Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26283 nr. 3 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26283 nr. 3 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 9 april 1999
Op 10 november 1998 heeft de regering de nota Migratie Antilliaanse Jongeren aan de Tweede Kamer aangeboden (26 283, nr. 1). De nota is besproken in het kader van de behandeling van de begroting van Hoofdstuk IV van de Rijksbegroting voor 1999 en (in december 1998) in een Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissies voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken en voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Naar aanleiding van deze beraadslagingen heeft de heer Gortzak een motie ingediend (26 200-IV, nr. 13) waarin de regering gevraagd is «per uiterlijk 1 april 1999 verslag te doen van het overleg met de regering van de Nederlandse Antillen en van het daaruit voortgevloeide akkoord». Met deze brief geven wij mede namens de minister van Justitie, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uitvoering aan het verzoek van de Tweede Kamer (punt 2) en maken wij tevens van de gelegenheid gebruik om de Kamer op de hoogte te stellen van de actuele stand van zaken (punt 3).
2. Overleg over de nota Migratie Antilliaanse Jongeren
Politiek overleg met de regering van de Nederlandse Antillen
In het Algemene Overleg met uw Kamer op 2 december jl. is al aangegeven dat de eerste signalen vanuit de Nederlands-Antilliaanse regering hoop gaven op de mogelijkheid tot goede afspraken te komen over de implementatie en uitvoering van de maatregelen die in de nota Migratie Antilliaanse Jongeren zijn aangekondigd.
In januari (van 2 tot 10 januari jl) heeft de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid (GSI) een bezoek gebracht aan de Nederlandse Antillen. Het bezoek stond volledig in het teken van de nota Migratie Antilliaanse Jongeren en heeft geresulteerd in de ondertekening van een bestuursakkoord en een samenwerkingsprotocol die de basis moeten vormen voor de verdere uitvoering van de nota. Deze stukken treft u als bijlage bij deze brief aan1. Een verslag van het bezoek van minister Van Boxtel is eveneens als bijlage bijgevoegd.
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), die in december 1998 en maart 1999 werkbezoeken heeft gebracht aan de Nederlandse Antillen, heeft in verschillende gesprekken de problematiek van de migratie van Antilliaanse jongeren aan de orde gesteld. Het recente rapport van de Permanente Commissie voor Bevolkingsvraagstukken is daarbij niet onbesproken gebleven. Deze commissie heeft medio maart een rapport gepresenteerd waarin onder andere opvattingen zijn weergeven over «migratiegeneigdheid» van burgers uit Curaçao en Bonaire. De door de commissie aangehouden steekproef indiceert een migratie die aanmerkelijk hoger zou kunnen uitvallen dan de eerder geschatte 5000 à 6000 personen.
De meest betrokken Antilliaanse bewindslieden delen de zorg over de bestaande problemen. Erkend wordt ook dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om naar oplossingen te zoeken. De betrokken bewindslieden hebben de bereidheid geuit om mee te werken aan de implementatie en uitvoering van de voorgenomen maatregelen.
Bestuursakkoord «Uitwisseling persoonsgegevens binnen het Koninkrijk»
Het bestuursakkoord heeft een tweeledige doelstelling. Enerzijds strekt het ertoe de uitwisseling van persoonsgegevens tussen de landen van het Koninkrijk vorm te geven. Anderzijds formaliseert het de wederzijdse afspraken rond de nablijvende organisatie «persoonsinformatievoorziening voor de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA)». De uitwisseling van persoonsgegevens en het op elkaar afstemmen van de in- en uitschrijving verhoogt de kwaliteit van de in beide administraties opgenomen gegevens als gevolg van het feit dat dubbele inschrijvingen en de hiermee samenhangende mogelijkheden tot het plegen van fraude worden voorkomen. Daarnaast wordt met het één op één brengen van de beide administraties bewerkstelligd dat de bereikbaarheid van de Antilliaanse jongeren in Nederland wordt vergroot en dat zicht verkregen wordt op de migratiestromen die tussen verschillende landen van het Koninkrijk plaatshebben.
Tijdens het bezoek van minister Van Boxtel in januari is de inhoud van het bestuursakkoord onder meer besproken met minister-president Eman en minister-president Römer alsook met de leden van de bestuurscolleges van de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten. Deze besprekingen droegen een constructief en open karakter. Aan het einde van het bezoek is het akkoord door alle betrokken partijen (de regeringen van Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba alsook de bestuurscolleges van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen) ondertekend.
Samenwerkingsprotocol Antilliaanse Jongeren
Met de minister van Onderwijs, Cultuur, Jeugd- en Sportzaken van de Nederlandse Antillen is een samenwerkingsprotocol getekend. Hierin is op hoofdlijnen vastgelegd op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan de wederzijdse samenwerking. Politiek wordt hieraan sturing gegeven in het zogenaamde gestructureerde beleidsoverleg dat twee maal per jaar zal plaatsvinden.
Centraal in het protocol staan de afspraken omtrent de uitwerking van een inburgeringstraject op de Nederlandse Antillen. In het kort komen deze afspraken op het volgende neer:
• voor personen die zich voor de eerste keer in Nederland willen vestigen en die in Nederland onder het bereik van de Wet inburgering nieuwkomers vallen, zullen in de Nederlandse Antillen voorzieningen worden getroffen opdat delen van een inburgeringsprogramma, zoals die in de Wet inburgering nieuwkomers zijn uitgewerkt, reeds ter plekke kunnen worden aangeboden.
• een commissie bestaande uit Antilliaanse en Nederlandse ambtenaren zal voor 30 april 1999 voorstellen uitwerken omtrent de financiële, organisatorische, beleidsmatige en educatieve aspecten van het inburgeringstraject.
In 1999 is het gestructureerd beleidsoverleg gepland in de tweede helft van mei en in september/ oktober. Het eerstkomende overleg, waarvoor wij reeds de minister van Onderwijs van de Nederlandse Antillen hebben uitgenodigd, zal hoofdzakelijk worden benut om de besluitvorming af te ronden over de inrichting van het inburgeringstraject op de Nederlandse Antillen en om na te gaan op welke wijze verbindingen aan te brengen zijn tussen met name de voogdijregeling, het inburgeringstraject en de in- en uitschrijving in het bevolkingsregister.
Bij tripartite overleg te Curaçao op 29 maart jl. hebben de Ministers van Justitie van Nederland en van de Nederlandse Antillen een protocol ondertekend waarin afspraken zijn vastgelegd over de samenwerking tussen beide landen op het gebied van voogdijvoorzieningen. Het protocol en de daarbij behorende richtlijnen, die als bijlagen bij deze brief zijn gevoegd1, treden in werking met ingang van 1 augustus 1999. Overeengekomen is dat de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen maatregelen treft met betrekking tot de gezagsvoorziening in de Antillen voor de situatie waarin een aldaar verblijvende minderjarige alleen en onbegeleid dat land wenst te verlaten om zich in Nederland te vestigen, zonder dat er sprake is van gezinshereniging of anderszins aannemelijk gemaakt kan worden dat het verblijf in Nederland van korte duur zal zijn, ten gevolge waarvan de minderjarige niet onder wettelijk vereist gezag komt te staan. De Minister van Justitie van Nederland zal maatregelen treffen in verband met gezagsvoorzieningen en daartoe strekkende onderzoeksactiviteiten in Nederland ten behoeve waarvan de voogdijraad in de Nederlandse Antillen een voorziening dan wel een daartoe strekkend onderzoek heeft verzocht. Het protocol voorziet – tot slot – ook in een jaarlijkse evaluatie van de overeengekomen maatregelen.
Overleg met OCAN en Antillen-gemeenten
Sinds het verschijnen van de nota Migratie Antilliaanse Jongeren hebben wij ook (op 23 februari jl) overleg gevoerd met het Overlegorgaan Caraïbische Nederlanders (OCAN). Het OCAN heeft in dit overleg onder andere een nader voorstel aangekondigd voor een landelijk expertise centrum.
Met de zogenaamde Antillen-gemeenten is op 31 maart jl gesproken. We hebben van dit reguliere overleg gebruik gemaakt om de gemeenten te informeren over de laatste stand van zaken en over de strekking van deze rapportage aan de Tweede Kamer. Van de zijde van de gemeente Amsterdam is een toelichting gegeven op het recent gepresenteerde plan van aanpak voor de opvang van Antilliaanse jongeren. In het overleg is vastgesteld dat gemeentelijke initiatieven, zeker voor zover ze betrekking hebben op activiteiten op de Nederlandse Antillen, alleen zinvol zijn als ze passen binnen de totale aanpak. Waardevol is zeker dat rijk en gemeenten ervaringen en «best-practises» (zoals bijvoorbeeld het «mentorschap») uitwisselen en zo proberen tot een effectievere opvang te komen. De ervaringen die door verschillende wethouders zijn opgedaan bij bezoeken aan de Nederlandse Antillen zullen daarbij betrokken worden.
3. Stand van zaken uitvoering nota Migratie Antilliaanse Jongeren
In het samenwerkingsprotocol Antilliaanse Jongeren is afgesproken dat de beide regeringen uiterlijk 30 april a.s. zullen kunnen beschikken over een advies over de inhoud van en de condities voor een inburgerings-traject. Het advies wordt opgesteld door een gemengde commissie Inburgering die zowel uit Antilliaanse als uit Nederlandse ambtenaren bestaat.
Om de besprekingen in de gemengde commissie te bespoedigen heeft de minister voor GSI op 1 april jl in een brief aan de Nederlands-Antilliaanse minister van Onderwijs duidelijk gemaakt wat voor Nederland de bepalende aspecten zijn in het inburgeringstraject (zie bijgevoegd afschrift van deze brief)1. Essentieel is dat de doelgroep (de jongeren tot 25 jaar) aan het traject deelneemt. Waterdichte garanties zijn niet te geven aangezien de deelname aan het traject op de Nederlandse Antillen niet verplicht is. We zullen derhalve creatief moeten zoeken naar mogelijkheden om deze groep tijdig te bereiken en te volgen. Verbindingen tussen de voogdijregeling die in de loop van dit jaar in werking treedt, het inburgeringstraject en de bevolkingsadministratie achten wij daarvoor noodzakelijk. In het eerstkomende gestructureerde beleidsoverleg zal de praktische uitwerking hiervan een van de belangrijkste onderwerpen van gesprek moeten zijn.
Een ander belangrijk aspect is de aansluiting tussen het inburgerings-traject op de Nederlandse Antillen en het deel van het inburgeringstraject dat men bij vestiging in Nederland moet volgen. Het traject op de Nederlandse Antillen zal gericht zijn op het leren van de Nederlandse taal aangevuld met realistische voorlichting (waaronder maatschappelijke oriëntatie) over Nederland. De overige bestanddelen van het inburgeringsprogramma zullen in Nederland gevolgd moeten worden. Het instituut dat op de Nederlandse Antillen de inburgering gaat verzorgen moet derhalve garant kunnen staan voor een goede aansluiting. Bij de keuze van de docenten speelt dit ook een rol. Daarom wordt waar mogelijk samengewerkt met en gebruik gemaakt van de deskundigheid die Nederlandse gemeenten hebben op dit terrein.
Het is de bedoeling om het inburgeringstraject op de Nederlandse Antillen na de zomer (september/oktober) te starten met een proefproject (op Curaçao) van beperkte omvang. Hiervoor dient eerst overeenstemming te worden bereikt over de condities waaronder een dergelijk proefproject van start kan gaan. Er zullen afspraken worden gemaakt met de minister van Onderwijs van de Nederlandse Antillen en met de uitvoerende instanties om na enkele maanden vast te kunnen stellen of de beoogde doelstellingen te realiseren zijn. De uitkomsten hiervan zijn mede bepalend voor de definitieve inrichting van het inburgeringsprogramma.
De voogdijregeling, zoals overeengekomen bij protocol van 29 maart jl. tussen de ministers van Justitie van Nederland en van de Nederlandse Antillen, strekt ertoe te voorkomen dat minderjarigen, met de kennelijke bedoeling zich in Nederland te vestigen (anders dan voor korte duur of voor gezinshereniging), alleen en onbegeleid de Nederlandse Antillen verlaten zonder dat is voorzien in het wettelijk vereist gezag. Vertrek uit de Nederlandse Antillen van deze jongeren is alleen mogelijk, indien zij beschikken over een verklaring van geen bezwaar, verstrekt aan de minderjarige en degene die de ouderlijke macht of voogdij over de minderjarige uitoefent. Een dergelijke verklaring kan slechts worden afgegeven, indien degene die de ouderlijke macht uitoefent, al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid zal verkeren het gezag over de minderjarige uit te oefenen gedurende het verblijf van deze minderjarige in het buitenland en voldoende aannemelijk is dat een voogd zal worden benoemd in het land waar het kind zal verblijven. Toegang tot luchtvaartuigen en vaartuigen zal aan de in de in het geding zijnde jongeren door de bevoegde autoriteiten worden geweigerd, indien de minderjarige niet beschikt over de vereiste verklaring van de voogdijraad.
Nu in de voorgdijregeling blijkt te zijn voorzien in controle door de grensautoriteiten op de verklaring van geen bezwaar zien wij thans geen noodzaak voor een aparte actie op dit punt. Bij de evaluatie van de voogdijregeling zal hier nog uitdrukkelijk aandacht aan worden gegeven.
De gedachte achter de introductie van het mentorschap is dat er altijd één persoon is die weet waar een minderjarige verblijft, die op de hoogte is van belangrijke ontwikkelingen in het leven van de minderjarige, die de minderjarige begeleidt naar scholing of werk en die contacten onderhoudt met overheidsinstellingen. De bedoeling is dat het mentoraat zich richt op de kwetsbare groep jongeren die, zoals in de nota is weergegeven:
• grotendeels afkomstig is van Curaçao;
• niet of nauwelijks is opgeleid;
• slecht de Nederlandse taal beheerst;
• geen of weinig werkervaring heeft.
Thans bestaat er reeds grote deskundigheid en betrokkenheid binnen de Antilliaanse gemeenschap ten aanzien van de begeleiding van kansrijke Antillianen. Zo begeleidt de Stichting Studiecommissie Nederlandse Antillen (SSNA) al jarenlang studenten uit de Nederlandse Antillen.
Mede op basis van deze lokale initiatieven wordt nu gewerkt aan de ontwikkeling van methodieken die ingezet kunnen worden voor de begeleiding van kansarme Antilliaanse jongeren. Gezien de positie van deze jongeren vraagt het mentorschap om en heel eigen invulling. De kunst zal zijn om de diversiteit aan mentoren op de juiste manier te «matchen» met de hierboven omschreven doelgroep. Verder vraagt de organisatie rond het mentorschap ook nog de nodige aandacht.
Naar verwachting zullen de methodieken in het volgende overleg met de Antillen-geneemten aan de orde kunnen komen. Wij gaan ervan uit dat we bij de evaluatie van de nota Migratie Antilliaansse Jongeren zullen kunnen aangeven op welke wijze de gemeenten deze methodiek zullen toepassen.
Naast de gegevensuitwisseling met de (ei)landen van de Nederlandse Antillen en Aruba wordt in de nota een aantal maatregelen aangekondigd om te komen tot een zo sluitend mogelijke aanpak voor wat betreft de inschrijfplicht in de GBA.
In de nota is een wetsvoorstel aangekondigd waarin een koppeling wordt gelegd tussen (een juiste) inschrijving in de GBA en de toekenning van overheidsvoorzieningen. Dit wetsvoorstel zal nog deze maand aan de ministerraad worden voorgelegd.
Vervolgens zal op lokaal niveau informatie moeten worden uitgewisseld tussen (gemeentelijke) instellingen die in aanraking komen met personen die niet in de GBA zijn ingeschreven. Meldingen van deze gevallen door de betreffende instellingen dienen bij de afdelingen burgerzaken van de gemeente tot ambtshalve inschrijving in de GBA te leiden. Hierover heeft inmiddels overleg met de VNG plaatsgevonden.
Waar het de terugmelding door de gemeentelijke sociale dienst betreft, die expliciet in de nota is genoemd, is in overleg met SZW bekeken in hoeverre het privacyregime van de Algemene bijstandswet een drempel vormt. Gelet op artikel 62 van de Wet GBA, dat onder meer voorziet in een terugmeldingsverplichting voor zogenoemde binnengemeentelijke afnemers, bestaat hiertegen geen bezwaar. In overleg met de VNG is een circulaire opgesteld om de gemeenten te wijzen op deze mogelijkheden. De circulaire wordt volgende week naar de gemeenten gezonden.
Een andere vorm van lokale informatie-uitwisseling vormt de terugmelding door de politie indien zij geconfronteerd wordt met een niet in de GBA ingeschreven persoon. Ook in dit geval zal de afdeling burgerzaken geïnformeerd dienen te worden over de niet-inschrijving. Vervolgens is het aan de politie om de sanctionering in verband met het niet voldoen aan de inschrijvingsplicht in de GBA te starten. In de nota is overleg met de politie en het Openbaar Ministerie aangekondigd over intensivering van de handhaving van die sanctionering. Dat overleg is momenteel gaande. De vraag is op welke wijze de sanctiebepaling in de Wet GBA kan worden toegepast zonder dat dit tot een onevenredige werklast voor de betrokken opsporingsorganisaties leidt.
Onderwijs-, jeugd- en jongerenbeleid
De financieel-economische situatie van de Nederlandse Antillen is uiterst zorgelijk. Achtereenvolgende kabinetten zijn er niet in geslaagd om de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën door te voeren. Zonder deze sanering is een structurele verbetering van het financieel-economische klimaat onmogelijk. Nederland blijft onverminderd van mening dat een sanering van de overheidsfinanciën, conform de IMF-lijn, moet worden doorgezet.
Dit is ook de lijn die terug te vinden zal zijn in de nota Samenwerkings-beleid die de regering naar verwachting in mei 1999 aan de Tweede Kamer zal aanbieden. Kern van deze nota betreft een algemeen beleidskader voor het samenwerkingsbeleid. Het is de bedoeling om op een beperkt aantal terreinen, waaronder het onderwijs, aanzetten te geven voor nieuwe beleidsaccenten.
Structurele aanpassingen zullen veel tijd kosten. Ondertussen wordt er naar ad-hoc mogelijkheden gezocht om de bestaande problemen, met name onder jongeren, aan te pakken. Aangezien er geen extra middelen beschikbaar zijn is dit alleen mogelijk indien de Nederlands-Antilliaanse regering bereid is de samenwerkingsmiddelen prioritair aan te wenden voor het onderwijs- en jeugdbeleid. Daarvoor zullen wel (andere) lopende of voorgenomen projecten geschrapt en/of uitgesteld moeten worden. De staatssecretaris van BZK heeft tijdens zijn laatste werkbezoek aan de Antilliaanse regering gevraagd zo spoedig mogelijk de prioriteiten (en dus ook de posterioriteiten) voor 1999–2000 te bepalen, zodat in de tweede helft van april het zogenaamde (ambtelijk) prioriteitenoverleg kan plaatsvinden.
Recent is ook opdracht gegeven voor een onderzoek naar de toekomstige rol van niet gouvernementele organisaties die op de Nederlandse Antillen actief zijn en subsidie ontvangen vanuit Hoofdstuk IV van de rijks-begroting. De uitkomsten hiervan dienen om een beslissing te kunnen nemen over de wenselijkheid van continuering van de subsidies. Het onderzoek zal in september gereed zijn.
Centrum Voorlichting Antillianen (CVA)
De indruk bestaat dat het CVA er niet goed in slaagt Nederlands-Antilliaanse burgers te ontmoedigen om naar Nederland te migreren. Het CVA zou dat moeten realiseren door informatie te verstrekken over de reële mogelijkheden die in Nederland te verwachten zijn en door te verwijzen naar alternatieven op de Nederlandse Antillen. Het CVA heeft al meermaals gewezen op de gebrekkige informatie-uitwisseling met de bevolkingsadministratie op de Nederlandse Antillen en ontbreken van scholingsmogelijkheden en werkgelegenheid ter plaatse.
Het functioneren van het CVA wordt betrokken bij de voorstellen die wij ten behoeve van het komende gestructureerde beleidsoverleg zullen doen en die, zoals hiervoor al is aangegeven, gericht zijn op het ontwikkelen van effectieve verbindingen tussen de voogdijregeling, het inburgerings-traject en de in- en uitschrijving uit de bevolkingsadministratie.
Het kabinet Römer heeft bij zijn aantreden in 1998 aangekondigd de toelating en vestiging van vreemdelingen, waaronder ook Europese Nederlanders, te zullen versoepelen. Daartoe is een commissie ingesteld die belast is met de inventarisatie van de regelingen en de toepassing daarvan die gelden bij toegang, vestiging, verblijf en werk van Europese Nederlanders op de Nederlandse Antillen. Medio maart heeft de staatssecretaris van BZK bij de minister-president van de Nederlandse Antillen schriftelijk en mondeling aangedrongen op voortgang op dit punt. Minister-president Römer heeft aangegeven dat de minister van Justitie voornemens is in april voorstellen te doen voor de versoepeling van de bestaande regels.
Er is sinds het verschijnen van de nota Migratie Antilliaanse Jongeren het nodige in gang gezet. In de komende maanden zullen nog heel wat inspanningen nodig zijn om in 1999 concrete resultaten te kunnen boeken. Het is noodzakelijk dat wij in het eerstkomende gestructureerde beleidsoverleg met de minister van Onderwijs van de Nederlandse Antillen tot conclusies en afspraken kunnen komen. Wij zullen de Kamer over de uitkomsten van het komende gestructureerde beleidsoverleg informeren.
De Minister voor het Grote Steden- en Integratiebeleid,
R. H. L. M. van Boxtel
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. M. de Vries
Verslag van het werkbezoek van minister Van Boxtel aan de Nederlandse Antillen en Aruba van 2 tot en met 10 januari 1999.
Het werkbezoek betrof een eerste kennismaking van de minister met de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen en Aruba alsook met de (ei)landbesturen. Het bezoek stond voor een belangrijk deel in het teken van de nota Migratie Antilliaanse jongeren en meer specifiek in het teken van de ondertekening van een tweetal documenten welke een belangrijke bouwsteen vormen voor de in de nota voorgestelde aanpak. Die documenten zijn enerzijds het bestuursakkoord «Uitwisseling persoonsgegevens binnen het Koninkrijk» en anderzijds het «Samenwerkingsprotocol tussen de Nederlandse Antillen en Nederland inzake Antilliaanse jongeren».
De gesprekken die tijdens het werkbezoek werden gevoerd verliepen in een positieve en constructieve sfeer. Met name de gesprekken in het kader van de uitwisseling van persoonsgegevens, waarbij in eerste instantie twijfel bestond of daadwerkelijk een akkoord getekend zouden kunnen worden, werden dankzij de positieve grondhouding en de bereidheid van partijen om tot overeenstemming te komen een succes.
Ook de overige gesprekken hadden een openhartig karakter. Hiermee wordt de indruk gewekt dat bij de regering van de Nederlandse Antillen de politieke wil aanwezig is om de in de nota voorgestelde benadering tot die van henzelf te maken.
Beknopte weergave van de belangrijkste van de gevoerde gesprekken
Gesprek met minister-president Römer
Met minister-president Römer werd gesproken over de migratienota in het algemeen en het bestuursakkoord gegevensuitwisseling dat hier onderdeel van uitmaakt in het bijzonder. Mw. Römer informeerde bij de minister hoe deze stond tegenover een toelatingsregeling. Zij gaf aan dat de regering van de Nederlandse Antillen een tegenstander is van een dergelijke regeling en zei verder dat zij graag rust in de relatie met Nederland zou zien. Minister van Boxtel onderschreef dit laatste en merkte op dat een toelatingsregeling op dit moment weliswaar niet aan de orde was, maar wees mw. Römer erop dat mocht de aanpak zoals deze in de migratienota wordt voorgestaan niet het gewenste effect sorteren, een toelatingsregeling alsnog tot de mogelijkheden behoort.
Verder werd uitgebreid gesproken over de inhoud van het bestuursakkoord.
Mw. Römer gaf aan veel waarde te hechten aan de continuïteit van PIVA alsook aan de afstemming van de beide bevolkingsadministraties. Mw. Römer wees er met nadruk op dat de uitwisseling van persoonsgegevens wat haar betreft ook elektronisch zou kunnen plaatsvinden. Momenteel vindt gegevensuitwisseling tussen de (ei)landen van de Nederlandse Antillen en Aruba al op deze wijze plaats. Minister Van Boxtel gaf te kennen zeer geïnteresseerd te zijn in deze ontwikkelingen. Hij maakte hierbij de kanttekening dat de uitwisseling van persoonsgegevens binnen de landen van het Koninkrijk wellicht op termijn op deze wijze zal kunnen plaatsvinden, maar dat hierbij de privacy-aspecten en de beveiliging van de gegevens niet uit het oog mogen worden verloren en derhalve afdoende dienen te zijn gewaarborgd. Minister-president Römer deed aan het einde van het gesprek de toezegging alles in het werk te stellen om de eilandbesturen te overreden het bestuursakkoord te tekenen. Mede dankzij haar inspanningen kon aan het einde van het werkbezoek het akkoord door alle betrokken partijen gezamenlijk ondertekend worden.
Gesprek met Minister-president Eman
Minister-president Eman gaf aan een voorstander te zijn van de uitwisseling van persoonsgegevens binnen de landen van het Koninkrijk en het bestuursakkoord te willen ondertekenen.
Verder deelde minister-president Eman minister Van Boxtel mee dat hij een onderzoek wil laten instellen naar het aantal Arubanen in Nederland, waar zij zich bevinden en of men terug wil keren naar Aruba. Dit laatste met het oog op de krapte op de Arubaanse arbeidsmarkt.
Daarnaast werd de millenniumproblematiek op Aruba besproken. Volgens minister-president Eman zijn er in dit verband op Aruba geen noemenswaardige problemen te verwachten. Hij verwacht halverwege het jaar een signaal af te kunnen geven dat alle systemen millenniumproof zijn.
Minister Van Boxtel ging in op het minderhedenbeleid. Hij vertelde dat een categorale ondersteuning van groepen minderheden, die enkele jaren geleden is afgeschaft, met name voor Antillianen van grote waarde kan zijn.
Minister-president Eman meldde dat op Aruba soortgelijke problemen bestaan rond de immigratie van personen uit de omringende landen. Hij gaf verder aan dat de regering van Aruba het ernstig zou betreuren als een toelatingsregeling zou worden getroffen vanwege problemen met een geringe groep jeugdige Antillianen.
Gesprek met het Bestuurscollege van Sint Maarten
Met de Gezaghebber en het Bestuurscollege van Sint Maarten is gesproken over een grote variëteit aan onderwerpen. Aan de orde kwamen onder meer de economische situatie op het eiland, het onderwijs en de haven. Daarnaast is gesproken over het bestuursakkoord gegevensuitwisseling. Minister Van Boxtel heeft gevraagd naar de mening van het Bestuurscollege over het akkoord en heeft hen verzocht het akkoord mede te ondertekenen.
Minister Martha zette in zijn gesprek met minister Van Boxtel uiteen dat de oorzaak van de problematiek rond de Antilliaanse jongeren met name ligt in de slechte sociaal-economische situatie op de Nederlandse Antillen. Het opleidingsniveau is te laag en een hoog percentage jongeren maakt de schoolopleiding niet af. Minister Martha is een voorstander van maatregelen om jongeren op de eilanden te houden. Dit is van groot belang voor de toekomst van de eilandgebieden.
Hij gaf aan dat voor jongeren die ontsporen voorstellen zijn geformuleerd met betrekking tot de vorming van een zogenaamde ontwikkelingsbrigade. Het betreft dan jongeren die in aanraking met Justitie komen, maar niet echt crimineel zijn. Door de jongeren scholing te geven en discipline bij te brengen, wordt getracht ze weer op het rechte pad te krijgen.
Minister Van Boxtel sneed in het gesprek de nota migratie Antilliaanse jongeren aan. Hij wees erop dat het om een relatief kleine groep gaat die het in de Nederlandse samenleving niet redt en uiteindelijk afglijdt naar de onderkant van de maatschappij. Het gaat in de nota om zicht te krijgen op die specifieke groep en waar mogelijk hun kansen te vergroten. In dat kader noemde hij onder meer de voogdijregeling. Minister Martha gaf aan een concept-nota over de voogdij gereed te hebben. Een exemplaar daarvan werd aan minister Van Boxtel overhandigd. Minister Martha zal deze nota in het eerste tripartiete overleg van de ministers van Justitie bespreken.
Op donderdag 7 januari vond een gesprek plaats met de Antilliaanse minister Nieuw en Gedeputeerde Rafaël van het eilandgebied Curaçao. In dit gesprek was de positie van Antilliaanse jongeren in Nederland en op de Antillen aan de orde. Minister Nieuw ging uitgebreid in op de op handen zijnde vernieuwingen in het onderwijs en zijn zorg voor de grote achterstanden die ontstaan zijn in het onderwijssysteem. Het onderwijs zal naar zijn mening uiteindelijk zodanig ingericht moeten zijn, dat het voldoet aan de eisen van de moderne samenleving en de vraag op de arbeidsmarkt. Voor de Antilliaanse regering is de uitvoering van het nationaal jeugdbeleid een prioritaire aangelegenheid. Dit nationaal jeugdbeleid, dat uit drie delen bestaat: «Hoofdlijnen», «Programma» en «Uitvoering» is in december 1988 tijdens het jeugdoverleg Nederlandse Antillen (JONA) geaccordeerd. Daarbij zijn tevens bestuurlijke afspraken gemaakt over de structuren voor beleidsvorming en besluitvorming. Zoals eerder aan het Nederlands kabinet is meegedeeld hecht de Antilliaanse regering eraan dat de voortgaande beleidsdialoog tussen de Antilliaanse en de Nederlandse regering wordt geformaliseerd.
Minister Van Boxtel heeft ook in dit gesprek de nota «Migratie Antilliaanse jongeren» toegelicht. De minister wees erop dat hij graag wil werken aan de optimalisering van de manier waarop gecommuniceerd wordt tussen de beide Koninkrijksdelen. Het Samenwerkingsprotocol tussen de Nederlandse Antillen en Nederland inzake Antilliaanse jongeren en de daarin genoemde gemengde commissie voor de totstandkoming van delen van een inburgeringprogramma op de Nederlandse Antillen zijn daarbij slechts instrumenteel. Minister Van Boxtel aanvaardde de uitnodiging van Gedeputeerde Rafaël om bij een volgend werkbezoek uitgebreider te spreken over het eilandelijk onderwijs- en jeugdbeleid. Het concrete resultaat van dit gesprek was het bereiken van overeenstemming over de tekst van het Samenwerkingsprotocol tussen de Nederlandse Antillen en Nederland inzake Antilliaanse jongeren. Dit protocol werd de volgende dag door minister Nieuw en minister Van Boxtel getekend.
Gesprek met Gedeputeerde Coffie
In het bijzijn van Gedeputeerde Coffie werd een werkbezoek gebracht aan het Centrum Voorlichting Antillianen (CVA). Tijdens dit werkbezoek werd door de heer P. Pinedo, projectleider van het CVA een uiteenzetting gegeven over dit instituut. Hij gaf aan de hand van de «Derde voortgangsrapportage» informatie over de werkzaamheden en bereik van de doelgroep.
Bij deze gelegenheid heeft minister Van Boxtel zijn grote zorgen kenbaar gemaakt over de toereikendheid van de inspanningen van het CVA in het algemeen en voor de jongere Antillianen in het bijzonder. Hij heeft in het gesprek onder meer de vraag aan de orde gesteld of de vertrekkers wellicht in een eerder stadium bereikt zouden kunnen worden zodat zij beter konden worden voorbereid op hun vertrek naar Nederland.
Dhr. Pinedo verklaarde dat er op dit moment plannen klaar liggen om de wijken in te trekken. Het CVA vreesde aanvankelijk dat het geven van al te veel publiciteit aan het CVA zou leiden tot een aanzuigende werking, waardoor de migratie van Antilliaanse jongeren eerder zou toe- dan afnemen.
Bezoek aan de Pablo-Duarte school en de wijken Souax en Otrabanda
Op vrijdagochtend 8 januari werd in het bijzijn van Gedeputeerde Rafaël de «Pablo Duarte»-school bezocht. Dit is een school voor beroepsvoorbereidend onderwijs (in Nederland VBO-school). Vervolgens werd een werkbezoek gebracht aan twee buurten: Souax en Otrabanda.
Het schoolhoofd, de heer Provasia, gaf een uiteenzetting van de geschiedenis van de school en de laatste ontwikkelingen. De school betrekt ouders en leerlingen bij de school. Nog maar onlangs is de hele school opnieuw geverfd door leerlingen van de school.
Vervolgens werd eerst door mw. J. Pablo, de voorzitter van de Unidat di Bario, dhr. J. Hart van Plataforma Otrabanda en dhr. Welvaart van de Fundashon Pro Souax informatie verstrekt over de wijken, ontstaansgeschiedenis, problemen en oplossingen. Daarna volgde een rondleiding door Souax en Otrobanda.
Op vrijdagochtend 8 januari werd het «Samenwerkingsprotocol tussen de Nederlandse Antillen en Nederland inzake Antilliaanse jongeren» door minister Van Boxtel en minister Nieuw getekend. In de middag werd tijdens een plechtige bijeenkomst het bestuursakkoord «Uitwisseling persoonsgegevens binnen het Koninkrijk 1999» getekend door minister Van Boxtel en de ministers-presidenten van de Nederlandse Antillen en Aruba alsook door de Gezaghebbers van de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen.
's Middags vond een receptie plaats ten huize van de permanente vertegenwoordiger van Nederland op de Nederlandse Antillen, de heer Breed. Tijdens de receptie werd met vele politici en andere personen informeel gesproken.
Gesprekken met de Gouverneur van de Nederlandse Antillen, de heer Saleh en een gesprek met de Gouverneur van Aruba, de heer Koolman
Naast de bovenstaande gesprekken heeft de minister tweemaal gesproken met Gouverneur Saleh en eenmaal met Gouverneur Koolman. Als gevolg van de positie van de Gouverneur op de Nederlandse Antillen en op Aruba, wordt van deze gesprekken geen verslag gedaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26283-3.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.