Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26200-IV nr. 20 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26200-IV nr. 20 |
Vastgesteld 21 juli 1999
De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 23 juni 1999 overleg gevoerd met minister Korthals van Justitie en staatssecretaris G.M. de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over:
– de brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 31 maart 1999 over de voortgang met de Koraal Spechtgevangenis (NAAZ-99-31) en het verslag van de besprekingen van de minister van Justitie in het kader van het overleg d.d. 23 april 1999 (NAAZ-99-42);
– de financieel-economische beleidsdialoog Nederland-Aruba (26 200-IV, nr. 17);
– de brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 15 april 1999, houdende aanbieding van het verslag van zijn werkbezoek aan Aruba en de Nederlandse Antillen van 22–26 maart 1999 (NAAZ-99-38);
– de brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 12 mei 1999, houdende aanbieding van het verslag van zijn werkbezoek aan Bonaire en Curaçao van 18–21 april 1999 (NAAZ-99-49).
Van het overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
1. De brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 31 maart 1999 over de voortgang met de Koraal Spechtgevangenis (NAAZ-99–31) en het verslag van de besprekingen van de minister van Justitie in het kader van het tripartiete overleg d.d. 23 april 1999 (NAAZ-99-42)
Voorafgaand aan het overleg over dit onderwerp deelde de minister van Justitie mede dat de regering tot op heden geen verzoek heeft bereikt om, zij het onder voorwaarden en onder voorbehoud van instemming van de Kamer, tijdelijk een aantal gevangenen uit de Koraal Spechtgevangenis in Nederlandse gevangenissen onder te brengen. Reden hiervoor zou kunnen zijn de mogelijke samenwerking met een Amerikaans particulier bedrijf bij de nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis. 1
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Van Middelkoop (GPV) las in de brief van 31 maart dat de rijksministerraad op 19 maart het besluit van de ministerraad van de Nederlandse Antillen inzake de Koraal Spechtgevangenis had bekrachtigd. Welke relatie is er in dezen tussen beide ministerraden en wat is precies de taak van de rijksministerraad? Onbegrijpelijk vond hij het dat de Nederlands Antilliaanse regering nog steeds blijft bij haar weigering om het rapport van het Committee for the Prevention of Torture (CPT) openbaar te maken. Wat is hiervan de reden? Is al een verzoek van het comité ontvangen om aan te geven wat er met aanbevelingen uit het rapport is gedaan en zo ja, wat was daarop de reactie en wordt die openbaar gemaakt? Uit berichten begreep hij dat de Antillen overwegen om de nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis uit te besteden aan het Amerikaanse bedrijf Wackenhut Corrections Corporation. De nieuwe gevangenis zou aan 737 gedetineerden plaats bieden. Staat dit wel in verhouding tot de totale Antilliaanse bevolking? Kost nieuwbouw inderdaad 33 mln. Antilliaanse guldens en zo ja, welke invloed heeft dat op de Nederlandse toezegging om financieel bij te springen? Gaat het Amerikaanse bedrijf de gevangenis beheren en zo ja, wat vindt de minister van Justitie daarvan? Wordt al gewerkt aan een beklag- en beroepsrecht voor gevangenen?
Uit de stukken maakte de heer Van Middelkoop op dat het mogelijk tijdelijk overbrengen van gevangenen naar Nederland thans niet meer de «lastpakken» betreft, maar gevangenen met een Nederlandse nationaliteit. Wat is hiervan de oorzaak? Kan een eventueel overschot in de bouwsom van Koraal Specht worden gebruikt voor de financiering van het overbrengen van gevangenen naar Nederland?
De heer Van Middelkoop was sceptisch over de kans dat het protocol inzake samenwerking op het gebied van voogdijvoorzieningen ooit echt goed in werking zou treden. In dit verband vroeg hij nog of het onder de bepalingen van het protocol mogelijk is dat minderjarige drugsverslaafden naar Nederland komen, op basis van een toegekende voogdijvoorziening.
De heer Te Veldhuis (VVD) vond het onbegrijpelijk en betreurenswaardig dat het CPT-rapport nog steeds niet openbaar is gemaakt. Daarmee wordt alleen maar voeding gegeven aan geruchten dat er iets goed fout zit op de Antillen en ook staat het een verbetering van de situatie van gevangenen en bewaarders in de weg. Bovendien komt dit het imago van het Koninkrijk niet ten goede. Tijdens de laatste contactplanbijeenkomst is van Nederlandse zijde gewezen op de mogelijkheid van een Algemene maatregel van rijksbestuur (AMvRb) als de problemen in het gevangeniswezen niet worden opgelost volgens de uitgezette beleidslijnen. De nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis blijkt opnieuw niet op schema te liggen. Welke zekerheid is er dat dit op korte termijn wel het geval is? Welke invloed hebben de financiële problemen van de Antillen op dit alles? Wat is de laatste stand van zaken rond de nieuwbouw? Is er reden voor een AMvRb?
Op voorhand maakte de heer Te Veldhuis duidelijk dat zijn fractie zeer kritisch zou staan tegenover een eventueel verzoek om Antilliaanse gevangenen een deel van hun straf in Nederland te laten uitzitten. Dit zou niet bijdragen aan een structurele oplossing van de problemen op de Antillen. Die problemen moeten, eventueel met Nederlandse hulp, ter plekke worden opgelost. In dit verband wees hij erop dat burgers op St. Maarten na de recente orkaanramp tijdenlang noodgedwongen in containers hebben moeten wonen. Waarom kunnen gedetineerden op de Antillen daarin niet tijdelijk worden gehuisvest? Ook huisvesting op een gevangenisboot is te overwegen. Overplaatsing van gevangenen naar Nederland leidt alleen maar tot extra problemen. Moeten bijvoorbeeld Antilliaanse gezinsleden in staat worden gesteld om familiebezoek af te leggen en zo ja, wie betaalt dat? Is het verder mogelijk om voor deze gevangenen een uitzondering te maken in het geldende Nederlandse gevangenisregime?
De heer Apostolou (PvdA) verwonderde het ook dat de Antilliaanse regering niet bereid is het CPT-rapport openbaar te maken. Wat is daarvan de reden? Betekent dit dat niet wordt overwogen om op grond van dit rapport maatregelen te nemen? Wanneer wordt het rapport wel openbaar? Dit is een zaak die het Koninkrijk betreft en Nederland mag het als lid van het Koninkrijk niet tot een berisping door de Raad van Europa laten komen. Had niet heden op het rapport gereageerd moeten worden? Nog voor het komende zomerreces moet duidelijk worden wat met het rapport is gedaan. In ieder geval zal de Koninkrijksregering een reactie gegeven moeten hebben.
Uit het gepresenteerde tijdschema voor de nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis maakte de heer Apostolou op dat vele maatregelen voor het overbruggen van de periode tot de gereedkoming van de nieuwbouw in de periode april-juni 1999 genomen moeten zijn. Wat is de stand van zaken en wat is de reden voor het eventueel niet halen van het tijdschema op bepaalde onderdelen? Hoe denkt het kabinet in samenwerking met de Antilliaanse regering die maatregelen dan alsnog te nemen? Vooral benieuwd was hij naar de personeelsplannen. Hoe kunnen teleurstellingen bij de werving van kwalitatief geschikt personeel en bij de her- en bijscholing van aanwezig personeel worden voorkomen? Hoe wordt her- en bijscholing bekostigd? Is een voorstel voor de nieuwbouw al voorgelegd aan de raad van ministers? Is er sprake van een alternatieve bouwmethode die veel minder dan de geplande tijd in beslag zou nemen? Betekent de verwijzing naar de Nederlandse toezegging op het gebied van financiering dat de nieuwbouw geheel door Nederland wordt bekostigd en zo ja, welke zeggenschap heeft Nederland dan bij de realisering ervan?
Met waardering nam de heer Apostolou kennis van het verslag van het werkbezoek van de minister van Justitie aan de Antillen. Zijn er indicaties dat de Antillen in het geheel niet zullen vragen om tijdelijk gevangenen in Nederland onder te brengen? Hoe worden voorziene knelpunten opgelost als zo'n verzoek toch nog wordt gedaan?
De heer Hoekema (D66) bevreemdde zich ook ten zeerste over het niet openbaar maken van het CPT-rapport. Kent de Raad van Europa precedenten hiervan? Wat is de standaardprocedure in dit soort gevallen? Hij moedigde de staatssecretaris aan steviger dan tot nu toe aan te dringen op openbaarmaking van het rapport.
Gezien de eraan verbonden juridische en andere haken en ogen, alsmede gezien de kosten ervan, verheugde het de heer Hoekema dat tot op heden geen verzoek is gedaan tot tijdelijke onderbrenging van Antilliaanse gevangenen in Nederland. Tegelijk herhaalde hij echter de eerder door zijn fractie gedane toezegging om mee te denken over oplossing van problemen, mocht zo'n verzoek Nederland alsnog bereiken. Hoe zeker is het dat de Antilliaanse regering in zee zou willen gaan met een Amerikaans bedrijf en op welke termijn kan dit worden beschouwd als een echte optie? Is het de bedoeling dat dit bedrijf alles in handen neemt, incl. het beheer van de gevangenis? Wat is de inhoud van de samenwerkingsstructuur en welke gevolgen heeft het voor de financiering van het project? Overigens wees hij het gebruik van containers of gevangenisboten als tijdelijke huisvesting van gevangenen op de Antillen van de hand. Kan enig soelaas worden geboden door gevangenen met de Nederlandse nationaliteit naar Nederland over te brengen? Is de vijfjarenregel echt hard, ook als het mensen met de Nederlandse nationaliteit betreft?
Ten slotte was hij benieuwd op welke termijn een standpunt van de Antilliaanse en Arubaanse regering over het homohuwelijk is te verwachten.
De heer Van der Knaap (CDA) vond de noodzaak van het uitbrengen van een CPT-rapport betreffende het Koninkrijk op zich al een schandalige zaak. Des te erger is het dat vervolgens ook nog vertrouwelijk wordt gehouden. Ook hij moedigde de staatssecretaris aan om zich met des temeer kracht in te zetten voor openbaarmaking ervan.
Gezien ervaringen tot nu toe was de heer Van der Knaap sceptisch over het halen van het tijdschema voor de nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis. De start van de nieuwbouw is al uitgesteld van 1 mei naar 1 juli. Ziet het er ook echt naar uit dat dan met de bouw kan worden begonnen? Kan de nieuwbouw inderdaad op 1 juli 2000 worden geopend? Ook hij sprak zijn bevreemding uit over de relatief lage kosten van de nieuwbouw. Een bedrag van 33 mln. is aanmerkelijk lager dan de eerder begrote 96 mln. Wat is hiervan de oorzaak en welke gevolgen heeft dat voor het gebouw zelf? Het ingeschakelde Amerikaanse bedrijf neemt ook het beheer van de gevangenis voor zijn rekening en zal in dat kader personeelstrainingen verzorgen. Welke gevolgen heeft dat voor het regime op de Antillen? Immers, dit bedrijf heeft vooral ervaring binnen het Angelsaksische rechtssysteem. Welke ruimte rest de Antilliaanse regering nog om eigen beleid te voeren?
Gezien de mededeling van de minister van Justitie aan het begin van de vergadering liet de heer Van der Knaap het stellen van vragen over de eventuele overkomst van Antilliaanse gevangen achterwege. Wel behield hij zich het recht voor, die vragen alsnog te stellen als Nederland onverhoopt toch een dergelijk verzoek zou bereiken.
De heer Rosenmöller (GroenLinks) sloot zich aan bij de verontruste reactie op het niet openbaar maken van het CPT-rapport.
Het antwoord van de bewindslieden
De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bracht onder de aandacht dat het Statuut voorziet in een waarborgplicht van het Koninkrijk terzake van de eerbiediging van de mensenrechten. In het uiterste geval kan het nakomen van die plicht uitmonden in een AMvRb. Zover is het nog niet gekomen, maar wel heeft de rijksministerraad er in het licht van voornoemde verplichting aan gehecht om de afgelopen jaren op gezette tijden de voortgang in de Koraal Spechtgevangenis te bespreken. Uitgangspunt bij dit alles is de primaire verantwoordelijkheid van de Antilliaanse regering voor het gehele justitiële beleid en haar autonome bevoegdheden terzake. Daarvan uitgaande overlegt de Nederlandse regering met de Antilliaanse over de wijze waarop laatstgenoemde haar bevoegdheden uitvoert. Bevoegdheden van de Nederlandse regering zijn hierbij niet in het geding.
Hoewel de staatssecretaris benadrukte geen enkel bezwaar te hebben tegen eerdere openbaarmaking ervan, verduidelijkte hij dat het binnen de Raad van Europa niet ongebruikelijk is dat regeringen CPT-adviezen pas openbaar maken als zij hun reactie daarop hebben geformuleerd. Het CPT geeft betrokken regeringen regulier een termijn van drie maanden om op adviezen te reageren. Op die termijn kan nog een maand uitstel volgen. Om nieuwe publiciteit over deze kwestie te voorkomen heeft de Antilliaanse regering er tot op heden aan gehecht om het rapport nog niet openbaar te maken. Ook zou zij gebruik willen maken van de mogelijkheid van een maand uitstel. Het zou echter in het belang van het Koninkrijk zijn als zij op relatief korte termijn het CPT-rapport en haar reactie daarop openbaar zou maken. Rekening houdend met een eventueel uitstel van een maand ging hij ervan uit dat dit binnen uiterlijk vier weken het geval zou moeten zijn.
Op 27 april jl. heeft de Antilliaanse minister van Justitie een «letter of intent» getekend met de firma Wackenhut, die voorziet in (ver)nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis in twee fasen. Inclusief de al gereed zijnde halfopen inrichting omvat het nieuwe complex 737 bedden, welk aantal correspondeert met de CPT-aanbevelingen en ook het risico van overbezetting aanzienlijk reduceert. De eerste fase van de (ver)nieuwbouw omvat constructie van 430 bedden buiten de gevangenis; de tweede die van 171 daarbinnen. Het voornemen is om het totale project binnen 12 maanden te realiseren. Dientengevolge zal het complex naar verwachting in de zomer van 2000 worden opgeleverd, in plaats van in begin 2003. De kosten van het project zijn nog niet bekend; de Antilliaanse regering onderhandelt hierover nog met de firma Wackenhut. Mitsdien heeft Nederland nog geen concreet verzoek om financiële bijstand bereikt. Een dergelijk verzoek zal Nederland toetsen aan integrale uitvoering van de CPT-adviezen en aan een correcte aanbesteding van het (ver)nieuwbouwproject.
De staatssecretaris releveerde welke maatregelen in de afgelopen maanden zijn genomen ter verbetering van de situatie in en rond de Koraal Spechtgevangenis. Terzake van personeelsbeleid is een begin gemaakt met de opleiding van gevangenispersoneel. Een motivatiecursus is goed ontvangen. Ook is begonnen met het terugdringen van het verzuim onder bewaarders. In dat kader zijn via het Centraal bureau personeelszaken 6 van de in totaal 30 structureel afwezigen voor ontslag voorgedragen. Daarnaast is de Antilliaanse regering erop gewezen dat snel moet worden beslist op een aantal oude ontslagdossiers die dit bureau nog in behandeling bleek te hebben. Verder is begonnen met de werving en selectie van nieuwe personeelsleden. Van de in totaal 50 beoogde nieuwe personeelsleden hebben naar verwachting 21 personen in augustus a.s. hun opleiding voltooid. Daarvan worden er 12 op Curaçao tewerk gesteld en 9 op St. Maarten en Bonaire. Terzake van het voorkomen van overbezetting in de huidige situatie is met het OM op de Nederlandse Antillen een maximale bezetting van 400 personen overeengekomen. Het OM reguleert dit door verhoging van de werkstrafkorting, vervroegde voorwaardelijke invrijheidstelling, gratieverlening en uitzetting van vreemdelingen, gekoppeld aan ontzegging van de toegang tot het land voor een periode van tien jaar. Gecombineerd met een aanzienlijke versnelling van de bouw, maken deze maatregelen het mogelijk af te zien van het huisvesten van gevangenen in containers. Voor een betere gedetineerdenadministratie zijn nieuwe computers en programmatuur aangeschaft. Bij de installatie hiervan zijn nog wel enkele kinderziekten te overwinnen. Ter verbetering van de leefomstandigheden van gedetineerden zijn reparaties uitgevoerd aan waterleiding, sanitair en schietposten. Overal is thans in principe water beschikbaar, zij het dat nog niet in alle cellen speciale kranen zijn geïnstalleerd. In die gevallen wordt water via een slang aangereikt. Daarnaast zijn nieuwe sloten op de deuren aangebracht en zijn nieuwe luiken in de deuren gemonteerd. Verder wordt iedere gedetineerde minimaal een uur per dag gelucht. Vrouwen kunnen sinds kort beschikken over een nieuwe luchtplaats. Voor de medische zorg zijn in de gevangenis twee artsen aangesteld. Er zijn aparte spreekuren voor de vrouwenafdeling. Ook is 24 uur per dag een arts oproepbaar. Verder is ook een tandarts beschikbaar. Het is daarnaast het voornemen om naast de drie al aanwezige verpleegkundigen binnenkort een vierde aan te stellen. De voedselvoorziening vindt niet meer plaats vanuit de gevangenis zelf, maar vanuit de keuken van de Caprileskliniek.
Bovengenoemde maatregelen hebben eraan bijgedragen dat in de gevangenis thans betrekkelijke rust en orde heersen. Desondanks is er nog sprake van een broze situatie. Als niet op de ingeslagen weg wordt doorgegaan, is het risico van terugval reëel.
Op dit moment wordt de gevangenis nog beheerd door de Antilliaanse regering, maar naar verwachting zal in de toekomst de firma Wackenhut die taak op zich nemen. De Antilliaanse regering studeert op mogelijkheden tot privatisering van het gevangeniswezen, maar heeft in dezen nog geen keuze gemaakt. Hoe de keuze ook uitvalt; in alle gevallen blijft het gezag berusten bij de Antilliaanse regering, die terzake ook verantwoordelijk blijft. De daarbij in acht te nemen grenzen zullen zorgvuldig worden bewaakt.
In verband met uitvoering van regels terzake van het klacht- en beroepsrecht heeft minister Martha in 1998 een commissie van toezicht in het leven geroepen, onder voorzitterschap van de heer Kleinmoedig. De commissie bezoekt de gevangenis regelmatig en kan aldaar in vertrouwen met gevangenen spreken. Klachten kunnen rechtstreeks door de commissie worden behandeld, eventueel met inschakeling van de gevangenisdirecteur. Gevangenisartsen zijn gehouden de commissie in te lichten over klachten die hen ter ore komen.
De minister van Justitie onderschreef het uitgangspunt dat de Antilliaanse en Arubaanse regering autonoom beleid voeren ten aanzien van het gevangeniswezen. Hoewel contacten met de Nederlandse regering primair via de staatssecretaris van BZK lopen, is hem als eerstverantwoordelijke in Nederland voor het gevangeniswezen, door de Antilliaanse regering gevraagd of Nederland tijdens de verbouwing van de Koraal Spechtgevangenis in beginsel bereid zou zijn om een aantal gevangenen naar Nederland over te brengen. In principe was hij geen voorstander van zo'n oplossing, maar gezien de uit het CPT-rapport sprekende noodsituatie voelde hij zicht toch verplicht om daartoe in beginsel bereid te zijn. Over daaraan te stellen voorwaarden is de Kamer al geïnformeerd. Zo is ter voorkoming van juridische problemen de voorwaarde gesteld dat gevangenen alleen vrijwillig kunnen worden overgebracht. Volgens artikel 40 van het Statuut kunnen in het gehele Koninkrijk vonnissen ten uitvoer worden gelegd. Los van de nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis worden op die basis ook thans al gevonniste personen naar Nederland overgebracht. Het betreft dan personen die in Nederland hebben gewoond en ten minste vijf jaar bij de Nederlandse burgerlijke stand waren ingeschreven. Op die basis zijn in 1998 uit de Antillen 16 en uit Aruba 21 personen overgebracht. Daarbij wordt niet geselecteerd op de aard van betrokkenen. In het speciale geval van de nieuwbouw van de Koraal Spechtgevangenis zal wel worden geselecteerd. Omdat goede bestuurbaarheid van de groep homogene samenstelling vergt, zullen eventueel alleen Nederlandse Antillianen worden overgebracht. Zij spreken de Nederlandse taal en zijn op de hoogte van de Nederlandse cultuur. Vooralsnog is een en ander echter prematuur, omdat de regering nog geen verzoek tot overbrenging heeft bereikt. Mocht dit voor 1 juli a.s. alsnog gebeuren dan zal de Kamer daarover worden geïnformeerd. Dan zal nader over de te stellen voorwaarden gesproken moeten worden. Op basis van informatie van Antilliaanse zijde steunde hij het standpunt van de staatssecretaris van BZK dat tijdelijke onderbrenging van gevangenen in containers op een gevangenisboot geen goed alternatief voor overbrenging is. Een vergelijking met noodhuisvesting van burgers in containers wees hij in dit verband van de hand. Terzijde wees hij in dit verband het privatiseren van detentievoorzieningen van de hand.
De minister bevestigde dat het protocol inzake voogdijvoorzieningen algemeen van toepassing is. Ook minderjarige verslaafden kunnen op die basis naar Nederland komen. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat degene die met de voogdij is belast, voor een behandeling zorgdraagt.
Ten slotte deelde de minister nog mede dat de rijksministerraad zich op 25 juni a.s. zal buigen over de kwestie van het homohuwelijk.
2. Financieel-economische beleidsdialoog Nederland-Aruba (26 200-IV, nr. 17)
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Van Middelkoop (GPV) constateerde met instemming dat het in de brief verwoorde beleid aansluit op de verwachtingen die in contacten met Arubaanse vertegenwoordigers zijn gewekt. Nog wel was hij benieuwd of in dit verband met programmafinanciering hetzelfde wordt bedoeld als bij ontwikkelingssamenwerking en zo ja, of daarop de door de Algemene Rekenkamer geformuleerde definities van toepassing zijn terzake van:
– macrosteun, deviezenoverdracht;
– leverantie van importgoederen;
– schuldverlichting;
– sectorale hulp op mesoniveau met als mogelijke bestemmingen onderwijs, landbouw en gezondheidszorg.
Ten slotte vroeg hij welke gevolgen het nu bereikte akkoord heeft voor de vaste verdeelsleutels tussen de Antillen en Aruba, zoals die zijn verankerd in hoofdstuk IV van de Nederlandse begroting. In hoeverre kan Nederland beleid blijven controleren?
De heer Te Veldhuis (VVD) vond de uitkomsten van de beleidsdialoog een stevige stap in de goede richting en hoopte dat dit een lichtend voorbeeld voor de Antillen mag zijn. Hopelijk wordt bij het opstellen van programma's die in aanmerking komen voor programmafinanciering de nadruk gelegd op structuurverbetering, op sociaal-economisch gebied, op het onderwijs en op de kwaliteit van het openbaar bestuur (Calidad). Ook verheugde hij zich over de instemming van het IMF met de beoogde ontwikkeling. Bij het voeren van beleid zal in de komende jaren in het bijzonder aandacht moeten worden besteed aan:
– deugdelijk openbaar bestuur;
– duidelijke en deugdelijke programma's;
– deugdelijke financiële planning, ook op langere termijn;
– goede financiële controle op de besteding van gelden door middel van goede administratie en accountancy;
– een eigen proportionele bijdrage van Arubaanse zijde.
Tegen de achtergrond van het voorgaande vroeg hij hoe een deugdelijke publieke controle kan worden gegarandeerd op de besteding van de publieke fondsen die Nederland en Aruba storten in het investeringsfonds dat wordt beheerd door de Aruban Investment Bank N.V. (AIB).
Zich ervan bewust zijnde dat Nederland in dezen terughoudendheid past, signaleerde de heer Te Veldhuis ten slotte met zorg dat personen en partijen in het Arubaanse openbaar bestuur hun imago geweld dreigen aan te doen door onderlinge ruzies in brieven naar buiten te brengen. Wat vindt de staatssecretaris hiervan?
De heer Apostolou (PvdA) nam met instemming kennis van het resultaat van de beleidsdialoog en juichte het toe dat de heer Biesheuvel bereid is toe te treden tot de werkgroep die de oprichting van het investeringsfonds zal voorbereiden. Wat is de samenstelling van de werkgroep en wanneer wordt met het werk begonnen? De MEP en de vakbonden hebben aangegeven niet enthousiast te zijn over het bereikte resultaat. Wat betekent dat voor de uitvoering van de afspraken die in de beleidsdialoog zijn gemaakt? Zijn de staten van Aruba er al mee akkoord gegaan of zijn daarin nog problemen te overwinnen? Wat te doen als Aruba in 2010 niet financieel op eigen benen kan staan? In zijn brief van 15 april 1999 (NAAZ-99–38) schrijft de staatssecretaris duidelijk te hebben gemaakt dat de blijvende betrokkenheid van Nederland bij de Arubaanse samenleving niet in het geding is. Betekent dit dat Nederland eventueel ook na 2010 bij de ontwikkelingen in Aruba betrokken blijft? Zelf leek het hem beter om volstrekt duidelijk te maken dat Aruba na 2010 gewoon moet zorgen op eigen benen te kunnen staan.
De heer Hoekema (D66) juichte eveneens het resultaat van de beleidsdialoog toe en stemde in met de daaraan door het IMF verbonden condities. Hoe zal Aruba het probleem van de «tax holidays» en de versobering van de pensioenvoorzieningen aanpakken? Risico is de Arubaanse afhankelijkheid van de fluctuerende toeristische markt. Hoe kijkt de staatssecretaris tegen die achtergrond aan tegen het door VNO/NCW gepresenteerde project «Samen in de markt»? Bijzondere aandacht vroeg hij voor de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport Calidad. Is per 1 mei jl. al wetgeving terzake aan de Raad van advies voorgelegd? Hoe staat het met de uitwerking van de monitoring, evaluatie en financiële verantwoording van het door de AIB te beheren ontwikkelingsfonds? Heeft de AIB ook andere financiële contacten met Nederlandse instellingen? Vinden uitgaven uit dit fonds plaats op basis van een beleidsmatige prioriteitsstelling en zo ja, behoort daartoe ook jeugdhulp?
De heer Van der Knaap (CDA) verheugde zich over de goede economische ontwikkeling van Aruba en over de resultaten die in de beleidsdialoog zijn bereikt. Benieuwd was hij waardoor in vrij korte tijd zo'n vooruitgang kon worden geboekt met de sanering van de Arubaanse overheidsfinanciën. Immers, in een brief van december 1998 constateerde de staatssecretaris nog met zorg dat de overheid er niet in slaagde om het pensioenprobleem aan te pakken en het aantal ambtenaren terug te dringen. Ook vroeg hij een nadere onderbouwing van de Nederlandse bijdrage van 490 mln. Nederlandse guldens aan de uitvoering van het nu bereikte akkoord. Hoe hard is vastgelegd dat er na tien jaar geen sprake meer is van financiële betrokkenheid van Nederland bij Aruba? Welke financiële betrokkenheid resteert er nog na die periode van tien jaar? Welke «veiligheidskleppen» zijn in het proces ingebouwd voor het geval het in de komende tien jaar onverhoopt mis zou gaan met de Arubaanse economie?
Het antwoord van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De staatssecretaris releveerde dat het thans bereikte resultaat o.a. is gebaseerd op de in januari 1997 door de Staten van Aruba gedane uitspraak dat Aruba ernaar moest streven om binnen afzienbare tijd een situatie van financiële autonomie te bereiken. Zeker in een situatie waarin er sprake is van een voorspoedige economische ontwikkeling is het gezond als een land ernaar streeft de afhankelijkheid die besloten ligt in een ontwikkelingsrelatie, te verminderen. In die zin past het nu bereikte akkoord in de Nederlandse visie dat in de relatie met Aruba grote nadruk moet worden gelegd op gelijkwaardigheid. Uitwerking daarvan blijkt o.a. uit de overschakeling van project- naar programmafinanciering, zoals nader uiteengezet in de rapportage van de Algemene Rekenkamer. Daartoe behoort derhalve ook sectorale hulp op mesoniveau. Programmahulp betekent in concreto dat wordt gewerkt op basis van meerjarige beleidsafspraken tussen betrokken overheden, gebaseerd op langetermijnvisies.
Financiering van het bereikte akkoord wordt van Nederlandse zijde geput uit Hoofdstuk IV van de rijksbegroting. Op dit moment ontvangen de Nederlandse Antillen daaruit grosso modo 200 mln. Nederlandse guldens per jaar. Aruba zou daarvan derhalve per jaar ongeveer een kwart krijgen. De nadruk zal bij de financiering worden gelegd op structuurverbetering. Gedacht kan daarbij worden aan programma's op het gebied van onderwijs, economie en kwaliteit van het openbaar bestuur. Daarnaast zal ook bijzondere aandacht worden geschonken aan rechtshandhaving. Desgevraagd erkende de staatssecretaris dat Nederlandse parlementariërs bij de behandeling van Hoofdstuk IV van de begroting hun bevoegdheden kunnen uitoefenen ten aanzien van financiering volgens jaarlijkse programma-afspraken. Dit laat onverlet dat programmahulp Aruba meer zekerheid biedt bij het plannen van eigen uitgaven. Ingevolge het akkoord worden projecten niet meer bureaucratisch beheerd, maar door een onafhankelijke instantie, i.c. de AIB. De AIB functioneert daarbij binnen de politieke randvoorwaarden die door de betrokken regeringen, onder controle van beide parlementen, worden geformuleerd. Primair is de Arubaanse rekenkamer belast met de controle op het werk van de AIB. In dat kader heeft voornoemde rekenkamer onlangs een overeenkomst gesloten met de Nederlandse rekenkamer voor een programma van kwaliteitsverbetering. Terzijde merkte hij op dat zo'n overeenkomst tussen de Nederlandse en Antilliaanse rekenkamers helaas nog niet kon worden gesloten, omdat laatstgenoemde partij deze eerst ter goedkeuring wenste voor te leggen aan de Antilliaanse Staten.
Ingevolge het thans met Aruba gesloten akkoord zal de Nederlandse financiële hulp na tien jaar worden beëindigd. De daarna voortgaande betrekkingen tussen Nederland en Aruba in het kader van het Statuut en het Koninkrijk zullen derhalve veel minder een financieel karakter hebben dan thans. Veel meer komt dan de nadruk te liggen op zaken als gezamenlijk buitenlands of justitieel beleid, gezamenlijke initiatieven in de regio e.d. Desgevraagd kan er ook sprake zijn van informatie-uitwisseling en bestuursondersteuning door Nederland. Van een ontwikkelingsrelatie is dan echter geen sprake meer. De Nederlandse en Arubaanse regering delen niet het standpunt van de MEP en de vakbonden op Aruba, die betwijfelen of dit land na tien jaar financieel op eigen benen kan staan.
De Nederlandse inbreng in het kader van de thans gemaakte afspraken is gebonden aan een aantal randvoorwaarden, waaronder de deugdelijkheid van bestuur. Daartoe is in het akkoord vooruitgelopen op de uitvoering van het rapport Calidad. Integrale uitvoering, naar letter en geest, van de aanbevelingen uit dit rapport is een hoeksteen voor de uitvoering van het bereikte akkoord. Hoewel zeker nog het nodige moet gebeuren, is men vastberaden het ambitieuze programma uit te voeren. Er wordt ook concrete, meetbare vooruitgang geboekt. Van de negentien aanbevelingen zijn er thans elf vertaald in wetsvoorstellen die zijn voorgelegd aan de Raad van advies of aan de Staten. Een landsverordening inzake de openbaarheid van bestuur treedt per 1 augustus a.s. in werking. Voor het eerst heeft de Arubaanse rekenkamer ook een accountantsverklaring over een jaarrekening kunnen afgeven. Die heeft weliswaar nog geen goedkeurend karakter, maar wel is er sprake van een opbouw naar die situatie. In reactie op kritische uitlatingen van de Arubaanse oppositie en de Centrale accountantsdienst van Aruba over benoemingen in het openbaar bestuur op Aruba, sprak de staatssecretaris de wens en de verwachting uit dat dit soort incidenten in de toekomst niet meer zal voorkomen. Het imago van Aruba zou in het algemeen gediend zijn met minder gepolariseerde verhoudingen tussen regering, oppositie en andere partijen in de samenleving. Hoopgevend in dit kader is het dat bij de uitvoering van het rapport Calidad sprake is van convergentie tussen de politieke partijen op Aruba. Zelfs initiatief-ontwerpen van de oppositie worden thans tot wetgeving verheven.
Het bereikte akkoord is een belangrijke bijdrage aan de sanering van de Arubaanse schulden. Voorwaarde is dat cijfermatig wordt aangetoond dat evenwicht wordt bereikt in de Arubaanse begroting. Randvoorwaarde daarbij is het op orde brengen van de overheidsfinanciën. In dit verband is het voor Nederland doorslaggevend dat het IMF heeft gerapporteerd dat Aruba een situatie van begrotingsevenwicht binnen bereik heeft. Zover is het echter nog niet. In dit licht zou het verstrekken van nieuwe «tax holidays» niet passen in de geest van het bereikte akkoord. Desbetreffende signalen uit kringen van de Arubaanse oppositie nopen tot waakzaamheid. Daarnaast is het voor het bereiken van begrotingsevenwicht van belang om de achterstand in de afdrachten aan het pensioenfonds in te lopen en het stelsel van ziektekostenverzekeringen te ontdoen van openeindregelingen.
De heer Biesheuvel zal leiding geven aan een gezamenlijke werkgroep bestaande uit Nederlandse en Arubaanse ambtenaren. In het werk van deze groep is enige vertraging opgetreden als gevolg van ziekte van de heer Biesheuvel. Mogelijk resulteert deze vertraging in een iets latere start van de uitvoering van het akkoord dan voorzien.
Het toerisme is van zeer groot belang voor de economie van Aruba. Er wordt dan ook gewerkt aan verhoging van de kwaliteit van het toeristisch aanbod in brede zin. Hopelijk kan het natuurpark Arikok zich binnen milieurandvoorwaarden ontwikkelen tot een belangrijke toeristische bestemming. Dit zou een duurzame ontwikkeling van dit deel van het eiland kunnen bevorderen. De Europese Commissie is geïnteresseerd in financiering van dit project. De Arubaanse regering moet dan wel een aanvrage doen.
3. De brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 15 april 1999, houdende aanbieding van het verslag van zijn werkbezoek aan Aruba en de Nederlandse Antillen van 22–26 maart 1999 (NAAZ-99-38);
– De brief van de staatssecretaris van BZK d.d. 12 mei 1999, houdende aanbieding van het verslag van zijn werkbezoek aan Bonaire en Curaçao van 18–21 april 1999 (NAAZ-99-49)
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Van der Knaap (CDA) was benieuwd op basis waarvan de staatssecretaris zich na zijn meest recente reis in een persconferentie positief uitliet over de economische en politieke toekomst van de Nederlandse Antillen. Welke rol heeft het recente rapport van de commissie nationaal plan hierbij gespeeld? De Antillen worden geconfronteerd met omvangrijke financieel-economische problemen en zullen draconische maatregelen moeten nemen om orde op zaken te stellen. Mag uit de positieve opstelling van de staatssecretaris worden afgeleid dat op de Antillen thans de politieke wil aanwezig is om de adviezen van de commissie nationaal plan op hoofdlijnen uit te voeren? Hoe verhoudt dit zich tot de ronduit negatieve opstelling van de vakbonden en de afwijzende reactie van St. Maarten op het rapport? Naar hij begreep, is tijdens de werkbezoeken o.a. gesproken over staatkundige problemen, zoals de dubbele bestuurslaag en de wens van de eilanden om grotere bevoegdheid om te beslissen over eigen aangelegenheden. Welke rol heeft de Nederlandse regering hierbij? Moet in een discussie over staatkundige verhouding niet ook worden gekeken naar de relatie tussen Nederland en de Nederlandse Antillen?
De heer Hoekema (D66) zette vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van het thans voorliggende saneringsplan voor de Antillen. Uitvoering ervan zou ontslag betekenen voor eenderde van de in totaal 7000 ambtenaren op de Antillen. Voor het eind van het jaar zouden al 500 mensen moeten zijn afgevloeid. Hoe oordeelt de staatssecretaris over de voorliggende plannen?
De heer Apostolou (PvdA) was eveneens bezorgd over de financieel-economische situatie op de Antillen. Opvallend in het verslag van het bezoek aan Bonaire en Curaçao vond hij dat vertegenwoordigers van het bedrijfsleden pleitten voor een soort Marshallplan op initiatief en onder leiding van Nederland. Hoe reageert de staatssecretaris hierop? Welke reactie kan hierop van de Antilliaanse regering worden verwacht?
De heer Te Veldhuis (VVD) had de indruk dat de Antilliaanse overheidsfinanciën zich slechter en slechter ontwikkelen. Uit berekeningen leidde hij af dat niet minder dan 95 cent van iedere gulden moet worden besteed aan overdrachtsuitgaven. Dat laat praktisch geen ruimte meer voor nuttige investeringen. Dit is des te verontrustender omdat ontslag van eenderde van het ambtelijk apparaat volgens de plannen van de commissie nationaal plan tot nieuwe overdrachtsuitgaven in de vorm van wachtgelden leidt. Zeer verontrustend vond hij recente berichten dat het ambtenarenpensioenfonds APNA beslag heeft laten leggen op de winst van een aantal overheids-NV's. Hoever is men in zo'n situatie nog af van een totaal faillissement? Gezien dit alles was hij zeer benieuwd naar de ervaringen van de staatssecretaris bij zijn laatste bezoek aan de Antillen.
Hoewel hij zich ervan bewust was dat over deze kwestie reeds schriftelijke vragen zijn gesteld door de heer Van der Knaap, uitte de heer Te Veldhuis zijn bijzondere zorg over berichten als zouden zo'n 100 Antilliaanse probleemjongeren «enkele reis» naar Nederland zijn gestuurd. Zij zouden alhier zijn ondergebracht in een niet-erkende zorginstelling, waar zij niet goed worden opgevangen en zij bovendien naast een uitkering ook nog tewerk te worden gesteld, hetgeen riekt naar bijstandsfraude.
Het antwoord van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
De staatssecretaris verduidelijkte zich na zijn recente bezoek positief te hebben uitgesproken over het potentieel van de Antillen en niet over de actuele situatie waarin men zich bevindt. Onmiskenbaar is dat de Antillen als vestigingslocatie tal van voordelen in de regio heeft. Hun ligging maakt de Beneden- en Bovenwinden zeer geschikt als draaipunt voor handel en investeringen. Tegen die achtergrond heeft Nederland recent ook fors geïnvesteerd in de haven op St. Maarten. Ook het opleidingsniveau van de bevolking is relatief hoog in vergelijking met elders in de regio. Bovendien is het systeem van rechtszekerheid op de Antillen als deel van het Koninkrijk aantrekkelijk voor het internationale bedrijfsleven. De band tussen Nederland en de Antillen biedt zeker meer mogelijkheden dan thans worden benut. De interesse van het Nederlandse bedrijfsleven voor investeringen op de Antillen zou kunnen worden bevorderd door versoepeling van vestigingsvoorwaarden en vereisten voor werkvergunningen.
Van Nederlandse zijde is de commissie nationaal plan ambtelijk ondersteund. Er was echter geen sprake van inhoudelijke betrokkenheid bij het opstellen van haar voorstellen. Het plan van de commissie gaat ervan uit dat de Antillen de problemen op eigen kracht moeten overwinnen. De roep om een Marshallplan op initiatief van buiten is niet overgenomen. De commissie concludeert dat uitvoering van een programma zoals zij dat voorstelt, al in 2000 het tekort op de overheidsbegroting aanzienlijk zou kunnen terugdringen. Afgezien van schuldaflossing zou zelfs een overschot mogelijk zijn. Daarnaast kan bij uitvoering van een geloofwaardig herstelprogramma de rente op de Antillen dalen en kan op relatief korte termijn de economische groei toenemen. Volgens de commissie groeit bij uitvoering van zo'n programma in 1999 de Antilliaanse economie 0,3%. In 2000 zou er als gevolg van koopkrachteffecten sprake zijn van een daling met 0,1%, maar die zou in 2001 en 2002 kunnen worden omgezet in een groei van resp. 1,5% en 2,6%. Op niet al te lange termijn is er derhalve uitzicht op concrete verbetering van de situatie. Uiteraard is een en ander afhankelijk van de maatregelen die de Antilliaanse regering zal willen nemen. Omdat gesprekken hierover nog niet zijn afgerond, vond de staatssecretaris het niet gepast om hier thans dieper op in te gaan. Wel signaleerde hij dat het voor 1 juli op Curaçao te vormen bestuurscollege tot op heden nog niet tot stand is gekomen en dat de democratische partij op St. Maarten uit vrees voor verlies van bedrijfsvestigingen aan het Franse deel van het eiland kanttekeningen heeft geplaatst bij het voorstel van de commissie nationaal plan om de omzetbelasting aanzienlijk te verhogen. Ondanks dit alles had hij uit gesprekken met de Antilliaanse minister-president de stellige indruk dat met kracht wordt gestreefd naar het nemen van besluiten op korte termijn, ten einde het vertrouwen van het bedrijfsleven ter herwinnen en met behulp daarvan meer banen te scheppen, in het bijzonder op Curaçao.
De staatssecretaris lichtte toe dat in de berekening die aangeeft dat 95 cent van iedere gulden op de Antillen wordt besteed aan overdrachtsuitgaven, de rente over schulden is meegenomen en is uitgegaan van een brede definitie van het overheidsfunctioneren. Wordt dit niet gedaan, dan komt de berekening uit op 70 cent van iedere gulden. Hoe dan ook, is zo'n situatie op langere termijn niet houdbaar. De facto betekent het dat Nederland via ontwikkelingssamenwerking de kapitaalsinvesteringen op de Antillen moet doen.
De dubbele bestuurslaag wordt in brede kring niet alleen gezien als een financieel, maar ook als een kwalitatief probleem. De eraan gekoppelde complexiteit remt de besluitvorming en de slagvaardigheid van de Antillen. Mede aan de hand van de aanbevelingen van de commissie nationaal plan lijkt er groeiende consensus te ontstaan over de noodzaak om het landsapparaat aanzienlijk in te krimpen en bevoegheden te decentraliseren naar de eilanden. Nederland is bereid de ervaringen beschikbaar te stellen die de afgelopen jaren zijn opgedaan met decentralisatieprocesen, opdat de Antillen, met gebruikmaking daarvan zelf de beste keuze kunnen maken.
Op de schriftelijke vragen van de heer Van der Knaap over de kwestie van de Antilliaanse jongeren zal nog gedetailleerd worden geantwoord. Daarbij zal ook worden ingegaan op de constatering dat er mogelijk sprake is van uitkeringsfraude. Daarop vooruitlopend gaf de staatssecretaris wel te kennen ervan uit te gaan dat iedere overheid verantwoordelijkheid dient te dragen voor de verslavingszorg van de eigen bevolking. Nu is gebleken dat het Antilliaanse bedrijfsleven bereid is om tickets voor deze groep te sponsoren, zou ook een beroep op dat bedrijfsleven kunnen worden gedaan om bij te dragen aan betere verslavingszorg op de Antillen. Het sociaal noodfonds op de Antillen geeft in 1999 prioriteit aan verslavingszorg. Hopelijk is de Antilliaanse regering bereid de in het verleden overeengekomen bijdrage in dit fonds te storten.
Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), Te Veldhuis (VVD), Ter Veer (D66), Rosenmöller (GroenLinks), voorzitter, Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Van Middelkoop (GPV), Zijlstra (PvdA), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Voorhoeve (VVD), Van der Hoeven (CDA), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), De Graaf (D66), Van Oven (PvdA), Gortzak (PvdA), Van der Knaap (CDA), Balkenende (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Van Bommel (SP), Oplaat (VVD), Albayrak (PvdA), E. Meijer (VVD) en Brood (VVD).
Plv. leden: Rijpstra (VVD), Bolkestein (VVD), Van den Berg (SGP), Van Gent (GroenLinks), Van Vliet (D66), Rouvoet (RPF), Valk (PvdA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Weisglas (VVD), Van Wijmen (CDA), Hillen (CDA), Timmermans (PvdA), Dittrich (D66), Koenders (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Stroeken (CDA), Atsma (CDA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Cloe (PvdA), Marijnissen (SP), O.P.G. Vos (VVD), De Boer (PvdA), Van den Doel (VVD) en Luchtenveld (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26200-IV-20.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.