26 137 (R1620)
Goedkeuring van het op 18 september 1997 te Oslo totstandgekomen Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens

nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 26 februari 1999

Tijdens de behandeling door de Tweede Kamer van het Ottawa-verdrag inzake een algemeen verbod van antipersoneelmijnen, 10 februari jl., stelde de heer Hoekema een vraag over de inzet van mijnenruimdeskundigen van Defensie. Minister Van Aartsen heeft daarop een schriftelijk antwoord toegezegd, dat ik u hierbij aanbied.

De aanleiding van de vraag van de heer Hoekema was de bewering in een recent krantenartikel van een medewerker van Pax Christi dat Defensie mijnenruimdeskundigen alleen in VN-kader zou willen inzetten. Deze bewering is niet juist. Uitgangspunt is dat mijnenruimdeskundigen van Defensie – al dan niet behorend tot de pool van 80 militairen die in staat zijn een mijnenruimschool op te zetten – worden ingezet op een zinvolle manier die tot goede resultaten leidt. Dit kan in VN-kader, maar in beginsel ook voor of in samenwerking met niet-gouvernementele organisaties.

In een dergelijk geval zouden de militairen met behoud van hun militaire status ter beschikking kunnen worden gesteld. Dat vergt een officieel besluit tot uitzending van militairen, waarbij de uitzending aan de hand van de bekende criteria moet worden getoetst. Het ligt niet voor de hand militairen tijdelijk hun militaire status te ontnemen en hen uit te lenen aan niet-gouvernementele organisaties. Op grond van de overeenkomst die wordt gesloten met het land waarin zij werkzaam zijn, nemen militairen namelijk door hun specifieke status een bepaalde, ook uit volkenrechtelijk oogpunt belangrijke positie in. Uiteraard kunnen militairen na hun militaire loopbaan besluiten als burger hun deskundigheid in dienst van een niet-gouvernementele organisatie te stellen.

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave

Naar boven