Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 oktober 2015
Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor
Buitenlandse Zaken van 1 oktober 2015 inzake een schriftelijke reactie op het intrekken
van de resolutie in de VN Mensenrechtenraad inzake Jemen.
Nederland dient sinds 2011 in de Mensenrechtenraad samen met de Jemenitische regering
een resolutie in over de mensenrechtensituatie in Jemen. Gezien de zorgwekkende staat
waarin Jemen sinds het uitbreken van de burgeroorlog verkeert, was er voor het kabinet
een duidelijk belang dat de Mensenrechtenraad ook dit jaar weer een resolutie zou
aannemen. Net als voorgaande jaren was de inzet van het kabinet om samen met de regering
van Jemen te komen tot een ontwerpresolutie die kon rekenen op consensus in de Raad.
De ernstige humanitaire situatie en de veelvuldige berichten over grootschalige mensenrechtenschendingen
in Jemen waren aanleiding om in te zetten op een resolutie die zowel aandacht besteedde
aan mensenrechtenschendingen door alle partijen betrokken bij het conflict als aan
het belang van een internationaal onafhankelijk onderzoek. Een groot aantal landen
en NGO’s steunde Nederland daarin. Ook de Hoge Commissaris voor de Rechten van de
Mens adviseerde in die richting.
Tijdens het onderhandelingsproces bleek er geen steun te bestaan bij de Jemenitische
regering voor een internationaal onderzoek. De Arabische groep kwam toen – met instemming
van de Jemenitische regering – tijdens het onderhandelingsproces met een eigen ontwerpresolutie.
In deze ontwerpresolutie was voor het kabinet onvoldoende gegarandeerd dat de door
Jemen zelf ingestelde nationale onderzoekscommissie onafhankelijk, transparant, en
volgens internationale standaarden te werk zou gaan. Bovendien werd in de Arabische
ontwerpresolutie aanvankelijk alleen zorg uitgesproken over mensenrechtenschendingen
door de Houthi’s en de Saleh milities. Nederland heeft toen geprobeerd om Jemen en
de Arabische groep tot een compromis te bewegen, door het indienen van een eigen resolutie.
Gaandeweg werd duidelijk dat de Nederlandse resolutie niet zou worden aangenomen.
De Arabische tekst daarentegen zou wel met meerderheid van stemmen worden aangenomen.
Daarnaast stuurde een aantal Westerse landen aan op een resolutie die met consensus
zou worden aangenomen.
Nederland heeft toen besloten de eigen resolutie in te trekken, maar pas nadat een
aantal voor Nederland belangrijke elementen in de door de Arabische landen ingediende
resolutie was overgenomen, te weten
-
1) De Raad spreekt zorg uit over schendingen van mensenrechten en humanitair oorlogsrecht
door alle partijen
-
2) De Raad roept op tot het naleven van de internationale verplichtingen op die terreinen.
-
3) OHCHR krijgt voldoende staf, zodat de nationale onderzoekscommissie met technische
assistentie ondersteund kan worden.
-
4) Tijdens de eerstvolgende zitting van de Mensenrechtenraad in maart 2016 zal de Hoge
Commissaris mondeling rapporteren over het werk van de nationale onderzoekscommissie,
alsmede over de ontwikkelingen van de mensenrechtensituatie in het algemeen in Jemen.
-
5) In september 2016 zal de OHCHR – zoals elk jaar – komen met een uitvoerige rapportage
over de ontwikkelingen in Jemen op het terrein van mensenrechten.
-
6) De resolutie wijst erop dat humanitaire hulp bevorderd en niet gehinderd moet worden
en roept alle partijen op tot het verzekeren van de toegang tot humanitaire hulp in
het hele land.
Het kabinet heeft besloten – ondanks deze toevoegingen – de uiteindelijke resolutie
niet mede in te dienen, onder meer omdat er onvoldoende garantie is dat de nationale
onderzoekscommissie volgens internationale standaarden zal functioneren. In de verklaring
die Nederland heeft uitgesproken nadat de resolutie was aangenomen is tot slot het
volgende benadrukt:
-
– Het kabinet vindt de situatie in Jemen extreem zorgwekkend
-
– Het is van essentieel belang dat grove mensenrechtenschendingen worden besproken in
de Raad
-
– Het conflict in Jemen kan niet worden opgelost met alleen militaire middelen
-
– De nationale commissie moet in de gelegenheid worden gesteld om op een onafhankelijke
en transparante wijze onderzoek te doen dat tevens voldoet aan internationale standaarden.
Voor het restant van uw verzoek, dat ik los zou willen zien van het bovenstaande,
verwijs ik naar beantwoording van vragen over de benoeming van de Saoedische Permanent
Vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties in Genève tot voorzitter van de zogeheten
Consultative Group.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
A.G. Koenders