26 234 Vergaderingen Interim Committee en Development Committee

Nr. 151 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 november 2013

Hierbij stuur ik u, mede namens de Minister van Financiën, het verslag van de Nederlandse deelname aan de Jaarvergadering van de Wereldbankgroep (WBG) op 11 en 12 oktober jl. in Washington D.C. In september heb ik u per brief geïnformeerd over de beoogde inzet welke tijdens het Algemeen Overleg op 3 oktober jl. in detail besproken is (Kamerstuk 26 234, nr. 150).

De nieuwe WBG-strategie en de daarvoor vereiste hervormingen stonden centraal tijdens de Jaarvergadering. De schriftelijke interventie die Nederland heeft ingebracht in de vergadering is bijgevoegd, alsook het communiqué van het Development Committee 1.

Development Committee

De plenaire zitting, het Development Committee (DC), opende met een inleiding door de president van de WBG, Dr. Jim Kim, over de nieuwe WBG-strategie. Kim onderstreepte de dit voorjaar vastgestelde doelen om extreme armoede (minder dan 3% onder USD 1,25 per dag in 2030) en ongelijkheid (relatief betere inkomenspositie armste 40%) terug te dringen. Hij benadrukte dat de nieuwe strategie vergaande hervormingen binnen de Bank vereist en vroeg daarbij de steun van de aandeelhouders.

De aandeelhouders van de verschillende onderdelen van de WBG waren vrijwel unaniem in hun lof voor de nieuwe WBG-strategie. Aandeelhouders kwamen met enkele suggesties voor een versterkte focus op de dwarsdoorsnijdende thema’s gender en klimaat en onderstreepten het belang van een succesvolle IDA-17 middelenaanvulling.

Ik heb namens Nederland vooral aandacht gevraagd voor de focus op de armste landen en met name fragiele staten, en een benadering die enerzijds rekening houdt met de moeilijke omstandigheden, maar anderzijds risico’s niet uit de weg gaat. Ik heb waardering uitgesproken voor de intensivering van de samenwerking met de VN, het belang onderstreept van Public Private Partnerships in de armere landen en regio’s en van de noodzaak om bij de herziening van de safeguards systematisch aandacht te geven aan due diligence. Verder heb ik de noodzaak van een aangepast beloningsbeleid onderstreept, waarbij ik aangaf dat dit in overeenstemming dient te zijn met het ontwikkelingsmandaat van de WBG, en niet met de beloningen die in de financiële sector gebruikelijk zijn. Tenslotte heb ik de aandacht gevestigd op het aanbestedingsbeleid, waarbij ik wederom het belang heb bepleit van duurzaam aanbesteden (o.a. aandacht voor kwaliteit en life cycle costing) en van aandacht voor corruptie en een level playing field in het aanbestedingsproces.

Bilaterale gesprekken

In een bilateraal gesprek met Kim heb ik waardering uitgesproken voor de praktische invulling van de samenwerking met de VN. Het gezamenlijk optrekken van de WBG en de VN werd onderstreept middels een seminar met Koningin Máxima in haar functie als Speciaal Pleitbezorger van de VN secretaris-generaal voor inclusieve financiering voor ontwikkeling. Dit seminar ging over het vergroten van financial access onder de 80% armsten die nog geen toegang hebben tot een bankrekening. Kim noemde in dit verband ook de samenwerking met de VN in het Grote Meren-gebied en de beoogde gezamenlijke aanpak in de Sahel-regio.

Kim noemde verder op eigen initiatief het belang van een aangepast beloningsbeleid. Hij erkende dat er de nodige kritiek was, onder meer vanuit Nederland, maar nuanceerde het beeld voor de WBG als geheel. Met name voor de lagere administratieve functies gelden salarissen die duidelijk niet markt-conform zijn. Voor gespecialiseerde functies zijn volgens hem marktgerelateerde salarissen van belang om het beste personeel te kunnen aantrekken. Kim liet weten dat de WBG werkt aan verdere «rationalisering» van het beloningsbeleid. Ik heb benadrukt dat het thema niet alleen in Nederland en gelijkgezinde landen zwaar weegt, maar dat ik het ook persoonlijk van groot belang vind die voorbeeldfunctie uit te dragen. Voor iedereen die in een ontwikkelingsinstelling werkt, is soberheid op zijn plaats.

Ik heb vervolgens, o.a. naar aanleiding van een gesprek met Human Rights Watch, voorafgaand aan het gesprek met Kim, verzocht om tijdens de herziening van het safeguards beleid meer systematisch aandacht te besteden aan het brede spectrum van mensenrechten. In zijn antwoord maakte Kim een onderscheid tussen civil-political rights, waar veel NGOs op hameren, en de noodzaak dat de WBG, ook onder moeilijke omstandigheden, aandacht blijft besteden aan sociale en economische rechten van bevolkingsgroepen. Hij noemde als voorbeeld Rwanda, waar de regering ondanks de beperking in politieke vrijheden wel degelijk veel aandacht besteedt aan sociaal-economische rechten. Kim gaf aan zich persoonlijk zeer betrokken te voelen bij de discussie, voortvloeiend uit zijn eerdere werk in de gezondheidssector. «The World Bank is perceived as technical; we have to translate it into something people care about», zo stelde hij.

Kim eindigde met een pleidooi voor IDA-17. Hij had voor het gesprek veel positieve signalen ontvangen. Ik heb waardering uitgesproken over de IDA-doelstellingen en -inzet, maar tevens aangegeven dat de budgettaire marges in Nederland op dit moment krap zijn. Kim rondde af met de herhaalde wens om snel een bezoek aan Nederland te brengen.

Ook in andere bilaterale gesprekken met het management van de verschillende onderdelen van de WBG heb ik aandacht besteed aan de nieuwe strategie en de hervormingsagenda van de WBG. Managing Director en Chief Operations Officer Sri Mulyani Indrawati zet in op een snelle aanpassing van de WBG-structuur gebaseerd op zogenaamde global practices. Het is de bedoeling dat binnen deze global practices kennis en expertise op specifieke terreinen (bv. water, landbouw, onderwijs, etc.) beter samenkomen. Dit vergt aanpassing van de bestaande structuur, een verschuiving in verantwoordelijkheden en in personele inzet, en bovenal van het budget en werkprocessen. Tegelijkertijd wil Mulyani de WBG leaner and meaner maken. De geplande interne bezuiniging van USD 400 miljoen leidt weliswaar tot de nodige onrust, maar is juist ook een instrument om de staf nog scherper te laten focussen op de nieuwe prioriteiten. Voor dit laatste is een goede diagnostiek van groot belang. De WBG kijkt onder meer naar mogelijkheden om landen op meer integrale wijze te ondersteunen bij dataverzameling rondom armoede, gender en financial inclusion door deze aspecten in household surveys te combineren.

Ik heb ook kort gesproken met de twee vice-presidenten Joachim Von Amsberg (Wereldbank) en Nena Stoiljkovic (IFC). Zij waren zeer positief over het recente beleidsoverleg in Nederland, de gesprekken met VNO-NCW en het bezoek aan uw Kamer. Deze gezamenlijke WB/IFC-consultaties, uniek in hun soort, zullen navolging krijgen richting andere aandeelhouders.

Daarnaast bespraken we praktische mogelijkheden om te komen tot verdere consolidatie van de trust fund portefeuille, zodat deze optimaal aansluit bij de nieuwe Wereldbankstrategie, en leidt tot minder versnippering en onnodige transactiekosten.

Met de vice-president voor Afrika, Makhtar Diop, heb ik de macro-economische ontwikkelingen in Afrika besproken en de mogelijke terugslag die Afrikaanse landen potentieel kunnen ondervinden als het gevolg van de eventuele geleidelijke monetaire aanpassingen in de VS en in Europa. Diop erkende de risico’s voor teruglopende groei, met name gezien de grote afhankelijkheid van grondstoffen, maar was nog steeds overwegend positief over de groeiperspectieven van Afrikaanse landen. In het kader van de nieuwe strategie noemde Diop een aantal elementen die van belang zijn om inkomensgroei voor de armste groepen te bereiken, zoals aandacht voor voeding, early childhood development, de ontwikkeling van lokale infrastructuur (feeder roads) en landbouwontwikkeling, maar ook de mogelijkheden om beter gebruik te maken van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen. Diop benadrukte het belang van goede statistische data. Wij spraken af dat Nederland waar mogelijk samenwerking op het terrein van geodata en landgebruik zal faciliteren, o.a. via de bestaande kennisplatforms.

Met IMF Deputy Managing Director, Nemat Shafik, sprak ik over technische assistentie en belastingen, en de mogelijkheden om samen op te trekken bij de aanpassing van belastingverdragen met ontwikkelingslanden.

Met de Braziliaanse vice-minister van Financiën, Carlos Márcio Cozendey, heb ik tenslotte gesproken over de voortgang van de oprichting van een BRICs-bank, een thema dat ook uitgebreid aan bod kwam tijdens het Algemeen Overleg dat ik op 3 okt. jl. met uw Kamer had over de Jaarvergadering WBG. Uit het gesprek werd duidelijk dat betrokken landen het op hoofdlijnen eens zijn, maar dat nog nader werk nodig is over definities, articles of agreement, instrumenten e.d. De bank zou waarschijnlijk pas in 2016 operationeel zijn, aldus Cozendey.

Zoals afgesproken zal ik dit thema samen met de Minister van Financiën ook met andere BRICs- en EU-landen opnemen, en de Kamer hier rond de Voorjaarsvergadering nader over informeren.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven