26 161
Uitbreiding van de Wet milieubeheer (retributies milieugevaarlijke stoffen)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende uitbreiding van de Wet milieubeheer (retributies milieugevaarlijke stoffen).

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

14 september 1998

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het hoofdstuk Financiële bepalingen van de Wet milieubeheer uit te breiden met bepalingen betreffende retributies voor diensten die in het kader van de Wet milieugevaarlijke stoffen worden verricht;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

A

Het opschrift van titel 15.7 komt te luiden:

TITEL 15.7. Doorberekening van kosten

B

Aan titel 15.7 worden na artikel 15.31 twee artikelen toegevoegd, die als volgt luiden:

Artikel 15.31a

1. Voor zover daartoe aangewezen bij algemene maatregel van bestuur is retributie verschuldigd tot dekking van de kosten van diensten ter behandeling van:

a. kennisgevingen als bedoeld in artikel 3, meldingen als bedoeld in artikel 13 en nadere-gegevensverstrekkingen als bedoeld in de artikelen 14, 15 en 16 van de Wet milieugevaarlijke stoffen;

b. meldingen als bedoeld in een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 19, vierde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen;

c. kennisgevingen, meldingen, vergunningaanvragen, aanvragen tot wijziging van een kennisgeving of vergunning, of een verzoek om vaststelling door Onze Minister van wijziging van geringe aard, met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen aangewezen handelingen;

d. ontheffingaanvragen en aanvragen tot wijziging van een ontheffing als bedoeld in artikel 33 van de Wet milieugevaarlijke stoffen.

2. Bij een maatregel als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen:

a. de ter behandeling noodzakelijke diensten waarvoor retributie verschuldigd is,

b. de grondslagen voor de vaststelling van de hoogte van de retributies, en

c. de gevallen waarin Onze Minister restitutie op de retributies kan verlenen.

3. Bij ministeriële regeling wordt:

a. de hoogte van de retributies vastgesteld, met dien verstande, dat de opbrengst van de retributies de kosten van de diensten niet te boven gaat,

b. bepaald aan wie de retributies verschuldigd zijn, en

c. de hoogte van de restituties, bedoeld in het tweede lid, onder c, vastgesteld.

Artikel 15.31b

1. Een retributie die op grond van artikel 15.31a verschuldigd is, wordt uiterlijk gelijktijdig met het indienen van de kennisgeving, de melding, de nadere-gegevensverstrekking, de aanvraag of het verzoek voldaan.

2. Indien degene die de retributie verschuldigd is, in gebreke blijft het door hem verschuldigde bedrag te voldoen op het in het eerste lid bedoelde tijdstip, zendt Onze Minister hem een aanmaning om binnen een termijn van ten minste vier weken na dagtekening van de aanmaning het verschuldigde bedrag te voldoen.

3. Indien degene die de retributie verschuldigd is ook na aanmaning in gebreke blijft, kan de invordering van het aan retributies verschuldigde bedrag, vermeerderd met de in het achtste lid bedoelde kosten, zonder rechterlijke tussenkomst geschieden bij dwangbevel.

4. De betekening en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschieden door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, van de Invorderingswet 1990 en door de belastingdeurwaarder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder j van die wet, met toepassing van de artikelen 13 en 14 van die wet.

5. Zolang de ontvanger met de invordering is belast, kan hij een vordering doen op grond van artikel 19 van de Invorderingswet 1990, alsmede verrekenen op grond van artikel 24 van die wet.

6. Zolang de ontvanger met de invordering is belast, kan hij onder door hem te stellen voorwaarden aan degene die de retributie is verschuldigd voor een door hem te bepalen tijd bij beschikking uitstel van betaling verlenen. Gedurende het uitstel wordt de dwanginvordering geschorst. Het uitstel kan tussentijds bij beschikking worden beëindigd.

7. Met betrekking tot het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel is artikel 17 van de Invorderingswet 1990 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel in plaats van «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens moet worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.

8. Ter zake van het verrichten van werkzaamheden voor de invordering worden de kosten berekend met overeenkomstige toepassing van de Kostenwet invordering rijksbelastingen.

9. De artikelen 6 en 7 van de Invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Naar boven