Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26200-IV nr. 17 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 26200-IV nr. 17 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 18 maart 1999
Op 11 maart jl. vond in Den Haag een beleidsdialoog plaats tussen Nederland en Aruba. De Arubaanse delegatie bestond uit de minister-president J.H.A. Eman, minister van Financiën R.R. Croes en minister van Economische Zaken mevrouw L.G. Beke-Martinez. Van de Nederlandse delegatie maakten deel uit ondergetekende, de minister van Financiën G. Zalm en de staatssecretaris van Financiën W.A.F.G. Vermeend.
Doelstelling van de gesprekken was het maken van meerjarige afspraken over de financiële bijdragen van Nederland aan Aruba en de invoering van de aanbevelingen van de commissie Biesheuvel zoals aangegeven in het rapport «Op eigen benen» (juni 1997). Daarnaast is de stand van zaken inzake een aantal financieel-economische onderwerpen besproken. Graag informeer ik u onderstaand over de uitkomsten van de bijeenkomst.
In juni 1997 heeft de Adviescommissie Samenwerking Aruba–Nederland, onder voorzitterschap van Mr. B.W. Biesheuvel, in haar rapport «Op eigen benen» aanbevelingen gedaan tot herijking van de financiële relatie tussen beide landen met als doel de vergroting van de financiële zelfstandigheid van Aruba. Aruba zou in de eerste plaats meer verantwoordelijkheid moeten worden gelaten in de besteding van de steun van Nederland. De commissie Biesheuvel heeft de vergroting van de financiële zelfstandigheid geplaatst in het perspectief waarin Aruba binnen afzienbare termijn financieel zelf zou kunnen voorzien in de financiële middelen voor de eigen ontwikkeling. De belangrijkste aanbevelingen van de commissie Biesheuvel waren:
– De Nederlandse ontwikkelingssteun aan Aruba moet in de toekomst worden verstrekt in de vorm van programmafinanciering. De huidige projectfinancieringsstructuur heeft een bevoogdend karakter dat niet meer past bij de zelfredzaamheid van Aruba.
– In politiek overleg wordt jaarlijks de financiële bijdrage van Nederland aan het door Aruba op te stellen ontwikkelingsprogramma vastgesteld. Ook Aruba levert een financiële bijdrage aan het ontwikkelingsprogramma.
– De gezamenlijke bijdragen worden gestort in een Investeringsfonds, dat wordt beheerd door de Aruban Investment Bank N.V. (AIB).
– De AIB wijst de middelen voor uitvoering van het ontwikkelingsprogramma toe aan de door Aruba geselecteerde uitvoeringsprojecten. Deze projecten dienen te passen binnen het overeengekomen raamwerk van het ontwikkelingsprogramma.
– De Nederlandse ontwikkelingssteun dient elk jaar te worden verminderd zodat deze steun in een periode van 10 jaar kan worden beëindigd.
– De middelen die vrijkomen bij vermindering van de steun aan Aruba, dienen beschikbaar gesteld te worden voor verlichting van de schuld van Aruba aan Nederland.
De Arubaanse regering heeft in december 1998 aangegeven akkoord te zijn met de aanbevelingen van de commissie Biesheuvel. De Nederlandse regering had zich reeds op 30 januari 1998 bereid verklaard de aanbevelingen van de commissie Biesheuvel – onder een aantal voorwaarden – uit te voeren. De voorwaarden van de Nederlandse regering waren: sanering openbare financiën, institutionele versterking, afdoende verantwoording, monitoring en evaluatie en voldoende waarborgen voor democratische besluitvorming en ministeriële verantwoordelijkheid. Indien er concrete resultaten geboekt werden op de aangegeven terreinen, kon overgegaan worden tot implementatie van de aanbevelingen van de commissie Biesheuvel.
De positieve economische ontwikkeling van Aruba en de geboekte resultaten inzake de sanering van de overheidsfinanciën en de verbetering van de kwaliteit van het openbaar bestuur, zijn voor de Nederlandse regering voldoende aanleiding om over gaan tot uitvoering van de aanbevelingen die de commissie Biesheuvel in 1997 heeft gedaan.
Sinds de invoering van de Status Aparte in 1986 heeft Aruba zich economisch sterk ontwikkeld. Aruba heeft inmiddels het op één na hoogste gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking van het Caraïbisch gebied. De inflatie is laag (1,9%) en het financieringstekort is gedaald tot 1,5% in 1998 (tegen 3% in 1997), en er heerst bijna volledige werkgelegenheid. Naar de mening van het IMF, dat in januari 1999 consultaties uitvoerde op Aruba, is begrotingsevenwicht binnen bereik. Wel waarschuwt het IMF dat het financieel-economisch beleid van de regering moet worden voortgezet, dat bijzondere belastingfaciliteiten («tax-holidays») dienen te worden beëindigd en dat de pensioenvoorzieningen zullen moeten worden versoberd.
Wat de kwaliteit van het openbaar bestuur betreft, heeft de Arubaanse regering in het rapport «Calidad» een aantal ambitieuze doelstellingen geformuleerd. De voortgangsrapportage van februari 1999 laat zien, dat de eerste stappen van uitvoering zijn gezet. De Arubaanse regering heeft aangekondigd de nog benodigde ontwerpwetgeving voor 1 mei 1999 aan de Raad van Advies te zullen voorleggen. Nederland ondersteunt de voorbereiding van deze wetgeving door het ter beschikking stellen van twee gespecialiseerde wetgevingsjuristen.
Beide regeringen zijn overeengekomen dat Nederland in de periode 2000–2010 een vast bedrag van NLG 490 miljoen reserveert voor steun aan Aruba. Het bedrag is opgebouwd uit NLG 220 miljoen voor overheidsprojecten en NLG 270 miljoen voor overige activiteiten. Het laatste bedrag zal worden gebruikt voor taken die van belang zijn voor het Koninkrijk, zoals bijvoorbeeld de Kustwacht, en aan overige activiteiten die betrekking hebben op het land Aruba.
Zodra Aruba begrotingsevenwicht heeft bereikt kan het bedrag van NLG 270 miljoen ook worden aangewend voor schuldsanering.
Zoals aangegeven in het regeringsstandpunt over het rapport Biesheuvel is de regering van mening dat benutting van de geleidelijk vrijvallende hulpmiddelen voor vermindering van de schuld van Aruba een belangrijke steun betekent om eigen middelen voor financiering van de verdere ontwikkeling te genereren. Op die wijze wordt een beduidende bijdrage geleverd aan de verwezenlijking van financiële zelfstandigheid van het land.
Op basis van een door beide regeringen vastgesteld investeringsprogramma – waarin de beleidsmatige prioriteiten van zowel de Nederlandse als de Arubaanse regering zijn opgenomen – zal de Arubaanse regering een eigen verantwoordelijkheid krijgen in het besteden van de middelen van het fonds. Het beheer van het fonds zal worden gelegd bij de onafhankelijke Aruban Investment Bank. Vanaf 2010 zal de Nederlandse steun aan Aruba worden beëindigd en staat Aruba financieel op eigen benen.
Nadere uitwerking van de resultaten van de beleidsdialoog
Tijdens het overleg is besloten om een gezamenlijke werkgroep Nederland-Aruba in te stellen die de voorbereidingen moet treffen voor het oprichten van een fonds waarin met ingang van 2000 door Nederland over een periode van 10 jaar in totaal NLG 220 miljoen voor overheidsprojecten zal worden gestort. Een zelfde bedrag zal door de Arubaanse regering ter beschikking worden gesteld. Voorwaarden met betrekking tot monitoring, evaluatie en financiële verantwoording zullen door de werkgroep nader worden uitgewerkt. De heer Biesheuvel heeft zich bereid verklaard deze werkgroep voor te zitten.
Een tweede gezamenlijk werkgroep zal de mogelijkheden verkennen tot het versterken van de Arubaanse positie op de kapitaalmarkt.
In oktober zal wederom een beleidsdialoog plaatsvinden waar – onder meer – de resultaten van beide werkgroepen besproken zullen worden. Ik zal u hiervan te zijner tijd op de hoogte stellen.
De tussen de beide regeringen gesloten overeenkomst betekent een mijlpaal in de Nederlands-Arubaanse betrekkingen. Het instellen van een fonds maakt een einde aan de Nederlandse detailbemoeienis door middel van projectfinanciering van ontwikkelingsactiviteiten op Aruba. De overeengekomen afspraken hebben tot gevolg dat de sturing vanuit Nederland in de toekomst plaats zal vinden op hoofdlijnen, via het eerdergenoemde op te stellen investeringsprogramma. De afweging over het financieren van concrete projecten zal – binnen de randvoorwaarden van het investeringsprogramma – plaatsvinden door de Arubaanse regering.
De door beide regeringen getekende slotverklaring sluit ik te uwer informatie bij1.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26200-IV-17.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.