26 227
Organisatie EK2000

25 232
Voetbalvandalisme

nr. 28
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 18 april 2000

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, de vaste commissie voor Economische Zaken2, de vaste commissie voor Justitie3, de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat4 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport5 hebben op 30 maart

2000 overleg gevoerd met minister De Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, minister Korthals van Justitie, minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat, staatssecretaris Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en staatssecretaris Ybema van Economische Zaken over:

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 7 februari 2000 inzake de geraamde inzet van politiefunctionarissen tijdens het EK 2000 (26 227, nr. 25);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 18 februari 2000 inzake consequenties voor de openbare orde en de inzet van politie bij de te verwachten acties van voetbalsupporters tegen de combiregeling in en om Tilburg op 20 februari jl. (25 232, nr. 20);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 7 maart 2000 over toepassing van de combiregeling voor voetbalsupporters (25 232, nr. 21);

– de brief van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Justitie en van Verkeer en Waterstaat en van de staatssecretarissen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Economische Zaken d.d. 28 februari 2000 inzake de voortgangsrapportage EK 2000 (26 227, nr. 26);

– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 23 februari 2000 inzake het COT-rapport Audit I: organisatie EK 2000 (26 892, nr. 10);

– de brief van de minister van Justitie d.d. 24 maart 2000 over mogelijkheden om vreemdelingen die mogelijk een gevaar vormen voor de openbare orde de toegang tot Nederland te weigeren, alsmede over de vreemdelingrechtelijke consequenties die verbonden zullen zijn aan overtredingen van de openbare orde (26 227, nr. 27).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Middel (PvdA) was tamelijk positief gestemd over het verloop van de voorbereidingen van het EK 2000. Er moet nog het een en ander worden gedaan, maar het kabinet heeft alles aangepakt wat in de brieven en in het onderzoeksrapport van het crisisonderzoeksteam van de universiteit van Leiden (COT) als belangrijk is aangemerkt. Er heeft een vrij heftig debat plaatsgevonden over het initiatiefwetsvoorstel inzake zwarthandel in kaartjes voor voetbalwedstrijden en de Tweede Kamer heeft drie roemruchte wetten aangenomen, maar hoe staat het met de uitwerking van alle mogelijke maatregelen?

In verband met de inzet van politie wees de heer Middel op de mogelijkheid dat zich niet alleen in en rondom de speelsteden confrontaties tussen hooligans uit verschillende landen zullen voordoen, maar ook in de gemeenten waar zij verblijven, wat overigens een nog onbekende factor is. Wordt hiermee al rekening gehouden? Verder is er aangegeven dat ondanks de benodigde politie-inzet voor het EK 2000 Pinkpop en de TT in Assen kunnen doorgaan, maar zijn er ook evenementen die geschrapt moesten worden? En wordt de inzet van politiemensen per korps bepaald of is er sprake van landelijk beleid?

Voor de kosten van de organisatie van het kampioenschap gaat de regering uit van een bedrag van 60 mln.; is dit wel een goede raming? Als de kosten van snelrecht en dergelijke tegenvallen, betekent dat dan niet meteen een forse verhoging van de kosten?

Verder had de heer Middel begrepen dat er alleen een overeenkomst met de NS is gesloten over vervoer van supporters naar de speelsteden. Waarom is het vervoer ter plaatse nog niet geregeld?

De verdeling van de bevoegdheden in de verschillende ringen tussen de private beveiliging en de beveiliging door de politie is formeel volstrekt duidelijk, maar geldt dit ook voor ieders competentie bij praktische zaken als controle en steekproeven met fouilleren en dergelijke? Is de bedrijfshulpverlening in de stadions wel goed geregeld? En hoe staat het met de bevoegdheden en de coördinatie als bij een confrontatie de gemeentegrenzen worden overschreden? Blijkt uit de oefeningen met de inzet van geneeskundige hulp en andere rampenbestrijdingsdiensten dat er voldoende capaciteit voorhanden is als het onverhoopt mis mocht gaan, ook als grote groepen mensen zich zouden verplaatsen van het stadion naar het centrum van de speelstad? De heer Middel vond het heel bemoedigend dat de contacten tussen Nederland en België op dit punt prima zijn, maar op het punt van de beleidsafstemming had hij nog wel zorgen.

De heer Middel hoopte dat de extra visumaanvragen uit enkele landen in verband met het EK geen hinder zal opleveren voor inwoners van die landen die wegens familieomstandigheden snel naar Nederland willen reizen.

Het alcohol- en drugsbeleid is vooral een zaak van de betrokken burgemeesters, maar uit een van de brieven blijkt dat dit in Amsterdam en Eindhoven nog steeds niet geregeld. Wordt hierin nog enige samenhang gebracht?

De regering geeft geld aan het Nederlands bureau voor toerisme (NBT) voor de coördinatie van de huisvesting van de bezoekers van het EK, maar is er überhaupt wel voldoende accommodatie beschikbaar? Is het gevaar niet groot dat bepaalde groepen geweigerd zullen worden?

In verband met de Schengenregelgeving wilde de heer Middel nog weten in welke concrete gevallen iemand aan de grens de toegang geweigerd zal worden en ten slotte vroeg hij in verband met de recente gebeurtenissen in Tilburg nog of VWS in overleg met gemeenten waar betaald voetbal gespeeld wordt, iets aan de combiregeling zou kunnen doen. Hij pleitte voor een andere aanpak bij het begeleiden van supporters naar de stadions, indachtig de uitspraak van de voorzitter van Heerenveen «als je mensen als beesten behandelt, gedragen ze zich ook als beesten».

Ook de heer Rijpstra (VVD) was tevreden over de organisatorische voorbereidingen voor het EK. Hij had waardering voor de eerste audit van het COT en het daarop gebaseerde advies van de commissie-Alders als handreiking aan de bestuurlijkeregiegroep en het ministeriële beleidsteam om de organisatie te vervolmaken.

Naar aanleiding van deze stukken vroeg de heer Rijpstra, wie de eindverantwoordelijkheid heeft ingeval zich ondanks alle voorzorgen een crisis mocht voordoen. De bewindslieden erkennen dat er verschillen in beleid tussen de speelsteden kunnen bestaan, dus hoe willen zij bewerkstelligen dat het beleid toch zoveel mogelijk uniform zal zijn? Baart het hun geen zorgen dat het COT constateert dat volledige centrale sturing van alle activiteiten niet mogelijk is en dat coördinatie en afstemming het hoogst haalbare is, zowel bij de voorbereiding als bij de uitvoering? Vóór welke datum verwachten zij met de burgemeesters van de speelsteden en andere betrokkenen de verdeling van de verantwoordelijkheden te hebben geregeld? In dit verband pleitte hij voor oefeningen met crisismanagement, omdat daarmee onvolkomenheden blootgelegd kunnen worden en de saamhorigheid van de verschillende betrokkenen versterkt wordt, al besefte hij dat daarmee nooit op alle mogelijke situaties geanticipeerd kan worden. Het leek hem ook wenselijk om tijdens het EK waarnemers in te schakelen om de werkwijze van het crisismanagement te bestuderen en zo tot een betere evaluatie te komen. En ten slotte vroeg de heer Rijpstra in dit verband nog naar de afspraken over de coördinatie van ambulancevervoer, opvang in ziekenhuizen en andere medische opvang in de speelregio's.

Hoe zullen degenen worden geïnformeerd die belast zullen zijn met de uitvoering van de wetten die, als de Eerste Kamer er op tijd mee instemt, op 1 mei in het Staatsblad zullen verschijnen? De heer Rijpstra had er begrip voor dat de minister het in verband met de zorgvuldigheid niet haalbaar acht, al voor het EK met een pilot voor een strafrechtelijk stadionverbod te beginnen, maar hij vroeg zich wel af hoe ervoor gezorgd kan worden dat supporters die zich in het begin van het toernooi misdragen, verder niet meer in de stadions kunnen komen. Er kan een civielrechtelijk stadionverbod worden opgelegd, maar hoe kan er gecontroleerd worden of men zich daaraan houdt?

De fractie van de VVD stemt in met de brief over de maatregelen op basis van het tweede lid van artikel 2 van de overeenkomst tot uitvoering van het akkoord van Schengen. Dit geldt eveneens voor het harder aanpakken van relschoppers. Hoe zal het openbaar ministerie hierbij te werk gaan? Het kan geen boetes opleggen, dus een verdachte die geen schikking wenst te treffen, zal voorgeleid moeten worden aan de rechter. Hoe snel zal dit kunnen? Zullen er «rijdende rechters» optreden? En hoe kunnen gemeenten zwarthandel in kaartjes via de algemene plaatselijke verordening aanpakken, zoals procureur-generaal Van Dalen aangeeft?

De staatssecretaris van VWS coördineert bij het thema goed gastheerschap de inzet van fancoördinators en het oprichten van fanambassades. Hebben de vier speelsteden inderdaad al zulke ambassades opgezet en is er ook een uniforme benadering van de supporters overeengekomen? Volgens berichten in de media zitten sommige hotels en campings niet te wachten op fans of zullen die supporters zelfs niet toelaten. Levert dit knelpunten in de speelsteden en de regio op? Kan er geprobeerd worden deze ondernemers wat klantvriendelijker te laten opereren?

De heer Rijpstra stemde ook in met de uitgangspunten en de afspraken op het punt van het openbaar vervoer. Hij vond dat daaruit blijkt dat het kabinet het EK een warm hart toedraagt.

Ten slotte vroeg hij of de regering in het kader van de promotie van Nederland voornemens is, de uitkomsten van het EK als mega-evenement te gebruiken voor het binnenhalen van andere grote evenementen.

De heer Atsma (CDA) was blij met de voortvarende aanpak van de voorbereiding van het EK in de afgelopen maanden en met de publiciteitscampagne die in de startblokken staat. Wanneer gaat deze campagne overigens echt van start en wie heeft daarbij de regie? Hij betreurde in dit verband het resultaat van de behandeling van het initiatiefvoorstel-Atsma/Rosenmöller inzake de strafbaarstelling van zwarthandel in kaartjes vanwege de publiciteit die dit heeft opgeroepen. Hij verwachtte dat er hierdoor veel mensen op de bonnefooi naar België en vooral naar Nederland zullen komen.

Ook de heer Atsma was tevreden met de afspraken over het openbaar vervoer, maar hij vroeg zich nog wel af of de NS berekend is op het in goede banen leiden van grote groepen supporters. Zullen er geen problemen ontstaan doordat de tickets alleen op de speeldag zelf geldig zijn? En worden er nog maatregelen genomen in verband met degenen die met de supporters meereizen voor een toeristisch verblijf in Nederland? Het leek hem overigens onverstandig om de regio's en de steden waar in verband hiermee extra toeristen verwacht kunnen worden, 10% politiecapaciteit te laten inleveren.

Het werven van de vrijwilligers die noodzakelijk zijn voor een goed en feestelijk verloop van het EK, lijkt volgens schema te verlopen, behalve in de speelsteden zelf. Zijn de afspraken over de verantwoordelijkheden in dezen duidelijk genoeg? Worden de vrijwilligers en hulpverleners voldoende voorbereid op hun taken en de risico's daarbij? Wordt er voldaan aan de voorschriften uit de Arbo-wetgeving voor het aantal in te zetten vrijwilligers in relatie tot de omvang van een evenement? De stichting Preprofessionele hulpverlening stelt dat de eisen aan de bedrijfshulpverlening in de stadions, zowel naar kwaliteit als naar kwantiteit, niet duidelijk zijn.

De regering is voornemens de buitenste schil rondom de stadions als evenemententerrein te bestempelen, zodat dit gebied onder de autoriteit van Euro 2000 valt. Is deze organisatie hierop voorbereid? Kan de kaartcontrole in de buitenste ring inderdaad geïntensiveerd worden op basis van de hierover gemaakte afspraken?

Gelet op de ervaring met rellen bij voetbalevenementen vroeg de heer Atsma nog of het bij het EK mogelijk zal zijn, GSM-telefoons af te luisteren om de bewegingen van groepen relschoppers beter te kunnen volgen. Dit leek hem ook van belang in verband met de controle aan de grens, aangezien te verwachten is dat dergelijke groepen geen gebruik zullen maken van reguliere grensovergangen. De opstelling van de regering tegenover de meldingsplicht voor hooligans met een stadionverbod vond hij te laconiek. Hij zag een meldingsplicht in de eigen woon- of verblijfplaats als het beste middel om zulke mensen van het EK weg te houden en hij wees erop dat zelfs de supportersvereniging van Feyenoord er een voorstander van is.

Ten slotte pleitte de heer Atsma nog voor drooglegging van de verkoop van alcohol en drugs, ook in de omgeving van de stadions tijdens het EK. Hij voelde zich hierin gesteund door de rapportage van het COT.

Het leek ook mevrouw Ravestein (D66) dat de voorbereidingen voor het EK inmiddels goed op gang zijn gekomen. De eerste audit van het COT levert een positief beeld op, als er tenminste rekening wordt gehouden met de kanttekeningen en als de aanbevelingen worden opgevolgd. Zij stelde dat pas aan de hand van de rapportage naar aanleiding van de tweede audit in april beoordeeld kan worden of de overheid optimaal voorbereid is. De onduidelijkheden, vooral op het punt van de verdeling van de verantwoordelijkheden rondom de stadions en in de besluitvormingsstructuur, zouden op zeer korte termijn moeten worden weggenomen.

De fractie van D66 is het ermee eens dat het bestuur en de politie voldoende bevoegdheden zullen hebben om eventuele problemen rondom het EK te kunnen aanpakken, als de Eerste Kamer de drie bekende wetsvoorstellen zal hebben aangenomen.

Mevrouw Ravestein noemde voorlichting heel belangrijk, vooral om duidelijk te maken dat het zonder geldig kaartje geen zin heeft om naar België of naar Nederland te komen, maar ook om ervoor te zorgen dat de kampioenschappen bij het publiek gaan «leven». Wanneer komen de eerste televisiespotjes?

Er zijn inmiddels afspraken gemaakt met de regeringen van de deelnemende landen. Mevrouw Ravestein verwachtte dat Engeland en Duitsland er alles aan zullen doen om ervoor te zorgen dat supporters uit hun land geen rellen veroorzaken, omdat beide landen graag het wereldkampioenschap voetbal in 2006 zouden organiseren. Is inmiddels ook met de andere deelnemende landen goed geregeld dat supporters met een stadionverbod niet naar Nederland of België kunnen gaan?

Er wordt alleen al voor de veiligheid rondom het EK een bedrag van 60 mln. ingezet; mevrouw Ravestein constateerde dat dit alle beweringen logenstraft dat de overheid niets voor dit evenement over zou hebben.

Verder constateerde mevrouw Ravestein verheugd dat er in de brieven nu verhoudingsgewijze meer aandacht wordt besteed aan de aspecten op het terrein van VWS. De begeleiding van supporters lijkt nu goed georganiseerd en het is vooral een zaak van de gemeenten zelf om allerlei evenementen te organiseren. Zij had begrepen dat men algemeen besloten heeft af te zien van het plaatsen van videoschermen voor het volgen van de wedstrijden. Doen alle scholen mee aan het scholenproject of alleen de scholen in de speelsteden?

In verband met de mogelijke verkeersproblemen wilde mevrouw Ravestein nog weten of inmiddels al zeker is dat in Amsterdam de Overtoom en de IJtunnel niet tijdens het EK op de schop zullen gaan.

Hollandpromotion krijgt volgens het COT weinig systematische aandacht en men stelt dat de voorbereiding van de organisatie van het EK voor het ministerie van Economische Zaken geen hoge prioriteit heeft. Hoe is dit mogelijk, terwijl het toch gaat om een toernooi dat in grootte het derde van de wereld is? Nederland internationaal op de kaart zetten was toch juist de reden om dit toernooi mede te organiseren? Er staat in de brief van 28 februari dat er geen speciale promotionele campagne in het buitenland gevoerd wordt, om een aanzuigende werking te voorkomen. Promotie is toch juist bedoeld om toeristen aan te trekken? En een hooligan heeft toch geen promotiefilmpje nodig om te weten dat het EK plaatsvindt? Mevrouw Ravestein herhaalde haar oproep om Nederland als een modern land te promoten en niet alleen tulpen en molens te laten zien.

Als bewoner van een van de speelsteden had mevrouw Ravestein gemerkt dat deze stad zo kort voor het begin van het EK nog helemaal niet in de ban van dit evenement is. Zij vond het bijvoorbeeld een gemiste kans dat de merchandising nog niet op gang gekomen is en zij was zeer benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek naar onder andere de economische spin-off, omdat er op dit punt al verschillende cijfers in omloop zijn.

Ten slotte riep mevrouw Ravestein alle bewindslieden op, de laatste problemen met voortvarendheid te tackelen, opdat het toernooi met optimisme tegemoet kan worden gezien.

De heer Rosenmöller (GroenLinks) stelde dat de vragen van de Kamer eigenlijk steeds verder zouden moeten opdrogen naarmate de datum van het EK nadert. Hij vond het een compliment voor de coördinerend bewindsman dat er goede vooruitgang bij de voorbereiding wordt geboekt en het leek hem nuttig omstreeks half mei over een geactualiseerde voortgangsrapportage van gedachten te wisselen.

De brief van de minister van Justitie over tijdelijke herinvoering van grenscontrole had bij de fractie van GroenLinks nog de vraag opgeroepen, wat er precies bedoeld wordt met een dreigende serieuze verstoring van de openbare orde en wie op het moment suprême bepaalt of daar sprake van is. En waarom worden de weigeringsgronden «nationale veiligheid» en «internationale betrekkingen», die normaliter weinig worden toegepast, nu wel gebruikt? De heer Rosenmöller wees erop dat de criteria die hierbij gehanteerd worden, zowel van belang zijn bij het tegenhouden aan de grens van EU-onderdanen als bij het eventueel terugsturen van mensen in deze categorie als zij zich schuldig hebben gemaakt aan een misdrijf waarvoor een maximumstraf van vier jaar geldt. Hij vond het triest dat het blijkbaar niet mogelijk is om een Europees kampioenschap voetbal te organiseren in een Europa zonder grenzen. Nederland neemt de Fransen graag de maat als zij grenscontrole willen hanteren in verband met het Nederlandse drugsbeleid, dus men zou in Nederland buitengewoon zorgvuldig te werk moeten gaan bij het introduceren van grenscontrole voor een EK dat een voetbalfeest zou moeten worden, omdat dit haaks staat op letter en geest van de Europese Unie. Hij sloot zich overigens aan bij de vragen over de effectiviteit van dit middel.

De fractie van GroenLinks heeft nog steeds zorgen in verband met de veiligheid en de openbare orde, ondanks het in haar ogen te ver opgerekte juridische kader. Voor het eerst zal er gecontroleerd worden aan de hand van kaarten op naam, maar het lijkt erop dat hierbij slechts gebruik zal worden gemaakt van politiële informatie. Levert strikte toepassing van dit systeem niet het gevaar van steeds langer wordende rijen op, met alle risico's van dien voor de openbare orde door toenemende irritatie?

Ook volgens het Algemeen politieblad is informatie over hooligans essentieel. Hoe is het inmiddels met de uitwisseling van informatie tussen de deelnemende landen over «lastige klanten»?

Kan de regering garanderen dat de politie inderdaad conform de bedoelingen zal worden ingezet? Wat vindt zij van de suggestie om gebruik te maken van de diensten van voormalige politiemensen en dergelijke? De heer Rosenmöller sloot zich aan bij de vragen over de organisatie van de hulpverlening.

Is er al iets bekend over de resultaten van de onderzoeken op het terrein van de verblijfsaccommodatie?

De heer Rosenmöller had na het vorige algemeen overleg begrepen dat er met combikaarten wel degelijk onbeperkt per trein door Nederland gereisd zou kunnen worden, ook in verband met de promotie van Nederland, maar dat er nog wat afspraken moesten worden gemaakt over het stads- en streekvervoer. Is dit inmiddels al gebeurd en gaat het ook daarbij om onbeperkt reizen?

Ten slotte vond de heer Rosenmöller dat het ministerie van EZ zich de kritiek van het COT op Hollandpromotie zou moeten aantrekken, opdat het geen «Hollanddegradatie» wordt. Hij sprak de hoop uit dat de bewindslieden van dat ministerie zich zouden scharen in het koor in het kabinet dat van het EK een feest wil maken.

Antwoord van de regering

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was het ermee eens dat er goede vorderingen zijn gemaakt bij de voorbereiding van het EK 2000, maar het leek hem verstandig om alert te blijven, omdat er nog zeer veel gedaan moet worden in de sfeer van implementatie en verder overleg. Als alle betrokkenen ontvankelijk zijn voor eventuele nieuwe ideeën, als de communicatie goed blijft verlopen en als de rollen van alle hierbij betrokken instanties goed op elkaar worden afgestemd, staat de overheid er behoorlijk voor op het punt van de organisatie, de veiligheid en de openbare orde en de andere taken die zij moet regelen. Er volgt nog een evaluatie en het ministerie verricht intussen ook zelf evaluaties. Het EK behoort inderdaad tot de drie grootste sportevenementen ter wereld, dus de regering heeft een grote verantwoordelijkheid op zich genomen om het een groot feest te laten worden. Een geslaagd feest is ook de beste Hollandpromotion.

Voor de inzet van de politie in de verblijfssteden is in de eerste plaats de burgemeester met de plaatselijke politie verantwoordelijk. Deze kan een beroep doen op een strategische reserve, die flexibel inzetbaar is. Inderdaad zijn er in de periode van het EK nog enkele kolossale andere evenementen, zoals Pinkpop. Uit overleg met de verantwoordelijkheden in de betrokken regio is gebleken dat dit festival kan doorgaan. Zo nodig zal men landelijk proberen om een goede verdeling te maken bij de inzet van politiemensen.

De regering verwacht dat het voor het toernooi geraamde totaalbedrag van bijna 60 mln. toereikend zal zijn. In dit vergevorderde stadium zal het onvermijdelijk zijn om eventuele overschrijdingen voor lief te nemen, maar het ziet er in ieder geval allemaal goed uit.

De minister meende dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen het private en het publieke domein vrij goed geregeld is. Er zullen controleperimeters worden ingesteld bij de stadions; die worden onttrokken aan de openbare ruimte en daarvoor zijn dus de organisatoren van het EK verantwoordelijk. Zij moeten ervoor zorgen dat stewards en andere functionarissen in staat zijn hun werk daar goed te doen, vanzelfsprekend met een achtervang van de politie, die zo nodig een rol vervult in de publieke ruimte daarbuiten. Er zijn in het overleg ook weinig vragen op dit punt gerezen, maar het is wel van belang, de communicatie in de aanloop naar het toernooi zo te organiseren dat er ter plekke niet te veel vragen meer rijzen.

Ook de afstemming van een en ander met de Belgen verloopt heel goed, ondanks dat zij op sommige gebieden een heel andere cultuur hebben dan de Nederlanders. Overigens is er een veel bredere internationale oriëntatie op het EK, vooral in verband met de aanpak van hooligans. Er is in Den Haag ook een bijeenkomst gaande van vertegenwoordigers van politie en veiligheidsdiensten uit alle Europese landen, onder andere over dit onderwerp. De minister gaf toe dat je bij deze problematiek nooit kunt uitsluiten dat er iets verkeerd zal gaan, maar hij was ervan overtuigd dat een en ander nu beter dan ooit geregeld is. Er zijn afspraken gemaakt met alle betrokken landen en de voetbalbonden in die landen om ervoor te zorgen dat het een echt feest kan worden.

Mocht het toch fout gaan, dan moet er opgetreden worden. Daarvoor zijn scenario's geschreven en staan er instanties klaar. Er zal een nationaal coördinatiecentrum tijdens de wedstrijden actief zijn; het zal de verbindingen onderhouden met iedere instantie die verantwoordelijkheid draagt, ook voor openbare orde en veiligheid. Er is geen sprake van dat er één persoon verantwoordelijk zou zijn voor alles wat er in Nederland gebeurt. Dat zou ook niet stroken met de decentrale constellatie; wie normaal een bepaalde verantwoordelijkheid heeft, moet die ook nu dragen. De minister achtte het openbaar bestuur hier heel goed toe in staat. Het gaat erom dat men voldoende voorbereid is op eventualiteiten en dat men weet dat men zo nodig steun kan krijgen. Het EK-centrum bij BZK probeert met vele ministers op landelijk niveau ondersteuning te geven, arrangementen te treffen, voorlichting te geven en oefeningen te bevorderen. Er zal op 10 april a.s. ook een beleidsoefening gehouden worden. Er is ook nu al een duidelijke verantwoordelijkheid van het kabinet; het nationale coördinatiecentrum op het departement van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal voor en tijdens het EK klaar staan voor eenieder die het over de schoenen loopt en de Kamer kan de minister na afloop van het toernooi ook aanspreken op de coördinerende rol van BZK. De minister gaf desgevraagd aan dat het eventueel niet laten doorgaan van een wedstrijd tijdens de EK niet alleen door de betrokken burgemeester, maar ook op andere niveaus zal worden afgewogen. En de afspraken met België en Duitsland zijn zodanig dat Nederland erop kan rekenen dat een probleem dat zich over de grens verplaatst, daar zal worden opgevangen. De flexibiliteit op het gebied van de rechtshulp is ook groot genoeg om in ernstige gevallen effectief te kunnen optreden.

De minister toonde zich bereid de brief met een voorstel voor een beleidslijn inzake alcohol en drugs ook aan de Kamer te doen toekomen. Een van de uitgangspunten is: hoe dichter bij het stadion, des te minder consumpties.

De politie zal tijdens het toernooi evaluatieteams inzetten. De minister voelde er niet zoveel voor om ook nog wetenschappers daarbij in te schakelen, maar hij verwachtte dat de situatie zo transparant zal zijn dat waarschijnlijk van minuut tot minuut gedocumenteerd zal worden, wat er overal gebeurt. De ervaring die zal worden opgedaan bij eventuele moeilijkheden, zal in elk geval op de meest adequate en scherpe wijze in kaart worden gebracht.

Op het punt van supporters met een stadionverbod deelde de minister nog mede dat er in de verschillende landen scherp gelet wordt op de uitgifte van de kaarten. Er zal nog wel een enkele hooligan doorheen slippen, maar meestal heeft die toch een aantal collega's nodig om echt lastig te kunnen worden. Ook aan de grens zal men alert zijn op dit punt en groepen die zich naar de stadions begeven, zullen goed in de gaten gehouden worden. Dit zal een aansturende werking op de kaartcontrole hebben en zo kunnen wellicht ook al te lange rijen wachtenden voorkomen worden. En eenmaal binnen de perimeter hebben stewards en anderen op elk moment het recht, naar de kaartjes te vragen, met ruggensteun van de politie.

Er zijn twee soorten voorlichting te onderscheiden, namelijk voorlichting over het feest, het evenement, en voorlichting van de overheid op grond van haar centrale verantwoordelijkheid. Eind april zullen de eerste spotjes worden uitgezonden om niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen duidelijk te maken dat Nederland een toernooi wil houden waar heel Europa, de hele wereld veel plezier aan beleeft. Nu zijn er mensen die denken dat in Nederland alles mag en alles kan, dus het is de bedoeling om duidelijk te maken dat het een toernooi is voor mensen die van voetballen houden en dat die van harte welkom zijn, maar ook dat er een organisatie is die erop zal toezien dat het feest niet verstoord zal worden.

Er is in het algemeen bij de projectorganisatie en bij de politie niet veel animo voor het plaatsen van videoschermen in de openbare ruimte, maar in Arnhem overweegt men dit wel. De minister wilde hier nog wel met de burgemeester van Arnhem over spreken, want hij vroeg zich af voor wie dit eigenlijk bedoeld is. Arnhemmers kunnen de wedstrijden ook thuis volgen en als het voor anderen bedoeld is, rijzen er weer problemen van crowd-control en de samenstelling van het publiek.

Ten slotte vond de minister het een goede typering dat het de bedoeling is dat de vragen verder opdrogen naarmate het EK nadert. Hij was het ook met de heer Rosenmöller eens dat de nog opkomende vragen op een rustige, vastberaden manier onder de ogen gezien moeten worden. Er is inderdaad nog echt het een en ander te doen. Diens suggestie om half mei aan de hand van de tweede rapportage van het COT de situatie nog eens met de Kamer te bespreken, nam de minister graag over.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport had er alle vertrouwen in dat er in de komende maanden een klimaat zou kunnen ontstaan waarin iedereen achter Oranje staat, opdat het EK een fantastisch toernooi wordt dat goede prestaties mogelijk maakt. Zij verwachtte dat de «Oranjekoorts» wel zal gaan opsteken door de oefenwedstrijden, maar ook doordat Nederland in de komende tijd steeds meer oranje gekleurd zal worden.

VWS heeft samen met het NBT alle evenementen op een kalender gezet, die permanent geactualiseerd wordt. De gemeenten hebben ook al lang geleden een brief gekregen waardoor ze rekening konden houden met het EK. Men zal dus waarschijnlijk wel afgezien hebben van het organiseren van enkele evenementen in verband met de concurrentie van Euro 2000, maar de staatssecretaris zag hierin geen enkel probleem. Zij zag de kalender verder als zeer nuttig voor al degenen die naar Nederland komen voor meer dan alleen voetbal, en zij was het met mevrouw Ravestein eens dat Nederland meer te bieden heeft dan tulpen en klompen. De speelsteden hebben hun evenementenprogramma rondom het toernooi zo goed als afgerond. Er wordt ontzettend veel georganiseerd. Het wijkstraatvoetbaltoernooi ligt op schema. Op 4 april zal in Amersfoort de spits afgebeten worden en uiteindelijk zal in Rotterdam de finale plaatsvinden. Verder is de respons op het initiatief om een lespakket te maken voor de groepen 7 en 8 van de basisscholen onder de titel «Welkom» buitengewoon groot; er hebben zo'n tweeduizend scholen gereageerd, zelfs enkele scholen uit België.

Er is in Nederland als geheel voldoende accommodatie beschikbaar, maar in de speelregio's zelf is de capaciteit wat krapper. Hierbij is de vraag van belang, wie onmiddellijk na een wedstrijd terug naar huis gaat en wie wat langer blijft. Morgen zullen de resultaten van een enquête onder 2400 kaarthouders op dit punt bekend worden en men probeert ook aan de hand van het aantal toegangskaarten dat aan de verschillende voetbalbonden verstrekt wordt, informatie over het verblijfsgedrag te verkrijgen. Het NBT heeft een internetsite gemaakt en er zullen ook scenario's ontwikkeld worden om alles zo goed mogelijk te laten verlopen, maar of de capaciteit van de verschillende soorten verblijfsvoorzieningen voldoende is, blijft natuurlijk afhankelijk van de beslissingen van de individuele bezoeker. In april zullen er ook voorlichtingsbijeenkomsten worden gehouden, met name om de ondernemers in deze sector ervan te doordringen dat de bezoekers van het EK voor het overgrote deel echte supporters zijn en dat zij op een goede manier gehuisvest moeten worden. Het is inderdaad een neveneffect van de publiciteit over de enorme veiligheidsmaatregelen dat sommige ondernemers wellicht een beetje kopschuw zijn geworden.

Het ministerie heeft inmiddels met de vier speelsteden een groot aantal operationele afspraken gemaakt over de fanambassades en de fancoördinators die in de verschillende deelnemende landen geworven zullen worden. Half april zullen dezen in België instructie en informatie krijgen om hun rol goed te kunnen vervullen; de instructie is ook bedoeld om uniformiteit te bewerkstelligen. Deze fancoördinators, die voor de directe begeleiding van de supporters zorgen, worden zelf weer ondersteund door een aantal zeer ervaren Nederlandse begeleiders die «loods» genoemd worden. De werving van vrijwilligers door Euro 2000 is al helemaal rond en in de speelsteden is dit bijna het geval. In België verloopt het iets moeizamer, maar de staatssecretaris verwachtte dat dit nog wel bij zou trekken.

Naar aanleiding van opmerkingen van de heer Atsma over een brief van de stichting Preprofessionele hulpverlening wees de staatssecretaris erop dat er geen specifieke eisen aan de bedrijfshulpverlening in de stadions voor het EK gesteld worden en dat de normale eisen vastliggen in de regels die onder verantwoordelijkheid van de minister van SZW zijn opgesteld. De arbeidsinspectie is verantwoordelijk voor de rapportage op dit punt, waarbij het uitgangspunt geldt dat het bedrijf, in casu de stadiondirectie, verantwoordelijk is voor adequate bedrijfshulpverlening. Ook de suggestie in de genoemde brief dat de risicoscenario's niet beschreven zouden zijn, is niet meer juist, want inmiddels is de Leidraad incidentenbestrijding EK 2000 van het NIBRA door de begeleidingscommissie vastgesteld. Deze zal binnenkort in druk verschijnen en breed verspreid worden.

De schriftelijke vragen over enkele financiële aspecten die samenhangen met de rampenbestrijding en de geneeskundige hulpverlening, zullen zeer binnenkort worden beantwoord, maar de staatssecretaris kon daar nog niet op vooruitlopen. Ingaande op vragen van de heer Rijpstra gaf zij wel aan dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor organisatie op dit terrein; die zijn hier ook druk mee bezig. Er zijn vertegenwoordigers van BZK en VWS uitgenodigd om in werkgroepen de zorg in de hele keten zoveel mogelijk op het gewenste niveau te brengen, om voorbereid te zijn op zowel eventuele problemen bij het EK als eventualiteiten elders ten tijde van het EK. In de speelsteden zijn de regionale geneeskundige functionarissen, veelal de directeur van de GGD, de contactpersonen voor de specifieke onderdelen van de keten in de specifieke zorg.

De minister van Verkeer en Waterstaat zei dat iemand met een geldig plaatsbewijs voor een voetbalwedstrijd van het EK in geheel Nederland van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Er moest nog onderhandeld worden over het stads- en streekvervoer, maar de zaak is gisteren rond gekomen. Degenen die met een supporter meereizen, moeten wel gewoon een kaartje kopen, maar er zijn mooie regelingen om een hele dag of een hele week te kunnen reizen. Het idee van gratis openbaar vervoer voor supporters tijdens het EK was in België opgekomen, maar daar blijkt het na de ervaringen die bij het koninklijke huwelijk zijn opgedaan, ineens niet meer zo makkelijk om zo'n besluit te nemen. Er zullen wel drie soorten kortingskaarten beschikbaar zijn. De minister had haar Belgische collega er wel op gewezen dat dit problemen kan opleveren, maar het is daar moeilijk te regelen, temeer daar er drie regeringen over gaan.

In Amsterdam heeft men voor de renovatie en de daarmee gepaard gaande afsluiting van de IJtunnel een afweging moeten maken tussen het EK en Sail. Op grond van de verwachtingen van de drukte op de verschillende routes was men tot de conclusie gekomen dat het niet verstandig zou zijn de tunnel tijdens Sail af te sluiten. De gemeente zal de verkeersafwikkeling naar het stadion goed regelen en men heeft plechtig beloofd dat er geen problemen zullen optreden. Er zijn nog andere wegvakken in onderhoud, maar er zullen daarbij steeds minimaal twee rijstroken beschikbaar zijn en er zal worden gezorgd voor routeverwijzingen. De draaiboeken zijn in orde bevonden en er zal mee worden geoefend.

In reactie op een interruptie van de heer Rosenmöller gaf de minister aan dat er voor Zestienhoven geen ontheffing van bestaande regelgeving nodig is, omdat daar geen nachtregime geldt. Dit vliegveld is dus altijd beschikbaar. Zij had een verzoek om ontheffing van Maastricht Airport geweigerd, omdat zij niet inzag waarom men vanaf dat vliegveld zou moeten vertrekken, ook niet bij calamiteiten. Bij Schiphol verwachtte zij gelet op de slots niet zoveel problemen omdat er altijd vluchten uitvallen, zeker nu de olieprijzen zo hoog zijn, maar zij had zich wel bereid verklaard tot overleg over een calamiteitenregeling, maar uitsluitend als dit nodig zou worden geacht door de burgemeester van een speelstad, omdat nooit helemaal te voorzien is, welke landenteams er op bepaalde momenten zullen spelen. Zo'n regeling zou wat haar betreft buiten de milieuregelgeving vallen.

De staatssecretaris van Economische Zaken wees erop dat ook het ministerie van Economische Zaken zich maximaal inspant om van het EK een echt voetbalfeest te maken en dat de organisatie goed op koers ligt. Ook hij zag hierin een prachtige kans op promotie van Nederland en zijn toeristische product. Het NBT speelt hierin een centrale rol, omdat dit ook voor EZ de uitvoerende organisatie is. Voor een deel verklaart dit waarom in het rapport van het COT aangegeven werd dat EZ in het begin vrijwel onzichtbaar was; het ministerie subsidieert het NBT en het is er ook direct bij betrokken. Het COT vond het beeld van Hollandpromotie ook niet helder genoeg; daarom is er in de voortgangsrapportage uitvoerig aandacht aan besteed.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om op grote schaal toeristen naar Nederland te trekken voor het voetbal speciaal, want er zullen naar verwachting al zo'n 1,2 miljoen fans komen. Ook het NBT laat zijn activiteiten gepaard gaan met de waarschuwing niet zonder kaartje naar Nederland te komen, maar er liggen uiteraard wel arrangementen en programma's klaar voor degenen die met supporters willen meereizen. Men pro- beert wel om degenen die vooral voor het voetbal komen, wat langer te laten blijven en hen in aanraking te brengen met de andere kwaliteiten van Nederland. Het NBT heeft in de afgelopen periode hard gewerkt en er is ook behoorlijk veel geld in gestoken. Er is voorlichtingsmateriaal ontwikkeld, vooral gericht op de buitenlandse toeristische pers. Vanmiddag is de première van een promotiefilm, «The warming up», waarbij gebruik gemaakt is van een combinatie van moderne Hollandpromotie, dus niet alleen met molens, tulpen en klompen, en een presentatie van de voetbalkwaliteiten van Nederland.

De staatssecretaris zag bij het binnenhalen van andere grootschalige evenementen voor de overheid hooguit een ondersteunende rol weggelegd. In die zin vond hij het wel belangrijk van het EK te leren om andere organisaties beter te kunnen steunen bij het binnenhalen van evenementen.

Al in 1994 heeft de KNVB samen met het NEI het economische effect van dit evenement op een bedrag van 600 mln. geschat. Uit een recente quick scan en daarna nog een iets uitvoeriger onderzoek blijkt dat deze verwachtingen toch iets moeten worden bijgesteld. Men raamt het effect op nationaal niveau op zo'n 270 mln., met een extra effect van 100 mln. voor de speelsteden, wat echter ten koste gaat van bestedingen in andere delen van het land. Na het toernooi zal het resultaat van de kosten en baten nog nader bekeken worden.

Ook de minister van Justitie was blij met de veranderende stemming bij de voorbereiding van het EK, maar hij waarschuwde voor een te groot optimisme, omdat er nog heel wat te doen is.

Met name in Duitsland en Engeland wordt geweldig veel gedaan aan het verzamelen van informatie over hooligans, die vervolgens aan Nederland wordt doorgegeven. Wie in Engeland een stadionverbod heeft, krijgt een uitreisverbod tijdens het EK. En bij de wedstrijd tussen Nederland en Duitsland is ook de Duitse politie zeer actief geweest om supporters die voor problemen zouden kunnen zorgen, te verhinderen om naar Nederland te gaan. Een stadionverbod is op zichzelf echter geen reden om iemand het land uit te zetten, tenzij de betrokkene bijvoorbeeld te veel gedronken heeft en een ambtelijk bevel niet opgevolgd heeft. Nederlanders met een civielrechtelijk stadionverbod zouden zich moeten melden op een politiebureau, maar er is weinig aan te doen als zij zich hieraan onttrekken. Degenen die nu al een strafrechtelijk stadionverbod hebben, kan de toegang tot de stadions ontzegd worden. Er zullen er echter altijd wel enkelen zijn die door de gaten in het net glippen.

De specifieke aanpak is dat men in een vroegtijdig stadium probeert te ontdekken met welke bedoelingen buitenlanders naar Nederland willen komen. Dit betekent dat degenen die volgens informatie van de politie in het buitenland waarschijnlijk niet met goede bedoelingen komen en dit ook door hun gedrag laten blijken, niet zullen worden toegelaten, maar het is zeer moeilijk om concreet aan te geven in welke gevallen hiervan sprake zal zijn. Bij niet-EU-onderdanen beslist de marechaussee hierover, voor EU-onderdanen dient zij haar beslissing kort te sluiten met de IND, die in die gevallen het gezag over de marechaussee heeft. Er zullen in ieder geval zoveel mogelijk concrete voorbeelden aan de marechaussee en aan de politie ter plaatse worden gegeven. Verder geldt dat degenen die een stadionverbod hebben in een land waar men voor Nederland een visum nodig heeft, geen visum zullen krijgen. Er wordt in die landen op de ambassades een apart loket geopend om degenen die wel voor een visum in aanmerking komen, sneller te helpen. De minister was het met de heer Rosenmöller eens dat herinvoering van grenscontrole haaks staat op de Europese gedachte, maar hij vond dat de uitzonderlijke situatie deze uitzondering rechtvaardigt.

Verder gaf de minister aan dat het openbaar ministerie voor notoire hooligans nu al zo mogelijk strafrechtelijke stadionverboden met een meldingsplicht vordert. Na het EK zal er een pilot worden gestart om dit verder uit te werken. Hij wees erop dat een strafrechtelijk stadionverbod pas op langere termijn werkt. Iemand die zich nu in of in de omgeving van een stadion misdraagt, kan de procedure bij de strafrechter zodanig rekken dat een onherroepelijk vonnis niet kan worden gewezen voordat het toernooi afgelopen is. Alleen bij een misdrijf waarbij voorlopige hechtenis kan worden toegepast, is het daarmee in de praktijk mogelijk om te voorkomen dat iemand nog andere wedstrijden bezoekt.

In de algemene plaatselijke verordening van de speelsteden zal het zwart aanbieden van kaarten worden verboden. Verder zal het openbaar ministerie prioriteit geven aan de vervolging van zwarthandelaren, maar de driehoek bepaalt de concrete inzet van politiemensen, dus als er ergens in de stad relletjes zijn, zal de politie waarschijnlijk eerder daarbij ingezet worden dan om de verordening te handhaven. Als uit de opmerkingen van procureur-generaal Van Daalen gedestilleerd is dat het openbaar ministerie transacties zou opleggen, dan is dat onjuist. Hij heeft gezegd dat het OM transacties aanbiedt, maar als de wederpartij daar niet mee instemt, zal de zaak moeten voorkomen. Supersnelrecht is door het Hof in Amsterdam afgewezen, zodat gebruik zal worden gemaakt van het gewone snelrecht. Er zullen geen «rijdende rechters» optreden, maar er zullen wel leden van het openbaar ministerie in de buurt van de stadions zijn.

De verslagen van de Eerste Kamer bij de schriftelijke behandeling van de drie bekende wetsvoorstellen hadden de minister tamelijk positief gestemd. De nota's naar aanleiding van het verslag zullen in ieder geval in het begin van volgende week naar de Eerste Kamer worden gezonden en de behandeling van de wetsvoorstellen is voorzien op 17 en 18 april a.s..

Nadere gedachtewisseling

De heer Middel (PvdA) vond het wat verontrustend dat een civielrechtelijk stadionverbod niet zo effectief lijkt te zijn als de Kamer bij de behandeling van de drie wetten had aangenomen. Wat denkt de regering hier nog aan te kunnen doen?

In het verband van mogelijke serieuze verstoringen van de openbare orde vroeg de heer Middel zich nog af, wie nu precies bepaalt of iemand al dan niet tot ons land wordt toegelaten. Juridisch is dit uit de brief wel duidelijk geworden, maar praktisch nog niet.

Ten slotte vroeg de heer Middel nogmaals in hoeverre er beleidsmatig rekening wordt gehouden met mogelijke verstoringen van de openbare orde buiten de speelsteden.

De heer Rijpstra (VVD) hoopte dat er bij de tweede audit nader zou kunnen worden ingegaan op de verdere uitwerking van de juridische aspecten en hij wees er nog op dat hij begrepen had dat er in de niet-speelsteden nog te weinig aandacht zou zijn voor de mogelijke directe en indirecte effecten in de regio's.

De heer Atsma (CDA) legde er de nadruk op dat hooligans buitengewoon goed geïnformeerd zijn. Hij wees er nogmaals op dat het voor het volgen van groepen relschoppers en het afstemmen van de maatregelen daarop van zeer groot belang zou zijn GSM's te kunnen afluisteren.

Mevrouw Ravestein (D66) verduidelijkte haar opmerking over het ontbreken van het Oranjegevoel en het nog niet op gang gekomen zijn van de merchandising door aan te geven dat het al heel lang van tevoren aan etalages en kiosken te zien is als ergens Olympische spelen gehouden worden, terwijl er in Nederland nog bijna niets van het naderende EK te merken is.

Zij vond het belachelijk dat Rijkswaterstaat de renovatie van de IJtunnel tijdens het EK of tijdens Sail moest plannen, aangezien de data van beide evenementen al zeer lang bekend zijn.

De heer Rosenmöller (GroenLinks) vond het moeilijk in te stemmen met de lijn die minister Korthals aangaf voor de grenscontrole en bij het uitzetten van EU-onderdanen. Dit laatste is volgens de minister in ieder geval mogelijk bij misdrijven waarbij een gevangenisstraf van vier jaar of meer kan worden opgelegd, maar geldt het ook uitsluitend bij zulke misdrijven? De genoemde strafmaat zou de heer Rosenmöller tenminste nog een objectief criterium vinden.

Verder had hij nog steeds twijfels over de effectiviteit van de maatregelen aan de grens, omdat mensen die er niet aan willen meewerken om er een feest van te maken, waarschijnlijk wel kans zullen zien om vanuit Duitsland toch naar Nederland te komen. Staat de effectiviteit dus wel in verhouding tot het gevaar van willekeur?

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ging ervan uit dat de bevoegde instanties er door een uitgekiende monitoring van op de hoogte zullen zijn als hooligans een bijeenkomst buiten de speelsteden zouden beleggen. Hij vond het begrijpelijk dat men buiten de speelsteden wellicht wat minder alert is, maar men wordt wel degelijk bij de communicatie betrokken en er zal ook een bijeenkomst met de regio's buiten de speelsteden worden belegd om ervoor te zorgen dat zij goed op de hoogte zijn van wat er elders gebeurt, opdat zij voorbereid zijn op eventualiteiten en dat de burgemeesters van niet-speelsteden weten tot welke instantie zij zich moeten wenden als zij een probleem in hun eigen gemeente verwachten. Via het nationaal coördinatiecentrum kan men rekenen op adequate toewijzing van bijstand.

De staatssecretaris Volksgezondheid, Welzijn en Sport veronderstelde dat het door mevrouw Ravestein gesignaleerde mede veroorzaakt wordt door het veel later tot stand komen van de contracten tussen de ISL en de speelsteden dan aanvankelijk gedacht was. De Nederlandse speelsteden hebben nog maar zeer recent allemaal getekend.

De minister van Verkeer en Waterstaat wees erop dat het rijk en Rijkswaterstaat evenmin zeggenschap hebben over de IJtunnel als over de Coolsingel, zodat zij blijk had gegeven van haar zorg aan de gemeente Amsterdam. Sommige projecten, zoals tunnelrenovatie, moeten zeer lang van tevoren vastgelegd worden. Het gemeentebestuur heeft de minister plechtig beloofd dat het werk geen overlast zal opleveren en dat men voor een goede verkeersafwikkeling zal zorgen.

De minister van Justitie gaf aan dat het optreden van marechaussee en IND aan de grens aan een klachtenprocedure onderworpen is bij de Nationale ombudsman of bij de rechter als het om een beslissing van de IND gaat. Als de beslissing niet terecht blijkt te zijn, is het leed al geschied, maar dat geldt ook als de politie iemand ten onrechte oppakt en in de cel zet. Verder wees de minister erop dat alleen een rechterlijke veroordeling van een EU-onderdaan op basis van snelrecht een reden kan zijn om deze het land uit te zetten; het begaan van een misdrijf met een strafbedreiging van vier jaar of meer is daarvoor niet voldoende.

Ten slotte verwees de minister de heer Atsma voor een antwoord op diens vragen over de goede onderlinge informatievoorziening van hooligans naar zijn reactie op de Kamervragen op dit punt.

De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Cloe

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Biesheuvel

De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,

Van Heemst

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

Blaauw

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Coenen


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), Cornielje (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), De Boer (PvdA).

Plv. leden: Rouvoet (RPF/GPV), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen (CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Nicolaï (VVD), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Brood (VVD), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks ), Poppe (SP), Belinfante (PvdA), Essers (VVD), Kuijper (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste (VVD), ondervoorzitter, Van Zuijlen (PvdA), M. B. Vos (GroenLinks), Rabbae (GroenLinks), Marijnissen (SP), Hessing (VVD), Giskes (D66), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD), Wagenaar (PvdA), De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Stroeken (CDA), Ravestein (D66), Geluk (VVD), Van den Akker (CDA), Blok (VVD), Hindriks (PvdA).

Plv. leden: Snijder-Hazelhoff (VVD), Atsma (CDA), Kalsbeek (PvdA), Wijn (CDA), Klein Molekamp (VVD), Schoenmakers (PvdA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Vendrik (GroenLinks), Poppe (SP), Kamp (VVD), Van den Berg (SGP), Kuijper (PvdA), Van Middelkoop (RPF/GPV), Schimmel (D66), Van Baalen (VVD), Herrebrugh (PvdA), Smits (PvdA), Schreijer-Pierik (CDA), Van der Hoeven (CDA), Bakker (D66), Van Beek (VVD), De Haan (CDA), Udo (VVD), Hamer (PvdA), Koenders (PvdA).

XNoot
3

Samenstelling: Leden: Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Zijlstra (PvdA), Kalsbeek (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Rouvoet (RPF/GPV), Rabbae (GroenLinks), Van Oven (PvdA), Dittrich (D66), ondervoorzitter, O. P. G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), De Wit (SP), Weekers (VVD), Wijn (CDA), Van der Staaij (SGP), Ross-van Dorp (CDA), Patijn (VVD), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Brood (VVD).

Plv. leden: Wagenaar (PvdA), Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Van Vliet (D66), Duijkers (PvdA), Arib (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Karimi (GroenLinks), Santi (PvdA), Hoekema (D66), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Marijnissen (SP), De Vries (VVD), Eurlings (CDA), Van Walsem (D66), Buijs (CDA), Rijpstra (VVD), Van Baalen (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Kamp (VVD).

XNoot
4

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma (CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Valk (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Feenstra (PvdA), Van Heemst (PvdA), Verbugt (VVD), Van Zuijlen (PvdA), Stellingwerf (RPF/GPV), Giskes (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), Van der Steenhoven (GroenLinks), Ravestein (D66), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Van der Knaap (CDA), Eurlings (CDA), Van Bommel (SP), Herrebrugh (PvdA), Hindriks (PvdA).

Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th. A. M. Meijer (CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GroenLinks), Waalkens (PvdA), Crone (PvdA), Atsma (CDA), Duivesteijn (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Spoelman (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Augusteijn-Esser (D66), Geluk (VVD), Luchtenveld (VVD), Vendrik (GroenLinks), Van Walsem (D66), Weekers (VVD), Balemans (VVD), Buijs (CDA), Dankers (CDA), Poppe (SP), Dijksma (PvdA).

XNoot
5

Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Bijleveld-Schouten (CDA), Middel (PvdA), Rouvoet (RPF/GPV), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Lambrechts (D66), Essers (VVD), voorzitter, Dankers (CDA), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Spoelman (PvdA), Hermann (GroenLinks), Kant (SP), Gortzak (PvdA), Buijs (CDA), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Arib (PvdA), Atsma (CDA).

Plv. leden: Van 't Riet (D66), Rehwinkel (PvdA), Eurlings (CDA), Apostolou (PvdA), Schutte (RPF/GPV), Van Gent (GroenLinks), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Örgü (VVD), Van de Camp (CDA), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Smits (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Marijnissen (SP), Belinfante (PvdA), Ross-van Dorp (CDA), O. P. G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Duijkers (PvdA), Th. A. M. Meijer (CDA).

Naar boven