26 200 IV
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 1999

25 964
Gevangenis Koraal Specht

nr. 15
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 12 november 1998

De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 30 september 1998 overleg gevoerd met staatssecretaris G.M. de Vries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:

– de brief d.d. 7 juli 1988 van de minister van Buitenlandse Zaken houdende een reactie van de Nederlandse Antillen op het rapport van het comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) (Naaz-98–38), als onderdeel van een discussie over de actuele situatie rond Koraal Specht;

– de uitkomsten van de contactplanbijeenkomst;

– de uitkomsten van het bezoek van de staatssecretaris aan de West.

Van het gevoerde overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.

CPT-rapport over Koraal Specht

De heer Van Oven (PvdA) refereerde aan het rapport van het CPT van maart 1998 over schending van de mensenrechten in de Koraal Spechtgevangenis en de daarin gedane aanbevelingen. In een eerste reactie van de Koninkrijksregering aan het comité wordt voortgebouwd op het inmiddels opgestelde plan van aanpak voor Koraal Specht. In hoeverre wordt reeds uitvoering gegeven aan dit plan van aanpak en het in maart tussen de beide regeringen gesloten convenant? Hoe lang zal de projectleider de heer Rook zijn arbeid op de Antillen voortzetten? Zijn inmiddels de personeels- en financiële deskundigen van Antilliaanse kant benoemd? Hoe moet de opmerking dat «de inzet van de ME inmiddels is genormaliseerd» worden opgevat in het licht van het incident van 14 juli? Is het resultaat van het onderzoek van de landsrecherche inmiddels bekend? Zo ja, heeft dit tot strafvervolging geleid? Hoe kijkt de staatssecretaris, in het licht van de schaarse middelen van de landskas, aan tegen de uitspraak van de rechter dat schadevergoeding aan een aantal gedetineerden dient te worden toegekend?

De heer Van Oven was van mening dat in de eerste reactie concrete perspectieven op lange termijn ontbreken en dat tot nu toe van de regimedifferentiatie niets terecht is gekomen. Welke garantie wordt gegeven dat een overloopsituatie niet meer kan plaatsvinden? Hoe moet de gebrekkige coördinatie bij bezoeken van Nederlandse regeringsfunctionarissen aan de Antillen ingeschat worden? Het was hem opgevallen dat de heer Gumbs, contactpersoon voor Koraal Specht, niet aanwezig was tijdens het bezoek van de staatssecretaris.

Hij vond het niet verstandig dat een tweede reactie van de Koninkrijksregering aan het comité in Straatsburg na zes maanden is uitgebleven. Een implementatie van de maatregelen aangekondigd in de eerste reactie had voor de hand gelegen. Het CPT vergadert in november opnieuw. Kan de staatssecretaris erop aandringen dat de Koninkrijksregering voor november alsnog met een tweede reactie komt? Een harde reactie van het comité valt anders niet uit te sluiten.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) vond een tweede reactie van de Koninkrijksregering eveneens noodzakelijk. Zij had in de eerste reactie van de Antilliaanse regering gelezen dat «voorstellen voor een verbouwing» gedaan zullen worden, terwijl zij er steeds van uit was gegaan dat op 1 oktober met de bouw begonnen zou worden. Zij vond het onacceptabel dat er achter wordt gelopen op het schema en wilde weten of het bericht juist is dat de gevangenisdirectie weigert bouwkundige werkzaamheden uit te voeren. Zij was verder benieuwd of het op 1 juli 1998 gesloten verdrag met Venezuela al een gunstige uitwerking heeft gehad op de overbevolking in Koraal Specht.

De heer Van der Knaap (CDA) achtte een voortdurende aandacht van de staatssecretaris voor de situatie in Koraal Specht van wezenlijk belang.

De heer Te Veldhuis (VVD) had zich eraan geërgerd dat in de situatie Koraal Specht geen enkele verbetering te bespeuren valt. Kan de Nederlandse regering niet verweten worden dat zij de zaak te lang over haar kant laat gaan, getuige ook het tweede vernietigende rapport van CPT? Hecht de nieuwe regering van de Antillen evenveel belang aan de verbetering van de situatie in Koraal Specht als Nederland? Is zij zich voldoende bewust van de betekenis van de beschuldiging «schending van de mensenrechten»? Is zij bereid om aan het verbeteren van de situatie in Koraal Specht mee te betalen? Of vindt zij dat de Nederlandse regering geheel voor de kosten moet opdraaien? Zal de voortgang van de renovatie van het gevangeniswezen en de opleiding van het personeel zodanig zijn dat een derde beschimping door het comité vermeden kan worden? Of loopt Nederland de kans internationaal aan de schandpaal te worden genageld?

De staatssecretaris had kort na zijn aantreden Aruba en de Antillen bezocht om kennis te maken en zich op de hoogte te stellen van een aantal brandende vraagstukken, zoals de situatie in Koraal Specht. Hij had de problematiek op 7 september tijdens een kennismakingsgesprek aangesneden bij de minister van Justitie Martha, die hem op de verantwoordelijkheid van de heer Gumbs voor Koraal Specht gewezen heeft. De heer Gumbs was op dat moment echter niet aanwezig.

De staatssecretaris had de situatie ook aangesneden tijdens het bezoek van minister-president Römer aan Nederland op 14 september, terwijl hij minister Martha op 18 september schriftelijk had verzocht om aanvullende informatie over de stand van werkzaamheden aan de gevangenis en de aanstelling van de P&F-functionarissen. Hij had hierbij verwezen naar de afspraak van een tweemaandelijkse rapportage in het convenant. Hij had verder gevraagd naar de resultaten van het onderzoek van de landsrecherche naar de betrokkenheid van bewakingspersoneel bij diverse incidenten in de gevangenis. Hij had op deze brief nog geen antwoord van minister Martha ontvangen. Een rappel is ondertussen uitgegaan.

De staatssecretaris had op 26 september bij een ontmoeting met de heer Gumbs op Sint Maarten de situatie in Koraal Specht alsnog aan de orde gesteld. De heer Gumbs was zich ervan bewust dat de nieuwe Antilliaanse regering daadkrachtig dient op te treden om de situatie in Koraal Specht te verbeteren en een negatief imago van de Antillen met alle gevolgen van dien voor Nederland te vermijden. Hij had verder zijn ongenoegen laten blijken over de trage wijze waarop zijn instructies door de ambtelijke instanties worden uitgevoerd. Hij maakte ook melding van een brief die minister Martha op 25 september aan de Staten van de Antillen had gezonden, waarin een aantal sfeerverbeterende maatregelen staan. De staatssecretaris zou deze brief, voorzien van een begeleidend schrijven, aan de Kamer ter hand stellen. In de brief staat dat inmiddels deugdelijke gevangenissloten zijn besteld, de cachotten voorzien zijn van het benodigde meubilair en de gedetineerden gehoord worden alvorens te worden opgesloten. Nederland heeft inmiddels aan alle financieringsverzoeken van de Antillen voor verbeteringen binnen Koraal Specht voldaan, zoals de resocialisatie van jonge gedetineerden, de voorbereidingskosten voor de vervanging van elektronische apparatuur, de suppletie voor de veiligheidsvoorzieningen in de halfopen inrichting en de verlenging van de uitzending van algemeen projectleider Rook tot 1 maart 1999.

De staatssecretaris deelde het oordeel dat de problemen nog lang niet zijn opgelost en had de Antilliaanse regering van zijn zorg over de ontstane vertraging op de hoogte gebracht. Hij had niet het idee dat het recent afgesloten verdrag met Venezuela al effect heeft gehad op de overbevolking in de gevangenis, maar dacht wel dat enige verlichting in de situatie is opgetreden. Hij weet de vertraging niet zozeer aan de onvrede van de Staten over de inhoud van het convenant, maar meer aan de wisseling van de politieke wacht en de daarmee gepaard gaande veranderingen.

De staatssecretaris wilde er bij de Antilliaanse regering op aandringen voor november 1998 een afsluitende rapportage in te dienen in Straatsburg. De regering van de Antillen moet deze rapportage opstellen als verantwoordelijke voor het detentiebeleid, terwijl de minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk de reactie in zijn rol van Koninkrijksminister zal doorgeleiden aan het CPT. Er is op politiek niveau zeker aandacht voor de negatieve uitstraling die deze kwestie heeft op het imago van de Antillen en Nederland. Er wordt gewerkt aan een programma van eisen voor de gevangenis, waarna met de aanbestedingsprocedure kan worden begonnen. Er is nog geen indicatie te geven over een startdatum en er zijn nog geen verzoeken ontvangen voor financiering van verbouw, respectievelijk nieuwbouw.

De heer Van Oven (PvdA) vroeg of de opmerking van de minister-president van de Nederlandse Antillen op 15 september in Leiden dat er andere financiële prioriteiten zijn dan 80 mln. voor nieuwbouw voor Koraal Specht, in verband gebracht dient te worden met het feit dat de zaak zo traag verloopt.

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) maakte zich grote zorgen over eventuele interne obstructie.

De heer Te Veldhuis (VVD) had het gevoel dat Nederland aan het lijntje wordt gehouden en vroeg opnieuw naar de consequenties die dit kan hebben op het gebied van schending van de mensenrechten.

De staatssecretaris had er niets op tegen dat een plan van aanpak wordt onderworpen aan een soberheidstoets, zolang de capaciteit niet ingrijpend wordt teruggebracht. Hij zei nogmaals niet de indruk te hebben dat er in politieke zin sprake is van tegenwerking, maar meer van een regering die bezig is zich een beeld te vormen van de diverse portefeuilles. Wel had hij de verwachting uitgesproken dat de Antilliaanse regering hoge politieke prioriteit zal geven aan de problematiek, gezien de internationale verhoudingen en die binnen het Koninkrijk. De recente rechterlijke uitspraak dat schadevergoeding dient te worden toegekend zal haar uitwerking in de Antilliaanse politiek niet missen.

Uitkomsten van het bezoek van de staatssecretaris aan de West; uitkomsten van de contactplanbijeenkomst

De heer Te Veldhuis (VVD) vond contact met de collega's van de Antillen en Aruba belangrijk. Omdat er geen Koninkrijksparlement is, ontbreekt de controle op wetgeving en bestuurlijke daden van de Koninkrijksregering. Hij was blij met het instellen van de werkgroep DDK, de commissie-Van Oven, die tot doel heeft oplossingsrichtingen voor het democratisch deficit binnen het Koninkrijk aan te dragen. Is de staatssecretaris bereid hand- en spandiensten aan deze commissie te verlenen?

Hij had begrepen dat de economie op Aruba gezond is maar dat er grote liquiditeitsproblemen zijn. Uit de rapportage van de commissie-Aarts van maart 1998 komt naar voren dat een striktere uitgavendiscipline nodig is. Is de staatssecretaris van mening dat de omslag van directe naar indirecte belastingen in positieve zin zal bijdragen aan de oplossing van het liquiditeitsprobleem? Zal binnenkort een begin gemaakt kunnen worden met de afbouw van de subsidies voor ontwikkelingssamenwerking? Het inkomen per hoofd van de bevolking op Aruba is momenteel gemiddeld 17 000 dollar.

Hij maakte zich grote zorgen over de financiële situatie op de Antillen. Hij noemde zaken als betalingsachterstanden, niet afdragen van premies, vermindering van de groei van het BBP, toenemende inflatie, werkloosheid en een begrotingstekort van 11%. Dat de uitstroom vanaf de Antillen fors toeneemt, is niet verwonderlijk. Een structurele oplossing van de problemen is nodig, waarbij investeringen in onderwijs, jeugdopvang, jeugdopleiding en infrastructuur gedaan moeten worden. Hij wees op de structureel scheve verhouding dat van iedere gulden 70% voor ambtelijke kosten wordt bestemd.

Er is indertijd overeenstemming bereikt met de regering van de Antillen om volgens de lijnen van het IMF tot een gezondmaking van de financiële en economische situatie te komen. Hij had begrepen dat de Antillen het IMF nog slechts een adviserende rol willen toebedelen, terwijl zij opnieuw bilateraal overleg willen voeren over een eventuele wijziging van de situatie. Natuurlijk zijn de Antillen vrij om eigen keuzes te maken, maar zij moeten dan de gevolgen niet afwentelen op Nederland. Hij was ervoor de rol van het IMF als buffer te handhaven en als Nederland het standpunt in te nemen dat er zonder fundamentele en structurele saneringsmaatregelen geen extra hulp verstrekt zal worden. Wel dienen daarbij de laagste inkomensgroepen te worden ontzien.

Hij vond enige vorm van registratie van Antillianen die naar Nederland komen bespreekbaar, zeker tegen de achtergrond van de moeizame procedure die Nederlanders die zich in de Antillen willen vestigen, moeten doorlopen. Natuurlijk moet registreren niet tot stigmatisering leiden.

De heer Van der Knaap (CDA) had uit het cijfermateriaal over de Antillen opgemaakt dat tot 1997 de tekorten omlaag gingen en de uitgaven werden beperkt, maar dat dit beleid daarna is losgelaten. Hij wilde vasthouden aan de bufferrol van het IMF. Hij vond het op chantage lijken dat de Antillen de medefinanciering van de kustwacht ter discussie willen stellen, waaraan Nederland in verband met de drugsbestrijding groot belang hecht. Ook het toenemende aantal Antilliaanse jongeren dat naar Nederland komt, baarde hem zorgen. Heeft de staatssecretaris al maatregelen in gedachten om onderwijs en opleidingen in de Antillen te verbeteren?

Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) deelde de zorg over de slechte financiële situatie in de Antillen, de grote toestroom van Antillianen naar Nederland en het afglijden van een aantal van hen in de criminaliteit. Zij vond verder de constatering dat de begrotingsgelden voor 1998 zijn uitgeput en de bestedingen voor 1999 goeddeels gecommitteerd, weinig opwekkend. Een structurele sanering waarbij het IMF als buffer fungeert leek haar van wezenlijk belang, al had zij niets tegen bilateraal overleg over het eventueel wijzigen van eerdere afspraken. Bestaat er bij de Antilliaanse regering enige bereidheid tot het herformuleren van het structureel aanpassingsprogramma?

Het had haar verheugd dat een registratieplicht voor Antillianen die naar Nederland komen, de staatssecretaris niet het meest geëigende instrument lijkt. Zij voelde het meeste voor maatregelen in de sfeer van onderwijs en jeugdzorg. Zijn er, naast inburgering op de Antillen, mogelijkheden om instanties in Nederland die rechtstreeks contact hebben met de Antillianen, zoals Forsa en Wil di Bida, te subsidiëren? Zij was van mening dat van registratie een stigmatiserend effect uitgaat, al vond zij het noodzakelijk dat meer greep op deze groep wordt verkregen. Zij was graag bereid tot een open gesprek om tot een oplossing van deze problematiek te komen. Omgekeerd was zij ook niet gelukkig met de moeizame procedures die Nederlanders die zich op de Antillen willen vestigen, moeten doorlopen. Is hier iets aan te doen? Zij vroeg of de staatssecretaris bereid is opnieuw de onderhandelingen over het solidariteitsfonds aan te gaan en hoe hij de kans van slagen inschat.

De heer Van Oven (PvdA) was blij met de eensgezindheid over het bestaan van het democratisch deficit in het Koninkrijk en de opdracht aan de commissie om met een finaal voorstel te komen. Gedacht wordt aan mogelijkheden die naast het Statuut kunnen bestaan, zoals de instelling van een interparlementaire commissie die met de Koninkrijksministerraad in contact kan treden. Is de staatssecretaris bereid een gesprek over het democratische tekort met een dergelijke commissie aan te gaan?

Nederland en de Antillen blijken niet eenduidig te denken over de rol van het IMF bij de sanering van de financieel-economische situatie. De heer Van Oven was van mening dat er voorlopig geen sprake kan zijn van een andere rol van het IMF, al moet de Nederlandse regering wel openstaan voor voorstellen van de kant van de Antillen. De Koninkrijksregering zal na het opstellen van het regeerakkoord en het regeerprogramma in oktober een economisch herstelplan presenteren. Is al een datum voor een gesprek met de Antilliaanse regering afgesproken?

Hij sloot het risico niet uit dat de problemen op de verschillende terreinen elkaar gaan versterken, maar vond het positief dat een brede overeenstemming bestaat over de richting waarin de oplossing gezocht moet worden, namelijk een verschuiving van projecthulp naar programmahulp. Ziet de staatssecretaris een mogelijkheid om de problemen op de Antillen van elkaar los te maken? Hij vestigde ook nog de aandacht op de kwetsbare financiële positie van Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

Hij vroeg verder hoe het staat met de aanpassing van de samenwerkingsovereenkomst tussen KLM en ALM.

De heer Rosenmöller (GroenLinks) zag graag dat de staatssecretaris de commissie-Van Oven zou ontvangen. Hij was het ermee eens dat de bufferfunctie van het IMF volgens afspraak gehandhaafd wordt, maar achtte het verstandig in gesprekken vanuit de Nederlandse regering de prioriteit te leggen bij het verbeteren van de slechte financieel-economische situatie op de Antillen. Politiseren over de rol van het IMF leek hem in een situatie waarbij het primair gaat om het gezondmaken van de economische situatie, weinig vruchtbaar.

Hij vroeg verder naar de gevolgen van de orkaan Georges op Saba en Sint Eustatius. Wordt met het instellen van een rampenfonds vooruitgelopen op de verwachting dat dergelijke rampen zich in de toekomst vaker zullen voordoen?

De staatssecretaris erkende dat de problematiek van het democratisch deficit complex is. Hij was graag bereid de commissie technische ondersteuning te verlenen bij het uitwerken van opties om de democratische controle te verbeteren, maar benadrukte dat de vormgeving van de aanpak primair de verantwoordelijkheid is van de rechtstreeks gekozenen.

Hij moest de heer Van Oven teleurstellen inzake de overeenkomst KLM-ALM.

De orkaan Georges heeft op Saba en Sint Eustatius zware schade toegebracht aan bebouwing en natuur. Ook het psychische effect binnen de gemeenschappen is groot, al gaat het in absolute zin om kleine aantallen burgers. Op Saba is een kwart van de huizen ernstig beschadigd, waaronder het ziekenhuis, het bejaardentehuis en enkele scholen. Door de bewoners van de andere eilanden en Aruba is een grote solidariteit met de Bovenwinden ten toon gespreid. Er is bijstand verleend door brandweer, politie, Rode Kruis en een groot aantal vrijwilligers. Ook de mariniers hebben een voortreffelijke bijdrage geleverd. Op Sint Maarten zijn wijken getroffen waar migranten leven onder vaak slechte huisvestingsomstandigheden. Met het eilandsbestuur is gesproken over eventuele ondersteunende maatregelen in de huisvestingssfeer. Dit punt zal onderwerp van gesprek zijn tijdens het overleg dat in de komende maanden met de Antilliaanse regering plaatsvindt over de financieringsproblematiek. De Antilliaanse en Nederlandse regering hebben met onmiddellijke ingang financiële hulp toegezegd ter leniging van de meest urgente sociale nood, maar er zijn in de reguliere ontwikkelingssfeer ook structurele maatregelen nodig. Een aantal cruciale openbare voorzieningen op de diverse eilanden, zoals ziekenhuizen, dient over een orkaanbestendige afdeling te beschikken. Hiernaar dient met enige prioriteit te worden gekeken. Er zijn tussen de Nederlandse en Antilliaanse regering een aantal afspraken gemaakt over de langetermijnfinanciering die van beide kanten moeten worden nagekomen.

De economische situatie op Aruba is beter dan die op de Antillen. De regering van Aruba heeft enige weken geleden de nota «Gezonde overheidsfinanciën» uitgebracht, waarin een groot aantal ideeën staat om de overheidsfinanciën in evenwicht te brengen, zoals het verbeteren van de overheidsdiscipline, het reorganiseren van het overheidsapparaat, het wegwerken van betalingsachterstanden en het tussen nu en 2000 saneren van de overheidsschuld. Deze nota zal aan de Kamer worden gezonden. De Antilliaanse regering neemt zich voor begin 2000 ook de hervorming van het belastingstelsel te laten ingaan. Het tijdpad en de aanpak getuigen van de wil om de problemen bij de wortel aan te pakken. Een voortvarende uitvoering zal de economische structuur en concurrentiepositie van Aruba kunnen verstevigen. De werkgelegenheidssituatie is in de afgelopen jaren spectaculair verbeterd. Er is nu zelfs sprake van een overspannen arbeidsmarkt. Dit hangt samen met de wil van de regering om de economie te openen en buitenlandse investeerders en werknemers aan te trekken. Dit opent perspectieven voor de lange termijn.

Het financieel en sociaal-economisch beleid is de autonome bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de Antilliaanse en Arubaanse regering. Nederland is bereid om een gezondmakingsprogramma van de openbare financiën genereus te ondersteunen. Daartoe zijn de afgelopen jaren initiatieven geformuleerd. In 1996 is overleg gevoerd met het IMF omdat toen reeds een structureel hervormingsprogramma van de overheidsfinanciën op de Antillen nodig bleek. Daarover zijn toen afspraken gemaakt, die bij toetsing in 1996 en 1997 onvoldoende bleken te zijn nagekomen. De nieuwe Antilliaanse regering wil het IMF graag als adviseur betrekken bij het totstandkomen van het herstelplan. De regering wil streven naar een evenwichtige begroting en een deviezenvoorraad met minimaal drie maanden importdekking. Ook wil zij bezien in hoeverre extra privatisering van overheids-NV's mogelijk is, waarbij vooral gedacht wordt aan de telecommunicatiesfeer. Ook een aantal wetten en regels inzake de arbeidsmarkt zal worden vereenvoudigd, zoals de arbeidswetgeving, de vestigingsregelingen en de werkvergunningen.

De staatssecretaris had de hoop uitgesproken dat er bij de moderniseringsmaatregelen oog zal zijn voor de bijzondere positie van «Europese» Nederlanders die overwegen zich op de Antillen te vestigen. Hij hoopte dat de studie naar de rechtspositie van «Europese» Nederlanders op afzienbare termijn zal leiden tot heroverweging van het beleid. Hij kon geen antwoord geven op de vraag of heroverweging in verband met non-discriminatiemaatregelen het gevaar inhoudt dat een veel grotere stroom Europeanen koers zal zetten naar de Antillen. Hij vond dit een punt van wezenlijk belang. Wel wees hij erop dat het schaalprobleem bij de parallelliteit een rol speelt.

Hij benadrukte dat het overgrote deel van de Antillianen in de Nederlandse samenleving voortreffelijk functioneert, maar een kleine minderheid in een aantal steden voor onevenredig veel problemen zorgt. De zojuist in werking getreden Wet integratie nieuwkomers biedt aanzetten tot beleid. Met de Antilliaanse regering is de mogelijkheid besproken om gedeelten van de in de wet voorziene inburgeringsprogramma's op de Antillen aan te bieden. Zonder voldoende basiskennis van de Nederlandse taal is men kansloos op de Nederlandse arbeidsmarkt. Maatregelen om het onbegeleid vertrek van minderjarigen te mitigeren zijn in bespreking. Nederlandse lokale overheden en niet-gouvernementele organisaties kunnen op lokaal niveau een belangrijke rol vervullen bij het inburgeringsproces. Het kabinet zal de Kamer in de komende weken een notitie doen toekomen over de totaliteit van deze problematiek.

De staatssecretaris had nog geen tijd gehad om zich diepgaand met de diverse aspecten van het solidariteitsfonds bezig te houden, maar een overeenstemming met de Arubaanse regering leek hem eerder voor de hand te liggen dan met de Antilliaanse. Hij zou binnen afzienbare tijd de mogelijkheden op dit terrein bekijken. Hij was zich ervan bewust dat de wens een solidariteitsfonds in het leven te roepen, vooral op de Bovenwinden leeft.

De staatssecretaris achtte mogelijkheden aanwezig om op Aruba een begin te maken met de uitvoering van het rapport-Biesheuvel. Hoewel de Arubaanse regering officieel nog niet gereageerd heeft op het rapport, bestaat de indruk dat de regering in materiële zin langs de lijnen van het rapport blijft denken. Hij zou de Kamer hierover te zijner tijd informeren. Bij het rapport-Wawoe ligt de situatie anders, omdat de macrofinanciële problematiek op de Antillen daar een rol speelt.

De voorzitter van de commissie,

Rosenmöller

De griffier van de commissie,

De Lange


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), Te Veldhuis (VVD), Ter Veer (D66), Rosenmöller (GroenLinks), voorzitter, Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Van Middelkoop (GPV), Zijlstra (PvdA), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Voorhoeve (VVD), Van der Hoeven (CDA), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), De Graaf (D66), Van Oven (PvdA), Gortzak (PvdA), Van der Knaap (CDA), Balkenende (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Van Bommel (SP), Oplaat (VVD), Albayrak (PvdA), E. Meijer (VVD) en Brood (VVD).

Plv. leden: Rijpstra (VVD), Bolkestein (VVD), Van den Berg (SGP), Van Gent (GroenLinks), Van Vliet (D66), Rouvoet (RPF), Valk (PvdA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Weisglas (VVD), Van Wijmen (CDA), Hillen (CDA), Timmermans (PvdA), Dittrich (D66), Koenders (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Stroeken (CDA), Atsma (CDA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Cloe (PvdA), Marijnissen (SP), O.P.G. Vos (VVD), De Boer (PvdA), Van den Doel (VVD) en Luchtenveld (VVD).

Naar boven