26 234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee

32 429 G-20

Nr. 320 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 mei 2026

Hierbij zend ik u het verslag van de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de G20-bijeenkomst van Ministers van Financiën en Centrale Bank Presidenten en de vijftiende ministeriële bijeenkomst van de Coalitie van Ministers van Financiën voor klimaatactie (CFMCA) van 14 tot 18 april 2026 in Washington, DC.

De Minister van Financiën, E. Heinen

Verslag van de Voorjaarsvergadering 2026 van het IMF en de ministeriële vergaderingen van de G20 en het CFMCA in Washington D.C.

Van 13 tot 18 april 2026 vond in Washington D.C. de voorjaarsvergadering van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank plaats. En marge hiervan kwamen ook de G20 Finance Ministers and Central Bank Governors (FMCBG) en de Coalition of Finance Ministers for Climate Action (CFMCA) bijeen. Nederland vertegenwoordigde dit jaar de Nederlands-Belgische kiesgroep bij het International Monetary and Financial Committee (IMFC), het politieke adviesorgaan van het IMF. Ook nam Nederland deel aan de G20 FMCBG en de 9e ministeriële Ronde Tafel voor steun aan Oekraïne. Tijdens de ministeriële bijeenkomst van de CMFCA droeg Nederland het co-voorzitterschap over aan Kroatië. Dit verslag biedt uw Kamer een overzicht van de belangrijkste discussies en uitkomsten van deze vergaderingen. De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) informeert de Kamer over de voorjaarsvergadering van de Wereldbank.

De voorjaarsvergadering werd gekenmerkt door geopolitieke spanningen, in het bijzonder de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de oorlog in het Midden-Oosten. Daarnaast was er aandacht voor de voortdurende geo-economische fragmentatie, waaronder importheffingen en handelsonevenwichtigheden. Deze ontwikkelingen drukken op de mondiale economische groei en kunnen risico’s vormen voor de financiële stabiliteit. Verder lag de focus op economische uitdagingen, zoals de hoge schuldenniveaus, lage productiviteitsgroei, risico’s en kansen van kunstmatige intelligentie (AI), de gevolgen van klimaatverandering en stijgende defensie-uitgaven. Tot slot kwamen specifieke IMF-beleidsuitdagingen aan bod.

De IMFC-verklaring1 van de Nederlands-Belgische kiesgroep bij het IMF onderstreept de ernstige gevolgen van de Russische agressieoorlog in Oekraïne en het conflict in het Midden-Oosten voor de wereldeconomie. Daarnaast wordt opgeroepen tot blijvende steun aan Oekraïne, versterking van multilaterale samenwerking en vrijhandel. Verder wordt het belang benadrukt van solide macro-economisch beleid, hervormingen, krachtige instituties en een actieve rol van het IMF op het gebied van klimaat en digitalisering om de mondiale financiële stabiliteit en groei te waarborgen. Tot slot pleit de verklaring voor een quotaverdeling binnen het IMF die de relatieve positie van lidstaten in de wereldeconomie beter weerspiegelt, een verbetering van het schuldenraamwerk voor lage-inkomenslanden en de integratie van klimaat in IMF-instrumenten.

Na afloop van de IMFC bijeenkomsten is een Chair’s Statement2 uitgebracht door de voorzitter van het IMFC, Saoedi-Arabië. Dit Chair’s Statement vormt een alternatief voor de gezamenlijke slotverklaring van het IMFC, waarover geen unanimiteit meer is bereikt sinds de Russische invasie van Oekraïne. Tevens sloot Nederland zich op initiatief van het Verenigd Koninkrijk aan bij een gezamenlijke verklaring3 over het Midden-Oosten, samen met Australië, Finland, Ierland, Japan, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Polen en Spanje. Hierin wordt opgeroepen tot financieel verantwoorde en gerichte steunmaatregelen en wordt de cruciale rol van de Bretton Woods instellingen benoemd in het coördineren van de economische reactie op de crisis. In de verklaring wordt expliciet verwezen naar de oorlog in Oekraïne.

Financieel-economische context

De voorjaarsvergadering vond plaats tegen de achtergrond van de oorlog in het Midden-Oosten. Het IMF heeft de ramingen4 voor de economische groei bijgesteld vanwege de grote onzekerheid en werkt met verschillende scenario’s, waarin de gevolgen van het conflict afhankelijk zijn van de intensiteit en duur: een reference (3.1% in 2026), adverse (2.5%) en severe scenario (2%). De oorlog in het Midden-Oosten heeft een opwaartse druk op energieprijzen en inflatie, met negatieve gevolgen voor de economische groei. Het IMF benadrukte dat eventuele steunmaatregelen in reactie op de energiecrisis gericht, tijdelijk en tijdig moeten zijn om verdere prijsopdrijving te voorkomen. Het kabinet onderschreef dit tijdens het IMFC.

Verder was er veel aandacht voor zowel de economische kansen als voor de risico’s van AI, onder andere door mogelijke overwaardering op financiële markten en verwevenheid van techbedrijven. Het kabinet heeft aangegeven dat het belangrijk is onze economieën voor te bereiden op enerzijds AI-adoptie, en anderzijds door alert te blijven op de risico’s van AI voor de financiële stabiliteit.

Tenslotte werd stilgestaan bij de kwetsbaarheid van lage-inkomenslanden (LICs), die worden geraakt door hogere kosten voor onder meer energie en kunstmest, een hoge schuldenlast en afnemende ODA-middelen. Verwacht wordt dat meerdere LICs in de komende periode een nieuw IMF-programma zullen aanvragen gezien hun oplopende financieringsbehoeften en acute liquiditeitsnoden.

IMF-beleidsdiscussies

Tijdens de voorjaarsvergadering stond een aantal belangrijke beleidsdiscussies centraal. In het verlengde van het in 2023 bereikte akkoord is de voortgang van de implementatie van de 16e quotaherziening besproken. Nederland heeft hier reeds mee ingestemd, maar voor inwerkingtreding is goedkeuring van alle landen, waaronder de VS, nodig. Tevens werd vooruitgekeken naar de 17e quotaherziening, waarin de verdeling van quota-aandeel tussen lidstaten centraal staat, met aandacht voor ondervertegenwoordigde opkomende economieën en het beschermen van de belangen van de armste lidstaten. In dat kader werden de Diriyah Guiding Principles5 verwelkomd, die richting moeten geven aan het verdere hervormingsproces.

Verder werd gesproken over de herziening van het External Balance Assessment (EBA)-model, waarmee het IMF de mondiale onevenwichtigheden tussen landen analyseert. Het kabinet vroeg daarbij aandacht voor het beter meenemen in het model van land-specifieke kenmerken, zoals pensioenstelsels. Ten slotte werd stilgestaan bij de periodieke herziening van het surveillance-instrumentarium van het IMF, de Comprehensive Surveillance Review (CSR). Hierbij riep met name de VS op tot een sterkere focus op het kernmandaat van het IMF, namelijk budgettair en monetair beleid, wisselkoersbeleid en financiële stabiliteit. Nederland steunt deze stroomlijning van het IMF-surveillancekader, maar benadrukt dat structurele onderliggende factoren, zoals klimaatverandering en digitalisering, integraal onderdeel dienen te blijven van surveillance, gelet op hun grote macro-economische relevantie.

Oekraïne

Nederland heeft tijdens de IMFC-vergaderingen nadrukkelijk aandacht gevraagd voor Oekraïne en de economische gevolgen van de Russische agressieoorlog in Oekraïne. Ook na Nederland deel aan de Ministeriële Ronde Tafel voor Oekraïne, een informele vergadering van Ministers van Financiën6 over financiële steun aan Oekraïne en sprak hij bilateraal met de Oekraïense Minister van Financiën, Marchenko. In deze bijeenkomsten werd het nieuwe IMF-programma voor Oekraïne breed verwelkomd. Dit programma werd op 26 februari 2026 goedgekeurd, heeft een looptijd van 48 maanden en een omvang van USD 8,1 miljard. Het programma ondersteunt de financieringsnoden als gevolg van de Russische agressieoorlog en bevat concrete afspraken over macro-economisch beleid en hervormingen, die nodig zijn voor de stabilisering van Oekraïne.

Het is van essentieel belang dat Oekraïne blijvend kan rekenen op internationale politieke en financiële steun, zowel voor de invulling van haar directe financieringsbehoeften als voor hervormingen en wederopbouw. Daarom heeft Nederland, samen met de G7 en een groot aantal EU-lidstaten, opnieuw financing assurances afgegeven en zich via de Group of Creditors of Ukraine (GCU) gecommitteerd aan voortdurende financiële steun. En marge van de voorjaarsvergadering werd door de GCU het Memorandum of Understanding ondertekend, waarmee onder meer is afgesproken de betalingsstop op bilaterale claims te verlengen tot begin 2030, in lijn met het nieuwe IMF-programma. In de komende periode wordt dit MoU verder uitgewerkt in een formeel bilateraal akkoord.

Venezuela

Tijdens de voorjaarsvergadering werd bekend gemaakt dat het IMF, na een consultatie onder lidstaten, de betrekkingen met Venezuela weer zal hervatten. Hiermee worden de rechten en verplichtingen van Venezuela, na een pauze van zeven jaar, weer van kracht.

G20 Finance Ministers and Central Bank Governors

Nederland nam deel aan de eerste bijeenkomst voor Ministers en centrale bank gouverneurs (FMCBG) van de G20 Finance Track onder Amerikaans voorzitterschap. Op de agenda stonden economische groei en mondiale onevenwichtigheden. Bij het onderwerp economische groei zetten meerdere G20-leden hun nationale maatregelen ter bevordering van de economische groei uiteen. Daarnaast werd het belang van mondiale stabiliteit en het schrappen van overbodige regulering benadrukt voor het aanjagen van economische groei. Zo raadde de OESO aan om samen met de private sector systematische evaluaties te doen om overbodige wet- en regelgeving te kunnen identificeren. Tijdens de discussie over mondiale onevenwichtigheden benadrukten veel G20-leden dat niet alle onevenwichtigheden problematisch zijn en dat de discussie zich zou moeten richten op aanhoudende en buitensporige onevenwichtigheden. Veel G20-leden onderstreepten de centrale rol van het IMF bij de monitoring, evenals de invloed van binnenlands en niet-marktconform beleid op het ontstaan van onevenwichtigheden. Tot slot gaven meerdere G20-leden aan dat sommige onevenwichtigheden het gevolg zijn van structurele kenmerken van nationale economieën.

Coalition of Finance Ministers for Climate Action

Tijdens de voorjaarsvergadering vond de vijftiende ministeriële bijeenkomst van de CFMCA plaats met als thema «Climate Action as an Engine for Jobs, Growth and Competitiveness». De bijeenkomst bracht meer dan veertig landen wereldwijd bij elkaar. Tijdens de opening van de bijeenkomst droeg Nederland, na drie jaar, het co-voorzitterschap over aan Kroatië die het forum van 102 Ministeries van Financiën samen met Oeganda zal voorzitten. Ook deelde Nederland de belangrijkste resultaten van het Nederlandse co-voorzitterschap, zoals versterkte regionale samenwerking en de introductie van de jaarlijkse Climate Action Statements.7 Vervolgens onderstreepte de Minister van Financiën van Turkije het belang van klimaatactie namens het voorzitterschap van de VN klimaattop COP31, gevolgd door de Wereldbank en het IMF als host organisaties van het CFMCA-Secretariaat. Tijdens de plenaire discussie belichtten landen uit verschillende regio’s nationale voorbeelden waarbij klimaatactie als economische kans werd gepresenteerd. Ook benadrukten landen de noodzaak van beleidsacties op het gebied van energietransitie, mitigatie, adaptatie en weerbaarheid vanuit macro-kritische overwegingen. Tot slot namen de aanwezige landen de nieuwe meerjarige strategie aan voor de periode 2026–2028.8 De (voormalige) co-voorzitters presenteerden als uitkomst van de bijeenkomst het Co-Chairs’ Statement.9

Naar boven