nr. 6
AMENDEMENT VAN HET LID VAN GIJZEL
Ontvangen 16 december 1998
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
De begrotingsstaat bedoeld in artikel 1 (uitgaven en verplichtingen) wordt
als volgt gewijzigd:
I
In artikel 01.02 Railwegen worden het verplichtingenbedrag
en het uitgavenbedrag verlaagd met f 37 000 000.
II
In artikel 01.02 Railwegen worden het verplichtingenbedrag
en het uitgavenbedrag verhoogd met f 37 000 000.
Toelichting
Het amendement wil een verschuiving teweegbrengen van artikelonderdeel
01.02.04 Beheer en Onderhoud Rail: realisatie, naar artikelonderdeel 01.02.02
Planstudieprogramma Railwegen Personenvervoer, «Benutting: Fietsenstallingen
(kwaliteit)», opgenomen in de Nota van Wijziging Infrastructuurfonds,
d.d. 3 november 1998 (26 200 A, Nr. 4).
Er bestaat brede overeenstemming bij NS en maatschappelijke organisaties
dat het gebrek aan kwalitatief goede fietsenstallingen bij stations een knelpunt
vormt om fietsgebruik te stimuleren. De Minister heeft in het Algemeen Overleg
van 1 september 1998 aangegeven dat volgens Railinfrabeheer nog 42 miljoen
extra per jaar nodig is voor een periode van 7 jaren. Gezien de huidige bestedingen
aan fietsbeleid in 1998 10 miljoen per jaar bedragen via de leningensector
van het RIB is er behoefte aan in totaal 52 miljoen per jaar.
In de beantwoording op aanvullende vragen over het MIT (brief BSG/1998/7037
d.d. 8 december 1998, vraag 15) is de Minister van zins voor 1999 10 miljoen
extra te investeren in stationsstallingen, naast een bijdrage van 5 miljoen
via de leningensector. Gezien de eerder geconstateerde behoefte van 52 miljoen
is er voor 1999 nog een tekort van 37 miljoen, los van de niet
gekwantificeerde incidentele kleinere bijdragen via stationsprojecten.
Bij aanneming van dit amendement dienen de daardoor noodzakelijke wijzigingen
in de totaaltellingen te worden aangebracht.
Van Gijzel