkomt. Zo werk het niet bij de elektriciteit. Het zou makkelijk zijn als het bij de mobiliteit ook zo werkte, maar helaas is het daar iets anders. Voorts hebben we het systeemtarief voor de systeemdiensten die de landelijke netbeheerder levert.

Een precieze uitwerking van die tariefstructuren heeft ook technische consequenties: dat moeten we ons goed realiseren. Dat is ook de reden waarom netbeheerders een heel belangrijke rol hebben, door het doen van voorstellen. Zij moeten voorstellen doen en die worden beoordeeld. Zij hebben de kennis om ook een goed en onafhankelijk voorstel te doen. Ik weet dat de bedrijven daar op dit moment heel hard aan werken.

De tariefstructuren zijn ook belangrijk om een goed toezicht te kunnen houden: toezicht op de hoogte van de tarieven en de tariefelementen. Het betekent dat de directeur van de DTE die voorstellen moet beoordelen en mogelijk ook gewijzigd vaststellen. Het betekent ook dat het begrip "aansluiting" heel beperkt moet worden opgevat. De aansluiting loopt van het net tot aan de beveiligingsvoorziening. Achter de beveiligingsvoorzieningen mogen ook andere dan de netbeheerder leidingen aanleggen; dan is er ook sprake van marktwerking.

Om de voorzieningszekerheid te waarborgen, moet er wel aan de voorwaarden van de netbeheerders worden voldaan. Netbeheerders kunnen die voorwaarden weer via de aansluitvoorwaarden stellen. Dat betekent ook dat netgebruikers niet per definitie hun leidingen door de netbeheerders behoeven te laten aanleggen. Vervolgens is wel een grote betrouwbaarheid voor iedere netgebruiker van belang; vandaar de voorwaarden die gesteld kunnen worden. Ik ben er daarom van overtuigd dat partijen voor die grote betrouwbaarheid zullen zorgdragen.

Nu kom ik op de stelsels. Ook bij de regulering van het transporttarief is een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkten het uitgangspunt. Dat is de reden waarom wij het afstandsonafhankelijke transporttarief hebben gekregen. Overigens is dat ook heel essentieel voor kleine opwekkers, om het maar eens te zeggen. Het betekent dat het ook voor kleine decentrale opwekkers interessant wordt om op andere plekken in het land te kunnen leveren, wat niet het geval zou zijn als je afstandsafhankelijkheid zou introduceren. Zonder een afstandsonafhankelijk tarief kan overigens ook de elektriciteitsbeurs niet werken. De beurs kan alleen maar werken als dat zo is. Nu, de fysieke werkelijkheid heb ik u al aangegeven.

Het cascadestelsel geldt en blijft gelden. We moeten overigens niet denken dat dit iets nieuws is, want het cascadestelsel geldt ook vandaag. Het betekent dat de eindgebruiker betaalt voor het spanningsniveau waarop hij is aangesloten. Hij betaalt – ik zou bijna zeggen: vanzelfsprekend – ook voor de hoger liggende niveaus; hij heeft daar namelijk een belang bij. En dat vervolgens op basis van de hoeveelheid elektriciteit uit dat hoger liggende net.

De cascade is heel logisch vanwege de dubbele functie van de netten. Allereerst als transportfunctie en ten tweede wat betreft de betrouw- baarheidsfunctie. Over dat laatste wil ik straks in het kader van het amendement op stuk nr. 34 nog graag iets zeggen. De betrouw- baarheidsfunctie geldt naast de systeemdiensten door de landelijke netbeheerder. Nu, we weten dat door de koppeling van elektriciteitsnetten de betrouwbaarheid toeneemt. Ook als de eindgebruiker geen elektriciteit transporteert, heeft hij nog altijd voordeel en profijt van de betrouwbaarheidsfunctie van het net. Of hij moet ervoor kiezen om daar niet op aangesloten te willen worden en dus een eiland te worden. Dat kan ook. Het betekent dat hij, door het cascadestelsel, voor dát profijt van het hoger liggende net ook gewoon moet betalen.

De heerVan Walsem(D66)

Voorzitter! De betrouwbaarheid is voor iedereen van belang, maar is de minister het met mij eens dat er ook differentiatie kan zijn in de behoefte aan betrouwbaarheid.

MinisterJorritsma-Lebbink

Je hebt je aangesloten of je hebt je niet aangesloten.

De heerVan Walsem(D66)

Maar er kan verschil in de mate van betrouwbaarheid zitten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik meen dat iemand niet twee soorten van betrouwbaarheid kan leveren: je levert óf je levert niet en je bent aangesloten óf je bent niet aangesloten. Zo simpel is het. Je kunt een jaar hebben dat je pech hebt, dat je twintig keer van de verzekering gebruik moet maken, en je kunt een jaar hebben waarin je heel veel geluk hebt, waarin alles heel goed gaat. Dan hoef je er nul keren gebruik van te maken. Maar je wilt die verzekering óf je wilt die niet.

MevrouwVos(GroenLinks)

Voorzitter! Ik vind het toch vreemd dat de minister juist op dit punt geen marktwerking invoert. In feite moet je in dit geval spreken van een dienst die wordt aangeboden.

MinisterJorritsma-Lebbink

En die kun je weigeren.

MevrouwVos(GroenLinks)

Die dienst koop je in, maar je zou toch ook verschillende niveaus van betrouwbaarheid moeten kunnen inkopen. Een heel klein bedrijfje of een kleine zelfopwekker...

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat heeft minder last, want het produceert minder.

MevrouwVos(GroenLinks)

Maar dat bedrijfje moet wel evenveel betalen. Dat blijft een heel vreemde zaak.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het bedrijfje betaalt voor het feit dat het betrouwbaarheid krijgt. Ik kan niet halve betrouwbaarheid leveren. Dat kan geen enkel bedrijf. Je kiest dus voor het een of voor het ander. Je kunt niet voor aansluiting kiezen omdat je meent dat je systeem 100% zeker is. In dat geval heb je de geboden betrouwbaarheid niet nodig. Je bent dan een eiland. Je kunt ook wel voor aansluiting kiezen. Ik wil in dit verband nog een paar argumenten noemen.

Ook WKK-producenten profiteren wel degelijk van die betrouwbaarheid. WKK-producenten krijgen bovendien, als zij dat wensen en die betrouwbaarheid kopen, toegang tot andere afnemers in het land. Tot nu toe hadden ze dat nauwelijks of niet. Verder geldt dat nog niet een tarief is vastgesteld. Er wordt nu wel gesproken over onderzoeken van de Erasmus Universiteit, maar één ding is helder: wat ik niet zal accepteren en wat de directeur van DTE nog veel minder dan ik zal accepteren – hij moet dat bepalen – is het toestaan van kruissubsidiëring. Juist het systeemtarief moet op feitelijke kosten gebaseerd zijn. Die moeten zo beperkt mogelijk zijn. Naar onze inschatting zal het echt gaan om enkele tienden van centen. Meer kan het nooit zijn. Het moet om een heel bescheiden bijdrage gaan.

De keuze van tariefdrager is op zichzelf nog een open punt. Uiterlijk 1 juli moet daarover beslist zijn. Ik heb al aangegeven dat het kilowattuur een aantal voordelen heeft, ook met het oog op de marktwerking. Men moet al heel goede argumenten hebben, wil voor iets anders worden gekozen. Het is wel een zeer complexe discussie met veel technische elementen. We moeten hierover met partijen heel goed overleg plegen. De energiebedrijven hebben daarop ook gewezen. Natuurlijk zijn ook de belangen van eindgebruikersorganisaties in het geding en die moeten zeer wel in aanmerking genomen worden.

Er is een aantal amendementen op dit punt ingediend. Ik noem eerst het amendement van de heer Marijnissen op stuk nr. 16. Hij is hier niet aanwezig, maar ik wil zijn amendement toch graag bespreken, omdat het anders weer in de plenaire vergadering aan de orde komt. De heer Marijnissen wil een afstandsafhankelijk tarief. Daarover heb ik al voldoende gezegd. Bekend is inmiddels dat mij een dergelijk tarief buitengewoon onjuist lijkt. Het komt niet in de buurt van de fysieke werkelijkheid. Bovendien zou het tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld decentrale opwekking in een nadelige positie komt ten opzichte van grootschalige, centrale opwekking. Men zou kunnen leveren aan mensen aan dezelfde kant van het land, maar men kan ook grote centrales op centrale plekken creëren. Het voorgestelde lijkt mij dus niet goed. Bovendien heeft het ook geen beperking van de netverliezen tot gevolg. De suggestie zou kunnen zijn dat de koper rechtstreeks elektriciteit van de verkoper krijgt. Het gestelde is dus niet juist, gelet op het beoogde effect.

De heer Crone heeft op stuk nr. 18 een amendement ingediend om het transporttarief bij de producent in rekening te kunnen brengen. Ik ben het met de heer Crone eens – dat is steeds het uitgangspunt geweest – dat het tarief voor het netgebruik zoveel mogelijk een weerspiegeling van de veroorzaakte kosten moet zijn. Het amendement kan ertoe bijdragen dat dit het geval is. In de nota naar aanleiding van het verslag heb ik hiervoor al een opening geboden. Het moet echter niet leiden tot een heel verregaande complexiteit. Wij zullen erop moeten letten dat het goed gebeurt. Ik heb eerder aangegeven dat een tariefprikkel voor een bijdrage aan de afname van de transportkosten het overwegen waard is. Ik heb dan ook geen bezwaar tegen het amendement, mits de gelijkwaardige concurrentiepositie tussen producenten gewaarborgd is en mits het geen heel ingewikkelde systematiek tot gevolg heeft.

De systeemdiensten worden verricht door de landelijke netbeheerder, die ook de systeembeheerder is. Die diensten dragen bij aan de betrouwbaarheidsfunctie van het net en aan de voorzieningszekerheid. In die zin is sprake van een soort collectieve verzekering, maar dat moet het dan ook wel echt zijn. De kosten van de systeemdiensten moeten uitsluitend dat collectieve deel omvatten en horen ook collectief te worden omgeslagen. Zelfopwekkers kunnen ervoor kiezen om op het openbare net te worden aangesloten. Als zij dat willen, dan horen zij naar rato van hun gebruik die verzekeringspremie daarvoor te betalen. Dat strekt zich wat mij betreft uit tot het totale gebruik inclusief de zelf geproduceerde stroom.

Er zijn twee soorten systeemdiensten met twee verschillende tarieven. Het systeemtarief moet ervoor zorgen dat je grootschalige storingen voorkomt en oplost, terwijl het programmaverantwoordelijkheidstarief het handhaven van de energiebalans in zich houdt. Het systeemtarief betreft een dienst met een ondeelbaar karakter, vergelijkbaar met een verzekering. Dat betekent dat iedereen met een aansluiting van hetzelfde kwaliteitsniveau van de voorziening kan profiteren en daarom ook een tarief moet betalen. Nogmaals, dat tarief moet heel beperkt zijn van omvang, omdat het slechts dat deel verzekert. De DTE zal de systeemdiensten moeten ontdoen van alle eventuele niet collectieve elementen. Die opdracht is ook gegeven. Dat betekent dat het tarief nog verder omlaag kan. Bedrijven zonder aansluiting op het net zijn eilandbedrijven. Die profiteren niet en hoeven dus ook niet mee te betalen.

In het amendement van mevrouw Voûte en de heer Crone wordt in dit verband alleen gesproken over de elektriciteit die op het net wordt gebracht of die van het net wordt gehaald. Ik vind dat dan onvoldoende rekening wordt gehouden met het profijt dat ook de zelfopwekker van de systeemdiensten heeft. Ik zie geen reden om afnemers die kiezen voor een aansluiting en daarmee voor het profijt, niet te laten betalen. Dat zou betekenen dat het nettarief toch een sturingselement wordt, bijvoorbeeld ter bevordering van WKK. Dat vind ik geen goede ontwikkeling. Ik vind dat dit tarief op zichzelf neutraal moet zijn. Daarom denk ik dat het amendement op stuk nr. 18 van de heer Crone, waarin wordt gevraagd om meer rekening te houden met de kostenveroorzaking in het transporttarief, een betere manier is om WKK eerlijk te behandelen dan het systeemtarief aan de andere kant. Ik zou de indieners dan ook willen vragen om het amendement in heroverweging te nemen, omdat ik denk dat het niet past in de systematiek en toch een sturing zal aanbrengen.

Hetzelfde geldt overigens voor het amendement van mevrouw Vos, waarin het systeemtarief ook wordt gebruikt als een soort sturingselement. Dat is niet de bedoeling. Je moet ervoor zorgen dat elk onderdeel van het tarief echt gerelateerd is aan de kosten. Ik ken de studie van de Erasmus Universiteit niet, maar ik vermoed dat die is gebaseerd op de huidige omvang van de systeemdiensten en tarieven. Wij hebben dat eerlijk gezegd niet kunnen bestuderen. Misschien kunnen wij ernaar kijken, zodat wij er tijdens het plenaire debat op terug kunnen komen. Er zijn nog geen tarieven vastgesteld. Wat mij betreft, moeten ze worden ontdaan van elke mogelijkheid van kruissubsidiëring.

In de programmaverantwoorde- lijkheid zit natuurlijk ook een systeem van prijsprikkels, wat inhoudt dat elke marktpartij zich maximaal aan haar opgegeven programma moet houden. Op het moment waarop zij dat niet doet, krijgt zij ook meer kosten. Als je een systeem hebt waarin de prijsprikkel zit om je zo goed mogelijk aan je eigen programma te houden, dan is ook het totale systeem zo goedkoop mogelijk. Dat betekent dat de programmaverantwoordelijkheid is voorzien van financiële incentives. Dat betekent dat het systeem, als een onderdeel van de technische voorwaarde, moet worden beoordeeld door DTE.

De heer Van Dijke noemde nog het punt van de glastuinbouw. Het is natuurlijk waar dat door liberalisering de omgeving waarin het energiebesparingsbeleid wordt gevoerd, verandert. De voorstellen uit de Energiebesparingsnota 1998 worden op dit moment uitgewerkt in het actieprogramma energiebesparing dat in mei naar de Kamer zal worden gestuurd. De inhoud zal overigens zijn: meer normering en minder vrijwilligheid. Vooralsnog zijn de meerjarenafspraken een heel belangrijk instrument en ik zal het energiebesparingsbeleid steeds blijven toetsen aan effectiviteit, maar dan in een geliberaliseerde omgeving. Overigens worden mensen door de werking van de markt meer prijsbewust, waardoor zij meer zijn geprikkeld om te doen aan energiebesparing. Naarmate je minder invloed hebt op en je minder nadenkt over wat je aan energie uitgeeft, word je ook niet zo verschrikkelijk geprikkeld. Ook in Zweden is de ervaring opgedaan dat naarmate men meer invloed op de prijs kan uitoefenen, men zelf ook steeds meer geïnteresseerd is om zo zuinig mogelijk met energie om te gaan. Overigens wil ik ook dat de olieprijzen wat hoger zouden zijn. Naarmate er een afweging is, is dat wel aan de orde.

Ik ken geen nieuw systeem, maar ik ben bereid er nog eens naar te kijken. Ik weet wel dat de glastuinbouw, daartoe geïnspireerd door het regeerakkoord, druk onderhandelt met de Gasunie, maar een uitkomst, ook in de tariefopbouw, ken ik niet. Ik zal daar navraag naar doen, maar ik elk geval mag dat bijvoorbeeld niet interfereren met de nieuwe Gaswet; daar moeten wij nog goed naar kijken.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Voorzitter! Ik kom even te spreken over het amendement op stuk nr. 34 en het pleidooi dat de minister houdt, met name voor systeemdiensten die de betrouwbaarheidsfunctie als een soort verzekering waarborgen. Uiteraard is dat op zichzelf een heel legitiem verhaal, maar mij gaat het met name om het doel. Het doel was dat de kleinschalige warmtekrachtinstallaties als zij bijvoorbeeld 90% zelfvoorzienend zijn, niet een dure systeemdienst moeten betalen. Als, zoals de minister zegt, de nieuwe systeemdiensten in het nieuwe systeem veel goedkoper worden –- daar wreekt zich overigens het feit dat dit op zichzelf nog niet goed uitgekristalliseerd is – dan vind ik dat een belangrijk element. Als het werkelijk om een aantal centen gaat...

MinisterJorritsma-Lebbink

Tienden van centen.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Dat is dan een heel belangrijk element, want op dit moment is het vrij kostbaar. Ik zou een en ander dan ook graag nader uitgewerkt zien, ook het aspect dat de transportkosten terecht zullen kunnen komen bij de producenten als zodanig. Dat kan ik dan in overweging nemen terzake van genoemd amendement.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wat mevrouw Voûte zegt, is correct. De netbeheerders zijn nu bezig met het ontwikkelen van kostengerelateerde systeemdiensten. Dat moet door de DTE beoordeeld worden en die moet er alles uitgooien wat niet rechtstreeks met het echte collectieve deel te maken heeft. Alle andere dingen horen ergens anders thuis. Misschien dat de studie van de Erasmus Universiteit ons daarbij kan helpen, in de zin dat zij nagaat waar zij de elementen van kruissubsidiëring ziet, want die moeten er natuurlijk uit. De bedoeling is inderdaad dat het tarief zo laag mogelijk wordt, echt puur alleen voor het collectieve deel.

De heerCrone(PvdA)

Voorzitter! Ik kom weer terug op het programma van de VPRO. Het is inderdaad zo dat de producent de zwembaden verwarmt op het moment dat er sprake is van piekbelasting. Via de warmtekrachtkoppeling wordt stroom opgewekt die hij dan duur kan verkopen tijdens de piekbelasting. Dat geeft aan hoe effectief het kan zijn om decentraal programmaverantwoordelijkheid te nemen voor het functioneren van het gehele net.

Dan heb ik nog een vraag over het niveautarief. Is er een gradatie aan te brengen naar de niveaus waarop de stroom wordt afgenomen of wordt aangeleverd? Hoe staat het met de Europese coördinatie van deze tariefsystemen?

Tot slot zal ik nog uitleggen waarom ik mijn amendement heb ingediend op dit punt. Hierbij speelt het punt van partijen die zich benadeeld kunnen voelen in de voorgestelde structuur en het bepalen van gewichten in de structuurformules. Men kan dan zo nodig een beroep doen op DTE en waarschijnlijk ook op een andere rechtsprekende instantie. Tegen die achtergrond ben ik blij dat de minister geen bezwaar heeft tegen mijn amendement. Het geeft toch wat stevigheid in de markt.

MinisterJorritsma-Lebbink

Er is zeker sprake van Europese coördinatie. Wij hebben enige tijd geleden het initiatief genomen voor een OESO-symposium, waarin dit aan de orde is geweest. Maar dit moet zeker in de Europese coördinatie worden ingebracht. Als men namelijk aan de ene kant van de grens precies andersom handelt dan aan de andere kant van de grens, dan wordt de klant of dubbel benadeeld of dubbel bevoordeeld. Dat mag toch niet gebeuren. Dus daar gaan wij zeker mee door.

Dan het zone-idee. In feite gaat het dan om het mogelijk maken van het toerekenen van transportkosten aan de producenten. Het zou een oplossing kunnen zijn om dat op de door u voorgestelde manier te doen. Ik zal dit meegeven aan degenen die dit uiteindelijk uit moeten werken en daar zal bij de beoordeling ook naar gekeken worden.

MevrouwVos(GroenLinks)

Wordt het zonetarief nader uitgewerkt? In dit verband vraag ik mij af of, zolang wij met het cascadetarief werken, decentrale opwekking ook betaalt voor hogere netten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het is niet strijdig met elkaar. Het zonetarief is een onderdeel van het cascadetarief. Nog steeds blijft er sprake van verschillende lagen. Het gaat er alleen om – en daar heeft de heer Crone terecht een opmerking over gemaakt – dat het de bedoeling is dat de kosten neerslaan bij degenen die de kosten veroorzaken of bij degenen die profijt hebben van het systeem. Daar kun je iets mee doen in het transporttarief, doordat je ook de producenten daarbij een rol wilt laten spelen. Dan zou het inbouwen van zo'n zone denkbaar zijn. Maar dan gaat het niet over afstand; dan gaat het over hoogte.

MevrouwVos(GroenLinks)

Begrijp ik het goed dat de minister ervóór is dat een grootverbruiker die aange- sloten is op het hoogste spanningsnet alleen daarvoor hoeft te betalen, ook al maakt hij gebruik van een lager spanningsnet?

MinisterJorritsma-Lebbink

Nee, hij moet ook betalen als hij gebruik maakt van een lager spanningsnet.

MevrouwVos(GroenLinks)

Dan heb ik nog een vraag over Bavaria. Misschien is er een misverstand ontstaan.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het is jammer dat Bavaria niet de behoefte voelt om brieven aan mij te schrijven.

MevrouwVos(GroenLinks)

Het lijkt mij zinnig als u een kopie van die brief krijgt.

In artikel 25b, lid 3, staat dat het tarief wordt uitgebracht in een bedrag in guldens. Is dat een misverstand en moet ik dat lezen als een bedrag in guldens per verbruikte hoeveelheid elektriciteit?

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat is absoluut een misverstand. Het is geen vast bedrag.

MevrouwVos(GroenLinks)

Ik heb het idee dat Bavaria daardoor op het verkeerde been is gezet.

Het is toch wenselijk om juist via het net aan te sturen op meer decentrale opwekking? Van de minister mag dat niet. Daar is toch wel degelijk iets voor te zeggen met het oog op duurzaamheid en het gegeven van opwekken waar de klant het vraagt.

MinisterJorritsma-Lebbink

Daar heb ik nu net bezwaren tegen. Wij moeten zien te voorkomen dat kleinschaligheid benadeeld wordt via de tarieven. Dat moet neutraal gebeuren. Als je verder wilt stimuleren, zijn er een aantal mogelijkheden. Je kunt het verplichten, subsidies verstrekken of heffingen instellen op wat slecht is. We moeten echter niet proberen via zes methodes tegelijk de sturing van het gebruik te gaan regelen. Hier hoort het neutraal te zijn en echt gerelateerd aan de kosten die gemaakt worden voor het systeem. Du moment dat wij verdergaan met energiebesparing of bevordering van duurzaam gebruik, moeten we de methodes bedenken die daarvoor nodig zijn. Dat kan zijn verplichtend opleggen, via de belastingen of via subsidiëring.

Voorzitter! We hebben even navraag gedaan naar de glastuinbouw. Ik heb begrepen dat de glastuinenmiddengroep nu nog niet vrij is. Bij het vrijkomen van die groep, waar naar ik begrijp de discussie over gaat, zijn er wel veranderingen in de tarieven te verwachten, met name voor de kleinschalige WKK met een korte bedrijfstijd. Dat heeft een relatie met de kostenveroorzaking door bedrijven. De precieze gevolgen voor onder andere de glastuinbouw worden op dit moment onderzocht. Er is nog geen besluit over. Eventuele maatregelen horen dan marktconform te zijn. Dat is de informatie die ik tot nu toe heb, maar ik ga ervan uit dat we hier iets meer over te weten kunnen komen.

De heerVan den Berg(SGP)

Is de minister bereid om naar aanleiding van de opmerkingen van de Erasmus Universiteit over cascadetarief versus niveautarief en kwesties rond kruissubsidiëring, de Kamer over dat rapport voor de plenaire behandeling nog iets te zeggen? Dat zou zeer verhelderend kunnen zijn. Het rapport is bij brief van 11 maart aan de Kamer aangeboden. Misschien kunnen wij daar voor de plenaire behandeling een korte reactie op ontvangen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dan moet het wel een redelijk oppervlakkige en korte reactie zijn, ervan uitgaande dat de Kamer inderdaad van plan is de wet volgende week plenair te behandelen. Zo is het tenminste in de planning van de Tweede Kamer opgenomen en daar ga ik altijd van uit. Nogmaals, als we de wet per 1 juli in het Staatsblad willen hebben, zal dit ook noodzakelijk zijn. We zouden wel een eerste reactie kunnen geven, als we het rapport tenminste snel boven water kunnen krijgen. Ik weet niet of het ons is toegestuurd. Het is interessant dat de Kamer het wel heeft en wij niet.

De heerVan den Berg(SGP)

ik stel zo nodig mijn exemplaar ter beschikking, voorzitter!

De heerCrone(PvdA)

Misschien kunnen we hier dan wederkerigheid invoeren. Als Heineken een brief aan de minister stuurt, kunnen wij die misschien ook krijgen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Daar moet ik over nadenken. Het hangt ervan af over welk onderwerp het gaat.

Artikelen 26 t/m 26g

- amendement-Crone (stuk nr. 18)

- amendement-Crone (stuk nr. 28)

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 25)

- amendement-Van Walsem (stuk nr. 32)

De heerCrone(PvdA)

Ik ben blij dat de minister bij nota van wijziging nog verduidelijking geeft over de rapportageverplichtingen van de bedrijven. Bij outputsturing, waarvoor wij terecht kiezen, hoort dat de DTE niet alle cijfers tot in detail moet hebben, maar de cruciale cijfers aangeleverd moet krijgen door de sector en op hoofdlijnen moet kunnen sturen of de output zich goed ontwikkelt.

Ik wil op twee punten nog ingaan. Het eerste is het toezicht en de marktwerking die staat of valt met de countervailing powers. Er wordt opgemerkt dat representatieve organisaties uiteraard een rol spelen. Ik heb gevraagd of deze daartoe wel in staat zijn. Kunnen countervailing powers als de Consumentenbond voldoende capaciteit, knowhow en dergelijke op de been brengen om namens kleinverbruikers een rol te spelen? Dat wordt er niet makkelijker op bij marktwerking, omdat zij dan niet meer alleen met de minister en enkele distributiebedrijven maar ook met aparte netbeheerders en dergelijke te maken krijgen. De minister zegt dat zij dat niet apart in de wet gaat regelen via een heffing op het tarief. Dit moet gebeuren uit de algemene middelen. Ik kan daar genoegen mee nemen, als ik dat als een toezegging mag interpreteren. Ik ga nu uiteraard niet over de hoogte overleggen. Wij horen het wel van de Consumentenbond als dat niet bevredigend is. Ik noem de Consumentenbond als voorbeeld. Veel marktpartijen zullen het makkelijk zelf kunnen betalen, omdat zij belanghebbend en kapitaalkrachtig zijn en een deel van de winst uit de prijsverlaging kunnen halen, maar de Consumentenbond kan zelf geen omslag over alle consumenten leggen. De Consumentenbond is dus een voorbeeld waar dat niet geldt.

Mijn amendement op stuk nr. 28 betreft de serviceverlening aan kleinverbruikers. Door het prijsplafond wordt in feite de hoogte van de inkomsten van de bedrijven vastgesteld, waardoor zij geen belang hebben bij optimale, geld kostende serviceverlening. Zij zijn nog monopolist, dus klanten kunnen niet weglopen en hoe meer kosten er worden gemaakt, hoe minder winst er overblijft. Ik wijs erop dat in Engeland de regulator een rol speelt. In een overzichtelijke set van elf criteria is een aantal zaken vastgelegd waaraan de bedrijven moeten voldoen. De output moet gemeld worden aan de dienst toezicht, maar moet ook openbaar worden gemaakt, zodat iedereen ziet hoeveel klachten er zijn ingediend en op welke wijze zij zijn afgehandeld. Voor het niet binnen een bepaalde termijn kunnen maken van een afspraak met een netbeheerder wordt een boete van 20 tot 100 pond opgelegd, die ter compensatie aan de klant wordt uitbetaald. Er is dus sprake van een financiële tegendruk. Een ander goed voorbeeld is dat klanten niet worden afgesloten, maar dat er voldoende muntmeters geplaatst moeten worden. Als wij dit soort simpele zaken niet nu reeds regelen, zullen wij door schade en schande wijs worden en dat pas over enkele jaren regelen, zoals in Engeland. Mijn amendement is erop gericht een voorziening in de wet op te nemen op grond waarvan de DTE een en ander met de sector kan regelen.

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! Ik heb het amendement op stuk nr. 25 ingediend omdat groeperingen die niet worden vertegenwoordigd door representatieve organisaties ook belang hebben bij een tariefbesluit. Zij moeten hun mening kunnen geven over een voorgenomen tariefbesluit van de directeur van de DTE of van de minister. Afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht betreft de openbare voorbereiding van een besluit. Met mijn amendement wordt beoogd, vast te leggen dat deze afdeling ook van toepassing is, zodat er zekerheid is over een zorgvuldig procedure, met name ten behoeve van de groeperingen die niet zijn vertegenwoordigd door representatieve organisaties, zodat ook zij een stem hebben.

De heerVan Dijke(RPF)

Voorzitter! Ik heb reeds een opmerking gemaakt over het verplichte adviseurschap ten behoeve van de DTE. Artikel 26d, punt 2, kan naar mijn mening geschrapt worden. Zo niet, dan moeten adviseurs worden benoemd. Er is dan sprake van een kroonbenoeming van een adviseur van de DTE. Dat lijkt mij bijzonder ingewikkeld. De directeur van de DTE kan immers raadplegen wie hij wil. Het lijkt mij dan ook beter dit onderdeel te schrappen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! De heer Crone heeft gevraagd of representatieve organisaties wel in staat zijn om te adviseren. Wij hebben buitengewoon goede ervaring met de Consumentenbond, die echt van de hoed en de rand weet. Mochten er lacunes in de kennis zijn, dan is het, gezien de goede relatie met de Consumentenbond, toegestaan dat er een project bij ons wordt ingediend voor het aanvullen van het tekort aan kennis door het inhuren van tijdelijke expertise. Op die wijze kan kennis worden opgebouwd. Dat wordt uit de algemene middelen betaald. Er zijn daarover goede afspraken gemaakt. Ik ga ervan uit dat, als daaraan behoefte is, een projectvoorstel zal worden ingediend. Wij nemen ten aanzien daarvan een positieve grondhouding in. Er wordt natuurlijk wel bekeken of het efficiënt gebeurt.

Met het amendement op stuk nr. 28 van de heer Crone wordt beoogd de voorwaarden van netbeheerders voor vergunningverlening te voorzien van kwaliteitscriteria ten aanzien van de te leveren prestaties. Bij een ernstige storing in de levering moet de klant adequaat geïnformeerd worden, moeten storingen worden verholpen en dient er eventueel compensatie geboden te worden. Vervolgens wordt voorgesteld daarover periodiek aan de DTE te rapporteren.

Ik vraag mij af of wij hier niet een beetje aan overshooting doen, gegeven de al geldende civielrechtelijke prestatie- en aansprakelijkheidsregels en het zelfregulerend vermogen van bedrijven en afnemers in de sector. Wij hebben natuurlijk een wat andere cultuur dan de Engelse. Wij hebben bovendien een Burgerlijk Wetboek waarin dit soort zaken geregeld zijn. Een prestatierapportage over de dienstverlening van de bedrijven kan ook bijdragen aan het leervermogen van de sector, dus misschien is het geen gek idee, op basis van de ervaringen in Engeland. Ik heb er geen grote bezwaren tegen. Het is vergaand in de regulerende sfeer, maar misschien is het niet heel ernstig als het gebeurt. Ik hoop dat de sector daardoor nog sneller leert om een goede dienstverlenende sector te worden.

Het amendement van de heer Van den Akker op stuk nr. 25, dat er een openbare voorbereidingsprocedure van de AWB van toepassing is, mag er van mij expliciet in, maar dat is ook al zo, als het niet expliciet in de wet staat. Ik liet het over aan de DTE, maar deze heeft zich ook aan de AWB te houden. Ik ga ervan uit dat het gewoon gebeurt, maar als het er expliciet in staat, wordt het nog een beetje helderder. Ik heb er geen bezwaar tegen, maar ik heb er ook geen behoefte aan. Het maakt niet uit. Wij leggen hiermee wel dingen dubbel vast, want de AWB is gewoon van toepassing.

Ik begrijp dat er nog een amendement van de heer Van Walsem op dit artikel rust. Hij heeft er niets over gezegd, maar ik denk wel dat het is ingediend, want ik heb het gekregen. Dat is het amendement op stuk nr. 32, waarin de netbeheerders een langere termijn wordt gegeven om met een voorstel te komen.

De heerVan Walsem(D66)

Ik hoef het niet uit te leggen, geloof ik.

MinisterJorritsma-Lebbink

Goed hè, dat wij hem hebben gevonden.

De heer Van Walsem wil de netbeheerders vier weken geven in plaats van twee weken. Ook daar heb ik geen bezwaar tegen. De Kamer kent mijn grenzeloze flexibiliteit.

Verder ligt er nog de vraag van de heer Van Dijke over artikel 26e, waarin staat dat de directeur van de DTE om advies kan vragen aan adviseurs. Natuurlijk is het waar dat iedereen in principe om advies kan worden gevraagd en dat zo'n bepaling niet strikt noodzakelijk is. Het is wel zinvol om het duidelijk te stellen. Wij hebben enige ervaring met de DTE. Dit artikel geeft een wettelijke basis aan de mogelijkheid dat de directeur een formeel advies inwint. Het is geen noodzakelijke bepaling. Hij kan natuurlijk altijd om advies vragen, maar het gaat hier om een formeel advies. Er staat "kan", het hoeft niet. Als er geen probleem is, hoeft er niets.

De heerVan Dijke(RPF)

Maar dan blijft de vraag wie de directeur om advies zal vragen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Hij kan, net als ik nu, advies vragen aan een paar wijze mannen. Dat is in de wet geregeld. Ik moet eigenlijk zeggen "wijze mensen", maar het zijn in dit geval helaas weer mannen.

De heerVan Dijke(RPF)

Daar is toch niets mis mee?

MinisterJorritsma-Lebbink

Het zou voor de sector goed zijn als er wat meer vrouwen in zouden werken. Laat dat ook eens gezegd zijn. Daar moet je dan aan denken. Het gaat dan niet om zomaar een advies, maar om het binnenhalen van extra expertise.

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Ik wil vermijden dat er een misverstand ontstaat. De minister zegt "kan verzoeken", maar in de wetstekst die ik voor mij heb, staat "verzoekt". Dat is verplichtend. In aansluiting op wat de heer Van Dijke heeft gezegd, vraag ik of wij dwingend in de wet moeten voorschrijven dat altijd adviseurs worden ingeschakeld.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het gaat om artikel 26b, dat bestaat uit twee leden: indien een voorstel..., dan komen die adviseurs in beeld.

De heerVan Dijke(RPF)

Als het een verplichtend karakter heeft, moet de minister aangeven door wie dat advies moet worden gegeven. De directeur kan meepraters of tegenpraters om advies vragen. Volgens mij moet van tevoren helder zijn aan wie het adviesverzoek gericht moet worden.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik zou zeggen uitsluitend aan meepraters. Of niet? Het gaat er natuurlijk om dat je een oplossing bewerkstelligt. Er is op dat moment een probleem. Je zult dan om adviseurs vragen die je inhoudelijk van een advies kunnen voorzien.

De heerVan Dijke(RPF)

Je moet het of benoemen of achterwege laten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik heb de memorie van toelichting er even bij gepakt. Daar staat: "Indien de gezamenlijke netbeheerders niet in staat zijn een gezamenlijk voorstel te zenden...". Tot nu toe ben ik niet gewend dat men ooit ergens uitkomt, het is dus te verwachten dat dit nog wel even zo zal blijven. Er wordt nu heel treurig gekeken op de tribune, maar ik maakte een grapje! Ik moet nu zeggen dat ik zeer veel vertrouwen heb in de toekomst, maar dan maak ik ook een grapje.

Terug naar de memorie van toe- lichting. "Indien de gezamenlijke netbeheerders niet in staat zijn een gezamenlijk voorstel te zenden (...) heeft iedere netbeheerder het recht een voorstel voor de tariefstructuren of voorwaarden aan de directeur van de dienst te zenden." Dan komen er vier verschillende of een paar verschillende adviezen. Men heeft dan vier weken de tijd. In die periode behoeven zij geen overleg te plegen. De directeur moet over de verschillende voorstellen die er liggen advies vragen aan een of meer onafhankelijke adviseurs. Dat betekent niet dat hij dat advies moet opvolgen, maar er ligt dan wel een onafhankelijk advies.

De heerVan Dijke(RPF)

Welk advies is er nou onafhankelijk in deze wereld?

MinisterJorritsma-Lebbink

Heel veel, gelukkig nog. Als het advies niet onafhankelijk is, staat dat weer ter beoordeling. Als hij het niet goed doet, hebben wij de rechter weer die dat oplost. Je zorgt er natuurlijk voor dat je afstemt met degenen die tot dan toe de voorstellen hebben gedaan. Zo werkt dat toch?

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Bij wijze van interruptie wil ik het oordeel van de minister vragen over het amendement op stuk nr. 25 van de heer Van den Akker. Volgens de minister valt een dergelijk besluit onder de Algemene wet bestuursrecht. Toch heeft zij er geen bezwaar tegen het nog een keer te regelen. Dat is niet onze opvatting over de Algemene wet bestuursrecht. Het is van tweeën één. Of dit besluit valt er niet onder en dan is het amendement nodig om de AWB van overeenkomstige toepassing te verklaren. Als het besluit er wel onder valt, moet dit amendement niet in de wet verwerkt worden, want dan is het volstrekt overbodig en zelfs onterecht om het op te nemen, omdat wij elders in onze wetgeving niet herhalen wat er al in de Algemene wet bestuursrecht staat.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het gaat om iets meer, moet ik erkennen. Het kan zijn dat de directeur het op deze basis doet, maar hij kan daar ook buiten omgaan. Dat is nu uitgesloten.

De heerVan den Berg(SGP)

Dan is het amendement een waardevolle aanvulling, althans dat zou mijn conclusie zijn.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het is de vraag of het een waardevolle aanvulling is of overregulering. Het verzwaart het artikel. Het is de vraag of dat noodzakelijk is.

Artikelen 27 t/m 27c

- amendement-Voûte-Droste (stuk nr. 37)

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 25)

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Voorzitter! Ik wil mijn amendement op stuk nr. 37 toelichten. Het betreft het functioneren van de DTE. Ik heb beoogd met dit amendement duidelijk te maken dat de beste wijze om tot een bedrijfseconomische situatie te komen, is er met name voor te zorgen dat het toezicht plaatsvindt op een bedrijfseconomische wijze en niet via een juridische benadering of regelgeving. De marktwerking moet zodanig plaatsvinden dat de DTE bij de beoordeling van het functioneren van netbeheerders en vergunninghouders nagaat of zij zoveel mogelijk van hun niet-strategische deeltaken in concurrentie aanbesteden in de markt. Daarmee krijg je die natuurlijke kostenverlaging waarop wij inzetten voor de kleinverbruikers.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Ik hoef over dit amendement niet zoveel te zeggen. Mij lijkt het een goed amendement. In feite is het al impliciet zo geformuleerd. In het amendement wordt het geëxpliciteerd. Daar heb ik absoluut geen bezwaar tegen. Ik heb overigens onlangs het advies van de DTE ontvangen over het instemmen met de voordracht van netbeheer- ders. Ik zal er bij mijn beoordeling op toezien dat de netbeheerders over voldoende organisatorische en contractuele mogelijkheden beschikken om zo doelmatig mogelijk te werken. Als men bijvoorbeeld zou komen met een vorm van gedwongen winkelnering bij het moederbedrijf, zal ik dat in dit verband niet accepteren. Wat dat betreft, word ik door dit amendement alleen maar gesterkt in die benadering. Ik heb dus geen bezwaar tegen dit amendement.

Onderdeel O

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 10)

- amendement-Van Walsem (stuk nr. 31)

De heerVan den Akker(CDA)

Hierbij gaat het over het amendement op stuk nr. 10. Wij kunnen ons een aantal situaties voorstellen, met name in de tuinbouw, waarbij het, uit een oogpunt van doelmatigheid dan wel het voorzien in duurzame elektriciteit, wenselijk is dat de minister kan afwijken van het in artikel 36 opgenomen verbod en rechtstreekse levering van elektriciteit aan beschermde afnemers kan toestaan.

De heerVan Walsem(D66)

Ik heb op hetzelfde punt het amendement op stuk nr. 31 ingediend. Dat amendement wil de mogelijkheid wegnemen die het huidige wetsartikel biedt om ook in geval van niet duurzame productie zonder vergunning aan beschermde afnemers te leveren. Men mag alleen aan een gebonden afnemer leveren als die geïnvesteerd heeft in duurzame energie. Alleen die productieopwekkers mogen vrijgesteld worden van het verbod tot levering aan beschermde afnemers. Daarmee kan marktwerking mogelijk gemaakt worden.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik wil eerst uitleggen waar dit artikel voor bedoeld is. Het verbod uit dit artikel is bedoeld om de afnemers die voorlopig geen vrije leverancierskeuze hebben te beschermen. Bovendien wordt de in de wet gekozen geleidelijke liberalisering van de markt gewaarborgd. Het is toch van belang dat er voor een aantal specifieke gevallen een uitzondering wordt gemaakt. Wij hebben geprobeerd om die zo nauwkeurig mogelijk af te bakenen. Wij moeten voorkomen dat er onduidelijkheid ontstaat over het toepassingsgebied.

Er geldt een uitzondering voor burgers die voor eigen risico en gebruik een windmolen in werking houden, maar niet voor de aandeelhouders van een lokale producent. In dat laatste geval is er geen sprake van eigen rekening en risico. Voor de uitzondering met betrekking tot niet bedrijfsmatige levering is een aparte regeling gemaakt. Daarin is heel nauwkeurig beschreven aan welke criteria voldaan moet zijn om zonder vergunning te mogen leveren aan beschermde afnemers. Ik wijs erop dat artikel 51 de mogelijkheid van decentraal opgewekte elektriciteit opent. Zo kunnen, bijvoorbeeld, tuinbouwbedrijven hun elektriciteit op de markt brengen. Dat is nieuw. Ik denk dat het nu geformuleerde stelsel van uitzonderingen voldoende flexibiliteit voor uitzonderingsgevallen biedt, zonder dat de bescherming en de rechtszekerheid van de beschermde afnemer in het geding komt.

De twee amendementen zijn volstrekt tegengesteld. De heer Van den Akker wil in het algemeen een ontheffing mogelijk maken van het verbod om zonder vergunning te leveren aan beschermde afnemers. De heer Van Walsem wil de bestaande uitzondering beperken tot duurzame elektriciteit. Beide amendementen zijn niet goed. Op zichzelf ben ik het eens met de heer Van den Akker dat de decentrale opwekker de mogelijkheid moet hebben om zijn elektriciteit op de markt te brengen. Dat zit al in de wet. Dat kan nu al met artikel 51. Het amendement van de heer Van Walsem vind ik te beperkend. Als twee tuinders gezamenlijk een WKK neerzetten, zouden die niet aan zichzelf, maar wel aan een ander mogen leveren. Dat kan niet de bedoeling zijn. Met andere woorden, ik denk dat de omschrijving in het wetsvoorstel het afgewogen midden is in dit geval. Ik wil dus dringend aanraden om deze twee amendementen niet in overweging te nemen.

De voorzitter:

Wat is het antwoord hierop van de beide indieners?

De heerVan den Akker(CDA)

In hoeverre ziet de minister het als een beperking als het amendement op stuk nr. 10 in de wet zou worden opgenomen?

MinisterJorritsma-Lebbink

Het creëert weer onduidelijkheid, omdat je niet precies de grenzen aangeeft waarbinnen iets mag en niet mag. De teruglevering is georganiseerd en geregeld. Daar is een keurig artikel voor.

De heerVan Walsem(D66)

De minister merkte op dat twee tuinders niet aan elkaar mogen leveren als ze samen een WKK-installatie oprichten, maar dat is volgens mij niet het geval bij mijn amendement. Het gaat erom dat je zelf of samen met anderen duurzame energie opwekt.

MinisterJorritsma-Lebbink

De heer Van Walsem wil dan niet meer dat WKK geleverd mag worden. Hij beperkt daarmee hetgeen nu als uitzondering in de wet geregeld is. Hij wil dat dan bijvoorbeeld uitsluitend voor windenergie, want dat is duurzame energie. WKK is per saldo geen duurzame energie. Dat zou dan niet meer mogen. Daarvan zeg ik dat het mogelijk zou moeten blijven, als twee tuinders dat doen.

De voorzitter:

De Kamer overweegt nog wat zij doet met de twee amendementen. We zullen het wel horen.

Onderdeel Q

- gewijzigd amendement-Van den Akker (stuk nr. 20)

- amendement-Voûte-Droste (stuk nr. 37)

- amendement-Crone (stuk nr. 19)

De voorzitter:

Mevrouw Vos heeft een vraag over artikel 40.

MevrouwVos(GroenLinks)

Volgens mij hangen de vragen zo met elkaar samen, dat ik het prima vind om op mijn beurt te wachten.

De heerCrone(PvdA)

Ik zou graag zien dat de heer Van den Akker eerst mag spreken, want hij gaat mijn amendement opnieuw indienen op een andere plek en dan krijg ik het staatsrechtelijke novum dat ik er twee keer in kom.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik denk dat je de amendementen op stuk nr. 19 van de heer Crone en op stuk nr. 20 van mij niet los van elkaar kunt zien. Ik heb het eerst over mijn amendement op stuk nr. 20. In lid 2 staat dat onze minister de korting vaststelt. De minister heeft dus de beleidsvrijheid om de hoogte van de korting te bepalen. Die korting wordt in overleg met derden vastgesteld. Daaronder zitten de vergunninghouders die natuurlijk zullen trachten om zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op de beleidsruimte van de minister en die zullen pogen om de korting zo laag mogelijk te laten uitvallen. Ons amendement is eigenlijk heel duidelijk. Wij willen terug naar de wet van 1998. Toen heeft de heer Crone een amendement ingediend, waar we Kamerbreed voor waren. Wij willen dat dit amendement weer terug in de wet komt. Wij willen namelijk dat de minister geen beleidsvrijheid heeft. Uitgangspunt is dat alle afnemers, dus ook de kleinverbruikers, op gelijke wijze van de voordelen van de marktwerking gebruik kunnen maken.

Het gewijzigde amendement scherpt in de toelichting onze doelstelling nog eens aan doordat er wordt gesproken over "zekerstelling" in plaats van "beogen". Ik verwijs in dit verband naar een passage in de nota naar aanleiding van het verslag op bladzijde 3. De minister schrijft daar dat er "rekening wordt gehouden", dat het "richtinggevend" is en "niet geheel ten laste" komt. Dat is niet duidelijk. Dat geeft de minister te veel ruimte om in haar beleidsafweging af te wijken van hetgeen de Kamer vorig jaar bedoelde, namelijk dat de prijzen voor de kleinverbruikers gebaseerd zijn op de prijzen op de elektriciteitsmarkt en op de prijzen van energiedragers. Als je dat in de wet zet, kun je er als minister niet omheen. Dan zit je eraan vast. Nu heeft de minister beleidsruimte voor zichzelf gecreëerd en kan zij daarvan afwijken.

De heerCrone(PvdA)

Soms ben je jaloers op iemand die altijd een goed voorstel indient. Ik denk dan: ik wilde dat ik het zelf eerder had bedacht. Na de 28ste keer kan het CDA nog steeds niet melden dat het hier een blunder heeft begaan. Mijn eigen amendement gaat een stuk verder. In lid 2 van artikel 41 staat dat de minister de doelmatigheidskorting toepast voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Als er in die periode prijsdalingen ontstaan als gevolg van de marktontwikkeling, zit je toch vast aan die termijn van drie tot vijf jaar. De kleinverbruikers kunnen dan niet meeprofiteren van een gunstige marktontwikkeling. Wij moeten ervoor zorgen dat dit wel kan. De minister bepaalt nog steeds de prijs voor de kleinverbruikers. Dat is beter dan in de huidige nutssituatie, waarin de sector de prijs bepaalt. De minister kan het afkeuren, maar dan moet zij al die dikke prijsboeken en kostenschema's doornemen om aantoonbaar te maken dat de prijs lager had kunnen zijn. Dat gebeurt nu niet meer. De minister gaat nu zelf zeggen hoe het zit. Het is een versterking van de positie van de consument door deze wet. De periode moet niet te lang worden. Vandaar mijn voorstel om het per kwartaal te kunnen aanpassen aan de ontwikkelingen in het geliberaliseerde deel van de markt. Er moet ook rekening worden gehouden met de verschillende kenmerken van die markten. Als er in het geliberaliseerde deel van de markt een prachtig laag geprijsd contract voor nachtstroom is, dan is dat niet een echte benchmark voor de piekbelasting van kleinverbruikers 's morgens om zeven uur. Er moet sprake zijn van een redelijke verhouding. De teneur wordt versterkt dat kleinverbruikers, gezinnen en bedrijven, mee moeten kunnen profiteren van marktwerking. Aan de handelaren en productiebedrijven wordt minder kans gegeven om te zeggen: wij geven een goedkoop contract aan de grootverbruikers, want wij kunnen het wel verhalen op de kleinverbruikers. Dat kan niet meer.

MevrouwVos(GroenLinks)

Wij hebben nu de situatie dat de grootverbruiker kan gaan shoppen in buurlanden en goedkoop kan inkopen. Het amendement van de heer Crone probeert er iets aan te doen. Ook de kleinverbruiker moet meeprofiteren van doelmatigheidskortingen. Zal niet altijd een deel van het voordeel dat de grootverbruikers binnen kunnen halen door elders in het buitenland te kopen als rekening bij de kleinverbruiker terechtkomen? De producenten in Nederland moeten hun kostenplaatje wel rond krijgen. Zal die inkoop in het buitenland niet ten koste kunnen gaan van de kleinverbruiker?

De heerVan den Berg(SGP)

Ik vind de discussie over de positie van de kleinverbruiker erg belangrijk. Ze moet ook helder in de wet vastgelegd zijn. Wij hebben verleden jaar het amendement van de heer Crone gesteund. Voor mij is nog niet helemaal helder of dit adequaat in dit wetsvoorstel is vertaald. Wij hadden voorshands de indruk dat het amendement van de heer Van den Akker zeker niet overbodig was. Ik vind het aspect van de kleinverbruikers onderbelicht. Mijn fractie vindt niet dat de voordelen van de liberalisatie uitsluitend bij de grootverbruikers terecht moeten komen. Het moet helder in de wet vastliggen dat de kleinverbruikers daarin evenredig moeten delen. Zeker zullen de kosten van liberalisering niet bovenmatig op de kleinverbruikers moeten worden afgewenteld. Het amendement van de heer Van den Akker is in onze ogen een goede waarborg daarvoor.

De heerVan Walsem(D66)

Ik sluit mij daarbij aan. Wat vindt de minister ervan om de kleinverbruikers al in 2003 vrij te maken?

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik ben niet blij met de suggestie dat de minister het niet eens was met de Kamer. Het is naar buiten gebracht als de gedachte dat ik dat niet zou vinden. De strekking van datgene wat door u allen hier is gezegd, wordt door mij zeer onderschreven. Opmerkingen als "de minister kan er te gemakkelijk omheen": ik geloof er geen fluit van dat er één minister na mij zal komen die de bedoeling heeft om de kleinverbruikers zwaarder te belasten. Onzin. Ik werp die suggestie verre van mij. Wij hebben getracht dit zo goed mogelijk in de wet neer te leggen. Het staat dan ook vermeld in artikel 41, lid 1, sub b, en verder. Daar wordt het principe uitgewerkt en daarbij is er geen sprake van vrijblijvendheid. Er is ook geen sprake van dat de minister dit een beetje kan gaan zitten ophogen. Dergelijke uitspraken zijn nergens op gebaseerd. Dit wordt mijns inziens ook bevestigd door het feit dat in eerste instantie de heer Crone er geen behoefte aan had zijn amendement te herhalen. Die had dus ook de indruk dat het goed was geregeld. Hoe dan ook, al wordt het driedubbel geregeld, ik vind het prima; als het maar helder is en iedereen dezelfde interpretatie heeft. Ik heb er dan ook geen bezwaar tegen ook nog het amendement van de heer Van den Akker eroverheen bij te nemen. Het is precies dezelfde intentie; dat houd ik staande. Daarmee wordt precies hetzelfde bereikt als al is bereikt met het bestaande wetsvoorstel. Daarvoor is het amendement niet strikt noodzakelijk. Met het amendement erbij is het nog helderder en mooier; dat moet dan maar.

De heerVan den Berg(SGP)

Wij zijn met een wet bezig. Intenties zijn prachtig, maar ik vraag de minister mij aan te geven waar het precies in het bestaande wetsvoorstel staat.

MinisterJorritsma-Lebbink

Onder artikel 41, lid 1, sub b, en verder. Daar wordt deze formule uitgewerkt en dat zijn geen vrijblijvende teksten. Bovendien wordt in de toelichting uitvoerig aangegeven dat het de bedoeling is dat de kleinverbruikers gaan meeprofiteren van de verlaging van de kosten. Duidelijker kan het mijns inziens niet, maar het kan blijkbaar wel helderder door dat amendement mee te nemen. Dan is er geen enkele mogelijkheid meer op het ontstaan van onbegrip of onhelderheid. Dat vind ik prima, maar wat ik verre van mij werp, is de suggestie alsof ik tot nu toe iets anders zou hebben gewild. Dat is niet waar. Dat die suggestie is gewekt, vind ik jammer.

Hetzelfde geldt voor het amendement waarmee de heer Crone nu is gekomen, zij het op één onderdeel na. In de toelichting staat al dat de brandstofinkoopkosten meerdere malen per jaar kunnen worden gemeten. Dit wordt nu naar de wet overgeheveld, waarmee het weer wat helderder wordt. De wettelijke verankering hiervan kan worden gezien als een verrijking van het wetsvoorstel. Verder is het natuurlijk waar dat de bescherming van de kleinverbruiker een heel belangrijk onderdeel van dit wetsvoorstel is. Daar ben ik het zeer mee eens. Als wij beide amendementen erbij betrekken, hebben wij een compleet verhaal, nog helderder dan wij het al hadden geformuleerd.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik ben er blij om dat wij beiden hetzelfde willen, maar toch moet ik zeggen dat wij met dit amendement zijn gekomen naar aanleiding van uw brief waarin antwoorden worden gegeven op vragen van de Kamer. Daarin worden termen gebruikt als "rekening houden met" en "richtinggevend".

MinisterJorritsma-Lebbink

Het ligt eraan hoe u die termen uitspreekt. Het gebruik van die termen houdt toch in dat ik dat zo doe?! Zoals u die termen uitspreekt, lijkt het nergens op. U moet ze lezen zoals ík ze lees.

De heerVan den Akker(CDA)

Wij moeten hier toch naar kijken als the devil's advocate.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik beschouw "richtinggevend" als een uitermate belangrijke uitspraak. Dat is niet zomaar iets.

Voorzitter! De heren Crone en Van Walsem hebben zich afgevraagd of er op dit terrein niet sneller kan worden gehandeld. De wet biedt daartoe de gelegenheid. Ik denk dat wij bij de eerste evaluatie moeten nagaan of dit tot de mogelijkheden behoort. Als de marktontwikkelingen daartoe aanleiding geven, ben ik daar zeker een voorstander van. Overigens zeg ik tot mevrouw Vos dat ook distributiebedrijven overal kunnen inkopen. De voordelen daarvan komen rechtstreeks bij de kleinverbruiker terecht.

De voorzitter:

Dat wil zeggen: na 2001.

MinisterJorritsma-Lebbink

Inderdaad.

De voorzitter:

De heer Van Dijke heeft zich zojuist bij mij verontschuldigd voor zijn vertrek uit deze vergadering, wegens andere verplichtingen.

Onderdeel X

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 24)

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! In artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn besluiten betreffende beleidsregels en algemeen verbindende voorschriften, lees wetgeving, uitgezonderd van beroep bij de administratieve rechter. In ons geval betreft het dan het College van beroep voor het bedrijfsleven. Nu, als je bij niemand terechtkunt, ben je aangewezen op de civiele rechter en die zou dan over tariefbesluiten en dergelijke een uitspraak moeten doen. Ik denk dat we dat niet zouden moeten willen, omdat je dit een civiele rechter misschien niet eens zou mogen aandoen. Het amendement dat wij indienen, strekt ertoe dat voor zulk soort geschillen artikel 62.1 gewoon van toepassing is.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Het amendement van de heer Van den Akker is, met permissie, een beetje een raar amendement. In feite schuift hij daarmee het systeem van de Algemene wet bestuursrecht opzij. Immers, hij zegt: stel beroep open tegen besluiten die algemene regels omvatten. Nu, de Algemene wet bestuursrecht doet dat juist niet. Het betekent dat je dan toch een stukje Alleingang krijgt in de Elektriciteitswet. Dat is mijns inziens niet wenselijk, gelet ook op de algemene gelding van de Algemene wet bestuursrecht. Het is wel mogelijk om in een concreet geschil over de nettoegang op te komen tegen voorwaarden en algemene tariefstructuur en dat is mijns inziens ook voldoende. Bij een concreet geschil over de toegang tot het net kunnen de voorwaarden en de tariefstructuur door de bestuursrechter worden getoetst, maar een zelfstandig beroep tegen die algemene regels zou sterk afwijken van het algemene systeem van rechtsbescherming en ik zou dit amendement dan ook willen ontraden.

De heerVan den Akker(CDA)

Nee, zoals u het zegt, is het juist andersom. In de Algemene wet bestuursrecht zijn, volgens artikel 8:2, besluiten betreffend beleidsregels – zeg maar algemeen verbindende voorschriften en dergelijke – uitgezonderd van beroep bij de administratieve rechter. Je kunt dus niet naar het college van beroep. Als je daar niet terechtkunt, moet je naar de gewone rechter. Wat we nu zeggen, is dat we daar in de Elektriciteitswet juist een uitzondering op maken, zodat het weer wel kan.

MinisterJorritsma-Lebbink

Nee, volgens mij legt u echt de Algemene wet bestuursrecht verkeerd uit. Ik zie overigens iemand driftig knikken die een absolute deskundige op dit terrein is. Ik denk dat ik gelijk heb. Het moet bij een concreet geschil over de toegang tot het net gewoon bij de bestuursrechter worden getoetst; een zelfstandig beroep tegen algemene regels past niet in het systeem van de AWB.

De heerVan den Berg(SGP)

Ik denk dat ik de minister moet bijvallen. We hebben ooit de discussie gehad in het kader van juist de Algemene wet bestuursrecht om het beroep tegen de algemeen verbindende voorschriften open te stellen, maar daar zijn we inmiddels van teruggekomen, namelijk om dat niet open te stellen. Het zou betekenen dat, als ik dit goed begrijp, de elektriciteitssector dan een uitzondering zou zijn op het hele bestuurlijke terrein. Dat is wat anders dan waar we het daarstraks, bij het vorige amendement, over hadden. Dit is net het tegenovergestelde in feite, in die zin dat we een volstrekt eigen regeling in alleen de elektriciteitswetgeving gaan invoeren, als enige van alle bestuurlijke beleidsvelden. Dat zou mij niet aantrekkelijk lijken.

De heerVan den Akker(CDA)

Maar bij wie moet ik in beroep gaan als het gaat om verbindende voorschriften?

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! Dat is een misverstand. Wij kennen in Nederland niet de mogelijkheid van een administratief beroep tegen algemeen verbindende voorschriften. Als iemand zich onrechtmatig behandeld voelt, kan men naar de burgerlijke rechter gaan, maar dat geldt bij alle zaken.

De heerVan den Akker(CDA)

Maar die weet niets van de Elektriciteitswet.

MinisterJorritsma-Lebbink

De enige bij wie men dan terechtkan, is bij u. Men moet dan namelijk om wijziging van de wet vragen. Dan is er een politieke beslissing aan de orde.

Onderdeel EE

Artikel 76

MevrouwVos(GroenLinks)

Voorzitter! Ik heb een vraag met betrekking tot de protocolovereenkomst. Wat gaat er met die overeenkomst na 1 januari 2001 gebeuren? Ik wijs op het risico. De vrije klant koopt in het buitenland in en de distributiebedrijven zijn wel degelijk verplicht voor een bepaalde hoeveelheid stroom geld beschikbaar te stellen, maar wellicht hoeven zij de stroom niet te leveren. In de toekomst zouden wij dit moeten vermijden. Op zijn minst moet ervoor gezorgd worden dat het aandeel van de vrije klanten niet onder de protocolovereenkomst valt.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Over het protocolartikel is in het verslag al een aantal vragen gesteld. Wij hebben dit artikel opgenomen omdat het hier gaat om een overeenkomst tussen de productie- en de distributiesector. De distributiesector heeft zich verplicht tot en met 2000 het volume van de productiesector volledig te contracteren. De overeenkomst is overigens in het zicht van de liberalisering gesloten. We moeten evenwel serieus met dit artikel omgaan. Het was bedoeld bij de overgang stabiliteit en zekerheid te garanderen, zowel met het oog op de bescherming van de afnemers als met het oog op het belang van een adequate verdeling van de niet-marktconforme kosten. Die zekerheden moeten blijven gelden.

Ik heb begrepen dat de partijen thans overleg voeren over een mogelijke aanpassing, ook ten gevolge van de sterk toegenomen dynamiek. De wet voorziet in de mogelijkheid dat ik daarvoor toestemming verleen. Mijn beoordeling zal ik doen binnen het kader van de randvoorwaarden voor een stabiele overgang naar de geliberaliseerde markt. Daarbij is voor mij het allerbelangrijkste dat de consument niet geschaad mag worden door een wijziging in het protocol. Om dat te kunnen waarborgen, is van groot belang dat ik de instrumenten die het wetsvoorstel mij biedt, namelijk de nieuwe tariefsystematiek, zo snel mogelijk ter beschikking heb. Dat is een van de reden waarom ik de Kamer een beetje opjaag, maar ik doe dat dus omdat ik deze tariefsystematiek nodig heb.

Nu geldt het protocol alleen nog in het jaar 2000. In andere landen, in België bijvoorbeeld, heeft men contracten met een dergelijke strekking van een veel langere looptijd. Met andere woorden, ik ga ervan uit dat er nog een aantal wijzigingen wordt aangebracht, althans als de partijen gezamenlijk tot een oplossing komen. Voor mij zal bij de beoordeling de positie van de consument bepalend zijn.

Artikelen 77 t/m 77d

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 13)

- amendement-Voûte-Droste (stuk nr. 36)

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 27)

- amendement-Voûte-Droste/Crone (stuk nr. 33)

- amendement-Van den Akker (stuk nr. 11)

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Voorzitter! Ik wil iets zeggen naar aanleiding van mijn amendement op stuk nr. 36, met name over de bakstenen en de commissie van wijzen die door de minister is ingesteld. De aangewezen vennootschappen en productiebedrijven zijn primair zelf verantwoordelijk voor de goede afwikkeling van niet-marktconforme kosten die in het verleden zijn gemaakt. De steen ligt waar hij is gevallen. Juridisch gezien is dat een belangrijk punt. Zelfregulering heeft verreweg onze voorkeur. Ik betreur het nog steeds dat het tot op heden niet is gelukt om de problemen op te lossen. Ik denk dat er heel snel een oplossing moet komen voor de bedrijven zelf en voor de verbruikers. Ik heb het amendement op stuk nr. 36 ingediend vanuit dat uitgangspunt. In het kader van de werkwijze van de commissie vind ik het van belang om met name bij het bepalen van de verdelingsregeling – ik roep de sector op om er samen heel hard aan te werken – de adviseurs de mogelijkheid te geven om te bezien in hoeverre elk van de bedrijven in de sector in staat is om zijn deel van de lasten te dragen die men in het verleden is aangegaan. Ik vind dat men alleen voor dat deel verantwoordelijk is. Zal er bij een definitieve oplossing ook rekening worden gehouden met schotten tussen de afzonderlijke afspraken tussen de bedrijven zodat, als de bedrijven de verantwoordelijkheid daarvoor nemen en een van hen onverhoopt om welke reden dan ook omvalt, dat niet terugslaat op de andere bedrijven? Ik verbind hier dus niet alleen een amendement aan, maar ook een vraag. Ik laat het aan de minister over om daarop te antwoorden.

Ik heb mijn amendement op stuk nr. 33 ingediend om de dekking van de niet-marktconforme kosten te kunnen wijzigen of te beëindigen indien wijzigingen in de draagkracht van de bedrijven of hun aandeelhouders daartoe aanleiding geven. Ik refereer in dit verband aan het bod van Reliant Energy op UNA, wat op zichzelf een heel interessant bod is. Gezien het strategisch belang van de overname van een van onze productiebedrijven, wat heel veel mogelijkheden biedt voor de toegang tot Nederland en de rest van Europa, kun je je voorstellen dat de andere bedrijven ook interessant zijn. Ik zou mij kunnen voorstellen dat het deel van de niet rendabele contracten straks wordt meegenomen in de overnameprijs. Dat drukt weliswaar de prijs, maar op zichzelf is die kwestie dan opgelost. Op een bepaald moment zou je moeten kunnen zeggen: wij stoppen met de transportheffing, dan zijn wij van alle problemen af en dan kan de sector zonder lasten verder draaien. Dat biedt de mogelijkheid om deze kwestie op te lossen.

De heerVan den Akker(CDA)

Voorzitter! In het amendement op stuk nr. 13 vragen wij om bij een oplossing voor de niet-marktconforme kosten ook de lasten te betrekken die voortvloeien uit de overeenkomst van samenwerking. Ik wil dadelijk een wijziging indienen op dit amendement, want het gaat niet alleen over de lasten, maar ook over de lusten. De voordelen zullen ook verdeeld moeten worden.

MinisterJorritsma-Lebbink

Verplichtingen kunnen een negatieve en een positieve vorm hebben, dus dat hoeft u niet te wijzigen.

De heerVan den Akker(CDA)

Als u dat toezegt, is dat prima. Het gaat erom dat eventuele voordelen ook worden verdeeld.

Ik heb een amendement ingediend op stuk nr. 27 op artikel 77a. Wij maken uit de antwoorden van de minister en de relevante wetsartikelen over de bakstenen op dat afnemers niet méér hoeven te betalen aan de NMC-kosten dan voortvloeit uit de overheidsbijdrage als bedoeld in deze artikelen. De CDA-fractie is van mening dat alle marktpartijen, te weten productiebedrijven en hun aandeelhouders, distributiebedrijven en afnemers, via de overheidsbijdrage in de vorm van een toeslag op het transporttarief moeten bijdragen aan een oplossing.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik meen dat uitsluitend alle eindgebruikers betalen, verder niemand.

De heerVan den Akker(CDA)

In eerdere debatten is er gezegd dat ieder zijn deel moet betalen. Ook distributiebedrijven moeten een deel betalen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Nee hoor. De producenten moeten hun deel zelf betalen. Dat zat ook gewoon in de overeenkomst op hoofdlijnen, maar zij zijn nooit uit de verdeling gekomen. Voor het overige is het iets wat bij de eindgebruikers terecht komt, maar dan ook bij alle eind- gebruikers.

De heerVan den Akker(CDA)

Dus uiteindelijk betaalt de eindgebruiker alles.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ja, maar zo is het natuurlijk altijd. Er is toch nergens een subsidiepot? Voor een deel betaalt de eindgebruiker dit via de prijs. Ook aandeelhouders zouden moeten betalen. De toeslag wordt altijd door de eindgebruikers betaald.

De heerVan den Akker(CDA)

U heeft heel duidelijk gesteld dat elk van die partijen voor eigen rekening opereert. Wat betekent dat dan?

MinisterJorritsma-Lebbink

Men is nu nog vermogen aan het opbouwen, waarmee men ook een deel van de NMC-kosten moet betalen. Als er een goede elektriciteitsprijs is, moet men ook een groter deel van de NMC-kosten zelf betalen. Het is de bedoeling dat de incentives worden gegeven om dat deel dat door de toeslag moet worden betaald, zo klein mogelijk te houden.

De heerVan den Akker(CDA)

U spreekt consequent over een overheidsbijdrage.

MinisterJorritsma-Lebbink

De overheidsbijdrage is nooit anders bedoeld geweest. Een overheidsbijdrage is namelijk een toeslag; dat is een belasting.

De heerVan den Akker(CDA)

Nee, die overheidsbijdrage is niets anders dan een bijdrage van de afnemers via een door u toegestane toeslag op het net.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat is dus gewoon een belastingheffing. Het is geen kwestie van toestaan, maar een toeslag die ik aan iedereen moet opleggen.

De heerVan den Akker(CDA)

U zegt dat zij dat mogen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat bepalen wij en daardoor is het een vorm van belastingheffing geworden. Wij noemen dat een rijksbijdrage, omdat het een algemeen verbindende toeslag is.

De heerVan den Akker(CDA)

U zegt dat ook de distributie- en productiebedrijven die toeslag mogen opleggen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Natuurlijk niet. Er is maar een vorm van toeslag en dat is een toeslag op het eindgebruik.

De heerVan den Akker(CDA)

Dan vinden wij toch dat de huidige wetstekst onbedoeld ruimte laat voor afwenteling van de NMC-kosten op de afnemers.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ja, op alle afnemers, geen partij uitgezonderd. Het is een eensluidende toeslag. Daarom snapte ik uw amendement ook niet, aangezien het iets onduidelijk maakt, wat volgens mij nu overigens wel duidelijk is.

De heerVan den Akker(CDA)

Nou, het is voor mij helemaal niet duidelijk. Als ik u goed begrijp, betaalt de uiteindelijke afnemer straks ook dat stuk van de NMC-kosten dat de productie- en distributiebedrijven zelf moesten dragen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Als de productiebedrijven niet efficiënter gaan werken en het slecht doen, zullen ze marktaandeel verliezen. Als de prijzen erg laag worden, krijgen ze een draagkrachtprobleem. Voor dat laatste hadden wij een systeem ingebouwd in de NMC-kosten. Daarvoor is ook een deel van de toeslag van belang. Voorzover die bedrijven het slecht doen op de markt, kan dat ook niet gecompenseerd worden. Voor een deel kunnen ze de komende jaren nog wat vet opbouwen door het protocol. In de onderhandelingen is ook besproken dat ze het desbetreffende geld ook zullen inzetten om hun deel van de NMC-kosten te betalen.

De heerVan den Akker(CDA)

Zijzelf?

MinisterJorritsma-Lebbink

Ja, natuurlijk. De NMC-kosten zijn niet het totaal van de NMC-kosten. Het betreft maar een deel ervan. Gesteld dat de overeenkomst op hoofdlijnen uitgevoerd zal worden, dan zal dat het maximum van de toeslag omvatten. Dat suggereert wel dat de marktprijzen gedaald moeten zijn, bijvoorbeeld tot 5 cent. Dat is via de toeslag te halen, niet meer en ook niet minder.

De voorzitter:

De heer Van den Akker denkt dat het amendement tot doel heeft te voorkomen dat de heffing alleen maar afgewenteld wordt op de beschermde afnemers. Nu is puur formeel de vraag aan de heer Van den Akker of hij na het antwoord van de minister zijn amendement wil handhaven.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik wil eerst duidelijkheid hebben op dit punt en die heb ik nog niet gekregen. Daar hangt mijn beslissing van af.

Naar aanleiding van mijn amendement op stuk nr. 11 met betrekking tot artikel 77d heb ik de minister gevraagd of je met een 50% plus 1 aandeel in het net absolute zeggenschap hebt. De minister heeft daarop geen duidelijk antwoord gegeven. Heb je dan ook echte zeggenschap met die 50% plus 1? Wij zijn van mening – en dat is ook de bedoeling van het amendement – dat de overheid een zekere nutsfunctie heeft met betrekking tot zo'n belangrijk product als elektriciteit. Wij menen dat er sprake moet zijn van leveringszekerheid; dat de overheid een betrouwbare leverancier moet zijn. Wij vinden dat daarbij geen commerciële belangen of andere overwegingen een rol mogen spelen. Daarom zijn wij voorstander van een 100% aandeel in het net. Dat kost misschien een paar honderd miljoen meer, maar het gaat er niet om hoeveel het gaat kosten. Veel belangrijker is de vraag: kun je het je veroorloven als je het niet doet?

Ik heb nog een opmerking over de eventuele verkoop van elektriciteitsproductiebedrijven. Mijn fractie heeft een amendement in voorbereiding dat ertoe strekt de elektriciteitsproductiebedrijven te verkopen met de bakstenen erin. Dan krijgt je misschien wat minder voor die bedrijven, maar je bent wel van de bakstenen af en je belast niet de particulieren en het bedrijfsleven met kosten die een buitenlandse concurrent niet berekent.

De heerVan Walsem(D66)

Ik heb ook een opmerking over de bakstenenregeling. De overheid heeft besloten een deel van die kosten te dragen vanwege de slechte vermogenspositie van de productiebedrijven. Die slechte vermogenspositie is met name veroorzaakt door het gedrag van de aandeelhouders. De aandeelhouders hebben de winsten van die bedrijven aardig afgeroomd en weinig overgelaten. Daar komt bij de erfenis van de contracten, zoals eerder genoemd, waar niet alleen de aandeelhouders, maar met name het management voor verantwoordelijk is. Ik ben van mening dat de overheid die kosten niet moet dragen. Ik vind dan ook dat de bakstenen, als het gaat om de invoercontracten en de Noorse kabel, gewoon bij de productiebedrijven moeten blijven. Wat dat betreft sluit ik mij aan bij het voorstel dat de heer Van den Akker in voorbereiding heeft om die bakstenen mee te verkopen. Gezien de verwachte resultaten van de overname van UNA is dat heel goed mogelijk.

Wat het aandeel van 50% plus 1 in het net betreft heeft mijn fractie er geen bezwaar tegen als de overheid alle aandelen van het net zou verwerven. Dat zal de onafhankelijkheid van de netbeheerder alleen maar ten goede komen.

In mijn algemene inleiding heb ik gevraagd of de fiscale positie van bedrijven aanzienlijk verslechtert wanneer zij bij privatisering één aandeel buiten de kring van huidige aandeelhouders verkopen. De minister zou die vraag nog beantwoorden.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Voorzitter! Ik wil graag iets zeggen over het amendement van de heer Van den Akker op stuk nr. 11 over het landelijke netwerk, waar ook de heer Van Walsem op reageerde. Ik ben zeer verbaasd over wat ik hier hoor. Het lijkt wel of zowel het CDA als D66 teruggaan naar de jaren zestig, zeventig en partijen van de nationalisatie zijn.

De heerVan den Akker(CDA)

Ik wil daar best op antwoorden. De zegeningen van de marktwerking zijn niet altijd onverdeeld gunstig. Ik hoef maar naar de spoorwegen te kijken. Ik ga de laatste tijd nogal eens met de trein. De kaartjes worden steeds duurder en de vertragingen steeds groter door de marktwerking.

MinisterJorritsma-Lebbink

U wilt toch niet zeggen dat daar al een spoortje van marktwerking is, mijnheer Van den Akker? Was het er maar, zou ik zeggen!

De heerVan den Akker(CDA)

Wij zijn al een tijdje op pad.

MinisterJorritsma-Lebbink

Bij het spoor? Dit is echt onzin. Bij het spoor is nog geen sprake van marktwerking.

De heerVan den Akker(CDA)

Wij hebben aan het begin van het debat aangetoond dat elektriciteit een enorm belangrijk en essentieel product is, waar niemand omheen kan. Iedereen heeft het nodig. Je kunt daar geen commerciële belangen toelaten. Maar die heb je wel, als je maar 50% plus 1 van het aandelenpakket hebt. Ik zeg dit, omdat ik zelf uit het bedrijfsleven kom en weet wat commercie is. Het gaat hier om een nutsfunctie die wij als overheid op een goede manier moeten vervullen. Je kunt niet alles aan de markt overlaten. Ik weet wat het is als commerciële belangen bij zo'n belangrijk product een rol gaan spelen. Neemt u maar van mij aan dat wanneer je daar privé-instanties in toelaat – en dat heeft niets met nationalisatie te maken – deze slechts een doel hebben: winst maken. Daar is niets verkeerd mee, maar het staat nogal eens haaks op een betrouwbare levering en een goede voorziening van elektriciteit.

De voorzitter:

We hadden het over artikel 77. Er was een interruptie. Ik stel voor dat wij deze overigens interessante gedachtewisseling niet te lang uitspinnen. De heer Van Walsem wil ook graag reageren.

De heerVan Walsem(D66)

Ik zal het kort houden. Het heeft met nationalisatie natuurlijk weinig te maken. Voor D66 is marktwerking een middel en geen doel, maar voor mevrouw Voûte blijkbaar wel. Ik vind dat de energiesector van een dermate groot en openbaar belang is dat je zeker in een transitieperiode de touwtjes in eigen hand moet houden.

De voorzitter:

Ik stel voor dat we deze discussie niet hier houden. We waren met artikel 77 en bakstenen bezig.

MevrouwVos(GroenLinks)

Ik wil me graag aansluiten bij het amendement van het CDA met betrekking tot 100% aandelen voor de overheid bij het netbeheer. Wij vinden het van groot belang dat de overheid hier de mogelijkheden tot sturing vasthoudt. Wij zien dat het op een aantal andere terreinen juist op dat punt misgaat. Wij vinden bij het netbeheer die 100% aandelen bij de overheid van groot belang met oog op een onafhankelijk beheer. Bij de telecommunicatie leidt dat nu wel degelijk tot problemen.

Ik wil verder graag een aantal opmerkingen maken in algemene zin. Wij hebben er grote problemen mee dat, zoals het nu voorligt, ook langdurige importcontracten die zijn gesloten, ook met Statoil, onder die bakstenen gaan vallen. Dergelijke zaken vallen wel degelijk onder ondernemersrisico's. Ook de aandeelhouders moeten hier voor een deel de rekening voor betalen. Het gaat allemaal wat te gemakkelijk. Er wordt nu een blanco cheque gegeven, waarbij de overheid gezamenlijk al dit soort risico's dekt en de bedrijven er mooi mee wegkomen. Wij vinden dat geen goede zaak. Bij een aantal andere zaken zoals stadsverwarming en Demkolec zijn hier goede redenen voor aan te geven zijn, maar op dit punt hebben wij een probleem.

Ik wil hierbij ook nog een andere vraag stellen. Hoelang gaan dit soort regelingen doorlopen? Ik heb die vraag ook met betrekking tot het Nederland-Noorwegentransport en de kosten daarvan. Hoelang zal dit type kosten dat daar nu als bakstenen wordt berekend, blijven drukken?

De heerCrone(PvdA)

Wij willen de verantwoordelijkheid voor de bakstenen voluit mede dragen, althans het principe. Over de hoogte van het bedrag is echter moeilijk een oordeel te vormen, dus ik steun in principe de collega's – gesteund door de minister via het voorstel van de commissie van drie – die zich afvragen hoeveel aan de sector, de afzonderlijke ondernemingen, zelf kan worden overgelaten. Ook dient daarbij de ontbinding van de afspraken die de sector heeft gemaakt, te worden geregeld, want er mag op dat punt inderdaad niets aan overleg en aan toeval worden overgelaten.

Daarnaast stemmen wij dus in met de bakstenen. Het betreft een verdelingsvraagstuk inzake de lasten. Worden de lasten uit de algemene heffing betaald of door de aandeelhouders? Linksom of rechtsom betalen de gebruikers eraan mee. Het gaat om een sector met overcapaciteit. Het is goed gebruik om, ter voorkoming van koude sanering, overcapaciteit uit de markt te nemen. Ik vraag de minister om een reactie op dit punt. Capaciteit kan uit de markt worden gehaald door de oude centrales niet langer open te houden dan afgesproken of door deze zelfs eerder te sluiten. Maar als andere landen dat niet doen, versterkt Nederland zijn positie niet. Ik geef dus toe dat dit een zwak punt is. Ik vraag met nadruk of er een Europese component kan worden gezocht.

Ik heb mij ten aanzien van de aankoop van de Amerikaanse gigant Reliant Energy voor een nog gigantischer prijs afgevraagd of men uitgaat van de – niet juiste – gedachte dat in Nederland dezelfde wetgeving van toepassing is als in Frankrijk, waar je een aandeel moet hebben in een productiebedrijf om te kunnen handelen in Nederland. Ik kan anders niet verklaren waarom een dermate hoge prijs wordt betaald voor een productiebedrijf. Men koopt daarmee niet een plaats aan de handelskant, noch in de vrije handel – daarvoor had men een apart bedrijf op kunnen zetten – noch aan de distributiekant, want UNA is een productiebedrijf. Men koopt ook geen aandeel in het net, zij het wellicht via een omweg in het landelijke net, want ik kan niet geheel overzien hoe de aandelenverhoudingen zijn. Ik kan die hoge prijs dus niet verklaren. Wij kunnen daarmee wel een extra druk leggen op de hoogte van de NMC-heffingen, maar de aandeelhouders van de UNA spelen daarin, als derde partij, wel een rol. Wij kunnen een en ander dus niet zomaar van de Amerikanen afpakken en daarmee van Amsterdam en Utrecht. Ik vraag aandacht voor dit punt, ook van de collega's, want het is niet zo simpel als het lijkt. Als het echter een oplossing is, des te beter. De provincie Noord-Holland en Amsterdam zijn nu de grootste voorstanders van marktwerking. Zij waren in voorgaande debatten tot het laatste moment de grootste tegenstanders, dus wat geld al niet vermag! Ik feliciteer betrokkenen met het grote succes van de verkoop.

Op het punt van de privatisering lopen drie zaken door elkaar: het landelijke koppelnet, de lokale netten en de distributiebedrijven, zijnde de monopolieposities die wij op zijn minst nog tot 2007 hebben. Wij houden niet van privatisering. In voorgaande debatten is er dan ook nooit een Kamermeerderheid geweest voor volledige privatisering van het landelijke net. Via de NMC is er nu sprake van een vergissing van de sector en de minister in mijn voordeel. Ik ben zeer tevreden over het aantal aandelen van de helft plus één. Mijn logica was altijd dat álles nog beter is, dus ik ben benieuwd naar het antwoord van de minister op dit punt. Een en ander kost wel wat, maar er zijn ook voordelen aan verbonden. Er is niet het risico dat de helft min één van de aandelen in handen komt van EDF, Reliant Energy of welke private partij dan ook.

In de debatten is gewisseld dat in het landelijke koppelnet strategische informatie letterlijk over de kabel gaat. Je weet hoeveel de NS importeren op welk moment van de dag, ook al weet je niet voor welke prijs. Marktpartijen zoals EDF zien hoe het gaat en kunnen volgend jaar een contract aanbieden dat op cruciale momenten net iets voordeliger is. Dat willen wij niet, dus wij hebben eensgezind met het CDA in de vorige periode gezegd dat wij er een structuurvennootschap van maken. Het is meer dan de Chinese muren die wij oorspronkelijk wilden. Als EDF al aandeelhouder wordt, zal zij formeel geen informatie krijgen. De heer Van den Akker is afkomstig uit de sector. Hij zegt: wie weet wat er dan toch nog gebeurt. Ik vind dat een moeilijk punt waar ik nog niet uit ben.

Wij hebben gezegd dat de distributiebedrijven en de lokale netbedrijven voorlopig niet worden geprivatiseerd. Dat staat ook in de wet. Lokale bestuurders van partijen zien nu ook opeens dat er in de lokale netten en distributiebedrijven misschien wel aantrekkelijke kopers kunnen komen. Wat zou de reactie van de minister zijn als daar wordt gezegd: nee hoor, wij verkopen niet veel, maar 33%? Dat is meer dan een aanmerkelijk belang. Zegt de minister dan: dat is goed? Gegeven mijn positie, dat er voorlopig maar niets moet, vraag ik de minister om te zeggen wat haar criteria zijn. Zij kan ze nu geven, maar ik heb daarover liever een notitie. Welke criteria heeft zij om in die twee delen van het monopoliedeel van de markt wel of niet toestemming te geven voor welke partiële privatisering dan ook? In ieder geval weten de mensen dan dat zij voorlopig maar niets moeten doen, want zij weten nog niet welke criteria de minister zal hanteren.

De heerVan den Berg(SGP)

Voorzitter! De bakstenen blijven ook de SGP-fractie zwaar op de maag liggen. Er moet een goede oplossing voor komen, maar daar zit de minister nu mee in haar maag, volgens artikel 77. Vanmorgen kwam het probleem al aan de orde dat wij, volgens berichten die ons bereiken, niet langer spreken over 2 mld. maar over 8 mld. Ik dacht even dat de minister dat bedrag weersprak. Kan zij hier meer licht op geven? Mijn fractie vindt de gedachte om die kosten binnen de bedrijven te houden, zeer aantrekkelijk. De suggestie van de CDA-fractie om bij amendement te regelen dat bij eventuele verkoop deze erfenis uit het verleden moet worden meegenomen, spreekt mijn fractie zeer aan. Ik wacht de reactie van de minister af. Ik vind in ieder geval niet dat het allemaal voor rekening van de gebruikers mag komen. De bedrijven zullen zelf ook een deel van de kosten voor hun rekening moeten nemen.

Artikel 77d is voor mijn fractie een zeer aangelegen punt. Er ontspon zich een interessante discussie waarin zelfs het woord nationalisatie viel. Nationalisatie is volstrekt niet aan de orde. Het gaat om de vraag hoeveel greep de overheid op de wezenlijke punten wil houden. In mijn korte inleidende betoog heb ik al gezegd dat een van onze problemen met de wijze waarop de marktwerking in diverse nutssectoren op dit moment gestalte krijgt, het gebrek aan visie is op de vraag wat in de publieke sfeer behartigd moet blijven worden. Ik vind dat het landelijk net een stukje hoofdinfrastructuur is, waarvan het beheer bij de overheid moet blijven liggen. Ik trek hier een parallel met andere sectoren die de minister vanuit haar vorige verantwoordelijkheid zeer goed bekend zijn. Vandaar dat ik mij zeer aangesproken voel door de gedachte uit het amendement op stuk nr. 11 om de aandelen geheel aan de Staat te doen toekomen. Wij hebben het dan nog over een private structuur, maar in ieder geval wel met volledige zeggenschap van de overheid. Dat is voor mijn fractie essentieel. Ik hoor graag de reactie van de minister.

Mijn laatste opmerking maak ik naar aanleiding van het amendement op stuk nr. 36 dat mevrouw Voûte net verdedigde. Ik heb alle begrip voor de bedoeling, maar ik vind het een wat merkwaardig amendement. Zij brengt een element in dat op zichzelf heel wezenlijk is, maar zij verbindt dat met het advies van de adviseurs. Over overregulering gesproken! Als wij in de wet moeten aangeven waar de adviseurs allemaal rekening mee moeten houden, kan ik nog wel een paar bladzijden volschrijven. Als zij bedoelt te zeggen dat dit een wezenlijk punt is dat uiteindelijk zijn weerslag moet vinden in de regeling, moet zij die opdracht aan de adviseurs niet zetten in lid 4 van artikel 77. In lid 1 behoort dan te staan dat deze afweging onderdeel dient uit te maken van de regeling die de minister vaststelt. De adviseurs die een ontwerpregeling maken, zullen daar in hun advies dan rekening mee houden. Om een essentieel punt alleen aan de adviseurs op te hangen, vind ik alleen al formeel-juridisch een wat merkwaardige constructie. Ik hoor hierop graag een nadere toelichting van de indienster en van de minister.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Ik wil daar graag op reageren. De com- missie van wijze mannen zal een advies uitbrengen dat naar ik hoop meteen de oplossing in zich draagt. Mocht de minister de aanwijzing aan de adviseurs geven op welke wijze het probleem moet worden opgelost, dan wil ik daarbij het feit betrekken dat wij het van belang achten dat degenen die het betreft, echt verantwoordelijk zijn voor dat deel waarvoor zij reeds in het verleden verantwoordelijk waren. Daardoor wordt duidelijk dat zij verantwoordelijkheid dragen en schotten plaatsen.

De heerVan den Berg(SGP)

Daarmee ben ik het eens. Mevrouw Voûte beantwoordt echter niet mijn vraag waarom zij een en ander koppelt aan de taak van de adviseurs en niet in lid 1 opneemt dat dit onderdeel moet uitmaken van de regeling. Dat is toch veel logischer en juridisch toch ook veel duidelijker?

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

De adviseurs maken onderdeel uit van de regeling. Tot nu toe is die regeling nog steeds niet tot stand gekomen.

De voorzitter:

Dit was de bijdrage van de Kamer aan de gedachtewisseling over artikel 77 en volgende. Daarop zijn ingediend de amendementen op de stukken nrs. 11, 13, 27, 33 en 36.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wij zijn nu aangekomen bij een buitengewoon interessant onderwerp. Ik vermoed dat een flink deel van het publiek op de tribune met name vanwege dit onderdeel hier is. Dit onderdeel houdt velen in dit land die bij de sector betrokken zijn, intensief bezig. Wij hebben de afgelopen periode over dit onderwerp al een aantal malen met de Kamer gediscussieerd. Ik heb de Kamer ook enkele keren geïnformeerd over het verloop van die besprekingen.

In oktober dacht ik nog dat wij een akkoord op hoofdlijnen hadden. Dat voorzag in de verdeling van de bestaande collectieve verplichtingen van de sector tussen de productiebedrijven en een toeslag op het netwerktarief voor een dekking van een deel van de niet-marktconforme kosten. Helaas zijn zij er onderling niet uitgekomen. Dat weten wij ook. Op 4 februari jl. heb ik een gesprek met de heren gehad en heb ik moeten constateren dat zij niet zelfstandig in staat waren tot een verdeling van de verplichtingen te komen en dus ook niet tot een ontbinding van de overeenkomst van samenwerking.

Het is van belang dat er spoedig een verdeling komt, omdat die toch iets zegt over de uitgangspositie van de bedrijven op de vrije markt. Het heeft te maken met de privatiseringsplannen. Ik kom straks nog te spreken over UNA. Het is ook belangrijk om een ordelijke overgang naar de nieuwe marktstructuur en de vereiste voorzieningszekerheid te krijgen. Bovendien moeten wij op enig moment de netwerktoeslag vaststellen voor de dekking van de NMC-kosten. Om die reden heb ik de wet zodanig gewijzigd, dat ik op de basis van de wet en het verplichte advies een verdelingsbesluit kan nemen. De Kamer heeft daartoe de nota van wijziging ontvangen.

Daarom wil ik eerst enkele opmerkingen maken over de amendementen op de stukken nrs. 13 en 36 die daaraan gerelateerd zijn. Het amendement op stuk nr. 13 van de heer Van den Akker betreft artikel 77, lid 2. Mij lijkt dat prima. Het is altijd onze bedoeling geweest. Een verplichting is het resultaat van positieve en negatieve zaken. Er mogen geen verplichtingen overblijven. De hele zaak moet geregeld worden. Punt. Ik heb geen bezwaar tegen dat amendement.

Mevrouw Voûte heeft een amendement ingediend op stuk nr. 36 dat ertoe strekt een vierde lid toe te voegen. Ik vind dat wel een goed idee.

Misschien mag ik eerst een paar opmerkingen maken over de ontwikkelingen die zich de afgelopen weken hebben voorgedaan. Ik vind het prima dat zich partijen op de markt begeven die willen meedoen aan het privatiseringsproces. Ik ben ook blij dat er interesse is voor de Nederlandse bedrijven. Wij zijn ooit begonnen met de gedachte dat er een mooi groot zelfstandig Nederland bedrijf moest blijven. In de sector bleek daarvoor geen draagvlak te zijn. Je moet dan niet verbaasd zijn dat andere, ook niet-Nederlandse bedrijven geïnteresseerd zijn in overname. Op grond van de Elektriciteitswet moet ik wel toestemming geven voor die privatisering. Het instemmingsverzoek ligt nu bij mij. De bedragen die ik hoor, zijn een ietsje minder jubelend, want men extrapoleert wel heel erg makkelijk naar buiten. Die bedragen zijn heel anders dan wij tot nu toe in onze berekeningen, bijvoorbeeld toen de waardebepaling aan de orde was van het totaal van de sector, hebben meegenomen. Dat is absoluut waar. Ik vind dat wij daar nog eens heel goed naar moeten kijken, ook naar de bepaling van met name de draagkracht van de bedrijven. De toeslag op het net had twee gronden. De ene was de betrokkenheid van de overheid en de tweede was de draagkracht van de bedrijven als gevolg van de prijsdaling. Iedereen zei daar toen luid huilend van dat het heel ernstig was. De mogelijke overnameprijs lijkt ook van een iets andere orde te zijn.

Ik vind het een goed idee om de commissie van drie te vragen om dit mee te nemen. Vervolgens ben ik het met de heer Van den Berg eens dat dit niet betekent dat de minister geen taken heeft. Ook wij zullen onze "mind" op moeten maken. Een en ander kan meegegeven worden in de taakopdracht aan de commissie van drie. Aan het einde van de rit moet het totaal beoordeeld worden. Ik stel uiteindelijk zelf de regeling en de verdeling vast. Dan komt dit punt terug. Ik vind het goed om het nu vanaf het begin mee te nemen. Dat lijkt verstandig.

Ik moet hierbij overigens zeggen dat wij in de tussentijd niet stil hebben gezeten. Hoewel er nog geen wettelijke basis is voor de commissie van drie, heb ik die inmiddels al ingesteld. De bedrijven zijn het daar overigens mee eens. Anders kan het werk immers pas beginnen op het moment dat de wet in het Staatsblad staat. Ik kan de namen van de heren noemen. Het gaat om de heer Herkströter, de heer Timmermans en de heer Honée. Die moeten gezamenlijk de nodige wijsheid opbrengen om hierover een goed advies af te scheiden.

Mevrouw Vos merkte op dat het niet zo kan zijn dat er eeuwig doorbetaald moet worden. Bij Demkolec is natuurlijk wel degelijk de overheid een partij geweest. De overheid heeft ook medeverantwoordelijkheid voor het maken van deze niet-marktcon- forme kosten. Die kosten kan men niet zomaar ergens anders leggen.

MevrouwVos(GroenLinks)

Hoe zit het bij de langdurige importcontracten en het contract wat betreft de Noorse kabel met de termijnen?

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat zijn langjarige contracten. Ik kom straks nog te spreken over het mogelijk korter laten duren van de NMC-kosten. Mevrouw Voûte en de heer Crone hebben daar een gezamenlijk amendement over ingediend. Op zichzelf is het zo geregeld dat er een toeslag is voor de periode die de contracten beslaan. Als het amendement wordt aangenomen en ik er ook geen problemen mee heb, kan er bij elke evaluatie bezien worden of het nog door moet gaan. Bovendien wordt natuurlijk elke keer bij de vaststelling gekeken wat de dan geldende marktprijs is. Als de marktprijs hoog is, zijn er geen NMC-kosten.

Het amendement op stuk nr. 33 over het evalueren en zo nodig afschaffen is prima. Ik merk daarbij wel op dat ik het niet kan afschaffen. Het zijn immers kosten die door een ander gedragen worden. Als er op enig moment een overeenstemming is over wat er betaald moet worden en volgens welke verdeling, kan het niet afgeschaft worden.

De heer Van den Akker is hierover een amendement aan het voorbereiden. Dat is interessant. Ik verkoop namelijk niets. Ik zou niet goed weten hoe ik een aandeelhouder kan verplichten om bakstenen te verkopen. Dat is een lastig punt. Men moet zich goed realiseren dat de aandelen niet van het Rijk zijn, maar van provincies en gemeenten. Naar mijn gevoel kan men niet bij wet verplichten dat vervreemding van de aandelen inclusief de bakstenen moet plaatsvinden. Volgens mij had de CDA-fractie daar erg veel problemen mee bij een ander wetsvoorstel, waarbij rechten ontnomen c.q. verkocht werden, zonder dat iemand daarover ging.

De heerVan den Akker(CDA)

En terecht, maar dat is hier niet het geval. De aandeelhouders waren indertijd ook bij de beslissing betrokken om die langlopende contracten af te sluiten. Dan kun je nu niet zeggen dat je je onttrekt aan die verplichtingen en dat de sector maar failliet moet gaan. In Duitsland noemen ze dat een Durchkriegshaftung. Dat betekent dat je in je huidige positie nog verantwoordelijk bent voor verplichtingen die je indertijd bent aangegaan, en terecht. Het zou wel heel gemakkelijk zijn als de aandeelhouders nu zouden zeggen dat ze de aandelen verkopen voor 4 of 5 mld. en dat ze die baksteen aan iemand anders over laten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Natuurlijk gaat dat niet. Op dit moment is het hoofdlijnenakkoord hoogstens uitgangspunt om de onderhandelingen te starten. Het bestaat niet meer. Er was maar één partij die het ermee eens was en dat waren wij. De anderen waren het er niet mee eens. Dat hoofdlijnenakkoord is dus weg. Ik heb nu wel informatie die ik een paar maanden geleden niet had en ik zal op basis van die informatie zeker nog eens goed kijken naar de totale draagkracht van de bedrijven. Het is te gemakkelijk om het te extrapoleren naar de hele sector, maar als er partijen zijn die behoorlijke bedragen willen neerleggen voor een van de productiebedrijven, meer dan wij voor de hele sector hadden verwacht, dan vind ik dat ik nog eens heel kritisch mag kijken naar het draagkrachtdeel. Dat draagkrachtdeel was ooit bedoeld om te voorkomen dat bedrijven om zeep worden geholpen.

De heerVan den Akker(CDA)

De minister is dus ook van mening dat de elektriciteitsbedrijven in het verleden verplichtingen zijn aangegaan, waar ze nu nog voor moeten opkomen.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wij hebben gezegd dat zij verantwoordelijk zijn en dat de Staat voor een deel verantwoordelijk is. Tien jaar geleden hadden de productiebedrijven niet kunnen voorzien dat er ooit een marktsituatie zou ontstaan. Daar ligt dus ook een overheidsverantwoordelijkheid. Vervolgens hebben wij gezegd dat men moet dragen wat men kan. Alles wat de bedrijven zelf kunnen dragen, hoeft de overheid niet te doen. Dat zou ook heel slecht zijn, want wat dat betreft is het ook een kwestie van vestzak-broekzak. Of de consument het krijgt via een belastingverlaging aan de ene kant of een lastenverlaging aan de andere kant, is op zichzelf niet zo interessant.

Dan blijft er een probleem over. Er zijn allerlei berekeningen gemaakt en daaruit is gebleken dat de bedrijven het niet kunnen dragen als de marktprijs van de elektriciteit in de komende jaren heel veel daalt, althans niet totaal. Toen is afgesproken dat zij een deel zelf zouden betalen. Dan moesten ze nog maar efficiënter gaan werken en het werk met nog minder mensen doen. De overheid was bereid om voor een deel een toeslag in te stellen. Dat was de afspraak. Nu blijkt dat er een koper op de markt is die bereid is om veel geld neer te leggen en dat de draagkracht groter is dan wij konden voorzien. Ik ben het er zeker mee eens dat we daar nog eens goed naar moeten kijken. Het is niet automatisch zo dat alles bij het bedrijf of bij de overheid ligt.

De heerCrone(PvdA)

De vraag hoeveel je door de bedrijven kunt laten betalen, hangt af van de vraag in hoeverre je die bakstenen kunt afsplitsen. De veronderstelling is dat je de bakstenen bij verkoop kunt afsplitsen in een aparte BV. Als dat kan, dan zullen we vanuit die situatie verder gaan onderhandelen om die contracten open te breken. Het kan zelfs een sterfhuis zijn, dat wil zeggen dat die bakstenen vergruizen in een sterfhuisconstructie, maar ik neem aan dat het niet kan. De redenering die wij steeds hebben gevolgd, is dat er een draagplicht is. Dan kun je niet zeggen dat je een verliesgevend deel in een BV onderbrengt. Dan zou iedereen dat toch doen. Ik vraag de heer Van den Akker welke kant zijn nieuwe amendement op stuk nr. 39 opgaat. Ik zie niet hoe hij dat wil regelen.

De heerVan Walsem(D66)

Het is mogelijk dat een deel van de bakstenen, namelijk de importcontracten en de Noorse kabel te wijten is aan de aandeelhouders en de directies van nieuwe productiebedrijven. Het is wel erg gemakkelijk voor die productiebedrijven om te zeggen; verkoop de zaak en aandeelhouders, gemeenten en provincies, hartelijk bedankt. De belastingbetalers kunnen de fouten betalen. Dat kan niet de bedoeling zijn. Artikel 77 biedt de mogelijkheid om de heffing op de transportkosten van het net te schrappen ten behoeve van de bakstenen. Dat geeft druk op de verkoopprijs, prima.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat veronderstelt dat wij het wenselijk vinden dat voordat de zaak aan de orde komt, alles verkocht is. Wij hebben besloten dat wij geen eigen invloed op de structuur gaan uitoefenen. Dan moet je in principe afgaan op de waardering van de bedrijven in de huidige staat. Als blijkt dat bij verkoop de waardering door ons verkeerd is ingeschat...

De heerVan Walsem(D66)

Ik noemde nieuwe feiten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het is een nieuw feit. Ik kan het niet zomaar extrapoleren naar alle bedrijven. Ik wil nog wel eens bekijken hoe het eruitziet. Het simpele opschrijven: bij verkoop moeten de bakstenen ook mee verkocht worden, gaat een stap te ver. Wij gaan daar niet over. Wij kunnen niet iets verkopen wat niet van ons is.

De heerVan Walsem(D66)

Nee, maar wij kunnen wel zeggen dat de heffing op de transportkosten worden geschrapt.

MinisterJorritsma-Lebbink

Dat zou kunnen. Je kunt zeggen: wij leggen alles bij de bedrijven. Dan weet u dat binnen nu en 2000 alle bedrijven verkocht moeten zijn. Dan is er ook geen kans meer dat er één zelfstandig overblijft.

De heerVan Walsem(D66)

De kans voor die bedrijven om er één bedrijf van te maken, hebben ze jammerlijk laten liggen. Dat is mijn verantwoordelijkheid niet. Dat is hun verantwoordelijkheid. Nu zeggen wij: geen van vieren zal het redden. Ze worden alle vier toch wel verkocht.

MinisterJorritsma-Lebbink

Ik zal nog eens kritisch kijken naar de precieze draagkracht van die bedrijven. Wij hebben daarover een paar maanden geleden overleg gehad. Toen dacht ik dat wij redelijk dicht bij elkaar zaten. Er is nu nieuwe informatie die daarop een ander licht werpt. Ik ga daar zeker naar kijken.

MevrouwVos(GroenLinks)

De minister gaat opnieuw kijken naar de draagkracht. Betekent dat dat cijfers, zoals vermeld in de brief van december – ze gaan over het aandeel dat de overheid eventueel bijlegt ten aanzien van de langdurige importcontracten; als de prijs gaat zakken zal de overheid bepaalde percentages bij leggen – opnieuw ter discussie staan? Overweegt de minister om een lagere bijdrage te gaan betalen?

MinisterJorritsma-Lebbink

Als de draagkracht verandert in gunstige zin, dan zou dat tot zo'n uitkomst kunnen leiden. Als insteek hadden wij ervoor gekozen dat wij onze handtekening eronder hadden gezet. Inmiddels bestaat die niet meer omdat andere partijen hun handtekening eronder hebben weggehaald, als ik het zo mag zeggen. Dat betekent dat er een nieuwe situatie is. Met de nieuwe informatie in de hand wil ik nog wel eens kritisch kijken naar de draagkracht van de bedrijven. Er moet wel een oplossing komen. Aan het einde van de rit kunnen wij het niet hebben dat er niets verdeeld wordt.

Ik kom te spreken over het amendement op stuk nr. 11 over het meer- derheidsbelang van de Staat in het net. Ik was verbaasd, want ik had van één of twee personen verwacht dat zij het amendement zouden indienen: de heer Crone en mevrouw Vos. Volgens mij heeft het CDA geen enkele geschiedenis om enige aandrang te hebben om naar 100% van het net te gaan. Daarover is zelfs geen woord gewisseld. Ik ben er ook niet voor. Waarom? Omdat het suggereert dat daarmee de Staat meer invloed gaat krijgen. Dat is niet zo. Wij hebben in de wet uitgebreid geregeld dat het netbeheer voor het dagelijks beleid volstrekt onafhankelijk moet zijn van de aandeelhouders, dus ook van de Staat als aandeelhouder. Dat betekent dat de Staat geen aansturingsbevoegdheid heeft, of ze nu nul procent van de aandelen heeft, 50% plus 1 of 100%. Het maakt niet uit. De aansturingsbevoegdheid is los van het aandeleneigendom. Het meerderheidsbelang van de Staat – die 50% plus 1 – is het resultaat van de onderhandelingen. Er is hier sprake van een relatie met de compensatie voor de aandelenovergang. Ik kom dan weer terecht bij die andere wet waarop u altijd veel kritiek heeft gehad. Nogmaals, hier is compensatie geleverd in verband met 50% plus 1, vooralsnog niet voor 100%. Het is toch wat raar om plotseling iets in de wet op te nemen waarover geen overleg is gevoerd met de huidige eigenaren en waarover verder niets is geregeld. Om dan zomaar te zeggen: huppetee, we leggen 100% bij de Staat...

Wat wél interessant is – en daarom was ik ervoor om die 50% plus 1-constructie te nemen – is dat wij door middel van een minimaal meerderheidsbelang een zekere aanvullende waarborg krijgen voor een slagvaardige besluitvorming. Ik vind het bovendien interessant wanneer ook andere partijen het aandeelhouderschap vervullen. Wat er nu ligt, is mijns inziens precies goed. Daarmee wordt een goed evenwicht aangebracht. Bovendien blijven de Chinese muren, en méér dan dat, bestaan. Dat betekent dat de overheid niet verder invloed mag uitoefenen op dat beheer, terwijl het toezicht op voldoende wijze is geregeld. Met redelijk harde termen wil ik de Kamer sterk ontraden om nu zomaar even, bij amendement, tot nationalisering van de aandelen over te gaan, zonder dat daarover gesproken is met de huidige aandeelhouders. Dat is wél het geval geweest in verband met de 50% plus 1-constructie.

De heerVan den Akker(CDA)

Met alle respect voor het overleg met andere partijen, moet ik toch zeggen dat de overheid een belangrijke nutsfunctie dient te hebben in verband met dit product dat werkelijk iedereen aangaat. Het belang daarvan kan niet voldoende worden onderstreept. Als dat wegvalt, heeft de overheid geen mogelijkheid meer om in te grijpen. De hele maatschappij komt letterlijk tot stilstand.

MinisterJorritsma-Lebbink

Maar waarom had uw fractie er dan het vorige jaar volstrekt geen problemen mee dat het gewoon bleef in de handen waar het al zat? Ik heb het veranderd, maar niet omdat ik dat principieel wenste. De Kamer heeft het vorige jaar, samen met de toenmalige minister, een regeling gemaakt waarmee de volstrekte onafhankelijkheid werd gegarandeerd, met grote Chinese muren. Er was geen enkele aandrang van uw fractie – de heer Crone en de fractie van GroenLinks stonden geheel alleen – om het anders te doen. Nu hebben wij op grond van onderhandelingen de 50% plus 1-constructie, hetgeen kan worden beschouwd als een dienst tegenover een betaling. Ik vind het tegen die achtergrond bizar dat nu plotseling bij u een groot principieel punt een rol gaat spelen. Nogmaals, qua aansturing is de zaak keurig geregeld. U kunt spreken over een nutsfunctie, maar dat is mijns inziens nauwelijks het geval. Het is een zeer belangrijke functie, maar daar hebben wij dan ook een keurig onafhankelijk toezicht voor geregeld om ervoor te zorgen dat er van misbruik geen sprake is.

De heerVan den Akker(CDA)

Het feit dat er het vorige jaar op werd gereageerd zoals er op werd gereageerd, is het gevolg geweest van de afweging die mijn fractie toen maakte. Zelf komend uit het bedrijfsleven en wetend wat commercie is, vind ik dat je met betrekking tot een zo belangrijke functie geen commercie mag toelaten. Van een dergelijke vermenging van zaken zouden we behoorlijk spijt kunnen krijgen. Bij de commercie staat één ding voorop – daar is overigens niets mis mee – en dat is winst maken.

MinisterJorritsma-Lebbink

Voorzitter! Ik vind het allemaal heel interessant, maar als het nu de toezichthouder is die de tarieven vaststelt, waar praten wij dan nog over? Het is geen reisbureau!

De heerVan den Akker(CDA)

Het gaat om méér dan alleen de tarieven.

MinisterJorritsma-Lebbink

Nogmaals, er zijn Chinese muren opgeworpen en meer dan dat. De aandeelhouder mag de informatie waarover u zo gemakkelijk spreekt, in het geheel niet krijgen. Overigens zit nu de overheid er als aandeelhouder bij. Wij kunnen dus zelf nagaan hoe daarmee wordt omgegaan. Om nu echter plotseling te zeggen dat het van het allergrootste belang is dat de hele zaak genationaliseerd wordt, althans qua aandelenbezit, dat vind ik zeer overdreven. Ik vind het ook heel bizar, als ik het vergelijk met de opvatting van uw eigen fractie – maar ik heb al vaker gezegd dat daar enige wijzigingen in het beleid zijn – als die daar nu plotseling iets heel anders mee wil. Ik vind het onbegrijpelijk.

De voorzitter:

Ik stel voor dat we het hierbij laten. Het gaat om een gedachtewisseling over het amendement op stuk nr. 11. De minister heeft dit amendement, zo heb ik begrepen, ontraden.

Ik stel voor dat de minister nog een oordeel geeft over het amendement op stuk nr. 27 en dat we dan een korte schorsing houden. Er is dan nog even gelegenheid voor een tweede termijn van de kant van de Kamer, want ik heb begrepen dat een aantal fracties moties willen indienen. Ik denk zelfs dat het dan nog lukt om de vergadering op het aangegeven tijdstip te sluiten.

MinisterJorritsma-Lebbink

Het amendement op stuk nr. 27 was volgens mij het amendement dat ik niet begreep; daar heb ik zo-even iets over gezegd. Als ik dit amendement lees, dan klopt het gewoon niet, want het suggereert in de toelichting dat er nu in de wet geregeld is dat de NMC-kosten afgewenteld kunnen worden op de beschermde afnemers. Dat is niet het geval. Zoals het nu geformuleerd wordt, betekent het dat altijd de NMC-kosten, voorzover ze in een heffing terechtkomen, via de toeslag geregeld worden waar iedereen aan meebetaalt. Dit amendement moet, omdat ik het niet snap en omdat het een verkeerde uitleg van de wet geeft, wel ontraden worden.

Voorzitter! Er zijn nog een paar vragen gesteld over de privatisering van vergunninghoudende bedrijven. Ik sluit mij hier aan bij datgene wat mijn voorganger bij de wetsbehandeling in de Eerste Kamer heeft gezegd. Op zich ben ik niet tegen privatisering van distributiebedrijven, ook wat betreft de mogelijkheden die privatisering biedt voor de versterking van de financiële positie van energiebedrijven in de transitiefase. Het betekent wel dat op basis van de wet toestemming nodig is voor wijzigingen in het aandeel- houderschap. Waar duidelijkheid over dient te bestaan – dat is de vraag die met name de heer Crone heeft gesteld – is dat er een goede en onafhankelijke positionering moet zijn van het netbeheer. Daar hebben we inmiddels van DTE een advies over ontvangen. Voorts moet de waarborg voor de bescherming van de beschermde afnemers blijven bestaan.

Vorig jaar heeft de heer Wijers in de Eerste Kamer gezegd – ik ben het daar zeer mee eens – dat instemming met wijzigingen die leiden tot de privatisering van ten hoogste zo'n 33 1/3%, in ieder geval geen probleem is. Dat is overigens nog geen bepalend iets in dit geval, omdat het niet gaat over grote structuur-NV's, waar ook een klein deel al betekent dat je een aanmerkelijk belang hebt. Op basis van artikel 72, lid 7, van de Elektriciteitswet kan worden besloten de termijn tot wanneer toestemming is vereist, te verlengen tot uiterlijk 31 december 2006. Dit ook om de Kamer de gelegenheid te bieden het proces goed te volgen en een finaal oordeel over de volledige privatisering uit te spreken. Natuurlijk zullen we bij verdergaande privatisering heel goed moeten kijken naar de voorgestelde opzet.

Dit over de distributiebedrijven, voorzitter. Ik denk dat ten aanzien van de productiebedrijven we inmiddels allemaal vinden dat het op zich een goede zaak is dat er geprivatiseerd wordt en dat er daarmee ook kapitaal en ervaring binnen blijft. Daar zat ook een aantal condities bij, onder meer dat het hoogspanningsnet op een goede plaats gepositioneerd moet worden. Ik vind dat dit met de huidige methode ook goed is geregeld.

Ook over de vennootschapsbelasting is nog een vraag gesteld. Het oorspronkelijke artikel is goedgekeurd, maar het is nog nooit in werking getreden. Het leverde namelijk een heel ongewenste belemmering op van de privatisering, want het betekende bij de verkoop van het eerste aandeel: weg overgangsregeling. Daar hebben we overleg over gevoerd en inderdaad zijn wij gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat dit moest worden veranderd. Bovendien leverden ook de gesprekken in Brussel op dat de oorspronkelijke overgangsregeling te weinig in de tijd was afgebakend. Er wordt thans de laatste hand gelegd aan de nota van wijziging. De strekking ervan is dat de regeling geldt, ongeacht het aandelenbezit van de bedrijven. De privatiseringsbelemmering wordt dus opgeheven. Dat betekent dat voor de periode van 1998 t/m 2001 een percentage van nul zal gelden en vanaf 2002 de volledige VPB-plicht, ongeacht de aandelenverhouding. Dit geldt voor energiebedrijven die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend energieactiviteiten verrichten en die eind 1997 niet VPB-plichtig waren, ongeacht de hoedanigheid nadien van de aandeelhouders.

Er is nog overeenstemming met de Europese Commissie nodig. Zeer binnenkort zullen we op hoog ambtelijk niveau overleg voeren. De ene overgangsregeling zal hiermee in feite vervangen worden door de andere overgangsregeling. Het doel daarbij is de regeling, dus een vrijstelling, af te schaffen. De regeling was niet werkzaam en er moest een andere bedacht worden. Deze lijn zal ik ook bij de besprekingen in Brussel aanhouden.

MevrouwVoûte-Droste(VVD)

Voorzitter! Ik dank de minister voor de beantwoording, met name voor die op het belangrijke punt van de overgangsregeling voor de vennootschapsbelasting. Het knelpunt deed zich voor bij het vinden van overeenstemming met de Europese Commissie. Hierover wilde ik iets in tweede termijn vragen, maar als de minister nu kan zeggen wanneer de sector uitsluitsel kan verwachten, hoef ik die tweede termijn niet meer.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wij hopen dat de Commissie zo gauw mogelijk uitsluitsel geeft, ook omdat de Commissie tegen datgene wat in het oorspronkelijke wetsvoorstel stond, behoorlijk wat bezwaren had. Wij willen dat de bedrijven zo gauw mogelijk normale bedrijven worden en normaal VPB-plichtig zullen zijn. Dan moet je wel accepteren dat er een korte overgangsperiode is, zonder dat sprake is van een drempel voor privatisering. Wij menen hiermee de oplossing te hebben gevonden. Ik hoop dus dat wij op heel korte termijn van Brussel toestemming krijgen.

Onderdeel FF

De heerCrone(PvdA)

Voorzitter! De minister heeft toegezegd dat bij de vaststelling van het starttarief voor kleinverbruikers met 1996 als ijkpunt een rendementscorrectiefactor wordt toegepast. Daar dank ik de minister voor. Op dit punt heb ik een licht juridische vraag. Begrijp ik het goed, dat hiermee ook de richting van het beleid is aangegeven? Ik neem aan dat er een doorwerking is.

MinisterJorritsma-Lebbink

Wat u zegt, klopt.

Over de artikelen II t/m IX wordt geen beraadslaging gevoerd.

De voorzitter:

Mij is gebleken dat de leden nog behoefte hebben aan een tweede termijn.

De heerVan den Berg(SGP)

Maar wat kan die tweede termijn nog inhouden? Dit overleg is belegd voor een artikelsgewijze behandeling. Die is afgerond. Ik zou daarom niet weten waarover we nog moeten spreken.

De voorzitter:

Ik heb begrepen dat een aantal fracties overweegt een motie in te dienen. Dat kan bij een wetgevingsoverleg. Dat blijkt uit het Reglement van orde. Echter, de leden kunnen die moties ook plenair indienen. Mij blijkt nu dat de leden thans geen behoefte meer hebben aan het houden van een tweede termijn. Dan zijn wij hiermee gekomen aan het eind van het wetgevingsoverleg. Ik dank de minister voor de gegeven antwoorden.

Ik wijs er nog op dat, nu de artikelsgewijze behandeling heeft plaatsgevonden, de kans groot is dat volgende week het wetsvoorstel plenair kan worden behandeld.

Sluiting 16.31 uur.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Giskes (D66), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF), M.B. Vos (GroenLinks), Van Zuijlen (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Hofstra (VVD), Van Walsem (D66), Wagenaar (PvdA), Stroeken (CDA), De Boer (PvdA), Van den Akker (CDA), Geluk (VVD), Verburg (CDA), Bos (PvdA), Van Dok-van Weele (PvdA), Blok (VVD).

Plv. leden: Verbugt (VVD), Atsma (CDA), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Wijn (CDA), Klein Molekamp (VVD), Vendrik (GroenLinks), Kamp (VVD), Van den Berg (SGP), Poppe (SP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Van der Steenhoven (GroenLinks), Schoenmakers (PvdA), Bakker (D66), Cornielje (VVD), Schimmel (D66), Herrebrugh (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Smits (PvdA), De Haan (CDA), Van Beek (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Koenders (PvdA), Rehwinkel (PvdA), Udo (VVD).

Naar boven