Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26200-V nr. 42 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26200-V nr. 42 |
Vastgesteld 4 december 1998
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken1 heeft op 12 november 1998 overleg gevoerd met minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken over het stemgedrag van Nederland bij de VN-resolutie «Towards a nuclear weapon free world: the need for a new agenda» (BuZa 98 0508).
Van het gevoerde overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen vanuit de commissie
De heer Harrewijn (GroenLinks) vond de brief van de minister onvoldoende helder over het Nederlandse stemgedrag. Dat Nederland probeert in de pas te lopen met de bondgenoten valt te begrijpen, maar bij dit belangrijke onderwerp moet het anders. De ontwikkelingen rond kernontwapening zijn verontrustend. Het NPV dreigt in de knel te komen. De Verenigde Staten zijn bezig met de vernieuwing van het kernwapenarsenaal. Er wordt nagedacht over een nieuw strategisch concept van de NAVO waarin aan kernwapens een nieuwe rol wordt toebedeeld. Nederland stelt zich in deze discussie te terughoudend op. Het is tijd voor een signaal waarmee de kernontwapening uit het slop wordt gehaald.
De heer Harrewijn vond de bezwaren van de minister tegen de resolutie niet overtuigend. Zo worden Pakistan en India in operationele paragraaf 7 wel degelijk veroordeeld. Het is onjuist om te stellen dat het strategisch concept van de NAVO met de resolutie wordt ondergraven. In operationele paragraaf 6 gaat het slechts om een studie naar de mogelijkheden van een «no first useverklaring». Het argument dat de scheiding van kernkoppen en overbrengingsmiddelen onvoldoende kan worden getoetst, is erg gezocht. De opmerking dat de uitvinding van kernwapens niet ongedaan gemaakt kan worden, is een gotspe. Kernwapens zijn een bedreiging voor het voortbestaan van de mensheid.
De heer Harrewijn sprak de hoop uit dat een aantal NAVO-landen voor de resolutie zal stemmen. Canada heeft aangegeven dit te willen doen indien een andere NAVO-lidstaat ook voorstemt. Nederland mag in geen geval tegenstemmen.
De heer Hoekema (D66) toonde zich verbaasd over de formalistische toets die de minister op de resolutietekst heeft uitgevoerd. De tekst is een uitvloeisel van een breed gesteund politiek initiatief. Hij verdient geen schoonheidsprijs, maar is ook weer niet zodanig onverantwoord dat een tegenstem gerechtvaardigd is.
De kernwapenstaten worden opgeroepen om «further interim measures» te bestuderen, waaronder de exploratie van een «no first useverklaring». Een dergelijke oproep lijkt redelijk verteerbaar. De argumenten van de regering zijn niet onjuist, maar de toets is te strak.
Solidariteit met de NAVO-bondgenoten is bij het stemgedrag een belangrijke overweging. Canada heeft aangegeven voor te stemmen als een andere NAVO-lidstaat dat ook doet. Duitsland zal in ieder geval niet tegenstemmen. Het zou Nederland niet misstaan om dat voorbeeld te volgen en te trachten meer landen op die houding te verenigen. Zo'n stemgedrag zou meer in lijn zijn met de door de Kamer aangenomen motie-Hoekema, die de kernwapenstaten oproept vaart te zetten achter nucleaire ontwapening. Dat is ook het perspectief van die resolutie.
De heer Apostolou (PvdA) constateerde dat de regering met een groot aantal elementen van de resolutie instemt en slechts met drie punten problemen heeft. In de resolutie staat dat het bestaan van kernwapens een directe bedreiging vormt voor het voortbestaan van de mensheid. De minister reageert daarop met de opmerking dat de uitvinding van kernwapens niet ongedaan kan worden gemaakt en dat de wapens onderdeel vormen van de afschrikkingsstrategie van het strategisch concept van de NAVO. Verder heeft de minister moeite met het ontbreken van een expliciete veroordeling van India en Pakistan. Zijn derde bezwaar betreft de passage over het niet nakomen van reductieverplichtingen door de kernwapenstaten. De heer Apostolou vond deze argumenten te zwak om op grond daarvan niet voor de resolutie te stemmen. De ontwikkeling van een nieuwe agenda voor kernontwapening moet worden gesteund. Kernwapens vormen een bedreiging voor de mensheid, zoals ook in het NPV staat. Een «no first useverklaring» behoort in het concept van de NAVO te worden opgenomen.
Een expliciete veroordeling van India en Pakistan ontbreekt inderdaad in de resolutie. In uitspraak 7 worden beide landen echter wel veroordeeld. Het is onduidelijk waarom de regering dat onvoldoende acht. De resolutie is correct in de stelling dat de kernwapenstaten hun verplichtingen niet zijn nagekomen. Tijdens het debat over het kernstopverdrag heeft de Kamer bij motie gesteld dat op dit terrein vaart moet worden gemaakt. Er lijkt een discrepantie te bestaan tussen de reactie van de regering op deze motie en de voorliggende brief.
De heer Apostolou betreurde het voornemen om tegen de resolutie te stemmen en toonde zich benieuwd naar de opstelling van andere EU-lidstaten.
De heer Voorhoeve (VVD) stelde dat de aantallen kernwapens in de wereld fors omlaag kunnen en dat non-proliferatie zeer belangrijk is. De resolutie oogt sympathiek, maar herbergt een aantal problemen. Zo is totale kernontwapening mogelijk noch verantwoord, terwijl daar in de resolutie wel om wordt gevraagd. Niet-democratische landen en criminele groeperingen kunnen kernwapens verwerven en democratieën mogen zich niet in een chantabele positie laten manoeuvreren. Het voortbestaan van de mensheid wordt niet bedreigd door het uitvinden en bestaan van kernwapens, maar door het gebruik ervan. De democratische landen hebben het vermogen om het gebruik van kernwapens te voorkomen door duidelijk te maken dat zij erop kunnen reageren.
Nederland is lid van een bondgenootschap van democratische staten, waarvan drie van de belangrijkste partners kernwapens hebben. Het aantal kernwapens in Europa is in de afgelopen acht jaar enorm afgenomen. Politieke solidariteit is de kern van het bondgenootschap en telt het meest waar de lasten het moeilijkst te dragen zijn. Het zou niet goed zijn als Nederland zich zou scharen onder de landen die de goede bedoelingen van de resolutie ondersteunen, maar niet helemaal hebben nagedacht over de consequenties voor de NAVO. Nederland moet derhalve niet voor de resolutie stemmen.
Mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) ondersteunde de lijn van de regering. Een halfjaar geleden is in de Kamer uitgebreid gediscussieerd over de kernproeven van India en Pakistan. Er was grote verontwaardiging over het feit dat beide landen zich niets aantrokken van de wereld om hen heen. Voorkomen moet worden dat Nederland zonder zich iets aan te trekken van zijn NAVO-bondgenoten voorstemt. Het gaat om de effecten van het stemgedrag. Nederland dient zich terughoudend op te stellen. Er moet worden gekoerst op resultaat in het terugbrengen van het kernwapenarsenaal wereldwijd.
De minister gaf aan op welke punten van de resolutie de bezwaren van de regering zich richten. Zo wordt in paragraaf 14 gesproken van een internationale conferentie. Ook enkele ondertekenaars van de resolutie zetten daar vraagtekens bij. Er vindt al veel overleg plaats in diverse daarvoor gestructureerde fora. Het lijkt niet echt wenselijk daarnaast een nieuw forum in het leven te roepen.
De minister plaatste een kanttekening bij preambulaire paragraaf 1, waarin wordt gesproken van de bedreiging voor het voortbestaan van de mensheid door het bestaan van nucleaire wapens. Het kan niet ontkend worden dat ze de afgelopen vijftig jaar ook een bijdrage aan de stabiliteit hebben geleverd. Ook moet gewezen worden op landen als Irak en Noord-Korea, die wellicht juist door de wetenschap van het aanwezig zijn en mogelijk gebruik van kernwapens worden afgehouden van uiterst gevaarlijke ontwikkelingen.
In preambulaire paragraaf 5 en de operationele paragrafen 1 en 2 komt de voortgang van de kernontwapening op een volgens de regering onevenwichtige wijze aan de orde. Er is enorme voortgang geboekt, bijvoorbeeld in de VS, Frankrijk en Engeland. In operationele paragraaf 2 worden de Russische Federatie en de VS op één lijn gesteld, terwijl bekend is dat er ten aanzien van de Russische Federatie een probleem is. Men heeft het gebruik van kernwapens weer in de doctrines opgenomen, terwijl Rusland in de periode vóór 1990 altijd uitging van «no first use».
De elementen van de motie-Hoekema komen in de resolutie toch wat anders naar voren dan in de interpretatie ervan door de regering. Een oproep aan Rusland om Start II te ratificeren komt in een andere resolutie al tot uiting. Ook kan worden gewezen op een Japanse resolutie over het op gang brengen van multilaterale besprekingen over kernontwapening.
De Nederlandse regering zal een discussie over het strategisch concept van de NAVO geenszins uit de weg gaan, maar meent wel dat die discussie binnen de NAVO moet worden gevoerd. Zij behoort niet door de VN te worden geëntameerd.
De Nederlandse regering zal nog nader contact hebben met de ondertekenaars van de resolutie. Zweden en Ierland zijn cosponsors van de reso- lutie en zullen dus voorstemmen. Oostenrijk zal waarschijnlijk eveneens voorstemmen. Spanje en Finland zullen zich onthouden. Duitsland, Griekenland, Italië, België en Luxemburg bewegen zich tussen onthouden en tegenstemmen. Frankrijk, Denemarken en Portugal zullen zoals de zaken er nu voorstaan net als Noorwegen tegenstemmen. Nederland zal zich onthouden.
De heer Harrewijn (GroenLinks) was tevreden met het voornemen tot onthouding, maar zou een stem voor de resolutie hebben geprefereerd.
De heer Hoekema (D66) toonde zich tevreden met de opstelling van de minister, al zou een stem voor de resolutie zijns inziens mogelijk zijn geweest. Het zou goed zijn als een grote groep NAVO-landen dezelfde keuze maakt. Dat politieke signaal is van groot belang. Nederland heeft jarenlang voorop gelopen bij resoluties over het stopzetten van kernproeven. NAVO-bondgenoten als Amerika, Engeland en Frankrijk hadden daar steeds grote bezwaren tegen. Soms is zo'n houding politiek gewenst.
Hij wees er nog op dat het Europees Parlement een door de liberale groepering ingediende positief gestemde resolutie zal aannemen.
De heer Apostolou (PvdA) achtte een onthouding het minimaal noodzakelijke. De resolutie kan een keerpunt zijn in de discussie over kernbewapening. De stagnatie in de ontwapening kan er ongedaan mee worden gemaakt.
De heer Voorhoeve (VVD) vond een onthouding aanvaardbaar.
Mevrouw Van Ardenne-van der Hoeven (CDA) prees de evenwichtige benadering van de minister. Een verharding van de standpunten moet worden voorkomen, ook binnen het bondgenootschap. In een lange periode is een tijdpad uitgezet, waardoor een aantal conventies is aangenomen. Er zijn gezamenlijke afspraken gemaakt om het kernwapenarsenaal als het even kan te elimineren. Die inzet heeft Nederland altijd gehad en moet ook worden gehandhaafd. In de huidige instabiele situatie is het niet verstandig om voor de resolutie te stemmen. Gewezen kan worden op de grote problemen van de Russische Federatie om het huidige kernwapenarsenaal in de hand te houden. Er kan best nog eens worden gediscussieerd over de uitspraak van het Internationaal gerechtshof over de afschrikking van kernwapens, maar dat moet niet gebeuren in de marge van een resolutie als deze. Alles overziende was een tegenstem denkbaar, maar met een onthouding ging mevrouw Van Ardenne ook akkoord.
De minister dankte de Kamer voor de instemming met de door de regering voorgestelde lijn. Nederland is een enthousiast aanhanger van de verplichting die het land is opgelegd in artikel 6 van het NPV. Daarvoor is het formele kader van deze resolutie niet nodig.
Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Weisglas (VVD), Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Van Middelkoop (GPV), Apostolou (PvdA), Van Gijzel (PvdA), Voorhoeve (VVD), Hillen (CDA), Valk (PvdA), Verhagen (CDA), ondervoorzitter, Hessing (VVD), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Hoekema (D66), Marijnissen (SP), M.B. Vos (GroenLinks), Dijksma (PvdA), Van den Doel (VVD), Koenders (PvdA), De Boer (PvdA), voorzitter, Van der Knaap (CDA), Ross-van Dorp (CDA), Karimi (GroenLinks), Timmermans (PvdA) en Wilders (VVD).
Plv. leden: Dijkstal (VVD), Bolkestein (VVD), De Graaf (D66), Van 't Riet (D66), Rouvoet (RPF), Belinfante (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Patijn (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Zijlstra (PvdA), Eurlings (CDA), Cherribi (VVD), De Haan (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van Bommel (SP), Harrewijn (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Remak (VVD), Albayrak (PvdA), Van Oven (PvdA), Van den Akker (CDA), Leers (CDA), Vendrik (GroenLinks), Feenstra PvdA) en Balemans (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26200-V-42.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.