Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201226150 nr. 112

26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties

Nr. 112 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 februari 2012

Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de herfstzitting van de 66e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN), die werd gehouden van 13 september tot eind december 2011. In dit verslag wordt aan de hand van een thematische indeling een beeld geschetst van de beraadslagingen. Dit verslag is een vervolg op de brief over de richtlijnen voor de Koninkrijksdelegatie naar de 66e AVVN (Kamerstuk 2010–2011, 26 150, nr. 102).

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

Verslag herfstzitting 66e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties

In september-december 2011 vond de herfstzitting van de 66e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) plaats. De beraadslagingen speelden zich af tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de Arabische wereld en de financiële crisis. De inbreng van het Koninkrijk was geconcentreerd op de prioriteiten in de richtlijnenbrief.

  • In door het Koninkrijk georganiseerde bijeenkomsten en marge werd aandacht besteed aan het Responsibility to Protect principe, het belang van vrouwelijk ondernemerschap bij voedselzekerheid en de Rule of Law in post-conflict en fragiele situaties.

  • Naast de actuele ontwikkelingen in Libië en Syrië kreeg ook het Midden-Oosten Vredesproces veel aandacht. Het Koninkrijk heeft zich gekeerd tegen eenzijdige stappen van de Palestijnse Autoriteit voor het verkrijgen van het lidmaatschap van de VN. Door inzet van het Koninkrijk zijn aanpassingen in resolutieteksten over het Midden-Oosten gerealiseerd. De resolutie over Syrië, waar het Koninkrijk nauw bij betrokken was, vormde een centraal onderwerp tijdens de zitting van de Derde Commissie (mensenrechten).

  • De betekenis van de VN voor de aanpak van de mondiale uitdagingen van deze tijd is afhankelijk van een grotere effectiviteit, efficiëntie en legitimiteit van de organisatie. Een belangrijk signaal ging uit van de afloop van de begrotingsdiscussie die leidde tot vaststelling van een vijf procent lagere VN-begroting.

  • De verkiezingen van de VN Veiligheidsraad (VNVR) vonden plaats op 21 en 24 oktober 2011. Guatemala werd zonder stemming verkozen, omdat de Latijns-Amerikaanse en Caribische zetel onbetwist was. De twee zetels van de Afrikaanse kiesgroep gingen naar Marokko en Togo. De zetel van de Aziatische kiesgroep ging naar Pakistan. Er moesten negen stemrondes aan te pas komen voordat Azerbeidzjan van de Oost-Europese kiesgroep in de VNVR werd verkozen.

De AVVN werd ook dit jaar weer bijgewoond door leden van de Eerste en Tweede Kamer, vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en vakbonden, evenals de vertegenwoordigers van vrouwen en jongeren.

Hieronder volgt per thema, zoals in de richtlijnen aan de Koninkrijksdelegatie naar de 66e AVVN (Kamerstuk 2010–2011, 26 150, nr. 102), een verslag op hoofdlijnen.

1. Internationale vrede en veiligheid

In de Eerste Commissie (ontwapening en internationale veiligheid) diende het Koninkrijk resoluties in over de ontwapeningsconferentie, overdracht van wapens en transparantie in. Het debat stond in het teken van het doorbreken van de impasse in de multilaterale ontwapeningsonderhandelingen en het werk van de Conference on Disarmament (CD). Het werd wederom duidelijk dat er grote tegenstellingen zijn over de volgende stappen op het gebied van multilaterale ontwapening.

  • De vooruitzichten op een spoedige start van onderhandelingen over een verifieerbaar verdrag inzake een verbod op de productie van splijtstof voor kernwapens (FMCT) zijn dan ook niet onverdeeld positief. De FMCT-resolutie werd uiteindelijk aangenomen met 151 voorstemmen, waaronder het Koninkrijk, 23 onthoudingen en 2 tegenstemmen (Pakistan en Noord-Korea).

  • Het Koninkrijk heeft dit jaar drie resoluties ingediend. De resolutie Revitalizing the work of the Conference on Disarmament (CD) and taking forward multilateral disarmament negotiations werd met Zwitserland en Zuid-Afrika ingediend. Deze pleit er voor om tijdens de 67e AVVN alle opties om de ontwapeningsmachinerie weer op gang te krijgen te bespreken, indien de impasse in de CD voortduurt. De resolutie werd uiteindelijk met consensus aangenomen.

  • Daarnaast diende het Koninkrijk dit jaar de tweejaarlijkse resolutie National legislation on transfers of arms, military equipment and dual-use goods in, die evenals vorige jaren met consensus werd aangenomen. Tenslotte diende het Koninkrijk de resolutie over Transparancy in armaments in, die dit jaar door 96 landen werd mede ingediend.

  • Ten aanzien van preventie en bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad traden de EU-lidstaten op als mede-indieners van een resolutie. Daarin werd het belang van ratificatie en volledige implementatie van het VN-verdrag over grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, inclusief het mensenrechtenprotocol, evenals het VN-verdrag over corruptie, benadrukt.

  • Er werd geen vooruitgang geboekt in de onderhandelingen in de Zesde Commissie (juridische zaken) over het alomvattend VN-verdrag inzake internationaal terrorisme. De verschillen in opvattingen tussen (groepen) lidstaten over de reikwijdte van het verdrag en de daarmee samenhangende definitie van terrorisme bleken andermaal onoverbrugbaar. De Organisation of Islamic Cooperation (OIC) stelt zich al jaren op het standpunt dat handelingen van strijdende partijen tegen buitenlandse bezetting buiten de werking van het verdrag zouden dienen te vallen. Het Koninkrijk acht een dergelijke inperking onacceptabel, omdat het de deur open zou zetten naar rechtvaardiging van terrorisme. In overleg met de voorzitter van de werkgroep en de facilitator wordt bekeken op welke wijze de volgende bespreking in het najaar van 2012 tot een beter resultaat kan leiden.

  • Tijdens de opening van het Algemeen Debat werd Zuid-Soedan als 193ste lidstaat van de VN verwelkomd. Het Nederlandse personeel voor de vredesmissie in Zuid-Soedan (UNMISS) wordt in de eerste helft van dit jaar uitgezonden. De grootste uitdaging voor UNMISS ligt in de bescherming van burgers, waarvoor de Zuid-Soedanese autoriteiten eerstverantwoordelijk zijn. UNMISS zal daarom in voorkomende gevallen de overheid aansporen adequaat te handelen en zelf inzetten op het voorkomen en beheersen van gewelddadigheden door bemiddeling en aanwezigheid van VN-troepen. Het gebruik van geweld, waartoe UNMISS op basis van hoofdstuk VII van het VN-Handvest gemachtigd is, wordt gezien als een uiterst redmiddel. Tijdens recente gewelddadigheden tussen de Lou Nuer en de Murle in en rond Pibor heeft UNMISS laten zien dat het binnen het mandaat krachtdadig kan optreden door onder andere de overheid te bewegen zijn verantwoordelijkheid te nemen, goed samen te werken met het regeringsleger, burgers te helpen evacueren en zelf ook troepen naar het gebied te sturen. Tegelijkertijd had UNMISS te maken met praktische beperkingen, zoals beperkte capaciteit en moeilijke toegankelijkheid van het gebied (zie ook de brief aan uw Kamer van 22 december 2011 met kenmerk DVB/CV-410/11).

2. Palestijnse lidmaatschapsaanvraag en Midden-Oostenresoluties

Op 23 september heeft President Abbas het Palestijnse lidmaatschap van de VN aangevraagd. De regering is van mening dat alleen een onderhandelde vredesregeling met steun van de partijen kan leiden tot een duurzame tweestaten-oplossing. Elke stap die hieraan bijdraagt en door alle betrokken partijen wordt gesteund, zal worden omarmd. De Palestijnse stappen in VN-kader voldoen daar niet aan. Dergelijke unilaterale stappen wijst het Koninkrijk af. De modaliteiten en het tijdpad voor de rechtstreekse onderhandelingen zijn neergelegd in de verklaring van het Kwartet van 23 september 2011. Het Koninkrijk steunt de Palestijnse wens om tot een eigen onafhankelijke, democratische en levensvatbare staat te komen. Dat kan evenwel niet los gezien worden van de Israëlische behoefte om in een veilige, democratische en internationaal erkende Joodse staat te leven.

Tijdens deze herfstzitting zijn 17 resoluties over het Midden-Oosten ingediend. Met diverse andere landen is het Koninkrijk van mening dat deze resoluties niet bijdragen aan het Midden-Oosten Vredesproces. Het hervatten van de onderhandelingen tussen beide partijen is de enige wijze waarop duurzame vrede tot stand kan komen. De inspanningen van het Koninkrijk zijn dan ook onverminderd gericht op een zo spoedig mogelijke hervatting van de onderhandelingen.

De inzet van het Koninkrijk tijdens de onderhandelingen was erop gericht te voorkomen dat nieuwe teksten erkenning van de Palestijnse staat zouden inhouden. Ook heeft het Koninkrijk zich ervoor ingespannen dat er geen additionele elementen werden vastgelegd die zouden vooruitlopen op de uitkomsten van de finale-statusonderhandelingen. Daarnaast heeft het zich ingezet voor evenwichtig, niet emotionerend taalgebruik en balans in de mate waarin beide partijen worden aangesproken. Het in de hoek drijven van Israël noch het straffen van de PA draagt bij aan de terugkeer naar de onderhandelingstafel.

Het Koninkrijk heeft zoveel mogelijk samengewerkt met gelijkgezinde EU-partners om tot een maximaal onderhandelingsresultaat te komen. Tijdens de onderhandelingen is een verbetering van de resolutieteksten gerealiseerd. Stroomlijning van resoluties tot een kleiner aantal bleek niet mogelijk. Vanwege het behaalde onderhandelingsresultaat heeft het Koninkrijk besloten mee te stemmen met de EU-consensus bij de Midden-Oostenresoluties. Dit betekent dat het zich bij vier resoluties heeft onthouden en vóór de overige 13 heeft gestemd.

3. Internationale rechtsorde

  • Het Koninkrijk organiseerde met Guatemala een bijeenkomst over Responsibility to Protect en marge van de ministeriële week. De secretaris-generaal van de VN (SGVN) en tien (vice) ministers uit verschillende werelddelen namen deel. Onder de deelnemers bevonden zich vertegenwoordigers uit landen als Brazilië, Egypte, Indonesië, Marokko en Qatar. Deelname op dit hoge niveau geeft aan dat het onderwerp leeft na het militaire ingrijpen door de NAVO in Libië en door de impasse in de Veiligheidsraad over Syrië. De discussie richtte zich op de ontwikkelingen in Libië en Syrië, maar ging ook over de lessen van de afgelopen jaren. Tevens werd gesproken over alternatieven voor gewapend ingrijpen. Inhoudelijk was er veel overeenstemming over de noodzaak om het hele scala aan middelen dat door de VN ingezet kan worden – zoals capaciteitsopbouw, bevorderen economische ontwikkeling, stimuleren lidmaatschap internationale organisaties, toetreding tot verdragen, bevorderen van mensenrechten, hervorming van de veiligheidssector, preventieve diplomatie, economische en politieke sancties, (wapen)embargo’s, opschorten lidmaatschappen internationale organisaties, civiele (rule of law) missies en ICC-verwijzing – in acht te nemen.

  • Tijdens de ministeriële week organiseerde het Koninkrijk een bijeenkomst over Rule of Law in post-conflict en fragiele situaties. Voor de VN ligt er een uitdaging om de inzet in fragiele staten intern beter op elkaar af te stemmen. Tijdens het plenaire debat over Rule of Law onderstreepten veel lidstaten het belang van internationale tribunalen, met name het Internationaal Strafhof en het Joegoslaviëtribunaal. Onder leiding van Costa Rica vond in een nieuw opgerichte werkgroep van de Zesde Commissie een bespreking plaats over universele jurisdictie met als resultaat een werkdocument voor de 67e zitting. Het Koninkrijk benadrukte de rol van het Internationaal Gerechtshof en sprak steun uit voor doorverwijzing van het onderwerp naar de International Law Commission. Dit voorstel kon op onvoldoende steun rekenen. In de Zesde Commissie, waar het Koninkrijk optrad als vice-voorzitter, werd over juridische onderwerpen gesproken.

4. Mensenrechten

De zitting van de Derde Commissie is relatief succesvol verlopen. Er was voldoende aandacht voor de mensenrechtensituatie in Syrië en Birma en voor vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

  • De drie «traditionele» landenresoluties, over de mensenrechtensituatie in Iran, Birma en Noord-Korea, werden aangenomen met een beter stemresultaat dan vorig jaar. Dit laatste mag vooral verrassend genoemd worden voor de Birma/Myanmar-resolutie, omdat de verwachting was dat steun voor deze kritische resolutie juist zou afnemen vanwege de recente ontwikkelingen op het gebied van democratische hervormingen in dat land. Daarnaast nam de AVVN met grote meerderheid een resolutie over de mensenrechtensituatie in Syrië aan. Het Koninkrijk is nauw betrokken geweest bij de opstelling van deze resolutie en behoorde tot de eerste groep mede-indieners. In verschillende andere resoluties kon daarnaast in algemene zin worden verwezen naar de mensenrechtensituatie in de Arabische wereld.

  • Alle door de EU-lidstaten ingediende thematische mensenrechtenresoluties zijn met consensus aangenomen, waaronder de voor het Koninkrijk belangrijke EU-resolutie over de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Deze resolutie is – onder OIC-druk en door grote voorzichtigheid bij veel EU-partners – aangepast, onder meer ten aanzien van de mediavrijheid. Daar staat tegenover dat de landen van de OIC net als in de Mensenrechtenraad ook in de AVVN hebben afgezien van een resolutie over «godsdienstlastering». Er is wel een alternatieve OIC-resolutie over religieuze intolerantie aangenomen. In deze resolutie werd «religieuze intolerantie» als interstatelijk probleem neergezet. Het Koninkrijk maakte daar bezwaar tegen, omdat religieuze intolerantie voornamelijk een probleem is tussen individuen op nationaal en lokaal niveau. De EU heeft daarom na aanvaarding van de resolutie een verklaring afgelegd, waarin juist dit punt onder de aandacht werd gebracht. Dankzij het Koninkrijk sprak de EU wederom een kritische positieverklaring uit bij aanname van de Pakistaans-Filipijnse resolutie over interreligieuze dialoog. Deze resolutie bevatte zoals gebruikelijk een aantal elementen dat geen rekening houdt met de voor het Koninkrijk belangrijke scheiding tussen Kerk en Staat, die een belangrijke voorwaarde is voor daadwerkelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Dat de indieners niet wilden refereren aan intra-religieuze dialoog en aan mensen die zonder religieuze overtuiging of activiteit willen leven, doet onvoldoende recht aan de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Ook de impliciete notie dat individuen vooral – of zelfs uitsluitend – worden gekenmerkt door hun religie, kan schadelijk zijn voor de fundamentele vrijheid van elk individu om andere vormen van identiteit voldoende ruimte te geven.

  • Vooral door inzet van het Koninkrijk en Italië, werd er in de traditionele G77-resolutie over de in 2001 gehouden racismebestrijdingsconferentie in Durban de nadruk op gelegd dat het zogenaamde Durban-proces relevant is voor zover het betrekking heeft op de strijd tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante intolerantie. Daarmee werd een eerste opening geboden naar de erkenning van het feit dat het Durban-proces is misbruikt voor andere doelstellingen, zoals Israël-bashing. Dit was in belangrijke mate de reden dat de EU-lidstaten hun eenheid konden bewaren en zich van stemming onthielden.

  • De zogenaamde Groep van 11 (China, Cuba, Iran, Jemen, Nicaragua, Pakistan, Rusland, Syrië, Venezuela, Vietnam en Wit-Rusland) liet dit jaar voor het eerst, en wel in negatieve zin, van zich horen op het gebied van mensenrechten. Interventies en stemgedrag ten aanzien van landenresoluties werden op elkaar afgestemd, er werd als groep bezwaar aangetekend tegen het begrip «landen in transitie» en in de onderhandelingen over een aantal resoluties werden gezamenlijke aanvallen georganiseerd op de onafhankelijkheid van Speciale Rapporteurs. De groep zal in 2012 wellicht met eigen resoluties komen.

5. Ontwikkeling

In de Tweede Commissie (economische en financiële zaken) richtte het Koninkrijk zich op de prioriteiten van het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid zoals voedselzekerheid, de rol van de private sector en mondiale partnerschappen. Er werden resoluties aangenomen op het gebied van macro-economie, duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en ontwikkelingssamenwerking. De resoluties over de financiële crisis, budgettaire kwesties en hulpeffectiviteit waren het meest heikel. Hoewel in sommige resoluties sprake is van vooruitgang, blokkeerden ook dit jaar weer de hardliners binnen de G77 teksten over hulpeffectiviteit, terwijl zij tegelijkertijd pleitten voor meer geld en meer vrijheid bij de aanwending daarvan.

  • Het Koninkrijk steunde de resolutie Agricultural development and food security. Ook ondersteunde het de EU-prioriteiten in de AVVN over voedselzekerheid. Deze zijn onder andere meer nadruk op de rol van vrouwen en kleine boeren in de voedselproductie, de noodzaak voor meer aandacht voor voeding (bijvoorbeeld via het Scaling-Up Nutrition-initiatief), en duurzame landbouw rekening houdend met klimaatverandering en de daarbij horende zorg voor bodem en water. Daarnaast heeft het Koninkrijk via de EU de noodzaak voor private investeringen in de landbouwsector in ontwikkelingslanden aan de orde gesteld. Dit leidt tot een verhoogde zichtbaarheid van het door Nederland ingezette beleid voor ontwikkelingssamenwerking.

  • Het Koninkrijk heeft in lijn met Nederlandse beleidsprioriteiten de resolutie Towards global partnerships in EU-verband mede ingediend. De resolutie vraagt erkenning voor de rol en het belang van de private sector in mondiale partnerschappen voor duurzame ontwikkeling en de realisatie van de millenniumdoelen, vooral in samenwerking met het VN-systeem. Nederland en de EU hebben de doelstellingen bij deze resolutie grotendeels bereikt. Er zijn goede teksten opgenomen over onder andere transparantie en de «global compact local networks», een strategische beleidsinitiatief van de VN dat zich richt op de rol van het bedrijfsleven georganiseerd in landelijke clusters op het gebied van mensenrechten, arbeid, milieu en corruptiebestrijding.

  • Het Koninkrijk, UN Women en het World Food Programme WFP organiseerden tijdens de ministeriële week een bijeenkomst over Empowering Rural Women for Food and Nutrition Security, waarin op aandringen van het Koninkrijk de nadruk werd gelegd op vrouwelijk ondernemerschap en op betrokkenheid van het bedrijfsleven. Mede dankzij de actieve deelname van een aantal grote ondernemingen, zoals Unilever, DSM en Heineken, is het Koninkrijk in deze opzet geslaagd.

  • Tijdens de ministeriële week nam het Koninkrijk ook op hoog ambtelijk niveau deel aan bijeenkomsten over de gezondheid van vrouwen. Tijdens deze bijeenkomsten werd gepleit voor een geïntegreerde aanpak van zorg, bijvoorbeeld voor HIV/Aids, niet overdraagbare ziektes en reproductieve zorg. Hierbij staat de patiënt centraal en niet de ziekte. Tevens werd gepleit voor versterking van gezondheidssystemen met specifieke aandacht voor vrouwen als change agents (veel gezondheidswerkers in het veld zijn vrouw) en het omzetten van de toegenomen politieke aandacht en toezeggingen voor millenniumdoel 5 in concrete resultaten.

  • De Koninkrijksdelegatie nam ook deel aan de bijeenkomst Every Woman Every Child, die over de in 2010 gelanceerde Global Strategy for Women’s and Children’s Health van de SGVN ging. In de Derde Commissie presenteerde Anand Grover, Special Rapporteur (SR) of the Human Rights Council on the right of everyone to the enjoyment of the highest attainable standard of physical and mental health, zijn rapport waarin hij pleitte voor decriminalisering van abortus omdat dergelijke wetgeving mensenrechten schendt. Het Koninkrijk sprak in een nationale verklaring steun uit voor het rapport en voor de onafhankelijkheid van het mandaat van de SR. Deze verklaring werd positief ontvangen door NGO’s en een aantal lidstaten.

  • Het Koninkrijk heeft bij de onderhandelingen over relevante en prioritaire humanitaire resoluties in de Derde Commissie ingezet op het verder versterken van coördinatie en effectiviteit van hulp, aandacht voor de transitiefase, meer en betere verantwoording van de hulpverlening en meer nadruk op zelfredzaamheid van burgers. De resoluties hebben geleid tot meer bewustwording bij VN-lidstaten, waaronder ook niet traditionele donoren. Ook bij de humanitaire VN-organisaties versterken deze resoluties het gevoel van urgentie.

6. Versterken van de VN

Drie grote hervormingsprocessen kwamen aan de orde, met als meest concrete resultaat een lagere VN-begroting en concrete maatregelen voor een effectievere organisatie. Ook werd de voortgang op het gebied van One UN besproken.

  • Het Koninkrijk heeft zich ingezet voor meer vaart in het hervormingsproces van de VNVR. Prioritaire hervormingen zijn: een beperkte uitbreiding van de VNVR, beperking van het vetorecht indien de VNVR wordt vergroot, een gezamenlijke zetel voor de EU op langere termijn en een mogelijkheid tot periodieke herziening vanwege verschuivende machtsverhoudingen. Diverse ideeën voor VNVR-hervormingen zijn besproken tijdens de achtste ronde van de intergouvernementele onderhandelingen, maar hebben niet tot concrete resultaten geleid. Omdat de diverse definitieve hervormingsmodellen die besproken werden geen voldoende meerderheid kregen, heeft het Koninkrijk opnieuw de optie van een tussentijds arrangement bepleit.

  • Ook in 2011 is voortgang geboekt op het gebied van System Wide Coherence en de effectiviteit en efficiëntie van operationele activiteiten van de VN op ontwikkelingsterrein. De meeste One UN pilotlanden werken nu op basis van een samen met de nationale overheid opgesteld landenprogramma. Steeds meer landen volgen dit voorbeeld. Er is op landenniveau effectiviteit door meer samenhang in programma’s en waar mogelijk wordt door het delen van diensten meer kostenbesparend gewerkt. Verder werd UN Women per 1 januari 2011 operationeel. Hierdoor wordt het genderbeleid binnen de VN coherenter. De komende jaren moeten er zeker nog belangrijke slagen worden gemaakt. Cruciaal moment hiervoor is de in de tweede helft van 2012 op te stellen Quadrannial Comprehensive Policy Review. Deze resolutie moet sturing geven aan de nieuwe strategische plannen van de VN-organisaties voor de periode 2014–2017 en vormt het kader voor de strategische samenwerking van de VN-organisaties op landenniveau. Het is belangrijk dat deze QCPR-resolutie pragmatisch is en knelpunten in harmonisatie, coördinatie en samenwerking van de VN-organisaties op operationeel terrein aanpakt. Ook moeten nieuwe mondiale uitdagingen meegenomen worden. Belangrijke input voor deze resolutie vormen onder meer de resultaten van de onafhankelijke evaluatie van de One UN pilots en de bevindingen van de One UN conferentie die op 8–10 november 2011 in Montevideo plaatsvond. Tijdens deze conferentie is benadrukt dat voor de VN Delivering as One de enige weg voorwaarts is en dat kansen om Delivering as One op nationaal, regionaal en mondiaal niveau op te schalen, benut moeten worden.

  • Voor de tweede keer in de geschiedenis van de VN is een verlaging van de begroting overeengekomen. In de Vijfde Commissie (begroting en management) is de tweejaarlijkse reguliere VN-begroting 2012–2013 vastgesteld op USD 5,15 miljard. Deze is USD 264 miljoen lager dan de voorgaande begroting (2010–2011) en betekent een daling van ongeveer 5 procent. Dit resultaat overstijgt de intentie van de SGVN om een bezuiniging van 3% te realiseren. Het Koninkrijk heeft zich met EU-partners ingespannen voor begrotingsdiscipline en hervorming van het begrotingsproces. Naar verwachting volgen er enkele toevoegingen aan de begroting, bijvoorbeeld voor de VN-missie in Libië (UNSMIL) en door ongunstige wisselkoersen. Die doen de daling mogelijk teniet en kunnen zelfs leiden tot een stijging. Nominale nulgroei blijft daarom het uitgangspunt. Gerealiseerde besparingen op de begrotingen van diverse vredesmissies (UNMISS in Zuid-Soedan en UNOCI in Ivoorkust) en de tribunalen reflecteren eveneens de noodzaak van financiële soberheid en efficiëntiemaatregelen in tijden van economische crisis.

Tegelijkertijd heeft het Koninkrijk met een aantal gelijkgezinde EU-landen het initiatief genomen om de systematiek van de contributieschalen te hervormen. Dit moet leiden tot een evenwichtigere verdeling van de financiële verantwoordelijkheden die de toegenomen draagkracht van opkomende economieën weerspiegelt en vermindering van de disproportionele betalingen door EU-lidstaten. In de volgende zitting van de AVVN komt de verdeelsleutel voor contributies formeel aan de orde en worden de nieuwe schalen voor de komende jaren vastgesteld. Dit agendapunt is beladen: de VS, China, India, Brazilië en Rusland profiteren sterk van de huidige verdeelsleutel.