nr. 34
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2002
In deze brief informeer ik u over twee zaken. Op de eerste plaats de vervolgreactie
op de conclusie in het NIOD-onderzoek inzake «onwil» binnen de
toenmalige landmachttop bij de informatievoorziening van de bewindslieden.
Op de tweede plaats informeer ik u over activiteiten in het kader van de uitwerking
van voorstellen van de Adviescommissie Opperbevelhebberschap.
Deze brief is mede antwoord op de vragen van de leden Timmermans en Verhagen
terzake, zoals deze zijn ingediend op 14 en 15 mei jl. (Aanhangsel Handelingen
II, vergaderjaar 2001–2002, nrs. 1199, 1200 en 1201). Een van de vragen
van het lid Verhagen heeft betrekking op archieven, en wordt beantwoord in
een separate brief over dat thema die deze week ook naar het parlement wordt
gezonden (kamerstuk 26 122, nr. 34).
NIOD-onderzoek
In mijn brief van 17 april jl. en tijdens het plenaire debat over het
NIOD op 25 april jl. heb ik toegezegd u nader te informeren over de wijze
waarop een onderzoek zou worden uitgevoerd naar personen binnen de toenmalige
landmachttop op wie het verwijt van «onwil» door het NIOD bij
het destijds niet doorspelen van informatie ten behoeve van de bewindslieden
betrekking zou kunnen hebben.
Het NIOD trekt een zware conclusie, maar geeft geen namen. Derhalve is
uiterste zorgvuldigheid geboden inzake de personen waarop het verwijt van
toepassing is. Diverse contacten met externe autoriteiten hebben mij tot de
conclusie moeten brengen dat een onderzoek terzake veel complicaties kent
met name in het zicht van de komende parlementaire enquête.
Tegen die achtergrond ben ik thans voornemens op korte termijn aan een
externe instantie te verzoeken een onderzoeksopzet te maken waarin waarborgen
zijn verankerd voor zorgvuldigheid en betrouwbaarheid. Ook zal
ik vragen om een tijdschema dat nodig is om tot een oordeel te komen. Ik zal
u over de uitkomsten van mijn verzoek nader informeren.
Overigens hecht ik eraan opnieuw te benadrukken dat de conclusie van het
Niod inzake «onwil» de landmachttop van 1996 betrof. Ik heb onlangs
in een uitvoerig gesprek met de Legerraad vastgesteld dat de leden daarvan
mijn beleid van openheid en transparantie volledig steunen.
Adviescommissie Opperbevelhebberschap
Zoals u eerder is gemeld, heb ik de secretaris-generaal en de Chef Defensiestaf
belast met de uitwerking van voorstellen over het vervolg dat kan worden gegeven
aan het rapport van de Adviescommissie Opperbevelhebberschap. Ik heb luitenant-generaal
Van Baal belast met adviserende werkzaamheden ten behoeve van deze activiteiten.
Hij verricht deze werkzaamheden ten behoeve van de Chef Defensiestaf. Op deze
wijze wordt gestalte gegeven aan de beschikbaarheid van luitenant-generaal
Van Baal voor werkzaamheden binnen Defensie, die voortvloeit uit zijn besluit
op 17 april jl. om zijn functie van Bevelhebber der Landstrijdkrachten ter
beschikking te stellen.
De Minister van Defensie,
F. H. G. de Grave