Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-199926138 nr. 4

26 138
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 met betrekking tot de afgifte en inname van kentekenplaten

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 9 oktober 1998

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

ALGEMEEN

1. Inleiding

De leden van de PvdA-fractie hebben met instemming kennisgenomen van dit wetsvoorstel, omdat het eraan kan bijdragen dat geknoei en zwendel met kentekenplaten effectiever worden bestreden.

Zij vragen of een raming kan worden gemaakt van de schade die deze zwendel de overheid berokkent. Wanneer komt het onderzoek van de Inspectie voor de Rechtshandhaving naar de omvang van deze fraude beschikbaar? Zal het onderzoek ook aanbevelingen doen over het beperken van fraude en is het dan niet verstandiger de resultaten van het onderzoek af te wachten alvorens tot wetswijziging wordt overgegaan?

Deze leden willen verder weten of de brancheorganisaties kunnen instemmen met het wetsvoorstel en zo neen, op welke onderdelen bij RAI en BOVAG bezwaren leven?

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel, dat beoogt een bijdrage te leveren aan het bestrijden van fraude met kentekenplaten. Ook zij vragen wanneer het onderzoek naar deze fraude, ingesteld door de Inspectie voor de Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie, is afgerond? Overweegt de regering, indien de onderzoeksresultaten daartoe aanleiding geven, om alsnog met aanvullende maatregelen te komen? Hoe is de aanpak van kentekenfraude (wettelijk) geregeld in de ons omringende landen? Met name Duitsland en Zwitserland zouden even praktische als effectieve maatregelen hebben doorgevoerd. Kan de regering hierop specifiek ingaan?

De leden van de CDA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voorgestelde maatregelen die fraude van kentekenplaten tegen moeten gaan. Het is bij deze maatregelen wel van groot belang dat er een goed inzicht bestaat in de effectiviteit, de kostenverhogende werking en mogelijke bij-effecten van deze maatregelen.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorstel tot wijziging van de Wegenverkeerswet. Dit wetsvoorstel strekt ertoe maatregelen tegen kentekenfraude in wetgeving op te nemen.

Bij het voorstel hebben deze leden de volgende vragen en opmerkingen.

Deze leden begrijpen dat het bij de fraude van kentekenplaten gaat om een aantoonbaar aantal van ongeveer 50 000 bestaande motorvoertuigen, maar dat in werkelijkheid dat aantal veel hoger ligt. Wat is de budgettaire consequentie van deze fraude? Deze leden willen voorts graag weten of en zo ja welke, relatie gelegd kan worden tussen de in onderhavig wetsvoorstel voorgestelde maatregelen met betrekking tot kentekenregistratie en het wetsvoorstel rekeningrijden.

2. De voorgestelde maatregelen

Bestaat inzicht in de mate waarin kan worden geknoeid met folie en laminaten, in de zin dat handel en productie plaats (gaan) vinden in het grijze en zwarte circuit, vragen de leden van de PvdA-fractie.

Bestaat hiervoor een internationale markt of worden deze technische specificaties alleen in Nederland gehanteerd?

Is er nagegaan welke systemen in de ons omringende landen beter scoren op het punt van fraudebestendigheid en wat zijn hierover de bevindingen?

Hoeveel menskracht moet beschikbaar zijn bij de Dienst Wegverkeer om effectief te controleren op de naleving van de nieuwe voorschriften door fabrikant, tussenhandel en sloopbedrijven en hoeveel menskracht is nu beschikbaar?

Deze leden kunnen vooralsnog weinig begrip opbrengen voor de keuze om de maatregelen te richten op de «calculerende burger», waarbij de zware, georganiseerde criminaliteit buiten schot blijft. Kan deze keuze nader worden toegelicht? Welke additionele maatregelen zouden noodzakelijk zijn om deze laatste groep wel zo veel mogelijk aan te pakken?

De maatschappelijke en financiële schade als gevolg van kentekenfraude is aanzienlijk. Met de regering zijn de leden van de VVD-fractie van oordeel dat hiertegen krachtig dient te worden opgetreden.

Het thans voorliggende wetsvoorstel maakt een aantal maatregelen uit een overigens lange reeks te nemen maatregelen mogelijk. De leden van de VVD-fractie vragen, waarom de regering niet meteen met een volledig pakket van maatregelen komt. De motivering om «mede gezien de kosten» hiervan af te zien, overtuigt niet echt. De kosten gaan immers voor de baat uit. Eén en ander klemt te meer, nu de regering zelf stelt de fraudeomvang aantoonbaar te kunnen vaststellen op een aantal van circa 50 000 bestaande motorvoertuigen, maar in werkelijkheid dit aantal schat tussen 100 000 en 200 000 motorvoertuigen.

De leden van de CDA-fractie merken op dat op bladzijde 2 van de memorie van toelichting de regering stelt dat het pakket van maatregelen is gericht tegen de calculerende burger en niet tegen de «hardere criminaliteit». Welk deel van de gepleegde fraude wordt veroorzaakt door calculerende burgers? Wat het bestrijden van fraude door deze calculerende burgers betreft, zegt de regering dat op grond van opgedane ervaringen het pakket van maatregelen in een later stadium kan worden verzwaard. Is het dan echter niet te laat aangezien er dan ook van het nieuwe type kentekenplaten een groot aantal valse in omloop zullen zijn? Verdient het niet de voorkeur met een sluitend pakket van maatregelen te komen in plaats van nu reeds een mogelijke verdere verscherping van regels aan te kondigen? Heeft de regering zich vergewist van de manier waarop andere Europese landen de kentekenplaatfraude tegengaan? Op welke wijze sluit het Nederlandse systeem hierbij aan? In een krantenpublicatie van 6 oktober 1998 heeft een woordvoerder van het ministerie van Verkeer en Waterstaat gesteld dat een mogelijke invoering van rekeningrijden «hoogstwaarschijnlijk» zal leiden tot een toeneming van de fraude met kentekenplaten. Kan de regering een nadere argumentatie verschaffen van de te verwachten fraudetoeneming door de invoering van het rekeningrijden? Is voornoemde constatering niet andermaal een argument om nu met een sluitend pakket maatregelen te komen in plaats van de regels voorlopig te verscherpen?

De eerste component van het voorgestelde pakket van maatregelen behelst een erkenningsregeling voor fabricage en aflevering van kentekenplaten en tussenproducten. Aldus wordt er een behoorlijke nadruk gelegd op de gecontroleerde fabricage van folie en halffabrikaten. Waar in de productieketen is de kern van het fraudeprobleem gelegen? De motorrijtuigbezitter dient zich in de toekomst te identificeren door middel van deel I en II van het kentekenbewijs en een legitimatiebewijs. Verdient het geen aanbeveling om bij deze controle ineens na te gaan of de getoonde legitimatiepapieren en het kentekenbewijs wel in orde zijn (on-line bevraging)?

Het tweede deel van het voorgestelde pakket van maatregelen heeft betrekking op de verplichting tot inlevering van kentekenplaten bij sloop en export. Naar de mening van de leden van de CDA-fractie dient de voorgestelde regeling beter te worden dichtgetimmerd. Hoe wordt gecontroleerd of een bedrijf werkelijk een auto heeft gesloopt, met andere woorden de platen in zijn bezit heeft gehad? Op welke wijze wordt de eigenaar/houder bij het afgeven van het rijtuig gevrijwaard? Wordt in het vrijwaringsbewijs bij sloop ook vermeld of de twee kentekenplaten zijn ingeleverd? Meldt het sloopbedrijf het ingenomen motorrijtuig af bij de rijksdienst? Een motorrijtuigbezitter die zijn voertuig exporteert, levert zijn kentekenbewijs niet in, aangezien dit dient als exportdocument bij het voertuig. Wordt de houder in zo'n situatie gevrijwaard voor het inleveren van de kentekenplaten? Zo ja, op welke wijze wordt deze vrijwaring dan vormgegeven? Verdient het niet de voorkeur om de productie en verkoop van de nieuwe lettersets wettelijk te regelen en hier een monopolie voor te doen gelden? Dit mede gelet op het advies van de Raad van State dat door het ontbreken van zo'n wettelijke regeling de invoering van een nieuw lettertype op de kentekenplaat niet zal leiden tot een vermindering van de in paragraaf 1 van de memorie van toelichting vermelde fraude.

De derde component van het voorgestelde pakket van maatregelen behelst de invoering van een nieuw type kentekenplaat. In tegenstelling tot de vorige vernieuwing van de kentekenplaat geldt in dit voorstel de verplichting tot volledige vervanging van alle kentekenplaten door het nieuwe model voor 1 januari 2002. Wat is het verwachte milieu-effect van deze operatie? Is er een mogelijkheid tot recycling? Is het in het licht van het voorgaande realistisch om te stellen dat de afzet van fabrikanten van folie, gelamineerde platen en kentekenplaten naar verwachting «iets» zal toenemen door de substitutie? Hoe is de uitdrukking «op vrijwillige basis overgaan tot de aanschaf van kentekenplaten van het nieuwe model» (bladzijde 5 memorie van toelichting) re rijmen met de voorgestelde verplichte vervanging voor 1 januari 2002?

De leden van de D66-fractie vernemen graag van de regering welke vermindering van het aantal fraudegevallen met kentekens van de voorgestelde maatregelen kan worden verwacht. Het is deze leden onduidelijk wanneer er volgens de regering bij kentekenfraude sprake is van harde criminaliteit en wanneer van calculerend gedrag van de burger. Kan zij een en ander toelichten en in haar antwoord belastingfraude en het rijden met valse kentekenplaten betrekken? Is de regering van mening dat de voorgestelde maatregelen in dit voorstel in voldoende mate tegemoet komen aan de bestrijding van belastingfraude? Is het gebruik van de term «calculerend gedrag van de burger» hier wel op zijn plaats?

De leden van de D66-fractie merken op dat de kern van de in onderhavig wetsvoorstel voorgestelde maatregelen is dat erkende foliefabrikanten de folie slechts mogen leveren aan erkende lamineerders, die hun product vervolgens uitsluitend mogen leveren aan erkende kentekenplaatfabrikanten. Hiermee is onder meer beoogd dat het minder gemakkelijk wordt niet-legale kentekenplaten te produceren. Deze leden verzoeken de regering toe te lichten welke effect op de afneming van kentekenplaatfraude hiervan is te verwachten en of het waarschijnlijk is dat niet legale kentekenplaten met ander materiaal zullen worden geproduceerd.

De leden van de D66-fractie begrijpen dat het tot 1 januari 2002 mogelijk is oude kentekenplaten door nieuwe te vervangen. Zij verzoeken de regering een overzicht te geven van de volledige kosten voor een automobilist die een oude kentekenplaat door een nieuwe dient te vervangen. Deze leden merken op dat nog veel old-timer motorrijtuigen originele (blauwe) kentekenplaten voeren en bezitters van deze motorrijtuigen het op prijs stellen deze te behouden. Waarom is er niet voor gekozen om een uitzondering te maken voor dergelijke old-timer motorrijtuigen?

3. Handhaving

De leden van de PvdA-fractie vragen of inzicht bestaat in de politiecapaciteit die werkelijk wordt ingezet voor «actieve controle op de weg». Zij hebben de indruk dat steeds minder sprake is van dergelijke controles en dat steeds meer wordt gecontroleerd via technische hulpmiddelen.

Wat is de minimale capaciteit die voor een effectieve controle op kentekens zou moeten worden ingezet, anders gezegd: welk handhavingsplan hoort bij dit voorstel?

Een effectieve handhaving staat en valt met voldoende opsporings- en toezichthoudende capaciteit, vinden de leden van de VVD-fractie. De regering wijst in dezen op politieverkeerscontroles en steekproefsgewijze controles bij de erkende fabrikanten door ambtenaren van de Dienst Wegverkeer. Alleen al gelet op de genoemde aantallen erkende fabrikanten van folie, laminaten en kentekenplaten en daarnaast de sloop- en exportbedrijven, menen de leden van de VVD-fractie dat er een substantieel handhavingstekort zal optreden waardoor ondanks de thans voorgestelde maatregelen, de kentekenfraude onvoldoende zal worden aangepakt. Hier bovenop komen nog eens de niet erkende, dus illegale, producenten. Heeft de regering enig zicht op de omvang van deze groep? Heeft de regering het voornemen om ter bestrijding van fraude in het algemeen en kentekenfraude in het bijzonder meer opsporings- en toezichthoudende capaciteit vrij te maken? Heeft de regering, ter ondersteuning van politie en Dienst Wegverkeer, met de brancheorganisaties RAI en BOVAG gesproken over enigerlei vorm van zelfregulering, van interne audits, om zo ook zelf toe te zien op de naleving van de voorschriften door de aangesloten leden?

Acht de regering de huidige strafbedreiging adequaat? Gaat daarvan voldoende preventieve werking uit?

De leden van de D66-fractie begrijpen dat de Dienst Wegverkeer onder meer als taak krijgt om de nakoming van verplichte registratie bij afgifte van kentekenplaten door de fabrikant aan de eigenaar/houder steekproefsgewijs via deze registraties te controleren. Deze leden begrijpen voorts dat de registratie van belang is voor de wegcontrole door de politie op kentekenfraude en dat een dergelijke controle bovendien het meest effectieve middel is om kentekenfraude te voorkomen. Kan de regering toelichten waarom is gekozen voor steekproefsgewijze controle van de registratie? Is er niet een reele kans aanwezig dat foutieve meldingen in de registratie als gevolg van de steekproefsgewijze controle kunnen insluipen waardoor de effectiviteit van de wegcontrole door de politie afneemt? Hoe groot acht de regering de kans dat bij een steekproefsgewijze controle wordt achterhaald dat een fabrikant niet de juiste gegevens heeft geregistreerd?

Heeft de regering overwogen om de productie en de verkoop van de nieuwe lettersets voor het nieuw model kentekenplaat wettelijk te reguleren teneinde de mogelijkheid tot het produceren van niet legale kentekenplaten verder te beperken? Waarom heeft de regering besloten geen wettelijke regeling voor de aanschaf en productie van nieuwe lettersets in dit voorstel op te nemen?

4. Bedrijfseffecten

De leden van de PvdA-fractie willen weten of het nieuwe model van de kentekenplaten voor bestaande motorrijtuigen vrijwillig of verplicht zal worden doorgevoerd. Zijn uit oogpunt van fraudebestrijding voordelen verbonden aan een verplichte invoering en welke nadelen zijn daaraan verbonden?

Kan overigens inzicht worden gegeven in actuele en mogelijke ontwikkelingen in de Europese Unie met betrekking tot kentekenplaten en verwante onderwerpen?

5. De kosten van de voorgestelde maatregelen

De leden van de PvdA-fractie vragen of de brancheorganisaties de gemaakte berekeningen onderschrijven en zo neen, op welke punten zij afwijkende opvattingen hebben over de kosten en administratieve lasten die de voorstellen met zich meebrengen.

De kosten die de Dienst Wegverkeer maakt voor de behandeling van de aanvragen voor erkenning, geschat tussen 1300 en 1500 gulden, en overigens de kosten van het toezicht op de naleving van de voorschriften, worden via een tariefsheffing doorberekend aan de betrokken bedrijven, die op hun beurt deze kosten via de prijs van de kentekenplaat doorberekenen aan de consument.

De leden van de VVD-fractie vragen of de behandeling van de aanvragen voor erkenning wel zo duur moet zijn. Kan niet worden volstaan met een simpele conversie van de gegevens ten aanzien van de bonafide bedrijven met een gelijktijdige actualiteitscontrole van de data? Kunnen hierin nu juist de brancheorganisaties niet een belangrijke rol spelen? De verwachting lijkt gerechtvaardigd dat hiermee de kosten kunnen worden gedrukt, zonder afbreuk te doen aan een kwalitatief hoogwaardige en betrouwbare opzet van het administratieve systeem van erkenningen.

De schatting van de met de invoering van de nieuwe maatregelen gepaarde meerkosten is weinig gespecificeerd. De leden van de CDA-fractie vragen of de kostenverhoging voor zowel producenten als gebruikers van de nieuwe kentekenplaten niet veel te optimistisch wordt beoordeeld. Dit gevoelen wordt gesterkt door geluiden uit de hoek van de kentekenplaatfabrikanten die een behoorlijke kostprijsverhoging (ongeveer 50%) verwachten als gevolg van de grotere hoeveelheid te verichten handelingen en de toegenomen materiaalkosten. De in het wetsvoorstel genoemde cijfers staan hiertoe in geen enkele verhouding. Kan de regering instaan voor de juistheid van de verwachte meerkosten zoals die in de memorie van toelichting staan vermeld? Kan zij een nadere specificatie geven van de opbouw van de door haar gepresenteerde meerkosten? Dit inclusief de kostendoorrekeningen van de extra handelingen die door de nieuwe regeling noodzakelijk worden. In de branche blijkt ook een grote bezorgdheid te bestaan over de verschijningsplicht van de houder bij het bestellen dan wel afhalen van de kentekenplaten. In het bijzonder leveranciers die landelijk opereren, lijken hierdoor in de problemen te komen. Wat is de visie van de regering hierop?

6. De voorgestelde wettelijke regeling

De leden van de PvdA-fractie willen tot slot weten welke invoeringsproblemen de onderhavige wetswijziging kan oproepen.

Tenslotte vragen de leden van de VVD-fractie welke maatregelen de regering voor ogen staat om de invoering van het nieuwe model kentekenplaat zo probleemloos mogelijk te laten verlopen? Op welke wijze worden de brancheorganisaties hierbij betrokken?

ARTIKELEN

ARTIKEL I

Onderdeel D

Artikel 70 a

De leden van de CDA-fractie merken op dat in dit artikel staat dat een kentekenbewijs wordt afgestempeld zodra het maximum aantal van twee kentekenplaten is afgeleverd. Hoe wordt voorkomen dat iemand meer (>2) malen één kentekenplaat afhaalt? Hoe lang dient een gebruiker bij diefstal van zijn kentekenplaten in de nieuwe situatie te wachten totdat hij wordt voorzien van vervangende platen?

Artikel 70 b

De Registratiekamer heeft in haar advies over dit wetsvoorstel ingestemd met de registratie van persoonsgegevens als bedoeld in dit artikel, aldus de leden van de CDA-fractie. Zij wijst er echter wel op dat bij deze registratie en de bijbehorende identificatieplicht in feite inbreuk wordt gemaakt op het grondrecht inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in artikel 8 EVRM. Het artikel is erg onduidelijk over de manier waarop de kentekenplaatfabrikant met de bewaking van de persoonsgegevens zal omgaan. Garanties worden er niet gegeven. Kan de regering op dit punt meer duidelijkheid verschaffen?

De voorzitter van de commissie,

Blaauw

De griffier voor dit verslag,

De Gier


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma (CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GL), Van Gijzel (PvdA), Valk (PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Van Heemst (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Giskes (D66), Stellingwerf (RPF), Van Zuijlen (PvdA), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), De Boer (PvdA), Van der Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van der Steenhoven (GL), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Van Bommel (SP), Eurlings (CDA), Schoenmakers (PvdA).

Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th. A. M. Meijer (CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GL), Duijkers (PvdA), Herrebrugh (PvdA), Atsma (CDA), Koenders (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Voûte-Droste (VVD), Augusteijn-Esser (D66), Schutte (GPV), Spoelman (PvdA), Geluk (VVD), Luchtenveld (VVD), Belinfante (PvdA), Buijs (CDA), Van Walsem (D66), M. B. Vos (GL), Weekers (VVD), Balemans (VVD), Poppe (SP), Dankers (CDA), Bos (PvdA).